logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Holmes

Have I told you lately that I loathe you

Geschreven door

Wie Zweden zegt, zegt pop (alhoewel sommige wel metal zullen aanhalen) maar slechts een handjevol mensen zullen met Amerikaans klinkende sadcore komen aandraven.Tenzij ze natuurlijk Holmes kennen, natuurlijk.
Holmes is hier nog een volslagen onbekende groep maar in eigen land is deze vijfkoppige groep uit Varnersborg  al een tijdje actief waar hun debuut ‘Wolves’ een niet onaardige aanhang had.
Met deze tweede cd werd echter ook op de internationale markt gemikt en dat was één van de redenen waarom ‘
Have I told you lately that I loathe you’ in Chicago geremasterd werd.
Dit alles is zeker geen slechte zet gezien de huidige heropleving van de hedendaagse indiefolkbeweging en er zal geen geen mens zijn die deze cd situeert in Zweden.
’Have I told you lately that I loathe you’ is wat men kan categoriseren als een weemoedig plaatje vol melancholische piano, slidegitaren en een magistrale stem van Kristoer Bolander en waar zelfs af en toe plaats is voor een uitbarsting met shoegazegitaren.
Na JJ eerder dit jaar is Holmes een Zweedse band die aan ontdekking toe is.

AC/DC

Iron Man 2

Geschreven door

De legendarische hardrockband AC/DC kent wereldwijd miljoenen fans. Onder hen ene Jon Favreau, regisseur van ‘Iron Man 2’, een prent die momenteel in een aantal Belgische  zalen loopt.   Favreau stopte zijn laatste film vol met  heerlijke muziek van AC/DC en zorgde zo dat er  na ‘Who Made Who’ (uitgebracht bij Stephen Kings film Maximum Overdrive) een tweede soundtrack op het conto van de Australiërs staat.
 In tegenstelling tot ‘Who Made Who’ dit keer geen nieuwe nummers, op dit plaatje vinden we een aantal monsterhits van de band ( “Highway to Hell”, “Thunderstruck” , “TNT”, “Let there be rock” en “Back in Black”) én  een aantal minder bekende nummers uit de verschillende studio-albums van de band.
Opvallend is dat er ongeveer evenveel songs met Bon Scott als met de huidige zanger Brian Johnson op deze soundtrack staan.
Voor de echte fans is dit een beetje een overbodige plaat. Voor het jonge volk die de film bezoekt, is dit ongetwijfeld een zeer mooi stukje muziekgeschiedenis.

Maria isn't a virgin anymore

Mary is n’t a virgin anymore – interview nav hun titelloze EP

Geschreven door

Of Maria nu al dan nog niet maagd is, laten we wijselijk in het midden maar het is wel de naam van een groep die net hun debuut EP uit heeft. Volledige instrumentale stone-rock die zweeft tussen de post-metal en de post-rock, dit alleen maar om u te zeggen dat het muziek is dat je bij je nekvel vastgrijpt terwijl je zeer goed beseft dat het zeer moeilijk ademen zal worden.
In ieder geval reden genoeg om eens met deze mensen een babbel te hebben.

Hoe zouden jullie je muziek zelf omschrijven?
Instrumentale psychedelische stoner-rock

Dat vind ik eigenlijk wel raar dat je muziek volledig instrumentaal is,  is dat door noodzaak of een welbewuste keuze?
Deze keuze is volledig bewust gebeurd, we wilden een project waar het instrumentale centraal stond.  Met instrumenten kan je veel meer vertellen dan met een stem vinden wij persoonlijk, je kan een extra dimensie geven aan het gevoel dat je wilt uitdrukken. Dit wil niet zeggen dat we totaal geen stem willen. In ons recentste nummer experimenteren we met vocale effecten, dit als toevoeging aan het geheel. Op deze manier zijn we ook vrijer om meerdere genres te verkennen en zijn we niet noodzakelijk gebonden aan 1 genre.

Is jullie muziek het zoeken naar iets, of  is het soms niet gewoonweg het resultaat van pure improvisatie?
Onze muziek is eigenlijk een soort expressie van hoe we ons opstellen ten opzichte van bepaalde dingen. Je kunt het zien als een soort reactie tegen dingen die ons tegen de borst stoten, een gevoelsuitdrukking van hoe bepaalde dingen in de samenleving ons bezighouden.
Onze nummers ontstaan eigenlijk vooral vanuit gevoel en dit bekomen we door te improviseren. We proberen ook om telkens onze grens te verleggen, en daarom zijn we ook heel kritisch over wat we schrijven.
Het leuke aan Mary Isn’t A Virgin Anymore is dat onze nummers ontstaan in een  proces met de volledige band, iedereen heeft zijn eigen input.

Ik hoor in jullie muziek een flinke brok agressie, maar tegelijkertijd een brok frustratie…
We spelen elk nog in andere bands (Average, Redstar bullets) en Mary Isn’t A Virgin Anymore is voor ons eigenlijk een soort rock ’n roll speeltuin waar we ons ongelimiteerd kunnen uitleven. De agressie die je in onze muziek hoort komt voort van onze afkeer tegenover de maatschappij. Via onze muziek proberen we onze frustraties te uiten.

Hebben jullie zelf voorbeelden?
We halen onze inspiratie uit bands zoals: And so I watch you from afar, Kyuss, Deftones, Tool, Helmet, …

Geef toe, jullie hebben het er zelf niet gemakkelijker op gemaakt want deze muziek is niet echt radiovriendelijk te noemen….
Het is dan ook niet de bedoeling dat we ooit op de radio zouden gespeeld worden, we vinden originaliteit op onze eigen manier veel belangrijker dan iets ‘fake’ te brengen wat de mensen verwachtten te horen.

Over die radio wil ik het eens hebben…naar het schijnt lang leve Studio Brussel, maar het betekent wel hier in België als je niet tot het selecte clubje hoort dat je sowieso uit de boot valt.
Ja, die boot kan ons eigenlijk geen reet schelen want kijk eens wie er allemaal op die boot zit. De muziek die je de dag van vandaag op de radio hoort is gebaseerd op één ding, GELD.
De belangrijkste drijfveer voor de hedendaagse radiomuziek is commercialiteit.

Wat vinden jullie eigenlijk van de Belgische muziekscene anno 2010?
De muziekscene in België stelt volgens ons op mainstream niet zoveel voor. Als we gaan kijken in de underground dan vinden we al heel wat meer. Alleen krijgen deze talentvolle veelbelovende bands geen kansen omdat ze hun eigen ding doen. Veel bands in de underground spreken een select groepje mensen aan, en wij denken dat dit komt omdat de overgrote meerderheid van de Belgische muziekliefhebbers ‘gebrainwashed’ zijn door de media en de gevestigde waarden en normen.

Geloven jullie zelf in al die Rocky Rally’s?
Nee, rockrally’s van kleine organisaties zijn er gewoon omdat ze geen budget hebben om groepen te betalen en op die manier hebben ze een avond vol bands, waar ze zelf geld verdienen op de rug van de bands. Om een voorbeeld te geven ‘The next stage’ waar je zelf nog eens moet betalen om te kunnen deelnemen aan een zogezegd veelbelovende wedstrijd.
Als we gaan kijken naar de grotere rockrally’s zoals HRR, wordt er gewoon geluisterd naar wat het best ‘past’ op de radio (met uitzondering van Steak Number Eight dan).

Plannen om iets uit te brengen?
Onze debuut-EP is net uit, hij werd opgenomen en gemixt door Patrick Delabie in de 195 studios in Nederland. Je kan deze EP kopen op onze optredens voor de democratische prijs van 5 euro. We werken momenteel al aan nieuwe nummers die opnieuw grensverleggend zullen zijn.

Hoe gemakkelijk (ik bedoel dit eerder sarcastisch) voor een groep als die van jullie om optredens te versieren?
Dat valt relatief goed mee, er is wel degelijk een publiek voor onze muziek. Sommige mensen hebben vooroordelen over Maria Isn’t A Virgin Anymore omdat er geen zang in aanwezig is, maar na een live-show appreciëren ze ons wel.

Waarom is Maria geen maagd meer?
Because the guy who drives the ice-cream-truck that only sells vanilla-ice raped her last night!

INFO http://blogs.myspace.com/mariaisntavirginanymore

The New Industry

Lights on saturday

Geschreven door

Onlangs had ik een diepgaand gesprek met een Britse muzikant die hier in Brussel woont en me op het hart drukte dat de Belgische muziekscene één van de interessantste ter wereld is. Jammer genoeg heeft deze scene alleen af te rekenen met zowel communautaire beperkingen (het is niet zo simpel voor Vlaamse bands om optredens te versieren in Wallonië en omgekeerd) alsook het catastrofaal gebrek van de broodnodige persaandacht. Het lijkt inderdaad wel of dit één of ander scenario is dat weggerukt werd uit de Wetstraat want het zijn nu niet bepaald nieuwe problemen te noemen. In ieder geval zijn het wel deze problemen die je bij het horen van de debuutcd van The New Industry een dubbel gevoel bezorgen.
Er is enerzijds het gevoel van “wow, wat een plaat is dat!” maar anderzijds is er dat ander wrang gevoel waarbij je weet dat indien deze jonge wolven uit Liverpool zouden komen (en niet uit Hoogstraten zoals nu het geval is) dat zij dan onmiddellijk omgedoopt zouden worden als een soort van nieuwe Bloc Party en op die manier wereldwijd succes boeken.
Maar dit is en blijft België, en gelukkig voor The New Industry hebben zij toch reeds allerlei prijzen  kunnen versieren en konden ze ook Patrick Delabie (bekend van zijn werk met Confuse The Cat) strikken voor de productie van deze plaat.
Blijkbaar heeft Jan en alleman problemen met de omschrijving van hun muziek want : “is het nu postpunk of postrock, of gewoon indie”?
Een onbelangrijke en zelfs nutteloze vraag eens je opener “Sublety is an art” hoort want meteen herken je hier niet alleen het vakmanschap van deze nieuwe talenten maar ook dat zij het soort groep zijn dat perfect begrepen heeft waarom Editors tegenwoordig zo populair zijn. Niet dat ze Editors-klonen zouden zijn want daarvoor klinkt The New Industry net iets te fris en te origineel maar gewoonweg omdat zij de juiste ingrediënten weten uit te kiezen die nodig zijn voor pakkende indiesongs die je blijven volgen, nummers die je een uur nadien niet vergeten bent.
’Lights on Saturday’ is een plaat die alle aandacht verdient en zoals eerder gezegd, niet alleen hier in België.
Hou alvast maar de concertkalender op Musiczine in het oog want als deze mensen ergens in je buurt neerstrijken : gaan kijken, en nu naar de winkel!

INFO op
www.myspace.com/thenewindustrymusic of www.vi.be/thenewindustry

Too Tangled

The magic got killed

Geschreven door

Ze komen van Bornem maar verblijven in Gent, op het eerste zicht zijn ze een koppel en op het eerste gehoor klinkt het tamelijk dik in orde. Zo kan je dit duo kort samenvatten dat bestaat uit Roeland Vandemoortele en Eva Bruyaert.
Deze twee liepen elkaar al eerder tegen het lijf in hun vorig groepje Wild Turkey en blijkbaar moeten de muzikale vonken (alleen maar die?) goed overgesprongen zijn want de twee besloten om samen nieuwe muzikale wegen te bewandelen.
Too Tangled werd al door verschillende mensen de lucht ingeprezen ook al waren het meestal ook deze mensen die verwachtten dat Too Tangled op de trashrockbluestrein van groepen als Boss Hog ging springen. Dat doen ze weliswaar bij de eerste drie nummers maar meteen daarna merk je een echte koersverandering waarbij we Too Tangled leren kennen in verschillende gedaantes.
Hierdoor lijkt ‘The magic got killed’ soms op een onsamenhangende cd is maar het bewijst eigenlijk ook meteen dat Too Tangled gelukkig geen kopie geworden is van The Kills waarmee ze net iets teveel worden vergeleken. Soms loopt dat totaal fout af (zo was het niemendalletje “Give it back” beter op de cd weggelaten) en soms doet het smaken naar meer (titeltrack en afsluiter “The magic got killed” laat Eva schitteren als een soort van Belgische Courtney Love).
Door het onzuiver vuil geluid komt Too Tangled af en toe in de buurt van dat ander Antwerps koppel die een tiental jaar geleden de Vlaamse podia onveilig maakte, en dan hebben we het natuurlijk over De Bossen.
’The magic got killed’ is geen grootse cd geworden maar het is wel een prachtig visitekaartje geworden van een groep die in de toekomst wel voor kleine aardverschuivingen binnenin de Belgische muziekscene zou kunnen zorgen.
In het oog houden dus.

INFO op www.myspace.com/tootangled

Wan's

In a lifetime

Geschreven door

Bij het aanschouwen van dit cdhoesje zou je het niet zeggen maar achter Wan’s zit een essentieel stuk Belgische muziekgeschiedenis verborgen. We moeten teruggrijpen naar het begin van de jaren ’80 toen een electrogroepje Snowy Red genaamd, zijn opmars maakte in de alternatieve scene.
Tot op heden blijven hun clubkrakers als “Euroshima” of “Breakdown” als grondleggers van het minimal synthgenre gelden en wanneer u ooit zou overwegen om hun elpees op E-Bay af te schaffen, neemt u best een goed gevulde portemonnee ter hand want deze platen zijn nog steeds één van de duurste internationale collector item’s die je kan aantreffen.
Helaas sloeg het noodlot toe en moest zanger Micky Mike vroegtijdig zijn carrière stopzetten wegens gezondheidsreden en overleed vorig jaar.
De twee overige leden (Phil W en Champ X) vonden in Red Ced (ex-Temple Shade) een nieuwe zanger en na enkele demo’s is ‘In a lifetime’ het debuut geworden van deze Wan’s.
Het zou helemaal niet eerlijk zijn om deze band met Snowy Red te vergelijken. Eerst en vooral is dit twintig jaar later en blijft Wan’s een andere band maar toch hoor je overduidelijk dat deze mensen hun sporen verdiend hebben in de Belgische wavescene van de jaren ’80. Ook al staat de elektrische gitaar hier af en toe centraal zijn het de melancholische synths die het groepsgeluid overheersen en op sommige tracks (het magistrale “Stalker” of “Man Of God”) komen de herinneringen aan Poesie Noire, het jaren ’90 werk van Wire (“Modern Slave” klinkt alsof het gezongen is door Colin Newman) of The Arch terug naar boven.
Er zullen wel mensen zijn die dit een gedateerd geluid vinden maar iedereen die naar muziek luistert omdat het hem in de eerste plaats emotioneel raakt zal dit klein wavemeesterwerkje met genoegen omarmen.

INFO op www.myspace.com/wans2000

Charlotte Gainsbourg

Imponerende Charlotte Gainsbourg, een volwaardige artieste

Charlotte is de beroemde dochter van … jawel, Serge Gainsbourg, wellicht de beste Franse songschrijver van de twintigste eeuw, onsterfelijk wegens "Je t'aime moi non plus". Hij heeft tevens liedjes geschreven voor vele Franse artiesten als Jacques Dutronc, France Gall, Dalida, Vanessa Paradis en Brigitte Bardot … hij was één van de eerste Westerse artiesten met wie reggae muzikanten wilden spelen en tot slot was hij filmregisseur en rokkenjager. Jane Birkin was haar ma, actrice en zangeres, die al op jonge leeftijd acteerde o.a.in ‘Blow up’, één van de meest invloedrijkste films van de jaren '60.
Charlotte ontpopte zich als actrice, die af en toe zong …  ze viel al op met de plaat ‘Charlotte forever’ eind de jaren ‘90, en met de single “Lemon incest” die de wenkbrauwen deed fronsen toen pa en tienerdochter in het nummer veel aan de verbeelding overlieten. ‘Science of sleep’ en ‘I'm not there’ waren al behoorlijke films, Maar ze onderscheidde zich in de controversiële kwaliteitsfilm ‘Anti-Christ’ van Lars Von Trier in 2009.
Van het échte muzikale werk was er sinds 2006 sprake met ‘5:55’, die ze samen met de heren van Air, Jarvis Cocker en Radiohead producer Nigel Godrich maakte: sfeervol dromerige en loungy materiaal onder haar warme, sensuele en zwoele fluisterstem … en jawel, vocaal leunend aan haar moeder Jane. ‘IRM’, in samenwerking met Beck, - Imagerie par Résistance Magnétique -, een MRI hersenscan die noodzakelijk was na haar zwaar ongeval enkele jaren terug, vormde de thematiek van de nieuwe plaat. Muzikaal hoorden we sfeervolle, prikkelende en spannende melodieën, die een brede instrumentatie en een percussieve aanpak konden hebben, richting trippop uitgingen, duidelijk met de vindingrijkheid van Beck en gedragen door haar invoelende, zuchtende en doorleefde croonerstem. Ze treedt alvast in de voetsporen van mama Jane, Franse artiesten als Françoise Hardy, Isabelle Adjani, Stéphanie, Vanessa Paradis, en van de Engelse Marianne Faithfull.

Voor de eerste maal in haar leven is ze op tournee met een rockgroep. Deze start stevig met “IRM” en “Greenwich Mean Time”, omfloerst van heel wat elektronisch vernuft, bleeps en percussie, maar er zijn meteen ook beperkingen … Ze is niet zo toonvast en haar stem wordt overstemd door het geluid van de stevig spelende band, maar OK dat nemen we er van deze gegadigde artieste en actrice maar bij. “Master’s Hand” en “Me & Jane Doe” klonken rauw en snedig. Het was echter in de wat zachtere nummers dat haar unieke stem meer tot uiting kwam, en ze klonk beter in het Engels dan in het Frans, zoals op “Set yourself on fire”, “In the end” en de poppy single “Heaven can wait”.
In een gecoördineerde nonchalance stijl dito kledij hoorden we verder hoogtepunten als “Just like a woman” (een delicate cover van Bob Dylan), enkel akoestisch begeleid, het rockende “Dandelion” waarin referenties van “Jean Genie” van Bowie zaten, “Hotel Particulier” (cover van Serge van de plaat ‘Melody Nelson’), op ideale wijze bepaald door haar zuchtende, sensuele stem, het pakkende “The songs that we sing” en als toemaatje het jazzgroovende en dansbare "Couleur Cafe" van haar vader.

Een volwaardige artieste die imponeerde en er een gevarieerde aanpak op nahield van zachtmoedige, rockende pop en (zalvende) popelektronica, niet vies van een laagje experiment en percussie!
Btw Charlotte Gainsbourg zit maar niet stil; na haar tournee kunnen we haar binnenkort terug in de cinema zien in de film ’l’Arbre’; ze speelt er naast onder meer Marton Csokas en Morgana Davies. De film van regisseuse Julie Bertuccelli was de slotfilm van het voorbij Festival van Cannes. Zo zie je maar wat een bezig bijtje ze wel is. Niet voor niks moet ze soms noodgedwongen relaxatieperiodes inlassen …

Organisatie: Aéronef, Lille

Crowded House

Indrukwekkend concert van popgoden Crowded House in Brussel

Geschreven door

Naar schatting 120.000 fans waren getuige van het afscheidsconcert van Crowded House aan Sydney Opera House in 1996. Sinds de reünie in 2007 moet de band het qua commercieel succes met een stuk minder doen. Eerder was de band al te zien in Vorst Nationaal (19 oktober 2007), alsook op Werchter Boutique in 2008. Zo’n 3000 fans daagden deze keer op waardoor dit concert automatisch een Vorst Nationaal Club concert werd. Het werd ook mijn eerste Vorst Nationaal Club ervaring. Uiteraard blijft de infrastructuur van Vorst behouden, alleen wordt deze met een groot aantal zwarte doeken psychologisch kleiner gemaakt. Geen eenvoudige opdracht, want onlangs zag ik Snow Patrol in diezelfde zaal nog worstelen met de akoestiek van de betonnen hal.

Na een zeer slappe en vervelende vertoning van opwarmact Connan Mockasin begon Crowded House aan het optreden met “Everything Is Good For You” onder een prima afgestelde geluidsbalans. Op het podium creëerde de band een feeërieke sfeer. De band had daarvoor enkele leuke attributen meegenomen. Naast Finn, Seymour, Hart & Sherrod mochten ook Bambi, Stamper en enkele verlichte paddenstoelen het podium op. Een mooi en aanvullend decor, waardoor de dromerige popsongs nog meer tot hun recht kwamen. Crowded House koos bewust niet voor de gemakkelijkste weg en stopte ook vijf songs van het nieuwe album ‘Intriguer’ (net gereleased) in de set. De respons op de nieuwe songs was duidelijk minder zodat ik durf te stellen dat de meeste toch kwamen om de echte Crowded House klassiekers te horen……en een klassieker kregen de fans vrijwel meteen met: “World You Live In”, dat naar het einde toe heel erg mooi (zachtjes maar vol melodie) door het publiek werd meegezongen. De band straalde van enthousiasme en dat was duidelijk ook te horen tijdens de knappe, nieuwe up-tempo single: “Saturday Sun”. Crowded House in een nieuw modern jasje! Tussendoor was er ook tijd en ruimte voor improvisatie. Neil Finn grapte en grolde met het publiek die hem dankbaar enkele thema’s toeriep. Zo ontstond er ter plekke een techno geïmproviseerde song (“Belgium needs a prime minister”) over de huidige Belgische politieke toestand.
Maar gelukkig zat de set ook vol vertrouwde, popklassiekers. “Message To My Girl” was er zo ééntje, een song van Split Enz, een band waar Neil samen met zijn broer Tim Finn deel van uitmaakte. We kregen een sobere versie met Neil Finn uitzonderlijk aan de piano. Ook de wereldbekende en bloedstollende popklassiekers zoals: “Four Seasons In One Day”, “Fall At Your Feet”, “Don’t Dream it’s Over” tot “Weather With You” werden vol overtuiging en vakmanschap gebracht. Opvallend hoe weinig tekenen van slijtage deze songs vertoonden! De omvangrijke bisronde liet alle aspecten van deze band horen. Een rockend “Locked Out” en een jazzy “Sister Madly” vormden het tegengewicht voor de opbloeiende liedjespracht van “Don’t Dream It’s Over”, “Into Temptation” en “Better Be Home Soon”. Kortom een indrukwekkend popconcert!!

‘Crowded House anno 2010’ heeft elke reden tot bestaansrecht. Het roemrijke verleden staat de band niet in de weg om ook nu nog schitterende nieuwe songs te schrijven. Wereldhits schrijft Neil Finn al een tijdje niet meer, maar de songs uit het nieuwe album ‘Intriguer’ zijn typisch Crowded House en stonden live ook hun mannetje naast de alom bekende popklassiekers.
Crowded House is voor mij wat The Beatles ooit waren voor mijn ouders. Een popmonument! Naast de nieuwe plaat ‘Intriguer’ verschijnt er eind dit jaar ook een nieuwe ‘Best Of’ van de band. Nog niet overtuigd? Bekijk gerust eens de Video Live Reports….omdat beelden vaak zo veel meer zeggen dan woorden.

Video Live Reports (Youtube)
+Part 1:
 http://www.youtube.com/watch?v=WcVo2oCyMD4

+Part 2:
 http://www.youtube.com/watch?v=7gbvOZmnCxo
+Part 3:
 http://www.youtube.com/watch?v=CPJHJRzmSbM
+Part 4:
 http://www.youtube.com/watch?v=-0TgeOlW5RQ

Setlist:
*Everything Is Good For You *World Where You Live *Saturday Sun *Private Universe *Either Side Of The World *Say That Again *Amsterdam *Whispers And Moans *Four Seasons In One Day *Inside Out *Message To My Girl *Archer’s Arrows *Fall At Your Feet *Don’t Stop Now *Distant Sun *It’s Only Natural
*Locked Out *Sister Madly *Fingers Of Love *Weather With You *Don’t Dream It’s Over *Into Temptation *Better Be Home Soon

Organisatie: Live Nation

Gootch

Gootch rocks

Geschreven door

Gootch Rocks ! Met deze slogan lanceerde de West-Vlaamse kick-ass rock’n’roll band GOOTCH onlangs via hun site een wedstrijdje ‘Om het meest BV’s aan het Gootchen’ krijgen. Check voor uzelf op ‘www.gootch.be’ wat de BV’s ervan bakten. Wat betreft GOOTCH zelf : Rocken dat kunnen ze !! En dat deden ze dan ook als de beesten, tijdens de release party voor hun eerste CD ‘Dirtbag : Volume 1’.  Place to be was Muziekcentrum TraCK in Kortrijk.
Opwarmer van dienst was de lokale band Comat. Totaal iets anders dan wat ons nog te wachten zou staan die avond. Heavy slepende dreigende rock, met veel scherpe hoeken en kanten. Net als bij de nieuwe lichting ‘prog-rock’ bands was Tool nooit veraf, evenals het hardere werk van 70’s prog iconen King Crimson, en zelfs (een iets tragere) System of a Down, die laatste dan vooral door de originele, eigenzinnige en meeslepende performance van hun zanger/verteller. Naar het schijnt was dit slechts hun 3e optreden. Knap! Een band om in de gaten te houden !

Dan was het de beurt aan GOOTCH om het kleine podium in te nemen en hun eersteling op de wereld los te laten, een puike schijf vol pure ‘no nonsense – straight ahead’ rock & roll, met een sterk geurtje naar stomende klassieke 70’s hard rock en 90’s stoner rock. Elf eigen nummers, die ze die bewuste avond luid en hard door onze strot ramden! Luid en hard zoals het hoort, alhoewel de flikken halverwege de show spelbreker waren en het volume iets teruggeschroefd diende te worden. Niettemin rockte de band onverminderd voort. Hoogtepunten waren sterke songs als CD opener “Satellite city”, “Baby please” of het krachtige bluesy “Yeah, well alright”, telkens met glansrollen voor de om beurt solerende gitaristen Laurent Delbeque en John Pollentier (die laatste verdiende jarenlang zijn sporen bij de in 2006 ter ziele gegane stonerband ‘Cowboys & Aliens’). Ook sterk waren “Dirtbag”, titelsong van de CD en eentje om mee te brullen, “Triple John (We’re playing too loud, we’re playing too fast)” - dat eerste dus heel toepasselijk deze avond, en vooral het aan Kyuss en andere stoners schatplichtige, maar schitterende “1000 thieves”. Afgesloten werd met een knallende versie van AC/DC’s “Sin city” (niet op de CD !). Zanger en podiumbeest Joost Lippinois schitterde de hele show door, niet alleen met zijn krachtige stem, maar evenzeer met zijn mix van Amerikaans ‘slang’ en gezapig ‘Meens’ tussen de songs door.
GOOTCH, met verder nog bassist Tom Neirynck en drummer Jason Bernard, bewees hier meteen weerom wat voor een krachtige live band ze zijn! Eén om mee rekening te houden, en die zeker kan meedraaien in de bovenste regionen van de Belgische rock scène.
Met een knappe debuut CD op zak (uitgebracht op het Apache label) rest er mij nog één boodschap : kopen die handel ! (en gaan zien natuurlijk). En voor de heren festival-organisatoren (en dat zijn er tegenwoordig honderden in Vlaanderen): Check de CD of de band live, en trek uw conclusies = zet die gasten op uw affiche ! And remember : GOOTCH Rocks !

Organisatie: Muziekcentrum Track, Kortrijk

Chris Isaak

Chris Isaak of hoe de AB een avondje Las Vegas werd …

Geschreven door

Het heeft meer dan 7 jaar geduurd vooraleer er een nieuwe cd van Chris Isaak in de winkelrekken lag maar met de nieuwe ‘Mr Lucky’ is deze 54-jarige rocker uit Californië er weer helemaal terug.
“Niet dat ik ooit ben weg geweest,” zei Chris Isaak onlangs tijdens een interview met De Rode Loper maar ik was gewoon bezig met mijn televisieshow. “Ik weet dat ik een gelukkige vent ben want ik besef maar al te goed dat er veel mensen zijn die dagelijks een job moeten uitoefenen die ze haten. Ik doe het nog steeds graag, er zijn artiesten die verzekeringen afsluiten voor het geval ze niet komen opdagen. Als je mij niet ziet op een concert betekent het gewoon dat ik dood ben”.
En dat dit niet zomaar loze woorden zijn, werd gisteren ruimschoots bewezen. Toen deze legendarische rocker op het podium verscheen in een rood glimmerpak werd meteen bij opener “I’m lonely with a broken heart” de duckwalk ingezet en dat werd meteen het sein dat dit een avondje onvergetelijke rock’n’ roll zou worden.
Dat het ook niet het soort concert ging worden waarbij het publiek met tegenzin een nieuwe cd moest aanhoren werd meteen duidelijk bij het tweede nummer “Dancin’” waarbij bewezen werd wat we al lang wisten, dit is een artiest die van zijn publiek houdt. De rimpels zijn er zonder twijfel bijgekomen maar de energie is gelukkig gebleven, net als die zalige jodelstem die ons (en dat zou ook later nog eens blijken) herinneringen deed oproepen aan die andere legende, Roy Orbinson.
“Thanks a lot for coming to see live music, we really appreciate it. Tonight it’s going to be like Woodstock” en zo begon Chris meteen aan zijn croonerversie van “Love me tender” van Elvis. Het werd een zeer speciale versie waar men in de AB nog lang zal over naspreken want
plots wandelde Chris, weliswaar begeleid door twee bodyguards, van het podium en baande zich een weg doorheen de AB. Deze miniuitstap deed niet alleen de volledige zaal aan, maar ook het balkon en de tribune. Het gebeurt niet elke dag dat je op 30 cm van je aangezicht Chris Isaak Elvis ziet vertolken en op zo’n avond kan je maar één slogan bedenken: ‘Viva Las Vegas!
Op het moment dat iedereen bekomen was van deze ongewone verrassing begon Chris aan zijn eigen triomf, “Wicked Game”,  en meteen had menig concertganger weer de videoclip met de mooie Helena Christensen voor ogen en met weemoed dacht je terug aan de dagen toen het nog 1986 was. Eighties voor een paar ogenblikken want daarna waande je je in de fifties doordat dit fijn rock’n rollconcertje ook nog eens voorzien werd van een gospelmoment (wat trouwens prachtig uitgevoerd werd door zijn trouwe band met wie hij nu ondertussen ruim 25 jaar op de planken staat).
“Take my heart” werd het popcorngedeelte en ook de latere (maar zeker niet minderwaardige) kleine radiohitjes zoals “One Day” of “San Francisco Days” gingen niet onopgemerkt aan het publiek voorbij. Deze rocker schrikt er geenszins voor om alle clichés uit de oude rock’n’ rollkast te halen, zeker niet als hij tijdens de bis in een zilveren glitterkostuum verschijnt die zelfs door onze eigen Voice Of Europe zou geweigerd worden, maar geen mens die hier erg in heeft want een artiest die zich anderhalf uur volop voor zijn publiek gegeven heeft,  vergeef je nu eenmaal alles!
Als toegift volgden “Blue Hotel” en de ode aan zijn grote voorbeeld, Roy Orbinson : een prachtige, getrouwe versie van de oerklassieker “Pretty Woman” die misschien niks vernieuwend bracht, maar het kwam wel recht uit het hart.

Onder luid applaus werd Chris Isaak teruggeroepen en met opgeheven hoofd liet hij de zaal verstaan dat hij niet alleen zijn hard verpand heeft aan zijn muziek, maar ook aan dat van zijn publiek….

Organisatie: Live Nation

Holy Fuck

Latin

Geschreven door

Het uit Toronto, Canada afkomstige Holy Fuck komt opnieuw in de aandacht met een sterke plaat. Hun opbouwende, dwingende, spannende en bezwerende instrumentale songs hebben een aanstekelijke, opwindende, zalvende groove en drive. De nieuwe derde cd ‘Latin’ klinkt iets verfijnder dan het tweede jaar oude ‘LP’. De nummers worden bepaald door elektronica, percussie, gitaar en bas, hebben een repetitieve basis, bouwen op en winnen per beluistering aan zeggingskracht.
De groep pint zich op de mathrock van Battles en Trans am, de postrock van Explosions in the sky en Mogwai, en integreert de soundscapes van het vroegere The aloof en Sabres of paradise met de elektronicadrone, noise en psychedelica van Fuck Buttons.
We horen een gevarieerd, broeierig album: “Latin America”, “Silva & grimes” en “Lucky” zijn eerder dromerig terwijl “Sht mtn” en “Stilettos” de meest krachtige zijn. “Red Lights” op z’n beurt blinkt uit door de improvisaties en met het spannend opbouwende “PIGS” geraken we niet meer los van hun unieke klankenwereld. Het is trouwens ook het langste nummer van de plaat.
Op die manier blijft het leuk vertoeven in die postrock elektronica van Holy Fuck. Overtuigend en puik plaatje opnieuw dus van de heren!

Stornoway

Beachcomber’s Windowsill

Geschreven door

Onschuldige neo romantische folkpop, dat is toch het minst wat we kunnen zeggen over de plaat van de uit Oxford opererende Stornoway onder zanger/songschrijver Brian Briggs. Eenvoudig, doeltreffend, dromerig, pakkend aangrijpend materiaal met soms wel een breed assortiment aan instrumenten, gedragen door vocale pracht en meerstemmige backing vocals.
We zijn al meteen onder de indruk van de openingssong “Zorbing”. De groep grijpt naar de Britfolk van Fairport Convention en Steeleye Span, maakt het fijner en subtieler met de beeldschone pop van James en Belle & Sebastian en plaveit zich een weg tussen The Decemberists, The Unthanks en Megafaun. Door het gitaarspel, piano, toetsen, viool, banjo en trompet horen we onderhuids een sfeervolle countryinslag van John Denver, Fleet Foxes en Mumford & Sons.
Intrigerend alvast wat het gezelschap weet aan te bieden. Een boeiende, hemelse, lieflijke luistertrip van elf songs, vernuftig in elkaar gestoken, meeslepend en broeierig. Onthouden dus.

These New Puritans

Hidden

Geschreven door

These New Puritains, jong kwartet onder de broers Barnett uit Southend, England, doet de wenkbrauwen fronsen met de tweede cd ‘Hidden’, die ‘Beat pyramid’ van 2008 opvolgt. De groep zwoer bij onrustige, ongeduldige en hitsende punkfunk, maar heeft het over een totaal andere boeg gegooid, waarbij die punkfunk eerder in de drumritmes en in zalvende elektronica te horen is.
De band heeft een ambitieus werkstuk uit, een conceptalbum, die onderhuids durft te refereren aan het latere Talk Talk van ‘Spirit of Eden’. Een andere muzikale dimensie dus die wordt overschaduwd door gestoei met klassiek, orkestraties, bombast, zangkoren, blazers, elektro, wave, dancehall en jazz; wonderlijk sprookjesachtig (denk dan maar aan Midlake) als donker filmisch als abstractie, wat hen richting arty, progressive en avantgarde brengt, naast de Britse pop. Met toppers als “Attack music”, “Fire-power”, “Hologram”, “Drum courts – where corals lie” en “Orion” die ons in een soort ‘Ben Hur’ film waant door de gezangen.
Een eigen geluid, soms niet-van-deze-wereld, wonderschoon en ijzingwekkend!

Editors

Eat Row Meat – Blood Drool EP

Geschreven door

Met “Eat Raw Meat = Blood Drool” zijn Editors na “Papillon” en “You don’t know love”  aan hun derde single van hun laatste album toe. Met And on this Evening’ zorgde de band voor een radicale stijlbreuk want voortaan geen gitaren meer, maar wel synthesizers, samples en andere elektronica-toestanden. Het opmerkelijk getitelde “Eat Raw Meat = Blood Drool” vonden wij één van de sterkere songs en bijgevolg ook een terechte singlekeuze. De echte fans die het laatste album al in hun bezit hebben, kunnen we de aanschaf van deze single zeker aanraden. Er worden namelijk twee nieuwe nummers aangeboden die beiden in de stijl van ‘And on this evening’ liggen. “Alone” is een prachtnummer met een schitterende melodie en had niet misstaan op het full album, “Thousand  of Lovers” is verdienstelijk maar haalt jammer genoeg niet hetzelfde niveau.Verder zijn er nog drie verschillende versies van “Eat Raw Meat = Blood Drool”. Aangezien wij geen echte dance-liefhebbers zijn, werden we niet warm van de remixen  van de Steppin Brothers en Magnus Veggie . We genoten echter des te meer  van de akoestische versie waar  de onversneden klasse van Tom Smith en de zijnen overduidelijk is.
Misschien verlaten de heren voor een volgende album het elektronische pad en kiezen ze voor een meer akoestisch geluid? Wij zouden het luidkeels toejuichen!

Band of Horses

Infinite Arms

Geschreven door

Een album waar we als collectief heel hard aan gewerkt hebben en waar we erg tevreden over zijn, ….ons beste Band Of Horses album! Zo besloot drummer Creighton Barrett het korte interview dat we met de band hadden naar aanleiding van het optreden in de Brusselse Botanique. De opvolger van ‘Everything All The Time’ (2006) & ‘Cease To Begin’ (2007) ligt sinds enkele weken onder de titel ‘Infinite Arms’ in de winkelrekken. Laat U voor één keer niet verleiden door een goedkopere (il)legale download versie maar kies voor ‘the real thing’, want het zilveren schijfje zit verpakt in een bijzonder mooie hoes met binnenin enkele zeer fraaie, sfeervolle foto’s.
Met dit nieuwe album is de band uit Seattle ook overgestapt van het kleine Sub Pop label naar het grotere Columbia/Sony…en dit laat zich ook horen. De plaat klinkt een stuk toegankelijker en de melancholische countryrock flirt nu een stuk meer met ouderwetse westcoast-pop. De fans van het eerste uur zullen misschien teleurgesteld zijn dat op dit nieuwe album geen song staat van het kaliber “The Funeral” en toegegeven songs zoals de titeltrack “Infinite Arms”, “Evening Kitchen” & “Older” hadden zo op een nieuwe plaat van The Eagles kunnen staan.
Doch deze derde cd is een groeiplaat waarop rijke melodieën en doordachte georkestreerde arrangementen de songs kleuren en meer dan ooit een deur openzetten naar het grote publiek. De kracht van deze band blijft de sublieme houthakkersstem van Ben Birdwell, die ook nu weer tekent voor bijna alle composities.
Ik weet dat het vandaag moeilijk is om tussen de vele dagelijkse releases nog het kaf van het koren te scheiden maar deze nieuwe Band Of Horses is een wondermooie, eerlijke melodieuze popplaat die niet in je collectie mag ontbreken. Wil je deze band ook nog live meemaken dan moet je op 19 augustus op Pukkelpop zijn!

Never mind the stars

Aeroplane

Geschreven door

Dat je voor degelijke synthpop niet meer in England alleen moet zijn werd recentelijk reeds door het Franse Phoenix bewezen en het zou best kunnen dat je daar in de toekomst ook nog eens het Nederlandse (Never Mind The) Stars mag aan bij voegen.
Nou ja, het gaat hier eigenlijk om een Brit (Simon Little) die zich ophoudt in Nederland en in zijn vrije tijd allerlei synthpopdeuntjes in elkaar steekt.
Deze ‘Aeroplane’ is zijn debuutcd geworden die in eigen beheer werd opgenomen. Niet dat ‘Aeroplane’ nu het ultiem meesterwerk geworden is want daarvoor heeft deze Brit het blijkbaar nog niet begrepen dat 70 minuten nu eenmaal veel te lang is voor een synthpopcd maar het is wel een cd geworden waarop genoeg nummers staan die de luisteraar kunnen overtuigen dat we hier wel degelijk met talent te maken hebben.
Met de komst van groepen als Two Door Cinema Club of Delphic is deze 80’s geïnspireerde synthpop best op zijn plaats en het zou wel allemaal eens kunnen aanslaan, zeker voor mensen die niet vies zijn van een vleugje funk ook al moeten we weer de jaren ’80 aanhalen (inderdaad we hebben het over Prince).
Mensen die niet vies zijn van wat onbekend talent met een poppy ondertoon moeten beslist eens luisteren !

INFO http://www.myspace.com/nevermindthestars

 

I Heart Hiroshima

The Rip

Geschreven door

Is het geluid van een bassgitaar nu echt  nodig of niet? Het is een vraag zoals een ander,  en als je weet dat één van de grootste groep uit de muziekgeschiedenis nl. The Doors er nooit één heeft gehad dan is het antwoord bij voorbaat gekend. I Heart Hiroshima is ook zo’n groep die er prat op gaat dat een bas helemaal niet nodig is. Dit trio uit Brisbane zullen misschien wel geen muziekgeschiedenis als de groep rond Jim Morrison  gaan schrijven maar hun tweede cd ‘The rip’ is er zeker ééntje geworden die je echt moet horen.
Deze Australische bende wist Andy Gill (inderdaad, van Gang Of Four) te strikken om hun nieuwe plaat te mixen en wie Andy Gill zegt, zegt natuurlijk een onweerstaanbaar post-punkritme.
Post-punk zonder bass is natuurlijk een contradictie op zich maar zij komen er aardig (en vooral origineel) met weg. ‘The rip’ bezit een vijftal nummers die elk op hun beurt even fantastisch zijn, vooral de combinatie van mannelijke en vrouwelijke zang werkt prima ook al ligt dat grotendeels aan de sexy stem van drumster Susie Patten.
Muzikaal kun je ze ergens situeren tussen Ween, The Fall en zonder enige twijfel ook Pavement. Hier zijn deze Australiërs nog onbekend maar in hun thuisland reeds een indiegroep met naam die eerder getoerd hebben met The Rakes en Maximo Park.
Met een beetje geluk zou het geluid van deze groep best hier ook wel eens kunnen aanslaan want deze radiovriendelijke alternatieve indiepunkpop werkt zeer verslavend. Tipje.

INFO www.myspace.com/ihearthiroshima

Marina & The Diamonds

Marina & The Diamonds: frisse speelsheid van een popdiva-in-wording

Geschreven door

De 24 jarige half Welshe, half Griekse Marina Diamandis schiet de hoogte in met het debuut ‘The family jewels’, frisse, zwierige hitparade en balladpop, voorzien van een stevige scheut elektronica, bombast, galm en kitsch en die een mate van theatraliteit en dramatiek uitstralen. Een meerwaarde is alvast de uitbundigheid, de levenslust en zelfverzekerde houding van de mooi ogende jonge Diamandis, die over een expressieve stem beschikt. Ze voelt zich duidelijk goed in haar vel. Ze entertaint haar fans door haar performance en choreografie. Mooi is het allemaal, de act, de attributen en de kledingwissel met een gepaste dosis zelfrelativering.
De singles “Hollywood” en “Mowgli’s Road” kregen al heel wat airplay en zorgden ervoor dat ze binnen de ganse rits vrouwelijke opkomende artiesten Ellie Goulding, Little Boots, La Roux, Florence Welsch en Kesha al haar plaatsje innam. Trouwens, ze eindigde nog tweede in de race naar de BBC’s sounds of 2010. Tja, ze kijkt op naar artiesten als Gwen Stefani, Britney Spears, Kate Perry en de gadgets van Lilly Allen en Lady Gaga. Op een speels enthousiaste wijze verwerkt ze er invloeden van. Maar ook de intimiteit van een Regina Spektor en Heather Nova, de wave van Toni Halliday van het oude Curve, Catherine Ringer van Les Rita Mitsouko en Natasha Khan van Bat For Lashes. En tot slot kunnen we niet omheen Amanda Palmer (Dresden Dolls) en Kate Bush in de gimmick, de gig en de muziek.

Een goed uur lang kregen we deze zaken voorgeschoteld van Marina & The Diamonds en flitsten de invloeden ons door het hoofd. Ze goochelde maar al te graag met haar stem en ondanks het feit dat het er misschien soms over was, hielden we van de frisheid, de groovende, huppelende ritmes en haar uitstraling. In de eerste songs “Girls”, “17”, “The outsider”, “I am not a robot” en “Oh no” was het duidelijk dat zij zich ontpopte als een grootse popdiva-in-wording en dat ze er stond als artieste. De synths en toetsen gaven kleur en dynamiek. De singer/songwritster in haar kwam naar boven in het ingetogen “Numb” dat ze solo speelde op piano en “Obsessions”, die een spannende opbouw had. Op “Shampain” hoorden we zwaar aangezette partijen en een disco tune, die net als de single “Hollywood” en “Guilty” de nokvolle Rotonde aanzette tot de eerste danspassen. Ook het nieuwe “Rootless” bleek een veelbelovend nummer.
In de bis keken we eerst op naar de lingerie die in haar kleedje was verwerkt en kregen we een stevige “Mowgli’s road”, die de diverse stijlen van haar sound overtuigend samenvatte …

Ondanks de stijgende populariteit waande ze zich in haar living room. De toekomst wenkt van een grootse artieste, die performance, entertainment en gig evenwichtig verdeelde …als een volleerde actrice en zangeres ging ze te werk, zoals op een reclamespot … je bent jong, spontaan en joviaal … je wilt wat … én je kan wat … Die kans nam ze … en wij namen de kans met beide handen om haar nog te zien in de kleine pittoreske Rotonde …

Organisatie: Botanique, Brussel

Deftones

Zelfverzekerde Deftones serveren withete alt.metal

Geschreven door

Beste muziekliefhebber, welke verschrikkelijke trauma’s heeft U mogelijks over gehouden aan de term ‘nu-metal’? De kans is groot dat het ego van Limp Bizkit frontman Fred Durst, de ontspoorde doedelzak van Korn opperhoofd Jonathan Davis of de hapklare raprock van Linkin Park in dit verband een belletje doen rinkelen. Ook de uit Sacramento, CA afkomstige Deftones leken heel even op weg om de zoveelste nu-metal act in rij te worden, maar sinds het verschijnen van hun mijlpaal en voorlopige magnum opus ‘White Pony’ in 2000 denken we daar heel anders over. Frontman Chino Moreno liet zich op dit album naar eigen zeggen inspireren door de zangstijl van PJ Harvey en evolueerde hierdoor van indrukwekkende brulboei tot meester in hard-zacht nuances. Deftones verheffen lawaai tot kunst, en draperen hun gitaarmuren bij gelegenheid met etherische soundscapes.
Moreno & co zijn nooit echt vrolijke jongens geweest, en daar kwam zeker geen verandering in toen twee jaar terug bassist Chi Cheng na een autocrash in een maandenlange coma belandde. Het album dat op dat moment bijna een feit was, met als werktitel ‘Eros’, werd prompt verbannen naar de kluizen. Deftones werkten met voormalig Quicksand bassist Sergio Vega hun tourverplichtingen af, wat hen vorige zomer o.a. op Pukkelpop bracht, en doken met Vega vervolgens de studio in voor de opnames van het vorige maand verschenen ‘Diamond Eyes’. Met dit nieuw werkstuk keren Deftones overtuigend terug van nooit echt weggeweest, en lijkt de groep nog steeds heel erg populair getuige de druk bezochte ruilkassa die de AB vlak voor de aftrap van dit uitverkochte optreden opende.

Het publiek kon zich geen betere opener wensen dan “Diamond Eyes”, titelnummer en tevens nieuwe single uit de jongste Deftones worp. Een aanzwellende synth intro van Frank Delgado, een kurkdroge riff van Stephen Carpenter, het akelig strakke ritme van tandem Sergio Vega en Abe Cunningham, en de melancholische zang links en rechts onderbroken door een manische oerschreeuw van Moreno: de nummers op het jongste album mogen dan al wat minder experimenteel dan vroeger klinken, aan het beproefde recept lijkt de groep weinig te hebben gesleuteld. De groep liet van meet af aan een heel ontspannen doch gretige indruk, en zoals steeds moest Moreno maar weinig moeite doen om alle aandacht naar zich toe te trekken. De ooit zo imposante frontman heeft intussen de nodige kilootjes verloren, en leek hierdoor -in alle betekenissen van het woord- scherper dan ooit te staan. Tussen zijn monitors staat gewoontegetrouw een voetbankje verscholen opgesteld van waarop Moreno het legioen Deftones aanhangers begroet, observeert en ophitst. Alsof dat laatste nog nodig was wanneer reeds vroeg in de set met “Feiticeira”, “Knife Party” en “Elite” drie klassiekers op rij uit het meesterlijke ‘White Pony’ gloeiend heet werden opgediend. De songs kregen bovendien nog wat extra dimensie door sobere spooky visuals.
Na een vlammende start namen Moreno & co wat gas terug met het epische “You’ve Seen The Butcher” en vooral met “Sextape”, een luchtig doch bloedmooi popnummer waar ook Faith No More vroeger meer dan eens mee weggekomen is. Wat er ons meteen ook deed aan herinneren dat, net als Mike Patton, ook Chino Moreno over een indrukwekkend breed stembereik beschikt dat zowel fluisterend, croonend als schreeuwend onder je vel kruipt. Geen wonder dus dat Moreno’s strot nu en dan wel een slokje kruidenthee kon gebruiken, zeker als je er vervolgens ook nog een heerlijk oudje als “Minerva” moet uitpersen. Zelfverzekerd en zichtbaar genietend van de publieksrespons wisselde de groep dergelijke oudjes af met het nieuwe werk waarvan wij vooral het heerlijk dreigende “Prince” en een alweer opvallend melodieus “Beauty School” onthouden.
De finale werd ingezet met een trits nummers uit het doorbraakalbum ‘Around The Fur’ (1997); voor zover dat nog niet gebeurt was veerden nu ook de oudere fans recht op de tonen van “Be Quiet And Drive (Far Away)”, “Around The Fur” en het onvermijdelijke “My Own Summer (Shove It)”. De kers op de taart kwam er met alweer twee prijsbeesten uit ‘White Pony’. Ook zonder het gigantische strot van Tool’s James Maynard Keenan blijft “Passenger” moeiteloos overeind, en met “Change (In The House Of Flies)” hebben ook de Deftones na twee decennia zwoegen hun eigen “Stairway To Heaven” te pakken.

Na een zowel voor groep als publiek uitputtende set kwamen de Californiërs nog één keer de neus aan het venster steken met twee nummers die vooral de fans van het eerste uur moesten plezieren. “Root” is een korte en felle crossover eruptie daterend uit de tijd dat Deftones nog druk op zoek waren naar een eigen muzikale identiteit, en pronkt op het debuut ‘Adrenaline’ uit ’95. Uit datzelfde debuut werd “7 Words” als slotakkoord en als broederlijke steunbetuiging aan de inmiddels langzaam revaliderende bassist Cheng geserveerd.
“Was dit dan een perfect optreden?” hoor ik U dan denken. Wel, we moeten hard ons best doen om daar iets tegen in te brengen. Geen nummers uit het ferm onderschatte vorige album ‘Saturday Night Wrist’, en dus ook geen “Hole In The Earth” of “Cherry Waves”? Teveel pauzes tussen de nummers? Nee, onbelangrijke zaken laten we liever aan de politiek over. We zijn al dik tevreden dat Deftones met verve hun derde decennium als alt.metal pioniers lijken in te gaan.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Band of Skulls

Band Of Skulls: rock’n’roll pur sang

Geschreven door

Trouwe Botaniquebezoekers weten het ondertussen reeds langer dan vandaag … een verstandig muziekfan is beter op tijd want meestal zijn de voorprogramma’s nieuwe ontdekkingen die wel eens groot zouden konden worden.
Gisteren konden we reeds het Ierse Sisters Lovers bewonderen bij Kate Nash maar vandaag koos de Botanique voor nieuw Belgisch (nu ja, half Italiaans) talent met de groep Romano Nervoso.
Meteen bleek dat de groep zijn naam niet gestolen heeft want vanaf de eerste momenten gedroeg zanger
Giacomo Panarisi zich als een Mike Patton in zijn jonge dagen. Al snel bleek het podium voor deze mens te klein en razend enthousiast liep hij doorheen de Rotonde op zoek naar vrouwelijk schoon, en vooral op zoek naar waar deze groep recht op heeft : een beetje erkenning.
Toegegeven, Waalse topbands zijn op je één hand te delen maar deze groep maakte een soort van aanstekelijke stonerock die verrijkt was met invloeden als de vroegere ZZ Top of Wolfmother, maar vooral door een waslijst van groepen die de jaren ’70 onveilig maakten (en dan grabbelen we terug in onze platenbakken om ergens uit te komen bij Thin Lizzy).
Giacomo is zonder twijfel één van de meest aangename podiumbeesten die ik gezien heb, zonder ooit zijn waardigheid te verliezen en natuurlijk kon deze grapjas het niet laten om naar de huidige Belgische politiek te verwijzen en in twee talen sprak onze vriend zijn wens uit dat België vooral België mocht blijven.  Om dit te staven kwam onze lolbroek op het einde van het optreden plots opdraven met een gemeentebord van La Louvière … neen, we zien niet alle dagen zo’n act maar dit waren geen amateurs, dit was Waalse klasserock die je een kans moet geven….

Klasserock was wel het minste wat je van de nieuwe belofte Band Of Skulls kan zeggen. Russell, Emma en Matt mogen dan wel Brits zijn tot op het bot, toch klinkt hun debuut ‘Baby Darling Doll Face Honey’ zeer Amerikaans en meteen denk je aan fantastische releases op Touch & Go Records, of zoiets als Subpop in de begindagen. Blijkbaar heeft ook het Belgische publiek dit begrepen want de Rotonde zat goed gevuld ook al was het niet zo lang geleden dat dit trio hun showcase gaf in de Witloofbar, en zanger Russell Marsden kon het dan ook niet laten om hier een grapje over te maken, “Last time we were here, we played in the basement”. Als er zoiets als een Botanique-hiërarchie bestaat, dan spelen deze Engelsen de volgende keer in de Orangerie want dit was één van de fijnste concerten die ik de laatste tijd mocht aanschouwen.

Het geluid van deze mensen is quasi perfect te noemen. Emma’s bass trilt zo hard dat je daadwerkelijk de Rotonde voelt trillen terwijl Russell over een ongelooflijk breed gamma van pedalen beschikt en die ook daadwerkelijk gebruikt. Trouwens zelden gezien maar bij bijna elk nummer kreeg Russel een andere gitaar toegediend wat Band Of Skulls deed aanvoelen als een groep die over oceanen van gitaargeluiden beschikt.
Soms is het psychedelisch, soms denk je aan Kings Of Leon, soms denk je aan Galaxie 500, soms aan de onderschatte Nikki Sudden, even zelfs aan Neil Young maar binnen een paar jaar zal je vooral aan Band Of Skulls denken want deze groep heeft alles in zich om zeer groots te worden.
Rock ’n’roll pur sang, maar zeker niet met het verstand op nul. Prachtconcert en meer moet je daar niet aan toevoegen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Jamie Cullum

Jamie Cullum - Jazzy Jamie goes pop

Geschreven door

Jamie Cullum slaagde er misschien niet in Vorst Nationaal helemaal te vullen, maar zij die erbij waren in de ‘Club’ begin juni 2010 stroomden neuriënd buiten, vol- en aangestoken door de energieboost van de Engelse pianist-singer die steeds meer het jazzpad links laat liggen en zich tot een poppy entertainer ontwikkeld heeft.
’The Pursuit’ (November 2009) heet – na ‘Twentysomething’ en ‘Catching Tales’ het meest experimentele van zijn drie full albums te zijn. In elk geval is het de plaat waar hij het langst over deed, zo’n kleine vier jaar toch. Zijn concerten blijven echter even experimenteel als gedegen en gedreven. Jazz, ja zeker, maar zo veel meer. Zo veel lekkers ook. En niet enkel voor de vrouwelijke fans onder ons.

Klokslag 21u – na de matige opwarmer van Lauren Pritchard – sneed de virtuoos een volle twee uur durende musiccake aan met zijn hit “I’m all over it”: stevig meteen maar het catchy refrein had weinig tijd om te blijven hangen, want er waren nog zo veel andere indrukken op komst. ”Just One Of Those Things” bijvoorbeeld, de opener van zijn laatste cd, volgde gedwee. Beetje speciaal qua zang, maar met een leuke jazzy groove en met een sax-moment om dan al u tegen te zeggen. Dat was één van de weinige momenten dat zijn band uit de schaduw mocht treden, want het was overduidelijk de Jamie Cullum show met de witte spot vooral op hem gericht. Even waren er wat probleempjes met het geluid, maar die werden snel – zij het niet onopvallend - recht gezet en aan Cullum zelf viel niets te merken.
Van romantisch over jazz naar uptempo terug nog offtempo, hij wist zich te ontpoppen tot een nog veelzijdiger muzikant in het bijzonder, artiest in het algemeen. En hij pikt en vervormt, maar met een duidelijke meerwaarde. “Don't Stop The Music” van Rihanna kreeg een experimenteel kleedje en het stond mooi. Echt en eerlijk, verrassend sexy incluis. “Twenty Something” liet hij door de contrabas sterk eindigen. De zaal ging even alleen door na de laatste haal en Mister Jamie pikte er gewiekst op in. “Photograph”  zette dan weer even zachtjes de drummer op de voorgrond en Cullum ging zichzelf samplend verder terwijl hij – zijn gekend en publiekopwindend trucje – zijn piano op een klopronde trakteerde. “These are the days” zorgde opnieuw voor lekkere ambi in Vorst en even zette hij bij “We run things” het feestje zelfs zonder micro voort. Bij ,Het eerste dat je ons ooit hoorde spelen’ ging de zaal weer zachtjes meewiegen: “What a difference a day makes”, een schitterend duel-duet met de sax trouwens! Zijn contrabas mocht dan weer intens “I get a kick out of you”  inzetten vooraleer hij Gene Kelly arm in arm liet dansen met Rihanna, natuurlijk al ‘zingend in de rain’ onder haar ‘umbrella’.
Had El Jamie het ooit gelezen van de schaal van Richter die Vorst op zijn kaart zette toen Faithless er passeerde? In elk geval was zijn “Let’s make this building shake” een vingerwijzing die insloeg. Met de nodige “ooo-ooo”-momenten lukte het wel. En dan was het plots 23 uur en zij waren af. Het publiek zong verder en de band keerde snel terug voor nog twee bissertjes. Eerst het enthousiaste “Wind cries merry” en daarna kuste Cullum helemaal alleen met het ingetogen “Grand Torino”, de titeltrack van de gelijknamige film van Clint Eastwood, zijn fans genacht.

Wie er nog mocht aan twijfelen: Jamie Cullum is niet langer dat jazzpianist-artiestje. Hij is een gefortuneerd entertainer die voor iedereen muziek wil maken. Noem het poppy, wij noemen het sterk.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Pagina 435 van 499