logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Club 8

The people’s record

Geschreven door

De winterkou heeft lang genoeg aangesleept en dus is het hoog tijd geworden voor een lekker zwoel plaatje. Wat dacht je van Club 8?
Inderdaad, we hebben het over dit Zweeds duo dat ons reeds sinds 1995 aangenaam weet te verassen met hun zonnige indiepopdeuntjes en wiens eerste releases uitgebracht werden op het Spaanse cultlabel Siesta Records.
Ook al werden ze destijds vergeleken met namen als Camera Obscura, JJ of Kings Of Convenience gingen deze mensen toch meer en meer in de richting van de swingende bossa nova.  Na het succes van hun vorig album ‘The boy who couldn’t stop dreaming’ besloten Karolina Komstedt en Johan Angergärd om de valiezen te pakken en richting Brazilië te trekken om daar nog wat meer inspiratie op te doen.
Het resultaat kan je nu horen op deze heerlijke cd die geproduceerd werd door Jari Haapalainen en die is op zijn beurt bekend van zijn werk met Camera Obscura en The Concretes.
Het resultaat is werkelijk verbluffend en Club 8 brengt hier een album waarin melancholische melodiën verweven worden met een heerlijke salsasound. Als je benieuwd bent hoe Belle & Sebastian zou klinken indien ze geremixt zouden worden door Herb Albert, dan kan ‘The people’s record’ wellicht een antwoord op die vraag zijn.

Protestant Work Ethic

The jar and the shock

Geschreven door

Het eerste wat je denkt eens als deze cd aan zijn einde komt, is dat deze release perfect zou passen in de cataloog van Bella Union gewoonweg omdat de muziek van Protestant Work Ethic sterk aanleunt bij nieuwe goden als John Grant. Maar dit klein meesterwerkje van Protestant Work Ethic is echter gewoonweg  uitgebracht op het kleine (maar prachtige) Valeot Records.
Volgens de wereld van Google word je bij het intikken van Protestant Work Ethic naar allerlei religieuze verenigingen verwezen maar in de muziekwereld staat deze naam bekend (nou ja) voor het project van de Oostenrijker Simon Usaty.
Op deze tweede cd liet Simon zich inspireren door zowel nieuwe als oude folk en met het gebruik van instrumenten als een ukelele, een banjo, een accordeon of zelfs een glockenspiel tovert Simon de mooiste folkstukjes uit zijn mouw die steeds voorzien zijn van een mooie evenwichtige rijke muzikale omkadering. Het is dan ook geen wonder dat meerdere mensen deze band wel eens vergelijken met Mumford And Sons.
Kenners hebben al begrepen dat dit een kleinnood is om de vingers van af te likken, u weet waar u het eerst gelezen hebt. In de gaten houden die band !

Chau Chat

Le Debut

Geschreven door

Naast de shoegazerevival is er naar verluidt ook een ware Britpoprevival op komst. Of er nu weldra een nieuwe Blur of een nieuwe Oasis op ons zal afkomen blijft natuurlijk de hamvraag maar wat ons betreft kan Chau Chat best zijn steentje bijdragen aan deze heropleving. Ondanks de Frans aandoende naam (vernoemd naar Madam Chauchat uit ‘De toverberg’ van Thomas Mann) blijkt dit duo echter uit Munchen afkomstig te zijn.
Is het dan zo dat de ultieme Britpopplaat van dit jaar van Duitse makelij kan zijn?
Een vraag die we moeten afwachten maar in plaats van een overbodige kopie van een reeds bestaande band te zijn,  werkt dit duo (bestaande uit Christian Illi en Ron Flieger) vanuit een andere invalshoek. Hun klassieke muziektraining zal er wel niet vreemd aan zijn, maar moest er zoiets bestaan als een mix van Tindersticks en Pulp dan zou Chau Chat best wel eens het antwoord kunnen zijn.
De perfecte balans tussen klassieke avant-garde en poppy indiemuziek wordt gedurende heel de cd aangehouden en mits wat airplay zou het radiovriendelijke “Konfusion-Stigmata” best een hitje kunnen worden.
Ergens hadden we nooit gedacht dat we dit ooit zouden neerschrijven maar de meest doordachte en originele Britpopplaat zou dit jaar wel eens uit Duitsland kunnen komen.

Ben Harper

Live from The Montreal International

Geschreven door

Ben Harper heeft iets met live albums. Dit is inmiddels al zijn vijfde live registratie die op cd wordt geperst. Maar geen waarop hij meer briest, scheurt, knarst, bijt en gromt als deze hier. Met dank aan The Relentless 7, zijn nieuwe band waarmee hij in 2009 al het ziedende ‘White lies for dark times’ opnam en daarmee al onze twijfels wegnam na de daaraan voorafgaande middelmatige plaatjes. Quasi het volledige album is hier in deze live set opgenomen. Kan ook moeilijk anders, want dit was tot op heden nog maar de enige plaat die onder deze bezetting werd gemaakt. Wat we wel kunnen zeggen is dat de songs in een live kleedje nog een flinke brok gloeiender en scherper klinken, een stuk langer ook zoals in “Keep it together” waarin Harper zwaar aan het soleren gaat. Harpers gitaar klinkt overigens heter en gevaarlijker dan ooit, zijn Hendrix demonen zijn volledig losgeslagen en The Relentless 7 gaan geweldig tekeer.
Ook een paar interessante nieuwigheden zijn te vinden op dit live album. De bijzonder felle opener “Faster Slower dissapear come around” is een verdomd knappe en brute nieuwe song en Harper zet iets verder ook een vlijmscherpe versie van Hendrix’ “Red House” in de etalage.
Enkel de overbodige cover “Under pressure” (Queen en Bowie) staat hier een beetje onnozel te wezen en ook de ballad “Another lonely day”, de enige overblijver van The Innocent Criminals tijd, is nogal lauwtjes en past evenmin op dit bruisend live album.
Een live plaat die zeer in de smaak zal vallen bij Hendrix adepten, zoals Harper er natuurlijk zelf één is.

Golden Helmets

Transatlantic

Geschreven door

Sommige groepen verkiezen nog steeds het ouderwetse principe van de mond tot mondreclame en Golden Helmets uit Keulen zijn daar een mooi voorbeeld van. Je zal veel moeite moeten doen om iets van deze Duitsers op het net te vinden en toch zijn zij zoiets als een gevestigde waarde geworden in de Duitse garagerockscene. Tot nu toe mochten zij tot reeds complimenten van New Bomb Turks, The Fuzztones en onze eigenste Kids in ontvangst nemen.
Vanaf het moment dat je deze cd in je speler plaatst,  weet je ook meteen waar deze woorden vandaan komen want deze debuutplaat raast werkelijk als een trein over je heen. Ieder nummer bevat een maximum aan rock ’n roll terwijl er daar een lekker laagje soul wordt aan toegevoegd.
Laat Rocket From The Crypt een Motownplaat opnemen en het resultaat zou waarschijnlijk ergens in de buurt kunnen liggen van wat deze jongens hier brengen. Jammer genoeg duren rockplaten nooit echt lang en na 30 minuten is het rockplezier over en eigenlijk kun je alleen maar hopen dat deze Duitsers snel de richting van de Belgische podia zullen vinden.

Pavement

Standvastig Pavement behoudt jeugdige rommeligheid

Geschreven door

Het Amerikaanse kwintet Pavement is goed tien jaar na de laatste vijfde worp ‘Terror twilight’ terug bij elkaar voor enkele reünie concerten. Stephen Malkmus en de zijnen, waarvan we ook vooral Mark Ibold (ook nog een tijdje op tour met Sonic Youth) en Bob Nastanovich (multi-instrumentalist en tweede zang) onthouden, maakten zich in de jaren ‘90 populair met de ‘do it yourself’ gedachte van rammelende, soms opzwepende, lofi gitaarmuziek en opmerkelijke sfeervolle werkstukjes. Onderhuids behielden ze de melodieuze kracht, gedragen door de nasale, melancholische en onvaste zang van gitarist Stephen Malkmus. ‘Crooked rain, crooked rain’ en ‘Brighten the corners’ overtuigden een breder publiek, de andere cd’s beklemtoonden het vluchtige karakter en de ongekunstelde chaos! Indie nonchalance! Hun livegigs waren bijgevolg dan ook wisselend, desondanks kon de groep rekenen op een welverdiend respect.

’Welcome back’ prevelden ze … Een happy weerzin was het alvast, waarbij dertig - en veertigers en de nieuwsgierige (jonge) fan present waren op het heel snel uitverkochte concert in de AB. Pavement stelde bijna dertig songs voor, ruwer, rauwer of introspectief en ingetogen. Af en toe explodeerde het. Nastanovich was er deels verantwoordelijk voor door vocaal het voortouw te nemen en z’n teksten letterlijk uit te spuwen, wat de band een versnelling rapper deed gaan.
Malkmus was eerder speels, onbevangen en zelfrelativerend; hij liet alles wat meer z’n gang gaan, zwierde z’n gitaar wat heen en weer en gooide ze af en toe eens in de lucht.
Pavement wisselde sterke met minder boeiende songs af en speelde ook enkele lofi probeersels. In het eerste deel hadden we “Cut your hair”, “Elevate me later”, “Starlings”, “In the mouth a desert”, “The hexx” en “Triggercut”, die de tijd van toen deden herleven. In het tweede deel waren het “Grounded”, “Stereo”, “Summerbabe” en “Spit on a stranger”, die het vuur aanwakkerden. De lightshow, de spotlights en de versiering van witte lampjes waren uitermate leuk. “Range life” mocht na goed anderhalf uur besluiten, maar de band breidde er nog een uitgebreide bis aan; de klemtoon kwam op het materiaal van het succesvolle ‘Crooked rain, crooked rain’; de songs gingen op ontspannende wijze bijna in elkaar over, van “Silence kit”, “Stop breathin’” en “Gold soundz”. “Box elder” en “Shady lane” zaten ergens middenin.

Pavement had nog niet veel ingeboet van hun jeugdige rommeligheid, maar was duidelijk standvastiger! … wat maakt dat in de evaluatie van de set er nog altijd twee kampen zullen zijn om te maken of dit een uiterst goed concert was. De band gaf de indruk er losjes over te gaan , maar hield de touwtjes goed in handen!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Phosphorescent

Phosphorescent – een lichtjec in de duisternis bij Bobbejaans heengaan

Geschreven door

Merkbaar nerveus opende Boston Tea Party de avond. Een gebroken snaar gooide onmiddellijk wat roet in het branievol geserveerde eten maar het werd snel duidelijk dat dergelijke pech hun jeugdig enthousiasme niet kon temperen. Het koppel maakt wat ze zelf ‘gestoorde noisepop’ plachten te noemen, een op zichzelf nietszeggende term die dus een heel brede lading kan dekken. Wat we zagen, waren een vinnige jongen op gitaar en een niet minder energieke meid die voor de percussie zorgde. Dit slagwerk werd voornamelijk beheerst door de zelfgemaakte ‘stompbox’, een instrument dat toelaat om een stevige beat te genereren maar na verloop van tijd te eentonig klinkt om te blijven boeien.
Met een beetje fantasie kan men dit tweetal koppelen aan o.a. The White Stripes (om evidente redenen), Anne Clarck (omwille van het krachtig declameren van bepaalde songteksten door de jongedame), Peaches (omwille van de flair en onverschrokkenheid waarmee diezelfde dame bepaalde liedjes durft te zingen) en The Stooges (omwille van de riffs die de gitarist door de boxen joeg). Ook Gossip en The B52’s zouden we als referentie durven vernoemen. Met “The Mercy Seat” brachten ze een Nick Cave-cover die alleszins een zeer eigen stempel kreeg. De jongedame verklaarde de keuze door met een flinke portie ironie te beweren dat dit lied zo dicht bij haar stem ligt. Voor het overige hoorden we een zestal uit hun debuutplaat (“Little trouble kids”) geputte songs waaronder hun eerste single (het eerder donkere “90’s Dream”) en het met een stevige “I wanna be your dog”-gitaarflard gelardeerde “Zero One”.
Afsluiten deden ze met “She made me dance”. We hadden graag hetzelfde beweerd maar dat zou overdreven zijn. Qua inzet krijgen ze minstens een acht op tien, maar hun ruwe rock en technische bagage behoeven progressie alvorens potten te kunnen breken. Het siert hen wel dat ze dit zelf ook inzien, de slotwoorden van de gitarist (die trouwens een ware recidivist bleek op het vlak van snarenvernieling) luidden immers: ‘Volgende keer doen we beter.’ We hopen het met hen. Dat ze weinig pretentie hebben is duidelijk, over hun potentie durven we echter nog geen finale uitspraken doen.

Phosphorescent presenteerde zich tot twee jaar terug voornamelijk als een solo-act. Zo zagen we Matthew Houck op het Domino-festival van april 2008 veelvuldig gebruik maken van loops om de meerstemmigheid van de gelaagde muziek uit het prachtige ‘Pride’ (2007) te kunnen vertalen naar het podium. Sedert de aan ‘To Willie’ (2009) gekoppelde tournee verkiest hij echter het gezelschap van een 5-koppige begeleidingsband. Muzikaal sluit zijn nieuwste CD, ‘Here’s to taking it easy’, trouwens erg aan bij hetgeen hij op dat eerbetoon aan Willie Nelson op plaat liet persen. Terwijl zijn eerste drie albums minder toegankelijk waren en vaak getuigden van een onbestemde en beklijvende sfeer, gooit Phosphorescent het sedert vorig jaar duidelijk over een vlottere countryrock-boeg.
Na een lange instrumentale intro hoort men in het STUK de eerste vier nummers van ‘Here’s to taking it easy’. Dit alles in identiek dezelfde volgorde als op plaat, het hoeft dus niet te verbazen dat Houck apetrots is op zijn laatste werkstuk. Zelf zijn we iets minder opgetogen want geluidstechnisch liep er het eerste kwartier aardig wat mis, pas vanaf “Mermaid Parade” horen we de nodige beterschap. Vervolgens krijgt het op “Pride” onbeschrijfelijk sterk klinkende “A Picture Of Torn Up Praise” een grondige herwerking die ons niet voor het laatst doet beseffen dat de winst aan (samen)speelplezier tot een verlies aan impact geleid heeft. Niet dat die klassesong plots middelmatig klinkt, maar we durven ons afvragen of Houck die nieuwe live-versie zelf beter vindt dan het door merg en been gaande origineel. Gelukkig doet “Tell Me Baby (Have You Had Enough)”ons toch nog verzoenen met de sound die zijn begeleiders creëren. Ook de samenzang in het uit
‘Aw Come Aw Wry’ (2005) stammende “Joe Tex, These Goddam Taming Blues (Are Killing Me)” vloeit mooi over in puike arrangementen.
De Willie Nelson-hattrick (“It’s not supposed to be that way”, “Too sick to pray” en “Reasons to quit”) doet Houck opmerken dat Phosphorescent ballen heeft want dat geleende materiaal is zodanig sterk dat - en we citeren -  ‘the Phosphy-songs will sound as shit’. Een bewering die hij stande pede ontkracht door twee andere hoogtepunten uit ‘Pride’ ten berde te brengen: “Wolves” komt mede door technische problemen wat moeizaam op gang maar vloeit uiteindelijk uit in de prachtige hymne die ons bij elke beluistering een krop in de keel bezorgt, “At Death, A Proclamation” kent evenmin een vlekkeloos verloop maar evolueert naar een verschroeiend slot dat terecht op luid applaus onthaald wordt.

In de bisronde grijpt Houck terug naar
“Aw Come Aw Wry”. Terwijl het solo gebrachte “Dead heart” de zaal muisstil krijgt, bevestigt “Endless” (vocaal begeleid door de gitarist) dat Phosphorescent op zijn best is in zijn meest breekbare versie. Geholpen door zijn hoorbaar vermoeide stembanden is Matthew Houck capabel om koude rillingen op te roepen in een nochtans meer dan voldoende verwarmde Labozaal. Het zou ons niet kunnen deren indien “Endless” zijn titel waarmaakte. Spijtig genoeg komt echter aan alle mooie liedjes een eind, zelfs Bobbejaan Schoepen moest dit dezelfde dag nog onder ogen. Een lang uitgesponnen versie van “Los Angeles” liet alle muzikanten nog eens het beste van zichzelf geven zodat we alsnog een positief eindoordeel kunnen vellen over deze passage van Matthew Houck en de zijnen. Bobbejaan weet zich alleszins verzekerd van een waardige opvolger…

Organisatie: Stuk, Leuven

Paul Weller

Paul Weller - Op klasse staat geen leeftijd

Geschreven door

De, laat ons zeggen, vrij productieve Paul Weller heeft met ‘Wake up the Nation’ alweer een puike plaat uit, en dit kort na het nogal uitgebreide ’22 dreams’. Opnieuw een hoop materiaal dus om mee op tournee te gaan.
Wat een live optreden van Weller steeds zo bijzonder maakt is de variatie en de vrij verassende keuze van setlist. In de AB was dit niet anders.

Gedreven als altijd begon Weller stevig aan zijn werk, met al heel vroeg in de set een vinnig “Changingman”. Een straffe nieuwkomer als “Moonshine” kon perfect het tempo aanhouden. The modfather, zoals we hem kennen, schakelde moeiteloos over van gebalde rock naar klare soul (“No tears left to cry”), zwevende seventies rock (de klassieker ‘Porcelain Gods’ was alweer één van de hoogtepunten) en akoestische intimiteit (de eerste bisronde met een knap “All on a misty morning” was volledig unplugged).
Grasduinen in het verleden van zijn andere bandjes deed hij met “Pretty Green”, “Start” en, als zeer aangename verassing in de tweede bis, de gebalde punk van “Art School”, alle drie van The Jam. Doch het was vooral een soulvolle opzwepende versie van “Shout to the top” (Style Council) die de zaal deed ontploffen.
Weller’s band, met nogal wat keyboards, musiceerde foutloos en zonder veel franjes. De tendens van de nieuwste plaat werd met overwegend korte songs volledig doorgetrokken.
We vonden weinig of geen schoonheidsfoutjes, alhoewel “You do something to me” ons een beetje te routineus was, maar dat is dan ook zowat het enige wat we kunnen bedenken.

Dit optreden blonk weer eens uit door de veelzijdigheid en de klasse van een zeer invloedrijke en immer boeiende artiest. Die gast is nog niet versleten, gewoon al omdat hij zichzelf nooit herhaalt. Daarom ook, beste fans, zal hij nooit of te nimmer The Jam terug uit de kast halen, en eigenlijk is dat maar goed ook. Oude koeien uit de gracht halen is niets voor een creatieve geest als goeie ouwe Paul.

Organisatie: Live Nation

The Pattern Theory

The Pattern Theory - Traditionele post-rock met een funky knipoog

Geschreven door

In tijden van crisis (en zelfs daarbuiten) is het concept van een gratis concert steeds meegenomen. Reeds geruime tijd zorgt in Gent, Cafe Video voor een interessant wekelijks aanbod van nieuw binnenlands en buitenlands talent. De laatste tijd zijn er zelfs regelmatig try-outs te bewonderen van grotere namen, dus hou je maar beter de concertkalender van het café in de gaten!

Dit initiatief is een must voor al wie in of rond Gent woont, want met een lekkere pint aan de toog kan je hier gratis en voor niks gadeslaan wat er zich in de huidige underground afspeelt.
Vandaag was het de beurt aan The Pattern Theory, een trio die door de undergroundpers de laatste tijd meer en meer omschreven wordt als het nieuwste postrock-wonder. Een echt wonder was echter dat de band Gent gehaald had want eventjes leek het erop dat zij ook het zoveelste slachtoffer zouden worden van de niet afnemende IJslandse aswolk.

Op de debuutlp moet de liefhebber van math rock wel nog een paar maanden wachten, maar gisteren hadden deze vriendelijke jongens de eer om hun eerste EP aan het Gentse publiek te mogen voorstellen, eentje die ze gewoonweg ‘EP1’ gedoopt hebben. Niet bijster origineel maar gelukkig lag dat muzikaal enigszins anders.
Deze drie (ze zijn een beetje van overal, van Berlijn tot Leeds) lieten zich vooral inspireren door de beginplaten van Tangerine Dream en dat hoor je meteen na de eerste minuten.
Niet dat het we hier symfonische elektronicacomposities te horen krijgen maar net zoals de Duitse grootmeesters in hun begindagen opteert The Pattern Theory voor een eerdere rustige muziekstijl met veel aandacht voor minimale geluidjes. De muziek van The Pattern Theory houdt ergens het midden tussen traditionele krautrock, de meer avontuurlijke post-rockbewegingen van een groep als Trans Am en een leuke portie slowcore.
Dat je bij dergelijke muziek muisstil moet zijn, had het publiek zeer goed begrepen (wat jammer genoeg niet steeds het geval is in de Video) want vandaag kon je bijna letterlijk een naald horen vallen waardoor alle details die dit trio toverde mooi naar boven kwam.
Gelukkig maar,  want het zijn net de details die het hem doen bij The Pattern Theory, zo wordt hun repetitief basgeluid (dat soms verduiveld veel leek op dat van Nile Rodgers) meerdere malen doorbroken door een plotse glockenspiel, een eenzame synth of een ingetogen drumslag. Trouwens The Pattern Theory zijn niet echt vies van een portie pop want hun alter ego is Sunken Sails, zowaar een popband !

Maar laat ons eerlijk blijven met de lezer, The Pattern Theory zal wellicht eeuwig gedoemd voor de underground blijven want voor een echte doorbraak is hun geluid net iets niet catchy genoeg en zeker niet commercieel genoeg, maar dat betekent geenszins dat dit geen interessante groep kan zijn, integendeel.
Iedere mathrock-fan die opteert voor de klassieke aanpak zal zeker zijn vingers kunnen aflikken aan de binnenkort te verschijnen cd. Dank u wel Cafe Video voor dit mooi initiatief.

Organisatie: Café Video, Gent

Les Nuits Botanique 2010 - Jamie Lidell, Little dragon - onbegrensde muzikale genialiteit

Geschreven door

Na zijn eerdere doortochten in de Botanique, de AB en de Hallen van Schaarbeek heeft Jamie Lidell al lang geen kompas meer nodig om onze hoofdstad te vinden. De dag dat zijn nieuwe worp ‘Compass’ in ons land uitkomt, vond hij de tijd om deze voor te stellen in de Chapiteau op Les Nuit Botanique.
Jamie Lidell is sinds kort, om het met Sting z’n woorden te zeggen, ‘An Englishman in New York’ geworden. Mijmerend over zijn nieuwe leven, was het Beck die de aanzet gaf voor wat alweer de 4e plaat is van de ingenieuze geluidskunstenaar. Het was echter niet alleen muzikale bondgenoot Beck die meewerkte aan ‘Compass’, ook andere klinkende namen hadden een belangrijke bijdrage: Warp Records labelgenoot Leslle Feist (lyrics en inzingen van nummers), Chris Taylor van Grizzly Bear, Gonzales (piano) en Pat Sansone van Wilco (afwerking van de opnames) waren betrokken. ‘Muddlin Gear’ buiten beschouwing gelaten, zoekt ‘Compass’ de gulden middenweg tussen de experimentele elektronica van ‘Multiply’ en de soulpop van ‘Jim’. Het is een plaat geworden die overloopt van muzikaal geflirt, een vreemde rocksound en geflipte percussie. Dit alles overgoten met de prominent aanwezige soulstem van Lidell.

Jamie was behoorlijk in zijn sas en maakte met zijn nieuwe band meteen indruk door het enthousiasme waarmee hij zijn nieuwe nummers en aanstekelijke ‘feel good vibes’ de Chapiteau instuurde. Ondersteund door een liveband gaf kameleon Lidell blijk van zijn onbegrensde muzikale genialiteit, flirtend met diverse muziekgenres… electro, rock, soul, blues, pop,… al dan niet als cocktail in één en hetzelfde nummer. Halfweg de reguliere set gooide hij solo de toon en de limiet om door een elektronicaschokje uit te delen. Lidell op zijn best, al beatboxend zijn eigen stem bewerken en samplen op een kluwen van elektronische apparatuur. Vreemde danspassen, funky gebaren en gekke bekken trekkend… bijna loos gaan op zijn percussie of apparatuur: het zorgde voor een ongenaakbare podiumpres(en)tatie.
Naast de optimistische, heerlijk door het leven fluitende, pareltjes als “Another Day” (hoewel we deze versie net wat minder vonden) en “A Little Bit Of Feel Good” (een vette beatboxversie op het einde), gooide Jamie het publiek “Enough Is Enough” tussen de oren. Een typisch uptempo en speels Lidell-nummer dat schatplichtig is aan The Jackson Five. Het met dubbele drum voorziene “I Wanna Be Your Telephone”, (hallo Prince?) en het melancholische en feeëriek ingetogen gespeelde titelnummer “Compass” maakten grote indruk. Om maar te zwijgen van de subtiel gelaagde (piano, synths en blazers) single “The Ring”, waarmee hij zijn set begon. We werden blootgesteld aan verrassend hard gitaarwerk op “Completely Exposed” en “Gypsy Blood”, Jamie’s dedication aan de gypsies. De ingehouden zang van het nummer “Multiply” blijft het beste excuus voor een feestje. Jamie danste de gypsy-dance en ging prat op een fantastische soloversie van “A Little Bit More”. Bij het met een drumcomputer aangedreven “When I come back around” stuiterden en vlogen de verknipte vocalen op de meest onverwachte momenten als een volleerde springbal door de Kruidtuin. Maar er was meer… het aanstekelijke en door Beck geschreven “Coma Chameleon” bijvoorbeeld… of hoe beats uit de hiphop, blaasinstrumenten en gitaren met mekaar een uiterst interessante kruisbestuiving aangingen. Afsluiten deed Lidell met de bijzonder zoete ballade “She Needs Me” waar we een Prince-visioen kregen. Klasse!

Afgaand op dit concert wordt ‘Compass’ allicht één van soundtracks voor een drukkend hete zomer. Misschien maakte Lidell één van zijn beste platen tot dusver?! Jamie Lidell betoverde live alleszins met speelse improvisaties en experimenteel kattenkwaad. Dit was wederom een eigenzinnige en unieke liveshow met een hoge entertainmentwaarde en de zo typerende alomtegenwoordige souljams van Lidell. Ons hoofd eraf als deze plaat geen potten breekt… Jamie Lidell mag zich opmaken voor een verdere verovering van het soulpopheelal dat zich ergens situeert in het onverkend gebied tussen dansbare elektronica, funk en pure soul… “Aiming for the moon”… het zijn Jamie’s eigen woorden (in RifRaf, nvdr).
... Deze zomer alvast op het Cactusfestival in Brugge (zaterdag 10 juli! btw) te zien ... Check it up ...

Support Little Dragon is een Zweedse elektronicaband uit Göteborg met de Zweeds-Japanse zangeres Yukimi Nagano. De band is vooral bekend voor het nummer “Twice” dat zijn opwachting maakte in ‘Grey’s Anatomy’ en het feit dat ze mee op tour mochten met TV On The Radio. De bandleden zijn ook te horen op “Plastic Beach” van Gorillaz. Little Dragon slaagt erin om jazz, elektronica en pop met elkaar te verenigen. Een ideaal voorgerecht voor Jamie Lidell dus!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 - The Drums – Beloftevolle band

Geschreven door

Er viel nog heel wat te beleven op de afsluitende Nuits Bota … de geprogrammeerde bands zaten nog niet op hun tandvlees …In de Chapiteau kon je terecht voor de funkende souldance, afrojazz en pop van Jamie Lidell, het Canadese Holy Fuck speelde energieke, opzwepende vibes en ritmes van luchtige elektronica, percussie, noise en rock in de Orangerie of je genieten van de sing/songwriterpop van Richard Hawley in het KC. En tot slot in de Rotonde stond één van de gehypte bands van het moment, The Drums … Hun single “Let’s go surfing” heeft een groot meezing- en fluitgehalte en zorgt er net als “Young Folks” van Peter, Bjorn en John voor dat de koude dagen van april en midden mei een zomerse temperatuur krijgen.

Het NY-se kwartet heeft al een tijdje hun EP ‘Summertime’ uit en binnenkort kloppen ze aan met hun debuut. In een volgepropte Rotonde konden we alvast op ontdekking gaan. Achterna konden we zeggen dat het kwartet, dat zich in Engeland schuilhoudt, meer in petto heeft dan een minnestrelend leuk nummer. The Drums rond gitarist Jacob Graham en zanger Jonathan Pierce goochelen met waveritmes van Joy Division, The Cure, de gitaarwaverock van Ian McCulloch (Echo & The Bunnymen) en The Smiths, halen invloeden aan van Fad Gadget, The Chameleons en roepen beelden op van de cold/glamour wave van Spandau Ballet en Theatre of Hate (zie hun haarsnit). En alsof dit nog niet genoeg was, hoorden we in songs de galmende, diepe bas van Peter Hook, de electro van New Order, de hoekige, springerige ritmes van The Rakes en Bloc Party in hun begindagen en zijn ze niet vies van de zomers surf van de Beach Boys en van de girlgroupies Shangri-Las en The Ronettes. En inderdaad, Interpol, White Lies en Editors mogen toch opkijken naar het opkomende talent.
Een mengelmoes en recyclage dus, die door deze jonge gasten een catchy melodie, een dosis lichtvoetigheid en een frisse, luchtige noot krijgen. Ze laten ook bitterzoete melancholie sluimeren in enkele songs. Wat maakt dat ze voldoende variaties aanbrengen en veel in hun mars hebben. De aanstekelijke deuntjes werden hoedanook sterk door het publiek onthaald.
De theatrale, spastische bewegingen, de hoekige danspassen en de grappige aankondigingen van Pierce deden denken aan onze Bijna Slimste Mens, Das Pop zanger Bent Van Looy (… had uiterlijk wel iets mee van hem!).
In de eerste songs straalde de zon nog niet echt, “It will all end in tears” en “My best friend (died)” waren qua tekst nu niet meteen de vrolijkste om mee te starten, maar hadden muzikaal voldoende dynamiek en vitaliteit. De daaropvolgende songs “I felt stupid”, “Submarine”, “Moon”, “Make you mine” en “Book of stories” waren grotendeels van dezelfde leest, hadden speelse, verrassende wendingen, gingen van een slepend naar een meer huppelend ritme of explodeerden ergens middenin. “Jerk” had dan iets mee van Vampire Weekend door de verleidelijke, opzwepende drumritmes. En “Skipping town” kleurde door het galmende gitaargetokkel. De single “Let’s go surfing” met z’n  overbekende, aanstekelijke deuntjes, beëindigde na een goede 45 min de set. Het nummer klonk alvast krachtiger en directer dan op de radio.
Na bijna elk nummer werd het publiek hartelijk bedankt voor de respons, boog Pierce voorover en maakte een boogie danspas. En de momenten dat Graham even niet op z’n gitaar speelde, sprong hij wat in rond met z’n tamboerijn. Leuk allemaal.

Twee nummers besloten, het meeslepende, opbouwende “Down by the water” ( the love for all the boys & the girls) en het strakke, intens broeierige “Forever (and ever)”, de komende single, die doet denken aan de Psychedelic Furs.
We zagen een knappe, melodieuze set van het kwartet, die een grootse toekomst kunnen tegemoet gaan; ze stonden er overduidelijk als liveband en kunnen net als White Lies vorig jaar de hoopvolle band zijn van 2010!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 – Wolf Parade, Surfer Blood en Warpaint

Geschreven door

In de Orangerie was het vanavond ‘the place to be’ om enkele ‘upcoming’ bands aan het werk te zien, die met de gevestigde waarde, het Canadese Wolf Parade van het duo Spencer Krug en Dan Boeckner heel erg schoon en overtuigend besloot. Beide heren zijn actief in bands als Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs en worden genoemd met bands als Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Built To Spill en Arcade Fire.
Van het kwartet mogen we volgende maand nieuw werk verwachten, ‘Expo 86’, die ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’ (’08) opvolgen. Duidelijk was dat ze een erg goed op elkaar ingespeelde band zijn en over tonnen enthousiasme, dynamiek, speels-  en frisheid beschikten … een hechte band met klasse, die er vanavond stevig tegen aan ging, broeierig klonk door de gitaren en opzwepende drums en onderhuids geïnjecteerd werd door forse psychedelicatoetsen. De afwisselende vocals en de vloeiende samenzang in de refreinen gaven elan aan de sound. Bezwerend boeiend materiaal, dat heerlijke tempowisselingen onderging en krachtig, energiek en geëmotioneerd kon zijn; ze lieten ruimte voor de instrumentatie en hielden de subtiliteit onder controle. Met zwaar aangezette synths opende “Soldier’s gun” de ruim anderhalf uur durende set. Ze zorgden voor prachtmomenten met o.a. “Fast ballad, “It’s a curse” en “Sun & daughters of hungry Gods”; hun favoriete song in het rijtje was trouwens “Ghost pressure”. We verstaan er ons niet aan dat de band nog steeds niet de verdiende airplay krijgt op hun snedig materiaal.
“This heart’s on fire”en “What did my lover say” verraadt het puike songwriterschap van het duo en met een finale reeks als “Kissing the beehive” en “I’ll believe it anything” besloten ze en verve hun staaltje ‘direct alternative indierock’.
De band gaf aan dat ze vanavond wel hun beste concert speelden … En zagen we ergens in de zaal de heren van Team William niet …?!

Wolf Parade werd vooraf gegaan door de dames Emily, Theresa en Jenny van Warpaint, aangevuld met Stella Mozgawa op drums. De indie van de dames wordt nogal omgeven door post-punk, wave en galm; zweverige en dromerige songs, die een donkere, broeierige intensiteit hadden, waarover hemelse vocals en een harmonieuze samenzang heen waaide. Een betoverend sfeervolle sound die The Cranes (Alison Shaw), The Mazzy Star (Hope Sandoval) en Slowdive omarmde. Een beloftevolle band die eerder al de EP ‘Exquisite corpse’ uitbracht en waarvan de komende zomer het debuut verwacht wordt. Checken dus!

Even opmerkzaam was de lekker in het gehoor liggende catchy powerpop van de vijfkoppige indierockband Surfer Blood uit West Palm, Florida. Deze jonge gasten bundelden hun muzikale invloeden samen in het aanstekelijke debuut ‘Astro Coast’. Inderdaad, verslavende poppy songs met een scherpe randje, opgezweept door toetsen en een dubbele percussie. Weezer, Pixies, Pavement, Vampire Weekend borrelden op in songs als “Fast jarboni”, “Take it easy”, “Catholic pagans” en “Anchorage”; de single “Swim” sierde door de gitaarexplosies tussenin en reeg “Gigantic” (The Pixies) en “Sweet Jane” (Lou Reed) aaneen. Tja, een bandje die van alles proefde en het in een kort gebald, strak setje overtuigend bracht!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Wovenhand

Wovenhand - Bezielde en bezwerende set

Geschreven door

Dave Eugene Edwards is nu al met ‘The threshing floor’ aan de zesde Wovenhand plaat toe. De plaat is nog maar net uit, ze is zelfs nog warm, en de sympathieke club 4AD in Diksmuide krijgt als één van de eersten de live voorstelling ervan.
Anderhalf jaar geleden zagen we de groep nog aan het werk in de Kortrijkse Schouwburg met een felle en verbeten set ter promotie van het snedige album ‘Ten Stones’. De sfeer van een kleine club als de 4AD is toch wel wat anders, Edwards staat dichter bij zijn publiek, wat toch voor zowel artiest als publiek een andere beleving teweegbrengt, aardser zeg maar. Zo mogen wij vlak voor onze neus meemaken hoe Edwards op een alweer heftige en bezwerende manier omgaat met vooral nieuwe songs die het vertrouwde geluid in zich dragen, maar zich soms iets meer gaan inhouden.

De withete woede van ‘Ten Stones’ zit er nog in, maar wordt hier afgewisseld met al iets rustiger momenten. Wij hebben zo de indruk dat de nieuwe songs iets minder van zich afbijten maar soms nog dieper graven. De stijl is onmiskenbaar Edwards, hij zingt met de bezetenheid van een overtuigd prediker en gaat een verwoede strijd aan met zijn gitaar waaruit hij onheilspellende klanken tovert. De sfeer is er één van mistige moerassen, kwade geesten en dreigende onweerswolken.

Wanneer we Dave Eugene Edwards aan het werk horen en zien komt steeds dezelfde naam voor onze gedachten: Nick Cave. Diezelfde woede, bezieling en bezwering, doch, laat het duidelijk zijn, geen kopie.
Het eerder korte optreden is er alweer eentje om te onthouden. Spreekt daar eigenlijk nog iemand over Sixteen Horsepower?

Organisatie: 4AD Diksmuide

Les Nuits Botanique 2010 - CocoRosie en Efterklang

Geschreven door

Het kunstminnende cabaretier CocoRosie van de zusjes Casady zijn vaste klanten tijdens het Les Nuits concept. Ze dompelen ons onder in hun unieke, wondere sprookjes droomwereld. Ze gooiden er vanavond bijna de volledige nieuwe cd ‘Grey Oceans’ tegenaan die mee werd geproduceerd door Dave Sitek van Tv on the radio. De eigenaardigheden zijn duidelijk gefilterd en van de haaks vocale tegenstellingen en van de geniale gekte van het vroeger materiaal van allerhande geluidjes is er dus duidelijk minder sprake.
Sierra’s operastem weet steeds dieper in te dringen en Bianca’s rauw raspende stem is geëvolueerd naar een fraaie soms emotievolle hoge zang. Het weirde klankenpalet van knusse, iets–niet-van-deze-wereld freefolk/elektronicableeps laat meer sfeervolle hiphopbeats en Oosterse en Indiase invloeden toe, klinkt in z’n totaliteit minder bevreemdend en is toegankelijker geworden. De schoonheid zit subtieler in elkaar en de songs laten zelfs een meer rustige indruk na.

We konden vorig jaar al ‘een tip van de sluier horen’ toen de zusjes met beatboxer Tez en Gael Rakotondrabe, vaste pianist sinds de vorige tour, aangevuld met een drummer op Folkdranouter te zien waren met een soort ‘Unplugged’ tour. De fraaie zangpartijen en het pianospel namen een prominente rol in!
De fans van het eerste uur zullen wel niet afhaken na vanavond, want de CocoRosie herkenbaarheidfactor blijft torenhoog maar door de verfijnde, melodieuze, gemoedelijke, sfeervolle aanpak kunnen ze nog een breder publiek aanspreken. De ietwat krachtig aandoende nummers als het intrigerende melodieuze “Fairy paradise”, het obscure puike “Fatherhood” door de huppelende ritmes en de prachtige “Moon asked the crow”, “Hopscotch”, kunnen door de explosiever wordende beatbox en keelzang duidelijk hun mannetje staan naast “(black) Rainbowwarriors”, het enig opzwepend oudje in het eerste deel van set.
In de overwegend sfeervolle set hadden we het ingetogen “Grey oceans” bepaald door de pianotunes en een broeierig opbouwende “Lemonade”, die zich moeiteloos nestelden in de prachtige (oudjes) “Black poppies”, “Animals”, “Promise” en “K Hole”.
We hoorden rijkelijke Oosterse sounds in “Undertaker” en “Smokey taboo”, die refereerden aan het werk Loop Guru, Transglobal Underground en die zelfs een vleugje Ofra Haza koesterden. De speelgoedgeluidjes waren zo een beetje de rode draad binnen de sound, en niet voor niks zagen we ‘toys’ en een kermiscarrousel op het grote doek achter hen.
Het samenhorigheid – kampvuur - gevoel brandde iets minder fel, maar treffend en pakkend klinken ze nog steeds. Tez kreeg traditiegetrouw de ruimte om z’n beatbox te showen.
In de bis bleven de meesterlijke “Beautifuil boyz”, “Werewolf”, “By your side” en “Japan” in de koelkast, maar ze maakten een sterke beurt met een geschifte versie van “Bear hides & buffalo” en “Tranny power”, een song die op geen cd terug te vinden is, maar de instant klassieker “Japan” benadert met z’n pompende karakter en afrogrooves. Regendansjes en een ‘Wizard Of Oz’ gehalte waren hier op z’n plaats.

Kijk, CocoRosie is één van m’n favorieten én van de Bota en blijft iets bijzonders & magisch … wordt vervolgd …

Met de support van het Deense Efterklang had de organisatie eigenlijk wel een ‘double bill’. Efterklang grossiert momenteel tussen de Scandinavia van Sigur Ros, Björk, Mum en de Britpop van Elbow en Grizzly Bear adepts op het recente ‘Magic chairs’; dromerige popkracht met verrassende wendingen staan nu voorop. De episch indringende parelpop is wat op het achterplan geraakt. Naast enkele belangvolle oudjes als “Step aside” hoorden we o.a.. “Full moon”, “I was playing drums”, “Modern drift” en “Alike” van de nieuwe cd. Ze hebben definitief de bombast en de typisch artistieke schoonheid van zich afgeschud!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Train

Train vol overtuiging in kleine Duitse club

Geschreven door

Ook in de muziekwereld is het crisis. Rechtstreeks gevolg hiervan is dat Amerikaanse bands nu al eens vlugger over de plas vliegen om ook hier in Europa een graantje mee te pikken. Zo maakte de Amerikaanse poprockband Train eindelijk nog eens een uitstapje naar het vaste continent voor een korte Europese tournee die helaas geen halt hield in België. Dan maar even afzakken tot in Keulen. De veel te kleine club Luxor was ‘the place to be’. Bijzonder vreemd om een band als Train in een dergelijke omgeving aan het werk te zien.
Train brak in 2001 door met het album ‘Drops Of Jupiter’. De gelijknamige single werd wereldwijd een grote hit. Velen dachten dat deze band een eendagsvlieg zou blijven tot de single “Hey Soul Sister” recent voor een nieuwe Europese doorbraak zorgde. Na 2001 bracht Train nog drie studioalbums uit, die vooral in eigen land bijzonder succesvol waren. Het recentste, vijfde album ‘Save Me San Francisco’ ligt sinds de zomer van 2009 in de rekken en mede door het enorme succes van “Hey, Soul Sister” (de succesvolste Train single ooit!) wordt de plaat nu opnieuw door vele popfans heropgepikt.

De club Luxor (een veredelde dancing) zat al afgeladen vol toen opwarmact Wayne Jackson een klein half uurtje akoestisch zijn ding mocht doen. Jackson, een sympathieke Brit die in Berlijn leeft, heeft net zijn tweede album ‘Undercover Psycho’ uitgebracht, een vrij aardige popplaat. Een zeer slecht zaalgeluid zorgde echter voor een totaal ongenietbaar optreden. De man probeerde echter wel als een echte ‘stand-up comedian’ contact te leggen met het publiek, iets wat hij met zijn popsongs niet kon verwezenlijken. De slechte klank deed het ergste vrezen voor het optreden van Train.

Het optreden van Train begon na de openingstune: “Lights” van Journey (net als Train afkomstig van San Francisco). Een mooiere start hadden we niet durven hopen. Eenmaal op het podium ging het feestje pas echt van start met een straffe versie van “Parachute”. Wonderbaarlijk hoe de geluidstechnicus van begin af aan er toch in slaagde een deftig geluid neer te zetten. Ondanks de bijzonder kleine setting had de band er duidelijk zin in. Het Train ‘core trio’, Patrick Monahan (vocals), Jimmy Stafford (lead gitarist) & Scott Underwood (drummer), werd live versterkt door een extra bassist en keyboardspeler. Zanger Pat Monahan bleek ook een prima frontman te zijn, die voortdurend het contact hield met het publiek. De setlist bestond uit songs uit 4 van de 5 studioalbums van de band. Helaas niets uit het minst succesvolle album ‘For Me, It’s You’. Uit het debuutalbum kregen we enkel het sublieme “Meet Virginia” te horen.
Tijdens “She’s On Fire” mochten 4 jonge, mooie Duitse meiden Pat flankeren. De ‘Trainettes’ kregen elk een Train T-shirt en mochten nadien enkele malen het refrein meezingen. Een ander, absoluut hoogtepunt was de Led Zeppelin cover “Ramble On”. Pat Monahan, die ooit een Led Zeppelin coverband had, zong als een volleerde Robert Plant de sterren van de hemel. Tijdens “If It’s Love” gingen alle draagbare telefoons in de lucht in voor een foto op Twitter. Even later ging zanger Pat ook nog het publiek in voor een rondje crowdsurfing. Geniaal en een beetje pretentieus om het gevecht aan te gaan met het gevaarlijke lage plafond. De kwaliteit in de set bleef constant hoog. Enkel Train’s grootste hit: “Hey, Soul Sister”, aan het einde, werd iets minder stemvast gebracht.
Met de internationale hit “Drops Of Jupiter” (de song die Pat schreef na het overlijden van zijn moeder en de band twee Grammy Awards opleverde)werd er in stijl afscheid genomen van het publiek.

Train legde een vrijwel vlekkeloos parcours af. De overtuigingskracht, de kleurrijke set vol afwisseling en de waanzinnig sterke interactie met het publiek verraste ook mij. De band beloofde meteen in het najaar naar Europa terug te komen. Laten we hopen dat we dan deze bijzonder overtuigende popband ook in een leuke zaal in België mogen ontmoeten.

Video Live Reports (Youtube)
+Part 1:
http://www.youtube.com/watch?v=105W3p1Mh1E
+Part 2:
http://www.youtube.com/watch?v=-S7PlVtaWWY

Setlist:
*Parachute *Get To Me *Meet Virginia *She’s On Fire *I Got You *When I Look To The Sky *Ramble On *If It’s Love *Calling All Angels *Marry Me *Respect *Save Me San Francisco *Words *It’s About You *Hey, Soul Sister
*You Already Know *Drops Of Jupiter

Les Nuits Botanique 2010: Black Rebel Motorcycle Club, Wintersleep, Zaza, Driving Dead Girls

Geschreven door

De leadgitarist van het Brusselse Driving Dead Girls had zich voor de gelegenheid door zijn coiffeur een heuse vetkuif laten zetten, maar het was vooral de zanger/gitarist die hardnekkig probeerde Jon Spencer te zijn. Helaas is er een hemelsbreed verschil tussen proberen en slagen en de man viel dan ook volledig door de mand. Zijn geforceerde rock’n’roll pose ergerde ons mateloos en het geluid mocht dan wel strak en stevig zijn, echt overtuigend was het nooit wegens te veel clichés en te weinig songs. Er zit nog meer rock’n’roll in de broodrooster van ons grootmoeder. Termen als nep en fake waren hier volledig op hun plaats.

Over naar Wintersleep dan maar, een Canadese indie groep. Weer zat het probleem bij de zanger. Die had wel een paar aardige songs, die in het beste geval iets naar Grandaddy neigden, maar met zijn stem was het al veel erger gesteld. De man stond te zingen alsof er voortdurend iemand met een dildo in zijn aars zat te koteren en die irritante stem overheerste jammer genoeg de vaak wel interessante songs. Wil er dus dringend iemand dat ding uit zijn reet komen halen. 

Ook van Zaza hadden wij nog nooit gehoord, en wij zouden dat graag ook zo houden. Hun setje kunnen we nog best omschrijven als mislukte Raveonettes, en verder willen wij hier geen woorden aan vuilmaken.

Taai dat we zijn, hebben we toch de beproeving van de drie voorprogramma’s weten te doorstaan en werden we hiervoor rijkelijk beloond met een wervelende twee uur durende show van The Black Rebel Motorcycle Club. Uiterst nieuwsgierig waren we na de geweldige nieuwe plaat ‘Beat the devil’s tattoo’, en de band overtrof onze stoutste verwachtingen. Uit dat album werd trouwens rijkelijk geput, met maar liefst 9 songs, en met al direct twee overtuigende kleppers op kop, de stroomstoten “War machine” en “Mama taught me better”. De sound zat meteen goed, BRMC klonk van bij de aanvang fel, gretig en verbeten. Lekker gemeen, maar ook loepzuiver.
Met nu al vijf albums op zak kunnen BRMC terugvallen op een breed repertoire met pure rock’n’roll, shoegaze en donkere blues. Werkelijk al het beste uit die platen zat in de setlist vanavond. Een sterke troef is dat zij met Robert Levon (bas/zang) en Peter Hayes (gitaar/zang en af en toe eens een scherpe smoelschuiver) eigenlijk twee frontmannen in huis hebben, die ook al eens van instrument durven te verwisselen, en dat maakt dat op geen enkel moment het spook der verveling kan komen opduiken, de heren houden het lekker spannend.
Dat de blues soms onderhuids schuilt in hun massieve sound, mochten we ervaren in “Beat the devil’s tattoo” en in een geweldig “Ain’t no easy way”. Ook de nieuwkomers “Aya” en “River styx” werkten bezwerend, donker en bluesy. Een tandje hoger schakelden ze met rauwe en smerige rock’n’roll in het ophitsende trio “Berlin”, “Weapon of choice” en prijsbeest “Whatever happened to my rock’n’roll”.
De vuilste, heetste en meest vlammende song uit de nieuwe plaat is “Conscience killer” en was ook vanavond moordend en wild, de song werd meteen in dezelfde furie gevolgd door het stomende “Six Barrel shotgun”, ook een hete lap dynamiet.
In een versnelling minder was BRMC vooral overtuigend met de slepende gitaarnoise van “Love burns”, “Red eyes and tears”, “Bad blood”, “Half state” en “Spread your love”. De stekker mocht er zelfs een keertje volledig uit toen Robert Levon een mooi akoestisch “Mercy” bracht.
BRMC wist de spanningsboog maar liefst twee uur aan te houden en overdonderde ons van de eerste tot de laatste minuut. Onze vriend de Oasis-fan floepte er zelfs in al zijn enthousiasme een gemeend ‘Fuck Oasis’ uit. En of hij gelijk heeft.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organistie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 – Joanna Newsom en Roy Harper

Geschreven door

De 28 jarige Californische Joanna Newsom overdonderde drie jaar terug met de modern klassieke neofolky plaat ‘Ys’. Dankzij de freefolky stijl van Cocorosie, Devandra Banhart en de aparte stijl van Antony Hegaert en Sufjan Stevens kreeg ze de verdiende spotlights op haar gericht. Want ze brengt een heerlijk betoverend geluid op haar harp, gedragen door een hemelse zang, die het nauwst leunt aan Kate Bush. We hoorden na het debuut ‘The milk-eyed mender’(2004) lang uitgesponnen, zwaar aangezette partijen van subtiel uitgewerkte songs door strijkerarrangementen, ‘Ys’, gekenmerkt door lappen tekst. Na de EP ‘And The Ys Street Band’ verscheen onlangs de 3 dubbelaar ‘Have one on me’, telkens zes songs en twee uur luisterplezier, die linkt naar de sobere aanpak van haar debuut, soms aangevuld met enkele orkestrale versieringen.

Vanavond kregen haar songs een minimale omlijsting van violen, trombone, gitaar en drums. Zoals op de laatste plaat speelde ze afwisselend een handvol songs op haar reuzengrote harp en vleugelpiano.
De bevallige, jonge, lieflijke dame speelde met haar begeleiding nagenoeg een perfect technische set, was enthousiast, ging in dialoog met haar publiek en straalde op het podium.
Ergens middenin de set moest de harp worden bijgesteld, wat geen evidentie was. Tegen de tijd dat haar harp in orde was, voerde ze een vragenronde in. Drummer Neil Morgan ontpopte zich hier als moderator en kreeg dan ook de meeste vragen afgevuurd. En ondanks dat Joanna zich concentreerde op haar harp, gaf ze samen met hem enkele leuke antwoorden.
We konden bijna twee uur genieten van een uiterst sfeervolle set. Ze putte rijkelijk uit haar recentst plaat ‘Have one on me’, aangevuld met een paar songs van haar debuut en slechts één nummer van het orkestrale ‘Ys’.
Ze pakte meteen uit één van de meest gevoelige songs van de plaat, het broze, intens pakkende “81”. Haar ‘Garden of Eden’ refereerde aan het klassieke ‘The Spirit of Eden’ van Mark Hollis’ Talk Talk. De titelsong zette ze eerst solo in en werd dan op zalvende wijze spaarzaam ondersteund door haar band. Een imaginair dromerige song, die lang uitrekte, veel aan de verbeelding overliet en verrassende wendingen onderging. Ook het mooie, op piano gespeelde, “Easy” zat al vroeg in de set …downtempo zonder aan intensiteit in te boeten.
Ze liet ons meedrijven in de finesse en subtiliteit van haar elfenpop. Haar prachtige stem, haar kunde, de aanvulling van de band en de lieflijke uitstraling en spontaniteit deden sprookjesachtige taferelen opborrelen. Zomaar hadden we de ‘Ark van Noah voor ons door de klassieke instrumentatie van het lange “Monkey & beat” en de ingetogen, intieme “Soft as chalk” en “Autumn” en droomden lekker weg op het oudere “The book of right-on”.
De mooi op elkaar ingespeelde band kon zelfs iets krachtiger gaan op dat ander oudje “Inflammators writ”. Ze hield ons volledig in haar greep met het filmische “Good intentions paving co”, bepaald door haar begeesterende pianospel en de trombone van Andrew Strain. En het vleugje experiment misstond niet op de slotsong “Peach, Plum Pear”.
De dramatiek van haar materiaal was onderhouden en met een dosis gezond verstand kon ze het ook relativeren, wat ik ten zeerste bewonderde, want na de set wou ze er ook eens op uit om een goed Belgisch Biertje te drinken! Het onderscheidde haar alvast van Soap & Skin, die totaal in haar huiveringwekkende songs gevangen zat.
Ze was haar optreden in de AB van een paar jaar terug nog niet vergeten; ze kreeg toen een mooi gedichtje van een vrouwelijke fan; klaarblijkelijk was deze er niet meer bij, want reactie bleef uit … haar lieve fan zal er een andere muzikale stijl op nahouden, grapte ze. “Baby Birch” in de bis, naast “81” ook één pareltjes op de plaat , intrigeerde door de intens broeierige opbouw, de prachtige klankkleur op de harp, de bredere maar sober gehouden omlijsting en enkel gitaarerupties!

Elegante Pracht en Schoonheid zijn woorden op hun plaats voor de talentrijke, charismatische, joviale jonge dame Joanna Newsom … Pop door haar hemels breekbare stem en het centraal plaatsen van harp en piano. De factor emotionaliteit verhoogde ze met een band die de arrangementen treffend, perfect en puur oprecht samenbracht.

De bejaarde Britse sing/songwriter Roy Harper trok mee op haar tour. Ze was dan ook vol lof over deze ‘happy old man’, die invloedrijk was op artiesten als Richard Thompson en Luka Bloom en menig jong solo/ artiest kan inspireren van gevoelige folk/blues/rock. Zelf kenden we mans oeuvre niet, maar hij boeide met z’n beeldrijke verhalen, liefdessongs en impressies door het beheerste gitaargetokkel, gedragen door z’n diep grauwe, maar indringende stem.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Affiche Couleur Café 2010 - compleet

Geschreven door

Couleur Café 2010 – affiche compleet
De affiche van onze 21ste editie is volledig … zie verder de programmatie
Met trots stellen we 4 knallers voor en zes Wanted!-artiesten. Papa Wemba, Rox en Selah Sue vervolledigen onze line-up op vrijdag. De Afrikaanse band Mokoomba staat zondag op ons Fiesta-podium en de zes Belgische Wanted!-groepen openen elke dag het festival in de Fiesta-tent.

VOLLEDIGE LINE-UP MET 4 NIEUWE NAMEN
Couleur Café 2010 belooft een sterke editie te worden met een aantal topnamen die we niet meer opsommen. We hebben dit jaar uitzonderlijk veel straffe vrouwen uit alle muziekgenres en we focussen op Congo met verschillende generaties artiesten die de Congolese muzieksien vertegenwoordigen. Reggae en ragga-fans worden ook in de watten gelegd en opmerkelijk is de opkomst van Colombiaanse artiesten.
Selah Sue (Be):
Een van onze Wanted!-laureaten 2009 die door het Couleur Café-publiek omarmd werd. Dit jaar nodigen we dit jonge talent opnieuw uit met haar spiksplinternieuwe band om vrijdagavond het Univers-podium te openen. Ze doet deze zomer slechts een select aantal zomerfestivals. Mis dit niet!
Rox (Jam/Iran): U kent ongetwijfeld haar catchy zomernummer ‘My Baby Left Me’, en er staat nog meer fraais op haar debuutalbum dat begin juni uitkomt. Op zondag 9 mei stond deze jonge Britse soulzangeres met Jamaïcaans-Iraanse roots op Les Nuits Botanique waar ze vergeleken werd met Lauryn Hill (de volledige concertbespreking van De Standaard staat op onze mediasite).
Papa Wemba (Congo): De koning van de Congolese rumba rock maakt een sterke comeback en kon niet ontbreken in dit Congo-jaar.
Mokoomba (Zimbabwe): Vorig jaar stond de groep geprogrammeerd, maar kreeg geen visum. Deze keer is deze winnaar van Music Crossroads, een wedstrijd voor muzikaal talent uit zuidelijk Afrika, zeker van de partij. Mokoomba staat voor aanstekelijke Afro-fusion en traditionele Tongaritmes.

6 WANTED! GROEPEN + COULEUR CAFE TV
Sinds 2006 zoekt Couleur Café nationaal talent onder de noemer Wanted!. We willen muzikale grenzen doorbreken en groepen sensibiliseren die er niet aan zouden denken zich aan te bieden voor het Brusselse festival. Dankzij Couleur Café kunnen Vlaamse artiesten zich voorstellen aan onze Franstalige landgenoten en viceversa. Dit jaar hebben we voor Wanted! samengewerkt met vi.be, het muzikantenplatform van Poppunt en met hun Waalse tegenhanger Court Circuit.

Uit de 330 dossiers die we dit jaar ontvingen van groepen, fanfares en dj’s van eigen bodem heeft de Wanted!-jury 6 groepen gekozen die zichzelf op 25, 26 of 27 juni komen bewijzen in de Fiesta-tent. De 3 dj’s die elke avond mogen afsluiten in de Dance Club zijn nog niet gekozen.

Nieuw: vanaf woensdag 12 mei kan u kennismaken met elke Wanted!-artiest op Couleur Café TV (i.s.m. Moodio.TV) op onze website.

De zes Wanted!-groepen + 1 reprise
De in Congo geboren zanger Fredy Massamba tourde jarenlang met Tambours de Brazza en werkte ook samen met Zap Mama, Mos Def en The Roots. Zijn solo-album Ethnophony is een Europees-Afrikaanse mix van hiphop, funk en Afrikaanse ritmes.
1060: Brusselse souljazz rond zangeres Joy Simar en componist Renoar Hadri.
La Chiva Gantiva: Rasechte Brusselse band met Colombianen, Chilenen, een Fransman en een Belg die Colombiaanse ritmes met een rocktwist brengen. Vernieuwend en origineel.
Scylla : Brusselse klassehiphop.
Rootman J and the Zionyouth Crew is een rootsreggae band rond de in Afrika geboren maar in Limburg gevestigde multi-instrumentalist Rootman J. Hun debuut Destined Destination verscheen onlangs.
Fanfare de Belgistan is een van de beste feestfanfares van het land die Jazz, Balkan, Marrokaanse Gnawa en Oosterse muziek op aanstekelijke wijze tot hun eigen Belgistani sound mixen.

En dan nog één Wanted!-herkansing. Human beatboxer Primitiv komt uit de Wanted!-lichting van 2009, maar omdat zijn korte act toen last-minute vervroegd werd, misten zijn fans zijn optreden. Dus mag hij het dit jaar overdoen.

LINE-UP PER DAG
Vrijdag 25 juni 2010
Titan: Ska P - Rodrigo y Gabriela - Suprême NTM
Univers: Selah Sue - Diam’s – Shantel & Bucovina Club Orkestar – Papa Wemba
Fiesta: Fredy Massamba (W) – Rox - Ben L’Oncle Soul – Choc Quib Town - Ebony Bones
Zaterdag 26 juni 2010
Titan: Beenie Man – Nneka – Femi Kuti - Snoop Dogg
Univers: Féfé – Los Amigos Invisibles - Staff Benda Bilili – Soprano - Queen Ifrica & Tony Rebel
Fiesta: La Chiva Gantiva (W) - 1060 (W) - Scylla (W) - Tres Coronas - Manou Gallo - Speed Caravan
Zondag 27 juni 2010
Titan: Salif Keita - Olivia Ruiz - Nas & Damian Marley - George Clinton
Univers: Danakil – Baloji - Lady Linn & Her Magnificent Seven - Hindi Zahra – Sizzla
Fiesta: La Fanfare du Belgistan (W) – Primitiv - Rootman J and the Zionyouth Crew (W) - Systema Solar - Mokoomba - Wax Tailor

SLECHTS 500 COMBI-CAMPING TICKETS BESCHIKBAAR
De voorverkoop via www.couleurcafe.be  en in de gekende voorverkooppunten loopt zeer goed. Vooral de combitickets en de combi + camping tickets (voorbehouden aan festivalbezoekers die buiten het Brusselse Gewest of in het buitenland wonen), verkopen als zoete broodjes.
Let op: er zijn nog maar 500 combi campingtickets beschikbaar en deze kunnen enkel besteld worden via www.couleurcafe.be .
Er zijn wel nog voldoende dagtickets te koop.
Dagticket: € 34* (€ 42 aan de kassa)           
3 dagen combiticket: € 73* (beperkt aantal)
3 dagen combi+campingticket: € 88* (opgelet enkel via www.couleurcafe.be) * + reservatiekosten
De 3 dagen combi+camping tickets zijn voorbehouden aan +16 jarigen die niet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen / Het festival is gratis voor kinderen onder 10 jaar begeleid door een volwassene.

Les Nuits Botanique 2010 – The Black Lips & The King Khan & BBQ Show present The Almighty Defenders

Geschreven door

Een hilarisch leuk avondje potige, zompige, vettige en spacey punkrock’n’roll ondergingen we met de formule die de Bota organisatie voorschotelde met The Black Lips & The King Khan & BBQ Show present The Almighty Defenders.

Een goed gevuld Orangerie ging al meteen plat voor het duo The King Khan & BBQ Show uit Canada. Het duo kwam eind vorig jaar in de spotlights met ‘Invisible girl’, hun vierde cd al trouwens! De verkleedpartij van de heren , het ‘back to basics’ instrumentarium van twee gitaren, een footstepdrums en de harmonieuze en de afwisselende, doorleefde stemmenpracht gaven een opzwepende, dynamische, frisse stijl van ‘60’s Beach Boys, surf rock’n’roll, Elvis’ rockabilly, doowop en punkrock. De ‘two member’ band klonk luchtig, recht door zee, smerig, vunzig, rauw, ruw maar o zo lieflijk, met de gepaste dosis relativering en zelfspot … Zoals we het ruim 20 jaar geleden kenden van Dead Moon. Ook de heren van The Black Box Revelation waren aanwezig onder het publiek en genoten van de performance, wat misschien inspirerend kan werken voor de komende eigen gigs …
Met twee eenvoudige, onnozele versterkers gaven ze een eigen draai aan hun stijl, en hadden ze genoeg om zich rot te amuseren.

Een bekertje bier of een leren jekker vloog al eens door de lucht; de ambiance factor steeg nog op de flower punkrock’n’roll van de uit Atlanta, Georgia afkomstige The Black Lips. Een springerige sound aangevuld met garagerock, ‘60’s Beatlespop, indie en enkele powerfulle en gematigde probeersels, zoals op hun laatste cd; de ongecompliceerde, ongedwongen en aan de jaren ’60 refererende garagesound, de aanstekelijke refreintjes en de (valse) samenzang van het kwartet klonk verwarrend en chaotisch. Ondanks de variatie, rammelde het langs alle kanten en de vocals en het geschreeuw zweefden ergens in het rond. Het enthousiasme van het kwartet en de op in sneltempo volgende songs konden de pret niet bederven, met de gekende single “Bad kids” als hoogtepunt van de set.

En tot slot kwamen leden van de beide bands samen met hun Almighty Defenders . Een uit de hand gelopen, doldwaze postmodern gospel rockshow die ergens baadde in de gewaden van de Polyphonic Spree. Fun, pleasure, music, dope & beer. Een leuk project, maar niks verrassend. Dat ze samen op tour zijn, bracht al de nodige vonken in de Orangerie.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Bota 2010)

Flip Kowlier

Flip Kowlier – fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics en live foto’s …
De cd voorstelling van Flip Kowlier was een concert om U tegen te zeggen. De toon was meteen gezet met het nummer “Raar” gevolgd door het reeds alom bekende “Mo Ba Nin”. In de nieuwe cd zitten vooral reggae elementen verwerkt die live aanstekelijk zijn. Kowlier creëerde meteen een aparte sfeer waar het Leuvense publiek wel voor te vinden was.
De band stond vol goesting en zelfvertrouwen op het podium en er was ruimte voor improvisatie waardoor het publiek nog meer meeging in sterke nummers.
Ook door het directe contact dat Kowlier met het publiek had, voelde je je als luisteraar echt betrokken.
Het was een aangenaam concert waar ik met volle teugen van genoten heb.

Organisatie: Depot, Leuven

Les Nuits Botanique 2010 - Gil Scott-Heron

Geschreven door

Gil Scott-Heron’s spervuurgedichten - aggressive, no-nonense street poetry - maakten hem beginjaren ’70 onsterfelijk als ‘the godfather of rap’. Hij inspireerde praktisch elke rapper, denk Public Enemy, NWA, Michael Franti, PM Dawn, Kanye West en Common, want iedereen haalde wel eens z’n vinnige, kritische, predikende en humoristische verteltrant aan. De schrijver en ‘spoken word’ dichter was de chroniqueur van het harde leven in de ghetto … duistere poëzie en invoelbare junkiedrama’s die in ons geheugen gegrift staan met “The bottle” - ‘Winter in America’ - ’74, en “Home is where the hatred is” – ‘Pieces of a man’ - ’71. Songs die hij in een ‘back to bascis’ geluid speelde met z’n begeleiding van een percussionist, een saxofonist die ook dwarsfluit speelde en, naast Scott-Heron op orgel/toetsen, een derde man die zich bediende van een jazzy piano en een soort Toots- mondharmonica. Hij dompelde deze songs - samen met een handvol andere - onder in heerlijk, bedwelmende, dromerige druilerige ‘stadnighttrips’. Ze werden gedragen door z’n diepe, donkerbruine, rafelende stem en rapzang, nu eens weinig nadrukkelijk gezongen, dan weer met dwingende kracht uitgesproken … ze verbaasden, wisten te raken en te ontroeren.
De atmosferische omlijsting van Gils gedichten was beklijvend … Soulvolle, jazz/bluesy Hardup Poëzie noemt men zoiets in verdwaasde, bezwerende, verloren gewaande sounds.

Hoe hij de prooi werd aan de gevaren waarover hij schreef, kan een mysterie lijken. Hij is herrezen uit de dood, zestien jaar na de laatste cd ‘Spirits’. Drugsproblemen en bijhorende gevangenisstraffen hielden zijn carrière de afgelopen decennia immers flink op, maar met behulp van de productionele vleugels van XL baas Richard Russell, trok hij op de nieuwe, evenwel korte, cd ‘I’m new here’ diepe, duistere elektronische decors op. Het is dan ook glorieus dat hij terug muziek maakt!

Getekend door de jaren is hij écht een oude man geworden, licht bevend en trillend op z’n benen, die z’n songs stoffeert met een dosis relativering en humor. Het gezicht half bedekt onder een veel te grote klak en in een te korte kostuumbroek, begon hij eerst met een stukje stand up comedy. Hij wist onmiddellijk het ijs te breken, goochelde met de letters van de aswolk van de vulkaan in IJsland, moest even lachen om de newsupdates op CNN en vertelde enkele leuke impressies van z’n verblijf in een hotel in Brussel. Het onderstreepte de gezelligheid van het optreden.

We waren al meteen onder de indruk van de sobere elegantie op de “ain’t getting downs” van “The blue collar” uit ’82 door de toetsen en z’n indringende rapzang. Ook de duistere ‘on the roadsong’ “Winter In America”, “Almost Lost Detroit” en “Work for peace”, zo geplukt uit de jaren ’70 ‘Taxi’ reeks, kregen langzamerhand kleur en invulling door de andere instrumenten. Een sobere lofi omlijsting trouwens!
Het nieuwe “I’ll take care of you” zat ergens middenin de set en vormde wel de ideale link naar de lounge van Little Axe en z’n klonen. We waren al goed in de sfeer van de Scott-Heron trips, want hierop volgden wondermooie bewerkingen van “Did you hear what they said”, “The other side” en het heus intense beleven van “Home is where the hatred”, een hoogtepunt in de set.
Schitterend hoe telkens de instrumenten lichtjes aanvulden op de orgeltoets en raspende stem van Gil. Ondanks het feit dat de solo performance van de percussionist op “The bottle” er eventjes teveel aan was, hadden we hier te maken met een glorieuze comeback van één van de spils van ‘free protest spoken word raps’ in funky/jazz/soulblues. ‘The old man’ werd sterk onthaald en met een puike versie van “Better days ahead” breidde hij er met de sax en de mondharmonica een fijn, subtiel slot aan van een ruim twee uur durende set in het KC. Laat ons nu maar hopen dat hij er geraakt op Gent Jazz en niet hervalt met een arrestatie aan z’n been …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Pagina 437 van 499