logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees: een bom - Lightning Dust: ingetogen pracht

Geschreven door

Heartbreaktunes zorgde nog maar eens voor een goedgevulde avond in Trix met drie groepen die wel heel uiteenlopende muziek brachten. Niet iedereen kon alles smaken hoewel ze allen gezien mochten worden. Bachelorette – Thee Oh Sees – Lightning Dust

Opener Bachelorette uit Nieuw-Zeeland staat voor Annabel Alpers die op Drag City het behoorlijke ‘My electric family’ uit heeft. Veel valt er nooit te beleven bij dit soort éénvrouwsprojecten. Achter een tafel wat klavieren bedienend, een loop hier en een sample daar (die ze soms zelf inspeelde op gitaar) is het nooit geheel duidelijk of er live wel iets gebeurt. En de bijhorende visualisatie, op een computerscherm vooraan en een groot scherm achteraan, was ook niet van die aard om ons langer dan een paar minuten te boeien. Maar de muziek, en daar gaat het toch om, mocht er bij momenten best wezen.
Zonnige synthpop die verrassend organisch klonk en me deed denken aan de betere seventiespop en vreemd genoeg ook aan kermisorgels (nochtans was ik toen nog bloednuchter). Eén enkele keer kwam zelfs Kraftwerk de kop opsteken maar helaas waren er ook veel flauwe momenten waarin ze gebruik maakte van veel te goedkope effecten die we al lang vergeten waanden.

Het Canadese Lightning Dust is naast o.a. Pink Mountaintops en Blood Meridian een tak van de wel zeer vruchtbare boom Black Mountain. Met ‘Infinite light’ maakten zangeres Amber Webber en toetsenist Joshua Wells (drummer bij Black Mountain) één van de beste platen van 2009. De verwachtingen waren dus hooggespannen en die werden net niet volledig ingelost. Het duo had versterking meegebracht : een man aan de elektronica die ook voor de percussie zorgde en de zus van Amber (tweede stem en sporadisch op bas).
Lightning Dust bracht mooie pastorale songs waarin die zacht vibrerende stem van Amber Webber ons meermalen koude rillingen bezorgde. Daarnaast kwam de elektrische piano soms de hoofdrol opeisen, zij het nooit spectaculair. Hoogtepunt was uiteraard "Never seen", een song buiten categorie, die voorzien is van een flinke snuif progrock. Deze set kende geen inzinkingen en toch was ik niet echt tevreden. Hoofdschuldige was de mix waarin de elektronica veel te luid stond waardoor een deel van de stemmenpracht verdronk.
Toevallig zag ik Lightning Dust de dag nadien nog eens in de 4AD in Diksmuide en daar was het geluid wel perfect zodat hun concert daar meteen een ster meer waard was.

"Zet alles open en dan heb je dat soort problemen niet" moeten Thee Oh Sees gedacht hebben. Thee Oh Sees, van wie ik me afvroeg of al die effecten op hun platen niets moesten verdoezelen. NEEN dus, zoveel was meteen duidelijk. Dit was een bom! Er werd gestart met een alles versplinterende intensiteit die me meermaals naar adem deed happen. Zanger John Dwyer, die met zijn hoekige gezicht iets weg had van David Coulthard, ging bijzonder opgefokt tekeer. Zijn gitaar overal tegen stoten, zijn microfoon in zwelgen, mijn verse pint die ik op het podium gezet had omschoppen : enige lichaamscontrole leek hem vreemd. En de man speelt geen gitaar, neen, hij laat zijn gitaar galmen. Toch had ik een boontje voor de tweede gitarist : Petey Dammit. Van kop tot teen getatoeëerd, stijf als een houten plank, gitaar hoog opgehangen tot tegen de kin, steeds met een psychotische blik in het oneindige turend maar wel met een zelfgemaakt hartje op zijn gitaar gekleefd met daarop de letters ECSR. Een kerel naar mijn hart en wie haalt Eddy Current Supression Ring eens naar België? Naast die twee weggelopen stripfiguren stond het drumstel van Mike Shoun volkomen terecht centraal op het podium opgesteld. Fantastische, explosieve drummer die de boel naadloos bijeen hield. En dan was er nog Brigid Dawson die naast mooi zijn ook nog op keyboards speelde en regelmatig voor de tweede stem zorgde, niet echt een onmisbare schakel.
Met de volumeknop volledig open brachten deze vier individuen totaal overstuurde psychedelische garagerock die live veel opwindender dan op plaat klinkt. Die moordende intensiteit van in het begin konden ze niet blijven aanhouden maar echt verslappen deed het nooit ondanks die enkele momenten dat er teveel gefreakt werd.
De in wezen catchy songs waren goed verborgen onder tonnen reverb en effecten, zelfs de stemmen waren voortdurend vervormd. Thee Oh Sees maakten het op het podium volledig waar, iets wat op plaat voorlopig niet lukt. En voor een goeie pot psychedelica moet je blijkbaar nog steeds in San Francisco zijn.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

Lightning Dust

Lightning Dust : ingetogen pracht - Thee Oh Sees : een bom

Geschreven door

Heartbreaktunes zorgde nog maar eens voor een goedgevulde avond in Trix met drie groepen die wel heel uiteenlopende muziek brachten. Niet iedereen kon alles smaken hoewel ze allen gezien mochten worden. Bachelorette – Thee Oh Sees – Lightning Dust

Opener Bachelorette uit Nieuw-Zeeland staat voor Annabel Alpers die op Drag City het behoorlijke ‘My electric family’ uit heeft. Veel valt er nooit te beleven bij dit soort éénvrouwsprojecten. Achter een tafel wat klavieren bedienend, een loop hier en een sample daar (die ze soms zelf inspeelde op gitaar) is het nooit geheel duidelijk of er live wel iets gebeurt. En de bijhorende visualisatie, op een computerscherm vooraan en een groot scherm achteraan, was ook niet van die aard om ons langer dan een paar minuten te boeien. Maar de muziek, en daar gaat het toch om, mocht er bij momenten best wezen.
Zonnige synthpop die verrassend organisch klonk en me deed denken aan de betere seventiespop en vreemd genoeg ook aan kermisorgels (nochtans was ik toen nog bloednuchter). Eén enkele keer kwam zelfs Kraftwerk de kop opsteken maar helaas waren er ook veel flauwe momenten waarin ze gebruik maakte van veel te goedkope effecten die we al lang vergeten waanden.

Het Canadese Lightning Dust is naast o.a. Pink Mountaintops en Blood Meridian een tak van de wel zeer vruchtbare boom Black Mountain. Met ‘Infinite light’ maakten zangeres Amber Webber en toetsenist Joshua Wells (drummer bij Black Mountain) één van de beste platen van 2009. De verwachtingen waren dus hooggespannen en die werden net niet volledig ingelost. Het duo had versterking meegebracht : een man aan de elektronica die ook voor de percussie zorgde en de zus van Amber (tweede stem en sporadisch op bas).
Lightning Dust bracht mooie pastorale songs waarin die zacht vibrerende stem van Amber Webber ons meermalen koude rillingen bezorgde. Daarnaast kwam de elektrische piano soms de hoofdrol opeisen, zij het nooit spectaculair. Hoogtepunt was uiteraard "Never seen", een song buiten categorie, die voorzien is van een flinke snuif progrock. Deze set kende geen inzinkingen en toch was ik niet echt tevreden. Hoofdschuldige was de mix waarin de elektronica veel te luid stond waardoor een deel van de stemmenpracht verdronk.
Toevallig zag ik Lightning Dust de dag nadien nog eens in de 4AD in Diksmuide en daar was het geluid wel perfect zodat hun concert daar meteen een ster meer waard was.

"Zet alles open en dan heb je dat soort problemen niet" moeten Thee Oh Sees gedacht hebben. Thee Oh Sees, van wie ik me afvroeg of al die effecten op hun platen niets moesten verdoezelen. NEEN dus, zoveel was meteen duidelijk. Dit was een bom! Er werd gestart met een alles versplinterende intensiteit die me meermaals naar adem deed happen. Zanger John Dwyer, die met zijn hoekige gezicht iets weg had van David Coulthard, ging bijzonder opgefokt tekeer. Zijn gitaar overal tegen stoten, zijn microfoon in zwelgen, mijn verse pint die ik op het podium gezet had omschoppen : enige lichaamscontrole leek hem vreemd. En de man speelt geen gitaar, neen, hij laat zijn gitaar galmen. Toch had ik een boontje voor de tweede gitarist : Petey Dammit. Van kop tot teen getatoeëerd, stijf als een houten plank, gitaar hoog opgehangen tot tegen de kin, steeds met een psychotische blik in het oneindige turend maar wel met een zelfgemaakt hartje op zijn gitaar gekleefd met daarop de letters ECSR. Een kerel naar mijn hart en wie haalt Eddy Current Supression Ring eens naar België? Naast die twee weggelopen stripfiguren stond het drumstel van Mike Shoun volkomen terecht centraal op het podium opgesteld. Fantastische, explosieve drummer die de boel naadloos bijeen hield. En dan was er nog Brigid Dawson die naast mooi zijn ook nog op keyboards speelde en regelmatig voor de tweede stem zorgde, niet echt een onmisbare schakel.
Met de volumeknop volledig open brachten deze vier individuen totaal overstuurde psychedelische garagerock die live veel opwindender dan op plaat klinkt. Die moordende intensiteit van in het begin konden ze niet blijven aanhouden maar echt verslappen deed het nooit ondanks die enkele momenten dat er teveel gefreakt werd.
De in wezen catchy songs waren goed verborgen onder tonnen reverb en effecten, zelfs de stemmen waren voortdurend vervormd. Thee Oh Sees maakten het op het podium volledig waar, iets wat op plaat voorlopig niet lukt. En voor een goeie pot psychedelica moet je blijkbaar nog steeds in San Francisco zijn.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

Natalie Merchant

Natalie Merchant – Imposant werkstuk – Fascinerende liveset, die emotioneel diep raakte …

Geschreven door

Natalie Merchant maakte in een vroeger leven deel uit van de folkypop van 10000 Maniacs die midden de jaren ’80 opvielen met ‘In my tribe’ en ‘Blind man’s zoo’ (remember de singles “What’s the matter here”, “Like the weather”, “Trouble me, …). Inmiddels gaf de 47 jarige zangeres haar sing/songwriterschap elan met soloplaten als ‘Tigerlily’, ‘Ophelia’, ‘Motherland, en ‘The house carpenter’s daughter’, één voor één sfeervol, emotievol, subtiel in elkaar gestoken materiaal, die grasduinen in de folk, country, soul, reggae en bluegrass. Zeven jaar na die laatste cd komt de getalenteerde en ambitieuze songschrijfster opnieuw in de spotlights met ‘Leave your sleep’, een imposant gedocumenteerd werkstuk en hymne aan talrijke Britse en Amerikaanse dichters. Een cd met 16 songs, en zo was hij bedoeld, een dubbelaar met maar liefst 26 nummers.
De lady vertelde dat het uitgangspunt eerst was wat slaapliedjes voor haar jonge dochter te schrijven en zocht inspiratie over ‘de Kindertijd’. Ze deed opzoekingwerk via het internet, schuimde bibliotheken af, dook de archieven in en geraakte gefascineerd in werken van bekende en onbekende Britse en Amerikaanse dichters en dichteressen van de (Victoriaanse) jaren 1800 tot nu. De bijlagen in de cd spreken voor zich en zijn meer dan de moeite waard eens door te nemen.
Er werkten wel 130 muzikanten mee aan de plaat, van een heus symfonisch orkest tot pure eenvoud en soberheid. Zo hielpen o.a. de gospel zangers The Fairfield Four, de Ierse folkies Lúnasa, het NYse Hazmat Modine, het experimenterende jazzensemble Martin Medeski & Wood, de band van Winston Marsalis en The Klezmatics mee. Een veelheid aan genres, klankkleur en timbres horen we. Een verbluffend luisterwerkstuk die zeker niet aan je neus mag voorbijgaan.

En live … kwam ze het nieuwe materiaal voorstellen met een sobere begeleiding van twee gitaristen (waaronder haar rechterhand Erik Della Penna) en een celliste. Ontdaan van alle franjes viel het me op waar de huidige lichting folky vrouwelijke sing/songwriters de mosterd vandaan haalden.
We kregen na elk nummer een gefundeerde uitleg van de geportretteerde schrijvers met hun dichtbundels en kindercartoons en ze stoffeerde het in slides op een groot scherm. In een uitverkochte AB Flex was iedereen letterlijk aan haar lippen gekluisterd om de levenswandel en de bundels van de schrijvers te horen.
En het was ook negen jaar geleden dat ze nog op een Belgisch podium te zien was. Meer dan ooit was het een happy en aangrijpend weerzien en ze werd dan ook na elke song terecht warm onthaald!
Ruim anderhalf uur grossierde ze in de selectie songs van ‘Leave your sleep’ en stelde ze er enkele voor die de cd nét niet haalden, waaronder de intieme opener “Vain & careless”, die ons terugbracht naar de begindagen van Robert Johnson en Leadbelly, bepaald door akoestisch gitaargetokkel, een verloren gewaande cello en gedragen door haar indringende vocals. Op het dromerige, broze “No one marries me” en de op British geënte folk “The sleepy giant” zette ze enkele tapdanspasjes vooraan het podium. Of ze imponeerde met de jazzyfolkblues van het lieflijk verleidelijke “The janitor’s boy” (van Nathalia Crane).
Boeiend en leuk waren de verhalen van Mother Goose “The man & the wilderness” en Edward Lear’s “Calico pie”. Deze laatste kreeg een zwierige countryswing. Kippenvel bezorgde ze ons van Lydia Huntley Sigourney’s “Indian names”, die door cello werd bepaald en de aanvaarding van de verlieservaring van een kind op het aangrijpende “Spring and fall to a young child” (Gerard Manley Hopkins). Net als Merchant moesten we even diep ademhalen. Ze barstte zelfs in tranen uit! Wat een intens emotioneel moment.
Het sprookjesachtige, feeërieke “The equestrienne” had een helende werking, bood wat luchtigheid en werd uitgeroepen tot single van de cd.
En op die manier wisselde zij de songs mooi af van gevoel, zwaarte en intensiteit. Sommige nummers deden denken aan de muzikale diversiteit die Michelle Shocked aan de dag legde. De kinderparty van “The land of Nod” sloot het stevige pakket af.
Ze speelde nog een uitgebreide bis over haar soloplaten heen. Een pleidooi om Moeder Natuur te vrijwaren van alle ecologische rampen, “Motherland”, “Break your heart” en “Carnival” vulden het muzikaal in; “Cowboy romance” zong ze in duet en op “Tell yourself” gaf ze het publiek de ruimte het refrein zachtjes mee te zingen en te neuriën. Tot slot konden we haar uitwuiven met “Kind & generous” en een acapella versie van Vera Lynn’s klassieker “From the time we say goodbye”.

In deze sobere vorm bleven de songs duidelijk overeind. Met een boek vol kennis ging ze met haar begeleiding ruim twee uur gepassioneerd te werk …Een aandachtig publiek werd moeiteloos ingepalmd … met een lach en een traan. Dit optreden zinderde na …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Faithless

Faithless kwam, zag én … genoot

Geschreven door

Grootse groepen willen nog eens voeling houden met hun fans in kleine zaaltjes …onlangs zagen we nog Editors in een zaaltje van zo’n 800 man (Grand Mix, Tourcoing!). Ondanks de uitgekiende, afgewerkte set zorgde hun coole uitstraling ervoor dat de vonk onvoldoende oversloeg. Andere koek was het met Faithless, de Britse band rond rapper Maxi Jazz en elektronicawonders Sister Bliss en Rollo Armstrong. Tijdens hun set in de AB spatten de vonken er vanaf. Tja, dit was de unieke gelegenheid om zo’n grootse band eens niét in de grote concerttempels aan het werk te zien!
Toen het doorbraakalbum ‘Reverence’ in ’95 verscheen, zagen we de lieflijke, charismatische popdance formatie ook in de AB, maar vanaf dan was het clubcircuit gedaan, want de band oversteeg zichzelf en was enkel nog te zien in de grootste concertzalen en sloot de verschillende festivals af, waaronder hun tweede thuisbasis Rock Werchter. Jawel, Faithless groeide uit tot de festivalband en publiekslieveling van de ‘90’s, die peace, love en unity predikte en voor het ideale samenhorigheidsgevoel zorgde.
De twee vorige cd’s ‘No roots’ (‘04) en ‘To all new arrivals’ (’07) zijn eerder gematigd goed, maar hadden net niet dié bepalende tune en synthtoets van lady Sister Bliss om iedereen in extase te brengen of uit z’n dak te doen gaan.

Afgaande op het unieke zaalconcert van Faithless én de pré-release van het komende album ‘The dance’, hadden we een Faithless als in z’n beste dagen! Wat een return to the front! Moeiteloos plaatste het nieuwe materiaal zich naast de eerste drie platen ‘Reverence’, ‘Sunday 8PM’ en ‘Outrospective’. De grote hits zaten mooi verdeeld binnen de bijna twee uur durende set en werden afgewisseld met de sfeervol zalvende, opbouwende songs en het nieuwe materiaal.
Faithless werd meteen sterk onthaald … een triomftocht op voorhand … “This is for you, Brussels”, prevelde Maxi Jazz en met het nieuwe “Happy”, “Sun to me” en “All races” konden we al genieten van de bezwerende trance en het aanstekelijke Faithless –geluid, wat ons reikhalzend doet uitkijken naar de cd; de dubbele percussie, de elektronica en de zacht aandoende beats werkten in op de dansspieren en brachten de nummers naar een climax. Ze waren inderdaad ‘de warm-up’ naar “God is a DJ”, die de ganse zaal tot ontploffing bracht. Explosies die we verderop nog hoorden in de classiscs “Insomia” en “Salva mae”. Ongelofelijk tot wat die songs in staat waren in de ‘(kleine) AB’ … nét die bezwerende opbouw, de zegraps, de doel-treffende, efficiënte mee neuriënde elektronicatoetsen en de zalvende beats deden iedereen meeklappen en dansen. Momenten die in ons geheugen staan gegrift!
Daarnaast hoorden we nieuw materiaal, dat ons sterk onder de indruk bracht, de bezwerende trancepop van “Feel me now”, met een glansrol voor gastzanger Neil Arthur, die vocaal diep kon gaan en hoog kon uithalen, de opbouwende groove van “Tweak” en de huidige single “Not going home”, die de set besloot en ergens zweefde tussen het origineel op de nakende cd en de remix van Eric Prydz, een lang uitgesponnen versie, opgezweept door de steviger wordende ritmes, beats en percussie. Zelfs een vleugje wave en industrial zat erin verwerkt. Af en toe was er een adempauze, loungemomenten, door het sfeervolle “Everything all right” en “Crazy balheads”. Verder was het genieten van het poprockende “Mass destruction”, het hemelse “Bring my family back” en de lichte grooves van “What about love” en “Bombs”. Intrigerend klonk alvast “Drifting away” door de steeds repeterende gitaarloops.
Door de jaren is Faithless zichzelf gebleven en voelen ze zich allesbehalve ‘God – verheven’ boven alles. In de bis was er de finesse en subtiliteit van “Take the long way home” en het directe “Muhammed Ali”. Tot slot kon iedereen nog eens uit de bol gaan op “We come 1”.

Faithless kwam, zag, én … genoot van het luidkeelse, puike onthaal. Minutenlang lieten een vriendelijke Maxi Jazz en Sister Bliss na het optreden het publiek “We come 1” nog scanderen en mee neuriën. Faithless draagt z’n publiek een warm hart toe, met terechte V-vingers in de lucht … Wat een leuk, ontspannend avondje hebben zij ons bezorgd. Het wordt alvast uitkijken naar de nieuwe plaat, die als een bom moet invallen en ons naar de Werchter weide brengt …

Organisatie: Live Nation

Les Nuits Botaniques 2010: Admiral Freebee – Woodpigeon - Stornoway – Montgomery

Geschreven door

Zoals gewoonlijk te laat arriverend konden we maar 3 nummers van Montgomery meepikken. Maar die waren wel genoeg om ons opgelucht te doen concluderen: er is wel degelijk leven ná Jacques Dutronc en Vanessa Paradis in Frankrijk (hoewel die in gezelschap van een kaasbordje en Frans wijntje ook wel best te pruimen zijn). Aangepookt door 2 drummers experimenteerden deze jongelui uit Rennes er intens en luidruchtig op los zonder het publiek veel aandacht te schenken. Op de beste nummers “Le Ciel” en “Volcan” waren de invloeden van ‘shoegazer’ bands Catherine Wheel en Swervedriver duidelijk hoorbaar en als eerste kennismaking volstond dit ruimschoots.

Het Britse Stornoway was stiekem de band waar we deze editie van Les Nuits Botanique het meest naar uitkeken.Hun debuutalbum ‘Beachcomber’s Windowsill’ ligt pas eind deze maand (op 24 mei 2010) officieel in de rekken. Toch wordt dit kwartet uit Oxford in de Britse kwaliteitskrant The Guardian nu al omschreven als ‘the most marvellous thing we’ve seen in ages… not one song was less then lovely and they immediately became our new favourite band’.
Nu, het zal zeker niet de laatste keer geweest zijn dat een nieuwe groep van Britse bodem de hemel ingeschreven wordt over het Kanaal (om later meestal met evenveel enthousiasme afgekraakt te worden). Maar als getuige van hun allereerste optreden op Belgische bodem kunnen we achteraf toch alleen maar concluderen dat ze er deze keer verdomd niet ver naast zitten. Zelden werden we meer overrompeld door de magische schoonheid van een handvol folksongs die op het podium een soort ongereptheid en weidsheid uitademden die je nog zelden tegenkomt in Vlaanderen, enkele uitzonderingen in de Vlaamse Ardennen niet te na gesproken.
Denk aan Fleet Foxes, maar dan (veel) Britser, of aan het beste van Belle and Sebastian, maar dan Amerikaanser, vooral door de melodieuze stem van zanger Brian Briggs die zelfs af en toe naar John Denver neigde.Geen grootspraak over ‘de teloorgang van de vrijheid’ (zoals bij Admiral Freebee later die avond, zie verder) bij dit viertal met een hoog universiteitsgehalte, eerder oprechte verwondering over op het eerste zicht banale onderwerpen.
“I Saw You Blink” bijvoorbeeld, dat een gemiste treinaansluiting omtoverde tot een te koesteren ervaring: genieten van de zon en een zee van tijd die zich ineens voor je uitstrekt. De frontman bleek trouwens iets met treinen te hebben, want tussendoor moest hij ook nog aan het publiek kwijt dat zijn allereerste reis met de Eurostar van Londen naar Brussel veel minder spannend was dan hij oorspronkelijk gedacht had, wat op het nodige gegrinnik in de zaal onthaald werd. Een andere luchtige anekdote over het van een toren gooien van jonge katjes tijdens het Ieperse Kattenfestival zette de Engelse dames met een maatje meer in het publiek zelfs aan tot uitbundig lachen.
Veel tijd om uit te leggen dat dit géén ‘Belgian joke’ was kregen we niet. Uit het met mandoline begeleidde “We Are The Battery Human” sijpelde een voorliefde voor dronken nachten in Keltische kroegen en het met orgel begeleidde “Fuel up” blikte nostalgisch terug naar een jeugdliefde die voorgoed voorbij is.
Tijdens afsluiter “Zorbing” moesten we ons zelfs heel even vastklampen aan de balustrade van de mengtafel achter ons om niet steil achterover te vallen van zoveel pracht.
Na het optreden vertrouwde drummer Rob Steadman me nog toe dat Stornoway er deze zomer op uit trekt om enkele kleinschalige concerten te geven op de Schotse Western Isles (naar wiens ‘hoofdstad’ de band trouwens genoemd is). Het moet dus waarschijnlijk ergens in die buurt zijn waar deze jongelui hun inspiratie opdoen voor hun magische songs.
Moet het eigenlijk nog gezegd worden dat Stornoway na amper twee dagen nu al dé revelatie is van Les Nuits Botaniques 2010?

Na zoveel moois kon het optreden van het Canadese Woodpigeon alleen maar tegenvallen. En dat deed het helaas ook.De prijs van meest excentrieke band die avond sleepten ze wel moeiteloos in de wacht. Toen frontman Mark Hamilton met dikke rosse baard en lijvige postuur het podium opstapte, dachten we zelfs even dat Tom Van Laere van Admiral Freebee zich van uur vergist had. De bassist was zo mogelijk nog meer behaard in het aangezicht en de bebrilde drummer zagen we eerder ergens een noodplan uitdokteren voor het redden van de euro. Maar de meeste aandacht werd toch wel gestolen door de 2 zotte beezen met licht Aziatische looks en bloemen in het haar om de boel wat op te vrolijken op het podium (en af en toe ook een instrument te bespelen). Met de regelmaat van de klok zetten ze beiden een gesynchroniseerd danspasje in dat je allerminst zou verwachten bij dit genre. Woodpigeon grossiert immers in (licht) melancholische muziek die de mosterd haalt bij Elliot Smith, Sufjan Stevensen en (vooral) Iron and Wine, zonder deze voortreffelijke inspiratiebronnen ooit te overtreffen. Het nieuwe album ‘Die Stadt Muzikanten’ slaat een iets luchtiger en rijker instrumentarium aan, maar live kwam dit nooit echt van de grond. “…And as the Ship went down” deed zijn naam alle eer aan en de meeste overige nummers klonken weinig origineel. “Knock Knock” uit het vorige album ‘Treasury Library Canada’ bracht wat meer vaart in de set en zorgde op die manier voor een bescheiden hoogtepunt. Met het laatste nummer “Drowning Hands” beloofde Mark Hamilton alsnog vuurwerk, maar ook die ging de mist in.
Neen, een prijsduif was Woodpigeon zeker niet die avond in de Botanique.

Het was op zich een moedige zet van de organisatoren om in tijden van communautaire hoogspanning in extremis nog een Vlaamse headliner toe te voegen aan de affiche in de Orangerie. Maar of het optreden van Admiral Freebee die avond aanleiding zal geven tot enige pacificatie aan weerszijden van de taalgrens valt wel héél sterk te betwijfelen.
Aan het einde van de set was de zaal immers zo goed als leeggelopen. Zanger Tom Van Laere stak hiervoor ietwat zuur lachend de schuld op zijn promotor, die beloofd had dat de laatste band sowieso voor een volle zaal zou spelen.Maar volgens ons zou hij toch eens beter werk maken van een intern gewetensonderzoek. Hoe komt het bijvoorbeeld dat de talrijk opgekomen Engelstalige fans van Stornoway en Woodpigeon zich al na enkele nummers richting uitgang begaven? En dat hij in Vlaanderen aardig wat volk op de been kan brengen maar in het epicentrum van het Franstalig clubcircuit, ondanks zijn internationale en toegankelijke sound,amper van de grond komt?
Aan de begeleidingsband die strak en geconcentreerd op het podium stond zal het die avond zeker niet gelegen hebben. Zelfs Flip Kowlier kweet zich voor de verandering helemaal op de achtergrond als bassist meer dan aardig van zijn taak.
We vragen ons wel af waarom frontman Van Laere die groepsleden al uitgebreid begon voor te stellen vóór de helft van het concert verstreken was, een karwei die hij later nog tot tweemaal toe zou herhalen? De ellenlange en vervelende solo’s waarmee deze voorstelling telkens gepaard ging brachten de vaart volledig uit het optreden.
Opener “I’m Always Open For The Worst” klonk nog veelbelovend en ook de prima single “Always On The Run” uit het nieuwe album ‘The Honey And The Knife’ zat al vroeg in de set. Maar daarna ging het snel bergaf.
Niet alleen omdat Tom Van Laere hoe langer hoe meer de onweerstaanbare drang kreeg om te schreeuwen in plaats van de zingen tijdens ieder nummer. Het waren vooral de tenenkrullende lyrics en refreinen die ons incasseringsvermogen nog het meest op de proef stelden. “Look what love has done” klonk ronduit pathetisch en “I’m in love with solitude” ongeloofwaardig. “There’s nothing like romance, only trouble and desire” was er opnieuw vér over en toen hij voor de zoveelste keer zijn 5 reistips (rule number one, you have to travel alone; rule number two, you have to travel slow, enzovoort enzovoort…) uit de doeken deed moesten we zelfs even een lachbui onderdrukken. En klinkt “Get out my life whore, you don’t love me anymore” niet eerder als een Facebook kreet van een gefrustreerde 14-jarigedan als poëzie van een bohémien die openlijk dweept met de ‘Beat Generation’?
Op het eind zaten weinigen nog echt op een bisnummer te wachten, maar Admiral Freebee speelde er toch nog enkele. “Nu gaan ze mij wel van het podium moeten sleuren” sprak Tom Van Laere met duidelijk Antwerps accent, en heel even vreesden wij dat hij het echt meende terwijl hij “Carry On” inzette.
Als «den Admiraal» live niet dringend uit een ander vaatje tapt dreigt hij veel te vroeg een karikatuur van zichzelf te worden. Maar misschien moet hij gewoon eens een goed lief vinden. We wensen hem veel succes tijdens zijn avondexcursies in de Vlaamsesteenweg.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 - Trans Am - de bezweerders van de robots

Geschreven door

De Amerikaanse postrockers Trans Am toverden tijdens Les Nuits Bota de magische Rotonde om tot een halfdansbare roboteske heksenkring. De bezweringen die het trio Means/Manley/Thomson er, na 20 jaar veelvuldig touren en een tiental platen later, op het publiek loslieten hadden aan geen kracht ingeboet.

Centraal tijdens de Trans Am sfeervolle live ervaring stonden het onweerlegbare vakmanschap met Thomson zijn retestrakke 80’s drumbeats, de zware NIN-achtige synthgrooves (“Black Matter” uit de nieuwe ‘Thing’) en flippende computergeluiden en –beats (“Outmoder”) uit de tijd dat de floppy disk nog revolutionair was, en dit alles overgoten met een goeie scheut theatrale humor. Means die zijn vervormde stem aan een vroegere ontmoeting met de aliens ontleend had, predikte van voor zijn keyboard/altaar tijdens “I want it all”, “Futureworld” en “Play in the summer” als een begeesterde priester - eentje met betere bedoelingen - en kwam met een grote glimlach geloofwaardiger over dan de meeste politiekers de laatste tijd in het verknipte Brussel betrachten.
Het spelplezier stond duidelijk voorop en een nooit vervelende afwisseling van complexe evenals eenvoudige groovende ritmes, en met delay doorspekte melodieën werden in de hoofdzakelijk instrumentale nummers moeiteloos door de ketel geroerd. Bas en gitaar werden dan ook vlotjes van muzikantenhand verwisseld, de leadzang werd schijnbaar lukraak uitgewisseld en Manley haalde de ene geïmproviseerde gitaarloop na de andere uit zijn Memory Man.
Het trio kende hun klassiekers en amuseerde met de Richie Samborachtige gitaarsolo’s, Means zijn Drittes Reich poses en het vrouwelijke gejubel bij de ontblote torso van Thomson die maniakaal en met gouden ketting het publiek met starende ogen in zijn visier hield.

Het trio kroop na een uur, bisnummer incluis, van strakke en verhalende flipgrooves terug op hun ataribezems en liet een hondertal man verstomd achter. Kort en krachtig, meer moet dat niet zijn!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Labadoux 2010: zondag 9 mei 2010

Geschreven door

Zondag 9 mei … Moederdag … Nadat we aan de verplichte familiereünies ontsnapt zijn, is op Labadoux de jaren ’60 revival al volop aan de gang. The Move hebben we gemist. Schijnt dat de afwezigen ongelijk hadden… Maar er staat nog meer retro op het programma …

Alan Price Set

Alan Price, één van de twee voormannen van The Animals, maakte furore met zijn legendarische orgelbewerking van “The House of the Rising Sun”. In 1965 verliet Alan Price The Animals om een andere weg in te slaan: The Alan Price Set was meteen geboren. Meerdere pogingen om The Animals opnieuw samen te krijgen mislukken. Toch toert Alan Price al tientallen jaren door de UK. Zo figureert Alan Price met zijn groep als zichzelf in de film "O lucky man" van Lindsay Anderson uit 1973. Het loont de moeite om dit even op YouTube te bekijken. Malcolm McDowall is de rijzende ster in de film en ontdenkt dat hij in proefkonijn in een verschrikkelijk experiment is. (http://www.youtube.com/watch?v=-oL7XP0ROvk) Hij ontsnapt werd bijna aangereden door een minibusje van… jawel ‘The Alan Price Set’ (http://www.youtube.com/watch?v=1w0x-ezfBXA&feature=related) Hij mag mee met het busje en ontmoet de mooie jonge Helen Mirren. Later zoekt hij haar op in haar appartement waar ook de groep repeteert (http://www.youtube.com/watch?v=6WpgRYw1Ye4&NR=1)
Hij treedt ook op met groepen als Manfred Mann, The Searchers en The Hollies. Verder werkt hij samen met verschillende muzikanten zoals Georgie Fame. In de set list van zondag hoorden we dan ook nummers zoals “Lucille” van Little Richard, “The Letter” van The Boxtops of “Money (That's What I Want)” dat inde jaren’60 gecoverd werd door alles wat naam had.
Zoals altijd weet hij zich omringd door een stel uitstekende muzikanten. Op het einde van de set trad frontman Alan Price even opzij en gaf hen elk hun solomoment.
Achteraf konden we de groep nog even strikken voor een groepsfoto. Maar voor een extra woordje uitleg was hij niet te vermurwen. Hij is dan ook al decennia lang een grote ster…

Yevgueni
We zijn hier nu toch” zingen de mannen van Yevgeni. Wij waren er gelukkig ook bij in de volle tent om Labadoux editie 2010 af te sluiten. Frontman Klaas, de lieveling van de meisjes, bezingt hen in poëtische “jongensteksten” (meisjes netjes gesorteerd van klein naar groot of omgekeerd). Hij weet ons te vertellen dat “Sara komt nooit meer terug” verwijst naar café de Cafard in Leuven …of De Fagot die gelukkig nog bestaat. Ook gevleugelde uitspraken zoals Spijt is wat de geit schijt, maken deel uit van de teksten die Klaas schrijft (in het bijzonder met de benen gespreid). Het is ongelofelijk te horen welk songbook deze jonge groep (ontstaan in 2002), nu al bijeen geschreven heeft. In geen tijd zijn ze uitgegroeid tot een gevestigde waarde in ons muzieklandschap. Het publiek zong ook uit volle borst mee met de nummers van hun derde cd. (Bekijk de UFO op http://www.yevgueni.be/ )
Halfweg de set haalde Klaas een oude beatbox boven. “Nieuwe meisjes” werd ingezet en meezingen was toegelaten. Hij had het toch niet kunnen verbieden. Ook de mannen werden op hun wenken bediend: “Je moet een man zijn” blijkt dus een metafoor te zijn voor de tefalpan. Wie erbij was, begrijpt wat filosoof Klaas hiermee bedoelt. Op het einde testte de zanger nog eens het vakmanschap van zijn groep: zonder enig sein of teken zong hij het begin van het volgende nummer. Elk groepslid viel in op het juiste moment! Meesterschap!
Toen haalde Klaas één van zijn fans uit het publiek: Laura Houthoofd mocht meezingen en beleefde waarschijnlijk reeds haar hoogtepunt van 2010. Met verzoeknummer “Als ze lacht” en nog een boodschap voor de stemplichtigen onder ons “Meer vrouwen aan de macht” werden we naar bed gestuurd. Het is echt waar: ze hebben het perfecte evenwicht gevonden tussen kleinkunst en pop. Dat hoorden maar liefst 3250 man in de concerttent.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Les Nuits Botanique 2010 - Archie Bronson Outfit en Peggy Sue

Geschreven door

We zijn alvast blij dat het niet écht Brits klinkende Archie Bronson Outfit terug op het voorplan is met nieuw werk ‘Coconut’. Vier jaar lieten ze op zich wachten en intussen is het Londense drietal uitgebreid tot een kwintet. De heren hadden vroeger een grove baard en waren gekleed in houthakkershemd, nu zijn ze korter geknipt en treden ze op in gekleurde gewaden.
De onversneden portie rauwe, broeierige en opzwepende bluesy gitaarrock’n’roll horen we natuurlijk nog op ‘Coconut’, maar ABO laat de psychedelica meer doorklinken door zwevende synths en baslijnen, stevige ritmes en wahwah golven. De productie was trouwens in handen van Tim Goldsworthy die al eerder z’n sporen verdiende bij LCD Soundsystem, Hercules & The Love affair en The Rapture. Een bredere sound dan vroeger dus, door de intrigerende, bedreven en sfeervolle toetsen en synths, waarbij ze zelfs de ‘80’s wave en punkfunk niet schuwen.
Muzikaal combineren ze Jon Spencer, het oude Cave ( remember de tijd van ‘The firstborn is dead’ (’85) ), Alan Vega, The Kills, The Fall en een dolgedraaid 16 Horsepower met de aanstekelijke groove van Swervedriver, Spacemen 3 en de ‘80’s van The Cure en Gang Of Four, onder de doorleefde, emotievolle zang van Sam Windett.

Ze serveerden een energieke en gevarieerde set met enkele boeiende outtro’s. Een lang uitgesponnen “You have a right to a mountain life/one up” opende de gig. Eén van de twee toetsenisten begon aan een bezwerende trip op een Grandaddy meets Spacemen 3 wijze. De song ging crescendo door de repetitief opbouwende melodielijn en explodeerde toen de andere groepsleden hun instrumenten inplugden en het nummer van een stevige scheut gitaarrock’n’roll en opzwepende percussie voorzagen, bepaald door een galmende, zweverige zang van Windett. Een opzienbarende start! Op adem komen was er niet bij, want “Magnetic warrior” volgde, een snedige psychedelische rocker overstelpt van noisy wahwah pedaaleffects.
Windett voelde vroeger onwennig aan op het podium, nu was hij duidelijk communicatiever, voelde zich goed in z’n vel en stond hij er met z’n band als een huis. Ze hielden het eerste half uur een hels tempo aan met broeierige, krachtige versies van de nieuwtjes “Hoola” en “Wild strawberrys”. De synths plaatsten zich prompt naast de gierende en brommende rock’n’roll en in de rauw rockende uptempo’s van de oudjes “Kink” en “Cherry lips” hadden de synths en toetsen een zalvende werking door hun onderhuidse aanwezigheid. De leden gingen totaal op in hun heerlijk bedwelmende soms overstuurde herrie.
En dat ABO goed geluisterd had naar de invloedrijke jaren ’80 hoorden we in “Shark’s tooth” door dat tikkeltje ‘80’s waverock op z’n Cure’s, terwijl “Chunk” het meer moest hebben van de ‘80’s funkende (punkfunk) dance van Talking Heads, Gang Of Four en A certain ratio en het zelfs kon gelinkt worden aan het oude TC Matic en Lavvi Ebbel. Ze werden afgewisseld met de ruwe “Kangaroo heart” en “Dart for my sweetheart”, die door de bluesy slides intens beklijfden. Het sfeervolle “Bite it & believe it”, ergens tussenin de songs, was de meest gelaagde pop in de set.
De band raasde door de pittoreske Rotonde met een ongemeen rauwe “Harness”, die alle ABO ingrediënten samenbracht en het overgoot van elektronicableeps en pedaaleffects. Een schitterende versie die ervoor zorgde dat de band ‘God’- verheven werd en het publiek uit z’n dak deed gaan.
Een leuk rockende bis breidden ze er nog aan, met een avontuurlijke “Cuckoo” die door een sitarklinkende gitaar en gedoseerde synths duidelijk breder klonk; tot slot speelden ze een doorleefde broeierige “On the shore” en een hyperkinetische “How I sang dang”, door de ‘hoempapa’ opzwepende ritmes.

De psyche elektronica en punkfunk is in de moddervette garagerock van ABO doordrongen, biedt duidelijk een meerwaarde en heeft live een verslavende werking. Onverwoestbaar en ziedend! Na de MaZ in Brugge eerder deze week, moest de Bota eraan geloven …

Peggy Sue: met een referentie aan Buddy Holly speelden de dames Rosas Rex en Katy Klaw uit Brighton dramatiek met een rauw randje! De dames maken deel uit van de huidige lichting vrouwelijke sing /songschrijfsters, integreren Feist, Cat Power en Joan As Policewoman in hun dromerige folkypop en maken bochten naar de ruwe bolster van Sleater-Kinney; op die manier doen ze onrechtstreeks denken aan een rauwe Indigio Girls en Tegan & Sara. Ze staan in de spotlights met de cd ‘Fossils and other phantoms’.
Ze boden een overwegend boeiende set door zachte strelingen en ruwe partijen, de sfeeropbouw en de vocale samenzang en - pracht. De emotionaliteit klonk door en ze wisten van zich af te bijten.

Naast het dance event in de Chapiteau met Kalkbrenner – Shameboy schoot de Bota - organisatie ook raak in de Rotonde met ABO …

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 - Paul Kalkbrenner, Shameboy, Curry & Coco

Geschreven door

Les Nuits Botanique trapte vandaag af onder ruime belangstelling: de trapjes van de Kruidtuin waren goed gevuld, en verschillende concerten waren uitverkocht, waaronder ook het dance-luik in de Chapiteau met Shameboy en Paul Kalkbrenner.

Het Deense Fagget Fairys kwam niet opdagen, en werd vervangen door een Frans electro-pop duo, Curry & Coco. Deze jongens hadden duidelijk een jaren-tachtig fixatie, er sijpelden zelfs new-wave invloeden door, en met drums en keyboard wisten ze toch de nodige variatie uit de beperking van die bezetting te halen.

Shameboy heeft al op vele Belgische festivals de buitenlandse DJ’s naar huis gespeeld, met hun catchy electro waarbij de stroboscopische lichtshow de nummers slim naar een climax stuurt. Met hun derde worp, ‘808 state of mind’, borduren ze op hetzelfde stramien voort: stadion electro met acid-invloeden, vandaar ook de verwijzing naar de Roland 808. Jimmy Dewit werd vervangen door Dominik Friede, maar dit heeft niet echt tot een muzikale koerswijziging geleid. Shameboy kreeg 50 minuten, dus we verwachten dan ook dat ze er direct zouden invliegen, in plaats van rustig op te bouwen, en dit bleek ook zo te zijn: 50 minuten vol gas, zonder rustmomenten.
Ouwe klassiekers zoals “Strobot” en “Rechoque “werden afgewisseld met het nieuwere werk zoals “Blastermind”, maar jammer genoeg klonk alles nogal uniform, de nummers zijn onderling inwisselbaar, en we konden ons niet van de indruk ontdoen dat Shameboy voor het gemak van de herhalingsoefening gevallen is. Natuurlijk misten de nummers en de belichting hun effect op het publiek niet, maar echt ontploffen deed de tent toch niet. Acts zoals Bloody Beetroots serveren hun electro net iets vuiler, meer tongue-in-cheek, en laten ook meer invloeden uit andere genres dan electro toe. Herkansing voor Shameboy deze zomer op een festival?

Het was duidelijk dat iedereen deze avond voor Paul Kalkbrenner gekomen was, hij kreeg al een oorverdovend applaus voor de eerste beat uit de boxen spatte. Pauk Kalkbrenner, een Berlijnse DJ, die al jaren meedraait in de B-Pitch Control posse van Ellen Allien, kende vorig jaar zijn doorbraak met “Sky and Sand” en de soundtrack van een techno film, ‘Berlin Calling’. De Chapiteau was tot de nek gevuld met zowel jonge tieners als dertigers die allemaal zin hadden om er eens goed in te vliegen. De security liet het allemaal rustig begaan, twee meisjes konden zonder probleem hun dansmoves op het podium demonstreren. Paul Kalkbrenner had vandaag meer dan genoeg tijd om zijn set rustig op te bouwen, een uur en drie kwartier volgens het programma, dus in het begin kregen we vooral nieuwe nummers, duidelijk techno, maar zeker geen minimal. Ergens vooraan zat “La Mezcla”, met zijn Braziliaanse touch, iets waar Duitsers meestal heel goed in zijn, denk maar aan Jazzanova. Paul Kalkbrenner bouwt veel van zijn nummers op verschillende niveaus, dwingende beats die doordenderen, en dikwijls van tempo verwisselen, en daarboven dromerige composities die de songs bijeen houden. Hij kent duidelijk de trucjes om het publiek te bespelen, zoals de beat laten wegvallen, om dan weer veel harder in te vallen, maar hij blijft inventief. Ook de nummers van Berlin Calling kwamen aan bod, maar de beats en melodieën had hij altijd wel bewerkt, zodat het toch net altijd iets anders klonk. Absolute prijsbeesten zoals “Gebruen Gebruen”, “Aron”, “Square 1” en “Azure” bouwden naar de climax op: even voor twaalven staken alle handjes in de lucht in de Chapiteau.
Net zoals op Pukkelpop vorig jaar, biste Paul Kalkbrenner met zijn versie van “Mad World” van Tears for Fears. Het publiek was al op weg naar de uitgang, toen Paul Kalkbrenner iedereen nog op het verkeerde been zette door met een andere melodie “Sky and Sand” te beginnen. Iedereen stormde natuurlijk terug de tent in, om luidkeels mee te brullen. De eerste nacht van Les Nuits was bijzonder leuk begonnen.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Labadoux 2010: zaterdag 8 mei 2010

Geschreven door

Door andere festiviteiten moesten we vandaag de doedelzakken van Hevia missen. Maar als het begint te duisteren horen we op het plein een eenzame Piper op een Schots instrument blazen. Frank Dubois hoorde het voor het eerst op de Franse grens in Wervicq-Sud toen zijn broer op reis vertrok. Meteen was hij verkocht en leerde het instrument bespelen. Nu maakt hij deel uit van één van de vele Piperbands die ons land rijk is. Een fijne ontmoeting op een rustige festivalweide…

Op zaterdag stonden de warmtekanonnen aan in de tent langs de vaart in Ingelmunster. De muziek van Pama International straalde zelf evenveel warmte uit. Tropische reggaeklanken nodigden de ene keer uit tot heupwiegen en meespringen op het opzwepende ritme of anders tot zalig nietsdoen in een hangmat in de zon. Voor de zon zijn we blijkbaar in het verkeerde land geboren. Maar wie mee ging in de set van Pama, genoot van van een ander soort warmte. Een schot in de roos!

The Blik Dooze Band & Bart Vandenbossche
De vijfkoppige Blik Dooze Band bracht in zijn bekende stijl een mix van traditionals uit de hele folkgeschiedenis met cabareteske humor en West-Vlaamse grappen en grollen (Zij: “We gaan een gordijn moeten hangen in de badkamer want de buren kunnen binnen kijken uit hun keuken” – Hij: “We gaan die kosten niet moeten doen als ze u ene keer gezien hebben. Ze zullen dan zelf wel gordijnen hangen”). Soms speelden ze nummers van hun vrienden die er jammer genoeg niet bij konden zijn Flaco Jimenez was naar een trouwpartij en Willem Vermandere had een ehnne die moest leggen). Of ze brachten een ode aan het ongebonden leven van de echte Pallieter met nummers uit diverse vaatjes getapt zoals “Ik hou van alle vrouwen” van Rum of “Het Luiaardsgild” dat we kennen van Kadril.
Bart Vandenbossche voelde zich als een vis in het water tussen deze specimen die even ervoor nog in Junglebook verdwaald waren (met de wilde (h)oester als bijzonderste exemplaar). Ze begeleidden hem zowel bij zijn eigen wereldhits als bij klassiekers zoals “The Wild Rover” of “Drunken Sailor”. Een geslaagde combinatie en inderdaad een stevig werkend antidepressivum!

Faran Flad
”Faran Flad, nu ook de revelatie op Labadoux?” is volgens ons een retorische vraag op de website van Labadoux. Het geheel was veel meer dan de combinatie van de individuele leden.
De Britse zangeres/fluitiste Heather Grabham groeide op in een gezin doordrenkt van folk. Met de groep Tan Tethera (de cijfers 2 & 3 bij het schapen tellen) speelt ze met haar vader Dave (op gitaar and zang) en haar moeder Kath (zang). (http://www.myspace.com/heathergrabham)
Door haar samenwerking met Kadril aan het project 'De andere kust' leerde ze Erwin Libbrecht kennen. Jan Debrabandere van Green Jacket is de harmonische en ritmische bassist van Faran Flad. Luc Pilartz is een van de beste violisten die ons land rijk is en een drijvende kracht in meerdere groepen zoals Verviers Central, Panta Rhei, Trio Trad en zijn eigen ensemble. Bart Deblaere en Frederik Vandaele zorgden voor percussie en het onmisbare geluid van de bodhran terwijl Koen Dewaele op bas speelde. De groepsnaam betekent ‘reizen in schoonheid’.  Deze groep is ook een rijzende ster aan het folkfirmament..

Motown met Jr. Walkers Allstar Band From Motown Records
Deze oudgedienden uit de stal van Motown vormen samen nog altijd een geoliede machine. Sommigen mogen dan al een gezegende leeftijd bereikt hebben, ze swingen nog als de besten. Het publiek werd laaiend enthousiast bij het horen van de onuitputtelijke voorraad kaskrakers uit de sixties en seventies. Vlak voor het podium stond een zwarte broeder het optreden te filmen in volle adoratie. We genoten mee en trokken moe maar voldaan naar huis.
Buiten ontmoetten we nog een kenner. Van hem kwam de vraag of er plaats is een kleine festival voor dergelijke commerciële muziek. Voor hem ware Mumford & Sons een betere optie geweest. Volgend jaar misschien…?

Neem gerust een kijkje naar de pics …

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

 

De Kreuners

De Kreuners – Andes – fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics en live foto’s …
Andes
Enkele behoorlijk jonge gasten op het podium die vrijwillig hun nummers in het Nederlands brengen, je moet het maar doen in deze tijd waar het Engels de hoofdtaal is.
Toch kunnen ze hun mannetje staan, de nummers die ze brengen hebben veel inhoud en zijn boeiend om naar te luisteren. Een mengeling van rock en pop laat de groep tot zijn recht komen. Het is niet gemakkelijk om voor een band als de Kreuners te spelen, maar toch hebben ze zich niet laten doen en hebben ze het publiek goed warm gekregen. Er waren behoorlijk wat mensen onder de indruk, en ze hebben mij ook kunnen overtuigen!

De Kreuners
De Kreuners kwamen naar het Depot om hun nieuwe cd voor te stellen. Toegegeven, de nieuwe cd is misschien minder sterk dan het vroegere werk. En toch staan er enkele nummers op die kunnen uitgroeien naar Kreuners ‘klassiekers’.
In het begin kwam de klemtoon op het nieuwe werk, afgewisseld met enkele oudere nummers.
In het tweede deel van het concert kwamen de classics naar boven: “Victoria”, “Layla”, “Ik dans wel met mezelf”, …
Ze speelden een goeie 20 nummers en stuurden iedereen tevreden naar huis. Het was de eerste keer dat ik ze zag … ik ging er naar toe om de nostalgische sfeer op te snuiven van toen ik jong was en leerde hen kennen via cd’s in de auto. De nostalgische sfeer leek eerder zoek, maar we zagen een erg levendige, actieve band!

Organisatie: Depot, Leuven

Randy Newman

Een avondje geriatrische satire met Randy Newman

Geschreven door

Zijn onafscheidelijke bril laat het niet onmiddellijk vermoeden, maar de Amerikaanse componist, zanger en pianist Randy Newman is wel degelijk een man met vele gezichten. De wereld maakt voor het eerst kennis met het unieke talent Newman in de jaren ’60 als hitleverancier voor o.a. Gene Pitney, Alan Price en Manfred Mann. Bovendien wil de ironie dat ’s mans eigen versies van “Mama Told Me Not To Come” en “You Can Leave Your Hat On” geen potten breken, maar in de handen van respectievelijk Three Dog Night en Joe Cocker prompt in hitparade goud veranderen. De jongste decennia ontpopt Newman zich steeds nadrukkelijker als arrangeur en componist van soundtracks, en stelde hij zijn pensioentje veilig door o.a. songs aan te leveren voor de animatiekaskrakers ‘Toy Story’ en ‘Monsters, Inc.’.
Maar als we zelf mogen kiezen appreciëren we Newman uiteraard het meest als onvolprezen koning van de zelfspot, als genadeloze kritikaster van de American Dream of als satirische en ietwat onbeholpen romanticus die vooral in de 70ies een aantal essentiële albums heeft afgeleverd. Net als generatiegenoot Leonard Cohen ligt de inmiddels 66-jarige Amerikaan nog steeds goed in de markt, getuige de snelheid waarmee de tickets voor zijn Belgische mini-tournee in no-time de deur uitvlogen. Met nog optredens in Brussel en Turnhout in het verschiet kwam Newman zich afgelopen donderdag alvast opwarmen (nu ja, met dit weer...) in de fraaie Schouwburg van cc De Spil in Roeselare.

Het typeert de immer cynische Newman om zijn solo set te openen met “It’s Money That I Love”, een mislukte single uit zijn veruit meest verguisde album ‘Born Again’ (’79). Spijtig genoeg kregen we een behoorlijk slordige versie van dit nummer te horen, en ook op het up-tempo “Mama Told Me Not To Come” verloor de wat zenuwachtig ogende Amerikaan bij momenten de pedalen van zijn zwarte vleugelpiano. Newman is echter de eerste om de spot met zichzelf te drijven en gaf ruiterlijk toe dat hij zijn start had gemist. Hij schakelde prompt een versnelling lager en vanaf het ontroerende “Living Without You” uit zijn titelloze debuut en het tijdloze tweeluik “Birmingham” en “Marie” vanop ‘Good Old Boys’ (‘74) leek alles opeens in de juiste plooi te vallen. Tussen de nummers door ontpopte Newman zich gaandeweg tot volleerd entertainer en gunde het publiek een persoonlijke inkijk in de ontstaansgeschiedenis van sommige van zijn songs. Zo biedt het grappige “The Girls In My Life (part 1)” een mooi chronologisch overzicht van Newman’s romantische escapades, beschrijft het titelnummer uit het meest recente album ‘Harps And Angels’ de eindigheid in het menselijke tranendal en werd 400 jaar beschaving samengevat in het bijzonder actuele “The Great Nations Of Europe”.
Tussendoor plaagde hij het West-Vlaamse publiek met een sneer naar de BHV kwestie, maar keerde al snel terug naar zijn zo geliefkoosde terrein van de zelfspot. Samen met Mick Jagger beschouwt Newman zichzelf als één van de vaandeldragers van de zogenaamde geriatrische rock, een titel die hij zeker verdient op grond van “I’m Dead (But I Don’t Know It)”. Dankzij de enthousiaste publieksparticipatie groeide dit autobiografische nummer zowaar uit tot één van de hoogtepunten van de eerste concerthelft. Newman nam vervolgens wat graag ook zijn eigen regering op de korrel in “Political Science” en verdween daarna een eerste keer achter de gordijnen.
Ook na de pauze bleef het hoogtepunten regenen uit Newman’s indrukwekkende back catalogue die terug gaat tot 1968. Uit dat jaar dateert “Love Story” dat anno 2010 nog steeds uitblinkt in oprechte meligheid. Op latere albums drongen vervolgens ook satire en karikaturale schetsen binnen in Newman’s muzikale universum, en niet zelden zijn deze geïnspireerd door historische feiten en figuren. Het op Hitler’s jonge jaren gebaseerde sarcastische kortverhaal “In Germany Before The War” of de ronduit geestige inleving in de Amerikaanse Southern mentaliteit op “Rednecks” kunnen wat dat betreft wel tellen. Als tegengewicht voor de soms wat moeilijk verteerbare thema’s in zijn nummers houdt Newman muzikaal alles wel luchtig door het integreren van dixie en ragtime elementen. De kranige zestiger was zelfs niet te beroerd om het eerder banale hitje “You’ve Got A Friend In Me” uit de ‘Toy Story’ soundtrack te plukken, of om het publiek zelf verzoeknummers te laten kiezen. Met een knipoog naar het kwakkelende Belgische lenteweer besloot Newman met “I Think It’s Going To Rain Today” zijn set en strompelde voor de tweede keer het podium af.

De eigenzinnige Newman koos als encores niet voor het evidente “Rider In The Rain” of “It’s Money That Matters”, maar wel voor meer obscuur albummateriaal uit de soundtrack van ‘Parenthood’ (“I Love To See You Smile”) en het conceptalbum ‘Randy Newman’s Faust’ (“Feels Like Home”).
Het typeert de Amerikaan ten voeten uit: de zachtaardige chroniqueur met de vitriolen pen die de maatschappij en zichzelf een geweten schopt, en daarmee zonder het zelf te beseffen een stek heeft veroverd in de gallerij van de belangrijkste songwriters uit de jongste halve eeuw.

Organisatie: CC De Spil, Roeselare

Labadoux 2010: vrijdag 7 mei 2010

Geschreven door

We zijn alweer aan de 22ste editie van het Labadouxfestival toe! Met The Levellers voor de tweede maal als top of the bill. En die blazen evenveel kaarsjes uit! … Dit jaar wil Labadoux samen met chefkok Frank Fol de bezoekers gezonde eetgewoonten bijbrengen… Zondag is mayovrije dag! Een nobel streven, maar het jonge volkje hoorden wij toch morren om hun portie vettigheid op de frieten…
De muziek viel iedereen in de smaak. Er was dan ook voor elk wat wils: oldies uit de sixties of folk uit een ver verleden, funk uit Motown of reggae uit de Caraïben. Elke dag waren er ook de onvervalste West-Vlaamse klanken. Zowel inboorlingen als ‘anderstaligen’ kunnen dit sappige taaltje smaken! Net als een gezond sausje van Fol moet je er wat aan wennen…

Dit jaar was het dikketruiendag! Het vroor nog niet zoals dat jaar met gitarist Snowy White (wanneer was dat ook alweer), maar het was zeker nog geen terrasjesweer. De organisatoren zullen dat ook wel gevoeld hebben aan de opkomst. Op het plein was de gezellige drukte van vorig jaar soms ver te zoeken. Maar de tenten boden onderdak aan alle koukleumen.

Lode et La Cactusse
Zoals beloofd bracht Lode Buscan met zijn Ieperse folkband dansbare balfolkmuziek. Na enkele Bourrées, walsen en mazurka’s sloeg de vlam in de pan een origineel arrangement van “Poezeminneke” van Rum, maar dan gezongen in het Westvlaams (“Ratten en muuzen moeten verhuuzen…”) gevolgd door het reuzenlied dat we allen leerden op de kleuterschool. Het was een gezellig optreden en de groep liet zich niet ontmoedigen door de 20 toeschouwers die de weg naar de tent gevonden hadden op de vroege uur. Ze sloten dan ook af met enkele honderden luisteraars en … jawel: dansers!

Roland & Band
Als een heer van stand kwam Roland op het podium met een witte sjaal, witte schoenen, een lange zwarte jas en bijpassend hoofddeksel dat op het eerste zicht wat weg had van een hoge hoed. Bij nader inzien leek het eerder een oosterse oorsprong te hebben.
Wie dacht dat dit heerschap ons zou bedienen van oude onvervalste Blues, kwam bedrogen uit. Roland is met zijn tijd mee. Dat is het minste wat kan gezegd worden. Met Roland op steelguitar en Steven de Bruyn (El Fish - The Rhythm Junks – kijk zeker ook eens naar http://www.youtube.com/watch?v=4yE7uloFG_Y ) op harmonica kregen we van bij het eerste nummer “Chicken Massa” een psychedelisch geluidstapijt de zaal in gerold. Tien minuten lang wisselde hij ritmische melodielijnen af met zweverig aangehouden klanken die ons deden denken aan Ry Cooder uit de tijd van Paris-Texas. Met zijn slagwerk speelde Georges Triantafylou (inderdaad van Griekse origine) perfect in op de freewheelende frontmannen.
Voor het tweede nummer werd dit trio vervolledigd door Allan Gevaert op bas. Steven versterkte het geluid van zijn harmonica’s met zijn jaren’50 micro en net als de eerste stoomtrein (175 jaar na dato) denderden ze doorheen een nummer waarin Roland ons een verhaal opdiste over de cultuurschok tussen een vrijgevochten Europeaan en de Amerikaanse Immigration Officer: “Officer kiss me please!”
Adepten van de klassieke blues werden dan toch op hun wenken bediend met “I had my fun”. Een echte blueskraker, traag en vettig, zoals ze die in de Mississippidelta lusten. Daarna herrees de oude El Fish uit zijn as met “Best Kept Secret”. Steven zong met zijn falset afwisselend in beide micro’s en demonstreerde en passant het gebruik van de neusfluit. Daarbij toverde Roland zowaar een Hammondorgel uit zijn gitaar. De set werd afgesloten met het nummer “King Kong” (with his big Ding Dong). Het was veel te snel gedaan. En dat beaamden de groepsleden achteraf ook. Maar op een festival moet de klok in de gaten gehouden worden!
Roland signeerde achteraf een oude LP uit onze privéverzameling. Hij was aangenaam verrast en drukte ons op het hart dat het intussen een collectoritem geworden is. “Zeker weten!”

Piv Huvluv
In de club-tent zagen we met Piv Huvluv één van de pioniers van de stand-up comedy in Vlaanderen.  Het was lang geleden dat we nog eens een stand-up zagen die ook geschikt was voor kinderen. Daarmee zeggen we niet dat het een kinderachtig optreden was. Jong en oud genoot met volle teugen van zijn filosofische kijk op de jeugd van tegenwoordig en op zijn eigen jeugd. De foto’s op het scherm waren een toegevoegde waarde. We mochten jong Pivke bewonderen op een oude klasfoto.
Het jonge volkje in de zaal mocht ook mee de show maken. Toen Piv ons ervan wou overtuigen dat er in tegenstelling met nu, vroeger tenminste nog aan poëzie gedaan werd vroeg hij lukraak aan een meisje wanneer ze de laatste keer een gedicht had moeten van buiten leren. Het antwoord was grappiger dan hij het bedoeld had: “Ik volg voordrachtschool”… De leukste moppen zijn niet gepland!

No Crows
No Crows, voor velen een aangename verrassing, brachten met Steve Wickham ( de legendarische fiddler van The Waterboys) en Oleg Ponomarev een tandem violen die de hele tent uit het wiel reden! Een afwisseling van weemoedige zigeunerklanken en opzwepende Ierse gigs en reels bracht het publiek in vervoering.
Even kwam Django Rheinhardt om het hoekje kijken. De geest van wijlen Stéphane Grappelli werd opgewekt in die 2 violen. Beide virtuozen leken met hun strijkstokken soms de degens te kruisen. Het was genieten van hun grappen en grollen. In het laatste nummer hoorde je bv. de kraaien echt krassen. Dit was echte ‘wereldmuziek’ een festival zoals Labadoux waardig. No Crows: een naam om te onthouden… Ze verlieten het podium om plaats te maken voor hun eigen gastgroep:

Ishtar
Zangeres Soetkin Baptist werd begin dit jaar vervangen door twee zangeressen: Hannelore Muyllaert en Isabelle Dekeyser. Het was een lust voor het oor en … jawel, ook voor het oog! Dat vonden beide violisten van No Crows ook. Nadat het publiek werd vergast op zowel de bekende hits als enkele nieuwe nummers van Ishtar, kwamen de gastheren opnieuw het podium opgedarteld om met hun violen de zangeressen te charmeren. Een unieke combinatie die we hopelijk nog zullen zien!
In deze nieuwe bezetting is de Ishtar zeker een nieuw leven beschoren. We horen er zeker nog van.

The Levellers
Net zoals Labadoux blazen The Levellers in 2010 hun 22ste kaarsje uit! Opnieuw maakten ze hun reputatie als live band helemaal waar. De zaal zat –nee, stónd- afgeladen vol voor de muzikanten uit Brighton. De snoeiharde songs volgden elkaar op in een moordend tempo dat menig punkband jaloers zou maken. Na ruim twee decennia op het podium is Mark Chadwick nog steeds uitstekend bij stem. Jeremy Cunningham op bas, steelt de show, pogoënd met zijn meterslange dreads. Jon Sevink zorgt met zijn viool voor de folktune in de rockmuziek van de groep.
Wie hen voor de eerste keer zag, beleefde halfweg hun optreden plots een verrassing toen uit het niets een didgeridoospeler opdook. Stephen Boakes, (zie http://home.swipnet.se/~w-26367/boakes.htm), met een wit geschminkt gezicht en rode haren, lijkt zo uit Australië weggelopen. Met het 2 meter lange instrument op de grond rustend zien we een soort Engelse Aboriginal staan. Maar als hij de buis naar het tentzeil omhoog richt, lijkt alsof een voorhistorische mammoet zich klaar maakt om te chargeren. Indrukwekkend!
Vijf jaar geleden zetten de Levellers Labadoux al in vuur en vlam. We konden exclusief een kijkje nemen in het gastenboek en stelden vast dat de heren zich beide keren kostelijk geamuseerd hebben. The Levellers werden een hoogtepunt op de eerste avond van het 22ste Labadouxfestival…

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Grails

The Quest of the Holy Grails – Grails – een boeiende queeste

Geschreven door

De ongeïnspireerde start die Creature with the Atom Brain nam beloofde weinig goeds. Terwijl hun concerten in het verleden opgefleurd werden door het show-element dat ze middels hun opvallende outfits teweegbrachten, was er in Leuven geen afleiding voor de nogal flets gebrachte muziek te bespeuren. Al te vaak hoorden we clichématige seventies-rock die de spirit miste die we in het verleden wel al konden ontwaren tijdens hun live-sets. Slechts in de twee laatste songs hoorden we een lekkere groove maar toen was het kalf eigenlijk al lang verdronken. Het laatste nummer dat veelbelovend begon werd trouwens iets te lang gerekt om de spanningsboog strak te kunnen houden.

Na een verkwikkende pauze was het de beurt aan Grails, een groep die indruk maakte met hun eerste twee full-cd’s (‘The Burder of Hope’ en ‘Red Light’) die een mooie mengeling brachten van postrock en americana. De voorbije jaren wordt hun muziek gelardeerd met meer exotische, psychedelische en jazzy invloeden. Hun gevarieerde werk maakt het moeilijk om een voorbeeld te geven van een typische Grails-song, maar wij Belgen (althans tot nader order) verwijzen geïnteresseerden graag door naar “Belgian Wake-up Drill” zoals terug te vinden op de op plaat en CD gebundelde EP’s ‘Black Tar Prophecies Vol's 1,2,&3’. Niet dat we ook maar enige clue hebben of we dat lied als een eerbetoon mogen beschouwen, maar bon, het is de dag van vandaag altijd troostrijk om te weten dat buitenlanders Belgen ooit nog voldoende de moeite waard beschouwden om in hun songtitels te vermelden.

De eerste minuten van hetgeen Grails woensdagavond bracht, deden erg denken aan Pink Floyd terwijl we ook af en toe wat Dire Straits hoorden doorklinken. Vanaf men echter gelijkenissen met deze of gene groep denkt te herkennen, gooien de vijf Amerikanen het over een andere boeg. Deze groep slaat graag vele zijpaden in, het muzikaal nieuwsgierige publiek wordt dus permanent op zijn wenken bediend want in tegenstelling tot vele andere postrock-bands is Grails allesbehalve vastgeroest in één strak afgebakend genre. Een gevarieerd doch subtiel opgebouwd nummer klonk alsof The Besnard Lakes neergestreken waren in de Labozaal van het Stuk. Ook Arcade Fire flitste even door ons hoofd toen men plots een intro door de boksen joeg die klonk als het pijporgel dat op ‘Neon Bible’ te horen valt. De te korte set (zo’n 40 minuten) werd besloten met een drumsolo waarbij de stevig aangeslagen cimbalen zowaar de basgitaar beroerden. Pure freejazz die beklemtoonde dat Grails niet vies is van een portie improvisatie.

Tot onze opluchting werden we getrakteerd op een bisronde maar ook die was niet van lange duur. Nadat er op piano en akoestische gitaar een soort interlude ingelast werd, gaf de volledige groep er nog een laatste keer een stevige lap op. Meteen een mooie afsluiter van een simpelweg degelijk optreden. Deze erg interessante groep zal nooit stadions doen vollopen maar in een kleine zaal verdienen ze zeker hun plaats. In uw platencollectie ook trouwens.

Organisatie: Stuk, Leuven

Nice Nice

Extra Wow

Geschreven door

 

Na Animal Collectieve, Fuck Buttons, Shy Child en Archie Bronson Outfit  is er nu uit Portland, Oregon Nice Nice, gecentraliseerd rond het duo Jason Buehler en Mark Shirazi. Ze brachten al enkele platen uit die onopgemerkt bleven, maar door de huidige instroom van de psyche rock / elektronica kunnen we niet meer om hen heen. Integendeel, deze stijl beleeft hoogdagen en het duo stelt ons op de proef met hun ‘post-everything’ geluid: postrock, psychedelica, noise, Indiase world, knetterende gitaren en repetitief opbouwende, intrigerende melodielijnen en bezwerende, opzwepende ritmes.
Het geheel klinkt heerlijk en geflipt door de elektronica, effectpedals en percussie. De band haalt invloeden aan van Pink Floyd, Spacemen 3 ( we mogen de cd’s van Sonic Boom Pete Kember en Jason Pierce terug van onder het stof halen), Spiritualised, Sonic Youth en de Indiase world van Eno – Byrne, Paul Weller en Afro Celt Soundsystem.
Al meteen zijn we onder de indruk van de opener “Set & setting”. En we fronsen de wenkbrauwen op de broeierige, rauwe noise elektronica van “One hit”. Een heerlijk, bedwelmende, zalvende, vettige, onverwoestbare en ziedende sound brengen de heren. Belletjes vliegen om de oren op de bezwerende trips van “A way we glow” en “Big Bounce” en op songs als “See waves” en “A vibration” zouden Eno - Byrne en Spacemen 3 jaloers op zijn.
Ook de finalereeks is er één om U tegen te zeggen … “A little love” – “Double head” – “Make it gold”, door z’n zalvende, relaxte, dromerige, bezwerende aanpak die ons in een ‘andere’, ‘betere’, ‘nieuwe’ wereld brengt en niet vies is van geestesverruimende middelen.
Je leest het, dit is eenvoudig weg een prachtplaat met talrijke variaties en behoorlijk uniek in z’n genre…

 

Massive Attack

Heligoland

Geschreven door

Samen met Portishead was het Britse Massive Attack één van de trendsetters midden de jaren ’90 van de triphopscène. De groep liet een tijdje op zich wachten om nieuw materiaal uit te brengen; ‘100th Window’ dateert al van 2003, maar de band onder spil Robert ‘3D’ Del Naja zat intussen niet stil, want na de tour in 2003-2004, verscheen er een ‘best of’ en waren er optredens op Pukkelpop en op de Lokerse Feesten. In het najaar van 2009 verscheen de EP waarop die sterke groovy tripdubbende song van Horace Andy als vocalist te horen is.
De nieuwe plaat staat bol van de guestvocalisten: Tunde Adebimpe (Tv on the radio), Guy Garvey (Elbow), Martina Topley-Bird (solo nu na Tricky), Hope Sandoval (ex Mazzy Star), Damon Albarn (Blur) en natuurlijk Horace Andy die met de meest zinnenprikkende songs gaan lopen is , want naast ‘Splitting the atom’ hebben we met “Girl I love you” het tweede puike Massive nummer door z’n broeierige intensiteit en opbouw.
De songs hebben een eigen unieke triphopstemming en zijn mooi uitgekiend en uitgebalanceerd in die duistere multigelaagde sound. “Paradise circus” klinkt zalvend door de pianoloops en strijkers en het uitgesponnen “Atlas Air” graaft als vanouds in het vertrouwde Massive Attack landschap van diep repetitief bezwerende, hitsige en stuwende gitaar- en basloops, donker, dreigende synths en een dubbele percussie: stemmig, sfeervol en intrigerend, een vleugje mystiek, avontuur en geheimzinnigheid, wat beklemmend en pakkend kan zijn… voortkabbelende trippy beats naar een bruisende climax en een bezielde trance, zonder het poppy gevoel uit het oog te verliezen. Tot slot keerde ook Daddy G naar het Massive front terug , wat we maar konden toejuichen.

Shy Child

Liquid Love

Geschreven door

Het NYse duo Shy Child, Pete Cafarella (vocals/toetsen) en Nate Smith (drums), kwamen drie jaar terug in de belangstelling met de cd ‘Noise won’t stop’, een avontuurlijk synth geluid van pop, punkfunk, nu rave en psychedelica.
De groep wordt alvast gegeerd binnen de Klaxons, The Rapture en Friendly Fires- middens, en nestelen zich naast een Late of the pier en Metronomy.
Het duo trekt de kaart van de toegankelijkheid op de opvolger en kan een doorbraak forceren naar een breder publiek en naar de ‘dansminded persons’. ‘Put your danceshoes on’ op de frisse, aanstekelijke deuntjes en beats van hun indie synth- en electropop; de zweverige duo zanglijnen maken het geheel nog wat leuker en aangenamer.
’Liquid Love’ is een vermakelijk plaatje waarbij de eerste songs “Disconnected“ en de titelsong de pijlers zijn voor de rest van de cd; de nummers overlappen elkaar een beetje en bieden weinig variëteit. Lekker in het gehoor liggend, met een referentie naar de ‘80’s electropop van Propaganda en kitsch van Erasure. Enkel de sfeervolle, dromerige afsluiter “Dark destiny” en het meer dan 7 min durende “Criss cross”, een opbouwende, bezwerende trip, tonen aan dat het duo veel meer in huis kan hebben en voldoende afwisseling bieden in z’n synthpop. Het is dan ook het prijsbeestje van de cd.
’Liquid Love’ is een goed plaatje, maar verrast niet, m.a.w. wat meer muzikale diversiteit en inventiviteit was op z’n plaats.

Winding Stairs

Everything

Geschreven door

De laatste jaren werd de alternatieve markt overspoeld met kwaliteitsplaten uit Scandinavië, ook al lag het accent eerder op electro en –synthpop.
Het debuutalbum van het duo Winding Stairs tapt echter uit een volledig ander vaatje.
Het zwaartepunt van deze release ligt echter op de schitterende stemkwaliteit van zangeres Lina Wedin die het best is te omschrijven als een perfecte kruising tussen Beth Gibbons (Portishead) en Harriet Wheeler (herinner u de heerlijke Sundays).
Als je deze plaat toch iets kan verwijten dan is het misschien alsof het lijkt dat deze groep twijfelt welke muzikale richting het uit wil.
Soms hoor je wat trip-hop (“Alibi”), soms ontegensprekelijke pop zoals alleen de Zweden het kunnen (“Shadow Stripes”) of op andere momenten neigt de neo-klassieke sfeer naar het vroegere werk van Tori Amos. Als het accent echter louter op Lina’s stem ligt dan zorgt Martin Wahlqvist (de andere helft van het duo) voor een minimalistische sfeer (gaande van een accordeondeuntje in de verte of een verloren Miles Davis-trompetje).
Het is dus inderdaad zo’n plaat geworden waarbij de details meer en meer bij elke luisterbeurt komen bovendrijven.
Het moet gezegd worden, deze Winding Stairs is ongetwijfeld een groep die op zoek is naar een eigen geluid, maar de kwaliteit is er ontegensprekelijk.

Surfer Blood

Astro Coast

Geschreven door

Een beetje te veel groepen willen naar onze goesting vandaag op Vampire Weekend lijken, maar voor Surfer Blood willen wij toch een beetje tijd vrijmaken. Omdat zij ook naar Pavement, The Modern Lovers, The Pixies, Weezer, My Morning Jacket en Band of Horses geluisterd hebben. En omdat zij puntige en frisse songs ineengeknutseld hebben. Daarom.
Elders zal men u misschien vertellen dat zij de mosterd zijn gaan halen bij The Beach Boys, maar laat u vooral niks wijsmaken, daar is nauwelijks iets van aan. Hun naam, afkomst en hun zomerse sound verwijzen natuurlijk wel naar de zonnige Californische stranden, maar Beach Boys it ain’t, gelukkig maar.
Dit is een avontuurlijk, optimistisch en fijn plaatje met exotische uitstapjes (Vampire Weekend, weet u wel) en hier en daar wat stekelige gitaartjes a la Pavement en soms zelf een beetje SonicYouth. Dit werkt aanstekelijk en smaakt naar meer.
Beloftevolle jonge band, zeg maar.

Fanshaw

Dark Eyes

Geschreven door

Gelukkig voor u en mij heeft de Canadese zangeres Olivia Fetherstonhaugh (spreek dat uit en hou dat in uw geheugen!) besloten om onder de artiestennaam Fanshaw de muziekwereld in te duiken.
Het heeft vijf jaar geduurd maar eindelijk is de cd klaar en het is misschien nog wat te vroeg om het woord ‘erkenning’ in de mond te nemen maar dit mag gerust geplaatst worden naast het beste wat de vrouwelijke pop tot nu toe dit jaar te bieden had, lees Lonelady en Polly Scattergood.
Vanaf de opener “Diana” smijt Fanshaw alle registers open en op bijna geheel akoestische wijze overtuigt ze de luisteraar van haar kunnen. Dit talent wordt verder ontplooit in prachtige sprookjespop (“Dark Eyes” herinnerde ons zo mooie aan het beste van Stina Nordenstamm), croonercountry (“Vegas” zou even goed van Tammy Wynette kunnen geweest zijn) of zelfs een beetje avant-garde is ook mogelijk want zo verwijst “O Sailor” overduidelijk naar de wereld van Kurt Weill.
Hoogtepunt is echter “Strong Hips”, een sterk synthpopdeuntje dat maar niet uit je hoofd te slaan is.
Dat Fanshaw zal moeten opboksen tegen de huidige zware concurrentie is een feit, of ze door haar talent zal worden opgemerkt is zoals bij zovele muzikanten de grote vraag maar wie 40 minuten wil genieten van iets zuiver moois kunnen we ‘Dark Eyes’ alleen maar aanraden.

Valleys

Sometimes water kills people

Geschreven door

Iedereen die de alternatieve muziek op de voet volgt kan er niet langer meer om heen dat folk weer hip is. Niet in het minst door recentelijke grootse releases van groepen als Midlake, First Aid Kit of Beach House want het lijkt er inderdaad sterk op dat de nieuwe folkgeneratie er op uit is om het begrip folk een bredere betekenis te geven, ook al wordt er volop rekening gehouden met de grote voorbeelden uit de jaren ’70.
Valleys uit Montreal is ook zo’n groepje die in deze categorie thuis hoort. Om hun debuutlp de nodige schwung te geven konden Matilda en Marc niemand minder dan Orson Presence strikken om producer van dienst te zijn.
Indien er niet onmiddellijk een belletje bij je rinkelt, Orson was één van de oprichters van de meest toonaangevende post-punkgroepen uit de jaren ’80, The Monochrome Set. Dat hoor je vooral in nummers als “The heavy dreamer” waarin een aardige doorsnee folksong doorprikt wordt met een basgitaar die uit “A forest” van The Cure lijkt weggelopen te zijn, terwijl “Slow Path” de luisteraar meer dan eens zal doen denken aan de hoogdagen van Kim Deal.
’Sometimes water kill people’ is de ideale plaat voor mensen die denken dat folk niet saai en monotoon hoeft te zijn.

Pagina 438 van 499