logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

The Raveonettes

The Raveonettes: Magie in de lucht

Geschreven door

Met ‘In And Out Of Control’ levert het oorspronkelijk Deens, intussen naar New York uitgeweken duo Sharin Foo en Sune Rose Wagner al voor de vierde keer op rij een prima plaat af. Voeg hierbij het feit dat The Raveonettes de voorbije jaren amper op een Belgisch podium te zien waren en de uitstekende casting van het iets wat aftandse concertzaaltje van Het Depot dat hun door de jaren ’50 en ‘60 geïnspireerde rock and roll nummers als gegoten zit. Dan hing bij het begin van dit optreden een zekere magie in de lucht nog vóór we begonnen aan de Stella Pils.

De sterke opener “Gone Forever”, met een in gitaar fuzz gedrenkte kristalheldere melodie die knipoogde naar het ‘Isn’t Anything’ album van My Bloody Valentine, zette meteen de toon van een concert dat al vlug een aaneenschakeling van hoogtepunten bleek te zijn.
Bijna anderhalf uur lang schiepen The Raveonettes, voor de gelegenheid aangevuld met een drummer en bassist, er in Leuven een duivels genoegen in om hun nummers over verderf, geweld, drugs en seks feestelijk te verpakken in afwisselend mierzoete melodieën en breed uitwaaiende geluidsorkanen. In de eerste categorie: “Boys Who Rape”, waarin zangeres Sharin Foo met een kindstemmetje opriep om alle verkrachters te vermoorden. Of het solo gebrachte slaapliedje “Little Animal”, waarin Sune Wagner weg mijmert over zijn oversekste vriendin. Niet meteen de normen en waarden waarop de lokale Leuvense burgervader zijn socialistisch paradijs zou bouwen.
Tijdens het onheilspellende “Dead Sound”, het lang uitgesponnen  “Aly, Walk With Me” en “Break Up Girls!” werden werkelijk alle gitaar registers opengetrokken en werd je als toeschouwer bedolven onder een lawine van noise en stroboscoop licht.
Even naar adem happen kon je enkel tijdens de nieuwe nummers “Oh, I Buried You Today” en “Wine” die Het Depot in een droomachtige Twin Peaks sfeertje deden baden waarin het aangenaam vertoeven was.
Op het moment dat Sharin Foo vervolgens tijdens “The Beat Dies” Moe Tucker gewijs zelf het drumstel bewerkte, had menig Leuvens student in de zaal er ongetwijfeld al zijn onderscheidingen voor over om met deze sensuele frontvrouw… pinten te gaan drinken op de Oude Markt. Tijdens de nieuwe single “Bang!” en het nog steeds onweerstaanbare “Love in A Trashcan” zette het merendeel van de zaal zelfs een bescheiden dansje in als bevonden we ons op een goede, ouderwetse T-dansant.
Het sprankelende refrein van “Last Dance” nodigde tijdens de bisnummers nog eens volop uit tot meezingen en de vaart waarmee het slotnummer en classic “That Great Love Sound” voort denderde, moet de NMBS tegenwoordig wel erg doen blozen.

En zo trakteerden The Raveonettes ons in extremis nog op één van de beste concerten van het voorbije 2009. Moge 2010 even sterk starten!

Organisatie: Depot, Leuven

Zita Swoon

15 jaar Zita Swoon gebundeld in ‘To Play, To Dream, To Drift – An Anthology

Geschreven door

Zita Swoon was al goed opgewarmd door de  twee concerten voorafgaand aan hun driedaagse halte in de AB. Zo was er de tryout in de Kreun en traden ze op in Parijs waar Miossec hen kwam vervoegen. De drie concerten stonden in het teken van de vijftien ZS jaren, die het retrospectief tweeluik, ‘An anthology - 2cd - To Play To Dream To Drift’ bevatten. Hierin zit een ‘best of’ voor wie de groep beter wenst te leren kennen, enkele bijzondere tracks van live performances, zoals van de intieme ‘Abandinabox’ concerten, en een verzameling van nooit eerder gereleased materiaal, nummers van vóór er sprake was van dEUS, Moondog Jr. en Zita Swoon. Maw de ‘Anthology’ is een dubbel cd, die probeert het parcours samen te ballen van de frontman Stef Camil Carlens en als toetje nog enkele speciallekes biedt. Vanaf volgend jaar komt de band op non-actief, worden er nog paar voorstellingen gedaan van de theater/dansproductie ‘Dancing with the sound hobbyist’ en plant Stef Camil een muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali, waar een project zal worden uitgewerkt met Afrikaanse stemmen. En het kan een nieuwe wenk naar de toekomst zijn zich eens te verwijderen van de tekst en enkel de muziek te laten spreken, zoals we dat al deels kenden van de muziek bij de stomme film ‘Sunrise’.

Zita Swoon heeft door de jaren een broeierige mix van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret. Net zoals in de tryout groef Stef Camil in de wortels van de blues. Samen met z’n band kon hij moeiteloos van een warme, intieme en sfeervolle aanpak overstappen naar een swingend kader om tot slot volledig los te breken en hun duivels te ontbinden met een stomende partycocktail. Hun muzikale kijk, scherpte en creativiteit zetten ze om in oor- en oogstrelend entertainment. Stef Camil onderstreepte z’n aanstekelijk materiaal met de reeds trouwe zinsnede “Love love love, happy happy happy”.
Aarich Jespers is nog het enige originele lid van de band. Een paar jaar terug strandde de tandem met Tom Pintens, bewandelde gitarist Bjorn Eriksson andere paden en eerder nog stortte Thomas De Smet zich in het Think Of One avontuur. Al enkele jaren maakt Bart Van Lierde, bas/contrabas, en Amel Serra Garcia, tweede man op percussie, deel uit van de ZS bende. Op deze afsluitende tournee misten we toch wel de toetsvirtuositeit van Caluwaerts, maar de bevallige vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel vingen dit zo goed mogelijk op. De songs kregen een kleurrijke tint door saxofonist/fluitist Hugo Boogaerts.
Voor deze (uitverkochte) concerten had Stef Camil een paar gasten mee nl. gitarist / producer John Parish, Arno en Tom Barman, als welverdiende schouderklop; ook in de zaal waren de ZS muzikanten van het eerste uur aanwezig. We zagen een geëmotioneerde Stef Camil van al die steun.

In hun al bijzondere muziekstijl hoorden we sfeerscheppingen, ritmes en tempowisselingen. De gemoedelijkheid van de tryout was ook tijdens de twee uur durende set terug te vinden. In de bijna gelijklopende songkeuze was de instrumentatie breder en met de gasten erbij, was er sprake van nét dat tikkeltje meer om voorlopig een volwaardige punt te zetten achter hun carrière. En die eerste gast was al meteen te zien op het podium. John Parish gaf met Stef Camil “Selfish girl” en “Jo’s Wine song” een portie gevoeligheid mee. Een ingehouden breekbare bluesy “The longing stays inside”, onder z’n lichthese, warme stem volgde, sober en in een beperkte instrumentatie met Bart en de backing vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel. “A lonely place” (uit de ‘Rosas - dancing with the hobbyist’) was ook te vatten binnen deze sfeer.
Op “Hey watshayoudoin’” was de band voltallig te zien. Op aanstekelijke, frisse en broeierige wijze lieten ze de groove in de songs doorklinken, waaronder een uptempo versie van “Intrigue”, mede door Boogaerts blazerspartij en flute, in een ander kleedje gestopt, de krachtige nieuwe “Leave the town” en “Wake up for the trees” en een opbouwende “Alive in the city”. In deze songs zagen we een goed op dreef gekomen band, die erin slaagde het publiek te doen bewegen. Daarna hoorden we terug de andere Zita Swoon, die een sfeervol ingetogen ‘Big City’ gevoel bracht met “l’Opaque paradis” en het oude “Hello Melinda”. Een prominente rol was weggelegd voor Boogaerts. Het tempo verhoogde langzaam op “Je range” en het zwoele, sensuele en zuchtende “Maridadi”, door één van de dames gezongen; deze songs kwamen hier sterk uit de verf door de volle instrumentatie.
Tweede gast was Arno. Een bluesy hommage van twee knarsende, rauwe, doorleefde en slepende songs, “Love, truth & confidence” en “You got to move”, hoorden we in de beste traditie van een RL Burnside en Charles & Les Lulus stijl! Ze hadden een eigen identiteit enkel en alleen al door Monsieur Arno’s grauwe backing zang, mondharmonica, z’n pose en bekkentrekken. Vervolgens ging de band finaal op z’n doel af van aangename, lekkere funkende partyswingers als “Moondance”, “Hot, hotter, hottest” en My bond with you …Disko”. Een op stoom gekomen band haalde er Barman bij. Hij gaf de twee songs “Great americain nude” (klassesong uit de ‘Zea’ EP van dEUS, en nu ook op de pas remasterde cd te vinden!) en “Temptation inside your head” (Velvet Underground song), de juiste dEUS touch: het ene mag zeker eens in de set van dEUS worden opgenomen, en kon gelinkt worden aan “Fell off the floor man” door de repeterende, opbouwende en opzwepende partijen, Barmans overgemoduleerde zegzang en de hese backing vocals van Stef Camil. Een dEUS als vanouds?!; het tweede rockte en John Parish tokkelde een partijtje mee. Ondanks de sterke zang van Barman kon ik me niet van de indruk ontdoen dat z’n alterego niet van de ZS orde is. Maar dit terzijde, het was de aanzet naar een schitterende finale waar de feestneus kon worden opgezet; ze speelden stuwende, goed uitgebouwde en opzwepende soulfunkers in een James Brown outfit met “Everything’s not the same” en “Stamina”. Trouwens, door de jaren is dit nummer niet meer van de setlist te branden, een ‘mishmash’ van funk, soul, hippop en gospel, die elan kreeg door de samenzang van de zusjes Gysel en Stef Camil. Terecht een traditionele afsluiter binnen hun gigs!
Na de bedanking besloot een ingenomen, het aan Blacks “Wonderful Life” gelinkte “Moving through life as prey” de ruim twee uur durende trip…

De afwisselende, gevarieerde set van de drie grootse concerten in de AB zetten voorlopig een dikke punt achter de ZS carrière. We zijn benieuwd na de verdiende break wat Stef Camil en de zijnen in hun mars zullen hebben …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation + AB

Kings Of Convenience

declaration of dependance

Geschreven door

Het Noorse duo Erlend Oye en Eirik Boe, twee belangvolle singer/songwriters, namen hun tijd en lieten elkaar de ruimte om dan terug bij elkaar te komen. Het debuut ‘Quiet is the new loud’ dateert al 2001 en lag samen met het materiaal van Turin Brakes aan de basis van de toen heersende new acoustic movement, een voorliefde van eenvoudig en sober gehouden gevoelige, dromerige akoestische gitaarpop, gedragen door een soort engelenzang. Aan het vervolg ‘Riot on an empty street’, drie jaar later pas, eveneens een ‘60’s getinte akoestische plaat , werden af en toe piano, banjo en een blazer toegevoegd; nu lieten de heren vijf jaar op zich wachten. Ondertussen had Erlend Oye z’n handen vol met The whitest boy alive, het deejayen, dancenummers inzingen, het uitbouwen van een solocarrière enz … Boe werkte intussen z’n studie af.
Kijk als de heren elkaar vinden in het ‘so we meet again’ princiep, dan geeft het vonken. Inderdaad, opnieuw horen we die eenvoudig simpel gehouden akoestische folkpop, die zo pakkend klinkt. Het zijn lieve, dromerig uitgekiende prachtsongs, gedragen door hun samenzang of door de zachte fluisterstem van Oye. “Mrs cold”, “Boat behind“ en “Rule my world” kun je probleemloos meefluiten en neuriën. Het kan nog intiemer en kaler, zoals op “My ship isn’t pretty”, “Renegade”, “Power of not knowing” en de afsluiters “Second to numb” en “Scars on land” die enkel door akoestische gitaargetokkel en stem worden bepaald … een vat vol melancholie … voor bij zonsondergang of bij het haardvuur, op donkere winteravonden met een glas rode wijn … genietend van serene rust of het geeft een helende werking na een stressvolle dag! Beperkte bijdrages van viool en contrabas worden toegevoegd.
Simon & Garfunkel zijn één van de voornaamste referenties. Ergens las ik dat Kings Of Convenience de cocktail zijn voor verliefde stelletjes en oude geliefden die elkaar in de armen vallen …zo zie je maar … drama met een happy end!

Woodpigeon

Treasury Library Canada

Geschreven door

Het muzikale landschap wordt altijd wel mooi gekleurd als het over Canadese bands gaat. Een leuke ontdekking die naar Europa komt overgewaaid is Woodpigeon, de band rond Mark Hamilton, zanger/liedschrijver van deze collectie houtduiven. De groep heeft na enkele EP’s al twee volwaardige cd’s uit, waaronder ‘Songbook’ en deze ‘Treasure Library Canada’, soms toegevoegd van de EP ‘C/W Houndstooth’.
De band beweegt ergens tussen Arcade Fire, Belle & Sebastian en Sufjan Stevens en draagt de ‘60’s Beatles, Beach Boys en Crosby, Stills & Nash in het hart. Hun hartverwarmende, dromerige songs hebben een melodieus eenvoudige opbouw, klinken soms broos of worden door de bredere orkestratie kleurrijker; naast het intense gitaarspel en de spaarzame percussie dragen instrumenten als viool, cello, piano, toetsen, blazers en de harmonieuze samenzang bij tot de freaky en emotievolle folkpop. Ook refereren ze aan het singer/songwriterschap van Tim Hardin en Buckley.
Geniet van hun veertien aangename songs die als één trip kunnen beluisterd worden, … door “Knock knock”, “Piano pieces for adult beginners” en “In the battle of sun ..” trekken ze de aandacht en is het allemaal mooi toongezet voor de rest; ze deinen uit met de sfeervolle tintelingen van “Emma & Hampus”, “Now you like me how” en “Bad news brown”. De muzikale droomwereld in een bos wordt met het bezwerende “Tic Tac Toe, Woolen endings” overtuigend besloten.

Titus Andronicus

The airing of grievances

Geschreven door

Vernoemd naar een een niet zo gekend stuk van William Shakespeare scherpt deze band uit New Jersey onze aandacht met hun debuut. De band haalt invloeden uit ‘70s Stooges en Clash punk, de stadionrock van Bruce, de lofi pop van Violent Femmes en Guided By Voices en kruidt hun gruizige rock’n’roll punk met een sausje folk. Ze zijn in één adem op te noemen met The Gaslight Anthem en Thursday. De eerste songs, “Fear & loathing” en “My time outside the womb” klinken snedig, broeierig en grauw. “Joset of nazareth’s blues” is lofi punk en hun “Titis Andronicus” song de meest rauwe punksong op de plaat. Het kwintet heft een sterke closing final met de opbouwende en mooi uitgesponnen “No future pt 1 & 2” en “Albert Camus”.
Kijk, Titus Andronicus is een beloftevolle band die overtuigt met hun groezelig en schurend materiaal, onder de krijsende zang van Patrick Stickles. 

Zita Swoon

Zita Swoons tryout van ‘To Play, To Dream, To Drift – An Anthology

Geschreven door

Zita Swoon viert z’n vijftiende verjaardag met een retrospektief tweeluik, ‘An anthology - 2cd - To Play To Dream To Drift’. Hierin zit een ‘best of’ voor wie de groep beter wenst te leren kennen, enkele bijzondere tracks van live performances, zoals van de intieme ‘Abandinabox’ concerten, en een verzameling van nooit eerder gereleased materiaal, nummers van vóór er sprake was van dEUS, Moondog Jr. en Zita Swoon. Maw de ‘Anthology’ is een dubbel cd, die probeert het parcours samen te ballen van de frontman Stef Camil Carlens en als toetje nog enkele speciallekes biedt. Vanaf volgend jaar komt de band op non-actief, worden er nog paar voorstellingen gedaan van de theater/dansproductie ‘Dancing with the sound hobbyist’ en plant Stef Camil een muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali, waar een project zal worden uitgewerkt met Afrikaanse stemmen. En het kan een nieuwe wenk naar de toekomst zijn zich eens te verwijderen van de tekst en enkel de muziek te laten spreken, zoals we dat al deels kenden van de muziek bij de stomme film ‘Sunrise’.

Zita Swoon heeft door de jaren een broeierige mix van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret. In deze set groef Stef Camil zelfs diep in de wortels van de blues. Samen met z’n band kon hij moeiteloos van een warme, intieme en sfeervolle aanpak overstappen naar een swingend kader om tot slot volledig los te breken en hun duivels te ontbinden met een stomende partycocktail. Hun muzikale kijk, scherpte en creativiteit zetten ze om in oor- en oogstrelend entertainment. Stef Camil onderstreepte z’n aanstekelijk materiaal met de reeds trouwe zinsnede “Love love love, happy happy happy”.
Aarich Jespers is nog het enige originele lid van de band. Een paar jaar terug strandde de tandem met Tom Pintens, bewandelde gitarist Bjorn Eriksson andere paden en eerder nog stortte Thomas De Smet zich in het Think Of One avontuur. Al enkele jaren maakt Bart Van Lierde, bas/contrabas, en Amel Serra Garcia, tweede man op percussie, deel uit van de Zita Swoon bende. Op deze afsluitende tournee misten we toch wel de toetsvirtuositeit van Caluwaerts, maar de bevallige vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel vingen dit zo goed mogelijk op. De songs kregen een kleurrijke tint door saxofonist/fluitist Hugo Boogaerts.

Ongeveer 150 man mocht zich gelukkig prijzen om van deze originele, afwisselende en overtuigende set op deze tryout in de Kreun te genieten. In hun al bijzondere muziekstijl hoorden we sfeerscheppingen, ritmes en tempowisselingen. Op luchtige wijze gaf Stef Camil nog wat aanwijzingen, wat meteen het ijs brak met het publiek. Vooral in het begin was hij nog wat onwennig en zenuwachtig. Terecht, want solo de set en de show op gang trekken is geen evidentie. Hij greep eerst terug naar de bluesy roots; enkele gevoelige gitaarslides sierden “The longing stays inside”, “Blues for Sammy” en “Jo’s wine song”, onder z’n melancholisch lichthese, warme stem. Een mooie sobere, intieme, ingehouden start! Hierop volgend kwamen de charmante zusjes (btw één van de twee zal volgend jaar bevallen!) op het podium en met een beperkte instrumentatie hoorden we breekbare versies van “Selfish girl” en “A lonely place” (uit de ‘Rosas - dancing with the hobbyist’). Een even sfeervol kader hoorden we ergens halfweg de set toen Stef Camil als een jonge RL Burnside spruit twee slepende bluesy nummers speelde, “Love, truth & confidence” en “You got to move”, wat kon gelinkt worden aan Arno’s Charles & Les Lulus.
Op “Hey watshayoudoin’” was de band voltallig te zien. Op aanstekelijke, frisse en broeierige wijze lieten ze de groove in de songs doorklinken, waaronder een uptempo versie van “Intrigue”, mede door Boogaerts blazerspartij en flute, in een ander kleedje gestopt, het krachtige nieuwe “Wake up for the trees” en een opbouwende “Alive in the city”. In deze songs zagen we een goed op dreef gekomen band, die erin slaagde het publiek te doen bewegen. Daarna hoorden we terug de andere Zita Swoon, die een sfeervol ingetogen ‘Big City’ gevoel bracht met  “l’Opaque paradis”, het oude “Hello Melinda” en het aan Miossec ontleende “Quand meme content”. Een prominente rol was weggelegd voor Boogaerts. Het tempo verhoogde langzaam op “Je range” en het zwoele, sensuele “Maridadi”, door één van de dames gezongen. Na de bluesy hommage, ging de band finaal op z’n doel af van aangename, lekkere funkende partyswingers als “Hot, hotter, hottest”, “Everything’s not the same”, “Temptation inside your head” (The Pipettes achterna!) en My bond with you …Disko”. Verder kon met het goede uitgebouwde, opzwepende “Stamina” de feestneus worden opgezet. Door de jaren is “Stamina” niet meer van de setlist te branden, een ‘mishmash’ van funk, soul, hippop en gospel, die elan kreeg door de samenzang van de zusjes Gysel en Stef Camil. Terecht een traditionele afsluiter binnen hun gigs! Zita Swoons plankgas nam af met de sfeervolle “Take ina ride in a big city”, het aan Blacks “Wonderful Life” gelinkte “Moving through life as prey” en “Infinite down”, die de ruim twee uur durende trip besloten.

De afwisselende, gevarieerde set en de komende drie grootse concerten in de AB zetten voorlopig een dikke punt achter de ZS carrière. We zijn benieuwd na de verdiende break wat Stef Camil en de zijnen in hun mars zullen hebben …

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

The Mars Volta

The Mars Volta speelt een meer dan degelijke set met weinig verrassingen

Geschreven door

Na hun memorabele en straffe doortocht op Rock Werchter dit jaar, waren we benieuwd of het Amerikaanse progrockgezelschap The Mars Volta ons opnieuw kon imponeren. Met het opvallend conventionele, ingetogen en toegankelijke 'Ocathedron' waren onze verwachtingen eerder bescheiden. Het Texaanse zestal onder leiding van zanger Cedric Bixler-Cavala en meestergitarist Omar Rodriguez-Lopez serveerden ons een vrij afgelijnde show, wat we niet echt verwachtten van deze geweldenaren.

Er werd afgetrapt met "Son et lumière" en "Inertiatric ESP", twee songs van hun indrukwekkende debuutplaat 'De-loused in the comatorium'. Meteen werd duidelijk dat de vocalen van Cedric Bixler-Cavala nog wat opwarming nodig hadden. Met de geluidsmix zat het wel goed, die was helder en uitgebalanceerd wat geen makkelijke opgave was met zes muzikanten op het podium. Nieuwe drummer Dave Elitch was goed ingespeeld maar was duidelijk een maatje minder dan zijn voorganger Thomas Pridgren. "Cotopaxi" van hun nieuwe en meer ingetogen album 'Octahedron' passeerde daarna de revue middels een bruisende en explosieve versie.
Vervolgens kwamen drie songs van het experimentele meesterwerk 'Frances the mute' aan de beurt: het stompende en energieke "L' via l'viaquez", het opzwepende en mooi opgebouwde “Miranda the ghost just isn't that holy amore" en het swingende en groovy "The widow", waarbij keyboarspeler Isaiah Ikey Owens en percussionist Marcel Rodirugez-Lopez een belangrijke rol speelden.
De ballad "Since we've been wrong" deed ons wat denken aan Led Zeppelin en klonk intiem en overtuigend, vooral dankzij de knappe vocale prestaties van Cedric. Met het complexe en proggy "Halo of nembutals" en het funky en met latino-invloeden doorspekte "Teflon" was het genieten geblazen. Er werd duidelijk meer aandacht besteed aan de muzikale kwaliteit en de composities op zich dan aan de oeverloze en vaak slaapverwekkende improvisaties bij hun vorige passages in ons landje. Opvallend is ook dat frontman/zanger Cedric het redelijk 'rustig' aan deed, weinig wilde en spastische bewegingen vanavond.
"Eriatarka" en "Cicatriz ESP" (beide van 'De-loused...') waren complexer en focusten meer op experimentele en orkestrale zijde van de band. Dit was messcherpe, viriele en geniale progrock met een sterk solerende Lopez in de hoofdrol. Toch had dit geen storend effect op het enthousiaste publiek. Ook het uitgesponnen en waanzinnige “Visceral eyes" (van 'Amputechture') en het broeierige en dreigende "Goliath' (van voorganger 'The bedlam in Goliath') konden rekenen op een groot applaus. Bijzonder knap.

De finale was weggelegd voor het oudje en de ultieme adrenalinestoot "Roulette dares", waarbij alles uit de 'kast' werd getrokken. Een onnavolgbare en magistrale wervelwind raasde over de Vooruit en liet ons murw en verdwaasd achter. Bisnummers waren er niet. Dit was ook niet nodig, ze hadden ons inmiddels ruim twee uren meegenomen op een fantastische en meeslepende trip!

Organisatie: Democrazy, Gent

Isis

Isis: een bezwerende en verwoestende pletwals

Geschreven door

Na twee knappe en indrukwekkende optredens in de Voouit (Balzaal) en in Dour, kwamen de postmetal grootheden van Isis hun nieuwste en felbejubelde worp, 'Wavering radiant' voorstellen in een goed gevuld Hof ter Lo. We waren benieuwd of ze de hoge verwachtingen konden inlossen.

Maar voor het zover was kregen we eerst de sludgemetal/stoner van Keelhaul uit Ohio, Cleveland voorgeschoteld. De band, die inmiddels al twaalf jaar meedraait en vier langspelers op hun naam heeft, deed dat met een loeiharde en intense set. Hun sound klonk als een kruisbestuiving van Mastodon, The Melvins, High on Fire, Baroness en andere zware jongens. Niet bijzonder origineel of grensverleggend maar wel degelijk en met overtuiging gebracht. Een ideale opener dus voor wat komen zou.

Het Finse Circle kon aanzienlijk minder luisteraars bekoren met hun eigenzinnige en vreemde mix van metal, progrock, psychedelica, avantgarde en krautrock. Het theatrale karakter van hun performance en de Finse teksten zorgden ervoor dat na enkele songs de zaal voor de helft leeggelopen was. Zanger en gitarist, Bruce Duff, deed enkele vergeefse pogingen om de toeschouwers te entertainen met strijdlustige kreten en heldhaftige rockposes. Hier zaten maar weinigen op te wachten. Enkel voor de volhouders.

Isis had duidelijk geen moeite om te imponeren. Vanaf opener "Hall of the dead" namen zanger/gitarist/frontman Aaron Tuner en co ons anderhalf uur mee in een bedwelmende en magische trip. Er werd duidelijk gekozen voor materiaal van 'Wavering radiant' met precisiebommen als het magistraal opgebouwde "Hand of the ghost", het loodzware en logge "20 minutes/40 years", het heldere en sfeervolle "Ghost key" en "Threshold of transformation", dat met zijn uitwaaierende gitaarpartijen en de tribale en hypnotiserende drumpatronen zondermeer het hoogtepunt van het concert vormde.
De nagenoeg perfect afgestelde geluidsmix zorgde ervoor dat het volop genieten was. Bandleider Aaron Turner switchte moeiteloos van brute grunts naar cleane vocals. Dit is niet iedereen gegeven. Indrukwekkend en straf. Ook de ritmesectie van bassist Jeff Caxide en drummer Aaron Harris vormden een goed geoliede machine.
Van voorganger 'In the absence of the truth' herkenden we het verzengende en zware "Holy tears". Verder kwamen ook enkele oudjes aan bod: het fantastische en ietwat verrassende "Wills desolve" (van 'Panopticon') en de kopstoot van jewelste "Carry" (uit blauwdruk 'Oceanic'). Er werd afgesloten met de sublieme sonische geluidsstorm van "Altered course" (uit 'Panopticon'). Perfect opgebouwd met een onafwendbare climax. We hingen in de touwen, wat een allesverwoestende wall of sound!

Met een sterke livereputatie en opvallend toegankelijk en 'gepolijst' materiaal bevestigt het Amerikaanse kwintet zijn status als band van een genre dat zij meegeschapen hebben. Het artistieke hoogtepunt is dus nog niet bereikt. Isis moet je ondergaan, dat staat buiten kijf! We kijken al uit naar de volgende passage!

Organisatie: Trix, Antwerpen

William Fitzsimmons

William Fitzsimmons: verstilde, intieme pracht

Geschreven door

Voorbije zomer slaagde William Fitzsimmons erin om ons in het Brusselse Warandepark uiterst aangenaam te verrassen met zijn passage op de Feeërieën. Ook als voorprogramma van Sophia had hij enkele maanden eerder al hoge ogen gegooid. Niet verwonderlijk dus dat de Rotonde aardig volgelopen was voor deze opvallende verschijning.

Eerst kreeg Kate York de gelegenheid om het publiek op te warmen met de folky liedjes uit haar eerste twee platen, ‘Sadlylove’ uit 2006 en het recente ‘For you’. Ietwat schoorvoetend betrad ze voor het eerst een Brussels podium. We vermoedden dat haar onzekere opkomst te wijten was aan een stille, verlegen persoonlijkheid (iets wat we geaccentueerd zagen in haar twee vlechtjes) maar na het eerste nummer, “Stay with me”, kwam de aap uit de mouw toen ze schuldbewust opbiechtte met een knoert van een kater te kampen. De avond voordien hadden de Belgische biertjes blijkbaar iets te goed gesmaakt. Het weze haar echter vergeven want zowel haar breekbare liedjes (zoals het beklijvende “Rains here too” en “Go”) als haar droogkomische intermezzo’s zorgden ervoor dat op het einde van de verdienstelijke set velen bereid waren om in te gaan op haar verzoek tot meezingen tijdens “Holding on” (dat trouwens eveneens de afsluiter is van haar laatste plaat). Vooraf was York trouwens stomverbaasd toen bleek dat er zowaar een met haar werk vertrouwde fan in het publiek bleek te zitten. Ze schaamde zich dood en excuseerde zich uitgebreid omdat ze niet op diens verzoeknummers in kon gaan. Naar eigen zeggen herinnerde ze zich immers nauwelijks nog de tekst en muziek van die songs, iets waar haar reeds vernoemde kater ongetwijfeld debet aan was. Als troostprijs voor het door die bewuste fan gevraagde “Boys don’t cry” waagde ze zich aan “Always something there to remind me” van Burt Bacharach, iets waar iedereen zich tevreden mee kon stellen.

Als het epitheton ‘buitenbeentje’ op iemand van toepassing is, dan is het wel op William Fitzsimmons. Deze fel bebaarde kerel werd grootgebracht door twee blinde ouders. Tot op heden staan er drie platen op zijn actief waarvan het in eigen beheer uitgebrachte debuut (‘Until when we are ghosts’, 2005) nog niet officieel verkrijgbaar is in onze contreien. Sedert enkele maanden is dit wel het geval voor het initieel in 2006 uitgebrachte ‘Goodnight’, enkele weken terug kon men hier bij de betere platenboer eindelijk ook het vorig jaar op Amerika losgelaten ‘The Sparrow and the Crow’ terugvinden. Opwekkend valt ‘s mans muziek allesbehalve te noemen. Elkaar zien hebben zijn ouders om begrijpelijke redenen nooit gedaan, elkaar graag zien bleek uiteindelijk ook niet meer mogelijk hetgeen tot een pijnlijke scheiding geleid heeft die William bezong op zijn voorlaatste plaat. Op de laatste plaat gaat het er niet veel vrolijker aan toe want daarop bezingt hij zijn eigen echtscheiding. Gelukkig stelt Fitzsimmons het ondertussen al heel wat beter waardoor hij zich meermaals excuseerde voor de deprimerende invloed die zijn muziek op het publiek kan hebben, een impact die hij trouwens voortreffelijk countert door na elk nummer wat toelichting te geven en dit steeds op een dusdanig grappige wijze dat we gisteren tot het besef kwamen dat Kate York en William Fitzsimmons even volle zalen zouden lokken indien ze zich als komisch duo presenteerden. Niet getreurd echter dat ze zich tot op heden tot de muziek beperken want ook daarin excelleert de man die op basis van zijn kinbeharing met een lid van ZZ Top verward kan worden.
De eerste vier nummers bracht Fitzsimmons solo waarna hij zich vanaf het bezwerende “Afterall” liet begeleiden door Kate York op akoestische gitaar, door een bassist annex banjo- en mandolinespeler en door een drummer annex synthesizer- en tamborijnspeler (we beperken ons bij deze twee laatsten voor het gemak tot de voornaamste van de vele door hen bespeelde instrumenten). Tijdens “You still hurt me” werd het publiek opgeroepen om mee te zingen hetgeen aardig lukte. Voorafgaand aan “I don’t feel it anymore (Song of the Sparrow)” biechtte hij op dat de blaam voor zijn scheiding bij hemzelf en zeker niet bij zijn ex gelegd moet worden. Muzikaal week een redelijk stuwend “Everything has changed” licht af van de albumversie. Tekstueel was “Just not each other” de vreemde eend in de bijt aangezien er in dat lied zowaar hoop weerklonk, iets waarvoor hij zich excuseerde bij diegenen die enkel op mistroostige muziek zaten te wachten.
Na “If you would come back home” verdween de groep plots met de mededeling dat ze een minuutje later terug zouden zijn. Het verbaasde publiek werd niet veel later getrakteerd op het adembenemende “Goodmorning” dat (zonder versterking) gebracht werd als een serenade vanop het Rotonde-balkon. Uit dankbaarheid voor de laaiend enthousiaste reacties keerde Fitzsimmons solo op het podium terug met het vroege kerstlied getiteld “Covered in snow”. De verstilde pracht deed het publiek aan ’s mans bebaarde lippen hangen hetgeen hem motiveerde om nog een extra bisnummer toe te voegen aan de sterke set. Ook “You broke my heart” is een in wezen intriest lied, Fitzsimmons beweerde dan ook dat hij niet begreep waarom men hem bleef smeken om bijkomende nummers, temeer daar – en we citeren – “they all sound the same”. Die laatste bekentenis kunnen we niet tegenspreken en is illustratief voor de zelfkennis van deze bescheiden bard.

Terwijl een verwante muzikant als Damien Rice aardig wat variatie in zijn werk incorporeert, beperkt Fitzsimmons zich heel erg tot eenzelfde register. De verstilde pracht van zijn pure muziek is in combinatie met zijn zachte, zalvende zang echter van een dusdanige schoonheid dat we deze troostbrengende troubadour op hetzelfde niveau als Elliot Smith, Iron & Wine en Nick Drake durven te plaatsen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat zijn drie albums na afloop van het concert gretig aftrek vonden aan de merchandising stand.

Organisatie: Botanique, Brussel

China Express 2009 – Sounds from the underground

Geschreven door

China Express 2009 – Sounds from the underground
2009-12-02 tem 04

China is met het hele Europalia-gebeuren nog meer dan anders hot en ook de Vooruit wou zijn duit in het zakje doen door ons nieuwe muzikale aspecten van de onbekende Aziatische reus te leren kennen met China Express.

Het programma was verdeeld over drie nachten met telkens aandacht voor weer een ander aspect van de laten we zeggen Chinese muziekwereld in de brede betekenis van het woord. Volgens het van Brian Eno afkomstige citaat dat gretig gebezigd werd om het hele gebeuren te promoten is de sfeer in Beijing anno 2009 even opwindend als in New York in 1979 en dat is toch wel een straffe uitspraak, als je nog maar een beetje thuis bent in de New Yorkse underground uit die jaren, die toch grootheden als Keith Haring, Talking Heads, Blondie en natuurlijk ook Madonna en ook nog eens een volledige blauwdruk voor wat house moest worden, heeft voortgebracht.

Het donderdagprogramma bracht een aantal muzikanten van de vele minderheden in China, meer bepaald volksmuziek uit het zuiden van China. Het programma was samengesteld door Gong Linna en was op zich interessant al was het maar door de vele kleurrijke kostuums. Het Chinese gevoel voor toon en melodie verschilt in ieder geval hemelsbreed van wat we in het Westen bekend zijn, en het is dan ook moeilijk om over dat programma zoiets als een gefundeerd oordeel te vellen, maar je bleef sowieso ergens met het gevoel zitten volksmuziek van slechts minderheden te hebben aanschouwd en niet bepaald wat leeft binnen de  beloofde ‘Chinese underground’. Wu Fei bracht daarna veel interessantere muziek die traditionele instrumenten op een originele manier gebruikt om een heel persoonlijk stijl te brengen. De tijd die haar was toebedeeld was eigenlijk te kort, iets wat misschien onvermijdelijk is en sommige van de aanwezige artiesten, zoals met name Wu Fei en Xiao He tekort deed. Het blijft een eerste kennismaking.  Ik ben dan nog een beetje sfeer gaan opsnuiven en de karaoke kort gaan aanhoren in het café beneden, maar veel toptalent viel er nu ook weer niet te bespeuren.

Vrijdag bracht als eerste Xiao He, die blijkbaar een soort enfant terrible van het Chinese artiestenmilieu is en misschien vanwege de taalbarrière een soort prettig gestoorde waanzin bracht, die moeilijk te catalogeren was. In ieder geval was het leukste moment toen hij plots in de gangen rond het podium begon te rennen en een geschreeuw ten beste gaf en daarmee wel zo ongeveer het hele publiek op zijn hand kreeg. Zijn vondsten zijn leuk, maar het blijft moeilijk om in te schatten in welke mate hij zich aan het Westerse publiek aanpast en wat hij zonder een taalbarrière zou brengen.
Het thema van vrijdag was eigenlijk ‘Encounters’, ontmoetingen dus tussen West en Oost. Heleen Van Haegenborgh en Ann Eysermans brachten een improvisatie-oefening met hun respectieve instrumenten. Eerlijk gezegd niet echt mijn cup of tea, maar het kon er mee door. Interessanter was de samenwerking tussen Lander Ghyselinck, percussionist en Li Tie Qiao, volgens de presentator de enige freejazz-muzikant in China. Zaten ze even zonder. Ze hadden ook niet de gelegenheid gehad om veel te oefenen, dus werd het het genre getrouw een improvisatie tussen twee knappe muzikanten. Van de samenwerking tussen Shenggi en Yan Yun heb ik door het late uur slechts het begin meegepikt. Het ging richting heel atmosferische astronautenmuziek, welke sfeer Yan Yun aan zijn jeugd in het kleine wereldje van het Chinese ruimtevaartprogramma, als zoon van de ontwerper van het Chinese astronautenpakje te danken heeft.

Dag drie bracht op papier misschien wel het meest interessante programma omdat de DJ’s die geprogrammeerd stonden niet de steun van de Chinese overheid leken te hebben. Subversief denk je dan, hoewel dat in de elektronica waar teksten zelden verwijzen naar politieke boodschappen misschien vaker nog in de richting van escapisme gaat. We hoorden veel verschillende stijlen, van de redelijk geschifte breakcore van iLoop, in de traditie van een geluidsterrorist als Alec Empire, tot de minimal techno van B6. Het is allemaal niet slecht gebracht en met veel overgave en enthousiasme (zeker het shirtloze moment van iLoop was leuk) maar waarin het dan afwijkt van Europese elektronica is mij niet duidelijker geworden. Dankzij de informatica kan gelijk welke whizz-kid tegenwoordig op zijn slaapkamertje in het beste geval verbazingwekkende dingen maken; dat hoor je tegenwoordig ook dat er een nieuwe generatie artiesten opstaan uit minder verwachte hoek, van Moskou tot Dubai over Buenos Aires; de netwerken doen daar veel aan, maar het bleef toch wat raar om tegen het einde van de avond Paul Kalkbrenner te horen. Absoluut niks op tegen, maar de originaliteitsfactor is niet overdreven groot.

Organisatie: Vooruit, Gent


Therapy?

Fxx Therapy rock’n’roll …

Geschreven door
Bijna twintig jaar staat het Noord-Ierse Therapy? al garant voor een feestje! Na verpletterende optredens in de AB en op Rock Zottegem, die de laatste cd ‘Crooked timber’ glans gaven, speelden ze de kers op de taart met een derde en een afsluitend optreden in een nokvolle de Zwerver in Leffinge. De muzikale wervelwind van deze dolle veertigers blijft een leuke ervaring. De tandem Cairns (zang/gitaar) – McKeegan (zang/bas) en de jongere Neil Cooper (op drums) gooiden na toppers ‘Troublegum’ en ‘Infernal love’, midden de jaren ’90, de muziekcommercie in de ring. ‘Semi-Detached’ leidde een nieuw hoofdstuk in, zei het grote publiek vaarwel en ging terug naar een ‘back to bascis’ rock’n’roll van retestrakke, energieke en bedreven drie minuten puntige, rauwe songs die ergens dwarrelden tussen ‘70’s hardrock, punk, metal en noise. De laatste worp ‘Crooked timber’ rockt en swingt tegelijk en we horen de invloeden van Killing Joke en Helmet door producer Andy Gill.

  De charismatische, lieflijke maar hyperkinetische band heeft z’n ‘make some fxx noise’ nog niet verleerd en beleeft aan elk optreden het nodige speelplezier. Het trio deed denken aan ons eigen Triggerfinger die z’n publiek verovert en vermaakt door de rechttoe-rechtaan aanpak. Ze onderscheiden zich enkel in het soleren.
Therapy? beet zich niet vast in de hitmachine van weleer, maar speelden een venijnig bruisend concert van hun opzwepend materiaal. Cairns had steeds wel een (politiek) verhaal klaar die de intense en gave rocksongs voorkauwden. Ze trokken meteen de aandacht en creëerden een broeierig sfeertje met de opbouwende “Turn”, “Isolation” en “Stories”. De gortdroge drums, de zwierige bas en het rauwe gitaarspel sierden. De onvaste vocals van Cairns hadden zo hun charme binnen hun uitgelatenheid. Het aan Pantera en Helmet gelinkte “Enjoy the struggle” was de voorbode van het nieuwe materiaal, want “Bad excuse for the daylight” en “Exiles” volgden. De bas bood een donker kantje en dreunde stevig door, het gitaarspel werd scherper en de drums heviger. Strakker klonken dan een paar andere nieuwe songs, die aan een sneltempo voorbij raasden met de titelsong van de laatste cd “Crooked timber” als closing final.
Ze vormden de Zwerver om tot hun “Church of noise” en het publiek als hun discipelen. Het nummer werd in een andere versie gebracht, minder bedreven, ruwer en met meer groove, net als “Potato Junkie”, die ons terugbracht naar hun beginperiode met de gouden zinsnede “James Joyce is fxx my sister”, die door de jaren al door vele fans werd gezongen. Ook de ‘Riverdances’ van Michael Flatley mocht eraan geloven. Een jonge gast kreeg de kans het publiek op te hitsen in dit nummer. Het werd verdomd warm in de Zwerver en het tempo werd hoog gehouden met klassesongs “Knives”, “Screamager” en “Teethgrinder”. De songs klonken ongepolijst en refereerden aan de grunge van Nirvana. Het emotievol tedere “Diane” op plaat leunde nauw aan het originele van Husker Du, namelijk hard, krachtig en gebald en beëindigde de dynamisch frisse set na een goed anderhalf uur.
Het trio had nog steeds wat adrenaline in huis en bracht nog een pittige bis met een knipoog aan The Ramones in “Opal mantra” en “Lonely cring lonely” en droeg “Die laughing” op aan Michael Jackson en lieten tot slot de hel losbreken op “Going nowhere”. Menig geduwtrek en skydiven hoorden erbij om zich ten volle over te geven in deze uitstekende songkeuze.

Therapy? bracht een overzicht van oud en nieuw en werk en slaagde erin z’n fans te entertainen met een ongecompliceerde rockshow ‘pur sang’. Allemaal iets rauwer, ruwer en ongepolijster maar met het hart op de juiste plaats. Voor niks is dit fxx Therapy rock’n’roll …

Support was Ricky Warwick die de band vergezelt op hun toer; als een bard speelde hij enkele snedige gitaarsongs, die kleur kregen door z’n Iers accent.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Living Colour

Living Colour: Te weinig volk voor een bende klasbakken

Geschreven door

Einde jaren tachtig en begin jaren negentig waren wij volledig weg van baanbrekende bands als Pixies en Living Colour. Beide groepen maakten in het toen nog alternatieve circuit furore met enkele essentiële platen en verdwenen dan even snel als ze gekomen waren.
Vandaag worden we overstelpt van reünies en zowel Pixies als Living Colour zijn terug op tournee. Legt u ons nu maar eens uit waarom The Pixies Vorst Nationaal uitverkopen en Living Colour voor ocharme 200 mensen in de Vaartkapoen staat te spelen. Wij snappen er niks van.

Een jaar geleden zagen wij Living Colour al eens aan het werk in de Brusselse Botanique, toen voor iets meer volk, en eerlijkheidshalve dienen we er aan toe te voegen dat het concert van toen iets meer memorabel was. En wel hierom :
Vanavond in de Vk* speelde Living Colour in het eerste deel van de set lekker strak, hard en snedig, ondermeer met uitmuntende buffelstoten als “Ignorance is bliss”, “Go away” en “Elvis is dead”. Tot daar geen probleem dus, maar halverwege de set werd de veer gebroken met een overbodige drumsolo (dat Will Calhoun kan drummen wisten we al, hij hoefde zich helemaal niet zo uit te sloven om ons daarvan te overtuigen), waarna het toch wel een beetje te lang duurde vooraleer de heren terug goed op dreef kwamen. Met knappe uitvoeringen van loepzuivere popsongs als “Bi” en “Glamour boys” was immers al wat gas teruggenomen en daartussenin had Living Colour ook behoorlijk wat nieuw werk gebracht uit hun nieuwste ‘The chair in the doorway’. En dat is nu niet bepaald een onvergetelijk album, ook al kwamen de songs er live sterker door dan de wat kleurloze versies op het album (kleurloos, inderdaad, een beetje een pijnlijke omschrijving voor een band die zich Living Colour noemt). Het vuur bleef dus een beetje te lang weg en de boel ontplofte maar echt opnieuw met “Cult of personality”, nog steeds de beste Living Colour song, zeker live. Dit was echter al het laatste nummer, wij zaten dus tevergeefs nog te wachten op “Love rears its ugly haed” en “Nothingmen”.

Toch hebben we genoten van deze klasbakken, want dat zijn het alleszins. Bij Vernon Reid kon, met uitzondering van de laatste song, er niet echt een lachje af (slecht geslapen waarschijnlijk) maar zijn verbluffende gitaarspel bleef intact. Doug Wimbish viel op met een euh… gitaarsolo op zijn bass (dan nog midden in het publiek) en zanger Corey Glover heeft nog steeds die soulvolle stem. Er waren dus nog genoeg momenten om van te smullen en daarom begrijpen wij echt niet waarom hier zo weinig volk op af kwam.

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Wintersleep

Welcome to the night sky

Geschreven door

Danig onder de indruk zijn we toch van het Canadese Wintersleep, die al toe zijn aan hun derde cd; deze plaat laten we niet onopgemerkt aan onze neus voorbijgaan. We horen in de songs een duidelijke variatie van dromerig, ingetogen en krachtig dynamisch werk. Het zijn songs die er duidelijk staan,  van een lief, zacht naar een intens hardere, spannend bezwerende opbouw. De gitaren, piano, toetsen en Paul Murphys diepe vocals zijn de barometer van hun frisse boeiende sound.
Wintersleep barst van de potentie, ze geven hun sfeervol materiaal een stuwende wave ondergrond mee. Ze trekken meteen de aandacht met een broeierige “Drunk on Aluminium” en een snedige “Archaeologists”. De daaropvolgende “Dead letter & the infinite yes” en “Weighty ghost” klinken sfeervoller en hebben een folky tint. Maar sterk overtuigd zijn we van het opbouwende “Murder”, “Laser beams”, het langgerekte -van postrock ontdane – “Miasmel smoke & the yellow bellied freaks” en het in wave gesmoorde “Oblivion”. Wintersleep houdt het bij de Canadese scène van Arcade Fire, maar giet er een flinke scheut Editors en Interpol op!

The Temper Trap

Conditions

Geschreven door

Het uit Melbourne afkomstige The Temper Trap heeft na hun titelloze debuut EP van drie jaar terug een ijzersterk debuut uit, ‘Conditions’. In eigen land werden ze al sterk ontvangen omdat songs van de EP gebruikt werden in tv series en bioscoopfilms. De doorbraak gebeurt nu iets vlotter door het feit dat de band naar Londen verhuisde en terecht in de spotlights mag komen. We horen op hun debuut groots bezwerende, dromerige poprock, die door doordreinende, krachtige ritmes en een brok psychedelica en bombast voortgestuwd worden. Ze steken voldoende afwisseling in hun sferisch broeierige, catchy nummers. Meer dan overtuigend klinken “Rest”, Down river”, “Soldier on”, “Fools”, Science of fear” en de single “Sweet disposition”. Spil Dougy Mandagi kan hoog uithalen in z’n falsets, en stapt moeiteloos over in een meer directe, rauwe zang, zoals in “Resurrection”. Het lekker mee neuriënde “Fader” geeft dan de eenvoud weer van energieke poprock. In hun sound zijn er duidelijk referenties naar het oude U2, Glasvegas, TV On The Radio en Bloc Party. Voor de productie deden ze beroep op Jim Abbiss (die al instond voor Arctic Monkeys, Unkle, Adele en Bjork).

Soulsavers

Broken

Geschreven door
Het derde album van Soulsavers is er terug eentje om van te snoepen. Deze uit het Noorden van Engeland opererende band van Richin Machin heeft een uniek samenwerkingsproject klaargestoomd met de uit LA residerende zanger Mark Lanegan. Een samenwerking die groeide van de vorige cd ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’ (2007). Het duo Machin - Glover verdiende eerder z’n sporen met hun Soulsavers Soundsystem van remix werk (o.a. Beastie Boys en Starsailor) en soundscapes voor series en  films. In 2003 verscheen de eerst ‘echte’ plaat, het elektronica getinte‘Tough guys don’t dance’, met o.a. Josh Haden van het toenmalige Spain als gastvocalist.
We horen prachtsongs die de basis rock –americana - soul – jazz - gospel en triphop hebben; De spannende dreiging en de diepgrauwe, krakende stem van Lanegan en diens teksten passen ideaal in de Soulsavers outfit. Daarnaast zijn er nog een handvol bijzondere gasten: op de rauw rockende “Death bells” en “Unbalanced pieces” komen enerzijds Gibby Haines (Butthole Surfers) en anderzijds Mike Patton langs en Jason Pierce van Spiritualised neemt het orkestrale “Pharaohs chariot” voor z’n rekening. Een glansrol is weggelegd voor de Australische ontdekking Rosa Agostino, luster maar eens naar de sfeervolle “Praying ground” en “By my side”. Na Isobel Campbell scoort ze goed op de duets “You will miss me when I burn” (van Will Oldham geschreven btw!) en “Rolling sky”. “Some misunderstaing” van Gene Clark van The Byrds werd nieuw leven ingeblazen en kreeg een Crazy Horse solo mee. De twee instrumentals, “The seventh proof” en “Wise blood” grijpen terug naar de filmische soundscapes van het Soulsavers avontuur.
’Broken’ is een spannende, intens broeierige plaat die breekbaar pakkende stukken heeft en de knappe collaboratie onderstreept van het duo Machin - Glover, de band en z’n gastartiesten, met Lanegan en Agostino voorop!


The Fiery Furnaces

I’m going away

Geschreven door

The Fiery Furnaces hebben het deze keer wat eenvoudiger en iets rustiger aangepakt. Voorheen propten ze met graagte 56 ideeën in één song, hier beperkten ze zich meestal maar tot een drietal per stuk. ‘I’m going away’ klinkt dan ook een flink stuk minder nerveus dan zijn voorgangers. Een mens kan dit exemplaar makkelijk in één ruk uitzitten zonder dat ie van ’t kastje naar de muur geslingerd wordt om uiteindelijk compleet zotgedraaid of verdwaasd achter te blijven (de vorige ‘Widow city’ was om te zeggen zo een plaatje waar wij compleet hyper van werden, maar wel een kanjer van een schijf).
The Fiery Furnaces zijn na al die jaren ook al een serieus eind van de Velvet Underground verwijderd. Misschien herinnert u zich nog het prachtige debuutplaat ‘Gallowsbird Bark’ die compleet van de velvets doordrongen was, op ‘I’m going away’ is daar niets meer van te horen. De seventies zijn wel aan bod, deze keer, en dit vooral in de prettige gitaar- en orgelsolootjes van Matt Friedberger. Zusje Eleanor knoopt daar weer die frisse vocals en vreemde teksten aan met een geslaagd, zij het ietwat minder bizar, album als gevolg. Rustiger, vooral dat.
U hoeft echter nog niet te denken dat The Fiery Funaces de nieuwe Yes of -godbetert- Coldplay zijn geworden, hun songs (hier ook vrij kort volgens hun doen) zijn immers in al hun creativiteit nog steeds lekker tegendraads en eisen nog altijd de nodige moeite bij de beluistering. Wees gerust, de hitparade lonkt echt nog niet.

The Tragically Hip

The Tragically Hip: positieve balans van 26 jaar music@work

Geschreven door

Canadezen, het zijn best wel eigenzinnige jongens in het muzikale landschap van de jongste decennia. In het rijtje waar ook meestertroubadour Neil Young en meesterproducer Daniel Lanois thuishoren kan The Tragically Hip uiteraard niet ontbreken: een eigen geluid door velen gekopieerd doch nooit echt geëvenaard, het hardnekkig vastklampen aan artistieke integriteit los van commerciële belangen, en bovenal een dijk van een live reputatie. In de vroege 90ies maakte dit sympathieke vijftal zijn groepsnaam zelfs heel even helemaal waar toen ze na de release van het album ‘Fully Completely’ (’93) eensklaps tot één van de grote beloften van de arenarock werden gebombardeerd. De geschiedenis heeft ons intussen geleerd dat het (gelukkig) niet zo’n vaart is gelopen. The Tragically Hip liet in de 90ies wel nog tal van andere klassieke albums los op een hondstrouw legioen liefhebbers van pure rootsrock, maar de eerlijkheid gebiedt ons om de relevantie van Hip’s jongste platen toch te betwijfelen. Over een avondje uit met deze oerdegelijke Canadese rockers moeten we echter geen twee keer nadenken. Afgelopen zondag hield de ‘We Are The Same’ tour halt in de Brusselse AB ter promotie van Hip’s gelijknamige en inmiddels 12de studioalbum. Getuige de grijzende kopjes en versleten Hip shirts, een beleving waar menig dertiger en veertiger met een boontje voor doorleefde rootsrock zat naar uit te kijken...

The Tragically Hip live betekent eigenlijk zoveel als Gordon Downie & band. De manische frontman zoog zoals steeds alle publieksaandacht moeiteloos naar zich toe met zijn onnavolgbare mimiek, een occasioneel schaduwgevecht met de microfoonstandaard en, als rode draad van de avond, zijn talloze visuele kunstjes met een dozijn witte zakdoeken die hij één voor één vanuit de coulissen toegeworpen kreeg. En toch, ondanks Downie’s unieke performance en zijn prima musicerende maats liet de groep gedurende het eerste concertkwartier niet echt een bevlogen indruk. Er werd nochtans sterk geopend met “New Orleans Is Sinking” uit Hip’s debuutalbum ‘Up To Here’ (‘89). De ironie van de recente geschiedenis wil dat dit nummer een tijdlang werd geweerd door verschillende Amerikaanse radiostations na de doortocht van orkaan Katrina in 2005, maar op Europese bodem nooit echt uit Hip’s setlist is verdwenen. Het langdradige “The Depression Suite” en het routineus afgehaspelde “Fireworks” klonken vervolgens toch wat te gewoontjes om van een geslaagde start te spreken, en het duurde tot “Courage (For Hugh MacLennan)” en “Fully Completely” vooraleer de groep echt op kruissnelheid kwam. Spijtig genoeg kon de groep dit momentum niet vasthouden door een foute songkeuze waarbij klassieke oudjes te snel werden afgewisseld met mindere nieuwe nummers. Meteen werd duidelijk waarom het eerder dit jaar verschenen ‘We Are The Same’ als één van de minst memorabele albums uit de Hip catalogus wordt beschouwd. De groep lijkt tegenwoordig te hard zijn best te doen om andere muzikale wegen te verkennen, maar verliest daardoor een stuk identiteit. Het country niemendalletje “Morning Moon” hoort eerder thuis op een vroege Eagles plaat, en met “Coffee Girl” komt de groep zowaar gevaarlijk dicht in de buurt van een afgeborstelde hitparadesong. Nee, dan liever rauwere vintage Tragically Hip nummers als “Poets” en “Love Is A First” die de eerste set afsloten.
Zoals vooraf aangekondigd deelden Downie & co hun optreden op in twee sets van elk tien nummers. Bij aanvang van de tweede set verschenen onze Canadese vrienden op het podium enkel vergezeld van akoestische instrumenten. Het leverde een mooi kampvuurmoment op met naast “Thompson Girl” en “The Last Recluse” een doorleefde versie van “Fiddler’s Green”, het enige rustpunt op onze all-time favourite Hip plaat ‘Road Apples’ (’91). De groep plugde vervolgens de elektrische gitaren in voor een overrompelend “Gift Shop” dat eindigde in ware Crazy Horse stijl. Na ruim een kwarteeuw lijkt niet de minste sleet te zitten op de gitaartandem Bobby Baker en Paul Langlois, en ook Gord Sinclair (bas) and Johnny Fay (drums) geven menige ritmesectie vandaag nog steeds het nakijken. In de tweede set stak overigens nauwelijks een nieuw nummer, waardoor de groep heel wat beter uit de verf kwam dan tijdens de eerder matige eerste set.
Vele van Downie’s teksten mogen dan al doortrokken zijn van dramatiek en melancholie, toch is de begenadigde songschrijver niet te beroerd om als eerste sommige van zijn schrijfsels te relativeren. Volgens de boomlange Canadees had “Ahead By A Century” bij nader inzien (bijna 15 jaar na datum) immers beter “Behind By A Century” kunnen heten. Het publiek reageerde laconiek en genoot met volle teugen van deze zeldzame radiohit uit Hip’s repertoire, alsook van doorleefde versies van “Springtime In Vienna”, “Bobcaygeon” en “Nautical Disaster”. De tweede set werd afgesloten met het enthousiaste “My Music At Work” dat moeiteloos alle handen de lucht in kreeg. Downie slaagde er in om de microfoon tot bijna in het midden van de zaal door te geven, tot groot jolijt van heel wat plaatselijke zangtalenten die in verschillende toonhoogten en Amerikaans/Engelse accenten de titel van het nummer eindeloos meebrulden. De volksmenner in Downie was duidelijk in zijn opzet geslaagd en kon met een welgemeend “Thank you music lovers!” meer dan tevreden de gordijnen induiken.
Een korte bisronde werd op gang getrapt door “Family Band”, al dan niet een verdoken verwijzing naar het feit dat The Tragically Hip sinds 1983 nog steeds bestaat uit dezelfde vijf jeugdvrienden. Een begeesterend “Grace, Too”, het openingsnummer uit ‘Day For Night’ (’95), sloot met verve een ruim twee uur durend concert af en stuurde ons uiteindelijk toch met een voldaan gevoel huiswaarts.

Achteraf gezien bleek het opnemen van nieuwe nummers in de setlist zowel een verdienste als een vloek voor de groep. Fans van het recente afgelikte werk (ja, ze blijken te bestaan!) werden niet ontgoocheld, terwijl de eerste generatie Hip adepten vooral in het tweede concertdeel de vertrouwde vonken van het podium zagen spatten. The Tragically Hip blijft na drie decennia ontegensprekelijk één van Canada’s belangrijkste muzikale exportproducten, doch hopelijk evolueert hun marktaandeel niet tot Billboard’s eenheidsworst…

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Toutpartout 15 Years: uitgelezen selectie van artiesten en bands – dag 2 -

Geschreven door

Het Belgische boekingskantoor Toutpartout bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar bouwde spil Steven Thomassen met een handvol medewerkers zijn agency uit tot een Europese naam. Ze vierden dit samen met een uitgelezen selectie van artiesten en bands, die zich twee avonden zouden huisvesten in de verschillende zalen van de Botanique. Een mooie ontdekkingstocht. Op deze tweede avond konden we er terecht voor Phosphorescent, The Black Heart Procession, Dosh, Githead, Lightning Dust en Deer Tick. Een tweede succesvolle avond die de vijftien kaarsen op de taart in één adem uitbliezen van Toutpartout!

Deer Tick (Rotonde), een jong kwartet uit Providence, Rhode Island, intrigeerde in z’n vijfendertig minuten speelduur. Ze putten uit de ‘80’s countryrock van Green On Red, gaven er een rock’n’roll lick op en sloegen richting freakfolk in. De songs klonken intens rauw, broeierig en bedreven. De meerstemmige zang gaf kleur. Twee platen heeft het gezelschap totnutoe uit en het lijkt me naderhand interessant de cd’s te beluisteren, want met songs als “Smith hill”, “Hope is big”, “Easy” en “Straight up storm” overtuigden ze heel sterk! Tja, Toutpartout trekt niet voor niks leuke ontdekkende bandjes aan.

Lightning Dust (Orangerie) is een zijproject van de succesvolle Canadese stoner/psyche/americana band Black Mountain. Het is nu niet eens de bandleider Stephen McBean ( project: Pinkmountaintops), maar zangeres Amber Webber en drummer Joshua Wells die er achter zitten. Ze worden nog aangevuld met een ander vrouw – man duo en brengen overwegend lichtvoetige, breekbare en soms uptempo retrorockende indiepop. De piano/toets en de innemende, nasale en licht neurotische vrouwelijke zang (ergens tussen Janis Joplin en Hope Sandoval) zijn de rode loper. Hier komen geen pedaaleffects of psyche vocals aan te pas. Het gaat van de sfeervolle “Take me back” en “Antonio Jane”, naar het elektronisch neigende “I knew” en de orkestratie van “Dreamer” tot het epische opbouwende “Take it home”. Tot slot een regelrechte rockende prairie/countryfiller, “Wind me up”, toonde aan dat dit gezelschap, naast de gierende geweldpleging van Black Mountain, zich onderscheidde met slepende (rauwe) en rijkelijk gelaagde (emotioneel subtiel) songs op de plaat ‘Infinite Light’.

Colin Newman houdt af en toen eens een Wire-reünie, maar legt zich de laatste jaren vooral toe aan z’n Githead (Rotonde) project dat hij een kleine vijf jaar geleden oprichtte, samen met gitarist Robin Rimbaud, bassiste en vrouwlief Malka Spigel en drummer Max Franken, die al allemaal sporen hebben verdiend bij andere bands waaronder Minimal Compact.
Ze zijn terug op tournee om de recente derde plaat ‘Landing’ voor te stellen. En hier horen we een Githead op z’n best. Ook live werd hun arty pop gekenmerkt door een repetitief intrigerende opbouw en stomende, hitsende ritmes. We zagen een gretig spelende band, die graag een tandje bijzette. Het bevestigde de stelling alvast van vier rasmuzikanten: de tandem Rimbaud – Newman, beiden uiterst geconcentreerd op hun gitaarspel, het diepe basspel van Spigel, en Franken die de maat aangaf en vaart pompte in de songs.We werden meteen opgezogen in de verslavende werking van hun songs. Er was op die manier weinig ruimte voor hun sfeervol dromerige indie van vroeger platenwerk. De aanstekelijke, coherente instrumentale sleper “Faster” vormde het uitgangsbord voor “Drop”, “Live in your head”, “All set up” en de songs die Spigel zong, “Take off” en “Lightswimmer”. “Over the limit” refereerde het nauwst aan de gloriedagen van Wire en met een verbluffende versie van “Raining down” (ruim acht minuten) vatten ze hun hypnotiserende, bezwerende groove, rauwe intensiteit en ruwheid in een puike melodie samen. Het jonge gitaargeweld kan lessen trekken uit de verzengende livegig van Githead.

We waren duidelijk onder de indruk van deze Githead veterans, waardoor we de eclectische sound van Martin Dosh (Witloof Bar) misten …

Van een andere toonaard was The Black Heart Procession, uit San Diego (Orangerie) onder de tandem Paul Jenkins en Tobias Nathaniel. Na ruim drie jaar is het weinig vrolijke gezelschap toe aan hun zesde plaat ‘6’. Het kwintet is gegroeid uit 3 Mile Pilot ‘( in 2010 wordt de langverwachte reünieplaat verwacht!), die de basis was van het ‘Duyster’- geluid van intens pakkende, doorleefde tristesse over dood, verderf, hel, verdoemenis, zelfmoord en drugs. De songs worden bepaald door een monotoon declamerende voordracht in een ware Cave-iaanse stijl, een dreunende gevoelige pianotune, sfeervolle vioolpartijen en een zingende zaag. Ook hier grijpen binnen die sombere stemming de songs bij het nekvel en hebben ze een verslavende werking. Ondanks de zware littekens die de songs uitstralen, klinkt het geheel op de laatste plaat en live wat aantrekkelijker, breder, intenser en krachtiger. Muzikaal zijn zij duidelijk naar Cave & The Bad Seeds en Twilight Singers opgeschoven.
Ze openden met het intieme “All kind of summer” uit hun debuut, minimaal gehouden door een vervlogen piano- en vioolpartij, een zingende zaag en Jenkins’ klaaglijke zang, die even getormenteerd klinkt als Pere Ubu’s David Thomas. Met de ganse band hoorden we een bezwerend forser geluid op het ouder materiaal, “All my steps”, “Release my head”, “Square heart” en “Tropics of love”, die perfect naast de huidige slepende donkere trips staan van The Black Heart Procession als “Wasteland”, “Drugs”, “Heaven & a hell” en “Suicide”, die de subtiliteit en klankkleur niet het oog verloren. De groep kon rekenen op een ruime belangstelling en was z’n fans door de jaren erg dankbaar. We kregen nog twee songs als bis, de donkere intimiteit vs een breder rockende aanpak, waarbij “The church is red” in een rootsamericana kleedje werd gestopt!

De laatste keer dat we Matthew Houck in een full band presentatie Phosphorescent aan het werk zagen, hoorden we een rootsrockende band die de klankkleur van de ingetogen etherische platen stevig injecteerde. Houck besloot solo de tweedaagse Toutpartout happening en keerde terug naar de bron van z’n songs in een pakkend easy listening americana van ontroering, weemoed en melancholie. De dromerige ballads klonken af en toe wat krachtiger, bepaald door z’n begeesterende, bezwerende gitaarspel en z’n hemels klaaglijke zang, wat hem in de lijn bracht van Iron & Wine, Will Oldham en Jason Lyte. Hij smukte z’n ingetogen materiaal op door z’n leuke bindteksten en door de backing vocals van de Deer Tick en Lightning Dust crew (o.a. op “Los Angeles”); heerlijke trips hoorden we van “Joe Tex, these taming blues” en “Cocaine lights”, alsof hij op twee gitaren tokkelde, en een minimaal gehouden “Endless”. Uit de hymne ‘To Willie’ pikte hij o.a. “It’s not supposed to be that way”, “Reasons to quiet” (written by Merle Haggard), “Permanently lonely” en Hank Cochrans “Can I sleep in your arms”. Deze afsluiter bracht de gepaste gemoedsrust na de twee avonden …

Organisatie: Toutpartout ism Botanique, Brussel

Toutpartout 15 Years: uitgelezen selectie van artiesten en bands – dag 1 -

Geschreven door

Het Belgische boekingskantoor Toutpartout bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar bouwde spil Steven Thomassen met een handvol medewerkers zijn agency uit tot een Europese naam. Ze vierden dit samen met een uitgelezen selectie van artiesten en bands, die zich twee avonden zouden huisvesten in de verschillende zalen van de Botanique. Een mooie ontdekkingstocht. In dat concept moet je natuurlijk keuzes maken om hen aan het werk te zien.
Op dag 1 had men South San Gabriel (feat. Will Johnson), Shit & Shine, Hank & Lily, Tony Dekker, Krakow, Scout Niblett, Joe Gideon & The Shark en Micah P.Hinson geprogrammeerd. Toutpartout kon deze eerste dag rekenen op een sterke belangstelling. Door ziekte van Jason Molina (Songs: Ohia/ Magnolia Electric Co) kwam de ganse crew van Will Johnson, South San Gabriel langs en werden Cave Singers (ook ziekte van één van de leden) vervangen door het Belgisch beloftevolle Krakow.

De Amerikaanse songwriter Micah P. Hinson (Rotonde) gaf de aftrap. Hij benaderde de donkere kantjes van de americana scene. Hij heeft dan ook veel te vertellen want hij heeft al een getormenteerd leven achter de rug. Muzikaal brengt hij z’n ervaringen in bezwerende luistersongs op akoestische gitaar gedragen door z’n bedwelmende, emotievolle vocals, wat hem nauw verwant maakt met Dylan en Drake en de songwriters van Wilco en Lambchop. In die vijfenveertig minuten fascineerde hij met enkele bloedstollende songs, die een spaarzame begeleiding meekregen. Maar hij kon ook krachtiger klinken zowel op z’n gitaar als met z’n stem. Hij stipte even het werk van z’n eerder drie verschenen cd’s aan, maar legde vooral de klemtoon op de recente cd ‘All dressed up & smelling of strangers’, die uit een handvol overtuigende covers van z’n muzikale helden bestond, waaronder “Are you lonesome tonite” (Elvis Presley) - opener van de set-, verder “Not forever now” (van Centro-matic, die andere band van Will Johnson), “Slow & steady” –van de eerder onbekende Pedro the lion -, en tot slot “This old guitar” van John Denver, de song die z’n vader en hem na jaren ruziemaken opnieuw samenbracht. We hoorden nog enkele parels, een innemende “Digging a grave” en een hymne aan één z’n allerbeste vrienden, een zekere Michael Gilmore die hij in 2007 verloor. Hinson houdt van de zaal, hij had hier al een paar keer gespeeld en droeg z’n publiek een warm hart toe, wat wederzijds was. Al meteen een schot in de roos voor de Toutpartout crew.

Het broer-zus duo Joe Gideon & The Shark (Orangerie) schuimde de festivalzomer af; ze brachten een broeierige spanning in hun rauw rockend materiaal. Zij, ‘Viva Seifert’, ‘the Shark’, deed dat op haar drumstel en haalde tussendoor een klanktapijt uit haar keys en xylo, hij ‘Joe Seifert’, ‘de Gideon’, switchte van gitaar en bas, creëerde een spaarzaam zompig geluid en dompelde de songs onder in een grauw galmende zegzang. Hun americana/garageblues had raakvlakken met de vertelkunst van Cave, Waits en Reed tot zelfs een Marianne Faithfull. Ze trokken de aandacht door een persiflage op de ‘80’s iconen Eurythmics. De rauwe intensiteit van de songs had bijna steeds een rustige, voortkabbelende aanzet, zoals op “Miss Kathy Ray”, “Anything you love that much will see you” en de titelsong van hun cd; de ‘Harum Scarum’ nummers vormden hierdoor een filmische soundtrack. Op het eind vervoegde een derde persoon de drums, wat het geheel hitsender maakte.

De Engelse singer/songschrijfster Scout (Emma Louise) Niblett (Rotonde), leek wel een weekendje vrijaf te hebben gekregen in de kostschool. Ze stond daar op het podium met haar blauw kostuumpje met witte knopen, rode kousen en opvallende schoentjes, bijna de voeten tegen elkaar. Een bedeesd meisje, een stil watertje op elektrische gitaar, zo leek het…, maar dan had je buiten de waard gerekend dat deze dame van 35 jaar al een handvol platen uitheeft binnen de indiefolk/americana, en we fronsten even de wenkbrauwen toen ze de gitaar inplugde en begon te zingen . Ze beet sterk van zich af met haar spannend dreigende sound, dissonante riffs en lieflijk getokkel, gedragen door haar indringende, hese soms hoog uithalende stem. Moeiteloos stapte ze over van een ingetogen naar een strakkere, fellere lijn. Ze intrigeerde en bezorgde ons kippenvel door de intrinsieke schoonheid van hartverscheurende ervaringen, eenzaamheid en fatalisme die in de songs schuilde. Polly Harvey meets Liz Phair/Cat Power meets de jongere generatie Soap & Skin en Jolie Holland. In de venijnige set werd op het eind de pedaaleffects stevig ingedrukt; binnen haar muzikale zwerftocht was er één keer een ‘dust in the wind’ moment, toen ze een song op de drums mepte.

De Canadese songwriter Tony Dekker (Orangerie) bood met één van z’n Great Lake Swimmers leden, Erik Arnesen, een mooi overzicht van hun oeuvre. Dekker plukte uit elke cd wel iets en slaagde erin ons hart te veroveren met z’n weemoedige, sfeervolle, melodieuze breekbare americana, geënt op het intieme akoestische gitaarspel, -getokkel en de mandoline, en gedragen door z’n licht klaaglijke zang. In het melancholische recept droomden we zomaar weg, mijmerden we, zagen bij valavond de kust voor ogen en hoorden vanuit een hut het geluid van het klotsende water. Ondanks de meer luchtige aanpak op het recente ‘Lost channels’ bracht Dekker de verstilde pracht van z’n songs. Er waren pakkende versies van “Still”, “Concrete heart” en “Stealing tomorrow” uit de laatste plaat en verder klonken “Moving pictures, silent films” en “Let’s trade skins” groots. Het stemde Dekker gelukkig dat het oude materiaal terug makkelijker verkrijgbaar was, om op die manier mans kwetsbare muziek te leren kennen …

We werden uit onze droomwereld getrokken toen Shit & Shine (Rotonde) aan hun set begon. Ze speelden een loeiharde, bezwerende drone/noisetrip van ontspoorde, vervormde en overstuurde synths en opzwepende drums. Twee drumstellen stonden er deze keer opgesteld. Vorig jaar was het nog anders toen een zestal drummers in de set betrokken raakten. Het draaide ‘em rond noise en ritmiek; doel was het publiek in een soort trance te brengen met die repetitief, voortdeinende sounds. De elektronica en drums stuwden de sound naar een hoger niveau. Ze maakten het ons alvast iets draaglijker door er wat show aan te koppelen. Buiten de drummer waren 2 bandleden verkleed in een soort bunnypak en kwam een derde uit een NYC politiereeks. Het hoorde er allemaal bij om hun loodzware sound te ondergaan. Het was geen hapklare brok wat het vaste duo Clouse en McKayhan ons voorschotelde. Van deze livesensatie waren de meningen verdeeld …

Intussen moesten we de optredens van Krakow en de Hank & Lily show missen, die we eerder al aan het werk zagen; Krakow overtuigde met hun bloedmooie sound van countryrock/slowcore en de theatergig van Hank & Lily, bood een weirde sound van country/garagerockabilly, wat hen een beetje in de voetsporen bracht van Bob Log III.

Tot slot kwam South San Gabriel (Orangerie) opdagen, het tweelingbroertje van Centro-matic (vaste bandleden voor beide bands, naast spil Will Johnson). Door de afwezigheid van Jason Molina konden we dus optimaal gaan voor het sfeervol, intimistisch, weemoedig materiaal van rustige broer South San Gabriel. Muzikaal refereren ze aan de dromerige americana van Crosby, Still, Nash & Young en worden ze in één adem opgenoemd met The Jayhawks, Sparklehorse, Wilco, Lambchop, Bonnie ‘Prince’ Billy en Ryan Adams. We hoorden gevoelige steelpedal, subtiele piano- en orgelpartijen, een voorzichtige percussie en Johnsons breekbare gitaarspel, dito -slides, gedragen door z’n warme, intieme stem. Een muzikale bloemlezing waarbij de groep nogal sterk teruggreep naar hun doorbraak in 2003, ‘Welcome, Convalescene’ met songs als “Smelling medicinal”, “Everglades” en “Saint- Augustine”. Bloedmooie songs die door hun ingetogen karakter gemoedsrust uitstraalden. We hoorden recenter werk met “Feel too young to die” en uit de laatste plaat ‘Dual hawks’ speelden ze “Emma Jane” en “Alabama crusade”. Hoogtepunt vormde een broeierige slow motion version van Lionel Ritchie’s “All night long”. Inderdaad, hun muziek luidde de nacht in. Een overtuigende en terechte afsluiter van een eerste avond Toutpartout. Ook hier uitte Johnson z’n appreciatie voor het warme onthaal en de 15 jaar Toutpartout …

Organisatie: Toutpartout ism Botanique, Brussel

Oost-Vlaams Rockconcours 2009: Intergalactic Lovers wint!

Geschreven door

Ieder oneven jaartal zo rond december ligt het episch centrum van het Oost-Vlaamse muziektalent in de Vooruit te Gent waar een finale doorgaat die de 'beste' Oost-Vlaams bands/artiesten verzameld van het moment onder de noemer Oost-Vlaams Rockconcours.
In de finale geraak je door voorrondes te doorstaan georganiseerd in voornamelijk jeugdhuizen, maar liefst 130 inschrijvingen kreeg de organisatie te verwerken waaruit oorspronkelijk 8 voorrondes met 6 bands geselecteerd werden om dan zo naar 4 halve finales te gaan waaruit dus de 8 finalisten gedistilleerd werden.
Het is een cliché maar als je tot de finale doorstootte dan was je eigenlijk al een beetje een winnaar want dan wordt je opgenomen in het 100% Puur project, dit biedt organisatoren de komende 2 jaar de kans om de helft van de gage van een artiest/band uit de finale terug te krijgen ( tot een bep. limiet), dit geldt voor alle finalisten uit alle provincies, een zeer mooi initiatief waarin jonge bands zich wel kunnen vinden.

De finale dan... die stond bol van diversiteit en genres met Maya's Moving Castle, Catatonics, Vegas!, Amatorski, The Curvy Cuties Fanclub, As You Like It, Look & Trees, Intergalactic Lovers en een surprise act.
Door allerlei beslommeringen konden we pas inpikken tijdens de set van As You Like It, de opkomst viel in eerste instantie wel wat tegen, een iets meer dan de helft gevulde zaal in tegenstelling met de vorige editie die stampvol zat. As You Like It liet er geen gras over groeien, met een melodieuze rocky sound probeerden ze iedereen van hun kunnen te overtuigen, een stagediver werd gespot en het publiek lustte er wel pap van.
Vervolgens betrad het bonte allegaartje van Look & Trees de bühne.
Met een sound die deed denken aan Wilco pakte het op z'n eigen manier de zaal in, er was veel cohesie en speelvreugde te vinden in de sound en de band stond er alsof ze al 10 jaar spelen, een leuk en gevarieerd optreden.
Als laatste mocht Intergalactic Lovers hun ding doen, na hun winst deze zomer op de Beloften waren ze volgens velen de topfavoriet voor deze wedstrijd. Met een naturelle flair begon de band aan z'n set, "Gimme", "Soul for hire" en "Fade away" zijn schitterende poprockdeuntjes die bovendien nog sterker kunnen worden mits een goede productie, de band is immers nog maar 6 maanden samen. De lovers waren solide en zetten een sterke set neer zonder veel verrassingen maar wel met een oerdegelijk 'resultaat'.
Na het optreden viel er nog een surprise act uit de lucht... Niemand minder dan Steven H de meest besproken act uit het concours en afvaller in de halve finale mocht nogmaals bewijzen dat hij zeker z'n plaats in de finale had, dat bewees hij door achtereenvolgens "Saai in den backstage" en " 't Zit tegen" het publiek in te blazen, op " 't zit tegen" werd hij nog versterkt door 6 dansers wat het plaatje echt af maakte, jammer dat deze topentertainer over het hoofd werd gezien!

Even later werd Look & Trees derde, bezette Vegas! de tweede plaats en werden Intergalactic Lovers oververdiend tot winnaars gekroond.

Organisatie: Team OVRC

The Golden Years (2009) maakten hun naam weer waar

Geschreven door

Op zaterdag 28 november maakten 12500 toeschouwers in het Sportpaleis in Antwerpen de 21e editie van The Golden Years mee, één van de oudste manifestaties die hier doorgaan. Volgens de geijkte formule, met de VIP’s aan tafeltjes op het middenplein, werd alles weer gepresenteerd door Carl Huybrechts, die dit keer een aantal groepen mocht aankondigen die het einde van de sixties en de seventies mee kleur gaven. Hij praatte alles vlot aan elkaar en kreeg de zaal telkens aan het juichen toen hij de belangrijkste gebeurtenissen van die jaren overliep, vooral toen hij vijf keer een overwinning van Eddy Merckx in de Tour de France mocht aanhalen.

Daardoor doet het evenement onvermijdelijk aan de Proms denken: zelfde mega-evenement, zelfde locatie, zelfde presentatie. Alleen zonder orkest of koor op het podium. En waar op de Proms de groepen dikwijls verdrinken in de dikke violensaus, kennen de Golden Years een andere probleem: popgroepen van veertig jaar geleden zijn nooit wat ze toen waren: meer en meer muzikanten vallen uit om diverse redenen: ouderdom, ziekte of gewoon omdat ze overleden zijn.
Daardoor zijn de groepen die op het podium staan bijlange niet meer in oorspronkelijke samenstelling. Je kan daar op verschillende manieren tegen aan kijken: ofwel beschouw je dit als een doodzonde, en dan blijf je ver weg ervan, ofwel sluit je compromissen. En dan kan je proberen de groepen op het podium zo objectief mogelijk te beoordelen. Van veel van de groepen uit die tijd zijn alleen één of een paar leden echt gekend bij het grote publiek. Meestal gaat het om een zanger of een gitarist. Het beste is natuurlijk als die er bij zijn, maar voor mij telt dat de klankkleur van de groep niet verandert door de inbreng van de vervangers. Niemand zit op een eigenzinnige persoonlijke interpretatie te wachten van één of ander hitje uit die tijd. Een zanger vervang je door iemand met een even goede, of betere, stem, maar met dezelfde stemkleur, een gitarist moet klinken als zijn voorbeeld.

Met die gedachte in het hoofd zagen wij ‘The Escorts’ als eersten een drietal nummers van ‘T.Rex’ coveren. Goede muzikanten, perfect als opwarmers. ‘Christie’ had niet meer dat enkele hits bij ons, maar kreeg toch een warm applaus: ze klonken dan ook heel goed, vooral door de erg herkenbare stem van Jeff Christie, die er nog steeds bij was. Met ‘The New Seekers’ kregen we dan een meer vocale gerichte groep op het podium. En ondanks hun verdienstelijke prestatie konden zij toch niet verbergen dat de stemmen (vooral van de dames) hun beste tijd gehad hebben. Ze kregen toch veel bijval van een welwillend publiek.
‘Sailor’ moest het in de seventies vooral hebben van hun kostuumpjes en hun act, en dat was nu niet anders. Toch hebben ze een drietal stevige hits op hun palmares, die nog steeds heel goed te pruimen zijn.
Voor ‘Middle Of The Road’ is vooral de unieke stem van zangeres Sally Carr belangrijk. Ze was er bij en ze klonk, na een opwarmingsperiode, best goed!
Het eerste hoogtepunt van de avond kwam er met ‘Slade’. Zanger Noddy Holder is er niet meer bij, maar zijn vervanger zingt minstens even goed. En gitarist Dave Hill kan, ondanks zijn gekke bekkentrekkerij en fratsen, een behoorlijk stukje spelen! Op sommige momenten klonken ze bijna als ‘AC/DC’. ‘Alvin Stardust’ had een aantal hits, maar hij bewees dat hij vooral een echte rocker is, die nog steeds goed bij stem is. Zijn versies van “I Love Rock’n’Roll”, “2,4,6,8 Motorway” en “Johnny B. Goode” mochten er best wezen.
‘The Rubettes feat. Alan Williams’ zijn nog steeds erg flamboyant. Een aantal hits rolden er vlot uit, en ze waagden zich zelfs aan goede a capellaversies van “After The Goldrush” en “Barbara Ann”. Het tweede hoogtepunt kwam er met de slotact. ‘10CC’ trad op met Graham Gouldman, geen spoor van Godley of Creme. Maar de zanger, die de hoge stemmetjes (zoals op “Donna”) bracht, was ronduit schitterend. En ook “I’m Not In Love” klonk echt goed, evenals hun andere hits, met als uitschieter “Dreadlock Holiday”.

Het obligate slotnummer “Rockin’ All Over The World”, met de meeste artiesten op het podium, was eigenlijk overbodig, maar deze ruim drie uur muziekavond mocht er best wel wezen.
Laat editie 22 maar komen…

Organisatie: Sportpaleis – The Golden Years - Antwerpen

Pagina 448 van 499