logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15613 Items)

Alice In Chains

Alice In Chains: vergane glorie van weleer herleeft

Geschreven door

Zeven jaar na het overlijden van grunge-icoon en frontman Layne Staley en veertien jaar na hun laatste studio-album kwamen de Seattle rockers van Alice in Chains hun 'nieuwe' zanger en comebackalbum 'Black gives way to blue' voorstellen in een uitverkochte Trix. In 2006 werd de nieuwe rekruut, William DuVall (ex-Comes with the Fall), al enthousiast onthaald middels een meer dan degelijke passage op Graspop. De verwachtingen waren dus hooggespannen.

Er werd afgetrapt met het epische"Rain when I die" van doorbraakalbum en meesterwerk 'Dirt'. Meteen werd duidelijk dat het met de vocale prestaties wel in orde was. De power en het bereik van DuVall waren minstens even opzienbarend als zijn voorganger. Het stemgeluid had natuurlijk wat weg van Layne, maar hij was geen karikatuur van de man. Hij behield zijn identiteit. Met het stuwende "Again" en het snedige "Them bones" werd het tempo hoog gehouden. Het publiek was duidelijk onder de indruk van de verrichtingen. DuVall profileerde zich als een volwaardig bandlid en als de meest charismatische figuur op het podium. Hij genoot zichtbaar van de oprechte reacties.
Het bezwerende "Dam that river" en de recente sfeervolle single, "Your decision" volgden. "Check my brain" met killer riff en catchy refrein deden de temperatuur nog wat stijgen. Bassist Mike Inez en drummer Sean Kinney vormden een solide en goed op elkaar ingespeelde ritmesectie. Daarna kwamen twee songs van het debuut 'Facelift' aan de beurt: "Love, hate, love" kreeg een indrukwekkende en intense vertolking en het zwaar groovende "It ain't like that" deed daar niet voor onder. Cantrell liet zijn gitaar zwaar ronken bij het logge en slepende "A looking in view". Hier was Black Sabbath niet ver weg. Niettemin bijzonder straf.
Er werd even gas terug genomen met een akoestisch intermezzo: "Down in a hole", "No excuses" en "Black gives way to blue". De vocale tandem Cantrell-DuVall bleef goed overeind. De prachtige samenzang en harmonieën herinnerden ons aan de MTV-Unplugged sessie uit '96. Voor velen een absoluut hoogtepunt.
Het moddervette en grimmige"God am", het dissonante "Acid bubble", het duistere "Angry chair" en het onverslijtbare "Man in the box" besloten het eerste deel van de set. De aanwezigen hadden merkbaar nog niet genoeg gekregen en schreeuwden om meer.
Dit kregen ze dan ook. De bisronde werd geopend met het midtempo en melodieuze "Lesson learned". De onvermijdbare en tijdloze hymnes "Would?" en "Rooster" deden de zaal nog een laatste keer ontploffen en werden als één stem luidkeels meegezongen. Dit blijven fenomenale nummers die zorgden voor euforische reacties.
Spijtig genoeg was dit ook het einde van een memorabel optreden. Bandleider Jerry Cantrell was zichtbaar onder de indruk van de sterke respons en nam uitgebreid afscheid van het Belgische publiek met de woorden "Thanks, we needed you!". Daar kunnen we volmondig en zonder enige twijfel op antwoorden: "We needed you too!"

Dit was een herboren groep die bewees nog niet afgeschreven te zijn Alice In Chains klonk als een klok, misschien zelfs beter dan voorheen. We hopen dat ze volgend jaar ons Belgenlandje nog eens aandoen. We zullen alvast present zijn!

Setlist:  Rain when I die – Again - Them bones - Dam that river - Your decision - Check my brain - Love, hate, love - It ain't like that - A looking in view - Down in a hole - No excuses –Black gives way to blue – God am - Acid bubble - Angry chair – Man in the box
Bis: Lesson learned - Would? – Rooster

Organisatie: Rocklive (ism Trix, Antwerpen)


Paolo Nutini

Vrouwentongen spreken …over Paolo Nutini: don’t miss the heartbeats van de jonge Schotse singer/songwriter …

Paolo Nutini … Zijn vader heeft Italiaanse roots, z’n moeder komt van Glasgow en zijn grootvader was de persoon, die hem aanmoedigde om muzikaals iets uit te bouwen …Hij kon Paolo als kind kalmeren met zijn pianomuziek. En tot slot leerde Paolo de knepen van het vak door als roadie met de groep Speedway op tour te gaan. En hoe het allemaal kan gaan … in afwachting dat de groep Sneddon opdaagde, kreeg hij de kans om enkele songs te zingen, en werd daar door een manager in het publiek ontdekt. Zijn carrière ging vroeg van start ( al van de prille, jonge leeftijd van 17 jaar) en hij kon al supports verzorgen van Amy Winehouse en KT Tunstall. In 2006 kon hij zelfs vóór de Rolling Stones zijn ding doen. Hij bracht al de cd’s ‘These streets’, een ‘Live sessions’ en in de zomer van dit jaar ‘Sunny side up’ uit. Invloedrijk zijn ‘big names’ The Beatles, Pink Floyd, David Bowie, Fleetwood Mac, Rod Stewart en U2. Muzikaal treedt hij in de voetsporen van songwriters James Blunt, Damien Rice en houdt hij het op een vleugje Oasis Britpop. Bekende singles in Vlaanderen zijn reeds “Candy” en “Coming up easy”. In Nederland heeft hij met z’n groep al een grotere naambekendheid.
Hij slaagde erin menig meisjeshart sneller te doen bonken; opvallend was hoe hij een breed publiek van ouders en dochterlief wist aan te spreken …
 
Eerst kregen we Kate Walsh, die ondanks haar mooie stem, wat eentonig klonk. Haar spaarzame gitaarsongs bleven wat steken.
Will and the People daarentegen, kon het publiek warmer krijgen door hun jeugdig enthousiasme en eeuwig optimisme in hun reggae-ske popsongs. Het gemengde publiek stond met verwondering te kijken hoe de jonge bandleden overtuigend de verschillende muziekgenres aansneden, iedereen veroverde en in vervoering bracht. De romantische popsongs werden afgewisseld met meer ritmische, die verder richting jazz, country en soul gingen.
Paolo Nutini … In de songs kon hij zonder veel moeite de juiste klemtoon leggen door de wijze waarop hij zijn stem hanteerde van ruig naar zacht; verbazend hoe een jonge kerel als hem over doorleefde vocals beschikte en op die manier gevoel in de songs legde. De jonge Schot zong de ziel uit zijn lijf. Paolo leek net zoals de andere bandleden volledig op te gaan in z’n muziek wat de sound tot een hoger niveau hief. Bijna het hele concert zong hij met de ogen gesloten.
De blaasinstrumenten, basgitaar, drum, gitaar en drums zorgden voor een gevarieerd, veelzijdig geluid en ondersteunden optimaal z’n schorre stem. Ze geloofden en overtuigden in wat ze brachten en beleefden er tevens plezier in!
Ze stonden er als band zonder de attitude van het reeds gemaakt te hebben, dit terwijl menig vrouwvolk wild enthousiast stond te gillen. We kregen die avond het volgende afwisselend op ons bord: “Alloway grove”, “High hopes”, “Loving you”, “Such a night”, “Growing up”, “Candy”, “Chamber Music”, “These streets”, “Worried man”, “Funky cigarette”, “Coming up easy”, “Percit full of lead”, “Mexico”, “Sleepwalking”, “New Shoes”, “No other way”, “Jenny don’t be hasty”, “Tricks of the trade”, “Time to pretend” en niet te vergeten “Last request”. Straight from the heart klonken de nummers: mooi, passioneel, meeslepend, romantisch, warm, ritmisch, opzwepend, gevoelig, ruig, ingetogen, toereikend, vrolijk, harmonieus, sexy en krachtig!
Een schitterende avond werd afgesloten met de woorden: “It was Jean- Claude Van Dammtastic to be here in Belgium!” Meer hadden we niet nodig om ons door deze wonderboy te laten leiden …

Organisatie: Live Nation

Deep Purple

Deep Purple – Monument nog steeds van de sloophamer te vrijwaren

Geschreven door

Nu dat we amper een maand verwijderd zijn van de kerstperiode maken de eerste  muzieklijstjes traditiegetrouw hun opwachting. Of het nu gaat om de geschreven pers dan wel om radio of televisie, elkeen pakt graag uit met een klassement van nummers of albums die naar hun oordeel of dat van hun publiek tot de beste in hun genre worden beschouwd. In de categorie ‘memorabel, onverslijtbaar en tijdloos’ ontbreekt Deep Purple nooit op het appel. Hun onvervalste klassieker “Child In Time” (1970) positioneert zich namelijk steevast in de bovenste regionen, en dit in het gezelschap van andere minutenlange epossen als Queen’s ‘Bohemian Rhapsody’ en Led Zeppelin’s ‘Stairway To Heaven’. Ook “Smoke On The Water”, voorzien van één van de meest efficiënte oerrifs uit de muziekgeschiedenis, dient hiervoor niet onder te doen, zeker omdat op dit nummer nagenoeg iedere rockliefhebber wel eens uit de bol is gegaan, daarbij dansend en/of gitaarspelend (of het daarbij een echte dan wel een luchtgitaar betrof, moet u maar voor uzelf uitmaken).

Wel, dié Deep Purple stond donderdagavond in de Lotto Arena. Opnieuw bleek dat de groep nog steeds mag rekenen op een vaste fanbasis van alle leeftijden. Ook al hield de ‘Rapture Of The Deep’ wereldtournee die in 2006 startte ter promotie van het gelijknamige 18de studioalbum, de voorbije vier jaar telkenmale halt in ons land en hebben ze sinds die plaat geen nieuw werk uitgebracht, dit belette hen niet om de Lotto Arena opnieuw vrijwel helemaal uit te verkopen. Dat in een tijdsspanne van ruim 40 jaar Deep Purple een stevige livereputatie heeft opgebouwd, zal hier niet vreemd aan zijn.
Maar net als zoveel groepen met een lange staat van dienst heeft ook de groep in het verleden met diverse perikelen te kampen gehad. Vooral qua personeelswissels heeft Deep Purple een bewogen carrière achter de rug, in die mate dat de bezetting die in Antwerpen aantrad, al de 8ste in de reeks is.
Het enige lid dat de woelige stormen heeft overleefd en er van het prille begin in 1968 bij was, is drummer Ian Paice. Zanger Ian Gillan en bassist Roger Glover kwamen pas het jaar nadien over van Episode Six (en verlieten op bepaalde ogenblikken zelfs Deep Purple om nadien terug te keren), terwijl gitarist Steve Morse en toetsenist Don Airey veel recenter de groep kwamen vervoegen. Morse (ex-Kansas, Dixie Dregs en Steve Morse Band) verving in 1994 Ritchie Blackmore, terwijl Airey – die meegewerkt had aan platen van klinkende namen als onder meer Cozy Powell, Gary Moore, Ozzy Osbourne, Judas Priest, Black Sabbath, Jethro Tull, Whitesnake, en Rainbow - in 2002 de plaats innam van Jon Lord die zich op andere projecten wou gaan toeleggen.
In deze vorm blijkt Deep Purple opnieuw een solide en goed op elkaar ingespeelde formatie te zijn. Dit werd meteen duidelijk bij opener “Highway Star” uit ‘Machine Head’ (1972), dat samen met ‘(Deep Purple) In Rock’ wellichte tot hun beste studioalbums mag gerekend worden. De goedgeluimde groep trok meteen alle registers open en Morse en Glover gingen harmonieus aan de haal met hun gitaren.
Natuurlijk volgde de ene na de andere, nog steeds vitale oudjes uit de 70’s. Zo waren er onder meer uitstekende versies van het psychedelisch getinte, door Airey van mooie orgelklanken voorziene “No One Came” en “Fireball” (uit het gelijknamige album uit 1971) en uit ‘Machine Head’ werden ook nog het bluesgetinte “Maybe I’m A Leo”, het opzwepende “Space Truckin'” dat door Glover een extra basintro kreeg aangemeten, en “Smoke On The Water” geput. De teksten van deze laatste zijn gebaseerd op de brand die uitbrak tijdens een concert van Frank Zappa And The Mothers Of Invention en die het casino van Montreux helemaal in vlammen deed opgaan. De geprojecteerde beelden spraken voor zich en beklemtoonden dat het nummer in tegenstelling tot het casino, nog steeds onverwoestbaar is.
Enkel bij het al even straffe “Strange Kind Of Woman” vielen er bij aanvang wat ouderdomstekenen te bespeuren doordat de blootsvoetse Gillan moeite had om alle (hoge) tonen even expressief te halen. Ook klonk het gitaarspel van Morse daarbij iets te afgeborsteld.
Wie dacht dat het concert een opeenstapeling van hun bekendste nummers zou zijn, werd verrast door enkele minder voor de hand liggende momenten. Zo zat helemaal vooraan de set “Things I Never Said” dat een bonus track is op de Japanse versie van ‘Rapture Of The Deep’ en nadien werd ook nog het instrumentale “The Well Dressed Guitar”, een outtake van het ‘Bananas (2003)’ album, gebracht.
Met het jazzy en bluesy “Wring That Neck” (uit ‘
The Book Of Taliesyn’, 1968) werd de toeschouwer zelfs helemaal teruggeslingerd in de tijd want de opname gebeurde nog vooraleer Gillan bij Deep Purple de zang overnam van Rod Evans. Mooi hierbij was het gitaarspel van Morse dat middenin het nummer duelleerde met de orgelklanken van Airey.
Jonger van leeftijd waren het zware, progressief opbouwende
“The Battle Rages On” (uit het gelijknamige album, 1993), het zich via onderliggende Oosterse klanken voortbewegende “Rapture Of The Deep” en de minder beklijvende ballade ‘Wasted Sunsets’ (uit ‘Perfect Strangers’, 1984).
Virtuoos Steve Morse mocht zich vooral in het drieluik “Contact Lost” (een instrumentale track uit ‘Bananas’), het reeds aangehaalde “The Well Dressed Guitar” en “Sometimes I Feel Like Screaming” (uit ‘Purpendicular’, 1996) letterlijk en figuurlijk in de spotlights spelen. Dat Deep Purple met hem een fantastische gitarist in de rangen heeft, daar twijfelt niemand aan maar het gebeurde wel eens dat de grens tussen pracht en overdaad bijzonder nauw werd. Ter compensatie kregen ook de andere
groepsleden hun eigen gloriemoment toebedeeld toen ze solerend hun kunde mochten tonen. Airey bijvoorbeeld mocht duidelijk maken waarom hij een veelgevraagd studiomuzikant is en Lord opvolgde.
Als toegift werden twee covers gespeeld, met name een stukje “Green Onions” (Booker T. & The M.G.’s) dat vlekkeloos overging in “Hush”, het eerste commerciële succes ooit voor Deep Purple. Met dit door Joe South geschreven nummer scoorde Billy Joe Royal in 1967 een bescheiden hitje maar de versie van Deep Purple (het jaar nadien), is veel bekender geworden.
”Black Night” (1970) blijft nog steeds een publiekslieveling en fungeerde als terechte afsluiter van de avond. Een uitgebreide basintro door Glover, goede zang door Gillan, de herkenbare gitaarrif gespeeld door Morse (waarin zelfs een passage te horen viel die bijzonder veel verwantschap toonde met “Love Rollercoaster” van de Ohio Players), het mooi aanvullende orgelgeluid van Airey en dit alles vooruitgestuurd door de rake drumslagen van Paice: het zat er allemaal in vervat en het refrein bleef ook na het 1u45’ durende concert door de gangen van de Lotto Arena nagalmen.

Deep Purple onderstreepte nog maar eens hun grote invloed en bestaansrecht. Bij monde van Gillan lieten ze weten niet van plan te zijn het hierbij te laten. In februari 2010 zou een nieuw studioalbum verschijnen. We zijn benieuwd of ook dan het vijftal op een Belgisch podium te zien zal zijn.

Setlist: Highway Star, Things I Never Said , Maybe I'm a Leo, Strange Kind Of Woman,,Wasted Sunsets, Rapture Of The Deep, Fireball, Contact Lost, The Well Dressed Guitar, Sometimes I Feel Like Screaming, Wring That Neck, No One Came, The Battle Rages On, Space Truckin', Smoke On The Water
Green Onions, Hush ,
Black Night

Organisatie: Live Nation

Buena Vista Social Club

Una noche cubana en Bruselas - Buena Vista Social Club

Geschreven door

Twee weken nadat we in Antwerpen met Eliades Ochoa de laatste levende vocalist aan het sublieme werk zagen, mochten we in de Brusselse AB diens oud-collega’s van het Buena Vista Social Club Orquestra gaan ‘bezichtigen’. Antiek, maar kwiek. Althans, sommigen toch. Dat één van de blazers weg had van Fons Verplaetse (gouverneur van de nationale bank) en de parkingsonstijl-drummer op auteur Jef Geeraerts leek, was louter toevallig, maar (ver)wijst enkel naar de gezegende leeftijd van het deels wassenbeeldengezelschap uit Cuba.

Maar een gezelschap dat muzikaal nog altijd fijntjes brengt waarvoor ze in de eind jaren negentig (toen al hadden ze oude knoken) samengebracht werd door onder andere Ry Cooder: de Cubaanse muziek wereldwijd maken. De son, rumba, bolero en andere salsa’s zetten de heel kleurrijk gemixte AB zacht in beweging. Pas in het laatste halfuur ging het er echt Latijns-Amerikaans swingend aan toe.
Het geraamte (what’s in a word?) van de 14-koppige Buena Vista Social Club ‘nieuwe’ stijl bestond nog altijd uit de mannen van toendertijd. Legenden als  Cachaito Lopez, Guajioro Mirabal, Aguaje Ramos, Manuel Galban en Barbarito Torres zijn nog steeds grote senores. De verjongende opsmuk gebeurde in de vorm van een nieuwe zangeres en een nieuwe cantor die – in tegenstelling tot Ochoa – de performance enkel vocaal droegen. Ze misten de présence die de originelen hadden. Het authentieke, het doorleefde. Rolandito Luna aan de piano was dan weer wél een aanwinst.
Vooral de twee trompettisten – twee druppels Statler en Waldorf alleen al door hun pasjes en grapjes -  stalen nog de show en blazen er zowel nostalgie als schwung in.  Na een opwarmronde, waarin iedereen zijn zegje, slagje of blaasje kreeg, gingen de handen in de AB pas voor het eerst boven de hoofden op elkaar bij El Carretero, het vijfde nummer, waarna de vocaliste voor het eerst zelf het mooie La Rosa Oriental vertolkte. Het deinde op en neer en zelfs een jazzie versie van Scherzada kon bekoren.
Met het onvermijdelijke Chan Chan haalden de Maestro’s hun succeskast open en van dan af zat Cuba in Brusselas. Torres demonstreerde zijn gitaarvirtuoisiteit door na een flauw grappig sketchke even met zijn handen op zijn rug te gaan tokkele. Eén van de gedateerde tormpettisten kroop even in de rol van profesor de baila en legende Mirabal bracht Candela nog tot een hoogtepunt en meteen het einde.

Exact twee uur had de Buena Vista Social Club nodig om la historia de la musica cubana te doorlopen en intussen mee te creëren. Want wie BVSC zegt, zegt Cuba. En omgekeerd. Voorwaar nog altijd een prestatie want de Belgen van hun leeftijd lagen tegen dan al minstens twee uur in hun bed in het rusthuis te veel minder muzikaal ronken.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Play list 1. Borderlain Montun 2. Rincon Caliente 3. Cerezo Rosa 4. Bodas De Oro 5. El Carretero 6. La Rosa Oriental 7. De Camino a la Verde 8. El Negro No Quiere 9. Scherezada 10. B.V. En Guaguanco 11. Bodeguero 12. Sr. Trombon 13. Chan Chan 14. Moron 15. Tula
Bisnummers 16. Dos Gardenias 17. Candela

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel/ Jazztronaut

Yo La Tengo

Popular Songs

Geschreven door

Het uit Hoboken, NYC, Usa afkomstige trio Ira Kaplan (gitaar), vrouwlief Georgia Hubley (drumster, knipoog naar Moe Tucker van V.U.) en James McNew op bas, hebben al ruim twintig jaar een eigen unieke kijk op de gitaarpsychedelica, ontsproten uit de‘70’s VU en de ‘80’s Feelies.In moderne termen noemt deze stijl nu indierock, waarbij het trio vooral de weg van een poppy dromerig, loungy en uiterst sfeervol geluid is ingeslagen.
We horen op het recente ‘Popular Songs’ (dertiende cd?) overwegend repetitief opbouwend, onschuldig, ingetogen materiaal. De eerste songs behouden onze aandacht “Here to fall”, “Avalon or someone very silmilar”, “By two’s” en “Nothing to hide”, de meest overtuigende song van de plaat, door z’n broeierig rockende opbouw. Voor de rest kabbelt het trio rustig voort, en balanceren ze tussen aangenaam luistervertier en verveling. In de vocals ondersteunt het echtpaar elkaar of wisselen ze elkaar af!
Pas op het eind begint het leuker en spannender te worden met drie marathonsongs op rij: “More stars than there are in heaven” is z’n titel meer dan waard, het instrumentaal filmisch aandoende “The fireside” volgt en outfreaken doen ze als vanouds met een jammende distortionrocksong “And the glitter is gone”, waarbij we een Kaplan voor ons zien loos gaan op z’n elektrische en akoestische gitaar, de pedaaleffects eens stevig indrukt of het geluid verblijdt door vervorming tegen z’n versterker.
’Popular Songs’ brengt ons minder in beroering dan het drie jaar oude ‘I’m not afraid of you and I will beat your ass’. Oh ja, in aanloop van deze cd brachten ze nog de EP ‘Fuckbook’ in een serie ‘Condo fucks’ met eerder onbeduidende covertjes van Ray Davies, The Troggs en Richard Hell.
Dit voorjaar zagen we hen aan het werk als een ‘freewheeling Yo La Tengo’, die muzikaal entertainment koppelde in talking – enjoying – playing. Maar wij houden het graag op dromerige indie meets garagerock’n’roll meets noiserock. 

The Decemberists

The Hazards of Love

Geschreven door

The Decemberists uit Portland, Oregon wisten door te breken met ‘Picaresque’ uit 2006, wat garant stond voor knap gearrangeerde, sfeervolle en broeierige pop met een folky ondertoon. Het bracht hen ergens tussen Pink Floyd, Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sons & Daughters. ‘The Crane Wife’ uit 2007 werd muzikaal vertolkt in een drieluik van freefolkende pop, een volgende stap in hun oeuvre, waarin een oude Japanse volksvertelling over een gewonde kraanvogel schuilt. De tragiek die zanger/songschrijver Colin Meloy verhaalt, komt momenteel in een hoogtepunt door een regelrechte folkrockopera ‘The hazards of love’. E is geen sprake meer van songs op zichzelf (met uitzondering nog van “The rake’s song” die ze als single kozen!), maar ze vormen één concept in een combinatie freefolkrock, progrock en ‘70’s retro. Naast eerder genoemde invloedrijke bands kijken Fairport Convention en Jethro Tull om de hoek.
Het is een ambitieus werkstuk van een uur lang, dat vernuftig goed in elkaar zit. Een boeiende luistertrip die muziek verheft als een hogere kunst in 18 songs van melodramatiek en bombast; in een intens broeierige, dromerige opbouw horen we een groots meeslepende, breed uitwaaierende sound, die soms krachtiger klinkt.
Trouwens het verhaal van ‘The hazards of love’ draait ‘em rond een Shakespeariaans liefdesverhaal gebaseerd op een EP uit 1966 van de obscure Britse folkzangeres Anne Briggs. Shara Worden van My Brightest Diamond speelt een voorname rol als het karakter ‘The forest queen’ en ook Becky Stark (Lavender Diamond) en Jim Jones van My Morning Jacket doen mee . Het draagt tot wat Meloy allemaal in staat is om songs tot iets bovennatuurlijks en hemels lieflijk te maken!

The Dead Weather

Horehound

Geschreven door

Zijproject van Jack White, deel twee. Na het minder succesvolle ‘The Raconteurs’ komt hij op de proppen met een nieuwe groep en daarvoor volgt hij de grootste trend van het jaar 2009: een supergroep. Na Chickenfoot, Monsters Of Folk en het dra te verschijnen Them Crooked Vultures stelt White ons The Dead Weather voor, met het album ‘Horehound’.
The Dead Weather bestaat uit Jack White (The White Stripes, The Raconteurs), Alison Mosshart (zangeres The Kills, Discount), Dean Fertitia (QOTSTA) en Jack Lawrence (The Raconteurs, The Greenhornes). Een indrukwekkend cv’tje als je het ons vraagt. Maar wat Chickenfoot al eerder bewees is dat een supergroep niet gelijk staat aan supermuziek. The Dead Weather brengt het er lang niet zo slecht vanaf.
Ze zetten meteen de toon met “60 Feet Tall” en “Hang You From The Heavens”. We horen hier en daar wat pedaaleffecten en een duidelijke invloed van Jack White (verrassend genoeg op de drums).
Verder vinden we “Threat Me Like Your Mother”, “New Pony” en “Bone House” ontzettend straffe nummers.
Afwisselen proberen ze ook te doen met “3 Birds”, een soort van Queens Of The Stone Age, maar dan instrumentaal gehouden en een americana lied “Will There Be Enough Water?” Jammer genoeg staan er ook wat flauwe nummers op. Daarbij denken we spontaan aan “I Cut Like A Buffalo”, “No Hassle Night” (ondanks een explosief begin) en “So Far From You Weapon” (dat bij vlagen klinkt als “Another Way To Die”).
The Dead Weather maakt een mooier debuut dan The Raconteurs, maar af en toe heeft het album slechts de allures van een gebeten hond, deze ‘Horehound’.

 

A Place To Bury Strangers

Exploding head

Geschreven door

Alles komt terug. Zo ook de shoegaze, u weet wel, het stofzuigergeluid geboren eind jaren tachtig / begin jaren negentig bij bands als Jesus and The Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride en Swervedriver. De hedendaagse volgelingen heten BRMC, Amusement Parks On Fire of recenter The Big Pink en deze A Place To Bury Strangers. ‘Exploding heads’ is een hechte en verduiveld sterke plaat. Onder een wall van noise, feedback en distortion zitten uiterst knappe songs verdoken.
De stofzuigers schieten venijnig snel uit de startblokken met “It is nothing”, hiermee is de toon gezet voor een snerpend en stevig album. In “In your heart” is een eighties gitaar geslopen, precies afkomstig van een verdwaalde Bauhaus plaat. “Lost feeling” is een geweldige brok noise en shoegaze, een soort Jesus and The Mary Chain in overdrive. “Deadbeat” opent misleidend met een B 52’s gitaarloopje en gaat dan onherroepelijk aan het scheuren. Het knappe voortrollende “Keep slipping away” had van The Stone Roses kunnen zijn en op het machtige “Ego death” wordt het pad van Jesus And The Mary Chain wel heel nadrukkelijk gevolgd, maar ’t is een duivelse song. “Smile when you smile” begeeft zich ergens tussen Britpop en stonerrock met een gevaarlijk psychedelisch randje, de macho’s van Monster Magnet zouden ook zoiets uit hun mouw durven schudden. Vanaf “Everything always goes wrong” zit A Place To Bury Strangers weer volop in de eighties, alsof Joy Division en Sisters of Mercy hier door de shoegaze mangel worden gedraaid en “Exploding head” is zelfs gebouwd op een Cure basloopje. Het moordende sluitstuk “I lived my life to live in the shadow of your heart” vat alles nog eens goed samen, de song zet furieus en gedreven aan en eindigt in een overweldigende partij noise.
Splijtende plaat. En nu even onze oren laten uitspuiten.

Sonic Youth

The Eternal

Geschreven door

Het Amerikaanse Sonic Youth, uit NYC, maakte nu z’n eerste plaat bij het Matador/V2 label. Ze behouden die intens broeierige, bezwerende , spannende en avontuurlijke aanpak van melodieus rauwe dwarrelende gitaarpop, gekruid met het typische SY recept van een gepaste dosis noise en gitaarstormen; op de laatste platen is dit laatste duidelijk gematigder geworden, want de songs hebben een mooie opbouw, klinken hartverwarmend, dromerig en gevoelig en ondergaan soms onverwachtse wendingen; het is een vertrouwd en makkelijk verteerbaar geluid, waarbij toegankelijkheid en experiment hand in hand samengaan … altijd anders, altijd hetzelfde ... lieflijk ontstemd…Goed, eigenzinnig en boeiend!
Het SY kwartet Thurston Moore – Kim Gordon (moeder aller rockchicks, 56jaar btw!), Lee Renaldo en Steve Shelly hebben momenteel Mark Ibold (ex Pavement ) aan de band toegevoegd, om op die manier zelf wat meer ruimte te hebben.
Openers “Sacred trickster” en “Anti-orgasm” trekken meteen de aandacht en mogen samen met “What we know”, “Calming the snake” en de afsluitende reeks “No way”, “Walking blue” en “Message the history” ingelijfd worden tot sterke SY pareltjes. De andere songs kabbelen wat voort binnen het vertrouwde recept, maar dat is hen na bijna dertig jaar meer dan vergeven … Sonic Youth weet ons na al die jaren nog steeds te beklijven. Samen op naar een muzikaal pensioengerechtigde leeftijd?!…

The Dodos

The Dodos: als vanouds ontladen …

Geschreven door

The Dodos – Megafaun - de twee Amerikaanse bands kregen in Tourcoing een dezelfde tijdsduur aangemeten in hun avontuurlijk warme sound van freakende en hemels folkrock, country/americanapop en retrobluesrock. Deze sound oogst de voorbije jaren meer en weet een breder publiek aan te spreken …vertrekkende van uit de ‘60’s/’70’s Beach Boys, The Byrds, The Band, Crazy Horse naar het muzikaal vakmanschap van The Black Crowes, Wilco, Centro-matic, My Morning Jacket, Devandra Banhart en Black Keys tot de jonge exploten als Iron & Wine, Bon Iver, O’Death, Tunng, Vetiver, Fleet Foxes, Grizzly Bear, Akron/Family, Patrick Watson en Fredo Viola. Tot slot, kunnen we in dit geheel niet omheen de soli van Lift to Experience, Page’s solo’s (Led Zeppelin) en de doorbraak van de Monsters Of Folk en Mumford & Sons. Elk elementje binnen deze stijl vinden we wel binnen het geboden concept van Megafaun en The Dodos, de ene keer wat toegankelijker, zachter, intiemer, de andere keer harder, ruiger of meer neurotisch met een dosis experimenteerdrift maar met behoud van de klassieke songmelodie dito emotionaliteit.

Megafaun bracht een spannende gig van frisse, dromerige ‘70’s retro. Het trio, de broers Cook en Joe Westerlund, speelde een uiterst genietbare set door een hitsig, broeierig gitaargetokkel op akoestische gitaar en banjo, de toegevoegde handclaps, de bezwerende percussie en een meerstemmige zang. We hoorden een paar energieke en boeiende solopartijen en ze schuwden het experiment niet in de songstructuur; de songs ondergingen diverse tempowisselingen en deinden op spannende wijze uit, wat schwung en pit gaf. De drummer haalde zelfs een vuilnisemmer boven en klapte met de cymbalen. Het was allemaal, met gevoel voor drama.
Deze bebaarde mountainhouthakkers overtuigden dus en daar zaten zeker de songs van hun tweede plaat ‘Gather, form + fly’ voor iets tussen; we koesterden vooral “Kaufman’s ballad”, “The fade”, het mijmerende “Worried man” en de semi acapella “Darkest hour” tot de puike rockers “Guns” en “Impression of the past”!

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar), Logan Kroeber (drums/zang), is inmiddels aangevuld met een derde groepslid, Keaton Snyder op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths. Ze zijn in ons landje al erg geliefd, maar net over de grens moeten ze nog warm gemaakt worden om hun heerlijk warme subtiliteit te proeven, ondanks het feit dat de huidige cd ‘Time to die’ toegankelijker klinkt. Was de band wat beheerst en sfeervoller tijdens hun optreden in de Bota van september ll, dan waren ze hier als een jaartje terug, - remember de gigs in de VK, Pukkelpop en Dour! De songs kregen een ietwat rauwe, rammelende en zompige inslag, onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long.
We waren terug onder de indruk van het compacte samenspel en de weirde ideetjes in het creatieve, aanstekelijke gitaargetokkel, de –licks en de -slides, de bezwerende, opzwepende drums, het gestoei met de strijkstokken en de subtiele geluidjes op vibrafoon.
Het opbouwende en feller wordende geluid, de broeierige intensiteit en de frisse groove zorgden ervoor dat de songs het publiek bij de kraag vatten. In de set ging het gaandeweg naar een stomend feestje door “Small death” en “Two medicines” te plaatsen naast “Paint the rust”, “Fools” en “Jodi”. Zelfs de lieflijke, meeslepende intimiteit van sommige nummers kregen een nerveus, gejaagd ritme, iets wat het geheel alvast ten goede komt.
Ze speelden op een los ontspannende manier de pannen van het dak. Wat een ontlading hoorden we op het podium, waarbij het trio niet ten onder ging in de intrinsieke schoonheid en fijnzinnige subtiliteit, waarvoor we eerst vreesden. Integendeel, we ondersteunen hun huidige muzikale strategie en attitude …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Christopher Cross

Geringe opkomst voor popmonument Christopher Cross

Geschreven door

De kans dat je Christopher Cross te pakken krijgt voor een concert in ons land is heel erg klein. Het was immers al van in 1992 geleden dat de man nog in ons land was. Toen stond Cross in Antwerpen samen met o.a. Joe Cocker op het podium tijdens de ‘Night Of The Proms’ shows. De toch wel unieke gelegenheid om deze singer-songwriter aan het werk te zien in de Handelsbeurs grepen we dan ook met open armen.
Christopher Cross, geboren in Texas en ondertussen ook al 58 jaar, schreef geschiedenis in 1981. Zijn titelloos debuutalbum ‘Christopher Cross’ (uit 1980) was toen één van de meest invloedrijkste albums van die tijd en het werd ook bekroond met een Grammy Award voor het beste album van het jaar. Een prijs die hij wegkaapte voor de neus van Pink Floyd’s ‘The Wall’. “Sailing” werd in 1981 ook verkozen tot de beste song van het jaar. Christopher Cross bleef maar prijzen verzamelen doorheen zijn carrière en heeft na 5 Grammy Awards, ook nog een Golden Globe en een Oscar beeldje op zijn schouw staan. Die laatste trofee kreeg hij voor de song “Arthur’s Theme”, die hij schreef voor de film ‘Arthur’, een tragikomedie met Dudley Moore en Liza Minnelli.

In de lente van 2008 nam Christopher Cross een nieuw album op met als titel: ‘The Café Carlyle Sessions’, opgenomen in het legendarische Café van het Carlyle Hotel in New York. Deze kleine setting bleek de ideale plaats om de songcomposities om te toveren in lichte jazzpareltjes, vaak erg verschillend van de originele, traditionele poparrangementen.
Dit concept bracht Cross tot in een mager gevulde Handelsbeurs, waar het publiek zichtbaar genoot van de unieke stem van Christopher Cross, de vele bekende popklassiekers en een erg sterke, gepassioneerde begeleidingsband.
Vanwege de beperkte opkomst (“A Small But Lovin’ Bunch”, aldus Cross ) kreeg dit concert toch wel een uniek, intiem karakter. Het was alsof je op de eerste rij zat in het Carlyle Café. Echt uitbundig werd het nooit maar het publiek vol Cross kenners genoot vooral van een evenwichtige, grandioze set. Christopher Cross liet zich op het podium omringen door een vierkoppige sterke live band vol virtuoze muzikanten. De meeste muzikanten hoefden zich niet meer te bewijzen en verdienden hun sporen al eerder in de jazz scène. In de band o.a. L.A. Jazz pianist Nick Manson, die zich meermaals positief in de kijker speelde. Vooral zijn subtiel, jazzy intro voorafgaand aan de wereldhit “Sailing” maakte enorm veel indruk. Naast Manson was het vooral de Fin Andy Suzuki op saxofoon, dwarsfluit,…die de show stal. Bijna alle nieuwe songarrangementen droegen zijn stempel. Popliefhebbers kwamen gelukkig ook aan hun trekken want nooit werden de vernieuwde jazzarrangementen te confronterend. Klassiek, pop & jazzelementen werden harmonieus versmolten. De songbasis bleef behouden en ook voor niet jazz liefhebbers werd het geheel toegankelijk gehouden. De songs kregen dan wel een nieuw jasje, het was toch vooral de typerende, hoge en kristalheldere stem van Cross die imponeerde. Hoogtepunten volgden elkaar snel op en tussendoor hield Cross contact met zijn publiek. “Think Of Laura”, het eerbetoon aan het vermoorde meisje Laura Carter, was één van de vele hoogtepunten naast de gekende pophits: “Sailing”, “Arthur’s Theme”, “Ride Like The Wind” en “All Right”. Tijdens “In A Red Room” mocht de band eens voluit gaan of zoals Cross het zo treffend zei: “Now It’s Time For The Band To Spread Their Wings And Do Their Thing”.Op de setlist echter ook minder bekende songs zoals “Open Up My Window en “Hunger”. Deze laatste song kwam uit Christopher Cross laatste studioalbum ‘Walking In Avalon’, dat al dateert van 1998. Echt productief is hij als songschrijver de laatste 10 jaar niet geweest. In 2007 bracht Cross wel nog een kerstalbum uit. Ook daaruit kregen we een song, de zelfgeschreven compositie “Does It Feel Like Christmas”. Met het prachtige “Talking in My Sleep” kwam er een einde aan het erg mooie, intieme concert.

Ondanks de matige belangstelling, bedankte Cross zijn promotors. Hij was duidelijk tevreden en relativeerde de zaak door een stuk van de verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het was immers veel te lang geleden dat hij nog in België was geweest. Plannen voor een uitgebreide tour in 2010 staan op stapel want dan zou er eindelijk ook een nieuw studioalbum verschijnen. In een kort gesprekje met Christopher Cross na het concert vertelde hij mij dat het nieuwe album totaal anders zal klinken en meer een Crowded House georiënteerde popplaat zal worden. Hopelijk zien we deze zeer getalenteerde en uiterst charmante muzikant dan ook terug in een van onze concertzalen. Warm aanbevolen!!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Setlist: *Never Be The Same *Deputy Dan *Open Up My Window *Walking In Avalon *Sailing *Kind Of I Love You *I Really Don’t Know Anymore *Does It Feel Like Christmas *No Time For Talk *Hunger *In The Blink Of An Eye *Think Of Laura *In A Red Room *Swept Away *Arthur’s Theme (Best That You Can Do) *Ride Like The Wind
*All Right *Talkin In My Sleep

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Patrick Watson

Patrick Watson en Wooden Arms: geniale pracht van instrument en stem

Geschreven door

’Ongrijpbare sprookjesachtige droompop’ citeerden we al bij de platen ‘Close to Paradise’ en ‘Wooden arms’ van de jonge Canadees Patrick Watson. De charismatische multi- instrumentalist/songschrijver en zanger heeft een even lieftallige band rond zich vergaard en weet subtiliteit, finesse te breien aan avontuur en grilligheid. De broeierige opbouw wordt moeiteloos gekoppeld aan onverwachtse wendingen. Een magische vonk die aan het sfeervol, intens meeslepende materiaal een bevreemdende trip biedt. Een ‘nightclubbing Tom Waits’ kamerorkest lijkt neergestreken, die hun charmante pop overdekt door een instrumentarium van akoestische gitaar, bas, piano, toetsen, en durft te experimenteren met jazzy loops, percussie en allerhande geluidjes, waaronder een zingende zaag en xylo. De falsetstem en -varianten (door een soort vocoder apparaatje aan de microfoon toegevoegd!) van Watson en de samenzang creëren een apart sfeertje.
Maw het is een gestroomlijnde zoektocht en een dromerige chaos van deze (unieke) klankenwereld, wat we meteen hoorden in openers “Tracy’s water” en het avontuurlijke “Be-ing”. We konden even op adem komen binnen dit concept met het toegankelijke “Big bird in a small cage” (evenwel zonder de background zang van Katy Moore). Op “Weight of the world” was er sprake van een soort circuscarrousel door de toetsen en vervormde hij z’n warme stem door een megafoon. In al die dromerige complexiteit van warme, subtiele en dissonante klanken (van o.a. xylo en een zingende zaag) gaf Watson een krachtige (rauwere) wending aan “Luscious life”, Drifters”, “Man like you” en “Close to Paradise”. Impressionant! Verder hoorden we nog de stemmenpracht op “Traveling salesman”, een sober ingehouden “The great escape” (op piano solo) en “Wooden arms”, de soundtrack voor een stomme film, die na meer dan een uur en verve het concert besloot.
Traditiegetrouw in de bis begaf Watson zich met z’n band in het publiek. Met z’n zelf gebouwde micro aan 4 megafoons en de niet versterkte instrumenten, speelden ze een uitgebreide semi acapella “Man under the sea”, waarbij het refreintje ‘The fish & the sea’ zachtjes werd meegezongen of geneuried. De band tussen publiek en Watson & Band werd op die manier opgeheven! Dat hij een aardig mondje Frans kon, bewees hij in een intieme jam “Je te laisse, des mots”.
Kortom, Watson wist z’n gevoel voor drama om te zetten in toegankelijke, complexe boeiende droompop van diverse tempowisselingen en climaxen …

Ook Fredo Viola was een man van verrassingen. Deze grafische vormgever en videokunstenaar uit NY debuteerde pas op z’n 39ste met het bevreemdend mooie ‘The turn’. Een warme, zalvende sound van muzikale subtiliteit vs stemmenpracht. De songs hadden een minimale omlijsting en werden gedragen door een acapella koorzang van hij en z’n band en was uiterst origineel door de toegevoegde handclaps en footsteps. Een melancholisch geluid en geniaal stemmenwerk.
Fredo Viola vormde een belangvolle schakel binnen The Flying Pickets vocals, de ‘60’s Beach Boys en de ’70’s americanapop van My Morning Jacket en Grizzly Bear …Een intelligent en sober gebruik van instrument en stem, daar draaide het ‘em rond Fredo Viola. “Sad son”, een ode aan z’n overleden vader, betekende qua emotionaliteit en intrinsieke schoonheid hierin een hoogtepunt.

Organisatie : Aéronef, Lille

Left Lane Cruiser

Left Lane Cruiser: rauw en intens!

Geschreven door

Was er dan werkelijk niemand onder de concertorganisatoren geïnteresseerd in Left Lane Cruiser (Fort Wayne, Indiana) waardoor het duo uiteindelijk in JH 'T Schipke in Lauwe belandde? Niet meteen de meest geschikte locatie, ook al omdat zanger-gitarist Freddy J IV zijn set al zittend afwerkt, waar slechts enkele gelukkigen iets konden zien.

Even vreesde ik dat de magie van vorig jaar verdwenen was toen Left Lane Cruiser zó voorspelbaar begon met een nogal makke versie van Muddy Waters' "Rollin' and tumblin' ". Toen na het tweede nummer ook nog eens technische problemen opdoken groeide die vrees nog, maar eenmaal die panne verholpen begon het concert pas echt. Met een stem die stilaan Beefheart-dimensies begint te krijgen gromde Freddy zich door een bijzonder lekkere pot "high voltage" blues. Als een bezetene geselde hij zijn snaren (veel slide) en met drummer Brenn "Sausage Paw" Back (ook op mondharmonica, washboard en koebellen) produceerde hij een muur van geluid waarbij ik me meerdere keren afvroeg of er soms niet stiekem een derde man meespeelde. Heel wat covers passeerden de revue : een tweede maal Muddy Waters, Leadbelly (Black Betty), R.L. Burnside, Robert Johnson, Hound Dog Taylor en zelfs Elton John werd even door de mangel gehaald.
Maar uiteindelijk moesten die het allemaal afleggen voor hun eigen songs die ik toch nog een stuk hoger inschatte. Alle frustraties (ze waren per vergissing eerst naar Amiens gereden; iemand uit het publiek riep de zanger gemene verwensingen toe) werden met liters bier op een elektrificerende manier onder tafel gespeeld. Blues zoals ze hoort te klinken : rauw en intens. Na een behoorlijk lange set zag de drummer geen extra bisnummers meer zitten en besloot Freddy J IV dan maar om zelf achter de drum kit te kruipen en als een one-man-band verder te spelen. Na reeds een paar keer naar de groep verwezen te hebben volgde haast onvermijdelijk nog een AC/DC-cover (“Hells bells”) en werd er afgesloten met "Whipping post" (Allman Brothers). Zo veel stelden die laatste nummers niet meer voor maar de man had letterlijk alles gegeven en na afloop verliet hij strompelend het podium.

Dit was één van die optredens die nog dagenlang in mijn hersenpan zal nazinderen. En omdat ik hier nooit genoeg van krijg ga ik ze vrijdag nog eens zien in Amiens, hopelijk rijden ze dan niet eerst naar Lauwe.

Organisatie: JH ’t Schipke, Lauwe

Gong

Gong – Anderhalf uur mystiek, magie, mythologie en realiteit

Geschreven door

Halfweg de jaren ’60 had de Australiër Daevid Allen zich als gitarist en medeoprichter van Soft Machine reeds op verschillende vlakken in de kijker en in de rockgeschiedenis gespeeld. Na één enkele singleopname kwam evenwel aan zijn inbreng in deze toonaangevende groep binnen de Canterbury scene abrupt een einde toen Allen omwille van visumproblemen het Verenigd Koninkrijk niet meer binnen mocht en Soft Machine noodgedwongen als trio   verderging. Residerend in Frankrijk en vervolgens Mallorca en bulkend van de creativiteit, bleef hij niet bij de pakken zitten en richtte samen met zijn vrouw Gilli Smith de formatie Gong op die nadien een al evenzeer grote cultstatus zou verwerven.
Het in kaart brengen van de levensloop, laat staan het inventariseren van de diverse creaties van de formatie Gong, grenst al evenzeer aan het onmogelijke als het oplijsten van het aantal vrouwen die het bed met Robbie Williams hebben gedeeld. Ook al is de beschikbare informatie bijzonder accuraat, men zal steeds rekening moeten houden met een foutenmarge van enkele tientallen exemplaren. Omwille van herhaalde personeelswissels en bijhorende zijsprongen en –projecten ontstonden er immers her en der Gonggerelateerde formaties en samenwerkingsverbanden zoals pakweg Paragong, Pierre Moerlen’s Gong, Planet Gong, Mother Gong, new York Gong of Gong Maison. En dan laten we de solo-escapades nog buiten beschouwing.
Wat er ook van zij, de groep Gong zelf bereikte haar artistieke hoogtepunt met de albums ‘Flying Teapot’ (1973), ‘Angel’s Egg’ (1973) en ‘You’ (1974) die samen de zogenaamde ‘Radio Gnome Trilogy’ vormden, een mythologische verhalenbundel die ontsproten is aan een visioen van Allen en werd opgebouwd rond de centrale figuur Zero The Hero. Deze laatste reisde af naar een afgelegen, onzichtbare planeet Gong bevolkt door onder meer Pot-Head Pixies en Octave Doctors, om er aldaar diverse avonturen te beleven. Als u weet dat ieder groepslid van Gong daarbij ook een alter ego toegemeten kreeg en een rol speelde in dit geheel, is het niet moeilijk te begrijpen dat het beluisteren van platen van Gong enige verbeeldingskracht en een gezonde dosis humor vereisen. Als toeschouwer hield men dit dus best in het achterhoofd op het ogenblik dat men afgelopen zaterdag de Gentse Handelsbeurs binnenkwam om Gong na hun - uiterst geslaagde - passage op Dour afgelopen zomer, nu ook in zaal te komen gadeslaan.

Aan de basis van de uitgebreide tournee ligt onder meer het feit dat het precies veertig jaar geleden is dat Gong hun allereerste concert ooit – in België nota bene – gaven maar bovendien werd in september ook een nieuwe plaat ‘2032’ uitgebracht, het jaartal waarin de planeet Gong voor het eerst met de aarde contact zal opnemen. Aldus wordt dit album als de directe opvolger van de ‘Radio Gnome Trilogy’ aanzien. Bijkomende bijzonderheid aan  ‘2032’ is dat voor het eerst in ongeveer drie decennia de opnames plaatsvonden in een bezetting die grote gelijkenissen vertoonde met deze ten tijde van de klassieke trilogie, zijnde behalve Daevid Allen ook Gilli Smith, Steve Hillage, Didier Malherbe, Miquette Giraudy en Mike Howlett.
Op het podium in Gent waren Malherbe (wel gastspeler in Parijs) en Howlett (van de partij  tijdens de concerten in het Verenigd Koninkrijk) er niet bij. Allen (gitaar en zang), Smith (achtergrondzang), Hillage (gitaar en zang) en Giraudy (toetsen en achtergrondzang) werden bijgestaan door Ian East (saxofoon en dwarsfluit), Chris Taylor (drums) en - in plaats van Howlett - Dave Sturt (basgitaar). Kortom, een bezetting waar Gongfans al lang naar uitkeken.
Toen de lichten in de Handelsbeurs doofden en op het grote beeldscherm felgekleurde, vliegende theepotjes te zien waren en de groepsnaam opflakkerde, was dit het sein voor het publiek om zich te laten onderdompelen in de mystieke en magische wereld van Gong.
Na een korte instrumentale intro kwam Allen met puntmuts op het hoofd en getooid in zwart-witte pak bedrukt met doodshoofdjes (een pak dat hij later zou omruilen voor een futuristisch witte uitrusting), het podium opgewandeld en werd met “Escape Control Delete” uit het nieuwe album geopend. Dit luid en strak gespeelde, melodieus getinte nummer voorzien van een flinke vleug psychedelica en krautrock eindigde in weids uitwaaiende gitaarpartijen. Meteen werd de toon voor de gehele set gezet.
Het modern klinkende album ‘2032’ is namelijk minder zweverig dan weleer en elk nummer bulkt van de muziekgenres. Live werd dat vlotjes overgedaan. Of nu de ene keer de psychedelica en de space rock primeerden, dan wel op andere momenten alle registers der jazz fusion werden opengetrokken, telkenmale werd het geheel verweven met onder meer funk (“Digital Girl”), folk (de tweede helft van het swingende “Dancing With The Pixies”), oosterse wereldmuziek (“Flute Salad” uit ‘Angel’s Egg’), punk (het nerveuze “Guitar Zero”) of new age (“Yoni Poem” waarbij Smith’s fluisterende poëzie met de jaren griezeliger blijkt te worden). Om de hoek loerden herhaaldelijk ook Pink Floyd en Van der Graaf Generator.
De saxofoon is steeds een bepalende factor geweest in het geluid van Gong maar in Gent werd dit instrument via Ian East nog duidelijker op het voorplan gebracht. Dit gold eveneens voor de basgitaar van Dave Sturt. Beiden waren bijzonder bepalend voor het ritme en mede verantwoordelijk dat er van rustpauzes nauwelijks of geen sprake was.
Het meest opgetogen waren we met de aanwezigheid van Hillage. Er kon volop genoten worden van zijn geëtaleerde gitaarkunsten. Vooral in nummers als “Wacky Baccy Banker” of het instrumentale, door hem gecomponeerde “Portal” kon hij zich met zijn headless Steinberger ruimschoots uitleven, daarbij ondertussen ook vaak keuvelend met Giraudy die af en toe een gooi leek te doen naar de titel van meest bizarre luchtgitaarspel.
De ruimtereis van Gong ging natuurlijk ook richting het verleden en er werd dan ook herhaaldelijk teruggeblikt op de reeds aangehaalde trilogie. Er was niet alleen in het begin “Zero The Hero And The Witch’s Spell” (uit ‘Flying Teapot’) dat een outtro meekreeg die leek op een jamsessie, maar ook “Flute Salad”, “Oily Way”, “Outer Temple / Inner Temple” en “I Never Glid Before” (allen uit ‘Angel’s Egg’) en “Master Builder” (uit ‘You’) kwamen aan bod.
Uit ‘Camembert Electrique’ (1971) werden dan weer het in psychedelica gedrenkte “You Can’t Kill Me” en het door Allen en Sturt repetitief gescandeerde “Dynamite / I Am Your Animal” geplukt. Bij dit laatste nummer werkten de gitaren tegendraads in tegen de overige instrumenten maar blonk het geheel toch uit in alle homogeniteit.
Muzikaal zat alles goed maar een klein minpuntje noteerden we toch bij de vocale prestaties van Allen. Bij “Wacky Baccy Banker” en “I Never Glid Before” werd niet zuiver gezongen. Aanvankelijk dachten we aan een slechte geluidsmix maar dit zou een beetje verwonderlijk zijn, gezien nu net de Handelsbeurs in het verleden via haar akoestische kenmerken eerder een extra troef dan een remmende factor bleek te zijn.
Al snel werd duidelijk dat er meer aan de hand was. Allen hield herhaaldelijk nauwlettend de tekstbladen in het oog, had wat begeleiding nodig toen hij op een ogenblik enigszins verdwaasd achter het podium wandelde en leunde enkele malen met zijn hoofd tegen de achterkant van luidsprekers aan. Maar bovenal bleven de doorgaans grappige passages en toespelingen uit.
Nadat met “Selene” de reguliere set werd afgesloten en het publiek om meer schreeuwde, kwam Gilli Smith met het verdict: Daevid Allen had een lelijke griep te pakken en de koorts was te hevig om de voorziene toegiften te brengen. Ze excuseerde zich uitvoerde en hoopte de toeschouwers binnenkort terug te zien. Laten we duimen dat die kans zich nog voordoet want gezien de leeftijdsgrens van enkele protagonisten (Allen is er 71 en Smith zelfs 76) is enige voorzichtigheid hierbij op zijn plaats.

In elk geval kwam aldus een onverwacht einde aan het concert en maakte de magische wereld van Gong na anderhalf uur plaats voor realiteit. De afstand tussen de planeet Gong en het aardse leven bleek plots erg klein geworden te zijn. ‘2032’ werd heel eventjes gewijzigd in ‘2009’.

Setlist: * Intro * Escape Control Delete * You Can't Kill Me * Zero The Hero And The Witch's Spell * Dynamite/I'm Your Animal * Digital Girl * Yoni Poem * Dancing With The Pixies * Wacky Baccy Banker * I Never Glid Before * Portal * Flute Salad * Oily Way * Outer Temple/Inner Temple * She's The Great Goddess /Master Builder * Guitar Zero * Selene

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Massive Attack

Massive Attack, duister en imposant

Geschreven door

In afwachting van een nieuw album die er maar niet doorkomt is Massive Attack toch al volop aan het toeren. In België stonden ze al in de uitverkochte zalen Vorst en Lotto Arena, maar net even de grens oversteken tot in Lille was ook een optie.

Het was geleden van de Lokerse Feesten 2008 dat we de band aan het werk zagen, een memorabel concert was dat. Wat ze hier vanavond presenteerden was van hetzelfde niveau. Een indrukwekkende, imposante en donkere sound, bij momenten dreigend luid, met songs die gestaag naar een trance climax toe groeiden en dit alles nog wat sterker in de verf gezet via knappe visuele effecten. Nieuwe songs klonken veelbelovend en wisselden keurig af met de onweerstaanbare niet kapot te krijgen klassiekers.
De heerlijke zang van ouwe rot Horace Andy maakte van een overweldigend “Angel” een absoluut hoogtepunt, ook de krachtige soulstem van de ferm uit de kluiten gewassen Deborah Miller maakte van “Safe from harm”en “Unfinished sympathy” absolute kippenvelmomenten (dat heb je met die negerinnen, hoe dikker ze zijn hoe beter ze zingen). De lome en bezwerende raps van 3D en Daddy G contrasteerden perfect met de hemelse stemmen van hun gastvocalisten. Enkel de sprookjesachtige verschijning Martina Topley Bird was er een beetje te veel aan. De enige zwakke momenten in de set waren deze waarbij zij aan de microfoon mocht hangen. We hadden het kunnen weten, want de dame had al het bijzonder bleke voorprogramma verzorgd (ze heeft geen onvergetelijke stem, en ook haar songs zijn te verwaarlozen). Neen, zij is hoegenaamd geen aanwinst voor Massive Attack, zelfs een prima song als “Teardrops” wist ze hier naar de fillistijnen te helpen, ook al hadden de heren 3D en Daddy G hier wel wat mee te maken door de song in een ietwat ander, en als het van ons afhangt helemaal niet geslaagd, arrangement te brengen.

Maar voor de rest was dit toch weer een uitermate fantastisch concert. Een duistere en claustrofobische sound, een trance-trip zoals enkel Massive Attack deze kan verwekken. Deze band is uniek.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Colin Blunstone feat. The Zombies

Colin Blunstone feat. The Zombies: een heerlijke trip in het popverleden

Geschreven door

In het begin van de sixties startte de merkwaardige carrière van The Zombies in een Londense voorstad, waar ze een plaatselijke wedstrijd wonnen. Hun eerste single “She’s Not There” kwam in de top 20 terecht in de U.K., maar bereikte de 2e plaats in de States.
Dit moest een schitterende start worden voor een groep, die barstte van het talent. Zanger Colin Blunstone, met zijn prachtige hoge stem, en toetsenist Rod Argent, die jazzy en klassieke invloeden mengt, zijn topmuzikanten.
En toch liep het niet zo goed met de band. In 1965 haalde “Tell Her No” nog de top tien in de U.S., maar dan slaagde de groep er niet meer in een hit te produceren. Nochtans zijn hun nummers uit die tijd kwalitatief zeer goed, misschien iets te moeilijk voor die tijd. Het gebrek aan succesvolle singles zette de groep erg onder druk. Nadat hun contract met Decca afgelopen was tekenden zij een nieuw contract met CBS voor één enkele LP. Daarvoor kregen zij een klein budget toegewezen. ‘Odessey And Oracle’ verscheen in 1968 en deed helemaal niets in de charts. De groep splitte dan maar, waarna de single “Time Of The Season” toch nog uitgebracht werd. Het werd een grote hit, maar de Zombieleden weigerden een doorstart van de groep. In het begin van de seventies had Colin Blunstone nog enkele solohitjes, terwijl Rod Argent met zijn nieuwe groep ‘Argent’ vooral scoorde met “Hold Your Head Up”.
Ondertussen werd hun ‘Odessey And Oracle’ door verschillende muzikanten en groepen (Paul Weller, Foo Fighters en Fleet Foxes) regelmatig vermeld als hun favoriete album aller tijden. En zo kreeg de plaat meer dan twintig jaar na het uitbrengen een tweede kans. Het wordt nu algemeen aanvaard als één van de topalbums van de sixties. In 1982 en later zong Colin nog als gastzanger enkele onvergetelijke nummers op ‘Eye In The Sky’ en drie andere albums van ‘The Alan Parsons Project’ …Reden genoeg dus om de groep te gaan beluisteren in de Schouwburg in Kortrijk …
En nog steeds sukkelde de groep met hetzelfde probleem: de zaal vol krijgen. De mix van echte fans en dasdragende notabelen die met hun abonnement de meest diverse acts gaan bekijken kregen nochtans waar voor hun geld. Naast Blunstone en Argent hoorden we bassist  Jim Rodford, die 18 jaar bij ‘The Kinks’ speelde, zijn zoon Steve op drums en gitarist Keith Airey.

Blunstone en Argent begonnen alleen met een drietal nummers, waarna de rest van de band er bij kwam. Voornamelijk een afwisseling van nieuwe nummers, die net niet de kwaliteit van het oudere werk benaderen, en een zestal tracks van ‘Odessey And Oracle’ warmden het publiek op voor “Time Of The Season”, waarna we even de kans kregen de dorstige kelen te laven.
Na de pauze werd de volumeknop enkele keren serieus opengedraaid, vooral toen iedereen rechtveerde om luidkeels mee te brullen op “Hold Your Head Up”. De uitvoering van “Old And Wise” was veel beter dan die op You Tube en zorgde zowaar even voor vochtige ogen bij deze sentimentele oude hippie. Ook “Summertime”, waarmee het concert afsloot, was van superieure kwaliteit. Een staande ovatie, ook van de aanwezige dasdragers en hun gades, besloot deze zalige muziekervaring met een hemelse stem en heerlijke Hammondklanken.
Maar waar zaten jullie?

Setlist: Let it go, Sanctuary, The Way I Feel Inside, I Don’t Believe In Miracles, I Love You, Can’t Nobody Love You, What Becomes Of The Brokenhearted, Any Other Way, A Rose For Emily, Care Of Cell 44, This Will Be Our Year, Beechwood Park, I Want Her, She Wants Me, Time Of The Season.
Pleasure, I Must Move, Whenever You’re Ready, Tell Her No, I Do Believe, Say You Don’t Mind, Hold Your Head Up, Old And Wise, Indication, She’s Not There.
God Gave Rock And Roll To You, Summertime

Organisatie: Cultuurcentrum Kortrijk

Marianne Faithfull

Marianne Faithfull & Band: grenzeloos respect voor …

Geschreven door

Ondanks de (bijna) pensioengerechtigde leeftijd, houdt de 63 jarige rock’n’roll diva zich op haar recentste platen kranig en (levendig) jong door voeling te houden met de huidige generatie artiesten. Ze werkte samen met de nineties generatie Polly Harvey, Beck, Damon Albarn, Nick Cave en Morrissey, grijpt jonge artiesten en bands aan als Antony Hegarty, The Decemberists en BRMC of tuimelt veertig jaar terug in het hitarchief naar The Rolling Stones, Duke Ellington, Smokey Robinson, Randy Newman en Dolly Parton.
Ze had soms een geheugensteuntje nodig voor de liederenteksten (full understanding!) en kon haar getalenteerde begeleidingsband maar voorstellen met de hulp van haar walking memory / rechterhand en multi-instrumentalist Dave (?). Ze hield een nauwe, intense band met het publiek en haar bescheidenheid, dosis zelfrelativering en humor en stijl van thanks sierden.
Ze kon in de herbewerkte songs haar eigen stempel drukken en er een venijnig, scherp randje aan geven. Ze werden door haar zevenkoppige begeleiding tot in de puntjes uitgewerkt en werden gedragen door haar grauwe, rokerige stem. De fijne, subtiele arrangementen boden een donkere, broeierige ondertoon.
Jeugdsentiment hoorden we in het ouder materiaal: opener “Time square” trok al meteen de aandacht, halverwege was er “Broken English” en tot slot hoorden we “The ballad of Lucy Jordan” ergens achteraan; ze werden in een soort Van Morrison stijl breed omlijst door toetsen, piano, viool, dwarsfluit, klarinet, hobo, zingende zaag en een harmonium, en kregen soms een adrenalinestoot door een begeesterend gitaarspel, die richting Robert Cray durfde uit te gaan. En in haar archief konden een bloedmooie “Sister Morphine” en een beklijvende “As tears go by”, de Rolling Stones links, niet ontbreken!
De songs van haar recentste worp ‘Easy come, Easy go’ stonden moeiteloos naast deze classics. Een broeierig “Down from Dover” (Dolly Parton), een rockende “Hold on, hold on” en een sfeervolle “In Germany before the war” (Randy Newman). Ook de bewerkingen van de jongere generatie overtuigden live, “The crane wife” van The Decemberists, haar closest filosophy of life in “Crazy love” van Cave en een strak gespeelde “Salvation” van de ‘zwartjacket-ers’ van BRMC.
In deze uiterst gevarieerde set grepen nog volgende nummers ons bij het nekvel: een innemend, sober gehouden en jazzy aandoende “Solitude” (Duke Ellington), de ‘60’s songwriting van ene Jackson Frank in “Kimbe”, wat zomaar kon geplukt zijn uit de Leadbelly stal en in de muzikale outfit van Grace Jones, “Why’ve yo do it”, die fascineerde door een funkende groove, een broeierige intensiteit en Faithfull’s grauwe zegzang.
Vanavond moesten er geen visuals aan te pas komen. Ze vatte haar OOR encyclopedie samen in een anderhalf uur durende innemende grootse set. Het spelplezier en haar enthousiasme leverden haar zelfs ruikers bloemen op ... Ze onderstreepte nogmaals de soberheid van haar shows en blies lof over haar ‘real band’, haar real singing en het warme onthaal.

Ook de bis was uiterst genietbaar ondanks de valse noot die we eerst hoorden in het breekbare “Sing me back home”. Ze kon ‘dat ietsje meer songwriterschap’ niet onder stoelen of banken steken voor Morrissey en besloot definitief met een opbouwende “Dear God, please help me”. Het droeg bij tot het grenzeloos respect, dat ze voor heel wat artiesten en bands heeft. Klasse!

Organisatie: Live Nation + AB

A-Ha

AB duidelijk te klein voor Noorse hitband A-Ha

Geschreven door

De Noorse synth pop/rock band A-Ha bracht dit jaar zijn negende studioalbum uit ‘Foot Of The Mountain’. Net zoals ‘Analogue’ uit 2005 een prima plaat vol verrukkelijke popsongs.
A-Ha werd opgericht in 1982. In 1985 verscheen hun debuutalbum ‘Hunting High And Low’. Dit album werd éen van de best verkopende platen van 1986 en mede dankzij de befaamde videoclip bij de single “Take On Me” werd deze Noorse band wereldwijd bekend. Die bekendheid verloor wat van zijn glans gedurende de jaren maar sinds de reünie in 1998 heeft de band opnieuw steevast fans gewonnen. De Noren maakten dan ook in hun carrière geen enkele slechte plaat, maar ondanks alles haalde A-Ha niet meer de status zoals tijdsgenoten Simple Minds of U2.
Het nieuwe radiovriendelijke album is beresterk en net nu de A-Ha de tour op gaat om deze plaat te promoten kondigde het in één adem ook het definitieve einde aan van de band. Harket & co gaan rentenieren, nog niet meteen want in 2010 komt er nog een gigantische wereldwijde afscheidstournee…..die dan hopelijk ook nog eens België zal aandoen. Het allerlaatste A-Ha concert zal plaatsvinden in Oslo op 4 december 2010. Eind 2005 zag ik de band al in Vorst Nationaal. Toen liep FN slechts halfvol.
Deze ‘Foot Of The Mountain’ tour bracht de Noren echter dat in de kleinere (lees gezelligere) Brusselse AB, die al maanden vooraf uitverkocht was. Heel wat fans zonder kaartje zakten toch nog af naar de AB in de hoop nog een ticket te bemachtigen…. Het was duidelijk dat de AB wat te klein was voor de nog steeds bijzonder populaire Noren van A-Ha. Opvallend was hoeveel vrouwelijk schoon zich onder het publiek bevond. Voor alle duidelijkheid, die kwamen allen voor de eeuwig jonguitziende zanger Morton Harket, die ondertussen reeds 50 geworden is. Naast Harket ook nog de enthousiaste synthgod Magne Furuholmen en de wat bleke gitarist Paul Waaktar-Savoy. Live werd het trio versterkt door een drummer en een extra keyboardspeler die zich vooral heel erg op de achtergrond hielden. Deze A-Ha live-productie was een stuk groter en indrukwekkender dan de show van 2005 in Vorst, met deze keer imposante LED videowalls, opblaasbare poppen en een mooie, doeltreffende lichtshow. Een show die duidelijk op maat gemaakt was voor iets grotere zalen.

Omstreeks 20u30 doofden de lichten en begon de set met één van hun allergrootste hits: “The Sun Always Shines On TV”, nog steeds een geweldig popnummer. Perfect aansluitend kregen we de synthesizer aangedreven popsongs “Riding The Crest” & “The Bandstand”. Sterke songs uit het nieuwe album, die al even overtuigend werden gebracht. Een eerste hoogtepunt kwam er met het betoverende “Stay On These Roads”. Bloeimooi gebracht onder een zeer sfeervolle belichting. Het viel me ook op hoe bijzonder stemvast zanger Morton Harket was. Bovendien was hij ook een stuk zelfzekerder dan toen ik hem in 2005 zag, maar een grote prater en contactlegger met het publiek is hij nog steeds niet. Deze job was weggelegd voor toetsenist Magne die meermaals het publiek in keurig Frans (en enkele woorden Nederlands) toesprak en bedankte. Gitarist Paul Waaktar-Savoy bleef dan weer opvallend op de achtergrond en leek zowat vastgelijmd in de rechterhoek van het podium. Af en toe trok A-Ha ook de danskaart zoals tijdens “The Blood That Moves The Body” en het opzwepende “I Dream Myself Alive”. Deze laatste song kende een wat bizar slot, toen de heren aan het einde van de song het podium verlieten en drie grote opblaaspoppen hun plaats innamen. Dit vormde de brug tot een akoestisch luik (met zanger Morton Harket op gitaar!) waarin vooral het mooie “Velvet” luidkeels werd meegezongen.
Vreemd genoeg waren het vooral de nieuwere songs die naar het einde toe de handen op elkaar kregen. “Shadowside” en vooral het up-tempo “Foot Of The Mountain” maakten erg veel indruk. De band werd teruggehaald voor een bisronde vol hits. Popklassiekers die vaak in een iets aangepast, hedendaags arrangement werden gebracht. “Analogue” kreeg opnieuw alle handen op elkaar. Jammer dat dit de enige song was die we te horen kregen uit dit schitterende album. “The Living Daylights”, deed het na een valse start opnieuw erg goed; al is deze song niet meteen een van mijn favorieten. Natuurlijk werd “Take On Me” de voor de hand liggende afsluiter. De kers op de taart! Er werd de band toegeroepen vanuit het publiek er nog eens 25 jaar bij te doen. Een publiek dat duidelijk nog niet vertrouwd was met de nakende split  van hun idolen.
Een zeer enthousiast publiek trouwens dat genoot van een selectie klasse popsongs in een loepzuivere productie. A-Ha is nooit de band geweest die tijdens optredens op zoek gaat naar een sterke wisselwerking met het publiek. Ook deze keer was dit niet anders. Het was vooral genieten van de vele schitterende, vaak tijloze popsongs en vooral de sterke vocale klasse van Morton Harket, waarbij ik zijn aanlokkelijke ‘looks’ dan nog volledig negeer. Laten we hopen dat deze band volgend jaar terug (voor een allerlaatste keer dan!) België aandoet. Waarschijnlijk kan de band dan nog meer tot zijn recht komen in een iets grotere zaal of festivalpodium. Nu al aanstippen op je ‘to remember’ lijstje voor 2010!!

Setlist:
*The Sun Always Shines on TV *Riding The Crest *The Bandstand *Scoundrel Days *Stay On These Roads *Manhattan Skyline *Hunting High And Low *The Blood That Moves The Body *I Dream Myself Alive *And You Tell Me *Velvet *Train Of Thought *Sunny Mystery *Forever Not Yours *Shadowside *Summer Moved On *Foot Of The Mountain

*Cry Wolf *Analogue *The Living Daylights *Take On Me


Organisatie: Live Nation

 

Yo La Tengo

Yo La Tengo: kwarteeuw klasse

Geschreven door

Het Depot werd woensdagavond ingepalmd door twee acts die al lange tijd meegaan. Men zou op wapenstilstandsdag van een bende oud-strijders durven spreken, ware het niet dat zowel Wreckless Eric als Yo La Tengo hun strijd nog niet gestaakt hebben.

De Brit Eric Goulden debuteerde in 1977 als Wreckless Eric op het fameuze Stiff-label (zie ook Elvis Costello, Nick Lowe en Ian Dury), zijn ‘Whole wide world’ wordt over het Kanaal als een hoogtepunt van de punkrockgeschiedenis beschouwd, dit terwijl zowel de uitvoerder als het lied zelf weinig belletjes doen rinkelen in onze contreien.
In Leuven liet deze vrolijke Frans zich bijstaan door zijn echtgenote Amy Rigby die in “Raising the bars” klonk als Patti Smith om enkele nummers later vocaal de ene keer heel licht richting Joni Mitchell en de andere keer richting Lisa Loeb te zweven. In de eerste helft van het nogal rommelige optreden beperkte het echtpaar zich tot gitaar en keyboards, nadien verraste Wreckless Eric het publiek door plots een beatbox in gang te steken hetgeen de aandacht wat kon afleiden van ’s mans povere zangpartijen. De tekst van “Bobblehead Doll” zorgde, in combinatie met de naar Sinead O’Connor neigende vocalen van Rigby, voor een mooi contrast met de eerdere vrolijke geluiden die de reeds vermelde beatbox teweeg bracht. Het daaropvolgende nummer werd gelardeerd met een opzwepende samenzang en enkele danspasjes van de basgitaar bespelende Wreckless Eric. We hoorden geen wereldnummers maar weinigen namen daar aanstoot aan want het publiek slikte tien songs lang de allesbehalve verfijnde hutsepot die het sympathieke koppel opdiende. Wie kan immers geen vergiffenis schenken aan een pretentieloos duo dat excelleerde in zelfrelativering? De in het voorlaatste lied gezongen zinsnede “Together we were crap” spreekt wat dat betreft boekdelen. Ook het feit dat Wreckless Eric afsluiter “Whole wide world” aan The Proclaimers (die het nummer in 2007 effectief coverden op ‘Life with you’) toeschreef, illustreerde dat de vele lof die hij voor dit nummer toegedicht krijgt hem aan zijn reet kan roesten.

De kern van Yo La Tengo bestaat al sedert zijn ontstaan uit het echtpaar Ira Kaplan en Georgia Hubley. Bassist James McNew was dus de enige die woensdagavond zonder zijn halve trouwboek op het podium stond. Meer dan eens monden songs van Yo La Tengo uit in hevige distortion, in de openingssong gebeurde dit op gitaar terwijl Kaplan in de twee daaropvolgende nummers ook het orgel voluit liet janken. Hubley nam voor het eerst de lead-vocals voor haar rekening tijdens “Little eyes” (uit het in 2003 gereleaste ‘Summer Sun’). Hoewel deze groep ondertussen al een kwarteeuw meegaat, bewijst het veelvuldig putten uit hun recentste platen (het sublieme ‘I am not afraid of you and I will beat your ass’ en het recente ‘Popular Songs’) dat ze – in tegenstelling tot de meeste andere acts die al enkele decennia meegaan - niet teren op oud werk. Voorts valt de grote afwisseling op, er was in Het Depot zowel plaats voor een poppy song (zoals “Mr. Tough” dat met zijn hoge vocalen erg doet denken aan enkele van de meer vrolijke deuntjes die Ween op plaat perste) als voor de naar Sonic Youth neigende feedback-orkanen die tijdens enkele extreem lang uitgesponnen nummers weerklonken. Na een uurtje kregen we zelfs twee nummers lang rust gegund, vooral het door Hubley gezongen “I feel like going home” deed velen extra onderuitzakken in hun comfortabele zetel…..om direct daarna bruusk gewekt te worden door de keihard snerpende gitaar van Kaplan.
De instrumental die na anderhalf uur de reguliere set afsloot, deed ons – mede door de manier waarop Kaplan met lijf en leden opging in zijn gitaarspel – terugdenken aan het uitstekende optreden dat we Explosions in the sky twee en een half jaar terug op hetzelfde podium zagen brengen. Op een bepaald moment bleek de flow even weg waardoor het leek alsof Yo La Tengo zich even verslikte in de massaal meanderende akkoorden. Lang duurde deze hapering echter niet want het drietal (dat tijdens die afsluiter aangevuld werd met een stoïcijns spelende organist) is zodanig goed op elkaar ingespeeld dat ze alles snel weer op de rails kregen.
Een dubbele bisronde was het logische gevolg van dit alles. Eerst mochten Wreckless Eric en Amy Rigby nog eens bewijzen dat ze zelfs een classic als “Dizzy” (van Tommy Roe) de vernieling in kunnen zingen. Vervolgens etaleerde Yo La Tengo zijn klasse in “Our way to fall”. Ook op verzoeknummers van de Leuvense fans gingen ze in. Terwijl men pas na zes nummers een eerste woord tot het publiek gericht had, ontdooide Kaplan zich in de bisnummers dus tot de perfecte gastheer. Voor het laatste lied kwam Hubley nog eens van achter haar drumstel vandaan om - samen met haar (zichzelf op de akoestische gitaar begeleidende) man – een mooi orgelpunt te zetten achter dit zeer degelijke concert.

Ooit zagen we Yo La Tengo al indrukwekkender voor de dag komen, maar dit weerhoudt ons er niet van om te concluderen dat ze na 25 jaar nog steeds moeiteloos bewijzen dat ze hun plaats aan het rockfirmament meer dan verdienen. The Rock’n’Roll Hall of Fame weet dus meteen voor wie ze een plaatsje mogen reserveren. Alhoewel, we gaan niet eisen dat ze daar snel in opgenomen zullen worden aangezien die ‘hall’ vooral bevolkt wordt door artiesten die hun beste tijd al gehad hebben…iets wat in het geval van Yo La Tengo allerminst opgaat.

Organisatie: Depot, Leuven

Lady Linn & Her Magnificent 7

Here we go again

Geschreven door

Muzikale duizendpoot Lien De Greef legde zich na haar werk met trippop Bolchi, de hippop van Skeemz en haar werk met DJ Red D (zanglijnen verzorgen en soms zelf eens mee dj-en) toe op haar voorliefde voor jazz. De charismatische en talentrijke Lien kon al evenzeer rekenen op even talentrijke muzikanten en formeerde Lady Linn and her Magnificent Seven, die groeven in het muzikale archief van de ‘50’s jumpin’ jive, ballroom jazz en bebop. Ze toerden twee jaar met covers van jazz- en swingnummersuit de jaren ’30 tot ’50. Sensueel, zwoele en broeierige jazzysoulpop dus.
Ze begon zelf ook eigen nummers te schrijven, wat resulteerde in de vorig jaar verschenen cd ‘Here we go again’. Naast vaste man Jeroen de Pessemier (ook Subs), plaatste de ganse Gentse scène zich achter dit project, dat tot op de dag vandaag een groots succes is in het reguliere clubcircuit en op de festivals.
Het is een uiterst genietbare cd waar de verschillende instrumenten, de blazersectie en haar emotievol pakkende stem op elkaar zijn afgestemd. Songs als “A love affair”, “Cool down” en Eddie Grant’s “I don’t wanna dance” hebben een lekkere groove; ze worden afgewisseld met een uiterst sfeervol gehouden “Waiting” en de titelsong “Here we go again”; “Shopping” lijkt gegrepen uit de jive stal van één van de platen van Joe Jackson en met “I am aware” ( met Bert Ostyn – Absynthe Minded) heeft ze een ontbrekende ‘50s crooner uit.
Ze won dit voorjaar nog de MIA, als beste vrouwelijke artieste en hierbij liet ze Natalia, Kate Ryan en Sandrine achter zich …Kortom, een terecht verdiende doorbraak!

Wilco

Wilco (the album)

Geschreven door

Dat Jeff Tweedy troostende kracht put uit z’n muziek horen we op het recente ‘Wilco the album’. Onze talentrijke songschrijver toont een realistische, berustende kijk op allerlei kommer en kwel en straalt meer gemoedsrust uit… Muzikaal vakmanschap horen we in de knap opgebouwde rootsrock/alt.country. Er zijn de aanstekelijke rockers als “Wilco (the song)”, “Bull black nova” en “Sonny feeling”, alsook de sfeervol dromerige songs “One wing”en “I’ll flight”. Sober, ingehouden en intiem klinken “Deeper down”, “Country disappeared”, “Solitaire” en “Everlasting everything”. Het verstilde duet met Leslie Feist “You & I” vormt hierin een hoogtepunt. Wilco grijpt terug naar de doeltreffendheid van de klassieke gestructureerde song, geraakt niet verstrikt in de kunstzinnigheid van vroeger platenwerk en beschikt over een resem klassemuzikanten die de sfeerschepping van een Crazy Horse onderstrepen onder Tweedy’s zalvende, emotievolle stem.
’Wilco (the album)’ bevat subtiel uitgewerkt songmateriaal, en toont een band die zich in zijn oud vertrouwde stijl graag vernieuwt , wat een puik resultaat oplevert …!

Pagina 454 van 504