logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Hayseed Dixie

Hayseed Dixie: Fun en Bier

Geschreven door

Te oordelen aan hun muziek en outfit mogen we een groepje als Hayseed Dixie niet al te ernstig nemen. Het is in de eerste plaats een coverband gericht op ambiance en humor van het vettige soort. De formule is even grappig als geslaagd : Het spelen van bekende (hard)rocksongs in een hillbilly versie. Instrumenten van dienst zijn mandoline, viool, bas, gitaar, banjo en … een frigo. Ze hebben immers geen drummer en daar waar normaal op het podium een drumstel staat hebben de heren leukweg een heuse frigo neergepoot, gevuld met Duvel en Vedett, twee welgekomen Belgische ontdekkingen voor deze dorstige Amerikanen. Songs van Motorhead, Kiss, Led Zeppelin, Greenday, Black Sabbath, Queen, Judas Priest, Aerosmith, The Scissor Sisters (jawel, u leest het goed) en vooral AC/DC worden met veel vuur en aan een razend tempo door de hillbilly molen gedraaid, met daartussenin ook nog wat eigen werk gewurmd. En ook al hebben die zotten het vooral op de fun gemunt, het moet gezegd dat het wel heel bedreven muzikanten zijn. Een knappe en geschifte versie van de klassieker “The Dueling Banjo’s” daarvan als sluitend bewijs. Deze song sloot meteen ook het lekker gestoorde optreden af. Het publiek was er wild van, het bier vloeide rijkelijk. Meer heb je niet nodig met optredens van dit kaliber.

Organisatie: Democrazy, Gent

Angelo Branduardi

De droompop van Angelo Branduardi

Geschreven door

De Italiaanse musicus - troubadour – componist en zanger Angelo Branduardi wordt zestig. Hij laat de (trouwe) fans niet in de steek en onderneemt een heuse tournee, waarbij hij twee keer ons landje aandeed. Branduardi beheerst het vioolspelen en akoestische gitaarspel als geen ander: meesterlijk, intens en bedreven. Hij was erg succesvol midden de jaren ’70 met platen als ‘Alla fiera del’lest’ en ‘La Pulce d’Acqua’. We horen een gevarieerde stijl van middeleeuws, renaissance, barok tot modern. De Bijloke leek alvast de ideale locatie om deze stijlvarianten te laten horen. Ook haalde hij inspiratie uit de Yeats’ gedichtenbundels, schreef hij filmmuziek en is hij goed bevriend met Ennio Morricone.

Hij vertelde boeiende verhalen over z’n muziek, instrumenten en bronnen. Hij zorgde ervoor dat zijn muzikale ervaringen hand in hand gingen met z’n gevarieerde luchtige romantiek
Branduardi grossierde doorheen z’n oeuvre en liet moderne klanken op elektronica en toetsen horen met uitstapjes naar Balkan en Indiase sounds. Dit was vooral te horen in de eerste deel van de set, met songs als “Il sultano di Babilonia”, “Il lupo di Gubbio”, “Il trattato dei miracoli”, “Elle paludi di Venezia” en “La predica della perfetta letizia”, waar zelfs kerkklokken (van de Bijloke?) in te horen waren. In deze nummers fungeerde Branduardi eerder als dirigent. Het bekende “Il cantico della creature breve” besloot het eerste deel.
Heel voornaam bedankten Branduardi en z’n leden hun publiek en telkens konden ze rekenen op een warm onthaal.
Branduardi nam twee solomomenten op zich de ene keer op viool, de andere keer op akoestische gitaar. Sober en elegant speelde hij een paar grootse hits; op viool “Alla fiera dell’est”, “Cogli la prima mela” en op gitaar “Momo” en “Tango” (één van de vier geschreven liefdessongs). Ook spaarzaam klonk “O solo mio”, een eerbetoon aan Placido Domingo. Op het eind van deze solomomenten kwam de band er terug bij en kregen we op virtuoze wijze verbluffende versies van “La Pulca d’Acqua” en “Cercando l’oro/escono tutti”.

Bijna twee uur lang konden we genieten van deze Italiaanse bard, die enkele meesterlijke zetten plaatste door z’n viool- en gitaarvirtuositeit. Z’n unieke sound bleef overeind na al die jaren en werd soms aangepast door de klankkleur van elektronica en toetsen.

Organisatie: VZW De Verenigde Muze ism De Bijloke (+ Greenhouse Talent)

Ghinzu

Mirror Mirror

Geschreven door

De Franstalige Brusselaars hebben lang, héél lang op zich laten wachten om de opvolger klaar te hebben op de in 2004 verschenen tweede plaat ‘Blow’. Het lijkt zowat een beetje een vaste formule voor onze Waalse vrienden, want ook Girls In Hawaii nam de tijd te werken aan hun ‘Plan Your Escape’. Muzikaal ligt ‘Mirror Mirror’ in het verlengde van de vorige cd: broeierige gitaarrock, soms snedig en scherp uit de hoek komend, met een vleugje bombast en kitsch.
Ghinzu staat voor een Japans merk voor messen, en naarmate ze vaker gebruikt worden, snijden ze beter. Ook met het groeiplaat is dit het geval, dat per beluistering zich beter nestelt in je hersenen. Songs als “Cold love”, “Take it easy”, “Mother Allegra”, This light” en de titelsong overtuigen sterk, op “The end of the world” neigen ze naar The Veils , en de eigen Franse taal horen we op het intense “Je t’attendrai”. Ook zijn ze niet vies van een wat electrorock, “Kill the surfers”.
Een doorbraak is Ghinzu zeker gegund, nu dat Waalse bands als Girls In Hawaii, The Tellers, Experimental Tropic Blues Band en de tweede linie Hollywood Porn Stars en Showstar duidelijk in de lift zitten.

PJ Harvey & John Parish

A Woman A Man walked by

Geschreven door

'A Woman A Man walked by’ is een vervolg op het geprezen ‘ Dance Hall at Louse Point’, de samenwerking tussen Polly Harvey en John Parish. Beiden doen regelmatig op elkaar beroep, Parish als muzikant, componist, producer en Harvey voor de liedjesteksten. Opnieuw horen we de wisseling van sfeervol, ingehouden nummers als grillig, venijnig werk. Van broeierig bezwerende songs als “Black hearted love” en “Sixteen, Fifteen, Fourteen” naar de etherisch donkere composities “The chair” en “Leaving California” of naar de intieme, sfeervolle “April” en “The soldier”. Parish houdt ook van weirde ingewikkelde nummers, waarin de zang van Polly moeiteloos inpast, luister maar eens naar “Pig will not“en de titelsong. Van Polly Harvey horen we een lieflijke, charmante zang of ze haalt gekweld hard uit met een verbeten schreeuwerige zang op z’n Grinderman’s Cave of RATM’s Zack de la Rocha. Sound en zang zijn met veel gevoel voor dramatiek en dynamiek.
’A Woman A Man walked by’ is een veelzijdige luisterervaring, donker dreigend en indringend. Begeesterend, aangrijpend, beklemmend en krachtig!

Various Artists

Dark was the night

Geschreven door

Met dank aan een goed doel …De ‘Red Hot’ compilaties bieden na ongeveer twintig jaar de zoveelste bijzondere verzameling songs waarmee de anti-aids organisatie aandacht vraagt en financieel bijdraagt aan het bestrijden van de HIV besmetting. Eerdere edities als ‘Red Hot & Blue’ en ‘Red Hot & Rio’ en zo veel meer waren voorbeelden van puike samenwerkingen. Ook op deze editie is de lijst van meewerkende artiesten indrukwekkend. Alle hedendaagse interessante artiesten leveren hier een bijdrage met een exclusief nieuw nummer, een orginele cover of een onverwachts samenwerkingsverband. Twee cd’s lang geïnspireerd, boeiend materiaal en fijne collectors.
Enkele voorbeelden CD 1: Feist – Ben Bibbard, Dirty Projectors – David Byrne, The Books feat José Gonzalez, Justin Vernon –Aaron Dessner of de opnames van Grizzly Bear, My Brightest Diamond, (members of) The National en Sufjan Stevens. En van CD 2: Spoon, Beirut, Dave Sitek, The New Pornographers, Stuart Murdoch, …
Kortom te koesteren!

Olivia Ruiz - concert AB op 19 mei 2009

Geschreven door

De Franse songschrijfster Olivia Ruiz (geboren Olivia Blanc) kon haar muzikaal talent al aan het grote publiek voorstellen met de French TV Show ‘Star Academy’. Naast haar solocarrière, die zich centraliseert in het Franse chanson en pop, werkte ze reeds samen met diverse Franse songschrijvers en is een veel gevraagde zangeres voor duetten . Ze was te gast voor een concert in de AB. Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

James Yuill

James Yuill: singer/songwriting versmelten met een hippe clubsfeer

Geschreven door

James Yuill is een Britse singer/songwriter die op de tafel een sliert elektronica-apparatuur, toetsen, een laptop en een microfoon heeft staan en onder de arm een akoestische gitaar. De tweede plaat ‘Turning down water for air’ bracht al enkele poppareltjes voort van sfeervolle pop indie/elektronica als “You always do”, “She said in jest”, “Head over heels” en “How could I lose”.

Het deed toch wat vreemd aan, een man alleen te zien met z’n instrumenten die zowel de romantische zielen als de danslustigen tracht aan te spreken. Het waren liedjes met een kalme, zalvende elektronicabeat die af en toe wat krachtiger klonk; op het eind zette hij eens alle schuivers open in het pittoreske zaaltje van de MaZ, dat hij plots omtoverde in een trendy club.
Yuill haalde bands aan als Tunng, Postal Service, The Notwist en ons eigen Styrofoam, en plaatste deze invloeden naast z’n songwriterschap of naast de vettige, schurende basses van Justice, de Chemical (break) beats en de‘80’s electro van Depeche Mode.
De jonge Woody Allen lookalike (ronde montuurbrilletje, blonde haren) bracht een gevarieerde set van dromerige en aanstekelijke popdance. Hij zette aan tot een danspas waaronder een sprankelende “No surprise”, “Head over heels” en “Somehow”. Hij wist twee wisselende versies te brengen van “This sweet love”, innemend op akoestische gitaar en prettig in het gehoor liggend door een frisse, dansbare elektronicabeat.

James Yuill: man van vele kunstjes, die een perfecte samensmelting zocht tussen singer/songwriting en een clubsfeer …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

George Thorogood & The Destroyers

George Thorogood & The Destroyers: Eén formule: Rocken!

Geschreven door

Er zijn nog zekerheden in het leven. Je kan er je huis op verwedden dat een concert van George Thorogood & The Destroyers nooit zal tegenvallen. Waarom ? Klasse en jarenlange ervaring in de rock’n’roll business is het antwoord. Natuurlijk is alles zeer voorspelbaar en daardoor weinig verrassend (wie op voorhand een setlist durfde samenstellen zat er geen vijf nummers naast). So what ? Iedereen is hierheen gekomen voor een portie potige rock’n’roll, niet voor de nieuwste experimentele trendy geluidjes. En het publiek kreeg wat het wilde, strakke rock en blues, waarvan de wortels bij John Lee Hooker, Howlin’ Wolf en vooral Bo Diddley liggen, door George en zijn Destroyers voorzien van een extra pak elektriciteit.

Thorogood, die er op zijn 58 ste nog behoorlijk vitaal uitziet, is in tegenstelling tot het beeld van bad guy en dronkelap die hij in zijn songs opvoert een echte professional, en een ervaren entertainer ook. Het publiek ophitsen kan hij als geen ander en ook al is het allemaal een beetje te Amerikaans, hij komt er mee weg. Op het podium is hij duidelijk de baas maar is er zich terdege van bewust dat er een ijzersterke band achter hem staat. The Destroyers zijn ervaren rotten die hun boss al jaren hondstrouw volgen en die op vandaag nog altijd de pan uit swingen. Typerend voor het Destroyers geluid is steeds die swingende sax die lekker doorheen de nummers rolt, onmisbaar en ongeëvenaard. Thorogood zelf steelt natuurlijk de show met zijn vlijmscherp rockende gitaar, doch achter hem heeft hij met Jim Suhler ook nog een begenadigd gitarist staan, die zich weliswaar moet inhouden in functie van de baas (we hebben die kerel ooit in Peer nog met zijn eigen band bezig gezien en geloof ons vrij, ’t was behoorlijk indrukwekkend).
De band speelde naar goede gewoonte een verzameling van hun beste songs als de Bo Diddley klassieker “Who do you love”, de ultieme krakers “Bad to the bone” (een gemene motherfucker van een song, hier nog maar eens een beresterk hoogtepunt), “I drink alone” , “Move it on over”, “Night time” en natuurlijk de onvermijdelijke John Lee Hooker boogie “One bourbon, one scotch, one beer”, een song die inmiddels een statement geworden is voor het imago van de band. De drive en het tempo zaten gans het optreden strak in hun vel, er waren geen storende lange solo’s of uitgesponnen songs, alleen maar bruisende rock’n’roll en stomende boogie, anderhalf uur lang. De groep beloonde een uitverkochte AB (voor een groot deel gevuld met ouwe rockers met gezonde bierbuiken) op een splijtend en wervelend slot met “Madison blues”, nog zo een klassieker van het eerste uur. U ziet het, weinig of geen nieuwe songs, geen kat die daar om maalde want niemand was daarvoor gekomen.

George Thorogood & The Destroyers waren in de AB nergens verrassend, maar altijd fantastisch, energiek en barstend van de klasse. Kortom, een band die zonder omwegen doet waar ze het best in zijn : Rocken !

Met het jonge gitaartalent Scott MC Keon (UK) was de avond al op een aangename manier ingezet. Mc Keon en zijn band (trio) speelden bij vlagen felle blues en rock met een swingend soul-en funkrandje en meerdere fijne gitaarhoogstandjes (denk even in de richting van Chris Duarte en Rorry Gallagher). Wij hoorden een handvol sterke songs en verwachten dat we in de komende jaren hier nog zullen van horen.

Organisatie: Live Nation

Milow

Sfeerrijke Milow klaar voor Europese zomer

Geschreven door

Milow is back. Back in Belgium. Want de voorbije maanden tourde hij in Nederland en Duitsland. Met succes. Of net door het succes. Van zijn 50 Cent cover “Ayo Technology” vooral dat hij van een pornosong omturnde tot een melancholische meezinger. Het legde hem geen windeieren, want alles wat hij hier in de Benelux aanraakt verandert in goud. De AB-concerten van Jonathan Vandenbroeck (27) zijn al weken uitverkocht. En terecht ! Dat merkten we in een in alle opzichten warme Vooruit.
,Het is vijf maand en elf dagen geleden dat we nog eens in België stonden en het voelt goed’, opende hij glimlachend zijn gig in de Gentse Vooruit. Indrukwekkend hoe hij en zijn band het podium en de zaal beheersten en begeesterden. Een gevarieerde set, met af en toe wat rock ‘n’ roll, maar vooral serene en knap gedragen luistersongs die je een goed gevoel bezorgden.
‘I don`t know if Neil Young would love these songs’, liet hij zich ontvallen. Weten we ook niet, maar het zou wel kunnen aangeslagen hebben bij één van zijn idolen. De Young-invloeden zijn er, net als die van Springsteen bij momenten. En van Van Morrison, Leonard Cohen, Bob Dylan, the Beatles en Jackson Browne, de klassiekers zeg maar. “Brown Eyed girl” werd een leuke toevoeger aan zijn “Canada”-song, zijn vierde van de avond toen. Klassiekers schreven we, maar Milow klinkt o zo 21e eeuws en heeft duidelijk meer in zijn mars dan het poppygehalte dat we – ja we zijn eerlijk – hadden verwacht.
Het publiek zat de hele tijd niét te wachten op zijn grote hits “Technology” en “You don’t know”. Hij boeide, met een genot van een podiumbeest, en brieste naar het einde van de reguliere set zelfs tot tweemaal toe voor zijn microstandaard, de zaal tot in de botten ophitsend.
Zwaar wereldverbeterend zijn Milows teksten niet, al refereerde hij met “Stephanie” wel naar de moord op het meisje in Mechelen in 2005.  Hij nam zijn tijd voor bindteksten en al geraakte hij er soms zelf wat in verstrikt, het bleef uitnodigend. Maar vooral muzikaal zat het prima in elkaar. Tot in de details van een kerkorgeltje bij “The Priest”.
En met Nina Babet wist Vandenbroeck ook een evenwaardige zingpartner te strikken. Het concert had en Milow heeft haar nodig. Ze draagt op de fijne momenten het geheel mee en af en toe neemt ze zelfs de bovenhand, leidt de man uit Leuven zachtjes en sensueel (en sterk wilder op “One of it”) mee in de paring der muzieknoten.
Voor het onvermijdelijke “Technology”  liet hij de zaal sfeerrijk lichtjes opsteken en het werd (bijna uiteraard) lekker lang uitgesponnen zonder dat het verveelde of langgerekt leek.  Met You don’t know als afsluiter – zachtjes afzwakkend om dan uptempo te eindigen - liet hij zijn fans vanzelfsprekend hunkeren naar meer.
En die bissessie wordt een voltreffer op Folk Dranouter deze zomer. Een akoestische set ‘pur sang’ met één microfoon en de hele band – zelfs op afstand  - erom heen geposteerd. Mooi, innig en grappig want Jasper Hautekiet – de lokale Gentse held aan de contrabas toen – kreeg zonder het te beseffen het hele publiek achter zich. Straatmuzikanten, zo leek het wel met een schitterende versie van “Dreams and Renegades” als slotakkoord met voor ieder bandlid een vooraanstaande en afzonderlijke rol. Voorwaar een gevarieerd  en bevlogen concertje om in te lijsten.  Klaar voor de grote Europese doorbraak, want deze zomer trekt hij verder Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland in.

Support Douglas Firs: Schattig onbeholpen talent
Douglas Firs  (Gertjan Van Hellemont ) – na Selah Sue een  nieuwe ontdekking van Milow – mocht de Vooruit opwarmen. Een heel stemvaste jonge singer-songwriter die dat met verve deed, al waren enkel de eerste tien rijen van de zaal beleefd genoeg om te luisteren. En het loonde de moeite. Hij zwierf van akoestische gitaar over piano (“Childhood fevers”) naar elektrische gitaar (“Dirty Dog”). Zalig onbeholpen wel, maar onschuldig goed in wat hij deed. Schattig zelfs. Al zal hij dat zelf wellicht niet zo’n leuk compliment vinden.

Playlist Milow
1. The Ride. 2. Stepping Stone. 3. Until the morning comes. 4. Canada. 5. Darkness Ahead and Behind. 6. Stephanie. 7. One of it. 8. Out of my hands. 9. The Priest. 10. Ayo Technology. 11. Born in the eighties. 12. You don’t know. Bis 1. This city is on my side. Bis 2. House by the creek. Bis 3. Dreams and Renegades.
Playlist Douglas Firs
1. I will let you down. 2. Apple. 3. Cocainemurder. 4. Love you now. 5. Childhood Fevers. 6. Dirty dog. 7. Baby Jack

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

DM Stith

DM Stith: juweeltjes van een te koesteren artiest

Geschreven door

David M Stith: een talentrijk singer/songwriter die z’n complexe leefwereld vertaalde in de ‘Heavy ghost’ plaat, opvolger van de verschenen EP ‘Curtain Speech’: het zijn intrigerende composities, meeslepend en intiem van aard, dromerig, gevoelig als - door het klankuniversum van drumroffels, strijkers (celliste/violiste) en mans bezwerende zang (een ietwat engelachtige stem) -, onheilspellend en mysterieus. Ze hebben een intense songopbouw, een broeierige spanning en klinken boeiend door de aanzwellende partijen. Vroeger kon Stith z’n creativiteit via poëzie en beeldende kunst kwijt. Na enkele muzikale omzwervingen werkte hij samen met Shara Worden (My Brightest Diamond), kwam in contact met Sufjan Stevens, en begon dan aan eigen werk.

Een charismatisch artiest zonder rockallures, een student ‘lookalike’, wat nerveus, twijfelend als worstelend op het podium, maar éénmaal een song wordt aangevat, nam hij een zelfverzekerde houding aan van z’n adembenemend soms bevreemdend materiaal, wat het wereldje van Sufjan Stevens en Bon Iver opriep. Hij maakte z’n debuut op Belgische bodem …
Een klein uur lang wist deze jonge gast ons in z’n greep te houden: “Pity dance” opende sfeervol en dan kwam de warm, innemende sound en de ritmische uitbarstingen op “Thanksgiving moon” en “Around the lion legs”: Stith zette ze sober in, liet ze mooi aanzwellen, bouwde de instrumentatie op en tot slot dreven de tromroffels de onvoorspelbaarheid op. Of hij liet ons wegdromen met songs als “Pigs” en “Fire of birds”, “Morning glory cloud” en “Brad of voices”, die zelfs aardig in de buurt kwam van Simon & Garfunkel: een spaarzame begeleiding en een fijngevoelig samenspel, gedragen door Stith’s impressionant zachte tot soms hoog uithalende vocals. Het afsluitende “Just once”, van z’n EP, ontroerde door de resonantie van spookachtige soundscapes van rode, flexibele plastieken buizen (door het zwaaien begonnen ze op een boemerang te lijken).

Een onderhouden set, die de wisselende emoties van op de plaat moeiteloos kon weergeven, tekenend voor een groots artiest in wording; hij wist de puike composities geniaal met z’n begeleidingsband te spelen. Juweeltjes van een te koesteren artiest.

Ook de singer/songschrijfster en violiste Marla Hansen overbrugde de afstand naar het publiek met haar zacht, ingetogen materiaal, bepaald door vioolgetokkel, een akoestische gitaar en een spaarzame cello, gedragen door haar lichthese, emotievolle stem (nauw verwant aan Suzanne Vega). Samen met de celliste maakte ze deel uit van Stith’s band en speelde ze al een rolletje bij The National, My Brightest Diamond en Sufjan Stevens. Het ging er erg gemoedelijk aan toe op het podium. Ze liet ruimte voor spontaniteit, wat een warm, sfeervolle set opleverde. Ook de U2 cover “One tree hill” klonk sober en elegant in deze muzikale outfit. En op het eind kwam Stith met de zijnen nog de sound verstevigen. Een gezellig onderonsje door de freakende folkpop aanpak.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Bat For Lashes

Bat For Lashes: volwassen talent en overtuigende live act (Les Nuits Botanque 2009)

Geschreven door

Het concert van het Britse Bat For Lashes (Brighton), onder de bevallige Natasha Khan (Britse van Pakistaanse afkomst) was al maanden uitverkocht en werd ‘last instant’ verplaatst van de pittoreske Rotonde naar de Orangerie; de sombere, dreigende, etherische gothic folkpop kwam daar evenzeer tot z’n recht. Een mediahype ontwikkelde zich door haar podiumprésence, extravagante outfits en haar prijzige sets met o.a. Radiohead. Ze weet met de nieuwe tweede cd ‘Two suns’ en de single “Daniel” het grote publiek aan te spreken.

We merkten vanavond – gelukkig - minder pose, maar een dame die vorm en inhoud bracht aan haar materiaal en samen met bassiste Charlotte Hatherley (van Ash), drumster Sarah Jones en (?) Ben Christophers (elektronica/toetsen) een hecht klinkende band vormde.
Ze nestelde zich met gemak tussen Kate Bush, Tori Amos, Goldfrapp, Björk en Anne Clark. Ze riep de breekbare pop op van bands van Elisabeth Frazer (Cocteau Twins), Alison Shaw (The Cranes), Lamb (Louise Rhodes) en combineerde het met de rock en roots van PJ Harvey, Joan Wasser (Joan as Police Woman) en Cat Power. Ze leek de verpersoonlijking wel van Toni Halliday (Curve, tja, waar is de tijd!) en oversteeg probleemloos ‘de lookalikes’ van de Evanescences (Amy Lee) en Within Temptations (Sharon den Adel).
Natasha Khna is een opkomend talent die muzikaal beheerst te werk ging op toetsen, piano en gitaar en kon variëren in haar stem, van een lichthese, zachte naar een hoge zang of naar een dwingende voordracht.
Haar innemende, sombere soms dreigende songs kregen elan in het decor van een knusse huiskamer: er stonden beeldjes, een opgezette hertenkop en nachtlampjes op het podium en er lagen doeken van afgebeelde wolven aan de synths. Niks bleek aan het toeval overgelaten … We hoorden een duidelijke afwisseling in toetsen, piano, een diepe bas en synthbeats, waarbij vooral de doffe, apocalyptische drumroffels en de prikkelende elektronica meer ruimte kregen, zonder dat haar belangvolle vocals werden weggedrukt. Bijna alle songs van de recente plaat werden gespeeld: een donker en traag slepende “Glass”, het lichtvoetig duistere “Siren song” met Indiase invloeden (dankzij Yeasayer op plaat) en de dromerige ballads “Travelling woman” en “Peace of mind”. “Horse and I” kreeg zeggingskracht door clavecimbel en de stemmenpracht van de dames. “Sleep alone” klonk krachtiger door de synthbeats en de ‘80’s wave; samen met de oudjes “Tahiti” en “What’s a girl to do” was dit het meest groovy nummer. Een traditionele aanpak hoorden we dan op “Sarah” en een dreunende, repeterende bas bepaalde “The wizard”.
Overtuigend vuurde ze haar korte, bedwelmende en betoverende liedjes op haar publiek af, wat een warm onthaal opleverde en haar duidelijk wist te ontroeren.
En ook de bis was om van te snoepen: “Prescilla” en “Moon & Moon” waren prachtige pianoballads, op het intense “Good love” experimenteerde ze met haar vocals en op het dynamische “Two planets” maakte ze zelfs een soort regendansje. Tot slot speelde ze een tweede keer haar doorbraaksingle “Daniel” in een ‘radio edit version’, met een basrifje dat vervaarlijk aan Pixies’ “Monkey gone to heaven” deed denken. Al vroeg in de set had ze er een uitgekleede versie op nagehouden, bepaald door een sobere elektronicatoets, zachte beats, en gedragen door – opnieuw - de vrouwelijke stemmenpracht.

De sombere zweverigheid van Bat For Lashes wist ons te raken: een volwassen talent, twee puike platen, een goed op elkaar ingespeelde band en een overtuigende live act!

Organisatie . Botanique Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Les Nuits Botanique 2009: Bat For Lashes: volwassen talent en overtuigende live act

Geschreven door

Het concert van het Britse Bat For Lashes (Brighton), onder de bevallige Natasha Khan (Britse van Pakistaanse afkomst) was al maanden uitverkocht en werd ‘last instant’ verplaatst van de pittoreske Rotonde naar de Orangerie; de sombere, dreigende, etherische gothic folkpop kwam daar evenzeer tot z’n recht. Een mediahype ontwikkelde zich door haar podiumprésence, extravagante outfits en haar prijzige sets met o.a. Radiohead. Ze weet met de nieuwe tweede cd ‘Two suns’ en de single “Daniel” het grote publiek aan te spreken.

We merkten vanavond – gelukkig - minder pose, maar een dame die vorm en inhoud bracht aan haar materiaal en samen met bassiste Charlotte Hatherley (van Ash), drumster Sarah Jones en (?) Ben Christophers (elektronica/toetsen) een hecht klinkende band vormde.
Ze nestelde zich met gemak tussen Kate Bush, Tori Amos, Goldfrapp, Björk en Anne Clark. Ze riep de breekbare pop op van bands van Elisabeth Frazer (Cocteau Twins), Alison Shaw (The Cranes), Lamb (Louise Rhodes) en combineerde het met de rock en roots van PJ Harvey, Joan Wasser (Joan as Police Woman) en Cat Power. Ze leek de verpersoonlijking wel van Toni Halliday (Curve, tja, waar is de tijd!) en oversteeg probleemloos ‘de lookalikes’ van de Evanescences (Amy Lee) en Within Temptations (Sharon den Adel).
Natasha Khna is een opkomend talent die muzikaal beheerst te werk ging op toetsen, piano en gitaar en kon variëren in haar stem, van een lichthese, zachte naar een hoge zang of naar een dwingende voordracht.
Haar innemende, sombere soms dreigende songs kregen elan in het decor van een knusse huiskamer: er stonden beeldjes, een opgezette hertenkop en nachtlampjes op het podium en er lagen doeken van afgebeelde wolven aan de synths. Niks bleek aan het toeval overgelaten … We hoorden een duidelijke afwisseling in toetsen, piano, een diepe bas en synthbeats, waarbij vooral de doffe, apocalyptische drumroffels en de prikkelende elektronica meer ruimte kregen, zonder dat haar belangvolle vocals werden weggedrukt. Bijna alle songs van de recente plaat werden gespeeld: een donker en traag slepende “Glass”, het lichtvoetig duistere “Siren song” met Indiase invloeden (dankzij Yeasayer op plaat) en de dromerige ballads “Travelling woman” en “Peace of mind”. “Horse and I” kreeg zeggingskracht door clavecimbel en de stemmenpracht van de dames. “Sleep alone” klonk krachtiger door de synthbeats en de ‘80’s wave; samen met de oudjes “Tahiti” en “What’s a girl to do” was dit het meest groovy nummer. Een traditionele aanpak hoorden we dan op “Sarah” en een dreunende, repeterende bas bepaalde “The wizard”.
Overtuigend vuurde ze haar korte, bedwelmende en betoverende liedjes op haar publiek af, wat een warm onthaal opleverde en haar duidelijk wist te ontroeren.
En ook de bis was om van te snoepen: “Prescilla” en “Moon & Moon” waren prachtige pianoballads, op het intense “Good love” experimenteerde ze met haar vocals en op het dynamische “Two planets” maakte ze zelfs een soort regendansje. Tot slot speelde ze een tweede keer haar doorbraaksingle “Daniel” in een ‘radio edit version’, met een basrifje dat vervaarlijk aan Pixies’ “Monkey gone to heaven” deed denken. Al vroeg in de set had ze er een uitgekleede versie op nagehouden, bepaald door een sobere elektronicatoets, zachte beats, en gedragen door – opnieuw - de vrouwelijke stemmenpracht.

De sombere zweverigheid van Bat For Lashes wist ons te raken: een volwassen talent, twee puike platen, een goed op elkaar ingespeelde band en een overtuigende live act!

Organisatie . Botanique Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation: klaar voor de rest van de wereld

Geschreven door

Na hun tweede plaats, na winnaar The Hickey Underworld, op Humo’s Rock Rally 2006 is het snel gegaan voor The Black Box Revelation. Hun single “Kill for Peace (& Peace Will Die)” van de ‘Introducing EP’ en het nummer ‘Fighting with the Truth’ die prijkt op een compilatie van Poppunt kregen al de nodige aandacht. Drummer Van Dijck en zanger/gitarist Paternoster brachten daarna met ‘Set Your Head On Fire’ hun bejubelde debuutplaat uit waarmee ze met een pak singles heel wat airplay verdienden op Studio Brussel en waardoor ze niet uit De Afrekening waren weg te slaan. Ook in de Verenigde Staten oogsten de twee jonge snaken heel wat lof, The New York Times berichtte over hen en al snel werd hun song “I Think I Like You” in het stadion van The Pittsburgh Pirates (uitkomende in The Major League Baseball) voor en na de wedstrijd gespeeld. Daarna volgden nog optredens in LA, San Francisco en New York: ‘Dollars Are Sweet, They Say'! In afwachting van de festivals en enkele buitenlandse concerten in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië en Zwitserland speelt The Black Box Revelation ook nog enkele uitverkochte clubconcerten in o.a. De Zwerver te Oostende, Depot te Leuven en Trix Antwerpen.

The Black Box Revelation heeft nieuwe nummers klaar en speelde die voor het eerst live tijdens hun mini-clubtournee. Beide heren staken meteen van wal met “Love, Love Is On My Mind” waarbij het drumstel van Van Dijck meteen wist waar het het volgende uur aan toe was en waarbij de raspende stem van Paternoster rauw in de strijd werd gegooid. Na het aanstekelijke “Gravity Blues” gooide het duo “Stand Your Ground” onder onze stilaan op kooktemperatuur gebrachte hersenpan. Alweer een bijzonder aanstekelijk en vet bluesrocknummer dat niks of niemand uit de weg ging! Toen de band daarna ook nog huidige single “High On A Wire” door de speakers joeg begonnen we te vrezen dat de band meteen al zijn meest krachtige vuurpijlen de zaal had ingejaagd. Niks bleek minder waar! De parel “We Never Wonder Why” lag mooi ingekapseld tussen twee nieuwe nummers waarvan eentje “Five O’Clock Turn Back The Time” werd gedoopt. Het nieuwe materiaal klinkt goed uitgewerkt en op en top Black Box Revelation: rauwe, bluesy rock’n roll zonder scrupules, makkelijk meezingbaar en doorspekt met de schijnbaar ontoonvaste stem van Paternoster. Het publiek ging helemaal uit zijn dak toen beide heren hun meesterlijke ballade “Never Alone/Always Together” inzetten, een ingetogen nummer met een bijzonder geluid dat fel gesmaakt werd door de talrijk opgekomen jonge meute. Bij song “nummer 9” kriebelden we WOW op ons papiertje. Paternoster toverde menig gitaarsolo uit zijn gitaar, nam zijn kompaan op sleeptouw, en schreeuwde vol overtuiging “You don’t have to call me by my name, I don’t want it!”. Fantastisch! Verrassend volgde dan hun catchy debuutsingle “Kill For Peace (& Peace Will Die)” met in het kielzog het sublieme, met een indrukwekkende bluesriff verheven, “I Think I Like You”. Als toegift trakteerde de band op nog twee nieuwe nummers en titeltrack “Set Your Head On Fire”, waarbij het publiek een laatste keer bij het nekvel werd genomen en naar huis werd gelaveerd.

The Black Box Revelation bracht een indrukwekkend optreden met een onwaarschijnlijk vette sound. Ondanks hun beperkte numerieke bezetting vulden zij zonder scrupules het podium en de zaal! Met The Black Box Revelation heeft ons land een eigen sterk duo zoals er in het buitenland een paar te vinden zijn: Blood Red Shoes, The Black Keys, The White Stripes of The Kills om maar enkele straffe bands te noemen. Ongetwijfeld is The Black Box Revelation, samen met de heren van Madensuyu, het sterkste wat er momenteel live te zien is in ons land! De band bewees dat ze klaar zijn voor het grote werk: de festivals (waaronder Cactusfestival en Boomtown!) en het buitenland. Er wacht hen ongetwijfeld een grote toekomst!

Organisatie: Democrazy, Gent

Les Nuits Botanique 2009: Pink Mountaintops en Sleepy Sun

Geschreven door

Stephen Mc Bean houdt het liever niet bij één bandje. Als Black Mountain kan doorgaan voor zijn eigenste Black Sabbath, dan is Pink Mountaintops zijn Velvet Underground. Terwijl hij met Black Mountain meer op een seventies spoor zit, schuilen in Pink Mountaintops de sixties.

In de Rotonde van de Botanique kwamen Pink Mountaintops hun nieuwste cd ‘Outside love’ voorstellen. In tegenstelling tot de lange groovy stukken van de eerste platen opteert de band nu meer voor songs met een kop en een staart. De set van één uur kwam wat moeilijk op dreef, Mc Bean maakte in het begin een beetje een verveelde indruk, maar naarmate de band zich meer intens in hun songs worstelde werd er heviger en meer gedreven gemusiceerd. Een sixties orgel beklemtoonde het sixties karakter van de nummers en een zwevende viool zette de VU invloeden nog sterker in de verf. Wij liepen vooral warm van de tweede helft van dit optreden toen de band volledig losgekomen was, maar vertellen er graag bij dat we Mc Bean toch liever aan the werk zien met Black Mountain, omdat die gasten op een podium een stuk meer ronken en bruisen. Wij zullen namelijk nooit vergeten wat Black Mountain anderhalf jaar geleden in de Antwerpse Trix presteerde, helemaal paf stonden wij van die heerlijk geschifte psychedelische stoner-rock. Nu was dit niet het geval, maar toch waren we getuige van een meer dan behoorlijk optreden met knappe nieuwe nummers. Een mooie afwisseling ook tussen de ingehouden songs en een paar stevige brokken opborrelende rock.

Verrassing van de avond was echter Sleepy Sun, een bende jonge gasten uit California wiens optreden we jammer genoeg voor de helft moesten missen door het pokkeweer onderweg en de vervelende Brusselse files. Maar wat we zagen en vooral hoorden was behoorlijk indrukwekkend. Psychedelische spacey blues vermengd met bedwelmende rock, ergens tussen The Doors, The Black Angels, Zen Guerilla, de Velvets (alweer) en vroege Pink Floyd. Een gedreven zanger (Jim Morrison hing in de lucht), kosmische gitaren en een handvol knappe songs zorgden voor een begeesterend totaalgeluid.
Smaakt duidelijk naar meer. Sleepy Sun, onthou die naam en zoek hun debuutplaat ‘Embrace’.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

James Yuill

Turning down water for air

Geschreven door

James Yuill is een jonge Britse singer/songwriter die invloeden haalt van de indie/popelektronica van Tunng, Postal Service, The Notwist en ons eigen Styrofoam, en het moeiteloos combineert met z’n singer/songwriterschap. We horen een ideaal evenwicht tussen deze twee sferen, van de pakkende opener “You always do” en “How could I love” tot de meer zalvende en krachtige elektronicabeats van “Head over heels”, “No surprise” en “Somehow”. Hij tracht zowel de romantische zielen als de danslustigen onder ons aan te spreken. Binnen deze afwisselende aanpak vormt “This sweet love” één van de hoogtepunten: dromerig, prikkelend en fris sprankelend.
James Yuill is een man van vele kunstjes, die een perfecte samensmelting zocht tussen singer/songwriting en een clubsfeer op deze tweede plaat.

The Hickey Underworld

The Hickey Underworld

Geschreven door

Het Antwerpse The Hickey Underworld won in 2006 net vòòr The Black Box Revelation de Humo’s Rock Rally. The BBR gaan al een mooie toekomst tegemoet, maar het ziet ernaar uit dat dit kwartet hen langzaam achterna gaat. Na lang zwoegen hebben ze nu ook hun debuut uit. De titelloze cd klinkt hard rockend, rauw en verwoestend. De tien nummers klinken stevig, scherp en venijnig . Ze krijgen zelfs een stevige scheut grunge en noise. Luister maar eens naar “Sick of boys”, “Zorydan”, “Mystery bruise” en “Flamencorpse”. Ze klinken spannend en geweldig door de krachtige hooks en de diverse snedige tempowisselingen, ondersteund door een felle schreeuwzang.
”Blonde fire” en “Blue world order” zijn op hun beurt meer aanstekelijk en broeierig. Binnen dit concept is de alom bekende single “ Future words”(die de cd lang vòòr ging) de meest poppy.
De groep heeft met dit hevig, intens overdonderend debuut een plaat uit met internationale uitstraling!

Green Day

21st Century Breakdown

Geschreven door

Vijf jaar na ‘American Idiot’ is het Amerikaanse punkrocktrio Green Day, onder Billie Joe Armstrong, er terug als vanouds bij en bewijzen twintig jaar na ontstaan, dat ze nog steeds in de running zijn; ze behouden de punkpop een fris, levendig, eigentijds en jeugdig gezicht met hun ‘to the point’, melodieus opbouwende rock en meezingbare refreinen: catchy, vaardig en gedreven. 18 songs vinden we terug, die ‘oude’ bands als The Offspring, Rancid en reeds teloorgegane Blink 182 en Sum 41 het nakijken geven. En jonge bands mogen opkijken naar deze ‘dolle’ veertigers …
De meeste songs liggen in dezelfde lijn als hun snedige single”Know your enemy”, maar af en toe gaat men richting melige ballad, “Last night on earth” en “21 guns”, “Restless heart syndrome” begint op dezelfde wijze, maar al gauw wordt het overstelpt door de 1-2-3 gitaar, een opzwepende bas en drums; een country inslag horen we dan op “Peacemaker” en “Viva la gloria (little girl)”. Het zorgt voor een gepaste variatie op dit album. “American Eulogy”, dat in twee stukken is onderverdeeld, verwijst naar de punkrockopera van de vorige cd.
Dit is Muzikaal Speelplezier en Entertainment vol Emotie. Puik werk van deze gasten.

Sons Of Seasons

Gods Of Vermin

Geschreven door

We schrijven 2007. Oliver Palotai, Daniel Schild en Luca Princiotta waren leden van Blaze, de band rond voormalig Iron Maiden zanger Blaze Bayley. Omdat ze niet akkoord waren met de beslissingen van Blaze zijn nieuw management, verlieten ze de band. En dan besloot Oliver Palotai om Sons Of Seasons op te richten, samen met zijn twee collega's van bij Blaze. Niet veel later werden ze vervoegd door bassist Jürgen Steinmetz. Oorspronkelijk ging Tijs Vanneste van Oceans Of Sadness de zang voor zijn rekening nemen, maar dit ging niet door vanwege zijn tourschema. Dus hebben ze het klusje laten doen door Henning Basse.
Tot zover een korte biografie van deze nieuwe Symphonic Power Metalband die onlangs een debuut heeft uitgebracht in de vorm van ‘Gods Of Vermin’. Dit is een band met een goede zang en deftige solo's. Maar de muziek zelf, ik vind er eigenlijk niet zo veel aan. Het is wel goed uitgevoerde Symphonic Power Metal. Maar alles klinkt wat te middelmatig, te gewoontjes. Het zijn nummers die niet blijven hangen, die het ene oor in gaan en het andere oor weer uit gaan (bij wijze van spreken). Men probeerde het niveau nog wat op te krikken door Simone Simons, die tevens de verloofde is van voorgenoemde Oliver Palotai, wat gastbijdrages te laten leveren. Akkoord, “Wintersmith” klinkt wel een stuk aardiger zo. Maar ondanks dit ben ik nog steeds niet overtuigd van dit album en van de muziek van Sons Of Seasons. Nergens verrassingen, nergens iets wat opvalt tussen de andere nummers. Kortom, een album zoals er ongetwijfeld nog veel zijn.

Hans Teeuwen

Hans Teeuwen: muzikaal vakmanschap

Geschreven door

Een uitverkochte Ancienne Belgique was getuige van een meer dan degelijk concert van Hans Teeuwen, een Nederlander die als cabaretier hoge toppen scheerde en zo’n anderhalf jaar geleden besloot om het over een andere boeg te gooien. De nogal ingrijpende carrièreswitch bracht hem nu dus (in uitgesteld relais want het concert stond oorspronkelijk enkele maanden vroeger gepland) op het hoofdpodium van één van onze meest gerenommeerde concertzalen, een stunt die weinig debuterende zangers hem ooit voordeden. Uiteraard teert hij op de naam die hij als humorist gemaakt heeft, maar bij deze kunnen we al verklappen dat we mogen concluderen dat hij die plaats ook zuiver op zijn muzikale merites verdient.

Teeuwen werd bijgestaan door vijf uitstekende muzikanten die elk de gelegenheid kregen om te etaleren dat ze excelleerden in zowel het samenspelen als het soleren. Meestal gedroeg hyperkinetische Hans zich als een volleerde ‘jazz-crooner’, hij heeft immers het geluk om van nature begiftigd te zijn met stembanden die zich perfect lenen tot het repertoire dat o.a. Cole Porter, Duke Ellington en de Gershwin-broers componeerden. Naar het einde van de reguliere set toe mocht het enthousiaste publiek ook genieten van een portie ‘raw & funky soul’ (“I got a woman” en “Route 66”). In de bissen werd er dan weer geswingd van Brussel tot New Orleans. Ook de eigen nummers konden tijdens de bisronde op veel bijval rekenen, de fans van ’s mans comedy-oeuvre konden zich laven aan een stomende versie van het hilarische “Snelkookpan”. De Engelstalige varianten op poëtische ontboezemingen als “Snelkookpan, vrouwen met een dikke kop, daar hou ik niet zo van” toonden aan dat gekke Hans dezer dagen ook met gemak zijn weg vindt in de Britse comedy-scene.
Het was duidelijk dat Teeuwen er van het begin af zin in had en hoopte dat de Belgen zich lieten meedrijven. Voor de gezelligheid liet hij op het podium volop sigaretten en drank (bier en whiskey) aanrukken, iets wat de amusementswaarde zodanig verhoogde dat hij vaak met zichzelf geen blijf meer wist. Terwijl men van vele jazz-concerten optimaal kan genieten met de ogen dicht (wegens gebracht door statische droogstoppels), konden de toeschouwers hun ogen voortdurend de kost geven. Teeuwen lijkt akelig goed op Nick Cave (zowel qua fysiek als qua motoriek) maar is veel extremer in de manier waarop hij zich van lijf en leden bedient. Ome Nick behoudt steeds enige sérieux hetgeen van Hans niet gezegd kan worden want deze laatste huppelt rond alsof hij ons een inkijk wil bieden in het ganse door hem bestreken gamma van ‘silly walks’.

Hans Teeuwen beschikt ontegensprekelijk over de ‘cool’ van de crooners maar is dus veel uitbundiger dan archetypische voorvaderen als Frank Sinatra. Muzikaal zal vrolijke Hans nooit zo vernieuwend zijn als hij op het vlak van cabaret is (was?). Als er echter iets is wat die ene avond in de Ancienne Belgique duidelijk maakte, dan is het wel dat zijn muzikaal vakmanschap de evenknie vormt van het metier dat hij als humorist verworven heeft. Wie ons niet gelooft en wie te laat was voor een ticket, verwijzen we bij deze door naar de “Hans Teeuwen Zingt”-DVD (de setlist van het daarop geregistreerde optreden komt trouwens volledig overeen met hetgeen hij in Brussel bracht).

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

65daysofstatic

65daysofstatic: verzwolgen door intensiteit van een energieke ‘test’show

Geschreven door

65daysofstatic bracht onlangs ‘Escape From New York’ uit, een liveplaat annex tour-DVD. Het werkstuk kan beschouwd worden als een zoethoudertje voor een nieuw op te nemen plaat in de nabije toekomst. Na het succes van ‘The Fall of Math’ en ‘One Time For All Times’ en het ietwat teleurstellende ‘The Destruction Of Small Ideas’ was er bij de band twijfel ontstaan over welke richting ze met hun muziek uit moesten. In Le Grand Mix was er echter maar weinig van die (stilaan wegebbende?) twijfel te merken: de groep bracht een fabuleus concert met vooral heel veel nieuw materiaal en enkele onverwoestbare oude nummers van op hun eerste 2 albums.

65days heeft het op hun tourdagboek over een ‘test-tour’. De playlist bij de geluidsmixer gaf dan ook niet al te veel geheimen prijs: verder dan wat werktitels (lees: initialen als PF, PX3, WK4) kwamen we niet. Wat het geluid betreft kunnen we wel iets meer duidelijkheid scheppen: 65daysofstatic breekt allesbehalve met het door samples doorspekt hardere gitaar- en drumwerk! Ook de complexe ritmische structuren met zin voor perfectie blijven de band meer dan kenmerken. De groep is ontegensprekelijk wel iets meer richting elektronica en een dansbaar geluid met minder maatwisselingen gaan aanleunen. Frontman Paul Wolinski moedigde ongeveer halfweg de set het publiek zelfs aan om te dansen. Het was dan ook opvallend welke dansbare - bijna drum'n'bass - geluiden 65days uit de instrumenten wist te schudden. Je had als toeschouwer de keuze om mee te bewegen in de door de band voortgebrachte energie of om met verstomming als aan de grond genageld te genieten van tot wat deze band in staat is. Ondermeer het fantastische “Radio Protector” (die pianolijn!) en “Retreat! Retreat!” zetten de kers helemaal op de niet te versmaden taart.

65daysofstatic maakte met veel zweet en energie zijn reputatie van ijzersterke liveband meer dan waar. Het nieuw ingeslagen pad klinkt alvast bijzonder veelbelovend. De groep is en blijft een echte aanrader om live te aanschouwen, wat de komende maanden kan op Dour en het Cactusfestival.

Support van dienst was Casse-Brique uit Brussel. De band haalde de mosterd bij Shellac, maar deed evengoed aan Battles denken.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Les Nuits Botanique 2009: Metronomy, We Are Wolves, Naive New Beaters

Geschreven door

Een avondje electro’clashende’ pop van drie voorname exponenten van strak om het lijf hangende electrodancerock: Naive New Beaters, We Are Wolves en Metronomy, waarvan het Canadese We Are Wolves het haalde op punten…Tja, niet voor niks had de organisatie al een Nuits Quebec geprogrammeerd in één van de zaaltjes om de Canadese pop te duiden …Er leeft daar duidelijk wat …

Het Frans-Amerikaanse Naive New Beaters trok alle registers open met aanstekelijke beats, vibes, nu rave, hiphop, indierockende gitaarloop en opzwepende raps. Hun debuut verschijnt eerstdaags. Plaats bands als Klaxons, The Rapture en Friendly Fires binnen hun stijl en je hebt als uitkomst deze jonge Fransen …

Het Canadese We Are Wolves is één van de hippe bands voor de toekomst. Ze zijn toe aan hun derde cd. ‘Nous Sommes Loupes’ houden de electropop erg boeiend. Eerst hoorden we invloeden van uit de Electronic Body hoek van ‘80’s Front 242 en Neon Judgement, dan hadden we een strakkere electro aanpak in een rockconcept, en tot slot kregen we bruisende postpunk met krachtige synthbeats. Gracieus besloten ze met “Magique”, gelaagd aan het dreunende Suicide onder een declamerende zang en vocoder vocals. Alternatief toegankelijk. Het trio zijn ook fervente kunstliefhebbers, hetgeen te zien was in hun performance, plus dat ze een soort ‘vliegenmepperend’ hoofddeksel droegen …

We maakten kennis met het Britse Metronomy als support van Bloc Party, anderhalf jaar terug. Ze traden aan in een bijna totaal nieuwe bezetting. Ze zijn uitgebreid tot een kwartet en na het vertrek van één van de elektrotechneuten zijn ze nu geëvolueerd tot een volwaardige live band. Een voller geluid hoorden we, waarbij de elektronica en laptopsounds wat op het achterplan zijn geraakt. Heerlijk frisse indie-elektronica, die aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. We zagen dansende eerste rijen en heupwiegende fans op “Heart rate rapid” en “Holiday”. “Radio Ladio” en “A thing for me” benaderden de sfeervolle, hartverwarmende pop van het kwartet en ze verhoogden het tempo opnieuw met “Heart breaker” en “What do I do now, overstelpt met Kraftwerk synths.
Met ”The end of U2” en “On danceflooors” trok het kwartet de kaart van groovy, pompende dance, die samen met “You could easily have me” in de bis grootse dancefloorkillers waren. Ze werden heel sterk onthaald. En btw onze Franstalige vrienden zijn er hevig fan.

We Are Wolves haalde het op variëteit en originaliteit, Metronomy op toegankelijkheid en dance.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Pagina 460 van 499