logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15613 Items)

Milow

Sfeerrijke Milow klaar voor Europese zomer

Geschreven door

Milow is back. Back in Belgium. Want de voorbije maanden tourde hij in Nederland en Duitsland. Met succes. Of net door het succes. Van zijn 50 Cent cover “Ayo Technology” vooral dat hij van een pornosong omturnde tot een melancholische meezinger. Het legde hem geen windeieren, want alles wat hij hier in de Benelux aanraakt verandert in goud. De AB-concerten van Jonathan Vandenbroeck (27) zijn al weken uitverkocht. En terecht ! Dat merkten we in een in alle opzichten warme Vooruit.
,Het is vijf maand en elf dagen geleden dat we nog eens in België stonden en het voelt goed’, opende hij glimlachend zijn gig in de Gentse Vooruit. Indrukwekkend hoe hij en zijn band het podium en de zaal beheersten en begeesterden. Een gevarieerde set, met af en toe wat rock ‘n’ roll, maar vooral serene en knap gedragen luistersongs die je een goed gevoel bezorgden.
‘I don`t know if Neil Young would love these songs’, liet hij zich ontvallen. Weten we ook niet, maar het zou wel kunnen aangeslagen hebben bij één van zijn idolen. De Young-invloeden zijn er, net als die van Springsteen bij momenten. En van Van Morrison, Leonard Cohen, Bob Dylan, the Beatles en Jackson Browne, de klassiekers zeg maar. “Brown Eyed girl” werd een leuke toevoeger aan zijn “Canada”-song, zijn vierde van de avond toen. Klassiekers schreven we, maar Milow klinkt o zo 21e eeuws en heeft duidelijk meer in zijn mars dan het poppygehalte dat we – ja we zijn eerlijk – hadden verwacht.
Het publiek zat de hele tijd niét te wachten op zijn grote hits “Technology” en “You don’t know”. Hij boeide, met een genot van een podiumbeest, en brieste naar het einde van de reguliere set zelfs tot tweemaal toe voor zijn microstandaard, de zaal tot in de botten ophitsend.
Zwaar wereldverbeterend zijn Milows teksten niet, al refereerde hij met “Stephanie” wel naar de moord op het meisje in Mechelen in 2005.  Hij nam zijn tijd voor bindteksten en al geraakte hij er soms zelf wat in verstrikt, het bleef uitnodigend. Maar vooral muzikaal zat het prima in elkaar. Tot in de details van een kerkorgeltje bij “The Priest”.
En met Nina Babet wist Vandenbroeck ook een evenwaardige zingpartner te strikken. Het concert had en Milow heeft haar nodig. Ze draagt op de fijne momenten het geheel mee en af en toe neemt ze zelfs de bovenhand, leidt de man uit Leuven zachtjes en sensueel (en sterk wilder op “One of it”) mee in de paring der muzieknoten.
Voor het onvermijdelijke “Technology”  liet hij de zaal sfeerrijk lichtjes opsteken en het werd (bijna uiteraard) lekker lang uitgesponnen zonder dat het verveelde of langgerekt leek.  Met You don’t know als afsluiter – zachtjes afzwakkend om dan uptempo te eindigen - liet hij zijn fans vanzelfsprekend hunkeren naar meer.
En die bissessie wordt een voltreffer op Folk Dranouter deze zomer. Een akoestische set ‘pur sang’ met één microfoon en de hele band – zelfs op afstand  - erom heen geposteerd. Mooi, innig en grappig want Jasper Hautekiet – de lokale Gentse held aan de contrabas toen – kreeg zonder het te beseffen het hele publiek achter zich. Straatmuzikanten, zo leek het wel met een schitterende versie van “Dreams and Renegades” als slotakkoord met voor ieder bandlid een vooraanstaande en afzonderlijke rol. Voorwaar een gevarieerd  en bevlogen concertje om in te lijsten.  Klaar voor de grote Europese doorbraak, want deze zomer trekt hij verder Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland in.

Support Douglas Firs: Schattig onbeholpen talent
Douglas Firs  (Gertjan Van Hellemont ) – na Selah Sue een  nieuwe ontdekking van Milow – mocht de Vooruit opwarmen. Een heel stemvaste jonge singer-songwriter die dat met verve deed, al waren enkel de eerste tien rijen van de zaal beleefd genoeg om te luisteren. En het loonde de moeite. Hij zwierf van akoestische gitaar over piano (“Childhood fevers”) naar elektrische gitaar (“Dirty Dog”). Zalig onbeholpen wel, maar onschuldig goed in wat hij deed. Schattig zelfs. Al zal hij dat zelf wellicht niet zo’n leuk compliment vinden.

Playlist Milow
1. The Ride. 2. Stepping Stone. 3. Until the morning comes. 4. Canada. 5. Darkness Ahead and Behind. 6. Stephanie. 7. One of it. 8. Out of my hands. 9. The Priest. 10. Ayo Technology. 11. Born in the eighties. 12. You don’t know. Bis 1. This city is on my side. Bis 2. House by the creek. Bis 3. Dreams and Renegades.
Playlist Douglas Firs
1. I will let you down. 2. Apple. 3. Cocainemurder. 4. Love you now. 5. Childhood Fevers. 6. Dirty dog. 7. Baby Jack

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

George Thorogood & The Destroyers

George Thorogood & The Destroyers: Eén formule: Rocken!

Geschreven door

Er zijn nog zekerheden in het leven. Je kan er je huis op verwedden dat een concert van George Thorogood & The Destroyers nooit zal tegenvallen. Waarom ? Klasse en jarenlange ervaring in de rock’n’roll business is het antwoord. Natuurlijk is alles zeer voorspelbaar en daardoor weinig verrassend (wie op voorhand een setlist durfde samenstellen zat er geen vijf nummers naast). So what ? Iedereen is hierheen gekomen voor een portie potige rock’n’roll, niet voor de nieuwste experimentele trendy geluidjes. En het publiek kreeg wat het wilde, strakke rock en blues, waarvan de wortels bij John Lee Hooker, Howlin’ Wolf en vooral Bo Diddley liggen, door George en zijn Destroyers voorzien van een extra pak elektriciteit.

Thorogood, die er op zijn 58 ste nog behoorlijk vitaal uitziet, is in tegenstelling tot het beeld van bad guy en dronkelap die hij in zijn songs opvoert een echte professional, en een ervaren entertainer ook. Het publiek ophitsen kan hij als geen ander en ook al is het allemaal een beetje te Amerikaans, hij komt er mee weg. Op het podium is hij duidelijk de baas maar is er zich terdege van bewust dat er een ijzersterke band achter hem staat. The Destroyers zijn ervaren rotten die hun boss al jaren hondstrouw volgen en die op vandaag nog altijd de pan uit swingen. Typerend voor het Destroyers geluid is steeds die swingende sax die lekker doorheen de nummers rolt, onmisbaar en ongeëvenaard. Thorogood zelf steelt natuurlijk de show met zijn vlijmscherp rockende gitaar, doch achter hem heeft hij met Jim Suhler ook nog een begenadigd gitarist staan, die zich weliswaar moet inhouden in functie van de baas (we hebben die kerel ooit in Peer nog met zijn eigen band bezig gezien en geloof ons vrij, ’t was behoorlijk indrukwekkend).
De band speelde naar goede gewoonte een verzameling van hun beste songs als de Bo Diddley klassieker “Who do you love”, de ultieme krakers “Bad to the bone” (een gemene motherfucker van een song, hier nog maar eens een beresterk hoogtepunt), “I drink alone” , “Move it on over”, “Night time” en natuurlijk de onvermijdelijke John Lee Hooker boogie “One bourbon, one scotch, one beer”, een song die inmiddels een statement geworden is voor het imago van de band. De drive en het tempo zaten gans het optreden strak in hun vel, er waren geen storende lange solo’s of uitgesponnen songs, alleen maar bruisende rock’n’roll en stomende boogie, anderhalf uur lang. De groep beloonde een uitverkochte AB (voor een groot deel gevuld met ouwe rockers met gezonde bierbuiken) op een splijtend en wervelend slot met “Madison blues”, nog zo een klassieker van het eerste uur. U ziet het, weinig of geen nieuwe songs, geen kat die daar om maalde want niemand was daarvoor gekomen.

George Thorogood & The Destroyers waren in de AB nergens verrassend, maar altijd fantastisch, energiek en barstend van de klasse. Kortom, een band die zonder omwegen doet waar ze het best in zijn : Rocken !

Met het jonge gitaartalent Scott MC Keon (UK) was de avond al op een aangename manier ingezet. Mc Keon en zijn band (trio) speelden bij vlagen felle blues en rock met een swingend soul-en funkrandje en meerdere fijne gitaarhoogstandjes (denk even in de richting van Chris Duarte en Rorry Gallagher). Wij hoorden een handvol sterke songs en verwachten dat we in de komende jaren hier nog zullen van horen.

Organisatie: Live Nation

Les Nuits Botanique 2009: Bat For Lashes: volwassen talent en overtuigende live act

Geschreven door

Het concert van het Britse Bat For Lashes (Brighton), onder de bevallige Natasha Khan (Britse van Pakistaanse afkomst) was al maanden uitverkocht en werd ‘last instant’ verplaatst van de pittoreske Rotonde naar de Orangerie; de sombere, dreigende, etherische gothic folkpop kwam daar evenzeer tot z’n recht. Een mediahype ontwikkelde zich door haar podiumprésence, extravagante outfits en haar prijzige sets met o.a. Radiohead. Ze weet met de nieuwe tweede cd ‘Two suns’ en de single “Daniel” het grote publiek aan te spreken.

We merkten vanavond – gelukkig - minder pose, maar een dame die vorm en inhoud bracht aan haar materiaal en samen met bassiste Charlotte Hatherley (van Ash), drumster Sarah Jones en (?) Ben Christophers (elektronica/toetsen) een hecht klinkende band vormde.
Ze nestelde zich met gemak tussen Kate Bush, Tori Amos, Goldfrapp, Björk en Anne Clark. Ze riep de breekbare pop op van bands van Elisabeth Frazer (Cocteau Twins), Alison Shaw (The Cranes), Lamb (Louise Rhodes) en combineerde het met de rock en roots van PJ Harvey, Joan Wasser (Joan as Police Woman) en Cat Power. Ze leek de verpersoonlijking wel van Toni Halliday (Curve, tja, waar is de tijd!) en oversteeg probleemloos ‘de lookalikes’ van de Evanescences (Amy Lee) en Within Temptations (Sharon den Adel).
Natasha Khna is een opkomend talent die muzikaal beheerst te werk ging op toetsen, piano en gitaar en kon variëren in haar stem, van een lichthese, zachte naar een hoge zang of naar een dwingende voordracht.
Haar innemende, sombere soms dreigende songs kregen elan in het decor van een knusse huiskamer: er stonden beeldjes, een opgezette hertenkop en nachtlampjes op het podium en er lagen doeken van afgebeelde wolven aan de synths. Niks bleek aan het toeval overgelaten … We hoorden een duidelijke afwisseling in toetsen, piano, een diepe bas en synthbeats, waarbij vooral de doffe, apocalyptische drumroffels en de prikkelende elektronica meer ruimte kregen, zonder dat haar belangvolle vocals werden weggedrukt. Bijna alle songs van de recente plaat werden gespeeld: een donker en traag slepende “Glass”, het lichtvoetig duistere “Siren song” met Indiase invloeden (dankzij Yeasayer op plaat) en de dromerige ballads “Travelling woman” en “Peace of mind”. “Horse and I” kreeg zeggingskracht door clavecimbel en de stemmenpracht van de dames. “Sleep alone” klonk krachtiger door de synthbeats en de ‘80’s wave; samen met de oudjes “Tahiti” en “What’s a girl to do” was dit het meest groovy nummer. Een traditionele aanpak hoorden we dan op “Sarah” en een dreunende, repeterende bas bepaalde “The wizard”.
Overtuigend vuurde ze haar korte, bedwelmende en betoverende liedjes op haar publiek af, wat een warm onthaal opleverde en haar duidelijk wist te ontroeren.
En ook de bis was om van te snoepen: “Prescilla” en “Moon & Moon” waren prachtige pianoballads, op het intense “Good love” experimenteerde ze met haar vocals en op het dynamische “Two planets” maakte ze zelfs een soort regendansje. Tot slot speelde ze een tweede keer haar doorbraaksingle “Daniel” in een ‘radio edit version’, met een basrifje dat vervaarlijk aan Pixies’ “Monkey gone to heaven” deed denken. Al vroeg in de set had ze er een uitgekleede versie op nagehouden, bepaald door een sobere elektronicatoets, zachte beats, en gedragen door – opnieuw - de vrouwelijke stemmenpracht.

De sombere zweverigheid van Bat For Lashes wist ons te raken: een volwassen talent, twee puike platen, een goed op elkaar ingespeelde band en een overtuigende live act!

Organisatie . Botanique Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Bat For Lashes

Bat For Lashes: volwassen talent en overtuigende live act (Les Nuits Botanque 2009)

Geschreven door

Het concert van het Britse Bat For Lashes (Brighton), onder de bevallige Natasha Khan (Britse van Pakistaanse afkomst) was al maanden uitverkocht en werd ‘last instant’ verplaatst van de pittoreske Rotonde naar de Orangerie; de sombere, dreigende, etherische gothic folkpop kwam daar evenzeer tot z’n recht. Een mediahype ontwikkelde zich door haar podiumprésence, extravagante outfits en haar prijzige sets met o.a. Radiohead. Ze weet met de nieuwe tweede cd ‘Two suns’ en de single “Daniel” het grote publiek aan te spreken.

We merkten vanavond – gelukkig - minder pose, maar een dame die vorm en inhoud bracht aan haar materiaal en samen met bassiste Charlotte Hatherley (van Ash), drumster Sarah Jones en (?) Ben Christophers (elektronica/toetsen) een hecht klinkende band vormde.
Ze nestelde zich met gemak tussen Kate Bush, Tori Amos, Goldfrapp, Björk en Anne Clark. Ze riep de breekbare pop op van bands van Elisabeth Frazer (Cocteau Twins), Alison Shaw (The Cranes), Lamb (Louise Rhodes) en combineerde het met de rock en roots van PJ Harvey, Joan Wasser (Joan as Police Woman) en Cat Power. Ze leek de verpersoonlijking wel van Toni Halliday (Curve, tja, waar is de tijd!) en oversteeg probleemloos ‘de lookalikes’ van de Evanescences (Amy Lee) en Within Temptations (Sharon den Adel).
Natasha Khna is een opkomend talent die muzikaal beheerst te werk ging op toetsen, piano en gitaar en kon variëren in haar stem, van een lichthese, zachte naar een hoge zang of naar een dwingende voordracht.
Haar innemende, sombere soms dreigende songs kregen elan in het decor van een knusse huiskamer: er stonden beeldjes, een opgezette hertenkop en nachtlampjes op het podium en er lagen doeken van afgebeelde wolven aan de synths. Niks bleek aan het toeval overgelaten … We hoorden een duidelijke afwisseling in toetsen, piano, een diepe bas en synthbeats, waarbij vooral de doffe, apocalyptische drumroffels en de prikkelende elektronica meer ruimte kregen, zonder dat haar belangvolle vocals werden weggedrukt. Bijna alle songs van de recente plaat werden gespeeld: een donker en traag slepende “Glass”, het lichtvoetig duistere “Siren song” met Indiase invloeden (dankzij Yeasayer op plaat) en de dromerige ballads “Travelling woman” en “Peace of mind”. “Horse and I” kreeg zeggingskracht door clavecimbel en de stemmenpracht van de dames. “Sleep alone” klonk krachtiger door de synthbeats en de ‘80’s wave; samen met de oudjes “Tahiti” en “What’s a girl to do” was dit het meest groovy nummer. Een traditionele aanpak hoorden we dan op “Sarah” en een dreunende, repeterende bas bepaalde “The wizard”.
Overtuigend vuurde ze haar korte, bedwelmende en betoverende liedjes op haar publiek af, wat een warm onthaal opleverde en haar duidelijk wist te ontroeren.
En ook de bis was om van te snoepen: “Prescilla” en “Moon & Moon” waren prachtige pianoballads, op het intense “Good love” experimenteerde ze met haar vocals en op het dynamische “Two planets” maakte ze zelfs een soort regendansje. Tot slot speelde ze een tweede keer haar doorbraaksingle “Daniel” in een ‘radio edit version’, met een basrifje dat vervaarlijk aan Pixies’ “Monkey gone to heaven” deed denken. Al vroeg in de set had ze er een uitgekleede versie op nagehouden, bepaald door een sobere elektronicatoets, zachte beats, en gedragen door – opnieuw - de vrouwelijke stemmenpracht.

De sombere zweverigheid van Bat For Lashes wist ons te raken: een volwassen talent, twee puike platen, een goed op elkaar ingespeelde band en een overtuigende live act!

Organisatie . Botanique Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Les Nuits Botanique 2009: Pink Mountaintops en Sleepy Sun

Geschreven door

Stephen Mc Bean houdt het liever niet bij één bandje. Als Black Mountain kan doorgaan voor zijn eigenste Black Sabbath, dan is Pink Mountaintops zijn Velvet Underground. Terwijl hij met Black Mountain meer op een seventies spoor zit, schuilen in Pink Mountaintops de sixties.

In de Rotonde van de Botanique kwamen Pink Mountaintops hun nieuwste cd ‘Outside love’ voorstellen. In tegenstelling tot de lange groovy stukken van de eerste platen opteert de band nu meer voor songs met een kop en een staart. De set van één uur kwam wat moeilijk op dreef, Mc Bean maakte in het begin een beetje een verveelde indruk, maar naarmate de band zich meer intens in hun songs worstelde werd er heviger en meer gedreven gemusiceerd. Een sixties orgel beklemtoonde het sixties karakter van de nummers en een zwevende viool zette de VU invloeden nog sterker in de verf. Wij liepen vooral warm van de tweede helft van dit optreden toen de band volledig losgekomen was, maar vertellen er graag bij dat we Mc Bean toch liever aan the werk zien met Black Mountain, omdat die gasten op een podium een stuk meer ronken en bruisen. Wij zullen namelijk nooit vergeten wat Black Mountain anderhalf jaar geleden in de Antwerpse Trix presteerde, helemaal paf stonden wij van die heerlijk geschifte psychedelische stoner-rock. Nu was dit niet het geval, maar toch waren we getuige van een meer dan behoorlijk optreden met knappe nieuwe nummers. Een mooie afwisseling ook tussen de ingehouden songs en een paar stevige brokken opborrelende rock.

Verrassing van de avond was echter Sleepy Sun, een bende jonge gasten uit California wiens optreden we jammer genoeg voor de helft moesten missen door het pokkeweer onderweg en de vervelende Brusselse files. Maar wat we zagen en vooral hoorden was behoorlijk indrukwekkend. Psychedelische spacey blues vermengd met bedwelmende rock, ergens tussen The Doors, The Black Angels, Zen Guerilla, de Velvets (alweer) en vroege Pink Floyd. Een gedreven zanger (Jim Morrison hing in de lucht), kosmische gitaren en een handvol knappe songs zorgden voor een begeesterend totaalgeluid.
Smaakt duidelijk naar meer. Sleepy Sun, onthou die naam en zoek hun debuutplaat ‘Embrace’.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation: klaar voor de rest van de wereld

Geschreven door

Na hun tweede plaats, na winnaar The Hickey Underworld, op Humo’s Rock Rally 2006 is het snel gegaan voor The Black Box Revelation. Hun single “Kill for Peace (& Peace Will Die)” van de ‘Introducing EP’ en het nummer ‘Fighting with the Truth’ die prijkt op een compilatie van Poppunt kregen al de nodige aandacht. Drummer Van Dijck en zanger/gitarist Paternoster brachten daarna met ‘Set Your Head On Fire’ hun bejubelde debuutplaat uit waarmee ze met een pak singles heel wat airplay verdienden op Studio Brussel en waardoor ze niet uit De Afrekening waren weg te slaan. Ook in de Verenigde Staten oogsten de twee jonge snaken heel wat lof, The New York Times berichtte over hen en al snel werd hun song “I Think I Like You” in het stadion van The Pittsburgh Pirates (uitkomende in The Major League Baseball) voor en na de wedstrijd gespeeld. Daarna volgden nog optredens in LA, San Francisco en New York: ‘Dollars Are Sweet, They Say'! In afwachting van de festivals en enkele buitenlandse concerten in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië en Zwitserland speelt The Black Box Revelation ook nog enkele uitverkochte clubconcerten in o.a. De Zwerver te Oostende, Depot te Leuven en Trix Antwerpen.

The Black Box Revelation heeft nieuwe nummers klaar en speelde die voor het eerst live tijdens hun mini-clubtournee. Beide heren staken meteen van wal met “Love, Love Is On My Mind” waarbij het drumstel van Van Dijck meteen wist waar het het volgende uur aan toe was en waarbij de raspende stem van Paternoster rauw in de strijd werd gegooid. Na het aanstekelijke “Gravity Blues” gooide het duo “Stand Your Ground” onder onze stilaan op kooktemperatuur gebrachte hersenpan. Alweer een bijzonder aanstekelijk en vet bluesrocknummer dat niks of niemand uit de weg ging! Toen de band daarna ook nog huidige single “High On A Wire” door de speakers joeg begonnen we te vrezen dat de band meteen al zijn meest krachtige vuurpijlen de zaal had ingejaagd. Niks bleek minder waar! De parel “We Never Wonder Why” lag mooi ingekapseld tussen twee nieuwe nummers waarvan eentje “Five O’Clock Turn Back The Time” werd gedoopt. Het nieuwe materiaal klinkt goed uitgewerkt en op en top Black Box Revelation: rauwe, bluesy rock’n roll zonder scrupules, makkelijk meezingbaar en doorspekt met de schijnbaar ontoonvaste stem van Paternoster. Het publiek ging helemaal uit zijn dak toen beide heren hun meesterlijke ballade “Never Alone/Always Together” inzetten, een ingetogen nummer met een bijzonder geluid dat fel gesmaakt werd door de talrijk opgekomen jonge meute. Bij song “nummer 9” kriebelden we WOW op ons papiertje. Paternoster toverde menig gitaarsolo uit zijn gitaar, nam zijn kompaan op sleeptouw, en schreeuwde vol overtuiging “You don’t have to call me by my name, I don’t want it!”. Fantastisch! Verrassend volgde dan hun catchy debuutsingle “Kill For Peace (& Peace Will Die)” met in het kielzog het sublieme, met een indrukwekkende bluesriff verheven, “I Think I Like You”. Als toegift trakteerde de band op nog twee nieuwe nummers en titeltrack “Set Your Head On Fire”, waarbij het publiek een laatste keer bij het nekvel werd genomen en naar huis werd gelaveerd.

The Black Box Revelation bracht een indrukwekkend optreden met een onwaarschijnlijk vette sound. Ondanks hun beperkte numerieke bezetting vulden zij zonder scrupules het podium en de zaal! Met The Black Box Revelation heeft ons land een eigen sterk duo zoals er in het buitenland een paar te vinden zijn: Blood Red Shoes, The Black Keys, The White Stripes of The Kills om maar enkele straffe bands te noemen. Ongetwijfeld is The Black Box Revelation, samen met de heren van Madensuyu, het sterkste wat er momenteel live te zien is in ons land! De band bewees dat ze klaar zijn voor het grote werk: de festivals (waaronder Cactusfestival en Boomtown!) en het buitenland. Er wacht hen ongetwijfeld een grote toekomst!

Organisatie: Democrazy, Gent

Sons Of Seasons

Gods Of Vermin

Geschreven door

We schrijven 2007. Oliver Palotai, Daniel Schild en Luca Princiotta waren leden van Blaze, de band rond voormalig Iron Maiden zanger Blaze Bayley. Omdat ze niet akkoord waren met de beslissingen van Blaze zijn nieuw management, verlieten ze de band. En dan besloot Oliver Palotai om Sons Of Seasons op te richten, samen met zijn twee collega's van bij Blaze. Niet veel later werden ze vervoegd door bassist Jürgen Steinmetz. Oorspronkelijk ging Tijs Vanneste van Oceans Of Sadness de zang voor zijn rekening nemen, maar dit ging niet door vanwege zijn tourschema. Dus hebben ze het klusje laten doen door Henning Basse.
Tot zover een korte biografie van deze nieuwe Symphonic Power Metalband die onlangs een debuut heeft uitgebracht in de vorm van ‘Gods Of Vermin’. Dit is een band met een goede zang en deftige solo's. Maar de muziek zelf, ik vind er eigenlijk niet zo veel aan. Het is wel goed uitgevoerde Symphonic Power Metal. Maar alles klinkt wat te middelmatig, te gewoontjes. Het zijn nummers die niet blijven hangen, die het ene oor in gaan en het andere oor weer uit gaan (bij wijze van spreken). Men probeerde het niveau nog wat op te krikken door Simone Simons, die tevens de verloofde is van voorgenoemde Oliver Palotai, wat gastbijdrages te laten leveren. Akkoord, “Wintersmith” klinkt wel een stuk aardiger zo. Maar ondanks dit ben ik nog steeds niet overtuigd van dit album en van de muziek van Sons Of Seasons. Nergens verrassingen, nergens iets wat opvalt tussen de andere nummers. Kortom, een album zoals er ongetwijfeld nog veel zijn.

Green Day

21st Century Breakdown

Geschreven door

Vijf jaar na ‘American Idiot’ is het Amerikaanse punkrocktrio Green Day, onder Billie Joe Armstrong, er terug als vanouds bij en bewijzen twintig jaar na ontstaan, dat ze nog steeds in de running zijn; ze behouden de punkpop een fris, levendig, eigentijds en jeugdig gezicht met hun ‘to the point’, melodieus opbouwende rock en meezingbare refreinen: catchy, vaardig en gedreven. 18 songs vinden we terug, die ‘oude’ bands als The Offspring, Rancid en reeds teloorgegane Blink 182 en Sum 41 het nakijken geven. En jonge bands mogen opkijken naar deze ‘dolle’ veertigers …
De meeste songs liggen in dezelfde lijn als hun snedige single”Know your enemy”, maar af en toe gaat men richting melige ballad, “Last night on earth” en “21 guns”, “Restless heart syndrome” begint op dezelfde wijze, maar al gauw wordt het overstelpt door de 1-2-3 gitaar, een opzwepende bas en drums; een country inslag horen we dan op “Peacemaker” en “Viva la gloria (little girl)”. Het zorgt voor een gepaste variatie op dit album. “American Eulogy”, dat in twee stukken is onderverdeeld, verwijst naar de punkrockopera van de vorige cd.
Dit is Muzikaal Speelplezier en Entertainment vol Emotie. Puik werk van deze gasten.

The Hickey Underworld

The Hickey Underworld

Geschreven door

Het Antwerpse The Hickey Underworld won in 2006 net vòòr The Black Box Revelation de Humo’s Rock Rally. The BBR gaan al een mooie toekomst tegemoet, maar het ziet ernaar uit dat dit kwartet hen langzaam achterna gaat. Na lang zwoegen hebben ze nu ook hun debuut uit. De titelloze cd klinkt hard rockend, rauw en verwoestend. De tien nummers klinken stevig, scherp en venijnig . Ze krijgen zelfs een stevige scheut grunge en noise. Luister maar eens naar “Sick of boys”, “Zorydan”, “Mystery bruise” en “Flamencorpse”. Ze klinken spannend en geweldig door de krachtige hooks en de diverse snedige tempowisselingen, ondersteund door een felle schreeuwzang.
”Blonde fire” en “Blue world order” zijn op hun beurt meer aanstekelijk en broeierig. Binnen dit concept is de alom bekende single “ Future words”(die de cd lang vòòr ging) de meest poppy.
De groep heeft met dit hevig, intens overdonderend debuut een plaat uit met internationale uitstraling!

James Yuill

Turning down water for air

Geschreven door

James Yuill is een jonge Britse singer/songwriter die invloeden haalt van de indie/popelektronica van Tunng, Postal Service, The Notwist en ons eigen Styrofoam, en het moeiteloos combineert met z’n singer/songwriterschap. We horen een ideaal evenwicht tussen deze twee sferen, van de pakkende opener “You always do” en “How could I love” tot de meer zalvende en krachtige elektronicabeats van “Head over heels”, “No surprise” en “Somehow”. Hij tracht zowel de romantische zielen als de danslustigen onder ons aan te spreken. Binnen deze afwisselende aanpak vormt “This sweet love” één van de hoogtepunten: dromerig, prikkelend en fris sprankelend.
James Yuill is een man van vele kunstjes, die een perfecte samensmelting zocht tussen singer/songwriting en een clubsfeer op deze tweede plaat.

Hans Teeuwen

Hans Teeuwen: muzikaal vakmanschap

Geschreven door

Een uitverkochte Ancienne Belgique was getuige van een meer dan degelijk concert van Hans Teeuwen, een Nederlander die als cabaretier hoge toppen scheerde en zo’n anderhalf jaar geleden besloot om het over een andere boeg te gooien. De nogal ingrijpende carrièreswitch bracht hem nu dus (in uitgesteld relais want het concert stond oorspronkelijk enkele maanden vroeger gepland) op het hoofdpodium van één van onze meest gerenommeerde concertzalen, een stunt die weinig debuterende zangers hem ooit voordeden. Uiteraard teert hij op de naam die hij als humorist gemaakt heeft, maar bij deze kunnen we al verklappen dat we mogen concluderen dat hij die plaats ook zuiver op zijn muzikale merites verdient.

Teeuwen werd bijgestaan door vijf uitstekende muzikanten die elk de gelegenheid kregen om te etaleren dat ze excelleerden in zowel het samenspelen als het soleren. Meestal gedroeg hyperkinetische Hans zich als een volleerde ‘jazz-crooner’, hij heeft immers het geluk om van nature begiftigd te zijn met stembanden die zich perfect lenen tot het repertoire dat o.a. Cole Porter, Duke Ellington en de Gershwin-broers componeerden. Naar het einde van de reguliere set toe mocht het enthousiaste publiek ook genieten van een portie ‘raw & funky soul’ (“I got a woman” en “Route 66”). In de bissen werd er dan weer geswingd van Brussel tot New Orleans. Ook de eigen nummers konden tijdens de bisronde op veel bijval rekenen, de fans van ’s mans comedy-oeuvre konden zich laven aan een stomende versie van het hilarische “Snelkookpan”. De Engelstalige varianten op poëtische ontboezemingen als “Snelkookpan, vrouwen met een dikke kop, daar hou ik niet zo van” toonden aan dat gekke Hans dezer dagen ook met gemak zijn weg vindt in de Britse comedy-scene.
Het was duidelijk dat Teeuwen er van het begin af zin in had en hoopte dat de Belgen zich lieten meedrijven. Voor de gezelligheid liet hij op het podium volop sigaretten en drank (bier en whiskey) aanrukken, iets wat de amusementswaarde zodanig verhoogde dat hij vaak met zichzelf geen blijf meer wist. Terwijl men van vele jazz-concerten optimaal kan genieten met de ogen dicht (wegens gebracht door statische droogstoppels), konden de toeschouwers hun ogen voortdurend de kost geven. Teeuwen lijkt akelig goed op Nick Cave (zowel qua fysiek als qua motoriek) maar is veel extremer in de manier waarop hij zich van lijf en leden bedient. Ome Nick behoudt steeds enige sérieux hetgeen van Hans niet gezegd kan worden want deze laatste huppelt rond alsof hij ons een inkijk wil bieden in het ganse door hem bestreken gamma van ‘silly walks’.

Hans Teeuwen beschikt ontegensprekelijk over de ‘cool’ van de crooners maar is dus veel uitbundiger dan archetypische voorvaderen als Frank Sinatra. Muzikaal zal vrolijke Hans nooit zo vernieuwend zijn als hij op het vlak van cabaret is (was?). Als er echter iets is wat die ene avond in de Ancienne Belgique duidelijk maakte, dan is het wel dat zijn muzikaal vakmanschap de evenknie vormt van het metier dat hij als humorist verworven heeft. Wie ons niet gelooft en wie te laat was voor een ticket, verwijzen we bij deze door naar de “Hans Teeuwen Zingt”-DVD (de setlist van het daarop geregistreerde optreden komt trouwens volledig overeen met hetgeen hij in Brussel bracht).

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

65daysofstatic

65daysofstatic: verzwolgen door intensiteit van een energieke ‘test’show

Geschreven door

65daysofstatic bracht onlangs ‘Escape From New York’ uit, een liveplaat annex tour-DVD. Het werkstuk kan beschouwd worden als een zoethoudertje voor een nieuw op te nemen plaat in de nabije toekomst. Na het succes van ‘The Fall of Math’ en ‘One Time For All Times’ en het ietwat teleurstellende ‘The Destruction Of Small Ideas’ was er bij de band twijfel ontstaan over welke richting ze met hun muziek uit moesten. In Le Grand Mix was er echter maar weinig van die (stilaan wegebbende?) twijfel te merken: de groep bracht een fabuleus concert met vooral heel veel nieuw materiaal en enkele onverwoestbare oude nummers van op hun eerste 2 albums.

65days heeft het op hun tourdagboek over een ‘test-tour’. De playlist bij de geluidsmixer gaf dan ook niet al te veel geheimen prijs: verder dan wat werktitels (lees: initialen als PF, PX3, WK4) kwamen we niet. Wat het geluid betreft kunnen we wel iets meer duidelijkheid scheppen: 65daysofstatic breekt allesbehalve met het door samples doorspekt hardere gitaar- en drumwerk! Ook de complexe ritmische structuren met zin voor perfectie blijven de band meer dan kenmerken. De groep is ontegensprekelijk wel iets meer richting elektronica en een dansbaar geluid met minder maatwisselingen gaan aanleunen. Frontman Paul Wolinski moedigde ongeveer halfweg de set het publiek zelfs aan om te dansen. Het was dan ook opvallend welke dansbare - bijna drum'n'bass - geluiden 65days uit de instrumenten wist te schudden. Je had als toeschouwer de keuze om mee te bewegen in de door de band voortgebrachte energie of om met verstomming als aan de grond genageld te genieten van tot wat deze band in staat is. Ondermeer het fantastische “Radio Protector” (die pianolijn!) en “Retreat! Retreat!” zetten de kers helemaal op de niet te versmaden taart.

65daysofstatic maakte met veel zweet en energie zijn reputatie van ijzersterke liveband meer dan waar. Het nieuw ingeslagen pad klinkt alvast bijzonder veelbelovend. De groep is en blijft een echte aanrader om live te aanschouwen, wat de komende maanden kan op Dour en het Cactusfestival.

Support van dienst was Casse-Brique uit Brussel. De band haalde de mosterd bij Shellac, maar deed evengoed aan Battles denken.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Les Nuits Botanique 2009: We Are Wolves, Metronomy en Naive New Beaters

Geschreven door

Een avondje electro’clashende’ pop van drie voorname exponenten van strak om het lijf hangende electrodancerock: Naive New Beaters, We Are Wolves en Metronomy, waarvan het Canadese We Are Wolves het haalde op punten…Tja, niet voor niks had de organisatie al een Nuits Quebec geprogrammeerd in één van de zaaltjes om de Canadese pop te duiden …Er leeft daar duidelijk wat …

Het Frans-Amerikaanse Naive New Beaters trok alle registers open met aanstekelijke beats, vibes, nu rave, hiphop, indierockende gitaarloop en opzwepende raps. Hun debuut verschijnt eerstdaags. Plaats bands als Klaxons, The Rapture en Friendly Fires binnen hun stijl en je hebt als uitkomst deze jonge Fransen …

Het Canadese We Are Wolves is één van de hippe bands voor de toekomst. Ze zijn toe aan hun derde cd. ‘Nous Sommes Loupes’ houden de electropop erg boeiend. Eerst hoorden we invloeden van uit de Electronic Body hoek van ‘80’s Front 242 en Neon Judgement, dan hadden we een strakkere electro aanpak in een rockconcept, en tot slot kregen we bruisende postpunk met krachtige synthbeats. Gracieus besloten ze met “Magique”, gelaagd aan het dreunende Suicide onder een declamerende zang en vocoder vocals. Alternatief toegankelijk. Het trio zijn ook fervente kunstliefhebbers, hetgeen te zien was in hun performance, plus dat ze een soort ‘vliegenmepperend’ hoofddeksel droegen …

We maakten kennis met het Britse Metronomy als support van Bloc Party, anderhalf jaar terug. Ze traden aan in een bijna totaal nieuwe bezetting. Ze zijn uitgebreid tot een kwartet en na het vertrek van één van de elektrotechneuten zijn ze nu geëvolueerd tot een volwaardige live band. Een voller geluid hoorden we, waarbij de elektronica en laptopsounds wat op het achterplan zijn geraakt. Heerlijk frisse indie-elektronica, die aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. We zagen dansende eerste rijen en heupwiegende fans op “Heart rate rapid” en “Holiday”. “Radio Ladio” en “A thing for me” benaderden de sfeervolle, hartverwarmende pop van het kwartet en ze verhoogden het tempo opnieuw met “Heart breaker” en “What do I do now, overstelpt met Kraftwerk synths.
Met ”The end of U2” en “On danceflooors” trok het kwartet de kaart van groovy, pompende dance, die samen met “You could easily have me” in de bis grootse dancefloorkillers waren. Ze werden heel sterk onthaald. En btw onze Franstalige vrienden zijn er hevig fan.

We Are Wolves haalde het op variëteit en originaliteit, Metronomy op toegankelijkheid en dance.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Les Nuits Botanique 2009: Metronomy, We Are Wolves, Naive New Beaters

Geschreven door

Een avondje electro’clashende’ pop van drie voorname exponenten van strak om het lijf hangende electrodancerock: Naive New Beaters, We Are Wolves en Metronomy, waarvan het Canadese We Are Wolves het haalde op punten…Tja, niet voor niks had de organisatie al een Nuits Quebec geprogrammeerd in één van de zaaltjes om de Canadese pop te duiden …Er leeft daar duidelijk wat …

Het Frans-Amerikaanse Naive New Beaters trok alle registers open met aanstekelijke beats, vibes, nu rave, hiphop, indierockende gitaarloop en opzwepende raps. Hun debuut verschijnt eerstdaags. Plaats bands als Klaxons, The Rapture en Friendly Fires binnen hun stijl en je hebt als uitkomst deze jonge Fransen …

Het Canadese We Are Wolves is één van de hippe bands voor de toekomst. Ze zijn toe aan hun derde cd. ‘Nous Sommes Loupes’ houden de electropop erg boeiend. Eerst hoorden we invloeden van uit de Electronic Body hoek van ‘80’s Front 242 en Neon Judgement, dan hadden we een strakkere electro aanpak in een rockconcept, en tot slot kregen we bruisende postpunk met krachtige synthbeats. Gracieus besloten ze met “Magique”, gelaagd aan het dreunende Suicide onder een declamerende zang en vocoder vocals. Alternatief toegankelijk. Het trio zijn ook fervente kunstliefhebbers, hetgeen te zien was in hun performance, plus dat ze een soort ‘vliegenmepperend’ hoofddeksel droegen …

We maakten kennis met het Britse Metronomy als support van Bloc Party, anderhalf jaar terug. Ze traden aan in een bijna totaal nieuwe bezetting. Ze zijn uitgebreid tot een kwartet en na het vertrek van één van de elektrotechneuten zijn ze nu geëvolueerd tot een volwaardige live band. Een voller geluid hoorden we, waarbij de elektronica en laptopsounds wat op het achterplan zijn geraakt. Heerlijk frisse indie-elektronica, die aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. We zagen dansende eerste rijen en heupwiegende fans op “Heart rate rapid” en “Holiday”. “Radio Ladio” en “A thing for me” benaderden de sfeervolle, hartverwarmende pop van het kwartet en ze verhoogden het tempo opnieuw met “Heart breaker” en “What do I do now, overstelpt met Kraftwerk synths.
Met ”The end of U2” en “On danceflooors” trok het kwartet de kaart van groovy, pompende dance, die samen met “You could easily have me” in de bis grootse dancefloorkillers waren. Ze werden heel sterk onthaald. En btw onze Franstalige vrienden zijn er hevig fan.

We Are Wolves haalde het op variëteit en originaliteit, Metronomy op toegankelijkheid en dance.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

The Veils

The Veils: indringend, meeslepend en rootsrockend

Geschreven door

De nieuwe plaat ‘ Sun gangs’ is nog maar pas uit of daar zijn The Veils van zanger/gitarist/pianist Finn Andrews op tournee na ruim twee jaar om de plaat kracht bij te zetten. Met de twee vorige cd’s ‘The runaway found’ (‘04) en ‘Nux Vomica’ (‘06) (wereldplaat trouwens!) waren we al goed vertrouwd, maar net als het publiek, moesten we het ‘pretty new material’ nog wat over ons heen laten komen.
The Veils zijn alvast meesters in het brengen van contrasten van lieflijke, breekbare pop tot weerbarstige americana, ergens tussen Cave, 16 Horsepower, The Triffids en V.U. Uit de tracks die we al konden horen van de nieuwe plaat, moeten we terug dat sublieme evenwicht van broeierige rootsrock en meeslepende emotionaliteit en intimiteit concluderen, onder Andrews pakkende, doorleefde stem.

Ook live werd die gevarieerde aanpak beklemtoond. De groep - intussen uitgebreid met een backing vocaliste (had een maagdelijk wit kleedje aan) - trok meteen de aandacht met de bezwerende rocker “Three sisters” uit de recentste cd. Even gepassioneerd en gedreven klonk “The letter” om dan de eerste herkenbare tunes te spelen van het opbouwende “Calliope”.
In het eerste contact met z’n publiek excuseerde frontnam Andrews zich. Een hese, krakende stem en keelproblemen …. Maar geen nood, vanuit het publiek kreeg hij onmiddellijk een pint om de keel te smeren, wat hij in dank aanvaardde. Het ijs was doorbroken om het publiek in de rest van de set te betrekken.
Door Andrews intense pianospel en z’n licht klaaglijke zang was de factor gevoeligheid hoog op de indringende, sfeervolle songs “It hits deep”, “Pan” en “The house she lived in”. De dreigende emotie zetten ze met bezieling verder in pittige en frisse versies van “Advice for the young mothers to be” en “Jesus for the jugular”, net de twee meesterlijke songs van de ‘Nux Vomica’ plaat.
Ondanks de doordachte aanpak van hun nummers gaf de nonchalance waarmee Andrews sukkelde met z’n microfoon en om z’n gitaar in te pluggen, het geheel wat spontane charme. Op de afsluitende song “Larkspur” kwamen ze zelfs aardig in de buurt van de bezwerende spanning en dreiging van Woven Hand. Ze leverden knap werk af om de acht minuten sfeerschepping (surplus Andrews declamerende zangstijl deze keer) van op de plaat live te brengen.
Na een klein uur was het muzikale avontuur bijna over, maar dit was de buiten de waard gerekend dat Andrews, naast een obligate bis, waar we het sobere “Scarecrow” en de spannende rootsrockende “Nux Vomica” hoorden, begon aan een soloperformance. Hij liet de keuze aan de fans. Hij was eerder verbaasd dat nummers gevraagd werden van het debuut, maar in de onderhandelingsronde kwam het tot één nummer van elke plaat, waaronder we een prachtversie van “Livinia” en “Sun gangs”, de titelsong van de recente plaat noteerden. Het onderstreepte de vriendelijke uitstraling van de man, die meteen ook aantoonde hoe z’n songs tot stand kwamen.

The Veils slaagden er moeiteloos hun publiek te laten meeslepen in hun indringende americana/roots/poprock en toonden nogmaals aan dat ze er live staan … U bent gewaarschuwd om hen zeker eens aan het werk te zien … Met een knipoog van één van hun dierbaarste fans van de site, die goedgemutst op hen neerkeek …

Support was multi-instrumentalist Richard Swift, die op tournee is met een full band; z’n spaarzame lofi pop/elektronica kreeg hiermee wat meer armslag. Hij stoeide maar al te graag met z’n stem, die op de afsluitende song door de reverbs het sterkst tot z’n recht kwam.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Luna Twist

Luna Twist – Her(be)leving van een hoofdstuk uit de Belpopgeschiedenis

Geschreven door

In het kader van deze verslaggeving is een terugkeer in de tijd op zijn plaats. We schrijven zaterdagavond 8 april 1978. In een overvolle Beursschouwburg wordt ‘Once More’ tot winnaar van de eerste editie van de Humo’s Rock Rally uitgeroepen en gaf daarbij onder meer De Kreuners het nakijken. Spilfiguren zijn de uit Ieper afkomstige Alain Tant (zang) en Filip Moortgat (gitaar, basgitaar en achtergrondzang). Vooral de aanwezigheid, de zangkwaliteit en de sterkte van de composities van Alain Tant wogen sterk door in het juryrapport.
Na drie punkgeoriënteerde singles te hebben uitgebracht, voerden Tant en Moortgat als duo een koerswijziging door en gingen op zoek naar versterking. Deze werd gevonden in Gent in de persoon van Dirk Blancha(e)rt (gitaar, synthesizer, keyboards en percussie) en Dirk Vangansbeke (drums en percussie). Eén enkel album ‘Stress Conference’ (1980) was het resultaat van deze samenwerking onder de noemer ‘Once More’. Hierna werd de groepsnaam immers omgevormd tot ‘Luna Twist’ en kwam muzikaal de nadruk meer te liggen op een melodieuze mix van pop en rock die verweven werd met dance en wave.

Ondanks boordevol potentie bleek ook deze formatie geen lang leven beschoren. Problemen met de platenfirma, een gebrek aan professionaliteit en weinig of geen oog voor een gedegen financiële opvolging leidden tot tal van meningsverschillen en zorgden ervoor dat reeds in 1983 Luna Twist ophield te bestaan en de groepsleden besloten elk hun eigen weg te gaan. Alain Tant bracht nadien nog twee singles uit maar was vooral actief als gastzanger bij diverse nationale en internationale artiesten, Filip Moortgat speelde vooral in de begeleidingsgroep van Jo Lemaire en  Dirk Vangansbeke leverde onder meer drumwerk bij K13 en Kevin Ayers. Enkel Dirk Blanchart bouwde een min of meer succesvolle solocarrière uit.
Tot de erfenis van Luna Twist behoren zowat 300 concerten (waaronder het voorprogramma van Roxy Music in Vorst Nationaal), enkele hoogstaande en hitgevoelige singles als “Look Out (You’re Falling In Love Again)” en vooral “African Time”, alsook één enkel album, het alom bejubelde ‘A Different Smell From The Same Perfume’ (1982). Het was weliswaar ruimschoots voldoende voor een belangrijk hoofdstuk in de Belgische muziekgeschiedenis maar tegelijk ook een vat vol gemiste kansen om internationaal volledig door te breken.
Enkele jaren geleden zagen we tijdens een concert van Dirk Blanchart nog Alain Tant een geslaagde gastrol opnemen en daarbij enkele nummers van Luna Twist te vertolken. Wat velen hoopten maar niet onmiddellijk voor realiteit aanzagen, bleek toen niet minder dan een repetitie te zijn voor wat in de loop van 2008 als bericht de wereld werd ingestuurd: 25 jaar na de split zouden de originele groepsleden opnieuw samen op enkele podia te zien en te horen zijn, daarbij aangevuld door twee jonge muzikanten Senne Guns (synthesizer) en Laurens Billiet (drums) (ter vervanging van Dirk Vangansbeke die in 1999 omkwam in een auto-ongeval).

Na onder meer geslaagde passages vorig jaar op de Muzikale Dinsdagen te Ieper en in de Gentse Handelsbeurs was in dat kader de groep afgelopen zaterdag te gast in het ontmoetingscentrum De Vonke te Heule. Het betrof daarbij een exclusief clubconcert voor West-Vlaanderen.
Iets voor 21u groette Alain Tant het publiek, bestaande uit overwegend veertigers, grappend met de woorden “Hallo Werchter” en met een openingszin als “What's going on here in this modern world?” kon met “Oh Oh Oh” een reünieconcert bijna niet toepasselijker aanvatten. Meteen was duidelijk dat tijd geen vat heeft gekregen op de muziek van Luna Twist. Het klinkt nog steeds actueel en modern en mede door de strakke en stevige instrumentatie was dit alleszins erg veelbelovend voor de avond.
Alain Tant zong goed, Filip Moortgat speelde uitstekend bas, Dirk Blanchart wisselend tussen gitaar en keyboard hield alles goed in de gaten en onder controle, maar ook de twee nieuwelingen leverden voor hun erg jeugdige leeftijd een bijzonder functionele bijdrage.
”Put Yourself In My Place” kreeg een nadrukkelijk oosters klinkende intro mee en werd voorzien van extra, op tape opgenomen achtergrond zang. Bij “Bop Again” en “Spoed Van Klank” (wat Zuid-Afrikaans is voor “Snelheid Van Geluid”, aldus Tant) lag het tempo hoog en was na al die jaren van inleveren op kwaliteit geen sprake. Tijdens deze twee nummers speelde Filip Moortgat zich extra in de kijker door te slappen op zijn basgitaar. Dirk Blanchart zorgde voor een funky gitaarrif.
Ondertussen kwamen “Red Volkswagen” (onuitgegeven tot dusver) en “Decent Life”, de single die in 1982 als opvolger van “Look Out (You’re Falling In Love Again)” werd uitgebracht, aan bod. Vreemd genoeg stelde nu net deze klassieker uit de Belpop teleur. Op plaat klinkt dit bijzonder dansbaar (wat trouwens achteraf door het aanwezige publiek gecheckt en uitgeprobeerd kon worden op de fuif die aansloot op het concert te Heule) maar live werd het te terughoudend gebracht. De beats die de outtro van een ultramoderne omkadering voorzagen, konden dit gemis niet geheel goedmaken.
Het rustige “Golden Inside” kroonde zich nadien wel tot één van de hoogtepunten van de avond. Dit nummer was in 1983 niet enkel zowat het laatste wapenfeit van Luna Twist maar droeg ook de kiemen in zich van het prachtige solodebuut van Dirk Blanchart dat twee later onder de naam “Europe Blue” zou verschijnen. Nog steeds wachten fans op de release ervan op cd en wat ons betreft, mag indien overwogen wordt om de zogenaamde Rewind concerten in de AB van een vervolg te voorzien, zeker een uitnodiging aan Blanchart gestuurd worden.

Wat daarna volgde in de set, was jammer genoeg niet allemaal van een even hoog niveau. “So Danceable” en “Questions” dat door het funky geluid dat Blanchart uit zijn gitaar schudde, aanleunde bij pakweg The Times, waren erg goed en de nieuwe single “Backbeat” swingde lekker. Maar “Gently The Day”, een van eigen tekst voorziene bewerking van het instrumentale thema uit ‘The Persuaders’, gecomponeerd door John Barry en die Tant een oude snoeper noemt omwille van het feit dat niet Serge Gainsbourg maar wel hij als eerste met Jane Birkin gehuwd was, klonk te mat. Hetzelfde gold voor “Life During Wartime”, een cover van Talking Heads.
Naarmate het concert vorderde, leek Alain Tant het almaar moeilijker te krijgen. Tussen de nummers door werd gepuft en gezucht en hij hield angstvallend de tekstbladen en de bindteksten in de gaten. Ook slaagde hij er naar het einde toe niet altijd in om de toonvastheid te bewaren. Als excuus kon ingeroepen worden dat alle instrumenten de gehele avond véél te luid afgesteld stonden maar we konden ons niet van de indruk ontdoen dat het gewoon niet helemaal zijn avond was. Ook Dirk Blanchart alludeerde hierop. Toen Alain Tant vroeg te bevestigen dat ze de cover van Talking Heads slechts eenmaal gerepeteerd hadden, knikte Blanchart bevestigend maar voegde daar humoristisch klinkend maar snedig bedoeld aan toe dat Alain Tant al de gehele avond klonk alsof hij alle nummers nog maar eenmaal gerepeteerd had.
Het onverwoestbare “African Time” krikte gelukkig de set weer op en kreeg een uitgesponnen, ritmische en van extra percussie voorziene uitvoering mee. Alain Tant etaleerde opnieuw waarom hij bekend staat als een podiumbeest en dit sloeg aan bij het publiek dat – eindelijk – de remmen wat losliet. “African Time” had dé afsluiter moeten zijn. Nu werd het publiek nog getrakteerd op twee matige bissen. “Madame Soleil”, een nieuw nummer, was behept met een te vluchtig refrein en slappe tekst en “Heroes” miste iedere punch van het origineel van Bowie omdat de groep daarbij niet het niveau van een modaal coverbandje oversteeg. Ook hier was vooral de stem van Alain Tant niet goed te noemen en de frontman was er zich van bewust, getuige de verschrikte blik richting Blanchart en Moortgat. Een afsluitende cover die niet zal herinnerd worden als een van de beste ooit.

Hetzelfde kan gezegd worden van het concert te Heule. Het was een erg aangenaam weerzien met een van de pioniers uit de jaren ’80 maar de prestatie die ze neerzetten zaterdag was deels schitterend deels matig. De mindere momenten waren vooral terug te vinden bij de covers en de nieuwe nummers zodat de kwaliteit van het oudere werk ook na een kwarteeuw onaangetast kan genoemd worden. En daar gaat het vooral om bij reünies, niet?

Setlist:
Oh Oh Oh, P
ut Yourself In My Place, Red Volkswagen , Decent Life, Bop Again, Spoed van Klank, Look Out (You’re Falling In Love Again), Golden Inside, Gently The Day Theme From The Persuaders (John Barry; tekst dB), So Danceable, Questions, Life During Wartime, Backbeat, African Time
Madame Soleil , Heroes

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: OC De Vonke Heule, Cultuurcentrum en Baker Street, Kortrijk


Les Nuits Botanique 2009: optreden van Hugh Coltman, Grace en Charlie Winston

Geschreven door

Deze avond in de Chapiteau was voorzien voor enkele beloftevolle singer/songwriters, die met een band op tour zijn en hun songs op die manier een breder en voller geluid geven. Een programmatie die van start ging met de variéty swingpop van Coltman, gevolgd werd door de zomerse cocktailpop van de Franse Grace en met de charismatische Charlie Winston de kers op taart vormde door een aanstekelijke, stomende, opwindende set.

De Brit Hugh Coltman verhuisde naar Parijs toen z’n band The Hoax werd opgedoekt. Hij kon al een aardig mondje Frans spreken tussen de nummers. Hij is op tour om z’n solodebuut ‘Stories from a safe house’ kracht bij te zetten: doorleefde singer/songwriterpop en broeierige rootsrock door Hammond toetsen. De stemming zat er alvast goed in bij deze sound, wat hem ertoe de bracht de songs te laten uitdeinen in enkele ‘OohOohs’ en handclics zoals op Roxy Music’s “Jealous Guy”. Het gaf z’n swingende variétypop zeggingskracht.

De Franse zangeres en wereldburger Grace brengt een boodschap van verdraagzaamheid en hoop. Zij brengt net als de Frans/Israëlische songschrijfster Yael Naim en de Duits/Nigeriaanse zangeres Nneka een afwisseling van heerlijk dromerige, ontroerende pop en een bruisende mix van soul, folk, afro en flamenco, gedragen door haar heldere, warme en indringende stem. Ook het publiek was duidelijk gewonnen voor deze gevarieerde aanpak. Op het eind wist zij vele hartjes te winnen met een prachtig innemend, gevoelig nummer. Aanstekelijke, groovy, heupwiegende pop, dat ideaal tot z’n recht komt op een ‘midnight summer dream’ (Btw het nummer van The Stranglers dat we tijdens de pauze door de boxen hoorden ) …

De Britse songschrijver Charlie Winston heeft met “Like a hobo” van z’n tweede plaat ‘Hobo’(op het Real World label van Peter Gabriel) al een aardige hit op zak. In de anderhalf uur durende set palmde hij als muzikant en als performer probleemloos de ganse Chapiteau in. We zagen een dampend, stomend concert van deze verbijsterende, lieve songschrijver. Een groots artiest in wording die ergens het midden houdt van Ben Folds, Ben Harper, G Love, Andrew Dorff en Soul Coughing. Z’n innemende pop gaf hij live een fikse injectie, gedragen door z’n fluwelen, gouden stem.
Hij dompelde ons onder in een eigentijdse ‘50’s revival met z’n danspasjes en met ‘z’n look’ (ondervestje, hemd, das en hoed); hij leek wel de reïncarnatie van Gene Kelly – ‘Singing in the rain’. ”I’m a man”, “Generation spent”, “Kick the bucket”, “My life as a duck” en de single “Like a hobo” waren live wereldsongs. Ook het innemende “Gone gone” en “Boxes” en de sfeervolle aanpak van “Tongue tied” en “My name”, solo als met groep, wisten te beklijven.
Charlie Winston is een ‘do-it-zelfer’, een man van alle kunstjes, die stoeide op z’n piano en z’n akoestische gitaar, z’n stem in alle bochten wrong en kon beatboxen. Telkens kon hij rekenen op een puik onthaal. Er was het laatste jaar veel veranderd in z’n leven, zei hij. Terecht, want de man is een groot performer en muzikant geworden!
In de bis hoorden we eerst het intieme, broze “Every step”, een song die het publiek op de knieën dwong, en hij spatte uit met een leuke versie van “I love your smile”, dat door de dubbele percussie en het bedreven pianospel van de man opbouwend en opzwepend klonk; het neuriën van de obligate ‘OohOohs’ en de gekke danspasjes gaven het geheel elan. En de eerste rijen kregen afkoeling met plastic flesjes water…
Charlie Winston was een personaliteit met een grote P. Hij gaat een grootse carrière tegemoet, wat hem na vanavond van harte gegund is… Wat een doorbraak!

Neem gerust een kijkje naar de live pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Les Nuits Botanique 2009: Cali “nu”, Mathieu Boogaerts, Karin Clercq

Geschreven door

De Franse zanger Bruno Cali, uit Perpignan met Catalaanse roots, is in Vlaanderen een nobele onbekende, maar de man is een echte rockster in Frankrijk en Wallonië. Franse aanstekelijke rock met een sectie blazers afgewisseld met enkele intieme songs. Cali was een podiumbeest en groots entertainer …Terecht dat hij binnen Les Nuits Bota niet vergeten werd.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Botanique 2009)

Les Nuits Botanique 2009: Phosphorescent, Andrew Bird en Laura Marling

Geschreven door

We dachten aan een avondje easy listening americana met deze programmatie in een goed volgelopen KC, maar dat was dan even buiten de NY se muzikale duizendpoot Matthew Houck van Phosphorescent gerekend. De man onderneemt een handvol concerten in ons landje en sloot de Belgische tour af in het KC. Op plaat horen we een etherische sound met z’n prachtzang en hemels prevelende klaagzangen, radeloze kreten en ijle schreeuwen, geënt op ontroering, weemoed en melancholie. Een beetje in de lijn van Midlake, Iron & Wine, Will Odham en de lofi van Mountain Goats.
Maar Houck gaf z’n songs een verfrissende injectie door de onlangs verschenen ode aan countryicoon Willie Nelson, ‘To Willie’. Net als Bonnie Prince Billy, liet Houck een bredere en krachtiger aanpak horen. Inderdaad van Phosphorescent mag je altijd wel ‘iets anders’ verwachten. Een ‘new style countryrock’ dunkt me … Hij trad op met een goed op elkaar ingespeelde band, mannen met houthakkershemden, die de rootsrock stevig doordrukten in het ingetogen “A pictuere of our torn up raise”, van de ‘Pride’ cd, met snedige gitaarpartijen, een opzwepende drums en kleurrijke toetsen. In een ware Young & Crazy Horse stijl gingen ze te werk, kijkend naar elkaar en genietend van de klanken van hun instrumenten. Op meesterlijke wijze sponnen ze de song uit … Ook “At death, a proclamation”, “Wolves” en de paar ‘unknown’ tracks, die ze tijdens deze tournee eigenlijk nog inoefenden, waren directer en werden op dezelfde intens bezielde wijze gespeeld. Ze staken er dus duidelijk vaart in op het sfeervolle materiaal van de cd. Op die manier beantwoordden ze aan de tribute ‘To Willie’, waarvan we het snedige “Reasons to quit” en het gevoelig opbouwende “It’s not supposed to be that way” te horen kregen.
De melancholie klonk meer door in het dromerige “I’m a full grown man (I will lie in the grass all day)” en het afsluitende “How far we all come away”.
In een paar nummers liet Houck z’n gitaar links liggen en wandelde als een echte predikant met veel gebaren over het podium, om het publiek in z’n catchy countryrock onder te dompelen. Een bewijs te meer hoe sterk en doordacht Houck en z’n de band zich konden in- en uitleven.
We waanden ons in een ‘Lucky Luke’ decor, aan de saloonbar, met De Daltons achter de hoek. Spijtig genoeg kreeg hij te weinig tijd om z’n songs verder uit te diepen, want dit smaakte overduidelijk naar meer, veel meer zelfs …achterna gezien …

De uit Chicago afkomstige singer/songwriter en violist Andrew Bird is al een tiental jaar bezig en balanceert ergens tussen pop, rock, folk, soul, retroswing en gypsy. Hij geeft z’n nummers vorm door begeesterende vioolpartijen, een innemend gitaarspel en loopinstruments. Een ‘self made artist’ in een ‘Duyster’ concept. De charismatische zanger kan probleemloos van het ene naar het andere instrument overstappen, beschikt over een licht neurotische, zweverige stem, ergens tussen Jim James (My Morning Jacket), Rufus Wainwright en Jeff Buckley, en houdt er een deftige fluittoon op na. Momenteel is hij op tournee met een full band om de nieuwe plaat ‘Noble beast’ te ondersteunen.
In een bijna twee uur durende set zagen en hoorden we de meesterlijke vingeroefeningen van Birds speelse experimentjes en soli met de (spaarzame) begeleiding van z’n band. Zoals op “Masterswarm”, “Opposite day”, “Natural disaster” en “Nervous ticket”. De keuze viel ook op enkele broeierige, snedige rockers als “Effigy”, ”Fitz & Dizzyspells” en “Anonanimal” (met sax!), wat een voller en gestroomlijnd geheel bood. Deze nummers waren een aangename en welgekomen afwisseling binnen de overwegend sfeervolle songs, die op den duur wat saai en doordrammend klonken, ondanks de veelheid aan geluidjes en kunstjes die Bird kon toveren door z’n fingerticks op viool en gitaar en in z’n vocals. Leuk was alvast toen hij de Franse en Engelse taal mengde.
Hij verscherpte de aandacht in de bis met het indringende “Why”, een staaltje multi-instrumentalisme. Met een knipoog naar de folk en gypsy. En op “Sovay” bracht hij support Marling on stage voor de backing vocals, maar spijtig genoeg kwam dit maar onbeduidend door.
Bird: opmerkelijk artiest, uitgebreide catalogus, maar verzoop nét iets teveel in sfeervolle composities …

Laura Marling was mee op tour met Andrew Bird en opende de avond. Ingetogen innemende folkcountry op akoestische gitaar, spaarzaam begeleid door een violiste, en gedragen door haar emotievolle stem. Ze kon alvast rekenen op een aandachtig publiek en een warm onthaal.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Les Nuits Botanique 2009: Andrew Bird, Phosphorescent en Laura Marling

Geschreven door

De uit Chicago afkomstige singer/songwriter en violist Andrew Bird is al een tiental jaar bezig en balanceert ergens tussen pop, rock, folk, soul, retroswing en gypsy. Hij geeft z’n nummers vorm door begeesterende vioolpartijen, een innemend gitaarspel en loopinstruments. Een ‘self made artist’ in een ‘Duyster’ concept. De charismatische zanger kan probleemloos van het ene naar het andere instrument overstappen, beschikt over een licht neurotische, zweverige stem, ergens tussen Jim James (My Morning Jacket), Rufus Wainwright en Jeff Buckley, en houdt er een deftige fluittoon op na. Momenteel is hij op tournee met een full band om de nieuwe plaat ‘Noble beast’ te ondersteunen.
In een bijna twee uur durende set zagen en hoorden we de meesterlijke vingeroefeningen van Birds speelse experimentjes en soli met de (spaarzame) begeleiding van z’n band. Zoals op “Masterswarm”, “Opposite day”, “Natural disaster” en “Nervous ticket”. De keuze viel ook op enkele broeierige, snedige rockers als “Effigy”, ”Fitz & Dizzyspells” en “Anonanimal” (met sax!), wat een voller en gestroomlijnd geheel bood. Deze nummers waren een aangename en welgekomen afwisseling binnen de overwegend sfeervolle songs, die op den duur wat saai en doordrammend klonken, ondanks de veelheid aan geluidjes en kunstjes die Bird kon toveren door z’n fingerticks op viool en gitaar en in z’n vocals. Leuk was alvast toen hij de Franse en Engelse taal mengde.
Hij verscherpte de aandacht in de bis met het indringende “Why”, een staaltje multi-instrumentalisme. Met een knipoog naar de folk en gypsy. En op “Sovay” bracht hij support Marling on stage voor de backing vocals, maar spijtig genoeg kwam dit maar onbeduidend door.
Bird: opmerkelijk artiest, uitgebreide catalogus, maar verzoop nét iets teveel in sfeervolle composities …

Laura Marling was mee op tour met Andrew Bird en opende de avond. Ingetogen innemende folkcountry op akoestische gitaar, spaarzaam begeleid door een violiste, en gedragen door haar emotievolle stem. Ze kon alvast rekenen op een aandachtig publiek en een warm onthaal.

Als je verder dacht aan een avondje easy listening americana met deze programmatie in een goed volgelopen KC, was dit eventjes buiten de NY se muzikale duizendpoot Matthew Houck van Phosphorescent gerekend. De man onderneemt een handvol concerten in ons landje en sloot de Belgische tour af in het KC. Op plaat horen we een etherische sound met z’n prachtzang en hemels prevelende klaagzangen, radeloze kreten en ijle schreeuwen, geënt op ontroering, weemoed en melancholie. Een beetje in de lijn van Midlake, Iron & Wine, Will Odham en de lofi van Mountain Goats.
Maar Houck gaf z’n songs een verfrissende injectie door de onlangs verschenen ode aan countryicoon Willie Nelson, ‘To Willie’. Net als Bonnie Prince Billy, liet Houck een bredere en krachtiger aanpak horen. Inderdaad van Phosphorescent mag je altijd wel ‘iets anders’ verwachten. Een ‘new style countryrock’ dunkt me … Hij trad op met een goed op elkaar ingespeelde band, mannen met houthakkershemden, die de rootsrock stevig doordrukten in het ingetogen “A pictuere of our torn up raise”, van de ‘Pride’ cd, met snedige gitaarpartijen, een opzwepende drums en kleurrijke toetsen. In een ware Young & Crazy Horse stijl gingen ze te werk, kijkend naar elkaar en genietend van de klanken van hun instrumenten. Op meesterlijke wijze sponnen ze de song uit … Ook “At death, a proclamation”, “Wolves” en de paar ‘unknown’ tracks, die ze tijdens deze tournee eigenlijk nog inoefenden, waren directer en werden op dezelfde intens bezielde wijze gespeeld. Ze staken er dus duidelijk vaart in op het sfeervolle materiaal van de cd. Op die manier beantwoordden ze aan de tribute ‘To Willie’, waarvan we het snedige “Reasons to quit” en het gevoelig opbouwende “It’s not supposed to be that way” te horen kregen.
De melancholie klonk meer door in het dromerige “I’m a full grown man (I will lie in the grass all day)” en het afsluitende “How far we all come away”.
In een paar nummers liet Houck z’n gitaar links liggen en wandelde als een echte predikant met veel gebaren over het podium, om het publiek in z’n catchy countryrock onder te dompelen. Een bewijs te meer hoe sterk en doordacht Houck en z’n de band zich konden in- en uitleven.
We waanden ons in een ‘Lucky Luke’ decor, aan de saloonbar, met De Daltons achter de hoek. Spijtig genoeg kreeg hij te weinig tijd om z’n songs verder uit te diepen, want dit smaakte overduidelijk naar meer, veel meer zelfs …achterna gezien …

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

 

Beyoncé

Beyoncé: ‘I Am … Yours’!

Geschreven door

Voor de tweede maal in evenveel jaar mocht het Antwerpse Sportpaleis zich opmaken voor de komt van dé R&B-zangeres van de laatste tien jaar Beyoncé. Beyoncé Knowles was eerst nog lid van de band Destiny’s Child en nu, sinds ruim vier jaar, treedt ze op de voorgrond als solozangeres. In 2007 was ze te bewonderen in het kader van haar ‘Beyoné Experience’ tournee, ditmaal waren de verwachtingen hoog gespannen voor de ‘I Am… Tour’ … Een zangeres die op korte tijd al een grote indruk heeft nagelaten op de internationale muziekwereld. Getuige daarvan is haar derde solo-album ‘I Am… Sasha Fierce’, dat eind vorig jaar op de markt werd gedropt en waarvan al drie singles de hitlijsten haalden.

Al ruim vijf uur vóór de start van het concert kampeerden de echte fans voor de toen nog gesloten deuren van het Antwerps Sportpaleis. Eenmaal de zaal goed volgelopen was, kon je er niet omheen. Hier gaat het vanavond gebeuren. Een toen al uitzinnig publiek startte de ‘Wave’ en ettelijke keren rolde de naam ‘Beyoncé’ al van de tribune. Nadat we o.a. Robin S, The Black Eyed Peas en andere ophitsende dance- nummers hoorden passeren in het voorprogramma was het even na negenen zover.
Met “Crazy in love” uit haar debuutalbum als opener was de toon gezet. Miss Knowles was geflankeerd door een volledig vrouwelijke band, een handvol mannelijke dansers en drie opvallende backingvocalistes, die zorgden voor een verademing in het Sportpaleis. Het werd een gedoseerde set waarbij intieme momenten afgewisseld werden met uitbundige; ook werd met regelmaat eens teruggegrepen naar flarden vroegere successen met Destiny’s Child.
We kregen een show waarbij het visuele het op punten net niet haalde van het muzikale. Dat plaatste het zangtalent van de dame in het middelpunt!
Een reusachtig scherm dat voor de gelegenheid werd opgehangen, bracht een mengeling van live-fragmenten, video’s en andere bijhorende animatie. Zo was het raden naar de politieke voorkeur van Beyoncé ook snel over toen Barak Obama op het grote scherm verscheen. We mochten ons niet al te lang vergapen aan dat grote scherm want de heldin van de avond volgen was geen lachertje. Zeker niet toen ze tot in de nok van het gebouw werd gehesen. Als een echte engel vloog ze door de zaal om daarna op een middenpodium terug voet aan grond te krijgen. Om maar nog eens in de verf te zetten wie er eigenlijk in het middelpunt van de belangstelling stond.
Enig minpunt waar we op voorhand voor vreesden is de muzikale opvulling die we moesten ondergaan tijdens de meerdere kledijwissels. Een gitaar- of saxofoonsolo was niet mis, alleen jammer dat het tempo dan uit het optreden ermee daalde. De tel zijn we kwijtgeraakt maar naar schatting een tiental tenues kregen we zien. Stuk voor stuk prachtige creaties.

Na bijna twee uur eindigde de show zoals hij begon … op de tonen van “Single Ladies” ging de zaal terug uit z’n dak en dat gold ook bij het enige bisnummer “Helo”. Nog nooit werd zo’n grote diefstal gebeurd in het Antwerpse Sportpaleis. Duizenden harten werden gestolen door één vrouw. I’ Am … Yours!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Greenhouse Talent

Pagina 465 van 504