logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15613 Items)

John Legend

John Legend: Pure Passie

Geschreven door

De Ancienne Belgique kleurde zwart (van het volk en dat was letterlijk zo) en rood (van de passie en de hartjes) voor de doorgang van John Legend en zijn elfkoppige band. Een uitverkochte doorgang die twee dagen uitgesteld was, maar die de aanwezigen nog lang zal heugen. Het werd een romantisch-sensueel samenspel van een sexy meesterartiest met een nog meer opgezweept publiek.
Het zal wel aan zijn naam liggen, maar het lijkt al een eeuwigheid dat hij meedraait in het wereldje. En toch bracht John Legend amper vijf jaar geleden zijn eerste echte album ‘Get Lifted’ uit. Dat Kayne West hem toen daarvoor bij zijn handje pakte, zegt veel over de kwaliteiten van John Stephens.

En die kwaliteiten bundelde hij in de AB met een mooie rode liefdesstrik, het thema van het overgrote deel van zijn songs die floreren tussen R&B, soul, reggae, hiphop en hoe langer hoe meer funk. Muzikaal was het af en de show zelf – met videoprojecties en sterke belichting - was zo mogelijk nog rijker.
Cool was hij – zwarte jekker en dito zonnebril – toen hij opkwam en zei dat hij John Legend was. Warm werd hij na de opener “Used to love u” en “Satisfaction”. Vurig werd hij in “Alright”, “Let’s get lifted”, de funky remix van “Number one” en “Save room”. Daartussen trok hij – zoals gewoonlijk - een blikje romantiek open met een pak love songs, waarbij hij er zelfs eentje bij de Beatles ging lenen (“Here comes the sun”).
Het publiek liet zich graag verleiden tot alles wat Mister Legend uit zijn sexy body liet vloeien: opzwepende tracks, sterke intieme pianomomenten, reggaeklanken, zelfs wat politieke (Obama) boodschappen en vooral veel liefde die naar passie neigde, zeker toen hij een dame uit de zaal het podium op lonkte om met hem een “Slow dance” ten beste te geven. En toen had de loverboy al bril, jacket en hemd uitgespeeld.

Legendarisch is misschien een te groot en te vroeg woord, maar het vuur in de man is nog maar smeulend en nu al verteert het zoveel oren, voeten en harten. En het zal blijven razen, want zoals hij zelf zei: “The future started yesterday and we’re already late”.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Live Nation

Katy Perry

Katy Perry schiet live nog te kort!

Geschreven door

Het nieuwe Amerikaanse tieneridool Katy Perry, 25 jaar jong, scoort hoge ogen bij het jonge publiek. Met maar liefst 1 plaat ‘One of the boys’ en twee n° 1 singles “I kissed a girl” en “Hot’n cold”,wist ze met gemak de AB uit te verkopen! Ze plaatst zich meteen naast een Lily Allen, Avril Lavigne en Kelly Clarkson.
We waren alvast benieuwd hoe zij er het ging vanaf brengen, wetende dat ze een heuse Europese concerttournee op poten zette en de komende festivalzomer komt afzakken naar Pinkpop, Werchter en het Main Square Festival.

Ze wou haar succesvolle Europese tournee met een mooie herinnering besluiten te Brussel. Aan ambiance en folklore ontbrak het niet. We werden eerst opgepept door enkele discostampers van o.m. Kylie Minogue en Madonna. Op het podium zagen we grote opgeblazen, plastieken aardbeien en een immense kattenkop, die blauw doorschijnende en indringende Big Brother ogen had. Katy was gekleed in een fel gekleurde (bloemetjes)jurk en achter haar stonden vier heren in een strak wit pak; aan de naden van hun pak en aan de kraag hingen fluorescerende lichtjes. We zagen pracht, praal en fantasie op het podium en een jong huppelende dame tussen de groepsleden, in interactie met haar fans.
Haar set leidde ze in door “Killer Queen” van Queen, één van haar favoriete bands trouwens, waarvan ze in de bis zelfs knap “Don’t stop me know” coverde. Ze stond met haar band garant voor een avondje fun en emotie, ondanks het feit dat sommige nummers, “Self inflicted”, “Mannequin” en “Ur so gay” (op plaat ook zwak!), gewoon de mist ingingen.
Haar performance, haar heldere, overtuigende stem en het fijn rockende bandje maakten veel goed. “Fingerprints” gaf het tempo aan van een paar snedige rockers en stampers, want al snel volgde het pompende “Hot’n cold”, wat gillend onthaald werd van de eerste rijen tieners; tijd voor dansplezier, handjeszwaaien en hartjes maken met gekruiste vingers… Tienerdromen van ‘a boy and a girl’ waren Katy’s centrale thema’s …
Na de uptempo rockers kwam de klemtoon op sfeervoller materiaal als “Lost”, “I’m still breathing” en “I think I’m ready”. Ingetogen, intiem en broos klonk de nieuwe single “thinking of you”, bepaald en gedragen door akoestische gitaargetokkel en haar stem. Inderdaad, Perry speelde af en toe gitaar, hoe laten we in de midden, maar ze profileerde zich alvast als een getalenteerde gevoelige rockbitch. Op het afsluitende strakke “If you can afford me” vlogen plastieken aardbeien de lucht in en op de explosieve klassieker “I kissed a girl” stoven de 2MC’s van de support ook het podium op en maakten er als een freak-folkend Cocorosie een ‘all together now’ entertainment, show en feestje van!

Eén plaat en een handvol toffe nummers konden de set van Katy onvoldoende dragen, maar ze kan nog groeien om voldoende materiaal te hebben om een goed uur lang te boeien.

3OH!3 waren twee wild om zich heen springende ‘model’ boys op een wall of sound van voorgeprogrammeerde disco, dance en elektronicabeats. Goed voor een nummer, maar na een half uur was het me toch wat teveel van het goede. Maar ze slaagden erin de boel op te zwepen, betrokken het jonge volkje bij hun acts en zorgden ervoor dat vooral het gillend tienergeweld warm werd gemaakt voor hun idool Katy!

Neem gerust een kijkje naar de pics op de site onder live foto’s

Organisatie: Live Nation

The Australian Pink Floyd Show

The Wall terug tot leven gebracht - APFS

Geschreven door

Omdat de originele Floyd wellicht nooit meer zal optreden  (één groepslid is onlangs naar de eeuwige filistijnen vertrokken en de rest lusten elkaar rauw) moeten we het stellen met een covergroep, maar wat voor één ! Een bende toegewijde Australiërs hebben zich sedert ’88 al op het repertoire van Pink Floyd gestort met als resultaat dat ze de songs beter onder de knie hebben dan Floyd zelf. Ze zijn ook verstandig genoeg geweest om de zwakke Pink Floyd periode, met name alles wat zich heeft afgespeeld na ‘The Wall’, links te laten liggen.
The Australian Pink Floyd Show heeft met het integraal vertolken van ‘The Wall’ ook niet bepaald voor de meest makkelijke opdracht gekozen, want het gaat hier niet alleen om één van de beste Floyd albums, maar ook om één van de meest grillige (met uitzondering van ‘Umma Gumma’ dan). Doch, het moet gezegd, hun interpretatie van dit legendarische album was ronduit indrukwekkend. Alles klopte, het instrumentarium, de imposante sound, het theatrale schouwspel, de gitaarsolo’s en de animaties. Deze laatste waren een creatieve aussie-bewerking van de originele filmprent en werden op een groot scherm achter de groep geprojecteerd. Dit zorgde voor een verbluffend schouwspel.
’The Wall’ was goed voor een totaalspektakel van twee uur en was in alle opzichten overtuigend, sterk en bijzonder geloofwaardig. Alsof het nog eens duidelijk moest gesteld worden hoe geweldig dit album wel is.
En daarna was het nog niet gedaan. Als bis speelden de Australiërs ook nog eens een foutloze uitvoering van de ultieme Pink Floyd song “Shine on your crazy diamonds”, wondermooi, net als “Wish you were here”. Drie dames zorgden voor adembenemende backing vocals en brachten tevens een mooie hulde aan overleden Floyd keyboard speler Rik Wright.
Aan de koppige Pink Floyd fans die het vertikken om deze band te gaan aanschouwen omdat het niet ‘the real thing’ is: dichter bij het origineel zal je nooit meer komen.

Organisatie: Live Nation

Metallica

Metallica Rules!

Sportpaleis daverde op z’n grondvesten … een weekje AC/DC en Metallica. Twee grootse bands binnen het harde rockgenre zakten af naar Antwerpen…Ondanks het noodlot van het afgelaste tweede concert voor de AC/DC freaks, was er toch twee dagen later de zalvende wonde van werelds bekendste metalband Metallica.

Al vóór dat James Hetfield en de zijnen het centraal gelegen podium in het Sportpaleis betraden, waanden menige fans zich al in de zevende hemel. Een indrukwekkende constructie werd neergepoot in Antwerpen waar kosten noch moeite werd gespaard. De reusachtige doodskisten die we in de nok van het Sportpaleis terugvonden, deden al vermoeden dat we heel wat nieuw materiaal mochten verwachten van hun ‘Death Magnetic’ plaat.
Het album van de totale heropleving, kan je zeggen, na de moeilijke periode die de band meemaakte rond de eeuwwisseling en ook na ‘St. Anger’, de plaat waarop heel wat frustraties werden afgeschud maar daarom niet altijd evengoed onthaald werden bij het grote publiek. Niet één nummer werd er gespeeld van dat album dat in 2003 op de markt werd gedropt. Met daartegenover niet minder dan zes nummers (o.a. “The end of the line”, “All nightmare long”, “The day that never comes” en “Cyanide”) uit hun nieuw album, gaat deze band terug naar hun originele geluid.
Terwijl de bandleden een ware metamorfose hebben ondergaan qua uiterlijk door de jaren heen, waren ze tot grote vreugde van de echte metalfans terug écht Metallica. De t-shirts die bij sommige in de kast waren verzeild geraakt, werden terug vanonder het stof gehaald. En hetzelfde kan gezegd worden als we er de volledig playlist bijnemen. Een groot aandeel van de songs vinden we terug op de albums ‘Master of Puppets’ en ‘Metallica’ met respectievelijke nummers zoals “Leper Messiah”, “Master of Puppets” en “Sad bud true”, “Enter sandman”, “Holier than you” en “Nothing else matters”.
“Nothing else matters”, dat steevast op gang wordt getrokken door het betere gitaarwerk van Kirk Hammett, is een altijd terugkerend nummer bij een bezoekje hier, terwijl het lang niet altijd terug te vinden is in andere buitenlandse shows.
Een compleet spektakel waarbij nauwelijks plaats werd gemaakt voor een pauze, eindigde waar het allemaal mee begon. Terug naar 1983, het jaar dat het debuutalbum ‘Kill ‘Em All’ van Metallice het levenslicht zag. Net met een nummer uit dat album werd een meer dan twee uur durende, snoeiharde show afgerond: “Seek & Destroy”, een single die begin jaren tachtig voor een bom zorgde binnen de metal-scene en dat nog eens mooi kon overdoen in het Antwerpse Sportpaleis.

Een gedurfde setlist die terugging naar de roots met het nodige laser- en vuurwerk. Iedere fan die Metallica een warm hard toedroeg, kon na een moeilijke periode definitief de bladzijde omdraaien en huiswaarts gaan wetende dat de ‘Metallicafamilie’ hechter is dan ooit tevoren. Ohyeah?! Ohyeah! Metallica rules!

Organisatie: Live Nation


Luka Bloom

Luka Bloom, met of zonder band, altijd even warm en hartih

Geschreven door

Ons Belgenlandje ligt Luka Bloom nauw aan het hart. Speciaal voor zijn Belgische fans is de man voor één dag komen overvliegen vanuit Dublin om in zijn favoriete Belgische zaal voor een uniek concertje te zorgen. Uniek in die zin dat dit het allereerste optreden was dat hij met een band kwam spelen in België. De immer sympathieke Luka Bloom speelde in de AB ook nog eens zijn eigen voorprogramma via een akoestisch halfuurtje. In zijn eentje zorgde hij alweer voor mooie momenten in een muisstille zaal, zoals bij zijn prachtige adaptatie van de Dylan song “Make you feel my love”, of bij het zinderende “The acoustic motorbike”. Op zijn best tijdens het solo gedeelte was Luka Bloom met een hemels “Exploring the blue” waaraan hij een prachtige gitaarintermezzo breidde. Dit was Luka Blom op zijn best, zoals we hem kennen.

Na de pauze kwam hij terug met zijn band. Bedreven maar niet opdringerige muzikanten gaven de songs soms een extra impuls mee. Niet dat die songs dat echt nodig hebben, maar de drums, bas en strijkers zaten nergens in de weg, alles had nog steeds die intieme warme sfeer die we kennen van Bloom zijn solo performances. De warmte en romantiek zaten er met name nog steeds in. Eén keertje mocht de fluitist zich even volledig laten gaan in een opgewekte folk instrumental waarop hij prompt met een daverend applaus werd onthaald, waarop Bloom ludiek repliceerde met “I thaught him everything he knows”. Diezelfde kerel zorgde ook nog voor wat extra schwung bij de klepper “You couldn’t have come at a better time”, één van die zeldzame momenten waaruit bleek dat een band toch enige toegevoegde waarde bleek te zijn voor Luka Bloom.
Verder was de sound  echter even warm en hartig als bij een doorgaans Luka Bloom solo optreden, zodat we hier niet echt van een verassend concert konden spreken, wel van een aangenaam.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Crystal Antlers

Crystal Antlers: ideale schreeuwtherapie

Geschreven door

Een bijna uitverkochte Rotonde onderging het verschroeiende fxx up geluid van het uit Long Beach, Californië afkomstige Crystal Antlers. Het kwintet kwam een paar maand terug in de belangstelling met hun titelloze EP, een mengeling van rock, psychedelica, progrock en garagepunk. Gierende gitaren, opzwepende drums, een pompende baslijn, Doors achtige toetsen en feedbackgeraas, balancerend tussen tegendraadse ritmes en melodie.
Deze spanningsboog klonk bezield en meeslepend. We werden er live letterlijk in ondergedompeld, gedragen door de praktisch onverstaanbare, schreeuwerige vocals en zegzang van Jonny Bell, die deed terugdenken aan de onderschatte Michael Gira in z’n jonge Swans jaren.
We hoorden veel nieuw werk van de nog te verschijnen full cd ‘Tentacles’. De groep liet ons meteen proeven van dit niet voor de hand liggend materiaal als” Until the sun dies, pt2”, “Vexation” en “1000 eyes”. Ook de titelsong van de komende debuutplaat “Tentacles” klonk hevig getormenteerd. Af en toe kon in een nummer wat gas teruggenomen worden, klonken ze minder gretig en bijtend en was de band sfeervoller zoals op “Several tongues” en “Arcturus”, het meest toegankelijke nummer van de avond. Het uitgesponnen “Parting song for the torn sky”, die de set besloot, bracht ons onder in een web van distortion en pedaaleffects.
In de bis hoorden we nog zo’n song die de tegendraadse ritmes van de band sierde. Niet voor niks stond Ikey Owens (toetsenist bij Mars Volta ) in voor de productie van hun werk!
Crystal Antlers zorgde voor de ideale schreeuwtherapie, die de inhoud van je hoofd leeg maakte. Dit alternatief bandje houden we zeker in het achterhoofd!

Organisatie: Botanique, Brussel

Sioen

Calling Up, Soweto

Geschreven door

Frederik Sioen uit Gent bouwde al een stevige reputatie op. ‘See you naked’ en ‘Ease your mind’ bevatten vernuftig in elkaar gestoken popsongs, waarin ruimte was voor avontuur en grilligheid; in 2007 verscheen ‘A potion’, die de singer/songschrijver Sioen in de spotlights plaatste.
Op deze vierde cd gooide de bezige bij het over een andere boeg. Hij ging in op de invitatie ‘One day for another world’ van Oxfam in Z-Afrika/Soweto en ontmoette daar Pops Mohamed en Khaya Mahlangu en kwam in contact met een handvol backing vocalisten. Op de Gentse Feesten van vorig jaar hoorden we al een voorproefje van dit project, want hij liet de Afrikaanse artiesten meekomen om z’n nieuw repertoire voor te stellen. En het resultaat is nu op plaat uit.
’Calling Up, Soweto’ is een heel gevarieerde plaat met broeierige pop/afroworld, en Sioen zoals we hem als vanouds kennen, met sfeervol, dromerig ingetogen materiaal op piano en toetsen (“Umuntu ugumuntu ngabantu”, “With your beautiful smile”, “He can’t close his eyes” en het poppy “Robot”), netjes verdeeld op de cd over de twaalf songs.
Een culturele verrijking is het alvast met deze opbouwende, broeierige, kleurrijke songs, met een knipoog naar het werk van Zita Swoon en Paul Simon, door de groovy percussie, de blazersectie en de backing vocals. “Automatic”, “Son of a gun” en “Nowhere to go” zijn de uitschieters. “We’r gonna take it easy” fungeert als de gospel Xmas song. De samenwerking met de plaatselijke artists onderstreept het talent ‘Sioen’ en is een belangvolle meerwaarde op mans repertoire dito vertrouwd geluid.

Arsenal

Lotuk(2)

Geschreven door

Het Belgische Arsenal, onder de musical brains van Hendrik Willemyns – John Roan, namen de tijd om te werken aan de opvolger van ‘Outsides’. De derde ‘Lotuk’ behoudt de aanstekelijke en catchy groove van vroeger werk, maar klinkt door de pak mooie stemmen verrassend, breder en sfeervoller. Een bijzonder rijke ervaring aan hun materiaal, die hun multi-culturele sound van pop, elektronica, funk, hiphop, rock en wereldse, zuiderse (afro) beats naar een hogere dimensie brengt. “Estupendo”, “Not a man”, “Turn me loose” (met Mike Ladd), “Selvagem”, “Egun” en de titelsong (met Shawn Smith) zijn alvast de smaakmakers die inwerken op de dansspieren. Een hoofdrol is hier weggelegd voor de Braziliaanse zanger Mario Vitalino dos Santos en Leonie Gysel, die met haar backing vocals de songs nog meer warmte en uitstraling biedt. De band klinkt innemend en dromerig op “Who we are” (zang van Cortney Tidwell) en de instrumentale extra sluiter “Sandness”. De broeierige, opbouwende “Diggin a hole” (door John Garcia) en “The letter” (door Grant Hart) klinken sfeervol en maken van ‘Lotuk’ een fascinerende, boeiende, variërende plaat.
De groep balanceert moeiteloos van exotische, dansbare pop naar een meer directe aanpak. Het duo kreeg een pak artiesten op de been voor hun nummers en zullen live terug meer dan voldoende instaan voor opwindende live acts en zonnige cocktails!

Domain

The Chronicles of Love, Hate and Sorrow

Geschreven door

Dat Duitsland het powermetal-land bij uitstek is, weet ondertussen iedereen. De bands binnen dit genre planten zich er voort als konijntjes. Door het overaanbod moet een band vernieuwende elementen binnen het genre brengen of gewoon erg goed zijn in wat ze doen om mij te kunnen overtuigen. Of Domain hierin slaagt met ‘The Chronicles of Love, Hate and Sorrow’ kom je snel te weten.
De titel klinkt alvast veelbelovend. Ik verwachtte mij dan ook aan een breed spectrum van gevoelens die hun weerklank vinden in de muziek. Niets daarvan! Elk nummer wordt met eenzelfde enthousiasme ingezet, vrolijk verder gespeeld en zelfs een nummer met als titel “Haunting Sorrows” klinkt even opgewekt als het nummer “Picture the Beauty”. Enkel het nummer “Twelve O’ Clock” verlaat het pad van de eeuwige vreugde en blijkt mij dan ook heel wat meer aan te spreken dan de rest van het album.
Betekent dit dat het album slecht is? Ongetwijfeld niet! De nummers op zich zitten goed in elkaar, vloeien vlot in elkaar over en worden met een ongelofelijk enthousiasme gebracht. Ook muzikaal zit alles goed in elkaar. De heren beheersen hun instrumenten voortreffelijk. Op zich zit alles wel snor dus. Helaas blijkt vernieuwing binnen deze band nogal ver te zoeken.
Ook de vocale prestaties van zanger Cliff Jackson zijn uitmuntend maar zo voorspelbaar binnen het genre. Met de mogelijkheden waarover deze band beschikt, had ik een veel beter album verwacht. Zoals eerder vermeld niet op het technische vlak, maar op inhoudelijk vlak. Emotioneel kan het album mij namelijk van geen kanten raken. De powermetal freak zal met dit album heel mooie tijden beleven. Wie echter op zoek is naar een diepere betekenis achter de nummers en een emotionele verbintenis met de muziek laat dit album het best links liggen.

Oasis

Dig out your soul

Geschreven door

Oasis: coolness, arrogantie, Beatlesque invloeden , Britpop bepalende band samen met Blur en Suede … Bijna 15 jaar later hebben de broertjes Gallagher na de compilatie ‘Stop the clocks’ (2006) een nieuwe plaat uit. Hun zevende trouwens was in een productie van Dave Sardy. Een erg toegankelijk album, dat strakke, opwindende, vitale rockers bevat ( “Bag it up”, “The turning”, “The Shock of the lightning” en “Ain’t got nothing”), als sfeervol poppy opbouwende songs waarin een psychedelica groove terug te vinden is (“I’m outta time”, “Get off your high horse lady”, “Falling down” en het afsluitende “Soldier on”. En er is nu de gedoseerde, minder geforceerde zang van Liam. Tja, Oasis en The Verve (Liam vs Richard), het lijken wel broertjes.
Maar Oasis is eigenlijk Noel Gallagher, die maar liefst voor zes van de elf songs instond. De doorbraak ‘Definitely maybe’ (’94) en ‘What’s the story morning glory’ (’95) hebben na meer dan tien jaar de dichtst leunende, overtuigende opvolger klaar met ‘Dig out your soul’. Een niet écht verrassend album, maar een traditional wall of Oasissound, meer dan de moeite waard!

The War On Drugs

The War On Drugs: verfrissende indiefolk

Geschreven door

The War On Drugs komt uit Philly, Pennsylvania. Het trio heeft na de interessante EP ‘Barrel of batteries’ de full cd ‘Wagonwheel Blues’ uit. Ze zetten de lijn van verfrissende indiefolk verder op deze volwaardige debuutplaat en trekken op tournee om aan belangstelling te winnen, waarin ze en verve slagen. We horen in de songs de semi-akoestische aanpak van Dylan, de doorleefde countryrock van Green On Red (met Chris Cacavas nog!), de ‘80’s folkrock van The Waterboys en de psychedelica van zZz. Ook live zijn deze invloeden onmiskenbaar! Want het trio, onder gitarist Adam Granduciel, speelde een goed uur bevallig en aanstekelijk materiaal door de riffs en opzwepende drums, onder de warme, bedwelmende en emotievolle zang van Granduciel.
In de set hoorden we voldoende variatie van het snedige “Arms like boulders”, “Taking the farm” en “Buenos Aires beach” naar het sfeervolle “There is no urgency” en “Show me the coast”. De in dope gedrenkte “A needle in the eye”, in het midden van de set, refereerde door de toetsen aan de groove van Green On Red, zZz en Suicide. En tot slot bekoorden ze met het innemende, akoestisch toongezette “Barrel of batteries”.
War On Drugs: een herkenbaar geluid en  een band met gevoel, die durft eigenwijs te zijn. Het is een charismatisch bandje die mag gehoord worden door een breder publiek en het ontdekken waard was …

Organisatie: Botanique, Brussel

AC/DC

Springlevende AC/DC na al die jaren!

Geschreven door

Het mogen dan al rockers op leeftijd zijn, AC/DC is anno 2009 springlevend. Ze zijn op vandaag populairder dan ooit, ook al is hun sound in al die jaren geen zak veranderd. Bij vele bands is verandering een zegen, bij AC/DC zou het een regelrechte zonde zijn. Hun handelsmerk is keiharde rock’n’roll die schittert in al zijn eenvoud en die zich vertaalt in onsterfelijke hard-rock songs. Natuurlijk is een AC/DC concert voorspelbaar, so what, ons hoorde u vanavond zeker niet klagen, samen met die 18.000 andere fans aanwezig in de zaal. Zij kregen wat ze verwachtten: Harde rock’n’roll, decibels, power, snedige gitaarsolo’s en potige riffs. Alles nog even strak en fenomenaal als vroeger, we hadden ook niet minder verwacht.

Klokslag 21.00u werd de “rock’n’roll trein” op het spoor gezet met die verbluffende eerste single uit dat oerdegelijke laatste album ‘Black ICe’, twee uur later werd de aftocht geblazen met de oorverdovende kanonnen van “For those about to rock”. De show werd gedragen door de scherpe strot van Brian Johnson en, uiteraard, het schitterende gitaarspel en de truukjes van Angus Young die in “Let there be rock”, wat ons betreft nog steeds de ultieme AC/CD song, helemaal loos mocht gaan. De man speelde trouwens zoals steeds het hele concert uit met dezelfde gitaar (effectenpedalen zijn hem helemaal vreemd), gewoon vooruit met de geit. De vuile blues van het onmisbare “She’s got the jack” was alweer geweldig, heel eventjes dachten we hoe dit zou moeten geklonken hebben als Bon Scott nog onder ons zou geweest zijn, maar die Brian Johnson is toch ook een schatje. Natuurlijk waren de andere klassiekers ook van de partij, “Highway to hell”, “Whole lotta Rosie”, “Hells Bells”, “Back in black”, “Thunderstruck”, “Dirty deeds” ,heel de reutemeteut, met zijn allen werden ze er briljant doorgeramd. Een vijftal nieuwe songs werd er netjes tussenin geweven en deze moesten niet blozen tussen hun grote broertjes, ze klonken stevig, gebald en gingen er lekker in bij het uitzinnige publiek.
Natuurlijk hadden wij ook nog graag “High Voltage”, “Jailbreak”, “Riff raff”,  “Rocker”, “Rock’n’roll damnation”  of “Problem child “ gehoord, drie uur AC/DC was nog beter geweest, maar ja, een mens kan niet alles krijgen. Nooit content, zeker ? Maar hetgeen we kregen was verbluffend.

AC/DC is een band die zijn gelijke niet kent, oerdegelijke no-nonsens stampende rock’n’roll van een stelletje geroutineerde ouwe kwajongens die doen waar ze het best in zijn : rocken als de beesten. De clichés namen we er dan ook graag bij.

Organisatie: Live Nation

Tom Vanstiphout

‘Working Man’ Tom Vanstiphout stelt nieuw soloalbum voor

Geschreven door
De kans is klein dat U Tom Vanstiphout kent als de voetbalster die schitterde als midden-midden bij de junioren van SK Ekeren-Donk. De kans is nog steeds klein dat U Tom Vanstiphout kent van zijn schitterende eerste soloplaat ‘Motion’ uit 2004.
De kans dat U Tom Vanstiphout al eens als gitarist aan het werk hebt gezien tijdens een concert van Clouseau, Jan Leyers of Milow is des te groter.

Tom Vanstiphout is een bezig baasje, een echte ‘Working Man’ en laat dit nu net de titel zijn van zijn nieuwe, tweede studioalbum die hij solo (en niet met band zoals we verkeerdelijk dachten) kwam voorstellen in de kleine zaal van de Antwerpse Arenbergschouwburg.

De avond begon met de introductie van een nieuwe singer-songwriter uit Leuven: Kid Fear. De jonge Kid die zijn sporen als gitaarroadie verdiende bij Milow (en zo ook Tom Vanstiphout diende) bracht korte luisterliedjes. Vocaal te matig om echt te imponeren, maar het publiek bleef wel erg geïnteresseerd naar Kid Fear luisteren.

Vrijwel onmiddellijk erna was het de beurt aan Tom Vanstiphout om zijn nieuwe plaat aan het publiek voor te stellen. Geen begeleidingsband, enkel een microfoon en enkele gitaren ‘bevolkten’ het podium. Tom, spelende voor een groot projectiescherm, opende met “Better Be Ready”, de openingssong uit ‘Working Man’. Een prachtsong zondermeer. In deze openingsfase was Tom erg zenuwachtig. Zo vergat hij zijn setlist, waarop hij deze vlug even ging halen in de coulissen.
Een setlist was echter niet echt nodig want hij speelde gewoon alle liedjes van de nieuwe plaat. Een zeldzame keer greep hij terug naar zijn eerste plaat. “Greyhound” klonk echter iets te zelfzeker en niet steeds toonvast. Het was voor Tom dan ook een erg emotionele week geweest want naast de nieuwe plaat werd hij ook voor een tweede keer vader van een trotse zoon. De zaal reageerde enthousiast op dit heugelijke nieuws en vergaf hem die kleine vocale foutjes.
Bijzonder sterk waren de vertolkingen van enkele songs waarop hij begeleiding kreeg van strijkers en blazers die tot leven kwamen op het projectiescherm. “Blood On Blood” en de nieuwe single “Slept Too Long” kregen zo toch een rijker arrangement. Geen eenvoudige opdracht om dit allemaal mooi synchroon te laten verlopen. Toch blijft Vanstiphout het sterkst wanneer hij de weemoed bezingt met enkel zijn gitaar als ruggesteun. Iets minder gek zijn we als het te aangekleed wordt zoals tijdens het funky “Pretty Girls”. Tijdens “Not The Only One” stuntte Tom door online contact te leggen (‘not really’!) met DJ Regi die de song voorzag van een zeer enerverende beat. Als gimmick wel leuk maar gelukkig keerde de man al even vlug terug naar zijn eenvoudige, intimistische stijl.
De songs van de nieuwe plaat konden mij in die mate boeien dat ik meteen besloot om “Working Man” aan te kopen. Na enkele luisterbeurten blijkt ‘Working Man’ toch wel een mooie opvolger te zijn voor ‘Motion’. De eenvoud van de eerste plaat is wat jammerlijk verdwenen en terwijl ‘Motion’ mij nog steeds van begin tot einde kan boeien heb ik het met deze nieuwe plaat toch iets moeilijker.

Tom’s debuut maakte vooral indruk vanwege zijn puurheid, eenvoud en zijn Country-feel. Ook mis ik de samenzang met een vrouwenstem (Jodie Pijper) die op ‘Motion’ enkele hartverscheurende songs opleverde. ‘Working Man’ mag dan misschien wel geschikter zijn voor een breder publiek, Tommeke komt zo wel in het vaarwater van een Tom Helsen of ‘Mia’ Milow.
Maar laat dit alles U niet beletten de man eens live te gaan bekijken….hopelijk binnenkort mét band…dicht in uw buurt.

LIVE REPORT VIDEO LINKS ON YOU TUBE
Part 1
http://www.youtube.com/watch?v=zhkFiWtv4Lo
Part 2
http://www.youtube.com/watch?v=GF2E5x8vaoU

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

 

Friendly Fires

Feest met Friendly Fires

Geschreven door

Le Grand Mix had voor een gevarieerde affiche gezorgd vanavond: naast de obligate Franse opener, kregen we een mini-festival op ons bord met Twisted Wheel, Secret Machines en Friendly Fires.

Twisted Wheel is een piepjong drietal uit Manchester. Ze spelen punkrock; ergens tussen de Jam en de Arctic Monkeys in, en schopten het daarmee al tot in het voorprogramma van Oasis. Hun debuut komt binnen een maand uit over het kanaal, en we hoorden typische Engelse punk rock uit de working class die met volle overgave gebracht werd. Qua podium présence presteerden Twisted Wheel een stuk sterker dan bijvoorbeeld Arctic Monkeys. Het valt echter nog te bezien of deze jongens het even ver zullen schoppen.

Secret Machines hadden een reuze basdrum meegebracht, maar het was ongeveer het enige wat we vanavond duidelijk zouden zien: het rookkanon werd duchtig ingezet. Secret Machines had dan ook een missie: ons terugbrengen naar de seventies ergens tussen Pink Floyd en Black Mountain in. Met een trage, pulserende groove werden we hun universum binnengezogen. Nummers zoals “Dreaming of dreaming”, “Lightning blue eyes” en “Daddy’s in the dolldrums” begonnen rustig en bouwden geduldig naar een climax op.
De respons van het publiek was gemengd, het jonge publiek was duidelijk voor Friendly Fires gekomen. We kregen dan ook geen bisnummers, zodat “Alone, jealous and stoned” in de kast bleef. Jammer.

Friendly Fires mixen alternatieve rock en dance. Referenties: Klaxons, The Rapture en LCD Soundsystem. Waar die bands vooral uit de postpunk en de elektro pikken, haalt Friendly Fires de mosterd bij de Manchester scène en 90’s dance. We kregen dus geprogrammeerde loops, opzwepende percussie, koebellen en sirenes. Enkel de smileys en de fluo armbandjes ontbraken, want de heren hadden in de plaats voor houthakkershemden gekozen. Waarmee dus bewezen werd dat je er niet cool moet uitzien om een feestje te bouwen. En een feestje was het, want het publiek werd volledig meegesleurd door het enthousiasme van de band.
Lang geleden dat we nog zo van de sokken geblazen werden.We gaan er daarom niet veel meer woorden aan vuil maken, en geven u dit mee: gaat dat zien! De heer Germain Schueremans zou stom moeten zijn om deze jongens niet in de Pyramid Marquee te zetten, voor wat nu al een van de hoogtepunten van Werchter 2009 is.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Black Diamond Heavies

Black Diamond Heavies: De hemel bevond zich even in Wattrelos

Geschreven door
Precies 14 dagen na hun verpletterende doortocht in de 4AD zag ik de Black Diamond Heavies terug in Wattrelos (voorstad van Lille). La Boîte à Musiques is best een leuke zaal maar er zijn toch een paar serieuze mankementen. Zo is het podium wat aan de lage kant maar vooral het ontbreken van een bar, een oud Frans zeer, was een bron van ergernis. Er was wel iets geïmproviseerd in de kelder maar het vooraf uitgeschonken bier bleek nogal aan de lauwe kant.


Uit beleefdheid toch een paar woorden over de twee eerste bands, hoewel hun prestatie in het niets verdwijnt na het zien van de Black Diamond Heavies.
Boogie Balagan combineerde Arabisch geïnspireerde zanglijnen met stevig gitaarwerk maar behalve de juiste line-up (2 gitaren en drums) valt hier niet veel positiefs over te vertellen.
Het Belgisch-Franse Stinky Lou & The Goon Mat is eigenlijk een one-man band met twee extra leden (zelfgemaakte éénsnarige bas en mondharmonica) die blues brengt in pure Fat Possum-stijl. Ze begonnen heel sterk maar na een tijdje begon het wel erg overstuurde geluid in hun nadeel te werken. Aan enthousiasme hadden ze evenwel geen gebrek.

Maar we waren hier voor de Black Diamond Heavies en we wilden zo graag eens weten of ze die glansprestatie van in Diksmuide nog eens konden overdoen. Want was dat geen toevalstreffer of hadden ze die avond misschien een verdachte banaan gegeten? Blijkbaar niet want dit optreden was weer een fameuze mokerslag waarvan ik na een paar dagen nog niet bekomen was. Wat dit duo aan intensiteit op een podium etaleert grenst aan het onwaarschijnlijke. Zanger John Wesley Myers, die zich tegenwoordig als Reverend James Leg laat aanspreken, is naast het podium een ietwat verlegen man die zelf nooit iemand zal aanspreken maar eenmaal erop verandert hij in een bezeten performer van een soort waarvan er op deze wereld niet veel rondlopen. Naast zijn indrukwekkende schorre strot die zich met die van Tom Waits kan meten beschikt hij ook over twee gouden handen waarmee hij zijn Fender Rhodes martelt en tegelijk met de bastoetsen hun sound een ongelooflijke drive geeft. Daarbij wordt hij geholpen door de superbe drummer Van Campbell, die de ene stick na de andere aan flarden mepte. Het optreden begon net als in Diksmuide met "Nutbush city limits" (Ike &Tina) maar daarna was de volgorde kompleet anders en doken er ook een paar andere nummers op. Een setlist hebben ze trouwens niet. Absoluut hoogtepunt vond ik het hypnotiserende "Baby please don't leave me", oorspronkelijk van Junior Kimbrough, dat ze opdiepten uit hun prille beginperiode toen gitarist Mark ‘Porkchop’ Holder nog de zanger was. Maar die werd afgevoerd toen bleek dat hij niet wou toeren en gingen ze noodgedwongen met zijn tweeën door. Zijn vertrek bleek achteraf een zegen.
De heren spelen nogal wat covers : Nina Simone, T-Model Ford, Van Halen en AC/DC (het onvermijdelijke "It's a long way to the top if you wanna rock ’n roll” en hoe uiteenlopend die nummers ook zijn, eenmaal in de Black Diamond Heavies-blender worden het allemaal pareltjes die perfect passen in het geheel.

Black Diamond Heavies zijn dan ook veel meer dan zomaar een garagebandje: soul, blues, gospel, ze hebben het allemaal in de vingers. Dit is -ik wik mijn woorden- één van de beste live-bands, zoniet dé beste, van de laatste tien jaar. Pompend en zuigend sleuren ze je, op een nog ambachtelijke wijze, onverbiddelijk mee naar een muzikaal universum, ver weg van deze sombere wereld, waar ik eeuwig zou willen toeven. Ik heb nu al heimwee maar gelukkig komen ze in juni al terug naar Europa. Of ze België aandoen is nog niet geweten maar er zijn al een drietal optredens in Nederland gepland.
Een nog steeds duizelige Ollie

Frank Turner

Een nieuwe Engelse bard is opgestaan onder Frank Turner

Geschreven door

The Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey, onder zanger/gitarist Brian Fallon, heeft z’n folky punkroots op hun tweede volwaardige plaat ‘The ‘59’ sound’ een spannende draai gegeven, want naast de vaardige, puntige punkrock wordt hun sound nog meer doorspekt van americana en classic American poprock van Springsteen. De groep laat eenzelfde groei horen als een Against Me!, die ver buiten de geijkte folkpunkpaden durft te treden. Want we horen zelfs hun erkenning voor soul legendes Cooke, Gaye en jazzvirtuoos Miles Davis (er is trouwens een song aan hem gericht!). Hier kan een band als Dropkick Murphys iets van leren.
Vanuit deze invloedssfeer baant The Gaslight Anthem zich een weg tussen ‘de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang.

De groep ging anderhalf uur lang met een eenzelfde oprechte energie, dynamiek en vitaliteit te werk. Melodieus gestroomlijnd materiaal, aanstekelijke refreinen, snedige gitaarpartijen en opzwepende drums. Muziek ‘straight from the heart’! Goed onderbouwde songs en prachtig sentiment, die muzikaal, vocaal als qua uitstraling Bruce ‘the boss’ niet kunnen wegsteken.
Leadzanger Fallon en bassist Alex Levin leken de verpersoonlijking wel van sixtie rock’n’roller James Dean, krachtpatsers met een body vol tatoeages. Ook de twee andere, drummer Benny Horowitz en gitarist Alex Rosamila, moesten niet onderdoen qua tatoeages, maar leken eerder uit een rockende garagescène te zijn ontsnapt.
Het sympathieke kwartet speelde bijna integraal hun recentste cd, de ene nummers wat strakker, openers “Great expectations” en “High lonesome”, de andere wat meer opbouwend en broeierig: “Old white Lincoln” (eerste single van de cd), “Cowgirls get the blues”, “Film noir” en tot slot “Where fore art thou, Elvis”, ingeleid door “It’s a mans mans mans world” van James Brown. Of ze klonken rauwer als op “Boomboxes & dictionairies”, één van de drie oudere songs in de set.
De snedige rockers “We came to dance”, “Drive” en afsluiter “The backseat” behielden het aardige, geestdriftige tempo van de band. Het zat allemaal goed in elkaar! En dat ze ook subtiele, poppy droomsongs kunnen spelen, hoorden we op het bloedmooie “Here’s looking at you, kid”.
The Gaslight Anthem bracht ijzersterk materiaal waarvan ik me kan voorstellen dat de doorsnee hardcore/punkrockliefhebber eerder wat terughoudend kan zijn door de subtiele switchs van de band, maar wetende dat de songs recht vanuit het hart komen, moet hen wel over de streep trekken.
De sterke respons deed het kwartet daadwerkelijk deugd, na hun drie man en een paardenkop optreden in de Frontline, nog vóór de cd midden vorig jaar uitkwam, wat zorgde voor een uitgebreide bis; in de paar sfeervolle songs refereerden ze aan Bruce Cockburn’s “Rocket Launcher” en het filmische ‘Wild at heart’. De rock’n ‘rollers onder ons waren zeker te vinden voor de puike versies van “I’d called you Woody, Joe” en “Cassanova Baby”. Een messcherpe versie van Billy Bragg’s “A new England” tussen bard Frank Turner en Fallon besloot definitief de set van het leuke, zonder enige stoerdoenerij, The Gaslight Anthem.
 
Zonder in te boeten aan die unieke punkrock/hardcore sloeg het kwartet aan met hun flirt naar andere stijlen; een gepaste, gevatte en geslaagde eigen ‘feel’ om uit diverse vaatjes te tappen!

Ook de supports mochten er duidelijk zijn. The Polar Bear Club, uit NY, hield het bij de strakke en krachtige melodieuze hardcore, die richting punkrock durfde in te slaan , onder een fantastisch brullende, charismatische zanger.

Maar het was vooral de tweede act, singer/songwriter Frank Turner, die iedereen met verstomming sloeg. Hij beschikte over een heldere, angry gouden stem, geselde z’n gitaarsnaren en plaatste de power in een song centraal. Deze jonge bard uit Z-Londen palmde solo probleemloos het publiek in en onderscheidde zich binnen de twee krachtige bands van de avond.
Een ‘man van de barricaden’ stond hier enthousiast, bezield en overtuigend te spelen. Een jonge Billy Bragg zonder veel gezeur (!) vormde met z’n publiek één team. Solidariteit en samenhorigheid, zoals we het in jaren niet meer gehoord hadden op een podium. En hij hield het leuk en plezierig en brabbelde zelfs à l’improviste een kort nummer in ‘t Frans. Hij bezorgde ons kippenvel door enkel met z’n indringende stem een song te brengen. We kijken er alvast naar uit als hij in november terug langskomt …

Organisatie: Botanique, Brussel

The Gaslight Anthem

Geslaagde eigen ‘feel and touch’ van het Amerikaanse The Gaslight Anthem

Geschreven door

The Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey, onder zanger/gitarist Brian Fallon, heeft z’n folky punkroots op hun tweede volwaardige plaat ‘The ‘59’ sound’ een spannende draai gegeven, want naast de vaardige, puntige punkrock wordt hun sound nog meer doorspekt van americana en classic American poprock van Springsteen. De groep laat eenzelfde groei horen als een Against Me!, die ver buiten de geijkte folkpunkpaden durft te treden. Want we horen zelfs hun erkenning voor soul legendes Cooke, Gaye en jazzvirtuoos Miles Davis (er is trouwens een song aan hem gericht!). Hier kan een band als Dropkick Murphys iets van leren.
Vanuit deze invloedssfeer baant The Gaslight Anthem zich een weg tussen ‘de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang.

De groep ging anderhalf uur lang met een eenzelfde oprechte energie, dynamiek en vitaliteit te werk. Melodieus gestroomlijnd materiaal, aanstekelijke refreinen, snedige gitaarpartijen en opzwepende drums. Muziek ‘straight from the heart’! Goed onderbouwde songs en prachtig sentiment, die muzikaal, vocaal als qua uitstraling Bruce ‘the boss’ niet kunnen wegsteken.
Leadzanger Fallon en bassist Alex Levin leken de verpersoonlijking wel van sixtie rock’n’roller James Dean, krachtpatsers met een body vol tatoeages. Ook de twee andere, drummer Benny Horowitz en gitarist Alex Rosamila, moesten niet onderdoen qua tatoeages, maar leken eerder uit een rockende garagescène te zijn ontsnapt.
Het sympathieke kwartet speelde bijna integraal hun recentste cd, de ene nummers wat strakker, openers “Great expectations” en “High lonesome”, de andere wat meer opbouwend en broeierig: “Old white Lincoln” (eerste single van de cd), “Cowgirls get the blues”, “Film noir” en tot slot “Where fore art thou, Elvis”, ingeleid door “It’s a mans mans mans world” van James Brown. Of ze klonken rauwer als op “Boomboxes & dictionairies”, één van de drie oudere songs in de set.
De snedige rockers “We came to dance”, “Drive” en afsluiter “The backseat” behielden het aardige, geestdriftige tempo van de band. Het zat allemaal goed in elkaar! En dat ze ook subtiele, poppy droomsongs kunnen spelen, hoorden we op het bloedmooie “Here’s looking at you, kid”.
The Gaslight Anthem bracht ijzersterk materiaal waarvan ik me kan voorstellen dat de doorsnee hardcore/punkrockliefhebber eerder wat terughoudend kan zijn door de subtiele switchs van de band, maar wetende dat de songs recht vanuit het hart komen, moet hen wel over de streep trekken.
De sterke respons deed het kwartet daadwerkelijk deugd, na hun drie man en een paardenkop optreden in de Frontline, nog vóór de cd midden vorig jaar uitkwam, wat zorgde voor een uitgebreide bis; in de paar sfeervolle songs refereerden ze aan Bruce Cockburn’s “Rocket Launcher” en het filmische ‘Wild at heart’. De rock’n ‘rollers onder ons waren zeker te vinden voor de puike versies van “I’d called you Woody, Joe” en “Cassanova Baby”. Een messcherpe versie van Billy Bragg’s “A new England” tussen bard Frank Turner en Fallon besloot definitief de set van het leuke, zonder enige stoerdoenerij, The Gaslight Anthem.
 
Zonder in te boeten aan die unieke punkrock/hardcore sloeg het kwartet aan met hun flirt naar andere stijlen; een gepaste, gevatte en geslaagde eigen ‘feel’ om uit diverse vaatjes te tappen!

Ook de supports mochten er duidelijk zijn. The Polar Bear Club, uit NY, hield het bij de strakke en krachtige melodieuze hardcore, die richting punkrock durfde in te slaan , onder een fantastisch brullende, charismatische zanger.

Maar het was vooral de tweede act, singer/songwriter Frank Turner, die iedereen met verstomming sloeg. Hij beschikte over een heldere, angry gouden stem, geselde z’n gitaarsnaren en plaatste de power in een song centraal. Deze jonge bard uit Z-Londen palmde solo probleemloos het publiek in en onderscheidde zich binnen de twee krachtige bands van de avond.
Een ‘man van de barricaden’ stond hier enthousiast, bezield en overtuigend te spelen. Een jonge Billy Bragg zonder veel gezeur (!) vormde met z’n publiek één team. Solidariteit en samenhorigheid, zoals we het in jaren niet meer gehoord hadden op een podium. En hij hield het leuk en plezierig en brabbelde zelfs à l’improviste een kort nummer in ‘t Frans. Hij bezorgde ons kippenvel door enkel met z’n indringende stem een song te brengen. We kijken er alvast naar uit als hij in november terug langskomt …

Organisatie: Botanique, Brussel

Bota@AB 2009 - Part I - Papa Dada, Selah Sue, Vismets, Jeronimo

Geschreven door

Actueel en alert. Zo labelde de derde editie van de tijdelijke samensmelting van de Ancienne Belgique en de Botanique zich. Op vrijdag 27 februari opende de AB zijn Box en zijn Club voor een line up van vier muzikale variëteiten. Papa Dada opende, Selah Sue en Vismets vervolgden, Jeronimo sloot: de Vlaams-Waals-Brussels openingsavond van de dubbelaffiche was alvast een succes.

Voor Papa Dada was de Club nog niet nokvol, maar de opwarmer bracht rechttoe rechtaan pretentieloze rock met tempoversnellingen, af en toe melodisch gedragen door de keyboards. Aangekondigd als de verzamelaars van geluiden allerhande, bleven de winnaars van Finale Concours Circuit 2008 toch binnen de heel muzikale lijnen, al zijn ze misschien nog wat op zoek naar maturiteit. Hun composities houden de baan wel, er is een podiumattitude en de muziek doet je bijwijlen glimlachend mee schuifelen. Dat  de Franstalige leadzanger er bij ‘Heb jij mijn kat’ gezien aan toevoegde dat hij dit nummer straks helemaal in het Nederlands zal zingen als zijn taalbeheersing beter is, maakte de interactie alleen nog leuker. All I Want to do is Dance, Art Gallery, and Silverscreen echoden lekker. Te volgen.

Een stap verder, zij het vrijdag letterlijk een etage lager, staat de haast maagdelijk ogende Leuvense Selah Sue (Sanne Putseys)  die onder andere met “Black Part Love” al behoorlijk wat airplay kreeg op StuBru. De ontdekking van Milow – ze kan het niet nalaten naar haar muzikale vader te verwijzen – genoot van haar eerste ‘eigen show’. We zagen ze nog onwezenlijk bedeesd als voorprogramma van Jamie Lidell, maar op het podium van de AB ontpopte ze zich tot een podiumperformance en zelfs niet echt meer in wording !
Ontroerend, grappig, breekbaar (net als haar stem eigenlijk) en zelfs stevig en funky hield ze de Box een drie kwartier ademloos in de ban van haar eigenste expressieve persoontje.
Sterk vocaal en de synergie van haar volwassen stem met haar meisjesuiterlijk verkoopt het hele plaatje nog beter. Iets wat zus aan de ingang van de AB ondervond aan de ‘promostand’ met haar EP-tje. Hopelijk raakte ze haar writer’s Block (‘al zo’n vier maanden’, dixit Sue) snel overschreven.

Dé verrassing van de avond voor ons was toch Vismets. De Brussels gang of three bestaat sinds oktober 2007 en hoopt tegen oktober 2009 hun eerste album op de markt te hebben. Hun four track title EP klinkt stevig en geolied, maar tipt niet aan hun live-act. ‘Dan Klein’ (Dany Desmet) instrueert als een Romeinse keizer centraal achter zijn keyboards. Een coole group, zo willen ze door het leven zingen en ze plukken graag uit de eighties of dat nu de new wave de disco of de metal-punk is. Het gesmede geheel krijgt dan ook moeilijk een naam, al zou symfonische punkrock niet misstaan. Het gevecht tussen de gloeilampen en de stroboscoop maakte het er alleen maar karakteristieker op.
Even dachten we terug aan de Belgische ontdekkingsavond van de Kaiser Chiefs enkele jaren terug in de Bota: luid, hard, rechtdoor en toch/zelfs dansbaar. Cool dus, vandaar de naamsverwijzing. Niet enkel naar de Brusselse vismarkt (vismet), maar naar de stoere leather jacket boys die indertijd rondhingen in de Brusselse côté. Dat hun sound wat minder was door het late aandienen en korte soundchecken wegens een traffic jam (“Bruxelles c’est la merde pour ça”) kon hun enthousiasme achteraf niet drukken. We hoorden dus al en horen zeker nog van Vismets !

Moeilijker hadden we het met ouderdomsdeken Jeronimo (Jerome Mardaga), nochtans heel populair, zo bleek, bij het overwegend Franstalig overgebleven gedeelte van het publiek. Hun opstart klonk zeurderig, op het randje van het schlager-chanson-achtige. Vervelend zelfs even en voorspelbaar. De songs pikten ook iets te nadrukkelijk riffs en grooves. Uiteindelijk evolueerde het kwartet wel naar een heviger genre, wat ons zijn ‘geheel’ in twijfel deed trekken. Even duwde hij “Putain Putain” van TC Matic nog in een chaotisch einde vooraleer hij biste met een slow over Oostende. Een paar hoogtepunten waren wel “Ma femme me trompe” en “Moi je voudrais”, maar toch leek de routinier van de avond ons te huilerig. Jammer, voor iemand die toch een gedegen verleden in zijn gitaar zitten heeft. Of is het juist dat? Te weinig actueel en alert?

Neem gerust een kijkje naar de live foto’s

Organisatie: Bota@AB, Brussel

Contradiction

Life In Motion – Chapter one – Desperate desires

Geschreven door

De EP ‘Desperate desires’ is het eerste deel van een trilogie van het trio rondom de contrabassiste/zangeres Ineke Van den Zegel. Van CO.ntradiction vinden we vier songs terug, waarvan de eerste twee,”no no no” en “neuritoc” groovende jazzypop zijn en zwoel klinken. Ze spreken tot de verbeelding … een beetje  “I wanna be loved by you” - Marilyn Monroe. De twee volgende “forever off course” en “please stop” hebben een broeierige spanning en zijn eerder donker en dreigend van aard.
Het verhaal van wanhopige verlangens krijgt elan door haar aanpak en haar overtuigende, heldere, doorleefde soulstem. Ergens tussen Joan Wasser (van JAPW), Phoebe Killdeer (één van de zangeressen geweest van het Franse Nouvelle Vague), Dani Klein (Vaya Con Dios) en Feist.
De songs zijn een intrigerende mix van pop, jazz en film noir, en worden naast contrabas kracht bijgezet door sax, gitaar en drums.
De EP werd, naast de vaste line-up van drie, opgenomen in samenwerking met enkele gastmuzikanten waaronder Elko Blijweert en Karel de Backer.

Info op http://www.contradiction.be

The Galacticos

EP Phone Home

Geschreven door

Een fris, sprankelend EP’tje horen we van het energieke, leuke kwartet The Galacticos uit Limburg. Ze werden eerder al Libomania winnaar en behaalden een finale plaats op Humo’s Rock Rally 2008. En verdiend, want we horen opwindende, aanstekelijke poprock met catchy melodieën en meezingbare refreinen: springerig, opgewekt met subtiele, zwierige toetsen. Het speels rommelig ondertoontje nemen we er maar al te graag bij!
Het jonge bandje refereert aan het oude Rentals, Weezer en Pavement en gaat hand in hand met het uit Wales afkomstige Los Campesinos.
Vier vrolijke gasten, die houden van interplanetaire stuff en de uitstraling hebben van I’m From Barcelona In Space, zo te zien op de cd hoes.
Hun vijf nummers tellende EP werkt in op de dansspieren. Oorstrelende feel good music… charmant bruisende pop. Met de single “Humble crumble” heeft het kwartet alvast een aardige hit op zak. Verdiend!
Info op http://www.myspace.com/thegalacticos

The Bony King Of Nowhere

Alas my love

Geschreven door

Het zag eraan te komen … Het Gentse The Bony King Of Nowhere won een paar jaar terug het lokale Beloften concours om zich dan in de schijnwerpers te plaatsen als supports en op festivalletjes. En nu hebben ze een puik debuut uit!
Spil is zanger/componist Bram Vanparys, die in de zang doet denken aan Girls In Hawaii en Absynthe Minded. Hij biedt op de elf songs een verstilde, ingetogen en sobere aanpak van emotievol semi-akoestisch gitaargetokkel, kleurrijke keyboards en een ingehouden percussie. De melancholisch romantische pop krijgt nog elan door contrabas en een tweede gitaar. Sommige nummers klinken hierdoor wat meer doorleefd en hebben wat meer diepgang, waaronder “The sunset”, “There I am”, “Everything I like” en “Taxidream. Kippenvelmoment vormt “Favourite”, minimaal begeleid en gedragen door de dromerige, indringende, licht overwaaiende vocals van de zanger. Een talentrijk zanger en een goed op elkaar ingespeelde band dus, die een aan Radiohead/Sigur Ros klanktapijt niet schuwt door toetsen en soundscapes, als op “Maria”, “Losing gravity” en de intieme afsluiter op piano, “My invasions”.
‘Alas my love’ bevat broeierig spannende groeisongs, waarbij de groepsnaam z’n ‘King’ waardig draagt. Ze plaatsen zich geruisloos tussen een Bonnie ‘Prince’ Billy, Iron & Wine, Bon Iver, Low en Cowboy Junkies.

Pagina 469 van 504