logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15613 Items)

Tindersticks

The Hungry Saw

Geschreven door

Het Britse Tindersticks stond vijf jaar op non actief. De solo uitstap ‘Leaving Songs’ van zanger/songschrijver Stuart Staples met leden Neil Fraser en David Boulter was een half geslaagd succes. Een reünie met deze twee kon niet uitblijven.
Resultaat is een homogene plaat van heerlijke, adembenemende romantische pop, in smachtende soul en retro gedrenkt, onder die typische ‘crooner’ zang (grauwe baritonzang) van Staples. De luisteraar wordt ondergedompeld in die zalvende melancholie van fijnzinnig en zorgvuldig uitgekiend materiaal, als ”Yesterdays tomorrow”, “The other side of the world” en “The turns we took”, ondersteund door toetsen, blazers en strijkers. De plaat heeft drie instrumentale tussendoortjes (“Introduction”, “E-Type” en “The organist entertains”).
”Boobar come back to me” en de titelsong hebben de sterkste hitpotentie en behoren tot het sterkste wat Tindersticks maar kon uitbrengen. ‘The Hungry Saw’ was het wachten waard.

Fleet Foxes

Fleet Foxes

Geschreven door

Band voor de toekomst is het vijfkoppige Fleet Foxes uit Seattle . Met de deur in huis vallen heet zoiets. De band combineert dromerige indiepop, psychedelica americana, folk en ‘60’s pop onder een meerstemmige zang: fijne gitaarakkoorden, psychedelicatoetsen en een zalvende percussie, bepaald door de warme, hemelse vocale pracht van songschrijver van Robin Pecknold.
Na de EP ‘Sun Giant’ onderscheidt de band zich met de naar hun vernoemde plaat.
”White Winter Hymnal”, “Ragged Woods”, “Tiger Mountain Peasant Song”, “Your protector” en “Blue Rige Mountains” zijn subtiel uitgewerkte songs, die tekenen voor een prachtig zorgeloos ‘laidback’ weekendgevoel. Knipoog naar bands als The Shins, My Morning Jacket, Band of Horses, Belle & Sebastian en Beach Boys.

FeestinhetPark 2008 : vrijdag 22 augustus 2008

De dertiende editie van Feest in het Park aan de oevers van de Oudenaardse Donkvijvers zijn een groot succes geworden. Met ruim 32.000 bezoekers over de 3 dagen (zeker 10000 meer dan vorig jaar nota bene!) stevende FihP af op een record. Dit was vooral te danken aan het sterke en gevarieerde programma: pop, alternatieve rock, reggae/ragga, postrock, funk, hiphop, drum 'n' bass en de huidige dancetrendsetters.
Grootste kleppers van dienst waren George Clinton (feat Parliament), The Roots, Front 242, Hooverphonic, Goose, Shameboy en Arno.
De muzikale smeltkroes, het sfeerrijke decor, de partysfeer, de ontspannen vibe en de herschikking van het terrein (gezelliger en compacter!) en (al bij al ) het goede weer waren de troeven van deze succesvolste editie. Niks anders dan lachende gezichten van de uiterst tevreden organisatie, die er probleemloos nog een tandje konden bijsteken. Verdiend!

dag1: vrijdag 22 augustus 2008

Het Antwerpse rockcollectief A Brand (Grand Mix) kwam hun nieuwe, derde album 'Judas' voorstellen op FihP. Ze konden op redelijk wat belangstelling rekenen. De vijf heren die keurig in een wit glanzend maatpak waren gestoken, openden met hun grootste hit "Hammerhead". De sfeer zat er meteen in. "Time", de nieuwe single en Afrekeningshit, volgde. Daarna nam de vaart wat af en was er plaats voor het ingetogen, sfeervolle "Where's your heart?", het groovy "Beauty booty killer queen" en het opzwepende "Judas". Het speelse "Lesser God" bevatte inventieve gitaarpartijen. De heavy cover/medley van "Block rockin' beats"(The Chemical Brothers) en "Poison"(The Prodigy) werd net als het frivole "Mad love, sweet love" fel gesmaakt..Afgesloten werd er met de leuke uitgelaten AC/DC-cover "Thunderstruck". Een sterke en overtuigende set van een kwintet dat opvalt met een meerstemmige zang en een variërende sound.

Het Franse Peuple de l’Herbe (Bar Bizar) vermaakten met hun melt van rock, hiphop, dub, reggae en electro. Ze hitsten het publiek op met hun snedige raps. Knappe dance , dreunende beats en een boeiende show.

De golf van electro, trance, techno en breakbeats onder pulserende pompende beats van het Antwerpse Shameboy (Grand Mix) wordt sterk ontvangen door de jonge (techno) danslustigen. Ondanks de maatstaaf van een ‘oohooh’ meezinggehalte en crowdsurf is hun ‘Heartcore’ tour wel een beetje teveel van hetzelfde geworden. “Sunday Punk” , “Monofour”, “Timeskipper”, “Splendit”, “Heartcore” en de traditionals “Rechoque” en “Strobot” zorgden voor een dampend feestje.


De 'Electronic Body Music'-pioniers Front 242 (Grand Mix) beklommen daarna het podium. De invloedrijke en baanbrekende band, opgericht in '81(!), in Brussel, zijn één van de voorlopers van de huidige dance-, electro/techno- en wave/industrialscene. De vier heren, allemaal in zwarte, futuristische (combat) outfit konden rekenen op hun trouwe fanschare, die grotendeels bestonden uit dertig en veertigers. De band bestaande uit Jean-Luc De Meyer (vocals), Richard 23 (vocals, keyboards), Patrick Codenys (keyboards/programming/mixing) en Tim Kroken (live drums) bewezen dat ze nog altijd een act zijn om rekening mee te houden en dat ze nog maar weinig van hun goede live reputatie verloren hebben.
Na de intro "98", ging men van start met het duistere "Together", het pompende "Take one" en het militante "In rhythmus bleiben". Daarna volgden het luid meegezongen "Welcome to paradise", het dreigende "Loud" en het rustige "Until death". Vervolgens werd het tempo terug opgeschroefd met "Funkhadafi" en "Moldavia".Het dak ging er bijna af met het gekende materiaal: een stuwende "Religion" en "Headhunter" en het vette' "Punish your machine".
Een degelijk uitgebalanceerd concert dus, maar jammer dat er een paar klassiekers als “no shuffle”, “body to body”, “commando (mix)” en “quiet unusual” in de koelkast bleven en dat het iets jongere publiek maar weinig interesse toonde voor de verrichtingen van deze 'veteranen'! Het waren de oude wave liefhebbers die genoten of pogoë-den op deze electronic’ trance’ body music.

De Kortrijkse electro-rockers van Goose (Grand Mix) waren duidelijk de publieksfavorieten op deze eerste festivaldag. Hun energieke mix van dance/electro en rock werkte zeer aanstekelijk op de dansspieren. Hun set bestond uit songs van het inmiddels twee jaar oude 'Bring it on'; we herkenden de singles "British mode", "Black gloves" en "Low mode". Het overige songmateriaal hoefde daar zeker niet voor onder te doen, getuige daarvan de uitstekende intense nummers "Audience", "Human resource", "Girl", "Everybody" en "Modern times".
De mannen van Goose verkeerden in topvorm en zorgden voor een feestje met hun opzwepende synths, pompende beats, vette gitaren en strakke drums! Een goed geoliede machine en absolute topper!

De Bar Bizar bleek veel te klein voor Andy C., de drum 'n' bass-grootmeester en 'zwaargewicht' van het eerste uur. Deze Engelse DJ die al sinds '92 actief is, bevestigde moeiteloos zijn status als beste jungle-DJ ter wereld met zijn snoeiharde, maar sfeervolle, zalvende en dansbare drum 'n' bass die ook elementen bevatte van soul, reggae/ragga, hiphop en zelfs jazz. Originaliteit troef dus!
Live werd hij bijgestaan door een MC/volksmenner die het al uitzinnige publiek ophitste met zijn militante kreten en oneliners. Stilstaan was dan ook onmogelijk. Andy C. demonstreerde een knap staaltje van zijn kunnen! Indrukwekkend!

Afsluiter in de Grand Mix was Discobar Galaxie. Hun recept van dance/beats, hiphop, rock en popnummers in een grappig en speels jasje was dan ook bekend. Jammer genoeg konden ze op weinig bijval rekenen en was de tent dan ook maar voor de helft gevuld. Toch lieten DJ Lars Capaldi, DJ Bobby Ewing en MC Loveboat het niet aan hun hartje komen en maakten ze er het beste van. Tevergeefs zo bleek, de Grand Mix bleef matig gevuld.
Misschien lag het aan de moegefeeste jongeren of aan het feit dat hun trukendoos bij de meesten bekend was. Ook het feit dat dit hun zoveelste passage was op FihP had er waarschijnlijk wel iets mee te maken. Een lichte teleurstelling!

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2008: zaterdag 23 augustus 2008

The Black Box Revelation (Grand Mix) leken wel de vaste opener van de zomerfestivals. Zonder afbreuk aan wie ook, hebben we hen nu een beetje teveel gezien. Ze tekenden voor een nerveuze bedreven rock’n’roll show. Het siert hen te spelen met steeds dezelfde energie en dynamiek.

Ons eigen Headphone (Bar Bizar) uit Gent mogen we komende maanden goed in het oog houden. Hun subtiel uitgewerkte dromerige songs hadden een zalvend ritme en een zweverige melodie. Ze kregen kleur door toetsen en flirtten met Notwist en Radiohead. “Ghostwriter”, “Moneylender” en “She’s electric”konden rekenen op herkenningsapplaus en met PJ Harvey’s “Down by the water” leverden ze een originele cover af.

De rauw rammelende gitaarrock/bluesrock van het Engelse Archie Bronson Outfit kwam niet helemaal tot zijn recht in de Grand Mix, daarvoor was de tent iets te groot. Het fel rockende trio trok het zich niet aan en serveerde bezwerende en rudimentaire songs van hun albums 'Fur' (04) en 'Derdang derdang' ('06). Daarbij zorgden "Cherry lips", "Dart for my sweetheart" en "Dead funny" voor een bescheiden applausje. Spijtig van de matige opkomst. Echo's van The Gun Club, 16 Horsepower, Jon Spencer, Captain Beefheart en Kings of Leon zaten verweven in hun totaalgeluid.
Toch een dikke voldoende voor deze energieke en opzwepende garagerockers! De afwezigen hadden ongelijk!

Motek (Bar Bizar) plaatste de postrock op ‘Port Sunshine” in een breder concept door hemelse melodieën , aanzwellende partijen en de Mogwai/65daysofstatic geluidsstormen op het eind. Hun klanklandschap was mooi, heel mooi en gevarieerd, met “Immerblei” en “Tryer” als hoogtepunten: van slepend, dromerig tot rauw, direct en snedig.

Het Deense dance rock gezelschap WhoMadeWho (Grand Mix) kon ook al op weinig interesse rekenen. Toch was hun speelse en springerige mix van beats en rock het beluisteren en bekijken waard. Hun eclectische nummers bevatte elementen van dance/disco, funk, (post)punk en rock.
De drie heren uitgedost in een spannende zwart/wit outfit hadden maar één doel voor ogen: hun toeschouwers doen dansen. Daar slaagden ze grotendeels in. Het was moeilijk om stil te staan op hun funky en frivole songs van hun gelijknamige debuut ('06): "Space for rent", "Happy girl", Johnny lucky", "Hello, empty room" en de hilarische cover van de dancehit "Satisfaction"('02) van Benny Benassi. Voornaamste referenties waren Frank Zappa (zanger/gitarist Tomas Hoefling leek wel zijn dubbelganger), The Sparks, Devo, Primus, Gang of Four en P.I.L., niet van de minsten dus. Toch was er sprake van een eigen sound, daarvoor waren hun nummers inventief en origineel genoeg. WhoMadeWho entertainde en bracht een leuke show! Nu nog wat meer publiek a.u.b.!

De organisatie strikte het alternatieve, rockende hiphopcollectief The Roots uit Philadelphia, USA, (Grand Mix)voor een éénmalig festivalconcert. Ze bewezen op FihP waarom ze tot de beste en meest gerespecteerde live-acts horen.
Hun set was één lange jamsessie waarin elementen van rap, rock, soul, funk en jazz zaten. Hier dus niet enkel één of twee MC's en een DJ, maar een hele live-band: een gitarist, bassist, keyboardspeler, drummer, percussionist, een trombone-/trompetspeler en natuurlijk MC Black Thought die met zijn politieke, sociale en maatschappelijke lyrics/thema's bewijst dat het anders en origineel kan.
"Rising up" (van hun laatste worp ‘Rising down’) opende hun show, gevolgd door het uptempo "Star" en het donkere "Long time". Bij deze songs was het nog een beetje zoeken naar een evenwichtig geluid. Het oudje "Mellow my man" en het hevige "Criminal" volgden. Bij doorbraaksingle "You got me" ('99) begon het feest pas echt. Deze klepper werd verlengd tot een heuse medley met fragmenten van "Sweet child of mine" (Guns n' Roses), "Loverman" (Shabba Ranks), "Bad to the bone" (George Thorogood) en "Who do you love?" (The Doors). Gitarist Kirk Douglas (niet die van Star Trek) speelde zichzelf in de kijker met zijn opzwepende en intense solo's Ook de andere muzikanten mochten een staaltje van hun kunnen demonstreren. Allemaal zeer knap en indrukwekkend!
Het laatste deel was gereserveerd voor het 'echte' hiphop werk middels het funky "Get busy", het rhymefest "The next movement" en hun meest gekende track "The seed" (met een stukje "Men @ work").
The Roots leverden een kolkende en intense prestatie. Een hoogtepunt voor velen!

Afsluiter in de Grand Mix op zaterdag was Hooverphonic. De band rond bassist Alex Callier, gitarist Raymond Geerts en zangeres Geike Arnaeret serveerden een mooie en afwisselende dwarsdoorsnede van hun oeuvre. Live werden ze bijgestaan door een extra keyboard- en mellotronspeler en drummer Steven van Havere (Arid). De sobere setting en ingenieuze lichtshow maakten het plaatje compleet.
Ze begonnen met enkele songs van hun laatste fullength 'The president of the LSD golf club'. We hoorden de donkere opener "Stranger", het psychedelische "50 Watt", het rockende "Expedition impossible", het poppy "Circles" en de meezinger "Gentle storm". De intieme cover van "Cry" (Godley and Creme) zetten knappe vertolkingen van een ‘Best of’ op getouw: het happy "Club Montepulciano", het snedige "No more sweet music" en de reeks singles "The magnificent tree", "Jackie Kane", "The world is mine" en het prachtige "Eden"(met een scherp, krachtig gitaarspel en distortion!).
In de uitgebreide bisronde hoorden we strakker gespeelde versies van "Eclipse", het nog steeds fantastische "Mad about you", het dramatische "Vinegar and salt" en het happy "Sometimes" (gelinkt aan de “Imagine” tune van John Lennon!).
Toch had het enthousiaste publiek er nog niet genoeg van en verscheen de groep nog eens ten tonele voor het onheilsspellende en dreigende "Bohemian laughter".
Een overtuigende en uitgekiende set. Geike Arnaert stal de show met haar hemelse vocals: ze nam afstand van haar coole uitstraling en ontpopte zich als een sensuele popdiva op het podium . Echt top!

En in de Bar Bizar konden we intussen genieten van de pompende beats, trance en dancehall van The Subs en Dada Life; hun instant club klassiekers “Kiss my trance” en “Funfunfun” gingen erin als zoetenbroodjes voor het dansminnende publiek!

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2008: zondag 24 augustus 2008

Het rockende geweld van het Gentse The Germans , de potige, zompige garage rock’n’roll van Triggerfinger en de onschuldige, snedige melodieuze rock van Tim Vanhamel openden gemoedelijk de afsluitende dag vóór de George Clintons/Parliament craziest freaky funk show en de Oostendse nachtburgemeester Arno.

Maar eerst Beenie Man, de man komt uit het verre Jamaica en was daar voor ons part beter gebleven. De man en zijn band spelen dancehall-ragga, een genre speciaal uitgevonden voor hyperkinetische bavianen die aan de prozac zitten. Er bleek in Oudenaarde toch een publiek te bestaan die vatbaar is voor deze opgefokte pokkeherrrie, maar wij kregen er barstende koppijn van. Beenie Man heeft maar één song , speelde die tot vervelens toe dan ook nog 15 keer en het werkte al van de eerste minuten danig op onze zenuwen. Dit is het soort artiest die ervoor zorgt dat Dafalgan en Aspro eeuwig zullen blijven bestaan.

Levende legende George Clinton, peetvader van de P-Funk, had een vrolijke bende meegebracht. Vier gitaristen waarvan er eentje in een pamper was gehuld, backing vocals waaronder een bevallige deerne op rollerskates, een rapper, een geschifte atletische neger die zich meermaals dubbel plooide en een stel blazers waarvan de dikste ruim de 150 kilo overschreed. Ze moeten daar zowat met zijn zestienen op dat podium gestaan hebben en met z’n allen maakten ze er een knettergek kolkend funk-feestje van. Vette funk beats wisselden af met verbluffende gitaarsolo’s. Ouwe knar Clinton zelf betrad het podium pas nadat zijn band met een drietal nummers de tent op stoom had gebracht, ondermeer met een lekker vet “Cosmic slop”.
Het optreden was één lange geweldige funky-jam van een stel prettig gestoorde klassemuzikanten met de zotte Clinton als opperhoofd. In de gloeiende stoofpot die het bonte gezelschap brouwde herkenden we ouwe kleppers als “Free your mind and your ass will follow” (beste songtitel ooit als je ’t ons vraagt), “I got a thing” en “Get off your ass and jam”, zelfs een flard “I am the slime” van die andere geniale weirdo Zappa was in de set geslopen (paste perfect in deze gekte).
Clinton staat er voor gekend dat ie eindeloos kan doorgaan eenmaal hij goed op dreef is, hier hadden we niet anders gewild, maar het strenge uurschema bracht helaas veel te vroeg een einde aan dit bruisend funkpotje.

Arno heeft al iets te veel op de podia van de Belgische festivals gestaan om het Vlaamse volkje nog echt te verrassen, maar toch weet hij nog steeds een uur lang te boeien, ook al is zijn set zeer voorspelbaar geworden (“Oh la la la” en “Les filles du bord de mer” netjes op het einde, vanwege tijdsgebrek kon “Putain putain” er deze keer niet meer bij). Het concert van Arno was lekker strak en stevig en de vervanger van Geoffrey Burton op gitaar doet zijn voorganger helemaal vergeten, en dat wil wat zeggen. Arno heeft een neus voor goeie muzikanten, zijn nieuwe gitarist bracht nog wat meer dynamiet in Arno’s sound en dat zorgde ervoor dat deze set alweer een aardig brokje onvervalste rock’n’roll was en dat Arno zijn liedje nog lang niet is uitgezongen.


Organisatie: FihP, Oudenaarde

Foxboro Hot Tubs

Stop drop and roll !!!

Geschreven door

Het is nu al zo’n  4 jaar geleden dat Greenday met hun millionseller ‘American Idiot’ de wereld veroverde. Snel een opvolger van hetzelfde soort, zouden geldruikende en gewiekste managers daarop besluiten. Zo dachten de leden van Greenday er zelf echter niet over, integendeel, het trio heeft onder een andere naam en zonder enige vorm van ondersteunende media campagne in volle anonimiteit een uiterst sympathiek plaatje op de wereld gegooid. ‘Stop drop and roll’ heet het schijfje, Foxboro Hot Tubs is de groepsnaam en de sound ligt soms mijlenver van wat we van die mannen gewoon zijn (enkel in “Mother mary” , “Sally” en vooral op “The pedestrian” zijn er nog vaag wat Greenday sporen te vinden). De stem van Billy Joe Armstrong is nauwelijks herkenbaar en ook op de hoes is er nergens een spoor van die mannen hun identiteit te vinden. Gedurfd en sympathiek vinden wij dat. De groep heeft  zich volledig in de sixties gesmeten via lekker in het oor liggende  pop songs en energieke garage rock a la prille Kinks en Who, allemaal korte songs met dikwijls zeer herkenbare riffs en melodieën (zo zit “Summertime blues” vakkundig verwerkt in “She’s a Saint not a celebrity” en er zit een flinke lap “You really got me” in “Alligator”). Een fijn sixties orgeltje legt het er allemaal nog een beetje dikker op.
Foxboro Hot Tubs bedienen zichzelf dus van het betere jatwerk maar komen daar erg goed mee weg. Het schijfje duurt amper 33 minuten , maar drie nummers stijgen boven de drie minutengrens uit en alle songs klinken even fris als gedreven. Een bijzonder leuk tussendoortje dus van een bende die zich kostelijk heeft geamuseerd. Benieuwd of de volgende Greenday even goed zal zijn.

Moby

Last Night

Geschreven door

Na een paar tegenvallende platen als ‘18’ en ‘Hotel’ greep Moby op z’n nieuwe plaat ‘Last Night terug naar de ‘Play’ periode. Inderdaad , de electrodance, techno en ambientpop heeft een aanstekelijke groove, bevat soul en is dansbaar.Keyboards, drum en beats dus onder een gelaagde soulzang van Joy Malcolm en de onvaste achtergrondstem van onze kleine hyperkinetische do-it-all Richard Melville Hall uit New York.
Hij heeft een paar schitterende dansnummers op ‘Last Night’ als “I love to move in here”, “Everyday’s it’s 1989”, “Live for tomorrow” en “Disco lies”. Moby zocht iets vaker z’n roots op, wat een aardige en afwisselende danceplaat met enkele ambiente stukken opleverde. Een recept van dansen, zweven  en chillen onder een heldere sterrenhemel.

My Morning Jacket

Evil Urges

Geschreven door

De indie/alt. americana band My Morning Jacket leverde sinds hun ontstaan een paar pareltjes af: ‘The tennessee fire’, ‘At dawn’, ‘It still moves’ en ‘Z’; stevige, pittige, bezwerende en ingetogen, sfeervolle melancholische songs met een retro- en psychedelisch randje, onder de hemels, zalvende stem van zanger/componist Jim James. Wat hen bijna de stiefzonen maakte van Neil Young & The Crazy Horse.
De opvolger van hun prachtplaten is er eentje met een dubbel gevoel. In het eerste deel van de cd horen we songs die wel een brede waaier van stijlen (country, pop, en soul) hebben, maar onvoldoende spannend en broeierig zijn en bijgevolg niet beklijven. Op “Sec walkin” klinkt de band als een tweederangs The Commodores/Lionel Ritchie. Enkel “Touch me I’m going to scream pt 1” en de titelsong boeien.
Het is pas met de retrorockers (knipoog naar Kings Of Leon!) “Two halves”, “Aluminium park”, de intieme “Librarian” en “Look at you” en de finale reeks “Smokin from shootin”, “Remnant” en “Touch me I’m ….pt 2” dat My Morning Jacket een handvol compositorische  sterke songs aflevert.
Besluit: ‘Evil Urges’ is een half geslaagde plaat van een vijfsterrenband …

The Last Shadow Puppets

The age of the understatement

Geschreven door

Een heerlijk klinkende plaat is de samenwerking tussen Arctic Monkeys frontman Alex Turner en vriend Miles Kane (zanger van The Rascals). Onder The last Shadow Puppets wordt de postpunk omgebogen tot zwierige en sfeervolle georkestreerde ‘60’s pop. De gevarieerde composities klinken lekker ouderwets, zitten ingenieus en subtiel in elkaar en zijn mooi uitgewerkt.
De songs passen in een ‘60’s spaghetti western en onderstrepen het zang- en compositorisch talent van beiden.
Invloedrijk voor deze plaat waren The Walker Brothers en de componisten Burt Bacharach en David Axelrod. “Standing next to me”, “Calm like you”, “Only the truth” en de titelsong klinken simpel, to the point en doeltreffend. Op “The chamber”, “Meeting place” en “The time has come again” mindert de vaart. En tenslotte “Black Plant” heeft een dreigende ondertoon.
Het lijkt erop dat ze hun verdomde British fxx mentality zijn ontgroeid…
’The age of the understatement’ is pure klasse. Grootse plaat.

Yeasayer

Beloftevol voor de toekomst, Yeasayer

Geschreven door

Yeasayer: jonge gasten uit Brooklyn die in het verre Gent hun kunstjes komen tonen voor een select clubje toeschouwers. Was de band al een beetje een hype in de pers en in hun thuisland, hier moest nog alles bewezen worden. We zagen een zeer beloftevolle band in opmars, het moest nog allemaal een beetje in de juiste plooien vallen en er werden al een paar schoonheidsfoutjes gemaakt, maar toch waren we hier getuige van een uiterst talentvol bandje die barst van de creativiteit. Ook al waren de songs niet allemaal even sterk, we voelden een soort zeldzame genialiteit die met de jaren alleen maar kan groeien. Een avontuurlijke smeltkroes van stijlen en sounds deed ons denken aan ondermeer Talking Heads, Afro Celt Sound System, Peter Gabriel, Virgin Prunes, Cold War Kids, Vampire Weekend, Tom Verlaine en weet ik veel wat nog allemaal. Nogal veel sounds werden gehaald uit een ritmebox, maar dat kon ook niet anders, die verscheidenheid aan geluiden zou anders wel een tiental extra muzikanten vergen en daarvoor hebben deze groentjes hoegenaamd nog geen budget genoeg.

De set van Yeasayer duurde amper een uurtje en werkte zichzelf naar een climax toe, ook al omdat de beste songs netjes tot op het einde werden behouden, in tegenstelling tot hun debuutalbum waar ze mooi vooraan staan. Hier hebben we het dan over prachtsongs als “Sunrise”, “Wait for the summer” en “2080”. De stoom en de groove zat daarmee helemaal juist naar het einde toe en het gezelschap overtuigde ons van hun ontegensprekelijke talent. Nog een paar albums met dit soort songs en ze kunnen de volgende keer een absoluut wervelend en onvergetelijk concertje vullen. Maar nu was het ook al meer dan goed.

In afwachting hadden we ook nog het Belgische Du Parc gekregen. Een beetje ongepast, want ze brouwden een soort inspiratieloze slow-core die deed denken aan een vierderangs Black Heart Procession. Niet echt iets om te onthouden.

Organisatie: Democrazy, Gent

Pukkelpop 2008: weekendverslag van 14 – 16 augustus 2008

Geschreven door

Pukkelpop door de ogen en oren van …

dag 1: donderdag 14 augustus 2008

Santi White aka Santogold zorgde voor één van de vroege hoogtepunten in de Dance Hall. Haar originele mix van electronica, indierock, dub/reggae, new wave en punkrock zorgde voor één van de sterkste debuutplaten van 2008. Live werd ze bijgestaan door een volledige band waarbij vooral de twee synchroon handelende backingvocalistes/danseressen opvielen. Uit haar knappe en bejubelde debuutplaat hoorden we de singles “L.E.S. Artistes”, “Creator” en “Lights out”. We herkenden ook sterke songs als”'I'm a lady”, “Say aha”, “You'll find a way” en “Unstoppable”. Eén minpuntje was het nogal onevenwichtige geluid tijdens het begin van het optreden. Verder hoor je mij niet klagen, dit was van grote klasse!

Serj Tankian, ex-frontman van de metalband System of a Down, speelde een degelijke maar ietwat theatrale show op de Main Stage. Vooral de singles “Empty walls”, “The sky is over” en “Lie lie lie” uit zijn debuut ‘Elect the dead’ werden enthousiast onthaald door het grotendeels jonge publiek. Andere songs konden op minder respons rekenen.  Dit was vooral te wijten aan het songmateriaal: inwisselbaar en te matig. Ook het gepreek van Serj inzake politieke en sociale thema's deden de bombastische performance niet goed. Lichte teleurstelling, spijtig!

Het fenomeen/genie Tricky is terug. Zoveel is zeker na zijn passage in de Dance Hall. Samen met een knappe vocaliste en een goed geoliede band bracht hij vooral materiaal van zijn meesterwerk 'Maxinquaye' en zijn laatste album 'Knowle west boy'. We hoorden classics zoals “Black steel” en “Pumpkin” afgewisseld met nieuw werk zoals “Council estate”, “Puppy toy” en “History lesson”. Spijtig dat hij van Chokri maar een schamele 45 minuten toebedeeld kreeg. Dit had gerust wat langer mogen duren. Knappe en intense show!

De spoken word performance van Henry Rollins (ex-frontman Rollins Band, Black Flag) in de Chateau was zeer de moeite waard. De kleine tent was de ideale locatie voor de leuke en hilarische verhalen over zijn reizen door Zuid-Afrika, Pakistan, Thailand en Laos. Beroemdheden zoals Ted Nugent, Cat Stevens en Dave Lee Roth passeerden ook de revue middels grappige anekdoten. Veel waardering en respect voor iemand die zijn publiek moeiteloos honderd minuten lang kan boeien en doen lachen en dit zonder pauze en zonder tekstblad. See you next year Henry!

Het optreden van Thrice in The Shelter was teleurstellend.  De complexe en progressieve songs van hun laatste platen 'The alchemy index' (toegespitst op de vier natuurelementen) werden afgewisseld met de snelle punknummers van hun eerdere albums 'Vheissu' en 'The artist in the ambulance'. Dit zorgde voor matige publieksreacties en weinig vaart tijdens de show. Bovendien had ik de indruk dat ze er weinig zin in hadden en nogal inspiratieloos en geforceerd hun set aframmelden. Duidelijk een gemiste kans!

De eerste festivaldag in de Chateau werd knallend afgesloten door het Canadese electronica-kwartet Holy Fuck. De band die dicht bij elkaar stond opgesteld, bracht een quasi instrumentale set met inventieve, ritmische en aanstekelijke 'songs'. Raakvlakken met bands als Battles, Trans Am, !!! en LCD Soundsystem waren herkenbaar maar stoorden niet, ze gaven er hun eigen draai aan. De diepe bassound en de opwindende en speelse geluidjes en effecten maakten dit tot een absoluut hoogtepunt!

dag 2: vrijdag 15 augustus 2008

Het trio Year Long Disaster uit Los Angeles mocht The Shelter openen op vrijdag. De band rond zanger/gitarist Daniel Davies (zoon van Kinks-gitarist Dave Davies), bassist Rich Mullins (ex-Karma to Burn) en voormalig Third Eye Blind-drummer Brad Hargeaves serveerden ons een felgesmaakte mix van seventies hardrock, bluesrock en een vleugje southern rock. We hoorden echo's van Led Zeppelin, Cream, ZZ Top en Wolfmoter. Storen deed dit niet, wel werden de songs uit hun titelloze debuut met veel inzet en intensiteit de zaal ingeslingerd. Centraal stonden de vette grooves en de opzwepende gitaarsolo's. Dit was een knappe en solide show, spijtig van de matige opkomst en respons.

Het Zweedse kwartet Witchcraft (The Shelter) kon op meer bijval rekenen. Ze brachten een mengeling van doom, klassieke heavy metal en hardrock. Retro dus. Black Sabbath, Candlemass, Pentagram, The Obsessed en Blue Cheer zijn enkele van de invloeden van deze jonge knapen. De veelal midtempo songs uit hun drie fullenghts (waarvan hun laatste 'The alchemist' een klein meesterwerkje is) werden verpletterend en loepzuiver gespeeld. We hoorden massieve songs als “Walk between the lines”, “Queen of bees”, “No angel or demon” en zelfs een nummer in het Zweeds gezongen. Een uiterst geslaagde set!

De eveneens Zweedse postmetal-formatie Cult of Luna (The Shelter) imponeerde door hun massieve gitaarmuur (drie gitaristen) en lange knap opgebouwde songs. Orgineel of vernieuwend was het niet, we hadden het o.a. Neurosis, Isis, Pelican al eerder horen doen. Uit hun recentste wapenfeit 'Eternal kingdom' hoorden we “Ghost trail”, “The great migration” en het titelnummer. Uit hun overige vier albums hoorden we een kleine selectie (“Leave me here”, “Back to chapel town” en “Adrift”).
Een degelijke performance, maar redelijk voorspelbaar en saai. Een gemiste kans!

Volbeat uit Denemarken zorgde voor een absoluut hoogtepunt in The Shelter. Hun mix van rock'n'roll en metal sloeg in als een bom bij het uitzinnige publiek. We herkenden “The gardens tale”, “Soulweeper”, “Pool of booze”, “Danny and Lucy” en “Caroline leaving”. Ook werd er een nieuwe song gebracht van hun komende derde album 'Guitar gangsters and cadillac blood'. Vergelijkingen met Misfits, Social Distortion, Metallica en Life of Agony waren hoorbaar in hun sound, toch gaven ze er hun eigen draai aan.
Zanger/gitarist Michael Poulsen verontschuldigde zich voor het missen van Graspop (zijn vader overleed enkele dagen voordien), maar maakte dit ruimschoots goed met een opwindende en explosieve performance. Zeer knap! In oktober komen ze terug naar Hof Ter Lo in Antwerpen, mis dit niet!

De Zweedse Robyn bewees meer te zijn dan een ééndagsvlieg. Ze zorgde voor een feestje in de Dance Hall met haar aanstekelijke dance-pop-nummers. Live werd ze bijgestaan door twee drummers (die af en toe ook een gitaarpartijtje verzorgden) en een keyboardspeler.
Centraal stond de mooie, soulvolle stem van Robyn en de onweerstaanbare refreinen en melodien van songs uit haar titelloze vierde plaat. We hoorden knappe versies van “Crash and burn girl”, “Cobrastyle”, “Konichiwa bitches”, “Handle me” en “Bum like you”. Ook haar oude hit “Show me love” passeerde de revue. Er was ook plaats voor een korte, grappige medley: “Buffalo stance” (Neneh Cherry), “Push it” (Salt 'n' Pepa) en “Sexual eruption” van Snoop Dogg.
”With every heartbeat” mocht dit puike, maar veel te korte concert in stijl afsluiten. Zeer opwindende performance van deze popdiva!

Meshuggah kreeg de eer om The Shelter af te sluiten op vrijdag. De Zweedse pioniers van de avantgarde- en experimentele metal deden dat met verve. Hun fusie van death-, trash en jazz/fusion maakt al vijftien jaar deel uit van hun originele sound.
Van hun recentste alom bejubelde werkstuk 'ObZen' hoorden we “Bleed”, “Electric red” en ePravuse. Van 'Nothing' kwamen “Stengah” en “Rational gaze” aan bod. Oudere songs zoals “Suffer in truth”, “New millennium cyanide christ” en de alltime classic “Future breed machine” werden niet vergeten.
Vooral leadgitarist Fredrik Thordendal stal de show met zijn bijna 'buitenaardse' en jazzy solo's. Een fenomeen dat uit duizenden herkenbaar is.
Spijtig dat een ander zwaargewicht, Metallica genoemd, op ongeveer hetzelfde moment het hoofdpodium betrad. Daardoor waren er hooguit enkele honderden toeschouwers aanwezig. Jammer voor deze innovatieve en avontuurlijke metalformatie die een goede en degelijke show neerzette.

Absolute headliners en grootste publiekstrekker van Pukkelpop 2008 waren Metallica. Daar bestond geen twijfel over, getuige de ontelbare zwarte Metallica shirts.
James Hetfield en kompanen hadden er duidelijk zin in en serveerden ons een mooie dwarsdoorsnede van hun inmiddels vijfentwintig jaar durende carrière.
Na de inmiddels bekende “Ecstacy of gold”-intro werd er meteen fel afgetrapt met “Creeping death” en “Fuel” (uit ‘Reload’). Daarna hoorden we “Wherever I may roam”, “Harvester of sorrow” (kleine verrassing) en “The unforgiven'”. Middels “Cyanide” kregen we een voorproefje van 'Death magnetic', hun nieuwe langverwachte album dat in september verschijnt. Het was een lange song met veel tempoveranderingen en gitaarsolo's die teruggreep naar 'And justice for all...', die daarna aan de beurt kwam. Dit werd gevolgd door oude krakers zoals eNo remorsee, “Fade to black”, “Master of puppets” en “Damage inc.”.
Meezingers “Nothing else matters” en “Sad but true” ontbraken ook niet. Bij “One” en “Enter Sandman” kwam het vuurwerk en de pyrotechnics in actie. Beetje voorspelbaar natuurlijk, maar toch mistte het zijn effect niet bij het uitzinnige en enthousiaste publiek.
Afgesloten werd er met “Die die my darling” (van The Misfits), het stokoude “Motorbreath” en “Seek and destroy”.
Nummers van de fel bekritiseerde albums 'St. Anger', 'Load' en 'Reload' werden volledig links gelaten. Dit was een kleine aderlating , ze werden niet echt gemist.
Metallica stond ruim twee uur op de planken en voerde een prima, solide show op en was een waardige afsluiter op vrijdag. Much respect!!

dag 3: zaterdag 16 augustus 2008

De Duitse 6-koppige sludge band The Ocean (The Shelter) opende de laatste festivaldag knallend met een korte maar intense set. Met kleine meesterwerkjes als 'Precambrian' en 'Aeolian' op hun naam toonden ze aan dat 'postmetal' niet voorspelbaar en clichématig hoeft te zijn. Dit waren avontuurlijke en epische mokerslagen met samples van violen, cello en piano. Ook enkele ambient-elementen ontbraken niet. De sterke wisselwerking tussen de twee vocalisten en het de goede totaalsound waren ook positief te noemen. Dit was meteen een wake up call van jewelste!

De Limburgse formatie The Rones gaven de aftrap op de Main Stage op zaterdag. Het was hun tweede passage op Pukkelpop (na '06). Hun net verschenen debuut 'Sinner songs' bevat een fijne mix van stoner rock en industrial (denk aan de vette riffs en grooves van Queens of The Stone Age met de sfeervolle electronica van NIN). Zanger Lenn van Meeuwen had ook wel wat weg van de jonge versie van Josh Homme.
Het songmateriaal was niet allemaal even boeiend  en soms verzwakte onze aandacht, maar toch een ruime voldoende.

This is Menace (The Shelter) is een Engelse metalband  rond voormalig Pitch Shifter-bassist Mark Clayden en drummer Jason Bowld. Live werden ze bijgestaan door vier gastzangers. Elke vocalist nam twee songs voor zijn rekening, dit zorgde voor een opwindende en unieke mix van metal, hardcore/screamo , industrial en punk. Wie van diversiteit houdt, moet zeker hun albums 'The scene is dead' en 'No end in sight' eens uitchecken, echt de moeite waard. Een gevarieerde en onderhoudende performance.

Amenra (The Shelter) uit Kortrijk zijn zowat de vaandeldragers van de Belgische sludge/postmetal. We zagen een perfect op elkaar ingespeelde band die de songs van 'MassIII' en 'Mass IV' overtuigend en strak de tent in slingerde. Op de setlist stonden verpletterende en duistere songs als “Razoreater”, ”Silver needle, golden nail”, “Die Strafe.am kreuz” en “Le gardien des reves”. Zanger Colin Vaneeckhout stond gedurende het hele optreden met zijn rug naar de aanwezigen. Hij wisselde zijn oerschreeuw soms af met fraaie clean gezongen stukken, indrukwekkend. De donkere en apocalyptische projecties op de achtergrond maakten het plaatje compleet.
Dit is muziek die het zonlicht weert. Een intense en overdonderende ervaring!!

Het New Yorkse trio A Storm of Light (Chateau) is de band rond Josh Graham, huidig visual artist en keyboardspeler bij Neurosis. Op Pukkelpop kwamen ze hun debuut 'And we wept the black ocean within' voorstellen. De lange, loodzware nummers riepen vergelijkingen op met Neurosis, Red Sparrowes en Isis, postmetal/sludge dus.  Spijtig genoeg waren de songs minder sterk dan voornoemde groepen voorspelbaar en ook ééntoniger. De projecties van desolate sneeuwlandschappen en onstuimige rivieren waren wel sfeervol. Eveneens als de broeierige en donkere keyboardpartijen en samples. Toch kon het geheel ons niet helemaal overtuigen, net een voldoende dus.

The Manic Street Preachers (Main Stage) speelden een greatest hits-set. Het vijftal (met extra gitarist en keyboardspeler) opende de set met hun grootste hit “Motorcycle emptiness”. Daarna volgden de klassesongs in sneltempo: “You stole the sun from my heart”, het oudje “Masses against the classes” en “Your love alone is not enough”. Dat The Manics ook in waren voor een geintje, bewees de rockende cover van Rihanna's “Umbrella”. Vervolgens hoorden we “Ocean spray” (met knappe saxofoonsolo), het punky “You love us” en “Send away the tigers” (titelnummer van hun laatste album). De ietwat overbodige cover van “Pennyroyal tea” (Nirvana) werd opgedragen aan hun verdwenen gitarist Richey James Edwards. Afgesloten werd er met het bombastische “A design for life”, de livefavoriet “Motown junk” en het ijzersterke “If you tolerate this, you're children will be next”. Puike show van deze Britpop veteranen!

Het duo The Dresden Dolls uit Boston zetten de Marquee in vuur en vlam met hun energieke en gedreven 'punkcabaret'. Zangeres/pianiste Amanda Palmer en drummer/occasioneel gitarist Brian Viglione waren in topvorm en hadden er duidelijk zin in. Ze speelden knappe, intense songs als “Mrs. O”, “Girl anachronism”, “Coin-operated boy”, ”Backstabber” en “Half Jack”. De dramatische cover van “Amsterdam” (Jacques Brel) ontbrak ook niet. Het nog steeds relevante “War pigs” van Black Sabbath besloot de veel te korte set. Dit smaakte duidelijk naar meer en was voor velen een absoluut hoogtepunt! Trouwens, in oktober komt Amanda Palmer haar solo-album voorstellen in de Handelsbeurs in Gent, don't miss it!

Godfathers/pioniers van de post-, sludge en experimentele metal, Neurosis, fungeerden als laatste act in The Shelter. Het vijftal uit Oakland, USA, opgericht in '85 (!), heeft reeds tien albums op hun naam staan. Hun unieke sound bevat elementen van doom metal, sludge metal, industrial, ambient en folk. Belangrijkste invloeden zijn Black Sabbath, Swans, Melvins, Pink Floyd en King Crimson, niet de minsten dus.
Steve von Till, Scott Kelly en kompanen brachten vooral materiaal van hun vorig jaar verschenen 'Given to the rising'. Ze speelden daaruit de titeltrack, “To the wind”, “Distill” en “Fear and sickness”. Verder hoorden we lang uitgesponnen en indrukwekkende songs uit ‘The eye of every storm’ en 'A sun that never sets'. De duistere soundscapes/samples en bijhorende visuals van Josh Graham versterkten hun totaalsound. Van contact met het publiek was er geen sprake, de muziek sprak voor zich. Deze grootmeesters bezorgden ons een intense en bijna wereldvreemde ervaring!!

Het Briste Elbow sloot de Marquee in stijl af. Hun subtiele en fraai gearrangeerde pop kon wel op weinig belangstelling rekenen , daarvoor zat Soulwax er voor iets tussen (zij stonden net op het hoofdpodium). Toch lieten ze het niet aan hun hart komen en speelden ze vooral songs van hun laatste fullength 'The seldom seen kid'. We hoorden mooie versies van “Starlings”, “Mirrorball”, “Grounds for divorce”, “One day like this” en “The bones of you”. Ook “Forget myself”, “Newborn” en “Leaders of the free world” passeerden de revue. Laatste song die ze brachten was het prachtige “Scattered black en whites”. Spijtig genoeg dus geen “Red”, ”Powder blue”,“Fugitive motel” of  “Not a job”, daarvoor kregen ze te weinig speeltijd toebedeeld. Toch noteerden we alweer een muzikaal hoogtepunt!

* Persoonlijke favorieten (in willekeurige volgorde) Pukkelpop:
- dag 1: Henry Rollins, Tricky, Santogold
- dag 2: Metallica, Volbeat, Robyn, The Gutter Twins, Witchcraft
- dag 3: Neurosis, Amenra, Elbow, The Dreden Dolls, Sigur Ros
* Ook sterk: Manic Street Preachers, Mercury Rev, Meshuggah, Does it Offend you, yeah?....

* Gemist (door allerlei redenen): Black Mountain, Tindersticks, Bloc Party, Soulfly, Killswitch Engage, Crystal Castles, Fuck Buttons, Creature with the Atom Brain, Jamie Lidell etc.
* Non-muzikaal hoogtepunten: een praatje kunnen slaan met Luc De Vos (Gorki) en stand-up comedian Alex Agnew. Altijd mooi meegenomen!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2008: zaterdag 16 augustus 2008

Geschreven door

The Black Box Revalation zijn een beetje als The Van Jets vorig jaar … overal wel ergens te zien! Ze slaagden in een frisse, opwindende set van rauwe, vettige en retestrakke garage rock’n’roll blues. Het jonge duo overweldigde op ongedwongen, speelse wijze en diende kopstootjes toe aan andere duo bands en zouden een Jon Spencer doen vergapen. Vakkundig hielden ze een nokvolle marquee dicht bij zich op songs als “Gravity blues”, “Love is on my mind”, “I think I like you”, “I don’t want it”, “Set your heart on fire” en een beklijvende “Never alone/always together”. The Black Box Revelation zijn altijd goed voor een tien op tien!

Hadden The Rones (main stage) beter niet gewisseld met Black Box Revelation, want we hadden een serieuze ommezwaai qua belangstelling voor dit jonge Belgische bandje die na het Pukkelpopweekend z’n debuut ging uitbrengen. The Rones leken als twee druppels water op The Queens of The Stone Age; ook de zanger leek wel een jonge Josh Homme. Slecht klonk hun intense stonerrock zeker niet, enkel bleef variatie uit . Opvallend was hun versie van “Voodoo people” van Prodigy, die ze lekker onderdompelden in stevige gitaren.

The Black Kids in de marquee toonden aan dat ze meer in hun mars hadden dan de instant klassieker “I’m not gonna teach your boyfriend how to dance  with you”. Hun toegankelijk huppelende en dansbare gitaar’skool’rock viel al bij al mee. Het kwintet uit Florida had twee goed uit de kluiten gewassen dames mee, die muzikaal niet moesten onderdoen aan hun mannelijke collega’s . Tof bandje die een paar leuke songs uit hun gitaren en elektronica apparatuur toverden.

Het stoorzender geluid van Fuck Buttons (chateau) uit Bristol lokte aanvankelijk een pak volk. Ze speelden een combinatie van dronesoundscapes, psychedelica, noise en avantgarde op hun synths die dikwijls overstuurd klonken en van effects waren voorzien; de vocoderzang klonk door een telefoonmodule. Intrinsieke schoonheid voor de ene, voor de andere herrie, terreur en ongepast elektronicagedreun.

Het Britse trio The Wombats (main stage) heeft een goed debuut uit ‘ A guide to love &desperation’. Is het op plaat opzwepende vaardige, strakke gitaarpoprock, live klonk het rauw, rommelig en rammelde het meer, onder de schreeuwzang van Matthew Murphy: “Kill the director”, “Party in the forest/where’s Laura”, “Here comes the anxiety”ven “Backfire at the disco”. Bizar genoeg paste het bij het concept van de groep, die tussen de nummers met alle plezier grapte en moeiteloos de technische panne kon omzeilen, om er dan flink tegen aan te gaan. De gevraagde kangoeroedans op “Let’s dance to Joy Division” was aardig meegenomen.

Ook de aparte zompige bluesrock van Two Gallants (club) wist te raken. Hun doorleefd songmateriaal op indringende gitaarakkoorden, opzwepende drums en een grauwe stem klonk even gepassioneerd en treffend als Dave Eugene Edwards van Wovenhand. Ze bouwden in 45 minuten een intens broeierige spanning op, met pareltjes van songs waaronder “Cruces jail” en “Steady rollin’”.

Coem (wablief)is een goed bewaard Limburgs geheim, die al jaren bezig is, maar met het recente ‘We’ve got speakers on the outside of our spacecraft’ wat meer airplay verkrijgt. De songs zitten doordacht en subtiel in elkaar, ondergaan onverwachtse wendingen en hebben een dromerige zang. Een rijk gelaagd geluid dus. Het kwintet was aangevuld met een blazersectie om hun moeilijk definieerbaar geluid elan te geven. Ze slaagden optimaal in hun opzet: muziek voor doorzetters…

Dan Le Sac vs Scroobius Pip (chateau) debuteerde onlangs met de plaat ‘Angles’. Het duo tast de grenzen af van hiphop en elektronica. Live stonden ze garant voor een frisse en energieke act, pompende beats, bleeps en hippe snedige raps. Ze waren onder de indruk van de respons voor hun allereerste optreden op Belgische grond. Toegankelijke en aangename streetdance.

De marquee was al tien minuten vóór het concert volgelopen om het New Yorkse Management ‘MGMT’ aan het werk te zien. MGMT wordt bepaald door het weirde duo Goldwasser/Vanwyngaerden. Love, peace en geestesverruimende muziek is hun motto en ze omschrijven zichzelf als een band uit de toekomst die ‘70’s psychedelica speelt. Soms moeilijk te vatten, wat ze willen uitdrukken.
Hun dromerige, psychedelische danceptrip op het debuut ‘Oracular spectacular’ (invloeden van Hawkwind, Pink Floyd, Polyphonic Spree, Flaming Lips en Black Mountain) ging erin als zoeten koek. Hun kleurrijke poppsychedelica klonk rommelig en slordig. Laaiend enthousiast werden hun hits “Weekend wars”, “The youth”, Time to pretend” en “Electric feel” onthaald. Maar de ontnuchtering viel toen de band, eerder dan voorzien, na het stomende “Kids” het plots voor bekeken hield. Terecht verdeelde reacties voor dit ‘hippe’ collectief.

Het Canadese Black Mountain overweldigde in de club met hun melt van retrorock, stoner, ‘70’s psychedelica, americana en postrock. We hoorden in de langgerekte hypnotiserende stukken begeesterende gitaarsoli en percussie, een bezwerende, zweverige zang en bedwelmende toetsen. “Wucan”, “Queens will play” en “Tyrants” klonken slepend, opbouwend en dynamisch; ze dompelden ons onder in hun niet-van-deze-wereld muziek. Een hippe alternatieve live band!

Het sympathieke Bloc Party (main stage), onder zanger Kele Okereke, staat scherp …messcherp! Ze speelden net als in Lotto Arena een overtuigend en genadeloos optreden. Twee cd’s hebben ze pas uit en het was net dat ze op een totaal ontspannen, relaxte manier een ‘Best of’ brachten. Een ongekende spontaniteit van een goed op elkaar afgestemde band. De groep amuseerde zich en gaf het beste van zichzelf. Een prominente rol was weggelegd voor drummer Matt Tong (onnavolgbare drumritmes) en Okereke. Hij zong de longen uit z’n lijf, betrok het uitzinnige publiek telkens in de set, schudde handjes en ontroerde met een geboortekaartje van een Belgisch koppel dat hun zoontje naar hem had genoemd.
Een in te lijsten concert dat met “Hunting for witches”, “Banquet”, “Two more years”, “This modern love”, “The prayer”, “So here we are”, “Like eating glass” en “Helicopter” ons steeds verraste. Ook de stuwende electronica van nieuwtjes “Mercury” en “Flux” stonden ‘er’.En tenslotte gooiden ze er een bis “She’s hearing voices” tegen aan. Oorstrelend, Onweerstaanbaar en Op handen gedragen … Terecht!

Godfathers/pioniers van de post-, sludge en experimentele metal, Neurosis (shelter), fungeerden als laatste act in The Shelter. Het vijftal uit Oakland, USA, opgericht in '85 (!), heeft reeds tien albums op hun naam staan. Hun unieke sound bevat elementen van doom metal, sludge metal, industrial, ambient en folk. Belangrijkste invloeden zijn Black Sabbath, Swans, Melvins, Pink Floyd en King Crimson, niet de minsten dus.
Steve von Till, Scott Kelly en kompanen brachten vooral materiaal van hun vorig jaar verschenen 'Given to the rising'. Ze speelden daaruit de titeltrack, “To the wind”, “Distill” en “Fear and sickness”. Verder hoorden we lang uitgesponnen en indrukwekkende songs uit ‘The eye of every storm’ en 'A sun that never sets'. De duistere soundscapes/samples en bijhorende visuals van Josh Graham versterkten hun totaalsound. Van contact met het publiek was er geen sprake, de muziek sprak voor zich. Deze grootmeesters bezorgden ons een intense en bijna wereldvreemde ervaring!! (met dank aan Frank Verwee)

Voor wie Sigur Ros (main stage) miste op Werchter , was dit de herkansing. De leden waren mooi uitgedost en omringd door een blazersectie en het Amiina string kwartet, in een lightshow van lichtballen, confetti en papiersnippers. Het was genieten van hun wondermooie en ijzingwekkende elegante schoonheidsbombast. Het IJslandse gezelschap kon rekenen op een volle wei, die genoot van hun unieke sprookjesachtige en mysterieuze sound. Ze speelden aanzwellende partijen, orkestraties en geselden hun gitaarsnaren met strijkstok op ”Glosoli” en “Saeglopur, klonken direct op “Inni mer syngur”, poppy op “Vid spilum endalaust”, en lieten de fanfare aanrukken op “Gobbledigook”. Wat een gevarieerd droomgeluid.

Het New Yorkse We Are Scientists besloot Pukkelpop in de club. Een gebald, rechttoe- rechtaan geluid en een energieke strakke set. De nieuwe songs van hun eerder tegenvallende tweede plaat ‘Brain thrust mastery’ kregen een stevige adrenalinestoot. Als een tornado raasden ze over ons heen met “Scene is dead”, “Cash cow” en “It’s a hit” als rode draad. Puike prestatie!

De fans van Soulwax (main stage) waren in de loop van de avond voldoende opgewarmd met een 2 Many DJ’s set (boiler room) en een Nite Versions live at Fabric and 120 other places.(dance hall). Het sierde de broertjes Dewaele wat ze vandaag konden presteren. Punkfunk, electronica gefreak en pompende beats koppelden ze aan hun mixes van o.a. Robbie Williams en Daft Punk.. Niet direct my cup tea , maar respect wat de Dewaele Brothers aan die knoppen uitvoerden, vóór het vuurwerk kon worden afgeschoten.

Een geslaagde Pukkelpopeditie werd besloten …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2008: donderdag 14 augustus

Geschreven door

Pukkelpop kon rekenen op ruim 150.000 bezoekers. Een recordopkomst! De brede waaier van acht verschillende podia om je ‘alternatieve ei’ van muziekkeuze kwijt te kunnen is een sterk geslaagde formule. Mensen hielden ervan bands te ontdekken en nieuw was ‘s middag de comedy.
Het moeten niet altijd grootse namen zijn om een goed festival te hebben. De groepen leverden puike prestaties af en er was – onverwachts - het goede weer!
De driedaagse airshow van Pukkelpop brengt eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek op die unieke locatie te Hasselt-Kiewit.

Onze muzikale wegwijzer over de drie dagen – hoogtepunten -
dag 1: Editors, Mercury Rev, The Flaming Lips, Santogold en Hot Chip
dag 2: Tindersticks, The Gutter Twins, The Do, Does it offend you, Yeah?, Blood Red Shoes, Los Campesinos en (Metallica?)
dag 3: Bloc Party, Sigur Ros, The Black Box Revelation, Neurosis, Two Gallants, Black Mountain en Fuck Buttons

Alvast tot volgend jaar op de volgende ontdekkingstocht van Pukkelpop

dag 1: donderdag 14 augustus 2008

De drie heren in das en maatpak van Triggerfinger (main stage) waren de wakkere wekker op donderdag met hun zinderende rock’n’roll. ‘Tijd om te rocken’, want ze speelden een snedige, retestrakke set: “Short term memory love”, “Little” teaser”, “First taste” en “On my knees” waren de stevige knallers om deze 23 ste editie te openen. Voor wie hen al verschillende keren aan het werk zag, zijn ze geen verrassing meer, maar wat ze brengen blijft zompig, energiek en fris.

Het Australische Midnight Juggernauts (dance hall) bracht ons in hogere sferen en sprak al meteen de dansspieren aan met “Ending of an era” en “Shadows”. Het trio overtuigde met hun aanstekelijke, groovende popdance, beukende ritmes en ‘80’s tint. Te situeren binnen Electric Six en !!!.

Ondanks de geluidsbrij met momenten, was het Britse A Mountain Of One (chateau) een aangename ontdekking. Ze lieten ons kennismaken met hun beeldrijke spacey, psychedelische popelektronica en voerden enkele rituelen uit.

Een pittige en springerige gitaarsound hoorden we van het uit Leeds afkomstige The Pigeon Detectives (marquee) onder de hyperkinetische zanger Matt Bowman, die als twee druppels water op een jonge Roger Daltrey leek. Ze openden op de koop toe met de intro van “Bana O’Riley”. Ze verbaasden vorig jaar in de Club en wisten als geen ander hun fans op te jutten, wat een logische stap betekende richting Marquee. Maar het kwintet heeft net als veel andere (jonge) bandjes (Kaiser Chiefs, Hot Hot Heat, …) te kampen met net niet die sterke tweede plaat. Toch pootten ze een puike set naar van “Emergency”, “I’m not gonna take this”, “Romantic type”, “I found out”, “Everybody wants me”, “Wait for me” en “I’m not sorry”.

Ons Belgische Motek kon rekenen op een volle wablief tent, Zij plaatsten op de tweede plaat ‘Port sunshine’ de postrock in een breder concept door pop, jazzy loops en hemelse melodieën. Een toegankelijk geluid. Een groot deel keek vooral uit naar die ene single “Tryer”, de ex-nummer één van de Afrekening. De song zat verstopt op het einde van de set. Hun klanklandschap klonk gevarieerd: van slepend, zalvend, dromerig tot rauw, direct en snedig. Hun projecties leken nauw verwant met de kunstzinnigheid van Cocorosie. Hun beloofde glas champagne (als ze op 1 bleven staan) bleef gekoeld tot op de signeersessie.

Een grootse (maar te korte) set kregen we van het beloftevolle Santogold, onder de bevallige zangeres Santi White. Haar melt van pop, electro, soul, funk dubreggae stond ‘er’ in de dancehall. Ze werd begeleid door een netjes in pak gestoken liveband en twee danseressen die synchroon stijve, statische danspasjes uitvoerden. Een enthousiaste zangeres, een goed op elkaar afgestemde band en een aanstekelijke broeierige mixmax van sterk songmateriaal als “L.E.S. Artistes”, “Say aha”, “Lights out” en “Creator”. Santogold is ‘hot’; iedereen amuseerde zich in de dance hall.

Op de achtergrond hoorden we Danko Jones (mainstage). We houden van mans strakke gitaarrock’n’roll en z’n ode aan belangvolle artiesten in “Mountain”, maar op z’n muzikale formule en uitdagende plaagstootjes zat er sleet, veel sleet. Oud vertrouwd, herkenbaar en de repeatknop ingedrukt. Na twintig minuten wisten we het al …. Ook in de songkeuze, waar het nieuwe materiaal lekker opgeborgen bleef.

Dan maar One Night Only (club), een Brits bandje in de voetsporen van The Kooks. Ze kwamen in de belangstelling met hun instant hitje “Just for tonight”, die als tune werd gebruikt op het EK voetbal op onze Sporza zender. Toegankelijke, licht verteerbare melodieuze gitaarpop van een (single) bandje die z’n zenuwen de baas was en ontvankelijk, open minded en niet opschepperig klonk. De luchtige “Just for me” en “You & Me” zaten mooi verdeeld in hun set. Jong talentrijk bandje!

Met een knipoog naar het Braziliaanse Bonde Do Role, trad het weirdo Zuid-Afrikaanse hiphop collectief Maxnormal tv (wablief) op. Het trio wordt de hemel in geprezen door ons eigen Tim Vanhamel, die tijdens de dynamische set van het trio wat uit z’n botten brabbelde en een rondedansje ten beste uitvoerde. Twee wild om zich heen springende MC’s (een frêle jonge dame en een freakende heer) en pompende beats maakten er een tof hiphopfeestje van. De projecties lieten ons wegdromen in hun sexuele fantasiewereld. Op het eind dook de rapper het publiek in. “Goie moré Africa Sud” was hun motto. Klare taal dus.

Het Amerikaanse Joan As Police Woman (marquee) heeft België als uitvalsbasis, want het trio onder Joan Wasser treedt maar al te graag op in ons kleine landje. Ze kozen voor een rustige, ingetogen sfeervolle ‘afternoondelight’ aanpak van piano-/gitaarsongs. Ze ontpopten zich als een jonge Tom Waits band met “To be lonely”, “Eternal flame”, “Hard white wall” en “to beloved” als zoete broodjes in de blakende zon ….

Het fenomeen/genie Tricky is terug. Zoveel is zeker na zijn passage in de dance hall. Samen met een knappe vocaliste en een goed geoliede band bracht hij vooral materiaal van zijn meesterwerk 'Maxinquaye' en zijn laatste album 'Knowle west boy'. We hoorden classics zoals “Black steel” en “Pumpkin” afgewisseld met nieuw werk zoals “Council estate”, “Puppy toy” en “History lesson”. Spijtig dat hij van Chokri maar een schamele 45 minuten toebedeeld kreeg. Dit had gerust wat langer mogen duren. Knappe en intense show! (met dank aan Frank Verwee)

Miskleun van de dag was Ian Brown (marquee). Na de Manchesterscene van het legendarische The Stone Roses geraakte de  solocarrière van zanger Ian Brown in het slop. De songs dramden door op éénzelfde tempo, ondanks de uitgebreide ritmesectie; Brown was vocaal zwak en onstandvastig en het waren de oudjes “Golden gaze”, “Fear” en “Waterfall” (van The Stone Roses nb!) die de eer redden. Typical Manchester  Britpop…je zou het haast denken van artiesten als Oasis, Happy Mondays en The Verve . Een triest optreden.

Voor wie Hot Chip miste op Werchter, was het nu de uitgelezen kans de Britse band onder de tandem Taylor/Goddard aan het werk te zien. En inderdaad, net als in de marquee te Werchter, speelden ze heupwiegende en springende dancepop, met groovende ritmes en funky loops. Geen moeilijk gedoe van op plaat. Ze trokken de kaart van de dance en de ambiance met songs als “Shake a fist”, “Over & over again”, “And I was a boy from school” en “Ready for the floor”. In ware kampvuurstijl besloten ze met “Nothing compares to you”, wat luidkeels werd meegezongen. Een fijne dansbare set!

Onophoudelijk toeren en houden van ons landje, het siert het Britse Editors (main stage), één van de topacts de laatste jaren. Na twee clubconcerten en hun optreden te Werchter waren ze opnieuw te zien op Pukkelpop …ze zijn een liveband bij uitstek! Geen enkele keer zag ik de band al moeizaam of twijfelend aan het werk. Eén brok bezieling, dynamiet en enthousiasme van een frisse band. Hun gevarieerde waverock kent ‘no end’…om je vingers af te likken hoorden we “You are fading”, “Munich”, “The racing rats”, “Smokers outside the hospital doors” en “Fingers in the factories”. En toch schuilt er iets in het struikgewas … de nieuwe nummers konden nog niet écht bekoren …

Vorig jaar was Mercury Rev (marquee) één van de hoofdacts op FihP te Oudenaarde; we hoorden toen een pak nieuwe songs van het pas in september te verschijnen nieuwe album ‘Snowflake midnight’. Hun set op Pukkelpop was een herhalingstoets, wat wil zeggen dat de orkestrale, sferische en romantische sprookjespop plaats maakte voor stevige symfonische psychedelicarock. Een bedreven Hawkwind, Spacemen 3 en Spiritualised in een galm van fuzz en pedaaleffects. Er waren de strakke drums, Grazhopper die z’n gitaarversterker op tien draaide en zanger Donahue, die de orkestleider was. Achter de band waren er op groot scherm projecties te zien van hun favoriete artiesten, platen en schrijvers. De oudjes “Holes”, “Opus 40” en “The dark is rising” werden ondergedompeld in deze ‘brave new sound’. De nieuwe songs “Snowflake in a hot world”, “October sunshine” en “Senses are on fire” groeven diep in hun muzikaal verleden en refereerden aan het onvolprezen ‘Yerself is steam’ met de instant klassieker “Chasing a bee” (’91).

Het dampend concertje van haar clubtournee en het marquee optreden te Werchter kon de Ierse Roisin Murphy op de mainstage niet herhalen. Het begon alvast goed met raveknallers “Cry baby”, Moloko’s “Forever more” en “You know me better”. Maar het feestje kwam pas terug op het eind, met het schitterende “Ramalama”, onder een opzwepende beat en percussie. Tussen deze nummers hoorden we de warme, sfeervolle groovy electro’kitsch’pop van “Primitive”, “Ruby blue” en “Overpowered”, maar ze klonken net iets te statisch en minder aanstekelijk waardoor een freakende Murhy (ondanks de verschillende outfits) op het podium uitbleef en de boel wat in z’n geheel inzakte. De sensuele godin was iets te humaan om te slagen in haar supersexy, zwoel, dansbaar feestje.

The Flaming Lips besloten de eerste avond in de marquee. Hun avontuurlijk materiaal binnen de psychedelicapop sloot naadloos aan op hun vrienden Mercury Rev. Ze breidden er nog een totaalspektakel aan van gele ballonnen in het publiek, confetti en papierslingers. Alsof dit nog niet genoeg was stonden langs de zijkant van het podium verkleedde teletubbies en clowneske figuren te dansen en te springen. En op de koop toe rolde Wayne Coyne in een reuzengrote ballon het publiek in. Moest er nog muziek zijn? Deze showelementen gaven elan en vormden het ideale kader van hun weirdo grillige sprookjessound. Vocaal was Coyne wat wisselvallig, de songs klonken rauwer ,maar ‘so what?’ We genoten van prijsbeesten als “Race for the prize”, “The yeah yeah song”, “Yoshimi battles the pink robots” en “Do you realize”. Akkoord, deze songs/prijsbeesten komen telkens terug, maar ze worden met steeds hetzelfde enthousiasme, dynamiek en overgave gebracht, dat het niet stuk kan. Nu nog acrobaten uitnodigen en het Flaming Lips spektakel is compleet!

Het uit Las Vegas afkomstig The Killers, onder zanger Brandon Flowers, zorgde vorig jaar voor een killeroffensief met de cd ‘Sam’s town’. Ze beschikken over een handvol sterke singles per plaat en bewezen vorig jaar dat ze hun meeslepende songs krachtig kunnen injecteren. Eén jaar later intrigeerden ze minder en klonken ze net als op plaat: onevenwichtig en onstandvastig. Het waren vooral de singles “Somebody told me”, Joy Divisions “Shadowplay”, “Bones”, “When we were young”, “Read my mind” “Mr Brightside” en “Jenny was a friend of mine” die de band overeind hielden. En trouwens, Flowers vocals konden sommige nummers onvoldoende aan.
Vorig jaar stonden ze op scherp en raasden ze als een Speedy Gonzales door hun gig; één jaar later klonk de band als een reutelende diesel en waren ze dringend aan rust toe. Volgend jaar leggen we troeven op tafel en gokken we op een uitgeruste The Killers met een overweldigend optreden in de marquee?!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2008: vrijdag 15 augustus 2008

Geschreven door

Hoogdag met Hemelvaart en hoogdag voor alle Metallica fans en freaks. Vóór zij letterlijk de wei in vuur en vlam zetten, viel er heel wat interessants te horen op de podia
Pete & The Pirates (club) stond garant voor leuke, ontspannende en frisse gitaarpop. Een sympathieke band, die de kunst heeft frisse gitaarsongs te schrijven en te spelen. De band heeft met “Mr Understanding” een toffe single op zak en kon rekenen op een sterke respons.

Een volgende ontdekking waren het duo uit San Franscisco The Dodos (chateau) aangevuld met een derde persoon. Een rauwe, energieke en avontuurlijke lofi sound op gitaar/dobro, drums, xylofoon, een vat en een cimbaal; ze maakten uitstapjes naar psychedelica en noise (door de metaalpercussie en rammelend gitaargetokkel). De onvaste, zweverige zang maakten het geheel broeierig en spannend. Het trio ging er voor en kreeg een verdiende airplay.

Het Schotse Sons & Daughters (marquee) overrompelde een paar jaar terug in de Club met hun dynamisch, opwindende combinatie van gitaarrock, rock’n’roll en een streepje ‘80’s wave, die op de tweede plaat praktisch gedragen werden door Adele Bethel tav Scott Paterson. De groep kon de vonk niet doen overslaan in deze grotere tent. We misten het bruisende karakter, de pakkende refreintjes en hun meezinggehalte; pit en dynamiek bleven uit, wat een ongeïnspireerde indruk naliet. Minder beklijvend dus maar de potige cover “Killer” van Adamski mocht er zijn …

Belangrijke afspraak in de club was er één met Devonte Hynes, die als Lightspeed Champion dit voorjaar een bijzonder fraai debuut afleverde met ‘Falling off the Lavender Bridge’. Om nog onduidelijke redenen verschenen Hynes & co ruim 10 minuten te laat op het podium, maar in het resterende halfuur liet de groep dan toch horen waarom hun melancholische countryrock met weerhaakjes in de beste traditie van Bright Eyes een plaats op de Pukkelpop affiche verdiende. Live klonk de groep spontaner en ietwat steviger dan op plaat, en tijdens een occasionele gitaaruitspatting leek Hynes heel even te refereren naar zijn vroeger muzikaal leven als frontman van het kortlevende noise gezelschap Test Icicles. Een veel te korte set werd afgesloten met het epische “Galaxy of the Lost”, een nummer dat door diverse tempowisselingen de toehoorder van hoop naar wanhoop (en terug) sleept. We zien Lightspeed Champion dit graag nog eens overdoen in zaal, maar dan vergezeld van een manager die de groep minstens anderhalf uur haar ding laat doen (met dank aan Geert Huys)

Een verslavend plaatje is ‘A mouthful’ van het Fins/Franse duo The Do (live met drie) (club). Gevarieerde onversneden poprock onder de hemels breekbare hoge stem van zangeres Olivia Merilahti. Een direct geluid, dromerige elektronica en een goed op elkaar ingespeeld trio.Intrigerende duivelse elfjesmuziek met “On my shoulder” als één van de hoogtepunten.

Het Antwerpse A Brand in stralend wit pak, zette de marquee naar hun hand met hun strakke, melodieuze rocksongs: “Hammerhead”, “Time” (nummer 1 in de Afrekening), “Beauty booty killerqueen” en “riding your ghost”. De gitaren spraken bij deze rockband, die een prima set speelde . Ze breidden “Block rocking beats” (van Chemical Brothers) aan Prodigy ’s “Poison” in een rockversie aaneen! De band bewees de mainstage aan te kunnen en liet tav Motek de champagne rijkelijk vloeien na het laatste nummer.

Eén van de smaakmakers in de chateau was Los Campesinos, een uitgebreid collectief uit Wales. Ze halen Pavement invloeden aan en zijn een handig alternatief op Architecture In Helsinki, Polyphonic Spree, I’m From Barcelona en Broken Social Scene: opzwepende, springerige indie/gitaarrock met folkinvloeden. Hun muzikale onbezonnenheid,speelsheid en enthousiasme prikkelde en werkte in op de dansspieren. Oorstrelende ‘feeling goodmusic’ door songs als “Death to LC”, ”Drop it doe eyes”, “We throw parties”, … en “You me dancing”.

Van het getalenteerde Cold War Kids (mainstage) uit LA, onder songschrijver Nathan Willet, hadden we een dubbel gevoel. Hadden zij niet beter gewisseld met A Brand, om fans te winnen … Hun melodieus bedreven, opbouwende songs bevatten amerciana en ‘70’s retro, balanceerden tussen intimiteit en dynamiek en werkten net niet aanstekelijk genoeg, ondanks de tomeloze inzet en bezieling op het podium. Binnenkort verschijnt de opvolger van ‘Robbers & cowards’. De oudjes “I used to vacation”, “Hospital beds” en “Hang me up to dry” maakten voorlopig het verschil.

Eén van de revelaties was het geschifte Britse kwartet Does it offend you, Yeah? (club). En waah wat waren we onder de indruk van hun samengebalde punkfink, metal, elektronicagefreak, noisy gitaarsoli en pompende beats. Chaotisch, rommelig, ruw en dansbaar. De groep had er zin en kon rekenen op en uitzinnige menigte. De eerste rijen hotsten mee op “Weird science”, “Dawn of the dead” en “We are rockstars”.
Een Shameboy, Soulwax Nite Versions on rock. Overtuigend!

Het uit Wales afkomstige Stereophonics (mainstage), onder frontman Kelly Jones, heeft z’n succesvolste periode wel gehad , zo the horen. Ze speelden een aandoenlijke set van hun tienjarige carrière, maar het waren vooral de gekende aanstekelijke “Bartender & the thief”, “Mr Writer”, “Nice day”, “Superman” en “Dakota” die hen over de streep hielpen. Een vlak, kleurloos en weinig verrassend optreden.

De ex vriendin van Tricky was een dag later op de affiche: Martina Topley-Bird (chateau). Na talrijke samenwerkingen heeft ze haar tweede plaat ‘The Blue God’ uit, die ‘Quixotic’ opvolgt. De breekbare trippop van fijne, subtiele melodieën op plaat, die veelzijdig klinkt door de verschillende uitstapjes, had live een andere inhoud en uitstraling. Onder haar sensuele, zwoele vocals hoorden we een avontuurlijker rauw en direct geluid, dromerig, filmisch en licht dreigend.

De livesets van The Breeders (marquee ) van de zusjes Kim en Kelly Deal, hebben live altijd iets om handen, ofwel is er sprake van boeiende potige rammelende lofi gitaarrock ofwel gaat de band stuurloos ten onder door hun oeverloos gepalaver en concentratieverlies en lijkt het nog erger dan een repeterend bandje.
Op Pukkelpop hielden ze het midden en was het potje gerommel op Polsslag vergeten. De groep speelde een gezapige set, en maakte er een gezellig onderonsje van. “Tipp city”, “Huffer”, “Divine hammer”, “No aloha” en “Pacer” klonken naar Breeders normen goed. Het rustige “Night of joy” was pakkend. Even leken ze uit de bocht te gaan toen Kelly haar viool stemde op “Drivin’ on 9” door de soms niet te plaatsen verhaaltjes, het gegiechel en het storend heen en weer geloop op het podium, maar ze herstelden zich met een opzwepende “Canonball”.

Het man-vrouw duo Blood Red Shoes (club) lieten de ‘lookalikes’ The White Stripes, The Kills, The Yeah Yeah Yeahs en The Raveonettes het nakijken, met hun rauwe indiepunkrock. Ze zijn zo’n beetje de Britse versie van onze Blackbox Revelations. Een overweldigende set van een goed op elkaar ingespeeld duo. Een zompig, rauw martelend en fris gitaargeluid, opzwepende, strakke drums en een sterke samen ‘schreeuw’ zang van Laura-Mary Carter en Steven Ansell. Meer moest dat niet zijn, om te zeggen dat hun ‘Box of secrets’ één van de meest veelbelovende platen dit jaar is. Ze waren onder de indruk van het uitgelaten publiek op songs als “You bring me down”, “Doesn’t matter much”, “Say something, say anything”en de afsluiters “I wish I was someone better” en “ADHD”. Wat een rock’n’roll feestje!

Het was even wennen aan de zalvende melancholische pop van Stuart Staples’ Tindersticks (marquee). De groep is herenigd, beschikt nog over drie oorspronkelijke leden en was te zien met blazers, strijkers en (extra) percussie. Hun fijnzinnige, subtiele en elegante uitgekiende schoonheidspop had af te rekenen met de pletswals van Metallica. Nat als de band stoorden we er ons niet aan en genoten van een loepzuivere smachtende, sfeervolle in soul en retro gedrenkte sound. Enkel het oude “Her” refereerde aan het oude jachtige Tindersticks. Heerlijke, adembenemende intieme pop (“She’s gone”, “The flicker of a little girl”, “Come feel the sun”, “Dying slowly” en “The hungry saw” en “The turns we took”), onder Staples grauwe bariton/fluisterzang.

Love & respect voor de fans van Metallica (main stage). Maar liefst 15000 kwamen speciaal om hun metalband bij uitstek aan het werk te zien. Ze toeren al ruim een jaar met een ‘Best of’, en stellen maar sporadisch een nieuwe song voor. Een formule die nog steeds aanstekelijk werkt. Metallica putte rijkelijk uit hun oeuvre vóór ‘Load/Reload’ en ‘St. Anger’ met stevige beukers als “Creeping death”, “And justice for all”, “Master of puppets”,“Enter sandman” en  “Seek & destroy” (in de bis) . De ‘softe’ metalfan kon z’n hartje bekoren met de klassiekers “The unforgiven”, “Wherever I may roam”, “One” en “Sad but true”.
Hun sound werd kracht bijgezet door explosies, metershoge steekvlammen en vuurwerk. Niet te ontbreken binnen het Metallica concept! In september verschijnt de nieuwe plaat ‘Death magnetic’; één nummer hoorden we  “Cyanide”, die duidelijk opviel naast het oud vertrouwde concept van hun oeuvre.
Een verpletterende show en sound waarbij één ding duidelijk was: Metallica rules!, was en stond er voor z’n fans. Prent het maar je in hoofd.

The Gutter Twins besloten de tweede avond van Pukkelpop in de marquee. Dulli en Lanegan zagen we al dikwijls bij elkaar op één podium, maar het was er nu van gekomen om samen songs te schrijven.
Geen uitputtingsverschijnselen meer aan het adres van Dulli, want hij nam revanche voor het optreden dat eerder dit jaar werd afgebroken. De heren wisselden elkaar af of vulden elkaar aan in zang. Een perfecte twee-eenheid, die elkaar aanvoelde op de prikkelende, dromerige soulrock met een donker, dreigende ondertoon. De groep speelde bijna in volstrekte duisternis: Lanegan (zonder één spotligt op hem!) nam vocaal een prominente rol aan met z’n diepe, grauwe, krakende stem. Af en toe speelde Dulli een snedige riff of haalde hij vocaal eens hoog uit. Naast het materiaal van ‘Saturnalia’ (o.a. “The stations” en “Idle hands” ) stelden beiden een nummer voor hun eigen materiaal: “Hit the city” van Mark Lanegan Band en “Bonnie Brae” van Dulli’s Twilight Singers. Met het intens broeierige “Front street” konden we totaal uitgeput richting slaapzak …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Jazz Middelheim 2008: vrijdag 15 augustus 2008

Geschreven door

Het festival had oude bekenden Toots en het Brussels Jazz Orchestra op het programma. Het was alvast aangenaam om vast te stellen dat het festival iets anders was ingericht als voorheen. Jazz Middelheim werd dit jaar voor het eerst georganiseerd door de vzw Jazz en Muziek en de organisatoren van het Gent Jazz festival. En hoewel de oude waarden en gewoonten van het festival in ere bleven, waren er toch enkele veranderingen merkbaar. Het festivalterrein is er groter op geworden en ook in de tent is het ruimtegevoel erop verbeterd. Niemand die over deze veranderingen te klagen had!

Elisabeth Kontomanou mocht die dag de spits afbijten. Als zangeres met een zeer multiculturele achtergrond stond zij duidelijk met beide voeten op de grond en toverde haar prachtige volle stem tevoorschijn. Haar eerste nummer “I’ve got the right to sing the blues” viel dan ook meteen met de deur in huis. Deze dame is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Kontomanou speelde enkele nummers uit haar nieuwste CD ‘Back To My Groove’ en wist vooral te overtuigen met de uitvoering van deze titelsong. Daarnaast bracht ze enkele jazzstandards te berde zoals “Everything I have is yours”, “Summertime” en “Fever”. Op haar beste momenten kan Kontomanou wel tippen aan dames als Cassandra Wilson (op haar hardst) en Dee Dee Bridgewater (op haar zachtst), maar er waren ook mindere momenten op te merken. Bovendien mist ze toch ook de podiumprésence van voornoemde dames.

Na dit moment van ontspanning volgde de gekte van de New Cool Collective Big Band. Deze band, die het intussen al meer dan 10 jaar volhoudt, omvat het kruim (of toch een deel ervan) van de Nederlandse jazzscène. Wat je de band alvast niet kan verwijten is hun gebrek aan enthousiasme. De Nederlanders gingen hard te keer met hun combinatie van funk, soul, jazz en Latijns-Amerikaanse ritmes. De leider van de band, saxofonist Benjamin Herman, sprak het publiek met zo’n groot enthousiasme toe, dat zijn woorden bij tijden onverstaanbaar klonken. En de levendigheid van de groep zorgde bij tijden ook voor slordigheden en een beetje chaos. Doch dit kon het publiek niet deren. Hoogtepunten van deze show waren dan ook het nummer “Sinas”, een compositie van de saxofonist Wouter Schueler, en het levendige “Miss Bitch”, waarbij de baritonsaxofoniste Tine Thomson het beste van zichzelf bracht. Het blijft een uniek zicht een vrouw die een dergelijk instrument bespeelt en ze deed het met verve!

Na de vrolijke gekte van de éne Big Band, gingen we over naar het beheerste spel van de Brussels Jazz Orchestra feat. David Linx. Zij stelden aan het publiek het project ‘Changing Faces’ voor, waarvan een CD werd uitgebracht in 2007. Met dit project werd vooral werk van Linx zelf, van swing naar groove gebracht. En hoewel het Brussels Jazz Orchestra zeker enkele trapjes hoger staat dan de New Cool Collective Big Band, kon dit mij toch minder begeesteren. De arrangementen waren té zeer uitgekiend en soms een beetje te glad. David Linx is een schitterende zanger met een gouden stem, maar dan weer té perfectionist om het publiek volledig warm te krijgen. Aan muzikaal gevoel ontbreekt het geen van deze leden van de Big Band, maar iets meer schwung zou welkom geweest zijn.

De tent was vol geladen op het moment dat het Kenny Werner Quartet begon te spelen. De eerlijkheid gebied te zeggen dat het gros van het publiek niet (alleen) voor deze getalenteerde muzikanten was afgezakt naar het Park Den Brandt. Het is uiteraard de peetvader van dit festival, Toots Thielemans, die de grote publiekstrekker was. Toch moest het publiek nog even geduld uitoefenen voor ze de 86-jarige ‘grote’ Belg te zien en vooral te horen kregen. Maar dit wachten werd op sublieme wijze ingevuld door Kenny Werner en zijn trawanten. De pianist speelt op verbluffende wijze en doet dit tegelijkertijd overkomen alsof het niets is. Hij ging van start met zijn “Ballad for Trane”, een ode aan John Coltrane en schakelde toen over op het nummer “Balloons”, een nummer met een repetitieve baslijn en veel variaties in de hoogte waardoor je effectief het gevoel kreeg je door een kamer gevuld met ballonnen te bewegen. Ook populaire melodietjes bracht het kwartet op overtuigende wijze, zoals het themalied van de Harry Potterfilms ‘Hedwig’s Theme’. Hierin kwam saxofonist David Sanchez mooi op de voorgrond. Maar ook de andere muzikanten konden hun ei kwijt, de hevige drumster Cindy Blackman en de beheerste contrabassist Johannes Weidenmueller.

Even leek het publiek vergeten te zijn voor wie ze eigenlijk gekomen waren, maar daar was Toots dan. Een glimlach verschijnt al als je de man ziet opkomen en het publiek begroeten. Weinig grootse muzikanten is het gegeven om zo sympathiek en volks te blijven. En hij speelt nog steeds prachtig. Toots droeg dit concert op aan de dit jaar overleden Miel Van Attenhove, de voormalige organisator van dit festival en deed dit met het nummer “In your own sweet way” van Dave Brubeck. Een ontroerend moment! Daarna volgende nog velen van Toots favoriete klassiekers zoals “One Note Samba”, “Autumn Leaves”, een medley van Bill Evans-composities, “Ne me quitte pas” en “What a wonderfull World”. En uiteraard kon “Bluesette” niet ontbreken! Toots toonde opnieuw wat hij allemaal uit dat kleine instrumentje kon toveren en was zeker niet bang om de speelvogel uit te hangen. Voor hem telt de muziek, de sfeer en de vriendschap tussen de muzikanten en de muziekliefhebbers. Zoveel is duidelijk. Wel moet gezegd dat voor diegenen die Toots samen met het Kenny Werner Quartet vorig jaar bezig zagen op het Blue Note Festival in Gent, waarschijnlijk een déjà vu -gevoel hadden, maar dit kon het warme gevoel vanbinnen niet wegnemen.

PS: de eerste dag van het festival heb ik aan mij voorbij moeten laten gaan: jammer genoeg heb ik niet kunnen genieten van het Charles Lloyd Quartet, Dré Pallemaerts (hoewel die later op het festival terug opdook bij het Robin Verheyen Quartet) en Pharoah Sanders. Gelukkig heb ik een stukje kunnen meepikken via de live-uitzendingen op Klara.

Organisatie: Jazz en Muziek vs Gent Jazz Festival
Info op http://www.jazzmiddelheim.be
Fotoshoots door Jos L Knaepen

Jazz Middelheim 2008: zaterdag 16 augustus 2008

Geschreven door

Zaterdag ging de dag iets later van start. Om vijf uur in de namiddag ging nieuweling José James van start. Deze New Yorker kreeg wel wat aandacht in de media op voorhand en dit schepte vrij hoge verwachtingen. James wordt onder de jazz gecatalogeerd en voelt zich daar ook thuis. Maar als je goed luistert, hoor je dat hij van vele markten thuis is en dat maakt zijn muziek ook zo boeiend. Combinaties van jazz, hiphop, soul en blues maken zijn muziek inventief en vernieuwend. Een beetje jong bloed op een dergelijk festival kan nooit kwaad. De meeste van zijn nummers waren eigen werk uit zijn debuutalbum ‘The Dreamer’, een referentie naar Dr. Martin Luther King jr. Daarmee maakte de muzikant niet alleen een makkelijk verteerbare plaat, maar ook een sociaal geëngageerd debuut. Hoogtepunten hieruit waren “The Dreamer” als titelsong en “Nola”. Als laatste nummer bracht hij nog een ode aan Art Blakey and the Jazz Messengers met zijn eigen versie van “Moanin’”. Waarin helemaal duidelijk werd wat voor een schitterend bereik de stem van James heeft en wat hij allemaal in petto heeft. Het publiek lustte zijn eclectische papje wel. Dit smaakt naar meer!

Na deze schitterende opwarming volgde Jef Neve, en ongetwijfeld was een groot deel van het publiek voor deze grote Belgische naam gekomen. Neve is populair en is ongetwijfeld de Belgische jazzpianist van het moment. Bovendien is hij ook presentator van Neve, zijn eigen jazz-programma op Klara. Op zijn nieuwste CD toont hij zich als een integer en gevoelige muzikant. Met “Groove Thing” wilde Neve aantonen dat hij eveneens de pan kon uitswingen en dit deed hij op zijn oude vertrouwde Hammond-orgel. Hiervoor had hij dan ook een stel fantastische, groovy muzikanten bij elkaar gescharreld: Nicolas Thys op de bas, Lieven Venken aan de drums en Nicolas Kummert met zijn tenorsax. Speciaal uit Australië overgevlogen was special guest James Muller, gitarist van dienst. Muller toonde zich een meester in het bespelen van zijn gitaar, maar kwam mijns inziens een beetje te weinig op de voorgrond. Zoals Jef Neve zelf opmerkte betreft dit een democratische band en kwamen alle leden van de band even prominent op de voorgrond. De composities waren dan ook steeds afkomstig van een andere muzikant en dit zorgde voor een heel gevarieerd programma. Veruit het origineelste nummer was “Risico”, een compositie van Nicolas Kummert, die ook over een erg unieke speelstijl beschikt. Jef Neve beweerde op voorhand dat dit nummer nog nooit was gelukt, maar dit valt moeilijk te geloven als je ziet hoe goed de muzikanten op elkaar waren ingespeeld. Muziek van een hoog niveau en entertainment van de bovenste plank. Zal ik ooit nog iemand horen beweren dat jazz saai is en dient als achtergrondmuziek? Voor mij was dit zeker het hoogtepunt van de avond.

Daarop volgde een experiment. Bassist Bill Laswell was aan de beurt en had een bende eigenzinnige en volleerde muzikanten rond hem verzameld. Ex-Material bestaat verder uit toetsenist Bernie Worrel (vooral bekend van Funkadelic) op Hammond en keyboards, de ietwat wereldvreemde trompettist Toshinoro Kondo, drummer Hamid Drake en percussionist Ayib Dieng. Deze bezetting doet al vermoeden dat de nadruk bij dit ensemble op het ritme ligt en niet zozeer op harmonieus samenspel. Maar het leek wel of de leden elkaar door en door kenden en de set bestond uit één langgerekte improvisatie. Jazz, funk, fusion, rock en reggae vloeiden moeiteloos in elkaar over alsof het de normaalste zaak van de wereld was. De reactie van het publiek was verdeeld: een deel verliet de tent, een ander deel werd wild enthousiast. Over smaken en kleuren valt niet te twisten, maar één ding stond als een paal boven water: dit zijn topmuzikanten die lak hebben aan conventies. Ze deden hun eigen ding op het podium, maar dan wel met elkaar. Een bijzondere ervaring!

Organisatie: Jazz en Muziek vs Gent Jazz Festival
Info op http://www.jazzmiddelheim.be
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L Knaepen

Jazz Middelheim 2008: zondag 17 augustus 2008

Geschreven door

Een luie, zalige zondag ... dit was het gevoel dat je kreeg bij het beluisteren van de zoetgevooisde stem van Andey Bey en zijn trio. Op zijn 68 ziet de zanger er nog heel hip uit voor zijn leeftijd. Andey Bey is terug van weggeweest en beleeft een revival. De man kende heel wat successen in de jaren ‘60, onder andere met zijn twee zussen als trio Andy and the Bey Sisters, maar bleef een hele tijd weg uit de muzikale scène. Pas in de late jaren ’90 kwam hij weer terug. Bey heeft een heel diep, narratieve stem waarbij je je heel levendig kan voorstellen waarover hij zingt. Het valt echter op dat hijzelf dat niet zo goed meer kan en dat hij zijn teksten nodig heeft om zich daaraan te herinneren. Nu, het is hem vergeven gezien zijn leeftijd ... Bey was wakker, maar kon slechts op matige belangstelling rekenen en de reactie van het publiek was dan ook erg lauw. Op het einde kon er zelfs geen behoorlijk applaus vanaf wat het optreden deed eindigen in mineur en de zanger dan maar zonder bis-nummer afdroop. Toch was dit niet per se aan Bey gelegen. Iedereen leek echter nog in een zondagnamiddagroes te verkeren.

Het Robin Verheyen International Quartet eiste veel meer van de toehoorders. Dit is geen achtergrondmuziek en vergt concentratie. Het pleit echter wel voor Verheyen dat hij de toeschouwers een uur en een half kon boeien met uiterst gestileerde muziek. De saxofonist streeft allerlei klankeffecten na, zonder dit tot het uiterste te drijven. Zo gebruikt hij de vleugelpiano als klankkast voor zijn sax. Hij gaat over van een zenuwachtig staccato naar zeer vloeiende bewegingen en blijft zo creatief bezig. Op die manier is er interactie met het publiek. Want zelf is Verheyen geen spreker, hij laat de muziek graag voor zich spreken en doet dat goed. Net voor het laatste nummer stelt hij zijn kwartet voor. De door de wol geverfde drummer Dré Pallemaerts, de creatieve pianist Bill Carrothers en de veelzijdige bassist Nic Thys, die we in een heel andere formatie aan de slag zagen bij Groove Thing de vorige dag. Nic Thys speelde dan ook een schitterende solo, ditmaal op contrabas en toonde zich als één van de publiekslievelingetjes. Als afsluiter speelde Verheyen het nummer “Medition”, waarbij hij als voorspel de piccolo bespeelde. Het meditatieve karakter van het nummer ging al snel over toen hij terug op de sax overschakelde. Een zenuwachtig spel maakte zich meester van het kwartet. Dit optreden bewees het kunnen van de jonge saxofonist zonder meer, als componist én als uitvoerder. Maar misschien moet hij toch een beetje van zijn serieux laten varen. Soms had ik meer de indruk op een begrafenis te zijn dat op een zondags festival. Jazz is een kunstvorm en vergt af en toe veel van een muzikant. Dit hoeft echter niet te betekenen dat er geen lachje meer af kan! De jazzliefhebber heeft zo al een reputatie ...

Dit geldt in nog veel grotere mate voor de act die erop volgde, het trio Muhal Richard Abrams, George Lewis en Roscoe Mitchell. Drie heren die stuk voor stuk veel betekend hebben in de evolutie van de moderne jazz en die veel aanzien genieten. Zo zijn ze alle drie lid van de Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM). In de jaren ‘60 waren deze drie muzikanten elk revolutionair op hun manier en hebben ze elk op hun manier bijgedragen tot een enorme vernieuwing in de muziek. Dit optreden was gewijd aan het experiment en aan de improvisatie. George Lewis speelde niet enkel op zijn trombone, maar beroerde ook af en toe zijn laptop om hieruit enkele geluidseffecten te toveren. Hoe modern deze muziek voor vele mensen ook mag klinken, men mag niet vergeten dat dit soort muziek niet meer zo nieuw is en intussen ook al behoort tot de muziekgeschiedenisboeken. Vele mensen verlieten de zaal, andere beleven verbaasd toekijken en nog anderen reageerden met een groot enthousiasme. Mijzelf kon dit optreden niet de hele tijd boeien, althans niet op een festival. Hierbij deel ik dan ook de mening van Klara-commentatror Marc van den Hoof: dit is muziek om alleen te beluisteren en om over na te denken. Bovendien vraag ik mij wel af of alle mensen die wild enthousiast op deze muziek reageerden werkelijk hebben genoten van de performance, of gewoon meenden dat dit goed moét gevonden worden. Naar mijn bescheiden mening zijn de drie muzikanten inderdaad drie grote vernieuwers van de muziek, die zeker hun plaats hebben verdiend in de muziekgeschiedenis, maar was het optreden van zondag niet zo buitengewoon en inspirerend zoals sommigen dit willen afschilderen.

Wynton Marsalis is dan ook een heel ander pak mouwen. Eén van de grootste levende iconen van de jazz. Voor sommigen een vernieuwer, voor anderen dan weer te conservatief. Echter iedereen is het er roerend over eens dat het een virtuoos trompettist betreft, die zijn toehoorders werkelijk kan mee loodsen naar een andere wereld. Toch is Marsalis allesbehalve wereldvreemd en staat hij met zijn beide benen in de echte wereld. Het typeert Marsalis dan ook dat hij rel schopt en reageert tegen alles wat hij rond zich ziet gebeuren: discriminatie, oorlog, vrouwen- en rassenhaat, ... Zondagavond liet hij echter weinig van dit horen en liet hij het publiek een staaltje echte New Orleans-jazz horen. Niet enkel Marsalis was subliem, maar ook de muzikanten die hij meebracht zijn wereldklasse. Dan Nimmer deed zich opmerken aan de piano (superklasse!), Walter Blanding jr. speelde de sax, Carlos Henriquez op bas en Ali Jackson aan de drums. Deze band, die samen de CD ‘From the Plantation to the Penitentiary’ opnamen, waren geweldig goed op elkaar ingespeeld. Wynton staat dan ook, net als zijn broer en saxofonist Branford Marsalis, bekend als een perfectionist. Dit werd even in de war gestuurd door de komst van a real legend: Toots Thielemans. Het publiek ging door het dolle heen. Het zorgde dan ook voor een heel ontroerend moment, maar je merkte dat speelvogel Toots even alles in de war bracht in een perfect op elkaar afgesteld Quintet. Toots was echter heel welkom en werd met alle égards behandeld. Marsalis bleek dan ook de perfecte afsluiter van een heel geslaagd festival!

Organisatie: Jazz en Muziek vs Gent Jazz Festival
Info op http://www.jazzmiddelheim.be
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L Knaepen

Equilibrium

Sagas

Geschreven door

Equilibrium was een band die al een tijdje op mijn verlanglijstje stond, aangezien ik een groot liefhebber ben van Folk Metal, en nu heb ik eindelijk de kans gekregen om te horen wat ze in huis hebben. Sagas is inmiddels hun tweede album en ze hebben de weg gevonden naar Nuclear Blast.
Wel, laten we eens zien hoe ze het er vanaf gebracht hebben.
We starten met “Prolog Auf Erden”, een wat lang uitgevallen intro die een kort overzicht geeft over welk soort muziek we mogen verwachten op dit album: Epische Folk Metal met invloeden van bands als Finntroll, Moonsorrow en Ensiferum.
”Wurzelbert” begint met een onheilspellende trompetintro, maar vanaf de gitaren er in vliegen krijgen we een uptempo Folk Metal nummer te horen waarbij mijn voeten automatisch gaan bewegen.
Het feest gaat verder met “Blüt Im Nuge”, waarvan de folky melodietjes in je hoofd blijven hangen en “Unbesiegt”, met zijn exotische intro en een trompettenmiddenstuk dat me op één of andere manier wat doet denken aan de feestmuziek op het eind van ‘Star Wars Episode I: The Phantom Menace’. De kenners zullen waarschijnlijk wel weten wat ik bedoel…
”Verrat” begint als een Black Metal nummer, maar het geweld wordt gauw afgewisseld met subtiele Folk Metal en epische momenten.
Tja, ik zou zo elk nummer kunnen beschrijven. Maar dat heeft eigenlijk weinig zin, want aangezien deze cd vol hoogtepunten staat.
Het enige nummer dat nog een aparte vermelding krijgt, is afsluiter “Mana”. Dit nummer is gewoon de kroon op het werk, zestien minuten lang worden we overgebracht van de ene muzikale extase naar de andere. Pure klasse is bijvoorbeeld de fluitsolo van de bekende Ulrich Herkenhoff (o.a. van de soundtrack van ‘Lord of the Rings - Return of the King’).
De enige minpuntjes van het album zijn de ongevarieerde, welhaast overbodige zang en de productie. De productie is een beetje tè goed geworden, waardoor het geheel soms te overdonderend, te glad en te druk klinkt. Denk maar aan ‘A Night At The Opera’ van Blind Guardian.
En het artwork kent ook zijn nadelen: het is een beetje te onleesbaar en het stinkt gewoon. Dit moest ik gewoon even vermelden.
Hoe dan ook, dit is een ware topplaat die een must is voor alle liefhebbers van Folk Metal, Pagan Metal, Viking Metal, Epic Metal en de rest van het rijtje.

Mystery Jets

Twenty One

Geschreven door

Het Britse Mystery Jets is een jong bandje uit Londen, die toe is aan z’n tweede plaat. ‘Twenty One’, de gemiddelde leeftijd van deze jonge gasten, is een gevarieerde popplaat geworden. Licht verteerbare gepolijste rocksongs, met een vleugje ‘80’s wave, die de springplank kunnen zijn naar een breed publiek. De singles “Young love” (met singer/songwriter Laura Marling) en het ingetogen “Umbrellahead” (leuke pianoriedel) maken alvast de weg vrij. De zang van Blaine Harrison is deels verwant aan Jeff Buckley, en wordt ondersteund door gitarist William Rees. Een fijne samenzang, wat het geheel emotievoller maakt.
Een goed geslaagde tweede plaat, doch niet verrassend.

The Courteeners

St. Jude

Geschreven door

The Courteeners zijn een beloftevolle band in de voetsporen van de postpunkbands Arctic Monkeys en Kaiser Chiefs. Het kwartet weet zich te manifesteren onder de huidige rits Mystery Jets en Pete & The Pirates. De band rond zanger/songschrijver Liam, speelt melodieuze snedige, broeierige neo Britpop met een rauw, robuust soms zwierig tintje. Oasis The Smiths, Stone Roses, The Libertines, The Strokes en The Kills behoren tot hun favorieten. Trouwens, zanger Fray heeft iets mee van de attitude, uitstraling van spitsbroeder Liam Gallagher.
De hoes is een geschilderde portret van de legendarische actrice Audrey Hepburn. “Cavorting”, “Bide your time”, “What took you so long”, “ Not 19 forever” en “Fallowfield hillbilly” zijn goed rockende songs . No nonsens pop op ’t eerste gezicht maar eentje met ballen…

Scarlett Johansson

Anywhere I lay my head

Geschreven door

Scarlett Johansson is een 24 jarige filmster die al schitterde in rollen als ‘The black dahlia’, ‘The girl with the pearl earring’ en ‘The horse whisperer’. Net als Juliette Lewis (van Juliette & The Licks), waagde ze de stap een plaat uit te brengen. Haar muziek is van een totaal andere orde dan de snedige gitaarrock van Juliette Lewis.
Haar debuut is eerder een verzameling van het (late) oeuvre van Tom Waits, aangevuld met een eigen compositie (“Song for Jo”) met behulp van Dave Sitek van TV On The Radio, die meteen ook de productie op zich nam.. Ze kreeg de medewerking van gitarist Nick Zinner van The Yeah Yeah Yeahs en op twee songs zingt zelfs Bowie mee: “Falling down” en “Fannin street”.
Het is een rustige, ingetogen, intieme sferische plaat geworden van traag slepende filmische songs, donker en dromerig van aard, waarin psychedelica, ‘80’s wave en triphop invloeden te horen zijn. Een sound bepaald door elektronica, xylofoon, een gitaarakkoord en een bezwerende (softe) percussie. Vocaal nestelt de knappe blondine met haar fluisterzang zich tussen een Elisabeth Frazer, Marianne Faithfull, Julee Cruise en Nico. Zonder blozen past ze als vocaliste in de theatrale avantgarde van The Residents.
Ze schuwt enig experiment niet, luister maar naar de instrumentale opener “Fawn” en “I wish I was In New Orleans”. “I don’t wanna grow up” van Waits is er eentje om in te lijsten. Een boeiende muzikale trip van een uiterst genietbare plaat.

Pagina 479 van 504