logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15613 Items)

The Germans

Gevaarlijk en onderschat ...

Geschreven door

Geen band die we - sinds hun ontstaan in 2002 - meer aan het werk zagen als The Germans. De groep bracht dit jaar, in navolging van hun EP uit 2005, hun goed doordachte debuutplaat uit. ‘Elf Shot Lame Witch’ werd een beklijvend werkstuk dat hen o.a. in Vooruit, Nijdrop, 4AD, Botanique en - als support van The Kills - in de AB bracht. The Germans staken meteen van wal met “Witch”, een duivelse inslag waarbij de stem van Ampe zorgt voor een blitzkrieg van kippenvel. De schreeuwpartij in “Lalaliar” deed ons meteen denken aan Frank Black en de zijnen, terwijl we ons niet van de indruk konden ontdoen dat de drums en de bas van de gebroeders Jacobs een geheim verbond hadden gesloten. Na de zwaar overstuurde gitaren van “Your DNA” vuurden The Germans met “The Next Superstar” een nummer vanop hun EP af. Het onschuldig trage “Carolife Daisy”, dat sterk gelaagd is opgebouwd, krijgt na verloop een donker meedogenloos randje en “Lame” stort zich indrukwekkend in een chaos van noise door de krijsende zang, opgefokte gitaar en nerveuze drums. “Shot” op zijn beurt, met scherp gitaarwerk van Cauwels, had helemaal niet misstaan op de ‘Ghost Rock EP’ van Mauro & The Grooms. Het met ontelbare geluidseffecten volgestouwde “Waiting For The Band” is noiserock van het zuiverste water. Afsluiten deden The Germans met het indrukwekkende “Dog”, een nummer dat nooit lijkt te eindigen en ons ter plekke aan de grond nagelde.
The Germans zijn sterk gegroeid als band. De nummers zijn zeer sterk uitgewerkt en er is grondig nagedacht over een eigen geluid. Ergens hadden we het gevoel dat ze deze set nog beter (nog beter!) kunnen brengen. Voor The Germans is dit duidelijk geen eindpunt. De Standaard noemde hen de gevaarlijkste rockgroep van België… misschien moeten we daar ‘en de meest onderschatte’ aan toevoegen?!
Na het aanschouwen van dit optreden is de honger alvast groot om hen al opnieuw aan het werk te zien, graag als support van bands als Liars, Mauro & The Grooms of… Millionaire.

Het was uitkijken naar hoe Tim Vanhamel zijn solodebuut ‘Welcome To The Blue House’ live zou brengen in de kleinere zalen van het Clubcircuit. Daar waar Vorst in februari - als support van Smashing Pumpkins - nog te groot leek, hoorden en lazen we wisselende commentaren over zijn optredens in Het Depot, Charlatan en Trix. We waren dus niet weinig benieuwd hoe Vanhamel en begeleidende band het er deze keer vanaf zouden brengen. We keken ook enorm uit naar het gitaargeweld van The Germans, de veelbelovende debuutplaat ‘Elf Shot Lame Witch’ knalde de afgelopen 2 maanden immers bijna onze speakers in de wagen aan flarden.

Hoewel het Millionaire-geweld op ‘Welcome To Te Blue House’ plaats moest maken voor melancholische en melodieuze pop werden we toch verrast door de enorme wall of sound die de groep rond Vanhamel optrok. Starten deed de band met “Red River”, een nummer met een schijnbaar eenvoudige songstructuur en melodieuze gitaarlijnen. “It’s Not The Drug”, op plaat één van de meer middelmatige nummers, ontplooide zich tot catchy garagerock met een zanglijn die in het hoofd blijft spoken. Het met hijgpartijen doorspekte “Which Of Us”, één van onze favorieten op de plaat, deed ergens een elfenbelletje rinkelen en het ietwat dreigende - en op plaat een rustpunt vormende – “Tell Me” klonk live toch behoorlijk stevig. Na het tragere, maar eveneens hard gespeelde, “Return To Love” was het de beurt aan “Until I Find You”. De vooruitgestuurde single van ‘Welcome To The Blue House’ zat middenin de set en blijkt ook live een ijzersterke song. Hierna was het de beurt aan het ietwat gejaagde, met hoge drums gezegende, “Sometimes I Wanna Run” en het meeslepende “Saviour”. Hoe kwetsbaar Vanhamel zich ook toont met zijn soloplaat, “Like A Fire” is ontegensprekelijk iets lichtvoetiger en minder negatief geladen. Met “Take Me Home” was het de beurt aan een met weerhaakjes voorziene ballade. Het is niet nieuw want met “Ballad Of Pure Thought” leverde Vanhamel als frontman van Millionaire ook al een breekbare, maar fantastische, ballade af. Besluiten deed de band met “Garden Of Weeds”.

Om eerlijk te zijn, we hadden de wall of sound bij het optreden van Vanhamel helemaal niet zien aankomen. Vanhamel had in interviews nochtans al aangekondigd de nummers van op ‘Welcome To The Blue House’ ‘een beetje in een rockkleedje te steken’.
Voor ons leek het alsof de subtiliteit van de plaat en de schoonheid van de nummers teniet werden gedaan door de - ietwat overdadige - geluidsmuur die Vanhamel en co optrokken. We zijn er de mensen niet naar om de prestatie van een man met een indrukwekkend CV als Vanhamel met de grond gelijk te maken maar moeten toegeven dat we meer verwacht hadden van deze liveprestatie. Al moeten we toegeven dat we wel nog meer uitkijken naar een nieuwe plaat van Millionaire dan we - hoe benieuwd we ook waren - uitkeken naar deze show. Dit gezegd zijnde: het doet voor ons niks af van de vocale en muzikale talenten die we toedichten aan Vanhamel, wel integendeel!

Gentlemen of Verona, een rauwe garageband, mocht de avond openen. De snijdende gitaren en de ruige drumritmes met invloeden van The Gossip en PJ Harvey vormden een aperitiefje (een droogje) dat ons nog meer deed uitkijken en smachten naar The Germans.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Tim Vanhamel

Tim Vanhamel: until I found The Germans (again)

Geschreven door

Het was uitkijken naar hoe Tim Vanhamel zijn solodebuut ‘Welcome To The Blue House’ live zou brengen in de kleinere zalen van het Clubcircuit. Daar waar Vorst in februari - als support van Smashing Pumpkins - nog te groot leek, hoorden en lazen we wisselende commentaren over zijn optredens in Het Depot, Charlatan en Trix. We waren dus niet weinig benieuwd hoe Vanhamel en begeleidende band het er deze keer vanaf zouden brengen. We keken ook enorm uit naar het gitaargeweld van The Germans, de veelbelovende debuutplaat ‘Elf Shot Lame Witch’ knalde de afgelopen 2 maanden immers bijna onze speakers in de wagen aan flarden.

Hoewel het Millionaire-geweld op ‘Welcome To Te Blue House’ plaats moest maken voor melancholische en melodieuze pop werden we toch verrast door de enorme wall of sound die de groep rond Vanhamel optrok. Starten deed de band met “Red River”, een nummer met een schijnbaar eenvoudige songstructuur en melodieuze gitaarlijnen. “It’s Not The Drug”, op plaat één van de meer middelmatige nummers, ontplooide zich tot catchy garagerock met een zanglijn die in het hoofd blijft spoken. Het met hijgpartijen doorspekte “Which Of Us”, één van onze favorieten op de plaat, deed ergens een elfenbelletje rinkelen en het ietwat dreigende - en op plaat een rustpunt vormende – “Tell Me” klonk live toch behoorlijk stevig. Na het tragere, maar eveneens hard gespeelde, “Return To Love” was het de beurt aan “Until I Find You”. De vooruitgestuurde single van ‘Welcome To The Blue House’ zat middenin de set en blijkt ook live een ijzersterke song. Hierna was het de beurt aan het ietwat gejaagde, met hoge drums gezegende, “Sometimes I Wanna Run” en het meeslepende “Saviour”. Hoe kwetsbaar Vanhamel zich ook toont met zijn soloplaat, “Like A Fire” is ontegensprekelijk iets lichtvoetiger en minder negatief geladen. Met “Take Me Home” was het de beurt aan een met weerhaakjes voorziene ballade. Het is niet nieuw want met “Ballad Of Pure Thought” leverde Vanhamel als frontman van Millionaire ook al een breekbare, maar fantastische, ballade af. Besluiten deed de band met “Garden Of Weeds”.

Om eerlijk te zijn, we hadden de wall of sound bij het optreden van Vanhamel helemaal niet zien aankomen. Vanhamel had in interviews nochtans al aangekondigd de nummers van op ‘Welcome To The Blue House’ ‘een beetje in een rockkleedje te steken’.
Voor ons leek het alsof de subtiliteit van de plaat en de schoonheid van de nummers teniet werden gedaan door de - ietwat overdadige - geluidsmuur die Vanhamel en co optrokken. We zijn er de mensen niet naar om de prestatie van een man met een indrukwekkend CV als Vanhamel met de grond gelijk te maken maar moeten toegeven dat we meer verwacht hadden van deze liveprestatie. Al moeten we toegeven dat we wel nog meer uitkijken naar een nieuwe plaat van Millionaire dan we - hoe benieuwd we ook waren - uitkeken naar deze show. Dit gezegd zijnde: het doet voor ons niks af van de vocale en muzikale talenten die we toedichten aan Vanhamel, wel integendeel!

Geen band die we - sinds hun ontstaan in 2002 - meer aan het werk zagen als The Germans. De groep bracht dit jaar, in navolging van hun EP uit 2005, hun goed doordachte debuutplaat uit. ‘Elf Shot Lame Witch’ werd een beklijvend werkstuk dat hen o.a. in Vooruit, Nijdrop, 4AD, Botanique en - als support van The Kills - in de AB bracht. The Germans staken meteen van wal met “Witch”, een duivelse inslag waarbij de stem van Ampe zorgt voor een blitzkrieg van kippenvel. De schreeuwpartij in “Lalaliar” deed ons meteen denken aan Frank Black en de zijnen, terwijl we ons niet van de indruk konden ontdoen dat de drums en de bas van de gebroeders Jacobs een geheim verbond hadden gesloten. Na de zwaar overstuurde gitaren van “Your DNA” vuurden The Germans met “The Next Superstar” een nummer vanop hun EP af. Het onschuldig trage “Carolife Daisy”, dat sterk gelaagd is opgebouwd, krijgt na verloop een donker meedogenloos randje en “Lame” stort zich indrukwekkend in een chaos van noise door de krijsende zang, opgefokte gitaar en nerveuze drums. “Shot” op zijn beurt, met scherp gitaarwerk van Cauwels, had helemaal niet misstaan op de ‘Ghost Rock EP’ van Mauro & The Grooms. Het met ontelbare geluidseffecten volgestouwde “Waiting For The Band” is noiserock van het zuiverste water. Afsluiten deden The Germans met het indrukwekkende “Dog”, een nummer dat nooit lijkt te eindigen en ons ter plekke aan de grond nagelde.
The Germans zijn sterk gegroeid als band. De nummers zijn zeer sterk uitgewerkt en er is grondig nagedacht over een eigen geluid. Ergens hadden we het gevoel dat ze deze set nog beter (nog beter!) kunnen brengen. Voor The Germans is dit duidelijk geen eindpunt. De Standaard noemde hen de gevaarlijkste rockgroep van België… misschien moeten we daar ‘en de meest onderschatte’ aan toevoegen?!
Na het aanschouwen van dit optreden is de honger alvast groot om hen al opnieuw aan het werk te zien, graag als support van bands als Liars, Mauro & The Grooms of… Millionaire.

Gentlemen of Verona, een rauwe garageband, mocht de avond openen. De snijdende gitaren en de ruige drumritmes met invloeden van The Gossip en PJ Harvey vormden een aperitiefje (een droogje) dat ons nog meer deed uitkijken en smachten naar The Germans.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Steak Number Eight

In de gaten te houden, deze jonge wolven!

Geschreven door

Steak Number Eight uit het West-Vlaamse Wevelgem en de jongste winnaars ooit van Humo's Rock Rally brachten een combinatie van postmetal, sludge en noise. Origineel en vernieuwend zijn zeniet, dat hoeft ook niet en is bijna onmogelijk tegenwoordig. De typische elementen van de postrock waren aanwezig: lange instrumentale passages, de hard-zacht wisselwerking, minimale en repetitieve riffs en drumpatronen ende donker, dreigende ritmes. Invloeden van Neurosis, Isis, Tool, Sonic Youth en Mogwai zijn herkenbaar. Live werden de songs gebracht van hun debuut 'When the candle dies out...' en verve gebracht. We onthouden vooral het machtige “The sea is dying”, het intense “Blood on your hands” en het pulserende en hypnotiserende “On the other side” en “My hero”.
De podiumpresentatie was nogal sober, maar daar kan nog aan gewerkt worden. In de gaten houden deze jonge wolven!

Daarna was het de beurt aan het AmenRa, kwintet uit Kortrijk, die zowat de Belgische vaandeldragers zijn van de postmetal/doom/sludge en die gedurende de laatste 2 à 3 jaar toch enige bekendheid genieten in deze kring.
De jonge broertjes van Neurosis stonden live als een huis. We zagen een perfect op elkaar ingespeelde band met een loepzuiver en verpletterend geluid. Zanger Colin Vaneeckhout stond gedurende het hele optreden met zijn rug naar het publiek en wisselde zijn oerschreeuw soms af met cleane gezongen stukken. Af en toe werd er wat gas teruggenomen om daarna des te harder te exploderen. Op de achtergrond waren er visuals, projecties te zien, die de duistere en pikzwarte sfeer nog versterkten.
De tracks van hun net verschenen 'MassIV'-album werden strak en overtuigend in de zaal geslingerd, er was geen ontkomen aan. In vergelijking met hun vroegere werk kunnen we constateren dat er nog meer variatie en melodie zit in het gitaarwerk, dat er nog beter gewerkt wordt met dynamiek en vooral dat hun apocalyptische en immense sound er nog altijd staat. Muziek die het zonlicht weert …Much respect en châpeau!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Amenra

AmenRa: Welcome to the church of Ra

Geschreven door

AmenRa, kwintet uit Kortrijk, die zowat de Belgische vaandeldragers zijn van de postmetal/doom/sludge, genieten gedurende de laatste 2 à 3 jaar toch enige bekendheid in deze kring.
De jonge broertjes van Neurosis stonden live als een huis. We zagen een perfect op elkaar ingespeelde band met een loepzuiver en verpletterend geluid. Zanger Colin Vaneeckhout stond gedurende het hele optreden met zijn rug naar het publiek en wisselde zijn oerschreeuw soms af met cleane gezongen stukken. Af en toe werd er wat gas teruggenomen om daarna des te harder te exploderen. Op de achtergrond waren er visuals, projecties te zien, die de duistere en pikzwarte sfeer nog versterkten.
De tracks van hun net verschenen 'MassIV'-album werden strak en overtuigend in de zaal geslingerd, er was geen ontkomen aan. In vergelijking met hun vroegere werk kunnen we constateren dat er nog meer variatie en melodie zit in het gitaarwerk, dat er nog beter gewerkt wordt met dynamiek en vooral dat hun apocalyptische en immense sound er nog altijd staat. Muziek die het zonlicht weert …Much respect en châpeau!

Steak Number Eight uit het West-Vlaamse Wevelgem en de jongste winnaars ooit van Humo's Rock Rally openden en brachten een combinatie van postmetal, sludge en noise. Origineel en vernieuwend zijn zeniet, dat hoeft ook niet en is bijna onmogelijk tegenwoordig. De typische elementen van de postrock waren aanwezig: lange instrumentale passages, de hard-zacht wisselwerking, minimale en repetitieve riffs en drumpatronen ende donker, dreigende ritmes. Invloeden van Neurosis, Isis, Tool, Sonic Youth en Mogwai zijn herkenbaar. Live werden de songs gebracht van hun debuut 'When the candle dies out...' en verve gebracht. We onthouden vooral het machtige “The sea is dying”, het intense “Blood on your hands” en het pulserende en hypnotiserende “On the other side” en “My hero”.
De podiumpresentatie was nogal sober, maar daar kan nog aan gewerkt worden. In de gaten houden deze jonge wolven!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk


Wishbone Ash

Duik naar de seventies met Wishbone Ash

Geschreven door

Wishbone Ash was weer in het land. En dat was al een hele poos geleden. De laatste keer dat ik ze zag was twee jaar geleden in Middelburg na een memorabele rit door een Zeelandse sneeuwstorm.
Sindsdien is enkel de drummer vervangen door Joe Crabtree. Hij zorgde voor een stevige basis en zijn vakmanschap toonde hij tijdens de obligate seventies-drumsolo. Van de oorspronkelijke groep is er geen enkele Turner meer overgebleven. Alleen zanger-gitarist Andy Powell maakte ooit deel uit van de oorspronkelijke bezetting. Maar toch is de bekende sound van de groep weinig veranderd.
Onder de fans van progressive rock in de seventies was Ash gekend als een progressieve hard rock gitaarband, met sterke invloeden van blues en folk. De thema’s van de songs kwamen recht uit de Fantasywereld van Tolkien en consoorten. Een rare mix, die een aantal mensen afschrikte, maar die aan de andere kant ook zorgde voor een schare zeer trouwe fans.
Zelf heb ik nooit begrepen waarom de groep nooit echt mainstream geworden is in die tijd. Ik heb altijd gedacht dat The Eagles met hun gitaarduetten voor een deel hun mosterd gehaald hebben bij Wishbone Ash. Wie zal het zeggen?

In Harelbeke bleek dat Andy Powell altijd heel belangrijk is geweest voor de groep: de voornaamste ingrediënten van hun muziek zijn immers gebleven. De meeste van hun nummers zijn gebaseerd op een heel sterke gitaarriff en dat maakt ze natuurlijk zeer herkenbaar. Muddy Manninen speelde fraaie duetten met Powell. Hij bracht een bluestoets in de groep: en dat misstaat helemaal niet in deze mengelmoes van stijlen. Zijn solo’s waren hard en schitterend.
Live klinkt de groep heel wat beter en heavier (en minder afgelikt) dan op plaat. Bob Skeat speelt schijnbaar moeiteloos bas. Er kan altijd een gekke bek of een flirtje bij, zelfs tijdens de moeilijkste baspartijen. Wat ik het meest miste waren de “stemmetjes”: de hoge zangpartijen die destijds door Martin Turner gezongen werden en die zo’n prachtige harmonieën opleverde met de zang van de andere bandleden. Als het te hoog wordt schakelt Powell over naar een lager octaaf, en dat is niet zo fraai. Jammer, maar zangpartijen verwaarlozen is een fout die veel bands maken.
Na een aantal megaconcerten met ongenaakbare popgoden was het een verademing om Andy Powell bezig te zien. Hij communiceert met zijn publiek waardoor de groep haast tussen het publiek staat. Je kon als je wou zo de voeten van de meester kussen.
De setlist? Uiteraard nogal voorspelbaar, maar dat kan ook moeilijk anders. Powell verwoordde dat mooi toen hij na de eerste vier nummers opmerkte: “And now we’re going back to the seventies, because I know that’s what you came here for”.

Setlist:
Real Guitars, Mountainside, Growing Up, Number Of The Brave....I think!,
The King Will Come, Throw Down the Sword, Sometime World, The Power, Way of The World, Vas Dis, In Crisis, Living proof, Blind Eye, Phoenix
Encore: Happiness, Blowing Free

En het publiek, met opvallend veel jonge mensen, genoot met volle teugen. En toen de bandleden zich na afloop tussen de fans begaven voor een praat- en signeersessie kon het geluk helemaal niet meer op.

Organisatie: Live Music, Harelbeke

Natalie Grant

Relentless

Geschreven door

Dat ik een voorliefde heb voor het ‘Contemporary Christian Music’ genre (zeg maar radiovriendelijke pop/rock met een Christelijke boodschap) is voor de lezers van mijn albumrecensies geen geheim meer. Het blijft moeilijk om je te ‘outen’ als liefhebber van dit genre, zeker als je evenzeer genres zoals Metal en Progrock hoog in het vaandel draagt. Deze Natalie Grant is voor mij een ontdekking. Deze uit Seattle afkomstige schoonheid is inmiddels 36 jaar en bracht met ‘Relentless’ haar zevende plaat uit.
Reeds drie jaar op rij werd Grant verkozen als beste vrouwelijke artieste op de GMA Dove Awards (dé Grammy Awards van de Christelijke pop/rock) en dat wil toch wat zeggen.
Het album ‘Relentless’ bevat een puike verzameling power-ballades en up-tempo poprocksongs. “I Will Not Be Moved”, opent de plaat in de beste Kelly Clarkson stijl. Meteen daarna krijgen we met “In Better Hands” de mooiste ballade die ik de laatste jaren hoorde. Zowaar krijg je bij het horen van zoveel geïnspireerde emotie een echt warm gevoel! Ook bijzonder mooi is het up-tempo “Let Go” dat zo van Shania Twain had kunnen zijn. Maar het sterkst is La Grant in de ballades die ze zo bijzonder mooi neerzet. Steeds is er de Goddelijke aanwezigheid in de songs maar dat mag geen obstakel zijn om te genieten van “Our Hope Endures”, “Make A Way” en “In Christ Alone”.
Warm aanbevolen voor liefhebbers van mainstream pop/rock met het hart op de juiste plaats.

Elbow

The Seldom Seen Kid

Geschreven door

De platen van het Britse Elbow uit Manchester laten zich ontdekken per luisterbeurt; ze bieden een weemoedige sound van fraai gearrangeerd, subtiel uitgewerkt materiaal. ‘The Seldom Seen Kid’ volgt ‘Leaders of the free world’ op en is vernoemd naar een bevriende singer/songwriter.
Het is een afwisselend plaatje van heerlijk muziek, grillig, sfeervol, somber als zwierig en poppy. De songs kunnen onverwachtse wendingen ondergaan. “Mirrorball” onderscheidt zich binnen de rustige, dromerige nummers. “The fix”, een duet met Richard Hawley, is leuk door toetsen; “Starlings” wordt bepaald door strijkers, er is het koortje van “One day like this”of je hoort het licht klassieke, door soundscapes gedomineerde, “Friends of ours”. In deze rij besluit “Some riot” heel intiem. “The loneliness of a tower crane driver” straalt een Twin Peaks sfeertje uit en tenslotte is er de dynamiek van de broeierige “An audience with the pope” en “Weather to fly”.
Het geheel klinkt ontroerend, stijlvol en schoon en wordt gedragen door de melancholische stem van zanger/componist Guy Garvey.
Elbow is een erg originele band, die de kunst heeft fijnzinnige pop te schrijven, zonder écht veel grootse hits.

dEUS

Vantage Point

Geschreven door

Een goede twee jaar terug werd een nakende crash van dEUS net onderschept door Mauro, Alan Gevaert en Stephane Misseghers. De spil van dEUS, Tom Barman/ Klaas Janzoons, kon gerust zijn. ‘Pocket Revolution’ liet een band op scherp horen die op gepaste wijze een dosis avontuur stak in hun spannende songs. Live een hecht klinkende band, een geoliede machine, zonder elkaar naar de kroon te steken. Oef dus …dEUS kon opnieuw ademen.
Onder deze bezetting namen ze ‘Vantage Point’ op, genoemd naar hun huisstudio te A’pen. Het is een boeiende en gevarieerde plaat, die een intens broeierig sfeertje uitstraalt; pittig opgebouwd materiaal die een poppy inslag behoudt. De songs zitten goed in elkaar en er valt voldoende afwisseling te noteren:
”Favourite game”, “Slow” (+ vocals Karin Dreijer van The Knife) en “The architect” zijn funky en compact, nerveus en gejaagd. “Oh Your God” rockt en “When she comes down”, “Is a robot” en “The vanishing of Maria Schneider” (+ vocals Guy Garvey van Elbow) klinken bevreemdend, grillig doch aanstekelijk. Er wordt stoom afgelaten door enkele vertrouwde sfeervolle, smaakvolle typische dEUS songs: “Eternal woman”, “Smokers reflect” en het afsluitende “Popular culture”.
’Vantage Point’ is een hechte rockplaat van een homogene band.

Dead Souls

Cognac & Coffee

Geschreven door

Dead Souls is na de gedeelde liefde voor Joy Division op zoek gegaan naar een eigen gezicht binnen de wavepop. Hun ‘Cognac & Coffee’ toont een band in volle ontwikkeling. Het kwartet refereert in de negen songs  aan Interpol, Editors en Joy Division luister maar naar “Zen for bird”, “Six feet under”, “Smash your guitar” en “Peter Chriss”; ze hebben een broeierige opbouw, een diepe bas, snedig gitaarspel en een bezwerende percussie onder een zweverige zang.
De tevredenheid is groot als we de indie van Yo La Tengo horen; “Boxoffice waiters” en de titelsong beklijven door het repeterende ritme. Afsluitende song “Jesus” is het meest ingetogen nummer; de licht orkestrale inbreng en de drums bepalen de sfeer en sombere stemming.
Live zijn ze een energieke, gedreven band.
Dead Souls heeft een moedig debuut uitgebracht.

Battleroar

To Death and Beyond

Geschreven door

Genaamd naar een zin uit het Heavy Load nummer “Singing Swords”, proberen de Grieken van Battleroar de traditie van pure onversneden Heavy Metal vanuit een epische benadering verder te zetten. Hierbij laat men zich inspireren door legendes als Manowar, Manilla Road, Jag Panzer, Omen en natuurlijk ook Heavy Load zelf.
Met ‘To Death and Beyond’ is deze band toe aan zijn derde volwaardige langspeler. Dat men niet aan zijn proefstuk toe is, wordt al onmiddellijk duidelijk. Het acht minuten durende openingsnummer “The Wrathforge” laat namelijk al meteen een enorme indruk. Na een spanning opbouwende intro, galoppeert de rhytm-guitar erop los, aangevuld door melodische leads. Met heroïsche vocalen doet Marco Concoreggi zijn intrede op het album. De zuiders getinte vocalen doen bij momenten denken aan de sfeer die rond Manilla Road hangt, wat enkel een compliment kan zijn! Vooral naar het einde toe groeit dit nummer, wanneer de lyrics een hoger meezinggehalte krijgen en een heldhaftigere toon aannemen!
Zoals bij de ware epische en ‘True Metalbands’ gaan het overgrote deel van de lyrics over heldhaftige prestaties en Metal. Het catchy “Dragonhelm” behoort ook tot deze klasse. Net als de overige nummers op dit album, wordt “Dragonhelm” gesierd door heerlijke gitaarlijnen afgewisseld met galopperende ritmes. Geen enkel groepslid hoeft voor een ander onder te doen. Bovendien weerklinkt een hoop spelvreugde in de muziek, wat het geheel enkel aangenamer maakt om te beluisteren.
Regelmatig worden ook melodische sfeervolle rustpunten in het album verwerkt, zodat er genoeg variëteit aanwezig is om het album aandachtig te kunnen blijven beluisteren. Het acht minuten durende “Finis Mundi” kan hierbij met zijn akoestische intro als ideaal voorbeeld dienen. Het nummer vervolgt in een midtempo ritme, waarbij vooral zanger Concoreggi zich van zijn beste kant laat zien. Halverwege het nummer schroeft men het tempo opnieuw wat terug en krijgen we een rustgevende, melancholisch getinte vioollijn te horen met na verloop van tijd erbij passende zanglijnen, waarna het nummer krachtig afgerond wordt en tot een absoluut hoogtepunt neigt! Ook het later op het album voorkomende nummer “Oceans of Pain” valt met dit nummer te vergelijken al ligt het tempo op dit nummer algemeen lager. Door de gelijkenissen met “Finis Mundi” dingt ook dit nummer mee naar de titel ‘Hoogtepunt van het album’.
Vervolgens komen we aan bij het zwakkere nummer op het album, “Metal From Hellas” sluit helaas wat minder aan bij zijn epische voorgangers en spreekt mij persoonlijk ook minder aan, hoewel het niveau zelfs hier nog bijzonder hoog ligt. “Hyrkanian Blades” deed mij onmiddellijk aan het Britse Conquest of Steel denken, waardoor aangename ervaringen opgeroepen werden. Dit nummer belooft dan ook live een aardige klassieker te worden vanwege het achterliggende enthousiasme. Net omwille van diezelfde reden spreekt het nummer “Born in the 70’s” waarin de invloeden van Heavy Load het duidelijkst te horen zijn, mij enorm aan. Met de nummers “Warlord of Mars” en “Warlord of Disgrace” wordt het album mooi afgerond zonder nog echt iets nieuws toe te voegen aan het geheel. Gezien de kwaliteit van de vorige nummers, vormt dit echter geen enkel problemen.

De balans tussen epische passages en stevige heavy Metal is op “To Death and Beyond” perfect in evenwicht. Het album verveelt geen moment en verschaft tal van aangename momenten! Liefhebbers van het genre zullen dit album met open armen ontvangen.

Asia

Superband Asia zorgt voor een nostalgische, historische avond

Geschreven door

Asia is een Britse band die in 1981 werd opgericht. Een superband met ex-leden uit progressieve rockbands zoals Yes, King Crimson & Emerson, Lake & Palmer. In 1982 bracht de band bij platenbaas Geffen de monsterplaat ‘Asia’ uit. Dit titelloze debuutalbum stond maar liefst 9 weken op één in de Amerikaanse albumlijst. Het waren toen echt de hoogdagen voor het A.O.R. en Prog Rock genre! In de jaren negentig, na drie schitterende albums, kreeg de band een nieuwe frontman-zanger en begon het (John) Payne tijdperk (1992-2006). In 2005 was een hernieuwde samenwerking tussen Wetton & Downes een feit. Onder de noemer Wetton / Downes brachten de heren ondertussen twee schitterende ‘Icon’ albums uit. In 2006 werd John Payne vriendelijk verzocht de band te verlaten en werd een reünie met alle originele leden aangekondigd.
In de zomer van 2007 leek alles dan nog in het water te vallen toen zanger-bassist John Wetton hartproblemen kreeg en in spoed geopereerd moest worden. De Amerikaanse tournee werd eventjes ‘on hold’ geplaatst. Dit jaar staat Asia er helemaal terug. Het nieuwe ‘Phoenix’ album werd net via Frontiers Records uitgebracht en om deze release kracht bij te zetten is er ook een nieuwe wereldtournee. België stond niet op het lijstje. Gelukkig konden we terecht bij onze Noord-Franse buren die maar al te graag en met erg veel enthousiasme deze superband met open armen ontvingen. Het werd dan ook een historische avond in het gezellige Théatre Sébastopol, met op een paar kleine schoonheidsfoutjes na, een bijzonder sterke performance.

Het sfeervolle, kleine Théatre Sebastopol liep aardig vol maar van een echte overrompeling was geen sprake. Doch nog voor de groep ook maar één noot had gespeeld zat de sfeer er al goed in. De band werd onder zwaar applaus het podium opgejoeld.
Even na 20u30 was het dan eindelijk zover. Wetton, Downes, Howe & Palmer openden met “Daylight”, een bonustrack die werd toegevoegd aan de cassette versie van ‘Alpha’ uit 1983. Een beetje een valse start maar vanaf de eerste tonen van “Only Time Will Tell” was de band echt gelanceerd. Na het bombastische “Wildest Dreams”, kregen we voor het eerst een song uit het nieuwe ‘Phoenix’ album. “Never Again” werd echter wat geforceerd gebracht. Hier moest Wetton op de autocue regelmatig spieken. Vreemd, maar samen met “An Extraordinary Life” (dat wat later in de set aan bod kwam) was dit de enige gebrachte song uit het nieuwe album. De gebrachte setlist promootte de nieuwe plaat dan ook niet volwaardig.
Daarentegen kregen we een avond vol klassiekers en solospots van de diverse bandleden (sterk vergelijkbaar met de dubbele live cd ‘Fantasia: Live In Tokyo’ uit 2007. Alle bandleden hebben zich in het verleden natuurlijk ook erg verdienstelijk gemaakt in andere bands. De waanzinnige gitarist Steve Howe (GTR, Yes) mocht zich als eerste in de kijker spelen. ‘”Roundabout”, een van de bekendste songs van Yes triomfeerde door de zaal. Al prefereer ik bij deze song toch de vocals van Jon Anderson (Yes). Daarna kreeg Howe ook nog de kans om zich te bewijzen met wat klassiek getokkel. De zaal werd er gek van en gaf de man een staande ovatie. John Wetton (King Crimson, UK, Roxy Music), die de ganse avond erg goed bij stem was, keerde met ons terug in de tijd naar zijn periode met King Crimson. Het akoestische “Book Of Saturday” (uit ‘Tongues In Aspic’ uit 1973) werd door de fans op veel enthousiasme onthaald. Toch was het vooral het dreigende “The Court Of The Crimson King” uit ‘Red’ (1974) dat sterk imponeerde. Een overweldigend applaus en alweer een staande ovatie waren gerechtvaardigd. Ook Geoffrey Downes (Yes, Buggles) liet zich volop als toetsentovenaar gelden.
Een zwakke versie van de Buggles hit “Video Killed The Radio Star” kwam echter erg ongelukkig na het progressieve “The Court Of…..”.
Wel sterk was Downes in de ELP instrumental “Fanfare For The Common Man”. Tot slot speelde ook drummer Carl Palmer (ELP) de pannen van het dak. Zijn geïnspireerde drumtechniek kende een hoogtepunt in een zeer originele drumsolo (de man bespeelde met zijn drumsticks gewoon alles wat rond hem stond of hing), die deel uitmaakte van de Asia klassieker “The Heat Goes On”. De finale met “Heat Of The Moment”, “Don’t Cry” en “Sole Survivor” was er eentje om vingers en duimen bij af te likken. De kers op de taart na meer dan twee uur symfonische A.O.R. hoogstandjes.

Asia anno 2008 was in deze originele bezetting toch zeer verschillend van het Asia (met John Payne) dat ik tijdens de ‘Silent Nation’ tour in de Spirit Of ’66 zag. Terwijl de John Payne bezetting meer een echte rockband was, bracht deze original Asia toch meer een symfonisch, bombastisch en authentiek geluid. Veel spelplezier, een sterk groepsgeluid en vooral een sterke John Wetton maakten deze avond tot een heuse historische gebeurtenis. Petje af voor deze oudjes!!

Setlist: *Daylight *Only Time Will Tell *Wildest Dreams *Never Again *Roundabout *Time Again *Geoffrey Downes solospot (instrumental) *Steve Howe solospot (instrumental) *Book Of Saturday *The Smile Has Left Your Eyes *Open Your Eyes *Fanfare For The Common Man *Without You *An Extraordinary Life *The Court Of The Crimson King *Video Killed The Radio Star *The Heat Goes On *Solospot Carl Palmer (drumsolo) *Heat Of The Moment
*Don’t Cry *Sole Survivor

Organisatie: Vérone Productions, Lille

Feist

De muzikale slingerbewegingen van Feist

Geschreven door

De talentvolle dertigjarige singer/songschrijfster Leslie Feist uit Canada wordt beloond voor haar intense werk, want de sympathieke jonge dame heeft met haar mooie breekbare, sprookjesachtige pop van ‘Let it die’ en ‘The reminder’ gevoelige zieltjes veroverd. Haar lichthese, zalvende fluisterzang geeft zeggingskracht. Ze nestelt zich vocaal ergens tussen Joan As Police Woman, Cat Power en Emmylou Harris.

In de ruim anderhalf uur durende set stapte ze moeiteloos over van intieme solomomenten naar broeierige poprock; de elektronica, soundscapes, dubbele percussie, piano en blazers zorgden voor een breder geluid.
Aan publieksparticipatie en dynamiek was er geen nood; Feist zette haar fans aan tot handclapping en het neuriën van sommige nummers. Feist maakte talrijke slingerbewegingen qua sfeertjes bepalen: beelden oproepen en ruimte laten voor verbeelding en van weemoed naar een meer uitgelaten stemming. Tenslotte zagen we op een groot scherm iemand bezig met schaduwmime en zandafbeeldingen maken.
Intieme huiskamer ‘candlelight’ muziek speelde ze solo op “Honey, honey”, “Intuition” en “Lonely lonely”, bepaald door haar hemelse stem en akoestische gitaar. De ingetogen, dromerige “When I was a young girl”, “Mushaboom”, “Limit to your love” en “Inside + out” hadden een spaarzame begeleiding. “The park” en “Brandy Alexander” brachten een zomerse stemming van ‘vogeltjes, de bloemetjes en de bijtjes. Feist hield van uitdagingen zoals op de gospelachtige clapping song “Sealion”, die niet zou misstaan in de zondagsmis! En tenslotte klonk Feist met haar band uitgelaten op de fijne instant klassiekers “My moon my man”, “Feel it all” en “1, 2, 3, 4” . Een glansrol was weggelegd voor de broertjes Baird.
Ze opende en eindigde solo achter een wit doek, met een spot op haar gericht “Help” en “Let it die” waren de huiveringwekkende, bloedstollende in countryblues gedrenkte songs.

We hoorden een enthousiaste gemotiveerde Feist die het publiek in allerlei stemmingen en sfeertjes bracht.

Organisatie: Agauchedelalune ism Aéronef, Lille

Olafur Arnalds

Ólafur Arnalds: verstilde pracht op de grens tussen klassiek en modern

Geschreven door

Voor Duyster adepten had het Cactus Muziekcentrum het voorbije weekend heel wat in petto. Zo stonden vrijdagavond niet alleen Sleepingdog en Timesbold op de planken maar afgelopen zondag heetten zij in Brugge ook Ólafur Arnalds en support act Gregor Samsa welkom. Om het weekend ontspannen af te sluiten, koos ondergetekende voor laatstgenoemde optie.

Het Amerikaanse Gregor Samsa werd acht jaar geleden in Richmond opgericht door Champ Bennett (zang, gitaar en piano) en Nikki King (zang, rhodes piano en keyboard). Het duo (sinds september vorig jaar ook een echtpaar) is de enige constante binnen de groep want de voorbije jaren vonden er ruim 30 personeelswissels plaats.
Na twee EP’s, een full album en twee split EP’s met respectievelijk The Silent Type en Red Sparrows, brachten zij zopas een nieuw volwaardig album uit, genaamd ‘Rest’. De nummers op dit album, via email geschreven en in een periode van ongeveer 8 maanden opgenomen in New York, vallen onder de globale noemer van postrock en slowcore en kennen steeds een geduldige, verzorgde en gelaagde opbouw. Nog meer dan op plaat werd dit live in de verf gezet en won het songmateriaal aan kracht en intensiteit. Dit werd niet alleen meteen duidelijk via opener “Jeroen Van Aken” (inderdaad een verwijzing naar de geboortenaam van de grootmeester Hieronymus Bosch), maar ook in nummers als “Ain Leuh” en “Abutting, Dismantling” (allemaal afkomstig van het nieuwe album). Het septet musiceerde steeds erg geconcentreerd en behoedzaam. Zo werd er wel eens van instrument (piano, gitaar, viool, klarinet, xylofoon) en plaats gewisseld en de groepsleden gingen daarbij zo voorzichtig te werk alsof ieder extra geluidje de gecreëerde spanning zou breken.
Een vanuit fluisterstand ingezette “Young And Old” uit het album ‘55:12’(2006) sloot crescendogewijs de set af.

Hoe ingetogen maar intens de muziek van Gregor Samsa bij momenten ook klonk, het was totaal niet te vergelijken met de verfijnde en o zo breekbare composities van Ólafur Arnalds.
Deze amper 22-jarige muzikant afkomstig uit het IJslandse Mosfellsbaer, speelt weliswaar mee in een folk/postounkgroepje van een vriend, My Summer As A Salvation Soldier, en is drummer bij hardcorebands als Fighting Shit en Celestine, maar de grootste aandacht momenteel toch naar zijn eigen werk dat wordt gekenmerkt door een combinatie van klassieke muziek, postrock en ambient elektronica.
Vergelijkingen met Max Richter en zijn landgenoten Jóhann Jóhannsson en Hilmar Örn Hilmarsson en liggen daarbij zo voor de hand.

Ólafur Arnalds stond in Brugge al voor de derde maal dit jaar op een Belgisch podium en de set bestond uit nummers van zijn debuutalbum, het bejubelde ‘Eulogy For Evolution’, en van de nieuwe EP ‘Variations Of Static’. Tevens kwamen er enkele nieuwe songs van het later dit jaar te verschijnen tweede album aan bod.
Ook deze keer liet hij zich begeleiden door zijn vaste strijkerkwartet, namelijk drie vrouwelijke violisten en één mannelijke cellist (tevens dezelfde muzikanten die ook meewerkten aan zijn nieuwe EP). ‘Begeleiden’ is echter te zwak uitgedrukt want veelal was net het omgekeerde het geval, namelijk dat de strijkers de bepalende factor waren en dat Ólafur Arnalds voor de omlijsting zorgde via subtiele piano, laptop en af en toe ook wat loops en beats.
Al vanaf de eerste noot liet het publiek zich meevoeren op de ijle klanken. De muziek sprak voor zich. Oogcontact of zelfs interactie met het publiek werd door de groep tot het uiterste minimum herleid en beperkte zich overwegend tot een vriendelijke dankbetuiging voor het applaus van het publiek Enkel toen de erg verkouden Ólafur Arnalds iets voorbij halfweg de set moeite had om niet te hoesten doorheen een nummer, excuseerde hij zich hiervoor uitvoerig en hoopte hij dat dit geen hypotheek zou leggen op het verdere verloop van het Europese luik van zijn tournee, temeer daar zijn concert in de Cactus Club pas het tweede van de nu al dertig geplande concerten was.
Met “Himininn er ad hrynja”, en “Störnurnar fara pér vel” uit de EP ‘Variations Of Static’ werd de eigenlijke set afgerond maar de groep kwam terug voor nog één toegift. Daarbij mocht het publiek kiezen tussen een nieuw dan wel bestaand eigen nummer of een cover. Ook indien het publiek géén nummer meer wenste, kon men hem dat ook gerust laten weten, merkte hij schalks op.
Zelf hadden we graag nog eens zijn vrije interpretatie van het nummer " Marching bands of Manhattan" van Death Cab For Cutie gehoord maar het werd een volstrekt nieuw nummer waar Ólafur Arnalds de werktitel “Postrocksong” aan gaf. Meteen het einde van iets minder dan een uurtje verstilde pracht.

Op basis van wat ons de voorbije jaren ter ore is gekomen, lijkt het muzikale talent in IJsland al even talrijk als het aantal plaatselijke meren en rivieren. Welnu, ook Ólafur Arnalds mag als een revelatie beschouwd worden.

Organisatie: Cactus Club Brugge


Paramount Styles

Paramount Styles: een unplugged Girls Against Boys

Geschreven door

Scott McCloud, de (ex)spil van het New Yorkse Girls Against Boys, heeft een nieuw muzikaal project op poten: Paramount Styles. Hij behoudt op de soloplaat ‘Failure American Style‘ z’n handelsmerk van een donker, intens broeierig sound; met z’n ingehouden zacht krakende, kreunende, hese vocals dompelt hij de songs gevat onder in dit sfeertje.
Samen met twee vaste leden (bassist/toetsenist en drummer) en twee Belgen (gitarist en cellist) onderneemt hij een kleine clubtournee. Trouwens, het was al vijf jaar geleden dat McCloud met Girls Against Boys te zien was. Hoogst interessant dus om kennis te maken met z’n Paramount Styles.

Het publiek hoorde een sfeervol snedige set; de songs kregen meer ademruimte door een samenspel van akoestische gitaar, cello en toetsen. Een gemoedelijk en kaler unplugged Girls Against Boys. McCloud zat op z’n flightcase, dicht bij z’n publiek, en maakte af en toe een cynische opmerking. Het sobere “Drunx” opende. “All eyes”, “Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you” hadden een steviger popgehalte. McCloud wisselde ze af met ingetogener werk:  “Race ya till tomorrow”, “Crazy years”, “Starry nights”, “Paradise happens” en “More than alive”, die de set besloot.
Het warme onthaal bood z’n vernieuwende aanpak een hart onder de riem. In de bis gaf hij nog één nummer prijs …geluid en tekst à l’improviste …een artiest, mans songschrijven en een band, op dezelfde golflengte.
Paramount Styles speelde verslavend, beklijvend songmateriaal. Scott McCloud heeft een volgende stap gezet in z’n oeuvre.
.
Het Belgische Dead Souls kroop twee jaar terug in de huid van Joy Division’s Ian Curtis. Deze live coverband , die vaste support was van Monza, deed de voorliefde van het icoon van de new wave in Vlaanderen heropleven.
Hun debuut ‘Cognac & coffee’ heeft een eigen geluid binnen de waverock, die we voldoende kennen onder Editors en Interpol. Een energieke live band, die gretig gedurende zo’n vijfenveertig het nieuwe materiaal voorstelde: “Peter Chriss”, “Trying in crying”, “Boxoffice waiters”, “Smash your guitar” en de titelsong klonken overtuigend. Band met een mooie toekomst!

Organisatie: Cactus Club Brugge

Timesbold

Een ingetogen en rockend Timesbold

Geschreven door

De inzet van het weekend werd in de MaZ gedrenkt in weemoed en melancholie door de desolate americanapop/alt.country van Timesbold (Jason Merritt) en Sleepingdog (Chantal Acda).

Timesbold is samen met Bonnie ‘Prince’ Billy, Dave Eugene Edwards, Alan Sparhawk, Robert Fischer en Conor Oberst, één van de pijlers binnen dit Duyster concept. Een intens broeierig sfeertje wordt gecreëerd door een instrumentarium van akoestisch gitaargetokkel en -slides, contrabas, toetsen/harmonium, melodica, zingende zaag en een ingehouden percussie.
Zanger/componist Jason Merritt, man met safarihoed én lookalike Finn Andrews van The Veils, schrijft geniale, beklijvende pareltjes bijeen en geeft met z’n zalvende, lichthese, krakende emotievolle stem zeggingskracht aan de songs. Hij borg momenteel z’n soloproject Whip even op.
Hij speelde, samen met de vaste crew leden Lichtenstein/Goebel en twee andere muzikanten, een klein anderhalf uur lang een boeiende en gevarieerde set: intiem,ingetogen en rockend door een snedig krachtiger aanpak. Ze zijn op tournee om de nieuwe plaat ‘Ill Seen Ill Sung’ voor te stellen; we hoorden de innemende “When I come around” en Hollow halo” als de stevige “Fencepost” en “Any lethal storm”, die live een rauw verbeten tint hadden. Op z’n Dylans ging Timesbold te werk op het oudje “Sing”. Er waren de donker, dreigende “Banish” en “Some awful man”, en het ingehouden “Whales” klonk avontuurlijk door een onverwachtse pianoswing en strijkstok op triangel. Tenslotte haalde Merritt nog solo hemels pakkend uit.
De intense spanning in de songs kon Merritt ontkrachten door enkele ludieke aanmerkingen. In de bis hoorden we dynamische melodieuze versies van “Old Hannah” en “Irene”.

Timesbold speelde een knap overtuigend concertje en gooide zoveel muzikale pracht te grabbel in een twintigtal nummers; een bij de keel grijpende; adembenemende set die en af en toe gepast en gevat kon ontladen.

Support was Sleepingdog van Chantal Acda, momenteel hoogzwanger van haar tweede kindje. Ze speelde samen met drie andere leden, in een sober geluidsdecor, een dromerig, intieme set onder haar hese fluisterzang; de songs van het recente ‘Polar Life’ verwezen naar haar IJslandse voorliefde.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

One Night Only

Started A Fire

Geschreven door

‘Started A Fire’ is het debuutalbum van de Indie pop-rockers One Night Only. De band ontstond in 2003 en heeft als huidige verblijfplaats het Engelse Helmsley. De band was aanvankelijk een coverband die vooral songs coverden van pretpunkbandjes zoals Blink 182. “Just For Tonight”, de tweede single uit dit debuut overtrof alle verwachtingen en werd een grote hit in hun thuisland. De single haalde een bewonderswaardige negende plaats in de UK Singles Top en ook het album haalde ondertussen dezelfde hoogste regionen.
De openingstrack “Just For Tonight” is echter de sterkste song van de plaat. Een bijzonder sterke, gedreven hymne met een aanstekelijk radiovriendelijk refrein. Tekstueel misschien wel de meest simplistische song maar wel de ideale kamp-verzameltune! Daarna daalt het niveau opmerkelijk en stellen een aantal songs serieus teleur. Doch af en toe blijft het wel leuk en probeert men met degelijke melodieën en de klasse van zanger George Craig te imponeren. Dit is gewoon leuke pop, niets meer…niets minder. Verwacht geen felle gitaargevechten, want de sound van One Night Only leunt dichter aan bij bands zoals Keane, The Kooks en Air Traffic.
Verder is het vrij opmerkelijk dat U2 producer Steve Lillywhite de plaat mocht produceren; al toverde hij hun groot opgezette stadiumsound om tot een veilige, banale luisterervaring. De jongens hebben ambitie en als debuutalbum is dit absoluut geen slecht plaatje én de tienermeisjes zullen zich moeiteloos met deze band kunnen identificeren maar voor mij is dit slechts een aardig tussendoortje.

Hollenthon

Opus Magnum

Geschreven door

Nadat Pungent Stench de handdoek in de ring wierp, hadden Martin Schirenc (gitaar, vocals)  en Gregor Marboe (bass, vocals) ruim de tijd het project rond Hollenthon nieuw leven in te roepen. Nadat dit nieuws mijn oor bereikte keek ik maandenlang uit naar het nieuwe werk. Eindelijk is het zover, met ‘Opus Magnum’ serveren de Oostenrijkers hun derde langspeler.

Om het in 2001 uitgebrachte ‘With Vilest of Worms to Dwell’ te overtreffen zouden deze heren al heel wat moeite moeten doen. Dit album kenmerkte zich namelijk door stevige Black Metal geniaal ondersteund door bombastische en epische passages die de muziek op sublieme wijze ondersteunden. ‘Opus Magnum’ baseert zich nog steeds op beide componenten, maar de balans tussen deze componenten is minder evenwichtig verdeeld.
De theatrale passages werden wat meer naar de achtergrond gedrukt en begeleiden de duistere Metal meer, dan dat ze erin verweven zijn. In vergelijking met ‘With Vilest of Worms to Dwell’ klinkt het dan ook minder als één geheel. Wat niet wil zeggen dat dit album ontgoocheld, integendeel. Waar het vorige album het moest hebben van de bombastische hoogstandjes en de sublieme composities, ligt de sterkte van dit album in de bij momenten snedige Dark Metal, die op zich minder nood heeft aan epische ondersteuning. Wie net deze bombastische passages wist te appreciëren, hoeft echter niet te vrezen. Ze komen nog steeds uitgebreid aan bod, maar zijn een minder constante factor in het geheel.
Met openingstrack “On the Wings of a Dove” bijvoorbeeld opent men het album krachtig met Thrash/Black-achtige riffs. Deze stevige riffs worden op cruciale punten voorzien van extra orkestrale ondersteuning en lage opera-achtige zangpartijen, die de zware vocalen afwisselen. Naar het midden van het nummer toe doet het koor voor het eerst zijn intrede, om de rest van het nummer verder te begeleiden. “To Fabled Lands” begint daarentegen met een slepend gitaarspel, aanleunend bij het doom-genre. Geleidelijk aan wordt het tempo opgedreven en worden de vocalen grimmiger. De paterkoren op de achtergrond brengen echter rust in het geheel, waardoor het nummer aangenaam wegluistert.
In “Sons of Perdition” blijven de epische arrangementen voor het eerst voor een lange tijd tot een minimum herleid, ondanks de orkestrale intro. Met een vrij herkenbaar refrein en de rustig wegkabbelende, maar toch krachtig klinkende riffs en melodielijnen groeit dit nummer ondanks zijn eenvoud toch uit tot één van de hoogtepunten van dit album. Het erop volgende “Ars Moriendi” sluit dan weer beter aan bij ‘With Vilest of Worms to Dwell’. Krachtig, bombastisch, operagezangen op de achtergrond, krachtige riffs, donkere gezangen, … Alle elementen voor een waren Hollenthon klassieker komen hierin aan bod en vormen een tweede hoogtepunt en tevens een mooie aanleiding naar het erop volgende nummer, door het bij momenten groovende ritme dat zich verder zet in “Once We Were Kings”.
Na een Oosters georiënteerde intro gaat het nummer “Once We Were Kings” stevig van start. Persoonlijk vormt dit nummer voor mij het absolute hoogtepunt van het album. Thrash-achtige riffs worden afgewisseld met het slepende refrein, waarbij je al snel gaat meebrullen. Of het nu het woord “Kings” is of de manier waarop het nummer gespeeld wordt, geraak ik niet aan uit, maar het doet mij in ieder geval sterk denken aan het nummer “King” van Satyricon.
Het album wordt nog puik afgerond met krakers als “Of Splendid Worlds” waar muzikaal heel wat geboden wordt, inclusief een niet onaardige gitaarsolo. Het snellere “Dying Embers” met zijn akoestische intro en melodische intermezzo. De acht minuten durende afsluiter “Misterium Babel” haalt opnieuw de Oosterse sfeer boven om vervolgens heel rustig en sfeervol na een tweetal minuten opnieuw in de duistere en dreigende ondertoon te vervallen. Door het afwisselen van de dreigende en bij momenten snelle en stevige riffs, blijft het nummer, net als het volledige album steeds boeiend om naar te luisteren.

Hoewel de Epische elementen minder nadrukkelijk aanwezig zijn, vertegenwoordigen ze nog steeds het kenmerkende geluid van Hollenthon. De Oostenrijkse band klinkt op dit album duisterder dan van tevoren, maar weet ook op deze manier te overtuigen! Originaliteit loont en dat heeft men ook met dit album bewezen!

Tapes ’n Tapes

Walk it off

Geschreven door

Het Amerikaanse Tapes ’n Tapes uit Minneapolis debuteerde twee jaar terug met ‘The loon’. Ze werden binnen het hokje van de postpunk geplaatst met hun frisse, springerige sound; door de intrigerende elektronicapartijen kwam wat meer psychedelica om de hoek kijken. En terecht kwam ook de referentie aan Pavement.
De tweede plaat is breder van opzet. Producer was Dave Fridmann (Mercury Rev, Flaming Lips, Low, Mogwai). Het geheel klinkt aanstekelijk en broeierig en is minder direct en rauw. ‘Walk it off’ is een weerbarstig afwisselend plaatje geworden, die niet inboet aan de speelse, dwarrelende sounds van het kwartet; er zijn de sfeervol dromerige “Time of songs” en “Conquest”, de poppy songs “Le ruse” en “Say back something”, de rammelende strakke “Headshock” en “Blunt”, het funky gekruide “Hang them all”, het grillige “Demon apple” en tenslotte besluiten ze en verve met de intens opbouwende “Lines” en “The dirty dirty”.

Loney, dear

Loney, noir

Geschreven door

Het platenmateriaal van het Zweedse Loney, dear is er eentje om te koesteren;  de band rond het duo Emil Svanängen en Jens Lekman wordt ferm onderschat, want ze hebben de kunst om vakkundig en kwalitatief subtiele songs uit te schrijven: ontroerende, dromerige melancholische, tedere pop met een gevoelig breekbare ondertoon. Het is aangenaam genieten van hun tien songs die bepaald worden door een semi-akoestisch gitaarspel, sprankelende toetsen, lichte elektronica en zalvende, opzwepende percussie, gedragen door een prachtige, warme samenzang. “ I am John”, “No one can win”,”I will call you lover again” en “Carrying a stone” zijn wonderschoon.
De groep ligt in de lijn van Belle & Sebastian, Arcade Fire en refereert aan de ‘60’s pop van The Beach Boys.
Een goed bewaard muzikaal geheim.

The Kooks

Konk

Geschreven door

Het Britse The Kooks heeft na de debuutplaat ‘Inside In/Inside Out’ en de daaropvolgende tournee geen makkelijke periode gekend. Interne spanningen zorgden ervoor dat de groep op springen stond. Na het vertrek van hun bassist is de band rond songwriter Luke Pritchard terug op het goede spoor. Het kwartet behoudt de melodieuze broeierige rock’n’roll sound met aanstekelijke, pakkende refreinen. Af en toe klinken ze ietwat krachtiger door de snedige gitaarriffs van gitarist Hugh Harris. Het zijn fijne popsongs, die intens meeslepend of strak kunnen zijn en een spannende opbouw hebben.
Volgende nummers onderscheiden zich: “See the sun”, “Always where I need to be”, “Do you wanna”, “Love it all”, “Sway” en “Shine on”, en vangen de paar mindere op als “Down to the market”. Zelfverzekerde rock’n’roll bandje die zelfs op het eind drie intieme overtuigende akoestische songs er tegenaan gooit en vele tienerharten sneller doet slaan: “One last time”, “Tick of time” en “Walk away”.
Wereldfaam is binnen handbereik voor dit jong Brits bandje.

No Mo Trevno

EP

Geschreven door

Het Gentse No Mo Trevno overrompelt met hun uptempo surf/rockabilly/gitaarrock’n’roll: een rauw, broeierig, fel bedreven en opzwepend geluid, gedragen door de helder, overtuigende souleske stem van de Amerikaanse zangeres Cindy Barg. We horen vier vaardige songs die strakke, zalige melodieuze riffs hebben. Het is een ‘60’s surfband bij uitstek die kan tekenen voor soundtracks van Quentin Tarantino. Scherp, venijnig en te situeren binnen bands als The Gossip, The Noisettes  en The Bellrays.
No Mo Trevno won al de Demopoll in 2006 en het Oost-Vlaams rockconcours en heeft alle kwaliteiten om door te breken.
Oh ja, een mooie omschrijving vonden we ‘no-nonsens kick ass sixties based surf band’. Enjoy!

Info: www.nomotrevno.com

Pagina 483 van 504