logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Gotthard

Gotthard: “and the Oscar goes to Gotthard!”

Geschreven door

Zwitserland zal de geschiedenis zeker niet ingaan als Grote Rocknatie. Op hardrock/metal gebied herinneren we ons nog Krokus, maar dan wordt het aardig stil - tot in 1992 Gotthard uit het niets verschijnt met hun titelloze debuut. Catchy – recht voor de raapse riffs, erg refererend aan AC/DC, maar toch met invloeden uit de klassieke Europese hardrock zoals Scorpions en Whitesnake. Het is dan ook vooral de tandem Steve Lee (zang) en gitarist Leo Leoni die zowel muzikaal als visueel het mooie weer maken op het podium. Zoals op vele van de latere cd’s krijgen we op het debuut een cover, omgetoverd naar een echt Gotthard nummer. “Hush” (o.a.Deep Purple) staat nog steeds op de setlist. In 1994 verschijnt ‘Dial Hard’, een meer dan waardige opvolger, al kiest de band voor een meer bluesy georiënteerde sound.”‘Mountain Mama” en “Travlin’ Man” getuigen daarvan. Kort daarop zag ik ze voor het eerst live op het nu legendarische Via-Rock Festival. Ze maakten wel een verpletterende indruk. Het derde werkstuk, ‘G’, is wat harder, maar enkele midtempo songs en ballads maken de cd toegankelijker. Om even het gas er af te halen, brengen ze in ’97 een volledig akoestisch opgenomen live-cd uit – ‘d-frosted’. Daarop bewijst de band dat hun songs en performance staan als een huis. ‘Open’, hun 4e studio-cd vertoond m.i. een lichte vermoeidheid; de songs boeien niet echt en het lijkt er op of de band uitdooft. In 2001 slaan ze hard terug met ‘Homerun’. ‘Hard’ is anders niet echt het woord, want de cd is behoorlijk radiovriendelijk. De songs zijn behoorlijk belegen, maar de productie klinkt Amerikaans gepolijst – wat niet noodzakelijk een slechte zaak is. Het geluid is groter en hiermee moeten ze het echt gaan maken. Amerika lonkt en bij de opvolger ‘Human Zoo’ (2003) komt de Bon Jovi-faktor wel erg om de hoek kijken. Qua productie is deze uit de kunst, maar de ballen van begin ’90 zijn toch wel echt weg. ‘Lipservice’ (2005) maakt duidelijk dat de oer-band er nog steeds is. Nu ze hun definitieve geluid lijken gevonden te hebben, brengen ze hun beste werk uit. De daaropvolgende tour brengt hun overal (excl België!) Gelukkig krijgen we met de grootse live-cd ‘Made In Switzerland’ een band in topvorm. Geen meligheid, lekker gevarieerde setlist en vooral een uitmuntende band (op cd én dvd). Vorig jaar verscheen hun laatste ‘Domino Effect’. Weerom een top-cd. Op 13 februari speelden ze een uitgestelde wedstrijd in Vosselaar…

Geen support, dus iedereen op scherp voor deze bende Zwitsers! Na een lichte vertraging staken ze van wal met “Master Of Illusion”, gevolgd door “Gone Too Far”, de eerste songs van de recentste cd. Het wel erg heterogene publiek reageerde gelijk enthousiast. Geluidstechnisch was het wel dik in orde. “Top Of The World”, een echte publiekssong zette de sfeer op 11. De gitaartandem Leoni – Scherer klinkt heerlijk complementair en op de zang én presence van Steve Lee valt niets aan te merken. Alle bandleden zien er behoorlijk goed uit, dus de vrouwelijk fans werden ook meer dan op hun wenken bediend. Steve Lee weet dat en maakt er mooi gebruik van. Naast een absolute topzanger kan hij het publiek meetrekken als geen ander. De ritmesectie Hena Habegger en Marc Lynn zijn ondertussen al zo geroutineerd, dat de motor nergens sputtert. Extra muzikant Nicolo Fragile zorgt naast de keyboard ondersteuning tevens voor een aardige pianobegeleiding als de ballades de revue passeren. Met enkel zang en piano staan deze ook nog overeind en worden stevig meegezongen. Topmomenten waren er zeker met “Hush”, “Sister Moon”, “Mountain Mama” en “Domino Effect”, alwaar de band als vanouds lekker heavy kon gaan.
Afsluiter – na de bissen – was: “Mighty Quinn”, heerlijk hard afgesloten met niet ophoudende muzikanten. De spelvreugde lag deze avond dan ook erg hoog.

Gotthard is een erg veilige band. Een uitstekende kennismaking voor (hard)rock debutanten en met een setlist die je altijd wel ergens weet te boeien. Complexloos en toch eigentijds. Gotthard staat garant voor ‘a good time’!
The Oscar Goes to Gotthard!
Setlist: *Master of Illusion *Gone Too Far *Top of the World *The Call *I Wonder *Hush *Tomorrows’s Just Begun *Anytime Anywhere *Sister Moon * One Life One Soul *Let It Be
*Mountain Mama *The Oscar Goes To You *Falling *Heaven *Lift U Up *Mighty Quinn

Organisatie: Biebob Vosselaar

Leverage

Blind Fire

Geschreven door

Het Finse Leverage bracht net op Frontiers Records zijn tweede album uit. Het debuut ‘Tides’ uit 2006 was een erg leuke, melodische rockplaat. Ook deze nieuwe ‘Blind Fire’ haalt datzelfde hoge niveau en zal fans van ‘Masterplan powermetal’ zeker aanspreken.
‘Blind Fire’ klinkt iets progressiever en is iets heavier dan zijn voorganger maar de songs blijven zeer melodieus, meezingbaar en zeer pakkend. Zanger Pekka Heino, die we kennen als frontman van Brother Firetribe, heeft een erg warme, mooie en volle stem. Geflankeerd door twee gitaristen zet de band een totaalgeluid neer om U tegen te zeggen. Verrijkt door ondersteunende keyboardlaagjes creëert de band een sound die zowel metal maar ook zeker melodic rock fans zal aanspreken.
Het is dan ook bijzonder moeilijk om echte hoogtepunten aan te wijzen. Het album staat immers vol sterke songs met catchy melodieën, waanzinnige gitaarsolo’s en vocale hoogstandjes. De productie deed de band zelf en ook daar is weinig op aan te merken.
Voor wie gek is van ‘Blind Fire’ en voorganger ‘Tides’ nog niet in huis heeft, bracht Frontiers Records net hun debuut opnieuw uit, aangevuld met enkele Japanse bonustracks. Voor echte melodieuze power-metal moeten we tegenwoordig naar Finland afreizen!

Pagan’s Mind

God's Equation

Geschreven door

Dat er in Noorwegen buiten de meer dan behoorlijke Black-metal scene, ook nog andere bands zijn die een oerdegelijke pot metal kunnen brengen bewijzen de heren van Pagan’s Mind met hun nieuwe meesterwerk ‘God’s Equation’.

Hoewel ik het doorgaans niet zo heb gezien over bands binnen het progressieve genre, moet ik eerlijk toegeven dat deze CD mij absoluut niet onopgemerkt is voorbij gegaan. De sfeervolle intro “The Conception”, zorgt onmiddellijk voor een kalmerend gevoel om daarna geleidelijk aan een intense spanning op te bouwen. Eens de spanning voldoende opgewekt is vliegen ze er krachtig in met de titeltrack van het album. Meteen één van de vele hoogtepunten van het album.
Nils K. Rue beschikt over een loepzuivere hemelse stem, die onmiddellijk opvalt tussen het bij momenten loeiharde gitaarwerk. Toch laat ook hij het niet na om bij momenten wat meer te gaan krijsen om een aantal nummers wat meer kracht bij te zetten. Onmiddellijk na de titeltrack, wordt het niveau naar het absolute hoogtepunt geheven. “United Alliance” kenmerkt zich door een afwisseling van hoogtepunten op diverse gebieden. Na de typische ruimtelijke keyboardklanken, vloeit het nummer rustig verder in een semi-ballade, om uiteindelijk geleidelijk tempo en kracht te winnen.
Met het erop volgende nummer “Atomic Firefight” word je echter meteen weer uit de droomwereld wakker geschud. Een stevige drumpartij luidt het nummer in en vloeit opnieuw voort in een staaltje puike progpower, waarbij men al eens stevig uit de hoek durft te komen. Zelfs het futuristische thema en de bijhorende klanken, waar ik nochtans absoluut geen fan van ben, werden zo goed verwerkt, dat ik de pracht ervan niet kan ontkennen.
Dat de heren ook hun idolen kunnen eren, met hun eigen mogelijkheden, bewijzen ze met de cover van David Bowie’s “Hallo Spaceboy”. Dreigend, mysterieus, melodisch, futuristisch, ronduit prachtig. Naar mijn bescheiden mening, zelfs nog iets beter dan het originele.

Ik zou nog een hele reeks positieve punten kunnen opsommen, waarvan de variatie wellicht het meest tot uiting zou komen. Dieptepunten kent dit album namelijk niet. Als ik dan toch een minpuntje zou moeten geven, zouden het de bij momenten mechanisch klinkende drumpartijen zijn. In vergelijking met de positieve punten verdwijnt dit echter in het niets. Wie een stevige pot progressieve metal weet te appreciëren, kan ik absoluut dit album aanraden.

Black Mountain

In the future

Geschreven door

Ik weet het, het jaar is nog pril, maar toch zouden we hier wel eens met het album van het jaar te kunnen maken hebben. ‘In the future’ is, beste mensen, een beest van een plaat, een briljante trip doorheen een woestijn van stoner rock, psychedelica, alt rock, folk en americana. Het is een plaat die zijn fantastische titelloze voorganger zelfs overtreft. Na Black Mountain hun weergaloze passage in de Trix te Antwerpen konden wij al niet meer wachten tot de release van de nieuwe plaat, en nu blijkt dat onze stoutste verwachtingen nog zijn overtroffen. De term stoner rock is te nauw om deze bende hun sound te omvatten. Het is veel meer dan dat. Uiteraard is het retro, maar zeker geen oubollige rock.  Het is Led Zeppelin, Black Sabbath, Hawkwind, vroege Pink Floyd, Velvet Underground, Jefferson Airplane en Neil Young, het varieert van sonische space rock (“Queens will play”) tot mooie akoestische folk rock (“Stay free”).
Maar denk in geen geval dat we hier met een stel ouwe hippies te doen hebben. Black Mountain brouwt een eigen sound uit het beste van vroeger en nu en geeft er een formidabele lap op. Lange songs als het machtige “Tyrant” kolken en broeien op een laag van loodzware gitaren en slepende keyboards. De verdeelde zangpartijen van Amber Webber en Stephen Mc Bean vormen een mooi contrast, de ijle stem van Webber vult de eerder stonede vocals van Mc Bean goed aan.
De moordende gitaarrifs van Mc Bean doen songs als “Stormy high” en “Evil ways” volledig openscheuren en de volop aanwezige ‘70’s klinkende keyboards zetten de retro sound nog een stuk meer in de verf. Een korte folk- rock song als “Wild wind” zweemt naar Bowie.
En dan is er de 16 minuten lang durende trip “Bright lights”, een song die alles in zich heeft, bezwerende vocals, sluimerende psychedelica, openbarstende gitaren, hevige acid stoner rock. Op het einde van de song worden nog eens alle registers opengetrokken, wij blijven compleet murw achter.
’In the future’ is een moordplaat, donker, hard, stomend en onheilspellend.

de portables

Topless is more

Geschreven door

De Portables zijn al ruim tien jaar bezig met muziek en film. Avontuur, diversiteit en originaliteit zijn grote troeven van het Gentse kwintet. Ze gaan hun eigen weg van een ongedwongen speelsheid binnen het muzikale landschap.
Gek gevonden songtitels, cd titel en een toffe hoes zijn mooie voorbeelden van het De Portables concept.
Muzikaal getuigt de nieuwe cd een muzikale schoonheid van aanzwellende gitaren, postrock, lofi, swingjazz en af en toe een vleugje popelektronica.
De groep balanceert tussen Yo La Tengo, The Fall, Pavement en de huidige postrock. Hun soms lang uitgesponnen nummers intrigeren en beklijven, hebben een broeierige spanning en gaan van een sfeervolle, dromerige naar een meer snedige, felle aanpak, met een vleugje distortion en dansbeats. In songs als “Bulletbabe”, “This is a song”, “Haut gay” en “In the zoo there’s a coo” weet de band zich te onderscheiden.
Fraaie band, fraaie muziek en een fraaie nieuwe cd!

De La Vega

The day after

Geschreven door

Drie jaar terug debuteerde De La Vega met ‘Falling into place’. Ze kwamen eerder nog in de belangstelling met de superzwoele single “Surely”. De La Vega bracht een veelheid van invloeden samen tot een eigen geluid: een groovy, sfeervolle, innemende en broeierige sound. Vocaal wordt de sound op de tweede cd moeiteloos opgevangen door Elke Bruyneel, die Lize Accoe vervangt.
De La Vega staat garant voor dromerige, romantische en loungy soulpop met een jazzy tint: “One time”, “The day after (part I)”, “Dance baby” en “Once in a lifetime”. De opener “Charlatan”en “La derniere guitare”, gedragen door de zwoele praatstem van de Franse radiomaker Mark Isaye, lijken regelrecht de soundtrack van een Franse avonturenfilm in de sixties. Ozark Henry stond in voor “Little clouds”, het sterkste nummer van de plaat .
‘The day after’ is op plaat in drie stukken verdeeld en klinkt meer afgelijnd en eenduidiger dan de vorige cd , maar boet niks van de warme sensualiteit . Puike cd van de band.

1990's

Cookies

Geschreven door

Het jonge trio The 1990’s, onder zanger/gitarist Jackie McKeown, debuteren met een catchy plaat van hapklare uptempo, aanstekelijke gitaarpoprocksongs. Songs met een hitpotentie. Ergens tussen het meespring- en meezingkarakter van de postpunk van Kaiser Chiefs, Hot Hot heat, Arctic Monkeys en de ‘70’s invloeden van The Clash en The Only Ones.
Een frisse melodieuze aanpak waarbij “See you at the light”, “Cult status”, “Enjoy myself”, “You’re supposed to be my friend” en “Situation” ideaal passen in dit hokje. De laatste songs op de cd  “Weed” en “Thinking of not going” zijn rauwer, krachtiger en feller. En “Switch” tenslotte laat zelfs een vleugje punkfunk horen,  wat ons ertoe brengt dat ‘Cookies’ geen eentonig plaatje is geworden.

Neil Young

Neil Young: zestig plusser bijt van zich af

Geschreven door

Muziekicoon Neil Young, de zestig voorbij, leverde vorig jaar nog een behoorlijke plaat af ‘Chrome Dreams II’, die z’n superieure gitaarspel en z’n emotievolle vocals in de schijnwerpers plaatste. Te Antwerpen vatte hij z’n Europese ‘Continental Tour’ aan .

Het eerste deel van de set van deze Canadese Amerikaan was akoestisch. Als een mooi uitgedoste gitaarkoning pootte hij zich neer op zijn troon, omringd door een zevental gitaren en een piano. Hij kon meteen rekenen op een warm onthaal toen hij “From Hank to Hendrickx” begon. Op de olf folky song “Ambulance blues” kon het publiek al genieten van z’n bedreven gitaarspel, en op “Sad movies” en “Harvest” gaf hij de indruk in je knusse huiskamer te spelen. “A man needs a maid” en “No one seems to know” klonken sfeervol door toetsen. Een mooie afwisseling. Hij behield de intimiteit op “Love art blues” en “Mellow my mind”, die elan kreeg door dobro .
Neil groef diep in het verleden toen hij met de van Stephen Stills verkregen gitaar “Out on the weekend” inzette. Tenslotte besloot hij met “Love is a rose”.
Een uurtje doorwinterde singer/songwriterpop.
Na een kleine pauze kon het elektrische deel beginnen. Young speelde zo’n anderhalf uur met vaste bandleden Keith, Rosas, Molina en Crawford, naast vrouwlief Pegi Young.
Een snedige rockaanpak hoorden we op “Mr Soul” en het nieuwe grungy klinkende “Dirty old man”; Het subtiele gitaarspel van Young kwam naar voor, misschien met iets minder punch dan vroeger, maar voor een man op zijn leeftijd slaagde hij er nog steeds in van zich af te bijten! “Spirit road”, “Winterlong” en “The believer” klonken dromerig en ingetogen. Het waren aangename rustpunten in de set. Tenslotte konden we genieten van uitgesponnen versies van “No hidden path”, “Cinnamon girl” en “Cortez the killer”, die een schitterende apotheose vormden. Een staande ovatie was het logische gevolg voor Neil Young en z’n band.
Tussenin was een schilder op het podium bezig, die aan elk nummer een doek wijdde. Fijn gevonden!

Een pak klassiekers liet Young thuis, doch dit deed geen afbreuk aan de prestatie van deze begenadigde singer/songwriter. Ondanks de hoge ticketprijs was zijn stop te België een absolute aanrader.

Vrouwlief Pegi Young kon rekenen op enkele muzikanten uit Neils stal en speelde aanstekelijke alt.country songs in een volleerde Emmylou Harris stijl. Een uitgebreid instrumentarium van gitaar, dobro, steelpedal en modharmonica ondersteunden deze muzikale aanpak.
 
Organisatie: Live Nation

The Von Bondies

The Von Bondies speelden een wervelend uurtje rock’n’roll

Geschreven door

Het Amerikaanse The Von Bondies liet in 2004 van zich horen met de single “C’mon C’mon” uit hun  tweede cd ‘Pawn shoppe heart’. Een fris, gedreven, energieke poppy rock’n’roll sound. Frontman is Jason Stollmeister, vocaal bijgestaan door de twee mooi ogende dames Gbur/Banks. Op Werchter, vier jaar terug, was er sprake van een lauw, rommelig concertje en staken ze onvoldoende dynamiek in de set. Het was trouwens niet de meest happy periode, want naast de wisselende concerten, kwam Stollmeister in conflict met boezemvriend Jack White, wat Jason –en  z’n band - in een negatief daglicht plaatste.

De voorbije jaren was het stil rond deze beloftevolle band. Ze ondernemen momenteel een korte tournee om de binnenkort nieuwe cd ‘Love, hate and then there’s you’ te promoten.
Een uitverkochte Rotonde bewees dat de band nog niet in een godvergeten hoekje werd geplaatst. Een opvallend jong publiek genoot van een kwintet die op scherp speelde: een goed geoliede band, snedig strakke rocksongs - onder diverse tempowisselingen -, enkele puike soli en tenslotte de sterke zang en  vrouwelijke backing vocals. De songs volgden elkaar in sneltempo. De oude Datsuns leken wel herboren. Stollmeister en z’n bandje waren onder de indruk van de respons en lieten zelfs op het eind de eerste rijen op het podium toe.
Het oude “It came from Japan” uit hun debuut ‘Lack of communication’ (nog geproduced door Jack White!) zette de garagerock’n’roll toon. Ze hielden het tempo hoog met songs als “Tell me what you see” en “Fever”. Af en toe was er ruimte voor enkele nieuwe songs als “Pale bride” en “Rock’n’roll nurse” (door de drummer gezongen).
De cd ’Pawn shoppe heart’ was de rode draad doorheen de korte, stevige set: “Not that social”, waar de dames Gbur/Banks de vocalen op zich namen, “Been swank”, “Pawnshopped heart”, en de single “C’mon C’mon”.
Enkel in het eerste nummer van de bis, de titelsong “Lack of communication”, klonken The Von Bondies ingetogen, pakkend en breekbaar, bepaald door de mooie samenzang van Stollsteimer/Banks. Het rock’n’roll hart sprak “No regrets” en “Broken man”, die de set op wervelende wijze besloten.

Het kwartet werd sterk onthaald en uitvoerig bedankt. Van een beginnend rommelig, rammelend bandje was er geen sprake meer.

The Hickey Underworld, winnaars van de voorbije Humo’s Rock Rally, openden. Ze speelden een strak setje emocore à la Quiksand. Ze lieten een goede indruk na. Ze zijn bezig aan hun debuut, en na de overtuigende live prestatie betekent dit … in het oog houden!

Organisatie: Botanique, Brussel

Githead

Githead: undergroundgeschiedenis klinkt verfijnder en subtieler

Geschreven door

Githead is het nieuwe muzikale project van Colin Newman, ex Wire. Dertig jaar terug lag hij met z’n band aan de basis van de huidige postpunk; in 2003 was er zelfs een nieuw teken van leven met de ‘Read & Burn’ EP’s en de cd ‘Send’. Op Pukkelpop 2003 gaven deze vijftigers de upcoming jonge postpunkbandjes (van toen) het nakijken, met hun rechttoe-rechtaan, snedige, punky melodieuze gitaarrock. Ze speelden een hels moordend tempo.
Githead klinkt verfijnder, subtieler en toegankelijker en kruist Wire’s postpunk en Yo la Tengo’s indiepop. In Githeads geluid horen we Wire’s melodieuze opbouw en pakkende refreintjes.
Newman heeft als tweede gitarist Robin Rimbaud (aka Scanner), bassiste (en vrouwlief) Malka Spigel en drummer Max Franken (beiden ex Minimal Compact) in de band.

Een klein anderhalf uur lang speelde het kwartet songs van hun reeds twee verschenen cd’s ‘Profile’ (’05) en het recente ‘Art Pop’(’07): broeierige gitaarpoprock, een diepe bas, opzwepende percussie, enkele puike soli en een melancholische zang.
In het begin hoorden we met “Alpha”, “On your own” en “Fake corpses” een intens, meeslepende sound. Ze zetten een tandje bij, want “Drop” en “Drive by” klonken steviger. Spigel nam de vocals op zich op het meer ingetogen wave elektronica getinte “Lifeloops”. Het was de aanzet naar enkele dromerig sfeervolle indiepop songs waaronder ‘To have & to hold” en “Craft is dead”; een sterke samenzang kleurde het geheel.“All set up/comprehension” en “Live in your head” onderstreepten de kwalitatieve sterkte van  Newman’s songschrijven, vaardige, mooi uitgesponnen nummers die een hoogtepunt vormden in de set.
Het Britse kwartet kon rekenen op een sterke respons. Tweemaal keerden ze terug met een snedig klinkende “Profile”, een op z’n Yo La Tengo’s weemoedige “Raining down” met de stem van Spigel, en tenslotte een reprise van de single “All set up/comprehension”.

De groep heeft een serieus stuk underground geschiedenis achter de rug van vier fraaie artiesten. Ze zorgden voor een niet onaardige, afgewerkte set, die af en toe krachtiger klonk.

Het Mexicaanse Los Llamarada kon het etiket van ‘beloftevol bandje’ onvoldoende waarmaken. Hun rauwe postpunk met feedbackgeraas en de afwisselende mannelijke en vrouwelijke schreeuwzang, boden te weinig spanning, wat de interesse deed afnemen. Het kwartet had wel iets van PIL, maar stootte op te weinig hecht boeiend songmateriaal. Op plaat klinken ze geolied en gedurfd, live chaotisch en rauw, rammelend die de bocht van ‘jong inspiratievol’ miste.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Belgian Asociality

Belgian Asociality: prettig gestoorde, rammelende pretpunk

Geschreven door

Het Antwerpse kwartet Belgian Asociality (Mechelen, Keerbergen) bestaat twintig jaar. De ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige pop’, Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas), zijn opnieuw wakker geworden en zullen binnen enkele maanden een nieuwe ‘worp’ klaar hebben na ‘Belgian Asociality, ‘Astamblieft!’, ‘ATP’ en ‘Wakker worre’. Korte, krachtige, opzwepende songs met humoristische en cynische no-nonsens teksten, die meezing- en meebrulbaar zijn. Invloeden uit de hardcore, ska, metal en country worden aangehaald. “Zonder schroom, zeggen wat je denkt”! Maw dit is prettig gestoorde, rammelende pretpunk! Hen wordt amateurisme verweten van eenvoudige, simpele muziek, doch ze slagen er telkens in een feestje te bouwen, waar gretig kan gestagedived en gepintelierd worden.
In Zaal Black Horse was dit ook het geval. Meteen zat de vonk erin; wat wil je met songs als “Stagediv”, “De gefrustreerde automobilist”, “Boerderie”, “Morregen”, “Feasty boys”, “België” (met persiflage van het volkslied op z’n Leterme’s), “Jupiler”, “Bompa punk”, “Wodka”, “Van mijn erf” en “Non non, rien ne va changer, tout va continuer”.
Een klein anderhalf uur lang hielden ze het tempo hoog, ondergingen de songs leuke, soms onverwachtse, wendingen en ontpopte den Mark zich als een ‘Sergio’entertainbeest.
Ze speelden een best of, waarbij af en toe eens een nieuw nummer werd voorgesteld, waaronder “Die van ons”. Op die manier wordt het dus nog eventjes afwachten hoe de nieuwe plaat zal klinken “Het is gedaan” en “’t’Is weer goe geweest” in overtuigende acapella stijl, besloten de set.

Belgian Asociality heeft na 20 jaar nog niks ingeboet van hun ‘boereleute’ mentaliteit. Zoals ze zelf zeggen “Wa minder haar, moar nog ne even grote smoel”.

Het jonge plaatselijke gezelschap ICTC gooide er een pak ACDC covers tegenaan, waarbij de zanger en de gitarist zich als een jonge Johnson en  A.Young onderscheidden. Ze hielden het publiek in hun greep met puike covers als “Back in black”, “If you want blood, you’ve …”, “Thunderstruck”, “For those about to rock”, “Highway to hell”, “Rock’n’roll damnation” en “Whole lotta Rosie”. Tof bandje.

Organisatie: The Unforgiven ’motorcycle’ Brotherhood, Oudenaarde-Ename

Film School

Hideout

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige Film School hoort thuis in het rijtje van huidige bands als The Ponys en Interpol, broeierige ‘80’s waverock dat wordt aaneen geregen met de ‘90’s noisepopbands als My Bloody Valentine, Ride, Swervedriver en Slowdive. Mooi opgebouwde, aanzwellende gitaren, fuzz en galmpedalen zorgen voor een slepende sound waarbij de songs een repetitieve ondertoon hebben. De melodieus zalvende, melancholische zang van Krayg Burton past perfect in dit muzikaal plaatje.
Een paar songs intrigeren binnen dit concept: “Dear me”, “Lectric”, “Sick hipster nursed by suicide girl” en “Compare”. De band toont zich van een andere kant, dromerig en sfeervol, op “Two kinds”, “Go sown together” en “Florida”.
Hun titelloos debuut uit 2006 ontsnapte aan de aandacht. Laat dit niet gebeuren met deze opvolger!

Fish

13 th Star

Geschreven door

‘13th Star’ (special edition) verscheen reeds in het najaar van 2007 maar was toen enkel te verkrijgen via de website of bij live 'gigs' van onze Jester. Mooi artwork (zoals steeds naar de hand van meester Mark Wilkinson ) en een extra DVD met ‘The Making Of 13th Star’ werden toen als extra troef uit de kast gehaald om het album reeds voor een officiële release in de reguliere cd stores tot bij de diehard fans te brengen. Die officiële release is nu een feit en dus ligt ‘13th Star’ (zonder bonus DVD) nu ook bij je platenboer om de hoek.
Terwijl Marillion vorig jaar met 'Somewhere Else' een matige plaat uitbracht is de nieuweling van Fish een excellent album. Geen pure progrock maar wel een mix van prog, heavy-rock, sympho en folk. De relatiebreuk met Mostly Autumn's Heather Findlay hebben de man geïnspireerd om sterke en zoals steeds poëtische songs te schrijven. Bassist Steve Vantsis hielp Fish (en dit voor het eerst) bij het schrijven van de meeste songs en dat is duidelijk te horen aan enkele songs die gebaseerd zijn op een stevig basriff. Sommige songs zoals opener "Circle Line", "Square Go", "Manchmal" en "Dark Star" zijn vrij stevige heavy-rocksongs. Gelukkig zijn er ook wat rustpunten op '13th Star' zoals "Miles De Besos", "Zoe 25" en het sterk op "Sugar Mice" gelijkende "13th Star".
Vocaal zet Fish een bijzonder knappe prestatie neer. De man weet ondertussen perfect om te gaan met de vocale beperkingen die de tand des tijds hem heeft opgelegd.
Woede, pijn en spijt hebben Fish er toe gebracht om een van zijn allerbeste soloalbums te maken en eerlijk gezegd we hadden dit niet meer verwacht. ‘13th Star’ is alvast een stuk sterker en evenwichtiger dan ‘Fields Of Crows’ uit 2004!

PJ Harvey

White Chalk

Geschreven door

’White Chalk’ toont een artieste , nog net geen veertig, die nog steeds veel te bieden heeft. De plaat is niet te vergelijken met haar vroegere werk; van de rauw verbeten sfeer van de vorige plaat ‘Uh Huh Her’ (’04) of  zelfs van de verfijnde pop van ‘To bring you my love’ (’95) is niks te merken . De songs zijn sober aangekleed, en stralen een intieme sfeer uit. Een hoog ingehouden zang en het pianospel staan centraal. Polly Jean Harvey heeft een sterke stem, die hemels, breekbaar en dreigend klinkt.
We horen haar op ‘ White Chalk’ van haar meest gevoelige, serene kant. De sound kan sprookjesachtig (“Dear darkness”, “Silence”, “To talk to you”) of donker dreigend zijn (“Grow grow grow”, “Broken harp”, “The mountain”). “When under ether” is de single en “The piano” is alvast het meest poppy nummer. Wat een mooie muzikale outfit voor de plaat van een grootse artieste.

Sons & Daughters

Sons & Daughters

Geschreven door

Het Schotse kwartet Sons & Daughters debuteerde in 2004 met ‘Love the cup’, nogal snel gevolgd door het debuut ‘The repulsiopn box’. Een opwindende, dynamische sound, die live in dezelfde lijn lag. Het 2 vrouw – 2 man gezelschap speelt een combinatie van gitaarrock, rock’n’roll,doordrongen van wave en gedragen door de snedig, felle vocals van Adele Bethel, die nagenoeg alle songs vocaal op zich neemt. Scott Paterson neemt een juist gepaste rol in met backing vocals.
Meer en meer klinkt het kwartet als een subtielere The Kills, met hun uptempo, bedreven rockende sound, pakkende refreintjes, gitaarlijntjes en handclaps. Hun twaalf songs zijn allen even bruisend, één voor één single-opnames, en hebben zelfs een meezinggehalte. Het meest poppy klinken “Flags” en “Iodine”.
Kijk, ‘This Gift’ is een geschenk want het is een lekker overtuigende tweede full cd geworden.

de portables

De Portables: ongedwongen speelsheid

Geschreven door

De West-Vlamingen van De Portables, uitgeweken naar Gent, zijn al ruim tien jaar bezig met muziek en film; op het podium zorgen ze voor een toffe combinatie in een ongedwongen speelsheid. Hun songs getuigen van muzikale schoonheid, zwellen mooi aan, hebben een broeierige spanning of kunnen direct klinken, ergens tussen postrock, psychedelicapop, lofi, retro- en indierock. Avontuur, diversiteit en originaliteit zijn twee grote troeven van het kwintet.

Hun set van een uur gaf de indruk van één lange generale repetitie, maar eentje die intrigeerde en beklijfde. Een leuke manier van werken met een dosis humor, leuke anekdotes en zichzelf niet té au sérieux nemen.
Op hun dooie gemak wisselden ze van zang en instrument - van gitaar, bas, drums -, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, ook tijdens sommige nummers.
Ze grossierden in hun oeuvre, stelden enkele songs voorop van hun recentste cd ‘Topless is more’ als “Vegetarian bbq”, “Haut gay” en “Plankier” en trakteerden ons op een cover van Orange Black, de vroegere band van Go Find-er Dieter Sermeus (die in het weekend papa werd!) “Surrender”.
Hun soms lang uitgesponnen songs gingen van een sfeervol, dromerige naar een snedig, fellere aanpak, met een vleugje distortion of dansbeats.

De Portables hebben zo hun eigen weg binnen het muzikale landschap …wat respect afdwingt!

Star Club West verving The Go Find. The Go Find, met hun dromerige, melancholische gitaarpopelektronica, moest dus afzeggen (reden zie hoger).
Het Antwerpse Star Club West, onder Nico Jacobs, is ook al een pak jaar bezig en heeft drie albums uit. Hun songs kronkelden zich een weg in onze hersenen: een sfeervolle start, dan snedig, krachtiger en noisier door de pedaaleffects . Avontuurlijk weemoedige indie/postrock met een rauw Pavement randje!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Steve Earle

Steve Earle: ruwe bolster met blanke pit

Geschreven door

Hoog bezoek afgelopen zaterdagavond in de Gentse Ha’, sinds jaar en dag dé ontmoetingstempel bij uitstek voor singer-songwriters aller windstreken. Lang voor Ryan Adams en Jeff ‘Wilco’ Tweedy tot ongekroonde koningen van de alt.country werden gebombardeerd, effende Steve Earle medio midden jaren ‘80 het americana pad met zijn solo-debuut en new country klassieker ‘Guitar Town’. Sindsdien lopen woelige huwelijksperikelen, pills’n’booze en een persoonlijke kruistocht tegen de politieke hypocrisie van het Witte Huis als een rode draad doorheen Earle’s albums, verhalenbundels en toneelstukken. Ter promotie van het overigens voortreffelijke nieuwe album ‘Washington Square Serenade’ doet de net 53 geworden countryrock troubadour een bescheiden akoestische solo tournee, maar in een Amerikaans verkiezingsjaar kan het publiek zich ongetwijfeld ook verwachten aan een stevige portie politiek gepreek.

Earle’s set in de Ha’ begon echter integer en innemend, en greep met “The Devil’s Right Hand” uit ‘Copperhead Road’ (‘88) en “My Old Friend the Blues” en “Someday” uit ‘Guitar Town’ (‘86) al meteen terug naar diens fabelachtige beginperiode. Door zijn indrukwekkende persoonlijkheid en doorleefde vocals dwong Earle aanvankelijk vooral aandacht en respect af bij het publiek, getuige de ijzige stilte tijdens de death row parabel van “Billy Austin”. Door het inschakelen van typische americana instrumenten zoals dobro, banjo en mandoline bleek nogmaals dat een singer-songwriter enkel gewapend met gitaar en mondharmonica best wel een muzikaal gevarieerde set kan neerzetten. Tot éénieders verrassing, en tot enige ergernis van een aantal stugge countrypuristen, haalde Earle plots zelfs een heuse ritmesectie tevoorschijn toen een DJ onzichtbare Oosterse percussie of hiphop beats uit de boxen deed klinken. Vooral de nummers uit het laatste album zoals “Jericho Road”, “Satellite Radio” en “Way Down in the Hole” klonken hierdoor uiterst eigentijds en catchy, waarmee Earle leek duidelijk te maken dat hij niet als een knorrige oubollige countryrocker wil aanzien worden.
De sfeer werd opnieuw wat gemoedelijker toen Earle een duet bracht met zijn eigen voorprogramma en vrouwlief Allison Moorer, zelf een niet onaardig(e) (ogende) singer-songwriter die een uurtje voordien haar nieuwste album ‘Mockingbird’ had voorgesteld. De combinatie van Earle’s doorleefde stem met de soulvolle uithalen van Moorer deed ons even terugdenken aan wat Gram Parsons en Emmylou Harris ooit aan de wieg van de countryrock toe vertrouwden. Moorer mocht daarna nog even op het podium blijven om, bij wijze van inleiding tot “City of Immigrants”, getuige te zijn van een kleine donderpreek over de rol van Amerika in de wereldwijde globalisering. Earle is niet bepaald wat men noemt een subtiel redenaar, zegt zonder veel omwegen waar het op staat en getuigt van een radicale visie op wereld van nu. Zo gelooft hij rotsvast in de ‘Music Against War’ filosofie, en dat ondervond ook het publiek dat onder zachte dwang werd aangemaand om in koor “One of These Days, I Gonna Lay This Hammer Down” te scanderen.
Zo militant als Earle na ruim anderhalf uur de coulissen was ingedoken, zo melancholisch kwam hij terug op het podium voor een enkele bisronde. Oorlog in het Midden-Oosten stond alweer centraal in “Rich Man’s War” uit ‘The Revolution Starts ... Now’ (‘04), maar het strijdvaardige enfant terrible moest hier plaats ruimen voor de bezorgde vader die zijn zoon naar het front ziet vertrekken. Dit moment van bezinning werd verder gezet door een beklijvende versie van “Little Rock’n’Roller” bij wijze van zelftherapie op te dragen aan zijn pas overleden vader. Het profetische “Copperhead Road” uit het gelijknamige album sloot een bijna twee uur durende set af.

Steve Earle profileerde zich als de working class hero van de countryrock, de ene keer schoppend tegen de schenen van het politiek establishment, de andere keer mijmerend over gemiste kansen en persoonlijk verlies, kortom een ruwe bolster met blanke pit.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Syb Van Der Ploeg

Syb Van der Ploeg: bloemlezing van een getalenteerd muzikant

Geschreven door

Mag ik even aan U voorstellen: Syb Van Der Ploeg. Waarschijnlijk zegt deze naam U niets. Nochtans is Syb bij onze Noorderburen een van de belangrijkste figuren uit de (Nederlandse) muziekscène van de afgelopen vijftien jaar.
Als charismatische zanger van de Nederpop band De Kast behaalde hij in eigen land immense successen. Met De Kast was Syb slechts tweemaal in België te zien. Eenmaal in Gent en eenmaal op Marktrock in Leuven. Toen hij in 2002 volledig opgebrand De Kast opdoekte richtte de man een nieuwe Engelstalige melodieuze rockband op, met name Spanner.
Spanner kende vooral succes in Duitsland terwijl de band in eigen land nooit de erkenning kreeg die het verdiende.
Daarna waagde Syb ook de overstap tot het musicalgenre en was hij een graag geziene gast bij belangrijke tv-shows. Sinds kort is De Kast zeer sporadisch terug live te zien.

In 2008 wil Syb vooral zijn solocarrière uit de grond stampen. Begin maart brengt de man zijn eerste Nederlandstalige soloalbum uit ‘Heilig Vuur’. Een plaat die ook in het Fries zal verschijnen. Ondertussen staat de man in de belangrijkste theaters van Nederland met zijn show ‘Alles Uit De Kast en meer’. Een duidelijke knipoog naar de titel van het eerste De Kast album uit 1992. Al lag de nadruk in Middelburg vooral op ‘en meer’, want er werden erg weinig nummers van De Kast gebracht. Wel kregen we een schitterende bloemlezing uit de carrière van deze zeer gedreven, getalenteerde muzikant.

Om Syb live te zien reden we dus naar de Stadsschouwburg te Middelburg. Een middelgroot theater dat tot mijn verwondering niet helemaal vol zat. Na een bombastische intro werd er rustig geopend met “De Tijd Staat Even Stil”. Meteen was het duidelijk dat dit een erg mooie avond zou gaan worden. Onmiddellijk speelde Syb’s begeleidingsband zich in de kijker. In die band zit o.a. Jeff Zwart (gitarist van Spanner), drummer en vriend Nico Outhuijse (Spanner/De Kast) en aanstormend talent Elske DeWall. Een sterke, melodieuze gitaarsolo van gitarist Jeff Zwart deed het niveau van de openingssong sterk stijgen. Nog uit het zijn geplande solo-cd kwam het prachtige “Oogverblindend”.
Waarna Syb & band enkele songs uit het Spanner hoofdstuk brachten. “Invisible” en vooral “Unbreakable” waren sterke avontuurlijke songs die mij overtuigden om op zoek te gaan naar de twee uitgebrachte Spanner albums. Met “Celestial Science” kregen we een stuk uit de Kayak rockopera ‘Nostradamus – The Fate of Man’, waar ook Syb aan meewerkte.
Een zucht van opluchting ging door de zaal toen Syb “In De Wolken” aankondigde. Inderdaad, een hele mooie van De Kast in een fragiel, akoestisch jasje….(er werd zelfs heel voorzichtig meegezongen!) Daarna terug naar zijn soloalbum met de titeltrack en het dramatische “Tussen Land En Sterren”, een song die Syb een tijd terug opnam ten voordele van de crisis in Darfur. Voor de pauze werd afgesloten met twee covers: “New York Minute” van Don Henley (een echt kippenvelmoment) en Fleedwood Mac’s “Go Your Own Way”, songs die refereerden naar de Motel Westcoast theatertournee.
In deel twee na de pauze lag de nadruk nog steeds op ‘Heilig Vuur’. Ook pareltjes van De Kast zoals “Gouden Bergen” en het fenomenale ‘Woorden Zonder Woorden” werden in een erg mooi arrangement op ons losgelaten. Een song werd ook in het Fries gebracht: “Wind In De Zeilen”, Syb’s ode aan zijn pa. Dramatiek en passie kregen we tijdens twee songs uit de Rembrandt musical. Vooral “Meisje Aan Het Vensterraam”, een duet met multi-instrumentaliste Elske DeWall was erg indrukwekkend. Elske, het best bewaarde geheim uit Friesland, kreeg nadien haar solospot en mocht ook een hoofdrol spelen in de U2 cover “One”. Met de huidige single “Als Ik Jou Zie” nam Syb na ruim twee uur afscheid van het publiek. Een staande ovatie zorgde ervoor dat de band nog eens terugkwam om de allergrootse van De Kast te spelen. Nee, niet “Raak”, zoals in de zaal werd geroepen, maar wel “In Nije Dei”. Deze Friese song was immers de allergrootste hit voor De Kast. Zelfs tot in Zeeland werd woord voor woord keurig meegezongen. Het slotstuk van de avond was het lange (we werden vriendelijk verzocht om terug te gaan zitten) “Achtbaan”. Een wervelende song vol bombast en tempowisselingen. De song deed me wat denken aan Queen, maar vooral aan Robby Valentine.

Na het optreden kregen de fans de mogelijkheid om Syb & band te ontmoeten. Alles verliep erg spontaan en met veel wederzijds respect. Ook wij hadden een leuk gesprekje met deze sympathieke Fries. Syb was enorm verrast met de Belgische delegatie in Middelburg en grapte dat hij eindelijk was doorgebroken in België. Dat laatste wensen wij hem van harte toe zodat het ‘Heilig Vuur’ ook hier in België krachtig mag branden.
Setlist: *De Tijd Staat Even Stil *Oogverblindend *Unbreakable *Invisible *Voor Dat Ooit *Celestial Science *In De Wolken *Hart Van Mijn Gevoel *Heilig Vuur *Tussen Land En Sterren
*New York Minute *Go Your Own Way
--------------------------
*Ik Wil Erbij Zijn *Alles Wat Ik Doe *Gouden Bergen *Wind In De Zeilen *Ik Vlucht In Haar Lijf *Meisje Aan Het Vensterraam *One *Woorden Zonder Woorden *Zo Gaat Het Leven Aan Je Voorbij *Als Ik Jou Zie
---------------------------
*In Nije Dei *Achtbaan

Underworld

Underworld trok kaart van de diversiteit en eindigde met een dampend feestje

Geschreven door

Daft Punk, The Chemical Brothers en Underworld zijn drie belangrijke muzikale pijlers van de nineties binnen de dancepop. Zij worden momenteel overspoeld door jonge technowolven als Digitalism, Justice, Simian Mobile Disco, Goose, … Voor wie houdt van geraffineerd opbouwende trancegerichte en forser klinkende beats, lichtvoetige elektronica en een popmelodie, laat het duo van Underworld niet links. Ze gaan hun eigen weg en leunen maar weinig aan de huidige ontwikkelingen binnen de dance, techno, electro en retro acid.

Het duo moest noodgedwongen in november laatstleden op ‘I Love Techno’ forfait geven (keelontsteking Hyde). Ze sloegen in het tweede deel van de set bikkelhard terug. Smith is de knoppenfreak en Hyde, gekleed in een blinkend gouden jasje, maakte lichte danspasjes en armbewegingen, en zong beheerst (al/nt vocodervocals) met halfopen ogen. Aan de apparatuur werden ze af en toe door een derde man bijgestaan. De sound kreeg elan door flashy lights, projecties, opgeblazen verlichte plastic palen en met een filmcamera aan de microfoon.
Underworld startte zalvend door het broeierig, repetitieve “Beautiful burnout”, de huidige single van de cd ‘Oblivion with bells’. Zelfs het tweede “Pearls girls” was op een ‘lower’ tempo. “Best mangu” en “Banstyle” zetten deze lome, sfeervolle richting verder…een droomwereld die Underworld ons niet liet ontgaan.
Na een goed halfuur waren het de oudjes “Spoonman” en “Mmm skyscraper” uit ‘Dubnobasswithmyheadman’ (’94!) die aanzetten tot meer krachtige beats. Het groovy “Jumbo” werkte in op de dansspieren, wat luidkeels en enthousiast werd onthaald. “Two months off”, “Born slippy” en “King of snake” volgden; de dancebeats bonkten door de speakers . De AB werd omgetoverd tot een ‘rave’ dans-ko-theek, waar stevig met handjes en armen werd gezwaaid …een schitterende apotheose!
Het recente “Crocidile” en het prachtige uitgesponnen “Juanito”, uit ‘Second toughest in the infants’ klonken aanstekelijk en besloten na een kleine twee uur de party. Het publiek riep hen luidkeels terug, maar zonder resultaat … de lichten floepten aan. Songs als “Cowgirl”, “Rez” of “Moaner” werden in de koelkast opgeborgen en konden het fijn opgebouwde dansfeestje niet verder zetten.

Underworld trok de kaart van de diversiteit in z’n twee uur durende set : van zalvend ambiente soundscapes-pop tot groovy, strakke dance ‘techno’ pop . Alvast een breder muzikaal spectrum tav de huidige generatie techneut-groupies.

Organisatie: Live Nation

Shellac

Excellent Italian Greyhound

Geschreven door

Een goed bewaard muzikaal geheim is en blijft Shellac , de band rondom de bekende producer Steve Albini. Shellac, al 15 jaar bezig, is nog maar toe aan de vierde cd en heeft zeven jaar op zich laten wachten voor de opvolger van ‘1000 Hurts’. Als producer is Albini man-van-alle-klusjes, want hij stond al in voor werk van Nirvana, Pixies tot Low en Joanna Newsom!.
Het trio Albini (gitaar/zang), Weston (bas) en Trainer (drumkit) is een geniale drie-eenheid: een neurotisch aanstekelijk metaal klinkende gitaar (‘prikkeldraad’gitaarklank), een grommende, dreunende diepe bas, en gortdroge powerdrums. Songs regelrecht vanuit het repetitiekot, die power en oerkracht uitstralen op een ongedwongen wijze: rauw alternatief, een repeterend spannende opbouw, noisy klanken en onverwachtse wendingen. Ze klinken onvoorspelbaar en slaan af en toe de brug naar een beetje toegankelijkheid.
Opener “The end of radio”, ruim acht minuten lang, is er eentje om in te lijsten, “Genuine lullabelle” heeft een aardige experimenteerdrift en zegzang en afsluiter “Spoke” is een korte, pittige hardcore/noisepowersong.
De variëteit maakt van deze plaat een adembenemende, donker, dreigende noisetrip van drie weirdo’s.
’Excellent Italian Greyhound’ is een prachtplaat binnen het noiserocklandschap.

Sleepingdog

Polar Life

Geschreven door

Chantal Acda is klaar met haar tweede soloplaat ‘Polar Bear’, de opvolger van ‘Naked in a clean bed’. De Brusselse Nederlandse laat momenteel haar band Chacda even in de koelkast en werkt solo op sublieme wijze opnieuw tien intieme emotievolle songs uit ,waaronder de warme cover van Sophia “If only”. De songs zijn puur en oprecht en worden bepaald door piano, gitaar, melodica, banjo, af en toe geruggensteund door soundscapes en strijkers. Ze worden gedragen door haar melancholische, hese fluisterzang.
’Polar Life’ verwijst naar haar onvergetelijke voorliefde aan Ijsland. Een verstilde, broze ingetogen schoonheid is te horen op “Prophets”, “The sun sinks in the sea”, “Alleys” en “Little one”.
Het debuut gaf al een sterke indruk, zonder blozen wordt dit zeker met het tweede album ‘Polar Life’ bereikt

Pagina 484 van 499