logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15613 Items)

Stan Bush

In This Life

Geschreven door

Midden dit jaar bracht Stan Bush zijn tiende studioalbum uit. 'In This Life' werd uitgebracht bij Frontiers Records en is tot op heden één van de beste Frontiers releases van het jaar. Stan Bush is voor ons geen onbekende. We volgden Stan's carrière tot na het uitstekende 'Dial 818-888-8638' uit 1993. Daarna haakten we af.
Dit nieuwe album is het strafste wat Bush tot op heden uitbracht. Elf perfecte A.O.R. songs (up-tempo songs en schitterende ballades), allen met een erg hoog hitpotentieel, geven je overweldigend warm gevoel. Stan Bush is een begrip in de wereld van de melodieuze rock en dit vooral vanwege zijn inbreng en samenwerking met de bekendste melodic rockbands. Zo zong Stan o.a. met Jefferson Starship en Alice Cooper en schreef hij talrijke songs samen met o.a. Jonathan Cain (Journey), Jim Vallance (Bryan Adams) en Paul Stanley (Kiss). In Amerika maakte hij ook verschillende TV commercials en werkte hij mee aan enkele 'major movies'.
Als soloartiest is zijn werk slechts gekend door een handvol A.O.R. freaks. Ik hoop dat 'In This Life' daar verandering in kan brengen want deze schijf is een echt pareltje. Vooral de kwaliteit van het afgeleverde songmateriaal is opvallend sterk en constant deze keer. Geen enkel nummer stelt teleur en als melodieuze rockliefhebber val je van de ene verrassing in de andere. Naast de man's overheerlijke rockstem is het ook ten volle genieten van de gitaarcapriolen en keyboarduitspattingen van Holger Fath. Deze laatste tekende ook voor de glasheldere productie van dit album.
In dit toch wel mager A.O.R. jaar is dit album een absolute uitblinker. Een perfecte A.O.R./Melodic Rock mix waarin de up-tempo songs ditmaal de bovenhand halen. Verplichte kost voor elke A.O.R. freak!

Suspyre

A Great Divide

Geschreven door

Ook gehuisd bij Nightmare Records maar duidelijk een van hun betere releases is de nieuwe plaat van Suspyre.
'A Great Divide' is het tweede album (opvolger van 'The Silvery Image' uit 2005) van deze uit New Jersey afkomstige Progrockers. Suspyre is echter veel meer dan louter Progrock.
'A Great Divide' is immers een muzikaal avontuur waarin verschillende muziekstijlen aan bod komen. Jazzy-piano fusionrock, symfonische en progressieve metal, powerrock tot klassiek, het zit allemaal in deze plaat. Ook in dit genre is het bijna onmogelijk geworden om nog origineel uit de hoek te komen. Suspyre probeert dit te doen door ingrediënten te pikken van verschillende collega-bands. Zo hoor je duidelijk invloeden van Dream Theater, Symphony X of Rhapsody in hun volgepakt geluidspallet. 'A Great Divide' is ook een sterk technisch vaardig album. Je komt oren tekort.
Het album bestaat uit twee delen: 'Opus II: The Alignment Of Galaxies’  neemt een goeie 34 minuten voor zijn rekening. Dit eerste deel is hoofdzakelijk instrumentaal en wordt slechts af en toe door enkele vocale passages onderbroken. In 'Opus III: The Origin Of A Curse' mag zanger Clay Barton zich al iets meer manifesteren, maar de band blijft het sterkst tijdens de uitgebreide instrumentale passages. Deze vorm van doorleefde Prog Metal zal niet iedereen weten te verrassen, maar de plaat is in elk geval het 'checken' eens waard!

Icarus Witch

Songs for the Lost

Geschreven door

Cruz del Sur, het label van Icarus Witch, heeft een vruchtbaar jaar achter de rug. Na het schitterende ‘Hardworlder’ van Slough Feg, werden onlangs opnieuw twee pareltjes uitgebracht. Naast het nieuwe album van Ignitor levert men met de nieuwe langspeler van Icarus Witch een lekkere pot  heavy metal.

Met ‘Songs for the Lost’ bewijst Icarus Witch dat het niet altijd nodig is om vernieuwend uit de hoek te komen. Waarom zou je immers halsbrekende toeren uithalen om aan de trend van vernieuwing te voldoen, wanneer je genoeg capaciteiten in je marge hebt om met een oude succesformule een schitterend album te kunnen afleveren.
De heren van Icarus Witch brengen overtuigende enthousiaste heavy metal. Lekkere riffs, snijdende gitaarsolo’s, enthousiaste en opzwepende teksten, een boeiende zanger, noem maar op. Alle elementen om een geslaagd album te serveren zijn hier aanwezig, inclusief rustpunten (vb:“The Sky is Falling” en “Smoke & Mirrors”) om het album de nodige variatie te bieden.
Wie ondertussen begon te vrezen voor de originaliteit van het album, kan ik gerust stellen. Hoewel ik hier en daar wat invloeden meen te herkennen van grootheden als Queensryche, Rainbow, Judas Priest … , beschikt Icarus Witch voldoende over een eigen identiteit, om ook de oude rotten binnen het metalgebeuren te kunnen boeien.
Hoewel ‘Songs for the Lost’ over het algemeen een erg hoog niveau aanhoudt, schieten Def Leppard cover “Mirror Mirror” en “Queen of Lies” er voor mij nog net iets boven uit. De grootste verdiensten hiervoor vallen te beurt aan respectievelijk, Joe Lynn Turner (ex-Rainbow, Deep Purple and Yngwie), die voor de gelegenheid mocht komen meezingen en de vaste zanger van de band, Matthew Bizilia. Beide heren hanteren hun stem met grote klasse waarvoor ik niets dan bewondering kan uiten.

Liefhebbers van een gevarieerde pot stevige heavy metal kunnen ‘Songs for the Lost’ volgens mij blind aanschaffen. Ze zullen er gegarandeerd geen spijt van hebben.

St. Vincent

St. Vincent: talentrijke singer/songschrijfster Annie Clark heeft het publiek in haar greep

Geschreven door

Annie Clark maakte deel uit van de begeleidingsband van Polyphonic Spree en Sufjan Stevens. Ze nam dan de tijd haar eigen project St.Vincent uit te werken. Een glimp van haar werk hoorden we al toen ze solo optrad in de Vooruit te Gent als support van Stevens.
De frêle jongedame heeft een hemels sferisch debuut uit, ‘Marry me’, dat lieflijk, teder als verbeten, overstuurd klinkt. De dromerige songs hebben soms een vleugje triphop en jazz of kunnen ietwat krachtiger zijn. Kortom, Clark schreef knap in elkaar gestoken eenvoudige, subtiele songs, die een dosis avontuur kunnen bevatten door de onverwachtse wendingen.

Live hoorden we een fijn, relaxt, sfeervol en aangenaam concert, waarbij ze onder de indruk was van de pittoreske Rotonde; ze gaf zelfs de lichtman lovende woorden. Ze had het gevoel als een visje in een aquarium op te treden.
Ze werd begeleid door drie groepsleden, regelrecht onttrokken van een Amerikaans schoolbal. De dromerige songs kregen zeggingskracht door elektronica, toetsen, viool en een bezwerende percussie, waarbij Clark speelde met haar stem en vocoder.
”Jesus saves I spend” was een aardige opener, gevolgd door de titelsong. Ze kregen een zigeunerklank. De single “Now, now” klonk snedig en kon rekenen op een sterke respons. Het was deugddoend voor de band, die na hun tournee in de UK de Belgen een warm en erg vriendelijk publiek vond. St.Vincent speelde een voorbode van de kerst met songs als “All my stars aligned”, “The apocalypse song” en “What me worry?”. Het tempo dreef ze op met triphopbeats op “Landmines” en “Your lips are red”, die een donker, dreigende ondertoon hadden. “Paris is burning” was de finale van de set: van uiterst sfeervol tot een  krachtig eind!
Annie Clark besloot solo terug te keren: “These days” (van Jackson Browne) en een PJ Harvey gerelateerde song, werden bepaald door haar subtiel gitaarspel en heldere stem. Een schitterend eind.

Met haar intieme en bedreven dromerige indie freefolk had St.Vincent ons gaandeweg in haar greep …van een onwennig aanvoelen naar een duidelijke overtuigingskracht, wat dit talent in de voetsporen bracht van Feist, My Brightest Diamond, Joan As Police Woman, Tori Amos en Kate Bush.

’Puddle City Racing Lights’ is de eerste worp van het Britse Windmill onder de weirdo zanger/componist/toesenist Matthew Dillon, die deze maal enkel was begeleid door een drummer. Met z’n hoog neurotisch heliumstemmetje overdonderde hij de intieme, sobere songs à l’improviste met lappen tekst.
Een dosis humor, dagdagelijkse leuke ervaringen en zelfrelativering gaven elan aan de korte set. “Fluorescent lights” en “Tokyo moon” waren de absolute hoogtepunten, die door de psychedelica sterk neigden aan Wayne Coyne’s Flaming Lips. 

Organisatie: Botanique,Brussel

Black Rebel Motorcycle Club

Black Rebel Motorcycle Club: B.R.M.C. geeft kritikasters lik op stuk

Geschreven door

Na drie door pers en publiek erg gesmaakte albums en een stilte van twee jaar bracht Black Rebel Music Club (aka B.R.M.C.) dit voorjaar ‘Baby 81’ uit. Deze nieuwe worp werd door musicsites als Allmusic en Pitchfork echter prompt de grond ingeboord vanwege te afgelijnd, de nieuwe nummers kregen nauwelijks radio airplay en de groep leek deze zomer wel verbannen naar kleinere festivals zoals Dour. Het Amerikaanse trio blijkt door de jaren heen echter genoeg trouwe fans te hebben verzameld om moeiteloos zalen zoals de Botanique of, zoals afgelopen donderdagavond, Le Grand Mix te vullen.

De steevast in zwart gehulde heren lieten de mindere respons op ‘Baby 81’ alvast niet aan hun hart komen en stopten stomende versies van nieuwe nummers zoals “Took Out a Loan”, “Berlin” en “666 Conducer” helemaal voorin de set. Op dat laatste album grijpt de groep terug naar haar voorliefde voor de noisy Britpop van Jesus & Mary Chain, Oasis en Ride, maar live werd even goed ruimte gelaten voor het americana geluid ten tijde van ‘Howl’; het titelnummer van dit vorig album uit 2005 werd ingeleid door een krakkemikkig monotoon orgeltje; op “Ain’t no Easy Way” en “Faultline” speelden akoestische gitaar en mondharmonica een hoofdrol terwijl “Promise” werd begeleid door de onwaarschijnlijke combinatie van piano en schuiftrompet.
Live werd een mooi evenwicht behouden tussen intimistische folk en bluesy noiserock door nummers uit ‘Howl’ in de set te integreren tussen klassieke nummers uit de eerste twee albums zoals “Stop”, “Love Burns”, “Spread Your Love” en “Red Eyes and Tears”. Hierdoor profileerde B.R.M.C. zich het ene moment als een gitaargroep met respect voor folktradities en het andere moment als een americana band met een gezonde voorliefde voor breed uitwaaierende gitaarnoise. Uniek aan elk B.R.M.C. optreden is de synergie tussen gitarist Peter Hayes en bassist Robert Turner die afwisselend de bezwerende lead vocals voor hun rekening nemen.
Een onbetwist hoogtepunt van deze wisselwerking was het ruim 10 minuten durende “American X”, een neopsychedelische song uit ‘Baby 81’ die de band oprecht opdroeg aan hun roadies en het eerste deel van het bijna twee uur (!) durende optreden afsloot.
Zowel publiek als groep hadden duidelijk zin in een zinderende bisronde die werd ingezet met twee vergeten klassiekers uit ‘Take Them On, On Your Own’ uit 2003, nl. “In Like the Rose” en “Six Barrel Shotgun”. Na een diepgravend “Salvation” kon slechts één nummer nog de kers op de taart van Sinterklaas zetten. “I fell in love with a sweet sensation, I gave my heart to a simple cause, I gave my soul to a new religion, whatever happened to you?”, een chorus dat tot driemaal toe luidkeels werd meegeschreeuwd door ondergetekende op “Whatever Happened to My Rock’n’Roll”, tot nader order nog steeds hét B.R.M.C. anthem bij uitstek!

Alhoewel minder radiovriendelijk en minder hype-gevoelig dan pakweg The Strokes, Interpol en The White Stripes verdient dit sympathieke drietal nu meer dan ooit een plaats in het rijtje van toonaangevende Amerikaanse revival gitaaracts anno de jaren 2000.

Normaal gezien zijn vooroordelen niet besteed aan ondergetekende, maar voor een voorprogramma dat luistert naar de naam Skweeze Me Pleeze Me wil ik wel graag een uitzondering maken. Getooid in oversized sunglasses en zanikend in een soort Frans Engels (ook wel Franglais genoemd) kon je dit lokaal talent moeilijk verdenken van enige podiumpresence. Een goed half uur en anderhalf beklijvend nummer verder bleek de slotconclusie dan ook: ander en beter, goed geprobeerd, close but no cigar ... kortom een zonde van onze kostbare tijd en een hemelsbreed verschil met wat nog komen zou...

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

The Tellers

The Tellers: aanstekelijk charmante eenvoud

Geschreven door

The Tellers waren nog maar pas terug van een succesvolle - en naar eigen zeggen: erg vermoeiende - tournee doorheen België, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Scandinavië. De band zag deze tournee finaal beloond met een tweeluik uitverkochte concerten in de immer gezellige Rotonde van de Botanique en in de AB Club daags nadien. De piepjonge snaken van The Tellers, uit het Waalse Bousval, speelden een verrassend pittige en aanstekelijke set! De talrijk opgekomen jonge bakvissen volgden gedwee in hun kielzog.
Zanger Bailleux-Beynon en gitarist Blistin vormen de kern van het officieel tweekoppige The Tellers maar worden live aangevuld met een (over)enthousiaste bassist en een drummer waar het speelplezier van afdruipt. Deze aanvulling is broodnodig want wanneer drummer en bassist even plaats maakten voor een solomoment van het stichtende duo kon de muziek heel wat minder beklijven. Met zijn vieren rockt het geheel, met extra aanvulling voor akoestische gitaar en de minimale begeleiding, veel meer en krijgen de songs een heel andere en merkbaar sterkere dimensie.

De set schoot met het catchy “If I say” en “More” meteen stevig uit de startblokken. Gedreven op enthousiasme en spontaniteit volgden zowat alle nummers van op hun debuutplaat ‘Hands Full Of Ink’ en hun eerder uitgebrachte EP ‘More’. “Second Category”, ook gebruikt als begeleidende muziek voor een reclamespot van Canon, en “Hugo” konden op heel wat bijval rekenen bij het opgekomen, vooral Franstalige, publiek. Beide songs zijn hits in Wallonië maar ook bij ons op o.a. Studio Brussel - terecht - niet over het hoofd gezien. De herkenbare, bijna banale, riedeltjes waren alvast ook bij ons tussen de oren blijven hangen en typeren het ietwat naïeve, maar daarom niet minder briljante, geluid van The Tellers. Passeerden ook nog de revue: het atypische en tamelijk duistere “Holiness”, het ingetogen “The Darkest Door”, de bescheiden rocksong “Confess”, het heerlijke reggae-aandoende “Prince Charly” en, als één van de hoogtepunten “He gets High” waarbij de overijverige bassist een kwart van de zaal op het podium toeliet (inclusief enkele look-a-likes).

The Tellers zijn dan misschien nog tamelijk groen achter de oren en geven dan nog wel blijk van weinig podiumervaring, toch kan je in alles zien en voelen dat er zich nog behoorlijk veel potentieel in deze band schuilhoudt. Iets zegt ons dat het Welsh accent, dat zorgt voor een wel heel herkenbaar melancholisch stemgeluid, van Bailleux-Beynon er voor kan zorgen dat de band doorbreekt over de taal- en landgrenzen heen. Aangevuld met het muzikale brein van Blistin (tijdens de set kan je perfect aanvoelen dat hij het muzikaal voor het zeggen heeft) doen The Tellers ons enorm denken aan bands als The Kooks en een wel heel brave (en semi-akoestische) versie van The Libertines. Het klinkt allemaal bijzonder veelbelovend en prikkelt zeker niet minder onze nieuwsgierigheid van wat deze band in de toekomst nog voor ons in petto heeft.

Talking To Teapots uit Kristianstad - Zweden, 2 jaar terug al te gast in de Gentse Kinky Star, verzorgde een eigenzinnige support met duidelijke invloeden van Pavement en Captain Beefheart. Sterke, afwisselende nummers die soms ‘Zappaiaans’ aandeden. Debuutalbum van deze Zweden: ‘The Re-Creation Of All Things’.

Organisatie: Botanique, Brussel

The Fiery Furnaces

Widow City

Geschreven door

The Fiery Furnaces hebben er zo een beetje hun handelsmerk van gemaakt om de luisteraar telkenmale op het verkeerde been te zetten. Elke song verandert evenveel van tempo als van melodie, een fijne pianoriedel wordt zonder omkijken plotsklaps omgezet in luide gitaren en het ritme wordt om de haverklap gewijzigd. Op de duur weet je niet meer in welke song je zit. Er staan er zestien op ‘Widow city’ maar het zijn er precies wel 56. Maar let wel, de formule die zij toepassen is uniek en geslaagd en met geen enkele andere band te vergelijken.
Het is een avontuurlijke klotsende cocktail ontsproten uit het creatieve brein van twee boeiende figuren,  broer en zus Matthew en Eleanor Friedberger. Ongetwijfeld moet hun kop overlopen van zotte ideeën  en geschifte gedachten. Wat er uit komt is van een ongeëvenaarde muzikale genialiteit en spitsvondigheid. U zal misschien compleet gek worden van al die tempowisselingen en plotwendingen, wij daarentegen vinden dit bijzonder knap en geestig.

Scorpions

Humanity – Hour 1

Geschreven door

Deze sympathieke Duitsers uit Hannover komen drie jaar na 'Unbreakable' (2004) op de proppen met een nieuw album. Wie voorheen niet van de Scorpions hield zal ook nu weer niet gecharmeerd worden door 'Humanity - Hour 1'. De periode dat de Scorps het grote publiek nog konden bereiken ligt immers al een tijdje achter ons. Na het uitbrengen van enkele vrij zwakke albums eind vorige eeuw ('Pure Instinct' (1996) en 'Eye II Eye (1999) keerden zelfs vele die-hard fans de band definitief de rug toe. Na wat symfonische en akoestische uitstapjes sloeg de band keihard terug met het uitstekende 'Unbreakable' uit 2004.
Het uitbrengen van 'Humanity  Hour 1' gaat gelukkig niet gepaard met een drastische muzikale koersverandering. Er werd immers gevreesd dat de band hun sound opnieuw wou moderniseren. Gelukkig niet en daarom klinkt dit nieuwe album lekker vertrouwd en typisch Scorpions. Het titelnummer vormde de 'leading song' in Brussel, eind maart, tijdens de Europese feestelijkheden. 'Hour 1' is ook een beetje een conceptplaat geworden over de neergang van onze aardkloot. De songs zitten prima in elkaar. Heel wat leuke riffs en gitaarsolo's verblijden onze oren en de zang van Klaus Meine is nooit beter geweest. Ballads en Up-tempo rockers wisselen ook nu weer traditioneel elkaar af. Mede door de ijzersterke productie van Desmond Child (die ook backingsvocals leverde en meeschreef aan enkele songs) is dit één van de allerbeste Scorpions platen van de voorbije 15 jaar! Qua stijl en sound doet dit album me vooral denken aan het uitstekende 'Savage Amusement' uit 1988 en dat is een erg groot compliment. Deze Duitse veteranenploeg doet het nog steeds prima en blijkt nog steeds in staat om een stevig potje te rocken.

Zaphayael

Zaphayael

Geschreven door

Zaphayael is een éénmansproject, die naar eigen zeggen ‘Blazing Melodic Metal’ brengt. Een term die naar mijn bescheiden mening de lading zeker denkt. Viktor Walschaerts, het brein achter deze band, scharrelde voor de opnames twee gastmuzikanten bijéén, die hun instrumenten aardig weten te hanteren, namelijk Jonas Messiaen (Angor Pectoris, Ex-Dusk en Ex-Head-on) en Koen Torremans (Vinternatt).

Naast de muzikale prestaties, die deze drie heren brengen, is ook de productie die in eigen handen genomen werd, bijzonder goed. Helaas maakte men gebruik van een drumcomputer om de kosten te drukken. Net als bij andere groepen die hiervan gebruik maken, kreeg ik een onnatuurlijk gevoel, wat ook niet onlogisch is.
Toch is dit enige minpunt niets in vergelijking tot de rest van de muziek. Zaphayael brengt met deze demo donkere melodische ‘black metal’, van hoge kwaliteit. De 23 minuten durende demo, vloeit door de boksen als één goed doordacht geheel. De melodielijnen overheersen dit geheel, waarbij vooral de synthesizer-elementen een meerwaarde bieden.
De demo telt slechts drie nummers, maar elk nummer toont op een andere manier de pracht van het album aan. Dit zorgt voor heel wat variatie. “As the Day Fades Into Night” opent het album op een rustige melodieuze manier het album, om vervolgens voort te vloeien in overwegend razendsnelle “Zoerselbos”. Beide nummers zijn grotendeels instrumentaal, al komt in de opener van het album een mysterieus klinkende verhalende stem naar boven, gevolgd door occasionele screams. “My Paragon”, daarentegen, wordt de eerste twee minuten ondersteund door grunts. Doordat de muziek ervoor gemaakt lijkt en het grunten wordt beperkt tot een minimum, brengt het een mooie aanvullende variatie, zonder te gaan vervelen.

Gelukkig liet Viktor zijn plannen niet langer in de kast liggen en waren beide gastmuzikanten bereid hun bijdrage te leveren aan het geheel. Zaphayael levert hier namelijk een meer dan behoorlijk debuut af. Laat ons hopen dat er al gauw een vervolg wordt afgeleverd, van deze band wil ik zeker meer horen!

Oi Va Voi

Oi Va Voi

Geschreven door

Het Londense Oi Va Voi verraste in 2004 met de cd ‘Laughter through tears’. Een exotische cocktail van pop, wereldmuziek, hoempapa en Balkan, wat smaakvol werd ontvangen. De band beschikte toen over zangeres KT Tunstall en violiste Sophie Solomon.
De band heeft voor deze opvolger de twee verliezen voldoende kunnen opvangen en heeft een tweede sterke plaat klaar, die per beluistering z’n subtiliteit prijsgeeft. Met hulp van zangeres Alice McLaughlin, is de muzikale aanpak breder en sfeervoller; af en toe klinkt het Londens gezelschap zwierig, fleurig en fris, door zigeunerklanken, folklore en Balkanpop. “Yuri”, “Balkanit”, “Dry your eyes” en het korte “Spirit of Bulgaria” geven een kleurrijke sound. Een volstrekt unieke band die live duidelijk extraverter klinkt.

Night Ranger

Hole In The Sun

Geschreven door

Negen jaar na ‘Seven’ is er eindelijk een nieuw Night Ranger album. Na maanden beluisteren blijf ik dit een lastig album vinden om te bespreken. Mijn verwachtingen waren immers erg hoog gespannen. Ik verwachtte een bom à la ‘7 Wishes’ (’85) of ‘Big Life’ (’87), zeker nu de band ook tekende bij Frontiers Records. Aanvankelijk bleek deze nieuweling een erg teleurstellende plaat maar na ettelijke luisterbeurten werd ik toch wat enthousiaster. Doch ‘Hole In The Sun’ verbleekt bij de klassieke Night Ranger albums maar los van elke vergelijking is dit toch een vrij aardig Melodic rockalbum. Net zoals Toto & Journey maakte de band voor Frontiers een vernieuwend, modern rockalbum, zonder dat de plaat echt als ‘killer’ kan gecatalogiseerd worden. De line-up voor dit album is deze van de reünie line-up van 1996 (Jack Blades, Brad Gillis, Jeff Watson & Kelly Keagy). Enkel keyboardspeler Alan Fitzgerald werd vervangen door Michael Lardie, die eerder bij Great White aan het werk was. Ondertussen werd ook deze vervangen door Pride Of Lions keyboardist Christian Cullen.
Op ‘Hole In The Sun’ staan 12 goede tot uitstekende melodic rocksongs die zeker het beluisteren waard zijn! Dat de band zich heeft vernieuwd is meteen duidelijk als je de heavy openingstrack: “Tell Your Vision” hoort. Enkel de ballade: “There Is Life” (dat opvallend veel gelijkenissen heeft met “Sister Christian”) doet nog aan het oude Night Ranger denken. De gitaartandem Watson/Gillis haalt af en toe enkele stevige riffs uit de kast. Dit is dan ook een echte gitaarplaat want er zijn erg weinig keyboards te horen. De meeste songs werden ingezongen door bassist Jack Blades maar ook drummer Kelly Keagy mag hier en daar een song zingen.
Conclusie: zeker geen slecht rockalbum, al is het wel even wennen aan de gemoderniseerde Night Ranger sound. Als je een grote fan was van het klassieke Night Ranger is het toch wel even wennen en daarom kan ik dan ook iedereen aanraden de plaat voor aanschaf toch even aan een luisterbeurt te onderwerpen. Vernieuwend klinkt Night Ranger in elk geval. Of alle fans de band hierin zullen volgen durf ik sterk te betwijfelen.

Crystall Ball

Secrets

Geschreven door

Het Zwitserse Crystal Ball is met ‘Secrets’ toe aan zijn zesde album. In de lijn van hun grote voorhangers, Krokus brengen ze zoete hardrock, met wat powermetal-invloeden, die door velen gesmaakt zal worden.

Als we de platenmaatschappij mogen geloven, is er niet veel nood om de visie van deze band te veranderen. Het succesverhaal duurt volgens hen al zes albums lang en de formule die de band hanteert, bleek volgens hen ook deze maal tot een topalbum te leiden.
Dat er met ‘Secrets’ een zeer aangenaam album wordt afgeleverd, zal ik zeker niet ontkennen. Maar om nu te zeggen dat we hier een topalbum voorgeschoteld krijgen, zou ik erg overdreven vinden. Daarvoor blijft het allemaal net iets te braaf naar mijn mening. Openingsnummer “Moondance” slaagt erin mijn aandacht op een zeer positieve wijze te trekken, waarbij voornamelijk de hese charismatische stem van Mark Sweeney mij kan bekoren. Ook “I Will Drag You Down” blijft hierdoor een interessant nummer.
Toch slaagt Sweeney er niet in, om mij met mijn gedachten bij het album te kunnen houden. Het derde nummer, “Minor Key”, is net als de erop volgende nummers zeker niet slecht te noemen. Eigenlijk valt er bijzonder weinig op te merken aan de kwaliteit van de nummers of de productie. Doordat het echter allemaal zo braafjes blijft, zou ik de CD niet aanraden aan wie er met volle teugen wil van genieten. Als achtergrondmuziek tijdens het werk of om rustig mee in slaap te vallen (niet slecht bedoeld) blijkt ‘Secrets’ echter wel een uitstekende keuze te zijn.

Liefhebbers van wat rustigere, maar technisch goed uitgewerkte hardrock, zullen dit album wellicht met open armen ontvangen. Voor mij klinkt het, ondanks de muzikale prestaties, toch bijlange niet interessant genoeg om mij te kunnen blijven boeien.

Architecture In Helsinki

Places like this

Geschreven door

Dit uitgebreid gezelschap uit Australië kreeg voet aan grond te Europa met de tweede cd ‘In case we die’: speels, ontspannende en aanstekelijke sprookjesachtige popsongs. Door het succes brachten ze in het voorjaar zelfs een remixplaat.
’Places like this’ is de nogal snelle opvolger en klinkt éénvormiger, maar bijgevolg ook minder gevarieerd, fris en plezierig. De spanning, de speelse ritmes, de diverse tempowisselingen en de onverwachtse wendingen zijn minder aanwezig. Een handvol nummers intrigeren op die manier, waaronder “Heart it races”, “Hold music”, “Like it or not” en “Debbie”, wat me doet teruggrijpen naar hun vroeger werk. Of  waren we misschien al te veel gewend van deze band …

KT Tunstall

Drastic Fantastic

Geschreven door

KT Tunstall, een lieftallige,  mooi ogende, jonge Schotse dame van Chinese origine, maakte een paar jaar terug deel uit van het Londens worldfolkpopgezelschap Oi Va Voi. Ze verliet de band om een solocarrière uit te bouwen, wat al aardig lukte met het debuut ‘Eye to the telescope’, anderhalf jaar geleden: sfeervolle, melancholische en aanstekelijke gitaarpoprock, waarin folk- en countryinvloeden zijn te horen.
De opvolger ‘Drastic Fantastic’ laat een zelfverzekerde dame horen; lekker in het gehoor liggende poprock van een talentvolle singer/songschrijfster, die zich meteen naast een Melissa Etheridge of een Liz Phair weet te plaatsen.
De songs worden bepaald door een subtiel en snedig melodieus gitaarspel, kleurrijke toetsen en een bezwerende percussie, gedragen door haar heldere vocals.
”Hold on” en “I don’t want you now” zijn soepele popsongs. “Saving my face” kon zo op de plaat van Damien Rice staan en “Beauty of uncertainty” is spannend opgebouwd. “Paper aeroplane” besluit op een uiterst sfeervolle wijze.
Kortom, KT Tunstall heeft hapklare, fijn uitgebouwde popsongs klaar!

Black Mountain

Black Mountain: overrompelend

Geschreven door

Het Canadese Miracle Fortress had 2 drummers (staand !) in hun rangen die er enthousiast op los mepten. Het geluid van deze band is niet in een vakje te steken, het varieert van licht psychedelisch naar berekende noise met de zang wat naar achteren gemixt, een beetje zoals bij vergeten bands The Pale Saints of The Rain Parade.
In hun korte set speelde dit vijftal enkele vernuftig in elkaar gestoken songs voor een vrij enthousiast publiek. Voorwaar een aangename kennismaking met een bandje die ons totaal onbekend was.

Een bijzonder uiteenlopend publiek was gekomen voor Black Mountain, variërend van metalfans tot hippe alternatievelingen. Wat ons ook niet verwonderde, want Black Mountain spreekt verschillende muziekliefhebbers aan met hun mix van stonerrock, lo-fi, zweverige pop, psychedelica en krachtige americana. Wij waren vooral naar hier gekomen omdat we begin dit jaar sterk onder de indruk waren van hun fantastische titelloze debuutalbum waaruit hier amper twee songs werden gespeeld, het furieuze “Don’t run our hearts around” en het dreigende “Drugonaut”.
Voor de rest was de set volledig gevuld  met materiaal van het nieuwe album dat in februari moet verschijnen. En, beste mensen, bestel al maar een exemplaar, want het nieuwe werk klonk zo overweldigend dat we er nu nog niet goed van zijn. Die prachtige zweverige stem van Amber Webber ! die lekkere groovy keyboards ! die openbarstende gitaren ! Die bezwerende songs ! Alles was aanwezig.
Black Mountain ontpopte zich de ene keer als een donkere stoner rock groep, de andere keer als een Americana band met tweeledige zang (denk My Morning Jacket,) nog elders als een psychedelische kosmische trip.
Hun slotnummer van zowat 15 minuten bracht ons in hogere sferen. Het was de apocalyps  van een indrukwekkend, stevig en overrompelend concert. Wij waren high zonder dat we aan het stuff hadden moeten zitten.

Verder nog een flinke pluim op de hoed van de plaatselijke dj die tussen de optredens door de meest fantastische stonerrock en de meest weirde sixties muziek met elkaar in het huwelijk deed treden, uiterst groovy.  Een welgemeende thank you.

Organisatie: Trix, Antwerpen

The Fiery Furnaces

The Fiery Furnaces + Enon: fijne dubbelaffiche!

Geschreven door

Enon is een trio dat al een tijdje meedraait in de underground, weliswaar onder verschillende bezettingen. Ze speelden vanavond krachtige, korte songs voorzien van de nodige fuzz en distortion waarbij er wel eens uitstapjes richting noise werden gemaakt. Het deed een beetje denken aan Mc Clusky of een wilde versie van Blonde Redhead. De afwisseling van de vocals tussen de bevallige bassiste Toko Yasuda en gitarist John Schmersal bracht een welkome variatie  en zorgde er voor dat enige vorm van eentonigheid uit het geluid werd geweerd. Enon speelde op eerdere platen een mengeling van rock, noise, en industrial. Hier werd vooral de kaart van gebalde straightforward rock getrokken, net als op hun nieuwste plaat trouwens.  Lekker stevig ! Volgende afspraak in de Kreun, Kortrijk op 10 februari 2008!

Wat The Fiery Furnaces hierna presteerden was uiterst knap. Wat normaal een duo is, broer en zus Matthew en Eleanor Friedberger, is op het podium uitgebreid tot een viertal, maar wel zonder gitaren. Geen nood, een gitaar misten we hier niet, en dat hadden we vooral te danken aan de scherpe en scheurende gitaarklanken die Matthew Friedberger uit zijn keyboards toverde. Zusje Eleanor Friedberger nam enkel de vocals voor haar rekening en bracht haar songs met een punk spirit die we ook aan Patti Smith zouden toe eigenen, een punk spirit die nog werd versterkt door de enthousiast spelende bassist en drummer die voor de live optredens aan The Fiery Furnaces worden toegevoegd.
De band heeft  de laatste jaren een volkomen uniek eigen sound ontwikkeld die zich vertaalt in sterke songs die bol staan van de weerhaken en tempowisselingen. Op een podium verloren deze songs niets van hun subtiliteit en klonken ze even spannend als op hun platen. Dat hadden we meteen al door  toen de band de set opende met het zeven minuten durende “The Philadelphia grand jury” die ook al de prachtige opener is van het nieuwste album ‘Widow city’. De set was verder een mooie greep uit de zes platen die deze band in amper 4 jaar hebben gemaakt (productief bandje, alleszins) en werd nog een stuk vinniger naar het einde toe. Ze hadden er duidelijk zin in, te merken aan het enthousiasme en de spontaniteit die op het podium werden tentoongespreid.

Fijne avond in een bijzonder aangenaam concertzaaltje.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Fixkes

Fixkes: laidbackpop in een cool dialect

Geschreven door

Op een goed jaar tijd is het Antwerpse Fixkes een begrip geworden. Hun eerste single “Kvraagetnaan” haalde vanaf februari de nummer 1 notering in de Ultratop en hield het maar liefst 16 weken vol.
Fixkes, een vijftal uit Stabroek, onder singer/songwriter Sam Valkenborgh, heeft een eenvoudig recept klaar: de pop van Gorki, Kowlier, Doe Maar, Spinvis en de hiphop van ‘t Hof op z’n Stabroeks samenbrengen, gedragen door z’n de zachte, ingetogen, hese fluisterzang.
Vorig jaar traden ze nog op als support act van Stijn. De voorspelling definitief door te breken kwam uit …Hun world is happy now. Geloof is een schone zaak hé. Een zesde man op conga’s vervoegde de band. Tandje bij, wat de sound van hun zeemzoete liefdespop in z’n geheel ten goede kwam.

Het was een speciale avond voor ‘den Bruno’, zoontje van Luc Devos, die zeven jaar werd. Hij zette het refrein in van een mooi uitgewerkt “Kvraagetaan”, wat op heel wat sympathie kon rekenen. Fijne momenten zeg je tegen zoiets …
Hun debuut, verschenen op het Nederlandse Excelsior label, stelden ze volledig voor. “Stabroek” werd akoestisch toongezet door Sam. Sommige nummers als “Lepeltje”, “Pistoleke” en “Oepternief” klonken sfeervol door mondharmonica, conga’s en vibrafoon. De nieuwe single “Ongelukkig” was samen met “Ik eb tijd” uiterst sober …wat stem en akoestische gitaar allemaal kunnen doen.
Ook de andere kant van Fixkes was te horen: “Vrijdagajond”, toen broer/drummer Jan stevig rapte,  een puur rockend “Www.30er.be” en “Geire zien”, de ultieme popparel om de set te besluiten. “Alles komt terug” en “In de Lommerte”  kregen een push forward door accordeon en mondharmonica. Een mooie finale.

Hoewel de zang van Sam eigenlijk redelijk beperkt is, hoorden we van de Fixkes een leuk concert vol lekker in het gehoor liggende fijne Vlaamstalige liedjes. Laidbackpop in een cool dialect.

Fait d’Anvers op z’n beurt, komt uit dezelfde stal als Fixkes en hebben drummer Jan gemeen. Zij zorgden alvast voor een feeststemming door pop, rock, folk, blues, hoempapa, gipsy en Balkan in verschillende talen te brengen: van Antwerps, Nederlands naar Frans tot in het Engels. Het waren grotendeels songs met een meezinggehalte waaronder “Gypsy queen” en “Mor allee”. Fixkes, niet getreurd, ook Fait d’Anvers staat op de lijst om zo’n potentiële “Kvraagetaan” op Vlaanderen af te vuren.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Apocalyptica

Apocalyptica: hooggespannen snaren

Geschreven door

Het Finse Apocalyptica uit Helsinki kwam tien jaar geleden in de belangstelling met ‘Apocalyptica plays Metallica’, waarbij ze een handvol nummers met hun cello’s aanpakten, wat de aanzet was om klassiek met rock en metal te mengen. Deze muzikale formule werkt nog steeds. In de vijf cd’s gingen ze creatief om met klassieke componisten, waren er o.a. enkele Slayer en Sepultura songs, en namen ze eigen songs op met vocale hulp van diverse artiesten waaronder Nina Hagen, Tim Lindemann (Rammstein) en Corey Taylor (Slipknot, Stone Sour). Ze vergaten zelfs deze songs niet in hun anderhalf uur durende liveset, ook al kwamen de guestvocalisten niet mee; een set van sfeervolle en zware klanken cello’s en hooggespannen snaren, die de indruk gaven van een metalgitaar of een diepe bas. Aan het klassieke Apocalyptica geluid van vier cello’s werden helse mokerslagen van drums toegevoegd, wat duidelijk een meerwaarde was.

De Finnen hebben een nieuwe plaat uit ‘Worlds collide’. De imposante hoes van een cello met arendsvleugels en doodskop werd geprojecteerd. Op het podium stonden vier grote stoelen uit het Vikingtijdperk in dezelfde doodskopstijl opgesteld; belangvolle pijlers, die de sound kracht bijzetten. Eén voor één betraden ze het podium, en zetten ze de sfeervolle titelsong “Worlds collide” in. Al snel veerden drie van de vier Finnen overeind, keken op naar hun fans, ‘headbang-den’, lieten de lange haren wapperen en straften hun cello’s op “Refuge/Resist” van Sepultura..Een meesterlijk beheerst cellospel, opgezweept door de drums. “I‘m not Jesus”, “Grace”, “Ion” en “Last Hope” haalden ze uit de recentste cd. Enkel op “SOS” en “Helden”, de cover van David Bowie, misten we de zeggingskracht van de huiveringwekkende zang op plaat.
Het vijftal werd op handen gedragen. Verbluffend wat ze met hun strijkstok verwezenlijkten. “Seek & destroy” en “Enter sandman” van Metallica zaten laat in de set. De bis vatten ze zelfs aan met “Nothing else matters”, puur klassiek en ontdaan van enige franjes. Hun arend strandde definitief met het krachtig klinkende “Seemann”.

Apocalyptica behandelde hun cello’s ruig en ruw, als zacht en harmonieus. Heerlijk om je te laten meeslepen in de straffe kost die Apocalyptica serveerde!

De Duitse gothic rock band Lacrimas Profundere is mee op tournee. Het kwintet bleef overeind met boeiend materiaal, ergens tussen de wave van Eldritchs Sisters, Bauhaus, The Mission en de snedige rock van The Cult.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

The Robber Zany Band

Funny Face

Geschreven door

The Robber Zany Band is een studioproject van een pak muzikanten onder Frans Willems. Muzikaal uitgangspunt: een variëteit bieden van pop, jazz en blues, doorspekt van een vleugje reggae en retrorock. De songs zijn melodieus goed onderbouwd, uitgediept en uitgekristalliseerd. Ze klinken kleurrijk door Hammond, organ en blazers, gedragen door de grauwe, emotievolle vocals van Yvo Heylen en vrouwelijke backing vocals.
The Robber Zany Band put uit elke stijl wel iets en weet dit in puike, vaardige en uiterst genietbare songs te gieten, ergens tussen Roland, The Rhythm Junks, Savana Station en Gruppo Sportivo.

Info op www.robberzany.com

Bitkit

Logical

Geschreven door

Bitkit is het muzikaal project van Gunther Wyckmans, een jonge gast van in de twintig, die zich nestelde binnen het dancemilieu. ‘Logical’ is de samenvatting van z’n muzikale ervaringen als DJ en electronicafreak. In navolging van een Regi en Tiësto horen we acht pompende tracks van trancegerichte, broeierige, opzwepende technotracks en soundscapes. Het ideale voer om je zaterdagnacht in te zetten…

Info op  www.bitkit.be

Pownd

Circle Of Power

Geschreven door

Headbangers aller landen verenigt U want hier is Pownd! Pownd is de nieuwe metaalsensatie uit Kentucky.
De band tekende voor ‘Circle Of Power’ bij het befaamde Lance King label: Nightmare Records. Dit debuut liet in thuisstaat Kentucky een overweldigende indruk na. Een dergelijk gevoel wekt ‘Circle Of Power’ alvast niet bij mij op. De plaat raakt mij niet, ook niet na ettelijke luisterbeurten. Bij Pownd draait alles rond broertjes Duncan. Michael Duncan is de songwriter en ook de zanger van de band. Zijn broer Ronnie zorgt voor het gitaargeweld.
‘Circle Of Power’ staat vol stevig, brute, soms agressieve metalsongs. De plaat rockt als hel maar helaas blijven de melodieën niet hangen. Pownd verwerkt slim ook wat progressieve elementen in hun sound en mede door de Queensryche-achtige vocals (al kan Michael Duncan zeker niet tippen aan Geoff Tate) klinkt de band ook soms ‘eighties’. Geen echte uitschieters, of het moet de powerballade “Never Means Forever” zijn. Niet echt mijn ding deze debuutplaat van Pownd maar ongetwijfeld zullen liefhebbers van ruwe, compromisloze metal ook hierin wel hun gading vinden.

Pagina 491 van 504