logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15613 Items)

The Smashing Pumpkins

Zeitgeist

Geschreven door

Het is niet omdat de nieuwe Pumpkins hard, gemeen en stevig klinkt, dat het daarom een goede plaat is geworden. Trouwens, in hoeverre kunnen we hier echt spreken van een Smashing Pumpkins reünie ? Op vandaag is de groep immers herleid tot enkel boegbeeld Billy Corgan en drummer Jimmy Chamberlain. Geen spoor van D’Arcy  of James Iha. Mijnheer Corgan vindt zichzelf nogal een ‘ubermensch’ en speelt gewoon alles zelf in. De egocentrische klootzak overschat nog geen klein beetje zijn eigen kunnen en staat hier wat aan te klooien en wat wild om zich heen te roepen, maar goede songs ? nee hoor.
Zoals gezegd, de plaat is wel hard, maar ze blijft niet hangen. Kortom, veel lawaai, weinig inhoud. Corgan heeft als gitarist wel een paar rake en vette riffs uit zijn mouw geschud, maar de songs die erop gebouwd zijn vallen te mager uit, op een drietal uitzonderingen na. Het tien minuten durende “United States” vinden we nog sterk omwille van de als vanouds uitfreakende en scheurende gitaren. Ook “Come on let’s go” en “Tarantula” halen nog een behoorlijk niveau maar voor de rest is het  la grande tristesse. En dit voor een rockgroep die ooit nog baanbrekend geweest is en met ‘Siamese dream’, een absolute vijfsterrenklassieker heeft gemaakt, maar dat is ook alweer heel lang geleden.
Deze reünie, die er eigenlijk geen is, had er nooit mogen komen en ‘Zeitgeist’ is bijgevolg een volkomen overbodige plaat waar we verder niet veel woorden meer aan gaan vuilmaken.

Eddie Vedder

Into The Wild (Music For The Motion Picture)

Geschreven door

Er zijn zo van die dagen dat alles fout loopt, en dat slechts weinig dingen het tij kunnen doen keren. Wel, als het je nogmaals overkomt, dan kun je maar beter de nieuwe plaat van Eddie Vedder bij de hand hebben…
Het is niet zijn eerste solowerk (zie o.m. muzikale bijdrage aan de film Dead Man Walking en I am Sam), maar veruit zijn meest beklijvende.
Into the wild is samengesteld uit 11 no nonsense nummers, waarvan 2 covers “Hard Sun” en “Society”. Deze intimistische en ontroerende plaat is zó goed opgebouwd dat ze nooit verveelt. Het is een groeiplaat en zonder de film (in regie van, jawel, Sean Penn) te hebben gezien, geeft de plaat het gevoel dat ook de film de moeite waard is. Op dit vlak doorstaat de plaat moeiteloos klassiekers als ‘Paris, Texas’ van Ry Cooder.
Opnieuw sterk werk van Vedder dus, die het klaarblijkelijk ook zonder zijn sublieme begeleidingsband (Pearl Jam) kan. Slechts begeleid door veelal akoestische gitaar, weet Vedder zich met zijn stem doorlopend te beroeren. Sterker nog, neem alle begeleiding weg, en nog zullen de nummers wellicht overeind blijven. (society – zijn stem draagt als een symfonisch orkest).
Folkwerk dus, al laat Vedder zich een aantal keer ook bijstaan door een goed geoliede groep, met traditionele instrumenten (gitaarbanjo), zoals in “The Wolf”, ”The end of te road” en vooral in “Far behind”.
Bewijs van het feit dat Vedder niet veel nodig heeft om iets magistraals te maken, bewijst hij in “Rise”. Less is more, en dat blijkt opnieuw te kloppen. Deze plaat is echter niet te kloppen! Aanschaffen die boel! CD van de week? Nee, van het jaar!

Tico Verde

Where We Are (EP)

Geschreven door

Tico Verde is de nieuwste ontdekking uit Nederland. De band mocht in hun thuisland openen voor artiesten zoals Keith Caputo, The Sheer, Silverchair en Venice. ‘Where We Are’ is volgens de website van de band reeds hun derde EP. Wij houden het toch liever bij de term CD-single. Want met slechts 3 songs is het bijgevolg ook erg moeilijk om een globaal oordeel te vormen. De band is reeds zes jaar actief, waaronder twee jaar in de huidige bezetting.  Hun muzikale invloeden rijken van Novastar, John Mayer tot singer-songwriter Damien Rice. Het best kan je hun geluid als melodische pop/rock omschrijven. De stem van zanger Lars Kroos is weinig glamourreus maar wel eerlijk en oprecht en vooral stemvast. Het zijn vooral de drie leuke en bovenal sterke composities die dit schijfje zo aantrekkelijk maken. In eigen land kreeg de band lovende kritieken en ook tijdens de liveshows was de stemming nadien uiterst positief. Momenteel probeert de band ook buiten Nederland voet aan wal te zetten, terwijl het ook nog werkt aan nieuw materiaal. Met een eerste volwaardig album zal ik pas een oordeel kunnen villen over deze band maar ‘Where We Are’ klinkt alvast veelbelovend voor de toekomst.

Venice

Garage Demos Part 3 – Other Stuff

Geschreven door

Toen Venice in mei van dit jaar doorheen Nederland trok voor enkele liveshows had het geen nieuw album op zak om mee uit te pakken. Dan maar de ‘Garage Demos’ van stal halen moet men gedacht hebben want ‘Part 3’ werd toen erg gretig gepromoot. Vergis U niet bij het horen van de titel ‘Garage Demos’, want het gaat hier zeker niet om een minderwaardig product. De ‘Garage Demos Part 1 & 2’ werden beiden gereleased in 1995 maar bleven na de vele livehows erg gegeerd.
Onder impuls van Venice webmaster Matt Levitz dook men in het archief en vond men genoeg materiaal voor een nieuwe ‘Garage Demo’. Dat dit echter geen nieuw Venice album is al vlug duidelijk als men de goedkope verpakking in handen krijgt. Over de inhoud (15 songs!) zijn te uitéénlopend (naar Venice normen wel te verstaan) om van een consistent geheel te kunnen spreken. Sommige songs dateren uit de midden jaren negentig, anderen zijn slechts enkele jaren oud. ‘Other Stuff’ is een mix van ‘Slow’ en ‘Fast stuff’. Dit resulteert in een zeer afwisselende collectie songs waarin Venice in verschillende stijlen te horen is. Sommige songs zijn echte pareltjes en het is dan ook zeer te betreuren dat ze nooit op een album terecht kwamen. Deze collectie maakt dit nu ruimschoots goed. De fans zullen er heel blij mee zijn want elke nieuwe song van de Lennons is er voor hen één om te koesteren.

Tokio Hotel

Het hippe, hotte Mega Mindy spel van Tokio Hotel

Geschreven door

Vier jonge gasten uit Magdeburg braken in geen mum van tijd door te Europa en slaagden erin vier TMF Awards binnen te halen: beste nieuwe artiest, beste album ‘Scream' (de Engelstalige versie van ‘Schrei’ uit’05), beste videoclip (“Monsoon”) en beste pop. De tweeling Bill en Tom Kaulitz (zanger en gitarist), Gustav Schäfer (drums) en bassist Georg Listing zijn het ideale muzikale product geworden voor elke ‘rockmindende’ tiener.

Het Duitse viertal is eigenlijk al zo’n zes jaar bezig en werd in een al lang uitverkocht Vorst stormachtig en oorverdovend toegejuicht door duizenden meisjes; het was soms beangstigend om hen te horen gillen, roepen en schreeuwen, alsof de zaal op instorten stond. Dranghekkens beneden verhinderden dat de jongeren zich zouden verpletteren als de vier jongens vooraan op het podium kwamen. En dit was geleden van een paar ‘90’s Boys bands als Take That.
Tokio Hotel zijn de nieuwe ‘hipcultuur’: een jonge blonde drummer met kort haar, een ruigere bassist, een gitarist met dreadlocks en een zanger als knuffelbeertje. En hun Tokio Hotel trad deze avond op, droom werd werkelijkheid: Bill, een jonge ‘Boy George’, met geschminkte oogleden en wapperende ‘ge-gel-de’ haren zien zingen en dansen, en hopen op een mate van oogcontact.
Ze brachten ruim anderhalf uur een afwisselende, uiterst verzorgde en volledig afgewerkte (lees afgelikte) set, waarin alles, wat je maar kon bedenken, aan bod kwam: muzikaal stevig, gebald tot ballad, in de bis een akoestische set die hun ‘Ubersende der welt’ moet promoten, er was de wervelende show, act en dans, en er waren op schermen clips te zien.
Tokio Hotel was een volwassen  megaband en speelde overtuigend een pak songs van 'Zimmer 483' en 'Scream'  in het Duits, met af en toe een mondje Engels: "Uebers Ende der Welt", “Scream”, “Don’t jump”, “Sacred”, “Ready, set, go” en “Monsoon”. Bill had het qua stem soms moeilijk de sound te kunnen overtreffen, maar was een podiumbeest die z’n fans opzweepte en af en toe een woordje Frans en Nederlands sprak. Elke song werd woord per woord meegezongen; Het Duits bleek plots de tweede taal voor de duizenden jongeren.

Tokio Hotel is ‘hip‘en ‘hot’, een Mega Mindy spel; we ondergingen dat zij de band van het jaar zijn geworden. Een ‘traum’ voor het jonge viertal als voor de tienduizend jonge fans…!

Organisatie: Live Nation

The Young Gods

The Young Gods: na ruim twintig jaar nog steeds niet uitgeblust

Geschreven door

The Young Gods besloten het Riffs’n’Bips (mix van electro en rock) festival te Mons.
Het Zwitsere trio The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, zijn al ruim twintig jaar bezig. Samen met The Swans en Einstürzende Neubauten gaven ze de elektronica een bepalende push onder de stijl van ‘industrial’.
Hun combinatie van elektronica sounds, en –dwarrels en de dosis voorgeprogrammeerde gitaarexperimenten (en –noise), opgezweept door een begeesterende percussie, en ondersteund door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler, blijft een uniek gegeven. Af en toe integreerden ze ambient en technotrance. Trouwens, The Young Gods gaven twee jaar terug een fijn overzicht van hun muzikale carrière en bewezen dat ze totaal nog niet waren uitgeblust.
Met hun donkere dreigende, broeierige sound, slaagden ze er nog steeds in zich te kunnen meten tegenover de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands. Witte spotlights (inclusief een spot op het microstatief!) en stroboscoop gaven kleur; Onlangs verscheen de nieuwe cd ‘Super ready/Fragmente’, waaruit live gretig werd geplukt: op “El magnifico” kwamen de drums op het voorplan,  “C’est quoi c’est ça” leidde de middernachtmis in, “Un point, c’est tout” leek de soundtrack voor een nieuwe ‘The excorcist’ en met ‘Every where’ en ‘I’m the drug’ toonden ze aan hoe inventief en scherp ze kunnen klinken. “Kissing the sun” en “Envoyé” waren alvast twee niet te missen klassiekers, die op een sterke respons konden rekenen. Spijtig genoeg waren ze gelimiteerd qua tijd, wat hen beperkte nog meer muzikaal afwisselend materiaal voor te stellen.

Organisatie: Riffs’n’Bips festival, Mons (in het kader van het Riffs'n'Bips festival)

Riffs’n’Bips Festival 2007: een aangename en fijne mix van electro en rock

Geschreven door

Voor de eerste keer maakte ik kennis met het Riffs’n’Bips festival, al aan de vierde editie toe, een happening met een mix van electro en rock, in de Lotto Expo te Mons.  In vroegere edities kwamen al Vive la Fête, BRMC, Millionaire, Black Strobe en Magnus langs. Een aangename en fijne ontdekking bij onze Franstalige vrienden!

Als start kon ik van het beloftevolle viertal The dIplomat, die naar Brussel zijn uitgeweken, nog enkele nummers meepikken: snedige gitaarrock’n’roll, een venijnige melodie en gretig spelplezier. Hun pas verschenen debuut lijkt me op die manier meer dan de moeite waard…

Piano Club uit Luik, gegroeid uit leden van Hollywood Porn Stars en Malibu Stacy, is één van de Waalse exponenten die in Vlaanderen van wal kunnen steken met hun grillige en subtiele gitaarpoprock, een vleugje ‘80’s synthi wave en elektronicableeps; het viertal was voor deze happening speciaal in het wit gekleed en speelden enkele aardige nummers als “Love machine”, “Walkin’ bigfoot”, “Girl on tv” en “Shine”. Net als bij The dIplomat is het uitkijken naar hun debuut.

Het Franse Punish Yourself (met een opmerkelijke corpulente gitariste!) was totaal andere koek: ze spelen een crossover van industrial, punkmetal en ‘digital’ hardcore (elektronische mitrailleursalvo’s/technopunk) ergens tussen Ministry, het oude NIN, Marilyn Manson en Atari Teenage Riot. Een apocalyptische, bloedstollende sound van een in fluor gebodypainted viertal. In een moordend tempo haalden ze ‘sex, death en destroy’ undergroundverhalen aan, vorm gegeven door zwart/wit projecties, een decor van skeletten, afgehakte hoofden,  en bandages van vrouwenlichamen.  Enkele gitaarrock’n’roll licks op z’n Poison Ivy’s (van The Cramps) en een dubbele percussie zorgden voor variatie. Op het eind kwam J-L Demeyer van Front 242  nog een nummer meezingen; de groep kon rekenen op een sterke respons en had een pak die-hard fans mee…Punish Yourself  is de wildcard voor een nieuwe soundtrack van een David Lynch film…

De menigte kon zomaar moeiteloos overstappen van de oorverdovende sound van Punish Yourself naar de electrokitschpop van Daan, die ferm werd gesmaakt. Hij en z’n band waren alvast mooi uitgedost in kostuums. Op z’n eigen unieke manier en houding is Daan een festivalbeest. Het was een niet te missen optreden, voor wie hem nog niet aan het werk zag. Hij bouwde z’n set zorgvuldig op: “The player” en “Victory” bouwden een finale reeks naar “Sweet designer drugs”, een intieme “1969” (op piano), “Promis U” en de dance klassieker “Housewife”, die de ganse zaal tot dansen bracht.

Het Zwitsere trio The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, zijn al ruim twintig jaar bezig. Samen met The Swans en Einstürzende Neubauten gaven ze de elektronica een bepalende push onder de stijl van ‘industrial’.
Hun combinatie van elektronica sounds, en –dwarrels en de dosis voorgeprogrammeerde gitaarexperimenten (en –noise), opgezweept door een begeesterende percussie, en ondersteund door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler, blijft een uniek gegeven. Af en toe integreerden ze ambient en technotrance. Trouwens, The Young Gods gaven twee jaar terug een fijn overzicht van hun muzikale carrière en bewezen dat ze totaal nog niet waren uitgeblust.
Met hun donkere dreigende, broeierige sound, slaagden ze er nog steeds in zich te kunnen meten tegenover de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands. Witte spotlights (inclusief een spot op het microstatief!) en stroboscoop gaven kleur; Onlangs verscheen de nieuwe cd ‘Super ready/Fragmente’, waaruit live gretig werd geplukt: op “El magnifico” kwamen de drums op het voorplan,  “C’est quoi c’est ça” leidde de middernachtmis in, “Un point, c’est tout” leek de soundtrack voor een nieuwe ‘The excorcist’ en met ‘Every where’ en ‘I’m the drug’ toonden ze aan hoe inventief en scherp ze kunnen klinken. “Kissing the sun” en “Envoyé” waren alvast twee niet te missen klassiekers, die op een sterke respons konden rekenen. Spijtig genoeg waren ze gelimiteerd qua tijd, wat hen beperkte nog meer muzikaal afwisselend materiaal voor te stellen.

Na deze optredens kwam de klemtoon op enkele DJ sets: Agoria feat. Peter Murphy (van Bauhaus), IamX en Cosy Mozzy: een pak nieuwe geïnteresseerden daagden op, wat me deed terugdenken aan de DJ sets op het Dourfestival.
Het Franse Agoria uit Lion hield met hun aanstekelijke, bruisende en groovende technoclubtrance gedurende een klein uur het dansende publiek in z’n greep; een vleugje psychedelica en electro waren een welgekomen verfrissing, naast de grauwe, donkere vocals van Peter Murphy in twee songs.
IamX en Cosy Mozzy besloten op overtuigende wijze de vierde editie van electro en rock event die op ruim 3000 belangstellenden kon rekenen.

Organisatie: Riffs’n’Bips, Mons

Radar Festival 2007: het jaarlijks initiatief van Le Grand Mix, Tourcoing

Geschreven door

Het Radar Festival is een jaarlijks initiatief van Le Grand Mix Tourcoing, gedurende drie avonden, waarbij per avond een drie à vier bands worden voorgesteld. Op en rond het podium hangen enkele schermen. Tussen de bands kon je rustig verpozen in ‘The village’ voor een drankje, een theetje en een hapje; er was randanimatie in enkele caravans, die in een halve cirkel waren opgesteld. Trouwens, Le Grand Mix is momenteel tien jaar bezig…
We kozen voor het thema van Dag 2: Peace & Love & Flower Power; vier bands traden aan: This Is The Kit, Tender Forever, The Do en I’m From Barcelona

This Is The Kit
is een Britse singer/songschrijfster, die intieme, breekbare pop met een folky, bluesy ondertoon speelde, gedragen door haar overtuigende, pakkende vocals; ergens tussen Michelle Shocked, Suzanne Vega en Joni Mitchell. Haar bloemetjesjurk bekrachtigde het gegeven van Peace & Love & Flower Power. Door ziekte van haar violist, was ze genoodzaakt alleen op te treden; innemende songs op elektrische of akoestische gitaar en op banjo.

De meest opmerkelijke solo artieste was de Française Tender Forever, die een langdurige stage in de VS er op zitten had; haar avontuur en ervaring zette ze om in een opmerkelijk livesetje op elektronica en gitaar. De multi-instrumentaliste startte schuchter, maar palmde gaandeweg het publiek in met haar bricollage van (neurotische ) elektronica soundscapes, gitaargetokkel, handgeklap en stemexperiment. Er was zelfs een vleugje freefolk door allerhande geluidjes. Ze animeerde het publiek ongelofelijk. Op het scherm  waren soms twee artiesten geprojecteerd, die samen met haar speelden, dansten of zongen.  Op het einde maquilleerde ze haar gezicht en trakteerde het publiek op een ‘Tender hardcore’ afsluiter. Een duik in het publiek maakte dat ze letterlijk op handen werd gedragen!

The Do, een Frans drietal, haalde hun muzikale roots uit Scandinavië: er kleefde een Finse vlag op hun instrumentarium, surplus de  ‘lookalike’ van de zangeres. Ze creëerden een warm melancholisch, dromerig en sfeervol poprockgeluid, ergens tussen The Cardigans, Mum, Blonde Redhead en de rits integere vrouwelijke singer/songwriters, die door de synthi, belletjes en tierlantijntjes rond het drumstel, en de hoge, hemelse en ijle zang zeggingskracht kregen.

En tenslotte trad een Scandinavische band aan,  uit Zweden I’m From Barcelona, die door hun feestmuziek de naam van het festival alle eer aandeden. Ze zorgden voor een Flaming Lips sfeertje door de talrijke ballonnen, confetti en snippers; “We’re From Barcelona” werd een instant (one hit?) klassieker, wat een heuse succesvolle tournee op de been bracht.  Net als bij The Polyphonic Spree was er sprake van een band van 14 man op het podium, die speelden, dansten en zongen, de ene wat meer geflipt dan de andere…Een zondagsmis kon niet beter worden geanimeerd. Na de Pavarotti/Freddie Mercury’s bombastische “Barcelona” opener, vatte het feestgedruis aan: de groepsleden sprongen als gekken in het rond en er was meteen een dansende massa op “Treehouse”. De zanger dook meteen het publiek in. Het was ons duidelijk: het geflipt allegaartje I’m From Barcelona trakteerde ons op een klein uurtje party time. De nummers logen er niet om: “Rec & Play”, een praktisch onherkenbare “Like a prayer” van Madonna, “Chicken pox” en “We’re From Barcelona”. Een hoogstaand tempo van feestvieren die snel voorbij was. “Jenny” en “Barcelona loves you” wakkerde in de bis een polonaise aan, waarbij iedereen op het podium werd uitgenodigd om te jumpen op een hard/breakcore remix van hun hit.

I’m From Barcelona is een prettig gestoord collectief die het publiek in goede stemming bracht en een fijn weekendje inzette…en ze waren geslaagd in hun opdracht!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

I’m From Barcelona

I’m From Barcelona: een prettig gestoord collectief brengt het publiek in feeststemming

Geschreven door

De Scandinavische band, uit Zweden I’m From Barcelona, besloot het Radar festival te Tourcoing; door hun feestmuziek deden ze de naam van het festival alle eer aan. Ze zorgden voor een Flaming Lips sfeertje door de talrijke ballonnen, confetti en snippers; “We’re From Barcelona” werd een instant (one hit?) klassieker, wat een heuse succesvolle tournee op de been bracht.  Net als bij The Polyphonic Spree was er sprake van een band van 14 man op het podium, die speelden, dansten en zongen, de ene wat meer geflipt dan de andere…Een zondagsmis kon niet beter worden geanimeerd. Na de Pavarotti/Freddie Mercury’s bombastische “Barcelona” opener, vatte het feestgedruis aan: de groepsleden sprongen als gekken in het rond en er was meteen een dansende massa op “Treehouse”. De zanger dook meteen het publiek in. Het was ons duidelijk: het geflipt allegaartje I’m From Barcelona trakteerde ons op een klein uurtje party time. De nummers logen er niet om: “Rec & Play”, een praktisch onherkenbare “Like a prayer” van Madonna, “Chicken pox” en “We’re From Barcelona”. Een hoogstaand tempo van feestvieren die snel voorbij was. “Jenny” en “Barcelona loves you” wakkerde in de bis een polonaise aan, waarbij iedereen op het podium werd uitgenodigd om te jumpen op een hard/breakcore remix van hun hit.

I’m From Barcelona is een prettig gestoord collectief die het publiek in goede stemming bracht en een fijn weekendje inzette…en ze waren geslaagd in hun opdracht!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing (in het kader van het Radar Festival)

St. Vincent

Marry Me

Geschreven door

St.Vincent, of singer/songwriter Annie Clark uit Chicago, maakte deel uit van de begeleidingsband van Polyphonic Spree en Sufjan Stevens en nam de tijd te werken aan haar eigen project St. Vincent.
De hemels sferische songs op haar debuut ‘Marry me’ hebben een jazzy ondertoon en klinken zowel lieflijk, teder als overstuurd en verbeten. Het zijn knap in elkaar gestoken songs, die eenvoudig en subtiel kunnen klinken (“The apocalypse song”, “Landmines”, “What me worry” en de titelsong) of die een dosis avontuur bevatten door de onverwachtse wendingen, zoals “Now now”, “Jesus saves, I spend”, “Your lips are red” en “Paris is burning”. “Human racing” is een puik nummer in een trippop kleedje en met “All my stars are aligned”, met koor, heeft zij de ideale nachtsong klaar.
De dame treedt in de voetsporen van Feist, My Brightest Diamond, Regina Spektor, Joan As Police Woman en Cocorosie; Kate Bush klinkt zelfs door. De dame verbaast met haar dromerige indie freefolk. En wat nog meer respect afdwingt, ze heeft op haar debuut elk instrument zelf gespeeld: gitaar, basgitaar, cello, viool en toetsen.

Passionworks

Blue Play

Geschreven door

Uit het hoge noorden komt mijn nieuwste ontdekking Passionworks. Deze Finnen zijn aan hun tweede album toe. ‘Blue Play’ is de opvolger van het debuut ‘Passion Play’ uit 2003. Dit viertal (de band heeft blijkbaar nog geen vaste drummer) mag best gezien worden. Vooral de blonde zangeres Harriet Hägglund is een lust voor het oog maar gelukkig kan deze dame ook bijzonder aardig zingen.
Passionworks brengt geïnspireerde gitaargerichte pop/rock met een bombastisch Gothic synthesizersausje er overheen. Het radiovriendelijke karakter van de songs maakt dat alles lichtverteerbaar blijft. De band vergelijkt zich maar al te graag met bands zoals The Rasmus, HIM, Within Temptation of Evanescence. Maar eigenlijk doet het zichzelf te weinig eer aan, want Passionworks zet best wel een eigen geluid neer. De meeste songs worden beter als je ze enkele malen hoort. Al kan er op vlak van ‘songwriting’ best nog wat bijgeschaafd worden. Wat meer variatie in de songs was leuk geweest. Nu lijken sommige up-tempo songs wat op elkaar. Betere songs zoals “Falling” (de eerste single die de top haalde in de Finse Charts), ” Flying”(de tweede single), de ballade “Angels Crossing” en het door U2-gitaren gedreven “Sad” doen het albumniveau duidelijk stijgen.
Deze band heeft dus zeker voldoende potentieel om internationaal door te breken; al is de concurrentie ook in dit genre vrij moordend. ‘Blue Play’ is echter een zeer aangename, eerste kennismaking met Passionworks.

Maskesmachine

Ge kun et

Geschreven door

Het Antwerpse Maskesachine, drie dames (Barbara, Eva en Liesbet) en ene gast (Dajo), spelen zich al een paar jaar in de kijker met hun charmante, speelse, bruisende en frisse folkpop en hun duivelse engelenzang. ‘Folkhop a la capella’ omschrijven ze het zelf, waarbij ze op een uiterst gewaagd pad stappen voorbij Laïs en Värttina. Maskesmachine bewandelt zelfs de psychedelica/freefolk stijl van CocoRosie en Animal Collective. Een dosis avontuur. Om dan nog niet te spreken van hun teksten of …flarden teksten, waarbij zinnen, woorden, neologismen en klankassociaties aan elkaar worden verweven.
Muzikale gekte en een gevatte, absurde en onnozele tekstinhoud zorgen ervoor dat de opvolger van de EP ‘Plaktang’ (productie Tom Pintens) de full cd ‘Ge kun et’ (productie Pascal Deweze, met hulp van Mauro!) een intrigerende, boeiende plaat is geworden met onverwachtse  wendingen, donkere synths en bleeps, bevreemdende percussie, en een al of niet verloren gespeelde noot van  gitaargetokkel, harp, piano of blazer. Luister maar eens naar de opener “Yes nog 6”,  “T-shirt” of “Maskesmachine”; ze halen een worldsound aan op “Attack atab”, er is de swing op “Ons danske” en “Sorry, dan moogde nog is” of ze komen vervaarlijk in de buurt van CocoRosie met “Dancing deer”, “Lalala” en het lieflijke, sprookjesachtige “Nooit de moed opgeven”. “Nostalgie” en “The sky is blue and I love you” zijn de meeste poppy songs van de cd.
Prettig gestoord bandje, die weet met wat ze bezig zijn…

Heavy Trash

Going way out heavy with Heavy Trash

Geschreven door

Jon Spencer heeft voor onbepaalde tijd zijn Blues Explosion op non actief gezet om zich met enkele interessante nevenstapjes bezig te houden. Vorig jaar kwam daar de bruisende cd ‘The man who lives for love’ uit onder de naam Spencer Dickinson, nu komt hij aanzetten met de al even boeiende tweede cd van Heavy Trash, het bandje die hij in 2005 opgestart heeft met Matt Verta-Ray van Speedball Baby (ze werkten eerder ook al samen op ‘The Black Godfather’ van Andre Williams). Verder worden ze onder andere begeleid door The Sadies, een country trash groepje met hart en ziel op de juiste plaats.
“Zullen we nog een keertje een ‘Elviske’ doen”  moet Jon Spencer gedacht hebben bij het inzetten van deze vette klomp rock’n’roll en hij schudt meteen de geschifte Elvis-pastiche “Pure gold” uit zijn mouw. Een opener van formaat en men gaat op dat elan door. Spencer swingt zijn eigen ballen er af in “Kissy baby”, zet een overstuurde Johnny Cash neer in “That ain’t right”, blaast de speakers er door in de garage punker “I want oblivion” en toont zich een volleerde crooner in de plakker “Crying tramp”. En het stopt niet, “Way out” bruist als The Cramps in hun hoogdagen, “They were kings” is een geweldig voortdenderende rock’n’roll sneltrein, “Crazy pritty baby” is een hete lap opgefokte gekheid en afsluiter ”You can’t win” is een heerlijke talking blues.
Dit is, mocht u het nog niet begrepen hebben, een meer dan fantastisch en knotsgek plaatje waar een mens maar niet genoeg kan van krijgen. Als Spencer dergelijke geniale zotte dingen blijft doen, hoeft hij van ons zelfs niet eens meer de Blues Explosion terug bijeen te roepen.

Gotthard

Domino Effect

Geschreven door
Met de precisie van een Zwitserse klok brengt de melodieuze rockband Gotthard kwalitatief sterke rockalbums uit. ‘Lipservce’ uit 2005 was een waanzinnige schijf, maar dit album schat ik nog wat hoger in. Meer zelfs…dit is de allerbeste Gotthard plaat tot op heden! Maanden voor het uitbrengen van ‘Domino Effect’ had de pers het over een ernstige muzikale koerswijziging en een terugkeer naar de hardere, minder toegankelijke sound van de beginjaren.
Niets is echter minder waar! Het nieuwe album klinkt inderdaad wel een stuk minder commercieel dan zijn voorganger. De gepolijste sound van ‘Lipservice’ heeft plaats moeten ruimen voor een wat ruwere, donkere soundkleur (vooral aan de gitaarsound is duidelijk gesleuteld). Doch, het schrijven van supermelodieuze rocksongs hebben ze nog niet verleerd en dat komt tot uiting in 15 sterke rocksongs (14 + 1 bonustrack) die één voor één dik de moeite waard zijn. Dit is absoluut een monsteralbum! ‘Domino Effect’ is een erg gevarieerde schijf en staat voor alles wat Gotthard doorheen de jaren uitbracht. Het album opent met trio van sublieme rocksongs. In “Master Of Illusion” laat Steve Lee meteen horen dat hij één van de allerbeste rockzangers is van het moment. Wat een strot! Wat een song! De dominosteentjes vallen perfect verder met het beukende “Gone Too Far” en de donkere titelsong “Domino Effect”.
Gotthard zal ook altijd een ballade band blijven. Perfecte, nooit zeemzoete, ballades vormen ook nu weer de nodige rustpunten die de band inbouwt. Ook aan de oudere fans werd gedacht want “The Cruiser (Judgement Day)” is een vrij stevige song met een gedreven AC/DC riff die best op één van de eerste Gotthard albums had kunnen staan. Kortom het album is een aaneenschakeling van hoogtepunten. Vanwege het perfecte evenwicht (en plaatsing) tussen up-tempo songs en ballades ben je in één wip door het album heen. Waarna je zin hebt om het opnieuw te beluisteren.
Ondertussen heeft Gotthard negen schitterende klasse schijven afgeleverd. Met “Domino Effect” is er ook eindelijk een release voorzien op de Amerikaanse markt. De doorbraak kan nu absoluut niet meer uitblijven. Grote klasse!

 

Feist

The Reminder

Geschreven door

Leslie Feist uit Canada was de voormalige huisgenote van Peaches; ze tapt muzikaal uit een totaal ander vaatje. In 2004 debuteerde zij met ‘Let it die’, wat een staalkaart betekende van haar getalenteerd singer/songwriterschap. In de VS werd zij succesvol onthaald, in Europa kreeg zij lovende recensies, doch een doorbraak bleef uit.
Op de vervolgplaat ‘The Reminder’ horen we mooie, intieme en breekbare songs, vooral bepaald door akoestische gitaar, piano, elektronica soundscapes, een softe percussie en haar gevoelige stem. Een beetje Joan As Police Woman. Af en toe komt ze aandraven met een koortje zoals op de opener “So sorry”, of met blazers op “1234” of klinkt ze iets forser en krachtiger: “My moon my man” en “Past in present”; “Sealion” is een clapping/ a capella song. Op het eind klinkt de sobere aanpak door: “Brandy Alexander”, “Intuition”, “Honey honey” en “How my heart behaves”, waar ze vocaal wordt ondersteund door Eirik Glambek Boe van Kings Of Convenience.
‘The Reminder’ is een duidelijk groeiplaatje die per luisterbeurt ons bij het nekvel grijpt. Loon naar werk?

The Fall

Reformation Post TLC

Geschreven door

The Fall: Voer voor oude punkers.
The Fall, tijdsgenoten van Joy Division is een punkrockband uit Manchester, waarvan de persoonlijke vriend van Nick Cave  Mark.E Smith de onbetwiste leider is. De groep bestaat sinds 1976 in wisselende bezetting en heeft inmiddels tientallen albums uitgebracht.
Ze gebruiken nog steeds het oeroude concept: niet kunnen spelen, dus maximaal twee akkoorden per nummer – er staat zelfs eentje op met één akkoord -, lofi-sound en een zanger die eerder declameert dan zingt. Hij meet zich ook hier een pseudo-intellectueel cachet aan door teksten en woorden te debiteren waarvan wij niet eens meer wisten dat ze nog bestonden. Dit alles vervaagt in een achtergrond van een strak en repetitief rockgeluid.
Van The Fall zijn ongeveer een 80 ongeveer dezelfde albums uitgebracht (met uitzondering van electronica-invloeden tijdens de ‘Madchester scene’).
Met ‘Reformation post TLC’ is dat ook niet anders. Eigenlijk hoor je een dertien tal varianten op het alom gekende Roadrunner van Jonathan Richman & The Modern Lovers, een song die iedere punker nog altijd benijdt omdat er slechts twee akkoorden zijn en de song inhoudsloos is, doch een grote openbaring meent te zijn van wat de juiste punkattitude is.
Mijn verlangen is groot om deze knarren eens live aan het werk te zien, maar ook op dat vlak geniet de immer wispelturige Smith een slechte reputatie. Misschien word deze prille vijftiger wat milder,alhoewel dit niet te horen is op Reformation.
Reformation Post TLC
Over! Over! / Reformation! / Fall Sound / White Line Fever / Insult Song / My Door Is Never / Coach And Horses / The Usher / The Wright Stuff / Scenario / Das Boat / The Bad Stuff / Systematic Abuse / Outro.


Cowboy Junkies

At the end of paths taken

Geschreven door

De Canadese muzikale familie Timmins, Cowboy Junkies, klinkt op ‘At the end of paths taken’ terug wat weerbarstiger, zoals op de platen ‘Open’ (’01) en ‘One soul now’ (’04), zonder in te boeten van hun sfeervolle, dromerige en broeierige aanpak. Traditiegetrouw stond gitarist Michael in voor de teksten en worden de songs gedragen door de ‘kippenvel’stem van Margo.
The Cowboy Junkies verrassen natuurlijk niet echt meer zoals in de beginjaren ’90, maar ze staan nog steeds garant voor boeiende americana/countrypop.  De strijkersarrangementen, de piano en zelfs het vleugje triphop geven kleur aan het subtiele geluid.
‘At the end of paths taken’ is het muzikaal bilan van deze veertigers van adolescent tot volwassene, en van ouder tot kind: “Brand new world” zet de toon, vervolgens klinken ze liefdevol op “Still lost”, “Spiral down”, “Someday soon”, “It doesn’t really matter anyway”, en “My only garantee”, die de cd besluit. “Cutting board lost” en “Mountain” zijn de uptempo nummers van de plaat.
’At the end of paths taken’ is al de twaalfde cd van deze Canadezen, wat nog steeds respect oproept.

The Cinematic Orchestra

Filmisch en sfeervol

Geschreven door

De AB was voor de gelegenheid voorzien van extra zitplaatsen voor de liefhebbers van de sfeervolle tonen van dit zeskoppige Brits gezelschap. The Cinematic Orchestra creëert met name een breed muzikaal landschap waarin het mooi wegdromen is. Hun sound is een aangename smeltkroes van een beetje lounge, een flinke scheut jazz en een vleugje avant garde. Wij hoorden flarden Massive Attack, Zappa (in de periode van The Grand Wazoo), Gotan Project (zonder tango), Explosions in the sky (atmosferische gitaarklanken), David Sylvian, Craig Armstrong en Lamb. Dit maar om enig idee te vormen waar we het warme geluid van deze knappe muzikanten dienen te situeren.

The Cinematic Orchestra wist meermaals avontuurlijke uitstapjes in de muziek te verwerken via freejazz-achtige  experimenten van de saxofonist en de freewheelende drumpartijen die de drummer schijnbaar vrij makkelijk uit zijn losse pols roffelde, en dit met een nochtans vrij bescheiden drumstelletje.  De songs uit de overigens sublieme laatste cd  ‘Ma Fleur’ kwamen iets minder aan bod, maar dat heeft dan ook veel te maken met de vele gastmuzikanten en vocalisten die erop meespelen en uiteraard die avond er niet bij waren. Geen nood, hier stond immers genoeg talent op het podium om voor een uiterst sfeervol en hoogstaand concert te zorgen. De ganse set was een mooie afwisseling van virtuoze instrumentale klanktapijten en ingetogen zweverige songs voorzien van de prachtige zangpartijen van een goed uit de kluiten gewassen negerin. Zo kregen we ondermeer een hemelsmooi gezongen “Familiar ground”.  De totaalsound ademde een filmisch en atmosferisch karakter en dreef de set langzaam naar een climax toe. Naar het einde toe kwam steeds meer de groove erin met een trio schitterende songs uit hun ‘Everyday’ album.
Na een prachtig “Man with the movie camera” kwam de band terug voor sublieme vertolkingen van “All that you give” en een stomend en steeds heter wordend “Evolution”. Omdat het publiek toen al laaiend enthousiast was, moesten en zouden ze nog eens terugkomen, ook al waren de lichten in de zaal al aangefloept. Daarop volgde nog een gedreven instrumentaal “Flite” maar toen was het gedaan.

Met deze set zorgde The Cinematic Orchestra uiteindelijk toch nog voor een zwoele zomer, en ook al duurde die maar anderhalf uurtje, we hebben er volop van genoten.

Info: www.audijazz.be

Organisatie: Jazztronaut ism AB

The Police

The Police: hoogdagen vervlogen? Concert met gemengde gevoelens

Geschreven door

Het Britse drietal The Police ontstond in de hoogdagen van de punk, maakte de kinderjaren mee van de new wave en gaf een verfrissende  rockwind door een rauw gepolijste, uitgebalanceerde sound, die aanstekelijke refreintjes en reggaedeuntjes kende. Gordon Sumner (Sting) (zang/bas), Andy Summers (gitaar) en Stewart Copeland (drums) lieten ons al maanden halsreikend uitkijken naar dit concert toen ze hun reünietour aankondigden na ruim twintig jaar stilte.

Hooggespannen verwachtingen dus op het podium - dat voor deze gelegenheid omgebouwd werd tot een half amfitheater - die live door de drie heren onvoldoende kon worden ingelost; ze ontpopten zich als een sterke singleband, het handvol andere nummers verdwenen in de immense zaal van het Sportpaleis, er was Stings beperkte stemkwaliteit die avond (het tweede concert de dag nadien werd om die reden uitgesteld!), er  was het routineuze spel, vonken bleven uit, en op de koop toe was het na anderhalf uur close/ finito!
…En toch beleefde ik een fijne avond en was ik blij deze ‘80’s band, die je grijs draaide in je jeugdjaren, aan het werk te hebben gezien: ‘Must have seen once in your lifetime’, hoe het ook klonk!
Maw The Police speelde een concert met gemengde gevoelens, na die ellenlange stilte. Het was ietwat zoeken naar de magie, de ziel en het spelplezier. Het ontbrak aan pit en dynamiek. Het was vooral Stewart Copeland die de show stal en zich onderscheidde op z’n drums en bijkomende percussie.
In het eerste deel van het concert  werd een grootse song afgewisseld met een mindere. “Message in a bottle”, “Walking on the moon” en “Don’t stand so close to me” tegenover “Voices inside my head”, “Hole in my life” en “Truth hits everybody”.  Enkele solipartijen gaven kleur.
In het tweede deel van de set  kwamen instant klassiekers aan bod: “Every little thing she does is magic”, “De do do do, De da da da” , “Invisible sun” en “Can’t stand losing you”, maar  het waren vooral de songs van de afsluitende plaat ‘Synchronicity’ (’83) (“Synchronicity II”, “Wrapped around your finger”, “Walking in your footsteps”, “King of pain” en “Every breathe you take”), die intrigeerden door hun sfeervolle benadering, de donker dreigende, broeierige spanning (diepe bas, fijn gitaarspel) en het staaltje percussie van Copeland.

We misten in het ganse pakket liefdessongs “Roxanne” aan wie in de jaren ’80 misschien wel zoveel nummers waren gericht, en net die song werd veilig opgeborgen. Het neuriën verzachte de pijn naar de thuishaven van de goede doch onderkoelde set.

Support act was Fiction Plane, van zanger/bassist Joe Sumner (nota bene zoon van …) die net als de heren van The Police met drie waren. Qua stem was er in de sfeervolle songs een treffende gelijkenis. Melodieuze poprock met een handvol goede nummers, een paar interessante intieme songs en de  frisse single “Two sisters”.

Organisatie: Live Nation

Tom McRae

Prince of Darkness with bubbles: Tom McRae met ‘meisjeskoor’

Geschreven door

Tom McRae, de singer-dark-song-writer, die wegtraant en kickt op koude wind, grijze regen, druilerige kerstdagen en ander onmiskenbaar getreur, was weer eens in België voor wat hij een hometown gig noemde. Is hij echt zo of houdt hij een pose hoog? Wij twijfelen, hij ook, want hij noemde zichzelf maandag in de Vooruit (Gent) de Prince of Darkness with bubbles.

Toen refereerde hij allermakkelijkst naar zijn ‘hitje’ “The Boy With the Bubblegun”, terwijl hij de zeepballonnen letterlijk rondom zich zag geblazen worden, ze neerhaalde met zijn gitaar of – ojeetje dat zal hij graag lezen ‘ze symbolisch’ – wegblies. Dan zaten we trouwens al diep in zijn concert, bij zijn derde bisnummer om precies te zijn.
En hij voelde zich zo klein (wat had je verwacht van Tommeke?) naast de ballons, stars and flames-show van de Flaming Lips die hij op Cactus voorafging. Cactus, Brugge, deze zomer. Omschreven we hem toen niet als de troubadour voor suïcidale pubermeisjes die liever in de regen kou en pneumonie vat dan een serieus lief te zoeken? Ja ! Maar een zomerige festivalweide – hoe onweids het Minnepark zelfs is – vergeleken met een bijna volgelopen Gentse Vooruit, er is een ‘duister(nis)’ verschil. McRae was goed, op die donderblauwe maandag op 8 oktober. Natuursteengoed zelfs.
Hij werd gedragen ook, door een horde puberale (jawel maar dat suïcidale zagen we er beslist niet in)  meisjes die tot tweemaal toe zijn lyrics met gaarnte en volle borstjes overnamen: “Dose” en “Bloodless” dat hij compleet zonder versterkers en begeleid door een accordeon en cello microloos inzette. ‘An interesting experiment’, betitelde hij het vooraf. En voor herhaling vatbaar, want kippenvelmoment. Met zo’n ‘diehard’ publiek geen echte uitdaging natuurlijk.
Maar er waren er meer zulke. Zijn opener – traditioneel hij alleen – bijvoorbeeld: “Alphabet Hurricane”. Of zijn eerste encore: “Vampire Hearts”, volledig en breekbaar a capella. Stiltesnijdend, want je hoorde zelfs geen aansteker (jaja, in de Vooruit geldt blijkbaar geen rookverbod). En cellist Oli Kraus kraste er de heimwee af en toe diep in.
Melancholicus McRae diepte uit zijn vier cd’s, liet niet enkel zijn nieuwste, winterkoude ‘King of Cards’ album de revue passeren. Intiem, warm zelfs als je er het haardvuur bij fantaseert of je kersvers lief bij hebt, maar intriest als je net je madam met een andere zag aanzetten. Moods for all seasons? Toch net niet, voor de award voor lentewarmte zal hij zelfs nooit genomineerd worden.
Al blijft zijn humor (het half onderbreken van het duet met Carine Williams bijvoorbeeld of zijn reality complex dat de overhand neemt op de fantasy, of zijn gedroomde rockstar gehalte met naked girls, cocktails en swimming pool) onafbrekelijk zijn tristesse tegenwerpen.

Het was maandag en kil, maar het regende niet en het was geen lonely Christmas. En toch was het een geslaagde performance. Het zullen de bubbels geweest zijn die de Prince of Darkness even in het tegenlicht zetten. Proost!

Play list: Alphabet hurricane, For the Restless, Border song, A&B Song, Suitcase, Dose, Still lost, One Mississippi, Set The Story Straight, Streetlight, You Cut Her Hair, Walking 2 Hawaii, On & on, Silent Boulevard, Vampire hearts, Bloodless, Boy With the Bubblegum.

Organisatie: Live Nation

Petitie Lintfabriek, Kontich: Lintfabriek sluit na 25 jaar

Geschreven door

Petitie Lintfabriek, Kontich: Lintfabriek sluit na 25 jaar

LINTFABRIEK HAS TO CLOSE AFTER  25 YEARS !!

support live underground music  and
SUPPORT THE LINTFABRIEK through the link below
SIGN THIS PETITION
http://www.petitiononline.com/Kontich7/petition.html

Pagina 494 van 504