logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15613 Items)

Rush

Snakes & Arrows

Geschreven door

Rush is in thuisland Canada en in de USA al sinds de jaren zeventig een grote naam, in Europa is de band al even lang totaal onhip. In onze contreien staat het niet echt om te dwepen met een band als Rush als je enige geloofwaardigheid aan je muzikale smaak wil geven. Bullshit, zo ook volgens Muse frontman Matthew Bellamy die dezer dagen overal gaat verkondigen dat Rush echt wel rockt. Waarom zouden wij dit dan ook niet mogen ? Bellamy heeft immers gelijk en voortgaande op de sound van Muse kunnen we niet anders dan vaststellen dat hij nog geen klein beetje heeft afgekeken van dit Canadese trio.
U zal Rush misschien kennen van ‘Moving pictures’, hun pièce de résistance uit de jaren tachtig die in tegenstelling tot hun andere platen ook in Europa wat potten heeft gebroken. De band krijgt al jaren het lelijke etiket ‘symfo-rock’ opgekleefd, een genre met een klef imago die aanbeden wordt in de States en in Canada maar in Europa enkel bij de Duitsers een beetje voet aan de grond krijgt (Duitse fans, het is niets om fier op te zijn, maar het is nu eenmaal zo).
Bij deze ‘Snakes & arrows” melden we u graag dat de symfo wat plaats heeft moeten ruimen voor de rock, dat de nummers niet meer struikelen over hun eigen ingewikkelde structuren en dat hier we geen ellenlange en uitgesponnen songs terugvinden (het langste nummer duurt amper een goeie 6 minuten, Rush heeft zelf nooit geweten dat ze dit ooit voor mekaar zouden krijgen).  Je moet nu ook gaan niet denken dat Rush regelrechte garage-rockers zijn geworden. De songs zijn steviger, compacter en directer dan wat we van hen gewoon zijn. Uiteraard staan deze drie gasten hier nog steeds virtuoos te spelen, het zijn daarvoor ook klassemuzikanten, maar het beoefenen van die virtuositeit klinkt nergens langdradig en staat de songs nooit in de weg.  Kortom, we bemerken nergens het “kijk eens mama, zonder handen” -syndroom die dergelijke bands wel eens parten kan spelen. Onze favorieten zijn de openingssong “Far city” en de geweldige instrumental “The main monkey business”, maar eigenlijk halen alle songs een hoog niveau en kunnen we hier spreken van de beste Rush plaat sinds jaren.

Wilco

Sky Blue Sky

Geschreven door

We houden Jeff Tweedy’s Wilco altijd in het oog als er nieuw werk verschijnt. Deze Amerikaanse band heeft al een paar schitterende cd’s afgeleverd als ‘Summerteeth’, ‘Yankee Hotel Foxtrot’ en ‘A ghost is born’. De alt.country/americana groep speelt intense, doorleefde retrorock en intieme pop, onder Tweedy’s melancholisch zalvende stem. Het zijn dromerige, sfeervolle meeslepende luistersongs bij valavond, die mooi zijn uitgewerkt, enkele magistrale gitaarsoli bevatten en kleur krijgen door steel pedal, keyboards en piano.
Dit zevende album van Wilco neemt doodleuk de muzikale rol van The Jayhawks en The Black Crowes over. Ze gaan als een jonge volleerde Neil Young & Crazy Horse te werk.
Het is genieten van “Impossible Germany”, “Side with the seeds” en “On and On and On”. “Walken” is een regelrechte kraker om in een donkere kroeg aan of op de toog whisky te drinken. “Hate it here” is de meest poppy song. Het ingetogen “Please be patient with” (enkel akoestische gitaar en stem) is de treffende zelfloutering van Tweedy om te kunnen leren omgaan met z’n migraine en paniekaanvallen.
‘Sky Blue Sky’ klinkt als de titel van de cd, gewoonweg hemels.

Tokyo Police Club

A lesson in crime

Geschreven door

Tokyo Police Club is een beloftevolle band uit Toronto, Canada die met de 8 songs op de EP een beloftevol visitekaartje afleveren. 8 songs, 18 minuten, dit betekent ‘to the point’ melodieuze gitaarsongs, die energiek, krachtig, scherp, snel klinken of melodieus onderbouwd zijn. Postpunk op z’n Futureheads waarin een vleugje Bloc Party en Strokes is verwerkt in het gitaarspel en in de zang van bassist David Monks (neigt naar Julian Casablancas).
“Cheer it on”, “Nature of the experiment”, “If it works” en “Cut cut paste” zijn frisse gitaarpopsongs onder een opzwepend ritme. “Be good” en “La ferrassie” (intrigerend orgeltje en gitaarspel) lijken voor Bloc Party de afwezige nummers op hun platen en “Citizens of tomorrow” en “Shoulders and arms” zijn broeierig en hebben een puike opbouw.
‘A lesson in crime’ is een afwisselend kort, kernachtig plaatje; uitkijken wordt het naar de full CD!

Slough Fey

Hardworlder

Geschreven door

Mijn verrassing was groot toen ik hoorde dat  ‘The Lord Weird’ Slough Feg nieuw materiaal uithad. De opvolger van het geniale en melodische ‘Atavism’ kreeg de titel ‘Hardworlder’ mee. Een naar mijn mening nogal vreemde naam. Ook het artwork deed mij niet meteen het beste vermoeden. Gelukkig bleek opnieuw dat het uiterlijk vertoon rondom de CD in sommige gevallen alleen maar bijzaak is.
De CD zelf is namelijk net als zijn voorganger ‘Atavism’ van uitstekende kwaliteit. Ondanks de kenmerkende melodieuze gitaarlijnen die gebleven zijn, heeft men met deze nieuwe plaat serieus wat gas teruggenomen. Dit wil echter niet zeggen dat de kwaliteit van de band erop achteruitgegaan is. Integendeel. Naar mijn mening is de band er zelfs nog een serieuze stap mee vooruit gegaan.
Waar ‘Atavism’ bij momenten te druk overkwam voor mij, kan ik ‘Hardworlder’ met gemak in mijn bed beluisteren en er blijven van genieten alvorens in slaap te vallen. Begrijp mij echter niet verkeerd, de snellere stukken zijn nog steeds aanwezig, bijvoorbeeld in “Poisoned Treasures”, maar worden beter afgewisseld met wat meer ‘ingehouden’ melodische stukken.
Ondanks het algemeen ‘tragere’ tempo blijft de CD er vlot ingaan. De ruim 40 minuten klassemetal, die de heren van Slough Feg ons voorschotelen, vliegen werkelijk voorbij. De CD verveelt dan ook geen seconde. Wie niet op de hoogte is van vorige albums van Slough Feg, kan zich aan melodieuze US heavy/power metal, met hier en daar wat aan metal aangepaste invloeden uit het folkgebeuren, verwachten. De ervaring die de groep in de voorbije 17 jaar heeft opgedaan en hun voorliefde voor de underground scene is ook in dit album duidelijk te horen.
Dit laatste door een nummer van het al even geniale Manilla Road in een eigen jasje te stoppen. Hiervoor werd de klassieker “Street Jammer” gekozen. Daarnaast werd ook “Dearg Doom” van de Ierse Folkrockband ‘Horslips’ in een eigen Slough Feg jasje gestopt. Ere wie ere toekomt, het nummer is prachtig geschreven, maar de metalversie komt toch stukken beter uit dan het oorspronkelijke folkrocknummer. Daarnaast dient ook het nummer “Insomnia” een eervolle vermelding te krijgen. Het nummer blijft door de tempowissels meer dan interessant en is dan ook nog eens voorzien van een aangenaam meezingstuk, waardoor het nummer wel eens zou kunnen uitgroeien tot een ware klassieker tijdens de optredens.
Indien mijn woorden u nog niet hebben kunnen overtuigen, dan raad ik u zeker aan om zelf eens na te gaan wat er van klopt, al ben ik er tamelijk zeker van dat heel wat metalheads deze plaat zullen appreciëren.

Mark Ronson

Version

Geschreven door

De Britse Amerikaan Mark Ronson maakte al naam als producer van Christina Aguilera, Lily Allen, Amy Winehouse en Robbie Williams.
Ronson heeft zo z’n eigen kijk op bekende nummers van artiesten; hij coverde ze niet, maar doopte elf songs om in eigen versies en zette ze op plaat; een fijn overgang gebeurde door een drietal instrumentals.
De songs hebben een groove en zijn souljazzy gekruid: “Oh My God” (met Lily Allen), “Toxic” feat Tiggers, “Pretty green” (Santo Gold) en “Amy” feat Kenny.
Sommige nummers dompelt hij doodleuk onder in trance: “Just” (met Phantom Planet)en “Apply some preasure” (Paul Smith goes beats) of er is een vleugje swing: de instrumentale opener “God put a smile upon your face” (feat The Daptone Horns). En tenslotte behoudt Ronson de psychedelica in een paar songs die ze net groots heeft gemaakt: “The only one I know” (feat Robbie Williams) en “LSF” (met Kasabian). Hoogtepunt is “Valerie” door Amy Winehouse, de missing song op haar platen!
Om maar te zeggen dat deze befaamde producer een originele kijk en aanpak op zijn ‘versions’ toepaste.

Les Rita Mitsouko

Variéty

Geschreven door

Les Rita Mitsouko , onder het Franse duo Cathérine Ringer en Frédéric Chichin, zijn al van de beginjaren’80 actief en hebben al een paar interessante singles uitgebracht als “Marcia Baila”, “Andy”, “C’est comme ça” et “Les histoires d’A”. Ze onderscheiden zich als een Dresden Dolls avant la lettre. Hun eigenzinnige composities zijn een bonte mengeling van poprock, wave en dance waarin een vleugje hiphop en jazz zijn verwerkt en een punky attitude uitstraalt.
Het nieuwe album ‘Variéty’ liet vijf jaar op zich wachten en volgt ‘La femme trombone’ op. De plaat verscheen eerst in de Franse moedertaal en onlangs is er een re-issue in het Engels.
‘Variéty’ bevat sfeervolle, broeierige mooi uitgewerkte songs. “L’ami ennemi”, “Communiqueur d’amour”, “She’s a cameleon” en “Ding ding dong ( ringing at you bell)” hebben de meeste hitpotentie, en getuigen nog steeds van de muzikale creativiteit van het duo. Afsluitende song is het cabaresque “Terminal beauty” met medewerking van Serj Tankin van System of A Down..
Het duo wordt terecht geapprecieerd voor hun muzikale prestaties; de concerten zijn keer op keer uitverkocht.

The Icarus Line

Black lives at the golden coast

Geschreven door

The Icarus Line staan niet meteen garant voor de meest toegankelijke rockmuziek, dat weten we van twee vorige platen ‘Penance Soiree’ en het compleet overstuurde ‘Mono’.
Ook nu zijn ze weer heftig, geschift, uitgelaten en rommelig maar toch zit er wat meer structuur in hun nummers en zijn er zelfs hier en daar wat strijkers en blazers naar binnengeslopen. Op deze ‘Black lives at the golden coast’ gaat de band zo een beetje alle richtingen uit, van psychedelica tot shoegazer-rock tot felle punk, waardoor de eenheid in deze cd soms wel wat ver te zoeken is. Wij meenden achtereenvolgens Pil, Primal Scream, T-Rex, Sonic Youth, The Mars Volta, Jesus and The Mary Chain en The Stooges te horen, tussen dan nog een hele boel andere dingen die we niet meteen kunnen thuisbrengen. “Victory gardens” is zelfs een onvervalste ‘80’s song en afsluiter “Kingdom” is een geflipte jamsessie van acht minuten die bol staat van de experimenteerdrift. Maar die verscheidenheid tussen de songs is ook wel een troef en illustreert de boeiende evolutie die deze band doormaakt, waardoor we kunnen besluiten date deze ‘Black lives at the golden coast’ zeker de moeite waard is.

Baloji

Hotel Impala

Geschreven door

Baloji was één van de vroegere rappers van de hiphopcrew Starflam. De voorbije jaren zagen we hem af en toe aan het werk als gastvocalist en hij scoorde met de mensen van Arsenal zelfs een aardig hitje “Personne ne bouge”. Bajoli heeft hard gewerkt aan z’n solodebuut; er werkten bijna 56 muzikanten aan dit heuse project, waaronder koren, strijkers, beatmakers en enkele gastartiesten als Amp Fiddler (zang/toetsen), Ella Woods (zangeres van The Platters), Gabriel Rios, Marc Moulin en Glimmers Twins.
Zijn teksten zijn aangrijpende verhalen van herinneringen en beelden van z’n kindertijd. Geboren in Lubumbashi (Congo) werd hij op 4 jarige leeftijd meegenomen naar België en groeide op in een pleeggezin waarin hij zich niet thuis voelde. Z’n fascinatie naar Franse rap en hiphop was groot en zette Starflam op de kaart!
De cd titel ‘Hotel Impala’ verwijst naar de naam van zijn vaders hotel, dat vernield werd begin jaren ’90. Een onthutsend moment, zo bleek, want de overwinning van het volk betekende net de ondergang van zijn vader.
Baloji giet al deze elementen in een consistent album, een groovy, aanstekelijke mix van hiphop, pop, jazz, soul, funk, afro en chanson.
Na “Tout ceci ne vous rendra pas le Congo”,  klinkt het eerste deel van de plaat  (17 nummers astemblieft!) uiterst sfeervolle met “Ostend transit” en “Le reste du monde”. “Entre les lignes” en “Où en sommes-nous” zijn intiem pakkend, gedragen door Baloji’s zangrap en akoestische gitaar. Er is een fris en dansbaar midden van de cd, luister maar naar “Repris de justesse” en “Coup de gaz”. Tenslotte laat Baloji de soul en jazz op het voorplan treden: “Un dernier pour la route”, “De l’autre côté de la mère” en de titelsong. “Liège Bruxelles Gand”, in drie stukken onderverdeeld, benadert de diverse stijlen op de cd in één grootse song.
Er is een muzikale ideeënrijkdom te horen op Baloji’s solodedebuut, wat een muzikaal ingenieus werkstuk oplevert. Aan u om het samen met me te waarderen!
CD voorstelling: 16.11.07 Botanique, Brussel (Orangerie) co prod Live Nation

FeestinhetPark 2007: zondag 26 augustus

Geschreven door

0vertuigende acts van headliners Kowlier en Mercury Rev.

An Pierlé & White Velvet (Grand Mix) ondernam een intense clubtournee en was op elk festival te zien vorig jaar. Ze speelden een hartverwarmende, sfeervolle en dromerige set, met songs als “How does it feel”, “Jupiter” en “Snakesong”. De band liet zelfs een tweetal nieuwe songs horen: een strakke “Not the end” en een poppy “Anytime you leave”. “C’est comme ça” (van Les Rita Mitsouko) en “Paris s’eveille/I feel love” (traditionele afsluiter) waren de muzikale coversmaakmakers.

Calvin Harris (Bar Bizar) dompelde het publiek onder een ‘80’s popelektronica geluid. De band had er duidelijk zin in en hun vrolijke dansbare pop als “The girls” en “Acceptable in the ‘80’s” gingen erin als zoete koek.

T.O.K. (Grand Mix) een reggae dancehall gezelschap uit Jamaica, waren een soort Spearhead on speed en zorgden voor een partysfeertje met hun spervuur aan raps, pompende beats en popreggaedeuntjes.

Ladytron (Bar Bizar) bood monotone ‘80’s electropop. Het statische karakter van het gezelschap en de weinige variatie in hun koele elektronica, deed de interesse afnemen tijdens de set.

De tent was intussen volgelopen voor Kowlier (Grand Mix), de troubadour van de avond. Z’n sfeervolle en meezingbare moderne kleinkunstpop werd smaakvol ontvangen, want het publiek zong luidkeels “In de fik”, “Ne welgemeende…”, “Bjistje in min uoft” en “Min moaten” mee. Hij stelde ook enkele nieuwe songs voor van de pas verschenen cd ‘Een man van 31’: “Donderdagnacht”, “Idderkji ipniew” en “Niemand”. Sterke songs van de nieuwe veelbelovende plaat. “De grotste lul van ’t stadt” besloot pittig en stevig de overtuigende set van de sympathieke Kowlier.

Het enthousiaste Canadese duo Chromeo (Bar Bizar) liet fraaie deuntjes disco, funk, hiphop horen in hun groovy synthipop. Een fris, aanstekelijk geluid, met “Tenderoni”, “Waiting for U” en “Needy girl” als toppers.

Mercury Rev (Grand Mix)
klonk als een bedreven Hawkwind/Spacemen 3/Spiritualised met een galm van fuzz in hun psychedelicapop. Gitarist Grashopper had z’n versterker op tien geplaatst, en  zanger Donahue was de orkestleider van de muzikale droomwereld van Mercury Rev. “In a funny way” en “You’re my queen” openden krachtig. Het was pas halverwege de set, “Tonite it shows”, dat de band gas terugnam en sfeervoller klonk. Ze stelden een pak nieuwe songs voor, wat ons nieuwsgierig maakt naar de nieuwe cd in 2008. “Opus 40”, “Dark is rising” en de toegift “Holes” waren de enige herkenbare songs, badend in een golf van fuzz en distortion. De sprookjesachtige sound van op plaat ontbonden ze op FihP duivels. Wat een pletwals!

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

FeestinhetPark 2007: zaterdag 25 augustus

Geschreven door

De bezoekers van FeestinhetPark konden opnieuw genieten van een gevarieerde affiche op deze tweede dag te Oudenaarde, van punkrockers Buzzcocks, naar de ‘80’s Madchesterscene van The Happy Mondays tot bands van eigen bodem: Buscemi, Foxylane en Admiral Freebee als voornaamste kleppers. En deze laatsten haalden het.

Na de groovy, aanstekelijke set van Soapstarter (Bar Bizar) en de vaardige en intense gitaarpop van het beloftevolle Rye Jehu (Grand Mix), derde plaats op Humo’s Rock Rally vorig jaar, kon Buscemi, met live band, de lont ontsteken in de Bar Bizar. Swartenbroeckx bezorgde met één van z’n bevallige guestvocalistes het publiek een multiculturele, swingende mix van latingroove, lounge, jazz en Balkanbeats, aangevuld met blazersectie, drums en bas. De dynamiek hielden ze erin met “Hollywood swing king”, “Seaside”, “Crystal frontier”, “Sahih Balkan” en “Viaje feliz”. Een spannende finale!

Punkrockers van het eerste vonden de Donkvijvers om het Britse Buzzcocks (Grand Mix) aan het werk te zien. Samen met Wire, The Jam, XTC, Gang Of Four waren The Buzzcocks in de periode ’76 – 78 de vaandeldragers van de huidige postpunk, momenteel populair bij de jongeren met bands als Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs, Futureheads en Arctic Monkeys. Ze konden de fans van het eerste uur en de nieuwsgierige jongeren behagen met hun ‘1-2-3-4’ melodieus fel verbeten punkrock. “Boredom”, “I don’t mind” en “Autonomy” gaven meteen het tempo aan. Ook al viel de geluidsversterking op een bepaald moment uit, nog wisten deze dolle vijftigers dit speels en vakkundig op te vangen. “What do I get”, “Ever fallen in love” en “Orgasm addict” waren oorstrelend. Buzzcocks slaagden en verve en verbleekten vele jonge postpunkbandjes. Respect!

Foxylane (Bar Bizar) was al één van de verrassingen op Popallure 2007 in de Brielpoort; het gaat het vijftal voor de wind. Zij zijn na Soulwax Nite Versions en Goose de ‘upcoming’ band met een hitech/switch van punkfunk, technotrance, new beat en chemical beats. Hun elektronisch vernuft en de opzwepende beats hitsten het publiek op en zorgden voor een dampend feestje. In het oog te houden, dit bandje!

Admiral Freebee (Grand Mix) bleek de headliner te zijn tav The Happy Mondays. Een afgeladen volle tent om de band rond Tom Van Laere aan het werk te zien. Ze traden op in dezelfde bezetting als te Folkdranouter (o.a. Bjorn Erikson, een op Murph lijkende drummer en Nina Babet als backing vocaliste). Dit was een setje Admiral For..Ever… een afwisselende ‘straight to the bone’ rock’n’roll set, waaronder  “Lucky one”, “Einstein brain”, “Get out of town” en “Oh darkness”, de stevige pure rockers, die sterk werden onthaald. Het leek erop dat Dinosaur Jr de voorbije week even langs was geweest bij den Admiraal thuis. Ze namen gas terug met sfeervolle songs als “Recipe for disaster”, “Ever present” en “A perfect town”. Een absoluut hoogtepunt, wat waarlijk niet kon worden gezegd van The Happy Mondays (Grand Mix), die samen met The Stone Roses eind jaren ’80 een hype veroorzaakten met hun mix van psychedelische gitaarpop, dub en clubdance. De nieuwe plaat ‘Uncle Dysfunktional’ was live letterlijk te nemen en zal niet de verhoopte come-back  betekenen. Voor de veertigers was het nog eens een ideale kans om deze bepalende band van de Manchesterscene aan het werk te zien. Ze konden maar matig boeien en werden als snel door het jongere publiek links gelaten. Shaun Ryder moest om de twee nummers neerzitten en mans neuzelende zang werd opgevangen door een souldame. Ook de danspassen van Bez waren passé. Het is duidelijk dat de band geen levende legende zal worden en dat zij met ‘90’s bands als The Lemonheads en Pixies’ dame Kim Deal de tol betalen van een levensstijl van drank en druggebruik. Toch vielen een paar interessante songs op te merken: “Kinky afro, “Hallelujah”, “Step on” en ze maakten een  link naar “Black Grape”, de band na The Happy Mondays, die ook maar een kort leven kende.

Geen nood voor wie de nacht nog kort was want in de Bar Bizar met de Pendulum DJ set en in de Charlatan tent dreunden de beats …

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

Rye Jehu

EP

Geschreven door

Rye Jehu is een beloftevolle bandje uit het Gentse. Ze behaalden al talrijke prijzen op concours en behaalden vorig jaar een derde plaats op Humo’s Rock Rally. Het viertal laveert ergens tussen The Van Jets en Absynthe Minded, brengen variaties aan binnen hun rock’n’roll sound en voegen er soms een vleugje surf aan toe. Ze spelen snedig, vaardige songs als “Girls with curls” en “Cooper”, of klinken intenser en poppier als op “White streets”  en “3 calls for alcohol”. Het afsluitende “Deflower” ondergaat diverse tempowisselingen, gaat van hard naar zacht en is mooi uitgesponnen. Het onderstreept de vakkundigheid van de jonge band. De warme, gezapige zang van Wannes Eggermont leunt nauw aan Bert Ostyn en geeft zeggingskracht aan het songmateriaal.
Info op www.ryejehu.com

Hawai

Keep the wild nudes ahead

Geschreven door

Het Kortrijkse Hawai, de band rond Kurt Debrandere uit Kortrijk, heeft een tweede cd uit die het grillige, avontuurlijke en filmische ‘Gone in a minute/ the never changing bits’ opvolgt. Het vijftal bewandelt alle muzikale paden van de rock en is niet in één hokje onder te brengen, wat hun muzikale creativiteit onderstreept. De groep gaat van indie popelektronica op z’n Notwist (opener “Waxed”) naar een stevige rocknoot (“Dig it”); ze verwerken de postrock van Slint in “Fresh mint blues” en stappen moeiteloos over in de neurotische poppsychedelica van The Fall op “Trees in your ears”. Een sfeervolle, dromerige aanpak heeft “Frames” en met de titelsong weten ze op schitterende wijze de sterk gevarieerde, ingenieuze plaat te besluiten. De hese zangstem van Debrabandere past mooi in dit breed muzikaal spectrum.
Info op www.hawaimusic.be

Cloon

EP

Geschreven door

Het Gentse Cloon heeft een intrigerende EP uit van vijf songs; ze halen invloeden aan van Mike Patton, Primus, Rollins Band, Barkmarket, Tool en het te vroeg ter ziel gegane Ashbury Faith. Donker dreigende rock, metal en doom, onder diverse tempowisselingen, van hard naar zacht, om dan opnieuw te exploderen; zelfs het arty work van bassist Philippe de Vuyst dompelt je meteen in die eigen unieke leefwereld van Cloon, wat kan gelinkt worden aan de mystieke en mysterieuze wereld van Tool.
Hun EP heeft een rijkdom aan muzikale ideeën, wat een spannende, bedreven en intens broeierige sound biedt. De diepe bas, de fijn, freakende gitaarlicks en de opzwepende drums nestelen zich in je hersenen. De rauwe, hese en soms cleane schreeuwstem van Claus is de leidraad in dit geheel.
Cloon ontwikkelt zijn eigen muzikale taal, die gestoord, chaotisch en gestructureerd kan klinken: “Non believer”, “Armagedumb”, “Phantom days” en “Green on the red” passen in dit muzikaal plaatje. Durf en avontuur hoor je tenslotte op “Burn rubber blues”, doorspekt van vaudeville, in Cloon termen uitgedrukt: een Tom Waits on speed. Schitterend!
Te koesteren deze band!
Info: www.cloonville.com

Kings of Leon

Because of the times

Geschreven door

’Because of the times’ is de derde cd van de muzikale familie Followill, drie broers en een neef, die doorleefde emotievolle rock’n’roll spelen. De groep brengt ‘niet meer van hetzelfde’, nee de songs zijn meer uitgediept dan op de voorbije cd’s. De groep is duidelijk gegroeid in hun retro/americana. Een begeesterend samenspel van het viertal onder de rauw raspende, krijsende vocals van Caleb.
Ze namen rustig de tijd te werken aan ‘Because of the times’ en hebben een fijne, afwisselende plaat uit. Hun broeierig materiaal intrigeert, is spannend en meeslepend met “On call” en “Fans” als hoogtepunten. “Knocked up”, “MC Fearless” en “True love way” hebben een schitterende opbouw en nestelen zich in je hersenen; “The runner” en “Trunk” zijn de twee meest sfeervolle songs. En de rechttoe-rechtaan rock’n’roll zijn ze niet verleerd, luister maar naar “Charmer”, “Black thumbnail” en “Camaro”. Charmante plaat!

Suzanne Vega

Beauty & Crime

Geschreven door

Het was een tijdje stijl rond deze talentrijke singer/songschrijfster en ex- echtgenote van producer Mitchell Froom, die in ’85 en ’87 prachtsongs schreef als “Marlena on the wall”, “Tom’s diner” en “Luka”. Het waren songs, begeleid door haar frêle stem en akoestisch gitaargetokkel. Een wat gesofisticeerde aanpak was er op haar volgende platen als ‘99.9° F’. Tenslotte trok ze kaart van een sfeervolle, dromerige aanpak van intieme, lieflijke nummers, waarbij ze zich ontpopte als een groots observator. ‘Beauty & Crime’ zet deze lijn door en is een goede luisterpopplaat, niet meer, niet minder, waarbij Vega de stad New York onder handen neemt en linken legt tussen verhoudingen van verschillende artiesten. Het zijn knap in elkaar gestoken songs, kleur gegeven door toetsen, viool en soms strijkersarrangementen, gedragen door haar emotievolle stem. Het koele en elegante uiterlijk op de cd staat ietwat in schril contract met haar songmateriaal.

Chromeo

Fancy Foot Work

Geschreven door

We maakten kennis met het Canadese duo als support van (jawel!)Bloc Party  twee jaar terug in de Botanique. Electrofunk was hun muzikaal uitgangspunt, waarin ze de funk van George Clinton, Prince, Rick James en Peter Frampton verwerkten. “Needy girl” was een aardige hit.
Het duo behoudt een frisse aanpak op de tweede cd ‘Fancy Foot Work’,  waarbij fraaie deuntjes disco, funk, hiphop te horen zijn in hun groovy synthipop. Ze hebben veel naar de (Hey you) Rock Steady Crew geluisterd, want het enthousiasme druipt van deze tweede plaat af. “Tenderoni”, “Waiting for U” en de titelsong zijn de dans/meezingers. Voor de rest borduurt dit plaatje lekker door op een aanstekelijke beat. ’Fancy Foot Work’ , een plaatje, om alle zorgen opzij te plaatsen.

FeestinhetPark 2007: vrijdag 24 augustus

Geschreven door

FeestinhetPark heeft meer dan 20000 bezoekers gehad op hun twaalfde editie aan de Donkvijvers. De formule van muzikale variëteit en het sfeerrijke decor (een flashy autoscooter en een Marokkaanse theetent, naast de talrijke eetstandjes en de paar dranktenten) werden sterk ontvangen. En ze hadden dit jaar de weergoden mee, waardoor het terrein er heel goed bijlag.
Een groots succes, een tevreden organisatie…en handen in eigen boezem, want de bands van eigen bodem haalden het duidelijk qua belangstelling en overtuigingskracht. ‘Iets om rekening mee te houden’ in de programmering…

dag 1: vrijdag 24 augustus: partysfeer aan de Donkvijvers

Baloji (Grand Mix) was één van de vroegere rappers van de hiphopcrew Starflam. De langverwachte soloplaat ‘Hotel Impala’ is uit en hij was al een paar maal te horen op festivals als Boomtownlive om in avant-première de cd voor te stellen. De voorbije jaren was hij te zien als gastvocalist en scoorde zelfs een aardig hitje “Personne ne bouge” met Arsenal.
Bajoli heeft een heuse band achter zich surplus backing vocalistes. Hij speelde een groovy, aanstekelijke mix van hiphop, pop, jazz, soul en funk.. “Coupe de gaz” en “La mere” waren de aanzet om het festival geopend te verklaren. De boomlange zanger probeerde het publiek bij z’n songs te betrekken.

Mintzkov (Bar Bizar) is net als The Van Jets één van de bands die dit jaar praktisch op elk festival te zien zijn. De band liet nog steeds een frisse indruk na en speelde een boeiende afwisselende set, waarin of wel de gitaren ofwel de toetsen op het voorplan kwamen. Puik werk met enkele opmerkelijke songs als “One equals a lot”, “Return & smile” en “Ruby red”.

Daan (Grand Mix), fijn uitgedost met zonnebril, is samen met Mommens/Pynoo van Vive La Fête een festivalbeest. Z’n elektrokitschpop werd ferm gesmaakt, resultaat een nokvolle tent en een uitzinnig publiek. Daan bouwde z’n set zorgvuldig op: “The player” en “Victory” bouwden een finalereeks op van “Sweet designer drugs”, “Promis u” en “Housewife” als verplichte bis.

Chicks On Speed (bar Bizar) waren de meeste weirdo dames die FihP kon programmeren. De drie dames dompelden het publiek onder in hun geschifte ‘80’s electro/freefolk, nodigden een tiental jongeren uit om een wedstrijdje ‘Animal Farm’ geluiden na te bootsen en hadden hun garderobe mee, om na een paar nummers van kledij te wisselen. Op de koop toe zongen ze vals. Een wansmakelijke chaos die z’n charme had en deed terugdenken aan Fuzzbox (We’re gonna use it) van de jaren ’80 Futuramafestival te Deinze. De zwart/wit projecties van dansende naakte vrouwen op het strand namen we er maar al te graag bij op hun synthipop.

Het Amerikaanse bonte gezelschap !!! (Grand Mix) moet live telkens wat op dreef komen. Hun stomende punkfunk was aanstekelijk en werkte in op de dansspieren door songs als “Heart of hearts” , “Must be the moon” en “Pardon my freedom”. Een glansrol was weggelegd voor de soulzangeres, die de gehospitaliseerde tweede zanger verving.

Shameboy maakte er een party van in de Bar Bizar. Het duo Luk Cox en DJ Bobby Ewing wisten met hun trancegerichte techno en pulserende beats het publiek warm te maken om uit hun dak te gaan. “Strobot” en “Rechoque”  waren de verplichte musts.

Coldcut (Grand Mix), onder het Britse duo Jonathan Moore en Matt Black, ontwikkelden midden de jaren ’90 een eigen unieke stijl die omgedoopt werd tot ‘laptopmusic’ (audiovisualsratchvideomusic), knip- en plakwerk van hiphop, ‘80’s dance, funk, triphop, breakbeats, drum’n’bass, poprock en beats. Hun muzikale ideeënrijkdom zetten ze deze maal om in een ietwat ordinaire samplereeks van een ‘Was het nu 80/90 fuif’, vocaal ondersteund door MC Juice Aleen. De projecties van ‘80’s videoclips waren synchroon aan de sound. De liveset en projecties tijdens de clubtournee, toen ze met zes bezig waren op hun laptop en draaitafels, was boeiender en meer oogstrelend.

Dr Lektroluv, Discobar Galaxie en de DJ’s in de Charlatan mochten met hun dance de eerste nacht van FihP besluiten.

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

Testament

Testament laat Hof ter Lo op zijn grondvesten daveren

Geschreven door

Leve de gevestigde worden in onze teerbeminde metalscene! Testament is één van die groepen die sinds jaar en dag zijn publiek weet te verwennen met prachtige CD’s en geniale live-optredens. Woensdag 22 Augustus was het weer zover. De band kreeg na 2 jaar afwezigheid de kans om Hof ter Lo te laten ontploffen.

De eer om te mogen openen voor Testament was weggelegd voor het Nederlandse Polluted Inheritance.  De zaal was al aardig gevuld toen de heren de aftrap gaven. Met hun mix van Death en Thrash metal konden ze het volk wel een tijd blijven boeien, maar na de helft van de set zag je toch de aandacht in het publiek verslappen ondanks de bij momenten mooie riffs. Ook mij kon het niet echt blijven boeien. Deze band is zeker niet slecht, maar miste heel wat enthousiasme om de vonk over te brengen naar het publiek. Ik bleef de band tussen het praten door wel wat te volgen maar niets kon mij nog echt verrassen.

Na een relatief korte break was het eindelijk de beurt aan de heren voor wie we deze avond waren gekomen. Met bijna de volledige line-up uit de tijd van hun debuut-CD ‘The Legacy’ uit 1987, kon het bijna niet anders dan een schitterende avond worden. Bij het inzetten van “The Preacher” werden mijn vermoedens dan ook al bevestigd. Wanneer de set daarna zonder tussenpauze werd vervolgd met “The New Order” en “The Haunting”, konden we al meteen zeker zijn van een aantal aardige klassiekers.
Daarna werden een viertal nieuwere nummers voorgeschoteld die nog altijd van uitstekende kwaliteit waren, maar waarvan de meeste mij net iets minder konden boeien dan de rest. Na “Electric Crown”, “Low”, het beukende “D.N.R.” en “Three Days In Darkness”, greep de band terug naar de klassiekers. Met “Practice what you preach” werd voor de eerste keer echt beroep gedaan op het publiek om uit volle borst mee te zingen! Wat dan ook met overtuiging werd gedaan. Na het nummer kondigt de groep aan dat het deze avond een langere setlist zou spelen en er een hoop klassiekers tegenaan zou gooien.
Ze hebben in elk geval niet gelogen. Vanaf dan werden enkel nog klassiekers gespeeld, waarvan de nummers “Into The Pit” en “Over The Wall” er ver boven uitstaken. Tijdens “Into The Pit” ontstond een niet onaardige moshpit die Chuck Billy en de rest van de band aanzetten om nog harder te gaan spelen. Bij het aankondiging van “Over The Wall” kregen de geïnteresseerden de toelating om het podium te betreden. Dit resulteerde in een bomvol podium waarop gemosht, gebangd en gestagedived werd. De sfeer werd er van dan af alleen maar beter op.
Met het al even geniale “Alone In The Dark” werd een eerste einde voorzien in de geniale show van de heren. Tijdens dit nummer lieten de heren en het publiek zich volledig gaan. Vooral Het meezingbare refrein werd uit volle borst meegezongen door het uitzinnige publiek. De band kon niet anders dan nog enkele toegiften doen. Deze kwamen er in de vorm van “Burnt Offerings” en het goede oude “Desciples Of The Watch”. Een schitterend einde van een geniale show.

Anderhalf uur na de start van het optreden konden de heren voldaan het podium verlaten. Iedereen was het er over eens dat Testament er alweer een schitterende Thrash avond van gemaakt had. Ondanks de voortreffelijke prestaties van de volledige band, deed het mij vooral deugd om Alex Skolnick eens aan het werk te zien. Dit optreden behoort met gemak tot één van de betere optredens die ik reeds heb mogen meemaken.

Setlist:
01 The Preacher - 02 The New Order - 03 The Haunting - 04 Electric Crown - 05 Low - 06 D.N.R. - 07 Three Days In Darkness - 08 Practice What You Preach - 09 Souls Of Black
- 10 The Legacy  - 11 Into The Pit - 12 Over The Wall  -13 Alone In The Dark  - 14 Burnt Offerings - 15 Disciples Of The Watch.

Organisatie: CC Luchtbal/Hof ter Lo, Borgerhout

Two Gallants

The Scenery Of Farewell (EP)

Geschreven door

Met  ‘What the toll tells’ hadden deze twee heren al voor één van de meest aangename verrassingen gezorgd van 2006. Amper een jaartje later komen ze aanzetten met dit interessant tussendoortje, een EP met 5 overwegend akoestische songs, 5 pareltjes als je ’t ons vraagt. Het zijn stuk voor stuk doorleefde songs die zichzelf zonder blozen een plaatsje mogen geven tussen het betere werk van Bob Dylan, Neil Young, Green On Red en The Drones. Alle nummers zijn van de hand van Adam Fontaine die voorzien is van een snijdende stem en die overigens ook de gitaar, harmonica en piano voor zijn rekening neemt. Hij wordt enkel bijgestaan door zijn buddy Hyde Edneud op drums en percussie. Fontaine’s songs ademen een rauwe schoonheid, het zijn onversneden en scherpe edelstenen die ons tot op het bot raken.  Afsluiter “Linger On” is het mooiste nummer van deze EP, een sublieme mijmerende ballad waarvan het haar op onze armen recht komt te staan.
Deze EP legt de lat wel erg hoog voor de Full CD die er zit aan te komen. We kunnen haast niet wachten.

Shy Child

Noise won't stop

Geschreven door

Het New Yorkse duo Shy Child, Pete Cafarella (vocals/toetsen) en Nate Smith (drums) brengen een avontuurlijk geluid van pop, punkfunk, nu rave en psychedelica. De elf songs worden bepaald door de opzwepende drums van Nate, en de keyboards van Pete, een keytar, ‘80’s synths in de stijl van Suicide en Devo, die ruimte biedt voor psychedelicasynths. Een energiek, fris geluid, groove en beats.
‘Noise won’t stop’ klinkt als dansbare garagerock …zonder gitaren.
De titelsong, “Astronaut” en het afsluitende “Cause & effect” zijn prijsbeestjes, die inwerken op de dansspieren. “Drop the phone”, “Generation Y (we got it)”, “Good and evil” en “Summer” getuigen van muzikale inventiviteit door een aanstekelijk, rauw melodieus geluid van elektronica en drums, ergens tussen The Rapture, Klaxons en zZz. “Volume” en “What’s it feel like” zijn dromerig en sfeervoller, gekenmerkt door een trancegerichte beat.
‘Noise won’t stop’ mag een terechte doorbraak naar Europa betekenen.

Korpiklaani

Tervaskanto

Geschreven door

Met ‘Tervaskanto’ is de Finse ‘Forest clan’ ofte ‘Korpiklaani’ toe aan zijn vierde langspeler sinds de oprichting van de band in 1999. Afgaand op de CD-hoezen zou je al snel kunnen vrezen voor een sterke achteruitgang in die tijd. Toch blijkt dit absoluut niet te kloppen.
Korpiklaani heeft zich in de loop der jaren opgewerkt tot één van de grootste folkmetalbands. Ook op ‘Tervaskanto’ bewijst de band, dat ze die plaats meer dan verdienen. Gebruik makend van tal van oude volksinstrumenten, die door het grootste deel van de bevolking al lang vergeten zijn, in combinatie met een ruige metalsound, brengt de groep 42 minuten luisterplezier.
Bij de vorige CD’s had ik het vaak wat moeilijk met de vocalen en het tempo van het album. Een nummer of drie vier ging er bij mij vlot in, maar daarna had ik het wel gehad. ‘Tervaskanto’ daarentegen kan mij van begin tot het einde blijven boeien. Dit komt hoogstwaarschijnlijk doordat er meer aandacht werd besteed aan de melodieën dan aan het ruigere aspect. Dit resulteert in een vrolijk klinkend en goed in elkaar gestoken album, waardoor de muziek nog aanstekelijker werkt dan voordien.
Ondanks het vrolijke gevoel dat het album nalaat, blijken de teksten niet altijd even vrolijk te zijn. Zo handelt “Veriset äpärät” (Bloody Bastard Children) over de wenende geesten van bastaardkinderen, die in lang vervlogen tijden in de bossen werden achtergelaten. Natuurlijk zijn er ook weer de pure feestnummers waar Korpiklaani al sinds hun ontstaan voor bekend is. Zo ligt “Let’s Drink” in de lijn van DE Korpiklaani klassiekers “Beer Beer” en “Wooden pints” en sluit het instrumentale “Nordic Feast” het album schitterend af waardoor je onmogelijk kan blijven stilzitten.
Liefhebbers van het eerste uur zullen ‘Tervaskanto’ volgens mij niet altijd met open armen ontvangen door de “wat rustigere” richting die de groep is ingeslagen. Wie de groep echter nog niet kende of vond dat de folkelementen te veel werden verdrongen door de ruwheid, moet dit album zeker een kans geven!

Pagina 496 van 504