logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (36 Items)

Roland Van Campenhout

Blues Town 2025 - Roland Van Campenhout - Putting some soul into the Blues

Geschreven door

Blues Town 2025 - Roland Van Campenhout - Putting some soul into the Blues
Roland Van Campenhout + Black Label

We spreken hier over legendarische Belgische muzikanten binnen een bepaalde muziekstijl … Bij jazz denken we prompt aan een Toots Thielemans of Philip Catherine. Binnen het 'Vlaamse chanson' aan Guido Belcanto en bij kleinkunst aan kleppers als Willem Vermandere. In de Belgische Blues is er een muzikant die al decennia tot de verbeelding spreekt: Roland Van Campenhout (****), intussen de 80 gepasseerd. legde hij in een goed gevulde Casino zijn ziel bloot en trok zijn publiek mee in het verhaal.

Ook Black Label (****) - Remko Van Damme - weet perfect hoe hij z’n ziel kan stoppen in de typische Mississippi Delta-Blues. Naast eigen nummers brengt Black Label interpretaties van bekende klassiekers als “Me and te Devil blues”, “Hellhounds”, “On my trail” en “Crossroads blues”.
Helemaal op zijn eentje met mondharmonica en akoestische gitaar , gedragen door z’n warme stem, zorgt hij voor een gezellig sfeertje van rond-het-kampvuur'. Black Label is een geboren entertainer en trok iedereen mee door handclaps en meezingen. Een sfeervolle set dus in de voetsporen van Roland.

Roland straalde, zoals we het gewoon zijn van hem, enorm veel charisma uit. Met een kwinkslag besteeg hij het podium, zette zich neer en pingelde aan zijn gitaar; hij ging er total voor. In momenten klonk het ietwat routineus, maar door de man zelf kwam hij er moeiteloos mee weg.
De spontaniteit en de manier waarop hij elk nummer anders interpreteert maakt van elk optreden van Roland een unieke totaalbeleving. Op zijn 81ste heeft hij nog steeds die soulvolle stem die muziekstijlen met elkaar verbindt.
Roland is steeds goed omringd. De muzikanten bieden een meerwaarde. Hij blikt terug op het oudere werk en linkt het met nieuwe.
Muziek voor alle leeftijden. De jongere generatie reageerde enthousiast op Rolands oeverloos gepingel. Hij is een bron van inspiratie voor hen, een levende legend.
Erg positieve reacties en uiterst genietbaar dus, deze gezapige soulvolle blues.

'Putting some soul into the Blues' was hoedanook de rode daad van de set. We waren erg blij dat we deze man nog  steeds live aan het werk kunnen zien.
Op zijn 81ste blijkt hij nog steeds jong en oud diep te ontroeren. Mooi!

Pics homepag @Sven Dullaert

Organisatie : De Casino, Sint-Niklaas

Van Camp

Volume II

Geschreven door

De legendarische Belgische heavymetalband Killer viert dit jaar zijn 45ste verjaardag maar kondigt ook aan dat 2025 mogelijk het laatste jaar is dat de band live speelt. Frontman Paul Van Kamp (Shorty) is evenwel nog niet uitgezongen of leeggespeeld. Hij komt met een solo-album als Van Camp.

Als Van Camp bracht Shorty al een eerste solo-album uit. Dat was in 1988, net na de eerste pauze van Killer als band. ‘Too Wild To Tame’ werd opgenomen met twee bandleden van White Fang en eentje van Killer en met Jos Kloek, de zowat vaste producer van Killer. Op de hoes van het vinyl zat een sticker met ‘Ex Killer’ erop, waarmee duidelijk was voor welk publiek Van Camp bedoeld was. Recent werd ‘Too Wild To Tame’ toegevoegd aan re-issues van Killer-albums en zo groeide bij fans de vraag naar een nieuw solo-album van Shorty.

Nu Killer opnieuw even in het vriesvak gaat, heeft Shorty dan maar Van Camp ontdooid. In de live-band speelt Wim Wouters (Scarved, coverband Black Jack met Shorty) bas en Geert Mariën (Praga Khan, Scarved) drums. Die hebben ook meegewerkt aan het album. Alle composities zijn van Shorty en het schrijven en componeren begon hij al tijdens de lockdown van de coronapandemie in 2020.
Het tweede album kreeg ‘Volume II’ als titel en omvat acht nieuwe tracks voor de vinyl-kopers en nog vier extra nummers voor wie de CD koopt. Eén van die bonusnummers is een interpretatie van de vijfde en negende symfonie van Beethoven. De bonusnummers op de CD zijn leuk, maar met de tracks van het vinyl heb je al helemaal de essentie van het album.
De nieuwe solo-nummers klinken verdacht als die van ‘Hellfire’, in 2023 het voorlopig laatste studio-album van Killer. Het is natuurlijk dezelfde Shorty die zingt, gitaar speelt en de nummers geschreven heeft. De nummers zijn evenwel langer en de structuur is complexer. De gitaarsolo’s zijn gemiddeld wat langer dan bij Killer, de nadruk ligt nog meer op de gitaren dan op de zang en er zit al eens een instrumentaal nummer in.
Hoewel Van Camp vaak wel klinkt als de hardrock en heavymetal van de jaren ’80 van vorige eeuw, zit er ook al eens een moderne twist in de songopbouw en in de lyrics. Fans van Michael Schenker en Zakk Wylde zullen dit album zeker weten te waarderen. De sterkste nummers zitten voor mij helemaal aan het begin: “Now Or Never”, “Dark Days” en “Heaven’s Gate”.

Van ons hoeft Killer nog niet op pensioen. Met een pauze kunnen we vrede nemen omdat dan deze Van Camp van stal gehaald kan worden.
‘Volume II’ is een knap nieuw hoofdstuk in het al lange verhaal van Shorty. Voor dit nieuwe album gaat van Van Camp op tournee door Vlaanderen: geef dit instituut alle lof die het verdient.

https://www.youtube.com/watch?v=jv0RQqrvwPw

Ted Russell Kamp

California Son

Geschreven door

Ted Russell Kamp is zopas begonnen aan zijn Europese tournee en dat deed hij in België en Nederland. Deze Amerikaanse countryrocker komt zijn nieuwe album ‘California Son’ voorstellen en voor de liefhebbers van het genre is dat altijd goed nieuws.
De Amerikaan is misschien niet de bekendste naam in de countryrock, maar hij behoort tot de zo goed als vast band van de bekendere Shooter Jennings. Hij leent zijn bas- en andere talenten ook al eens uit aan anderen. Hij staat bijvoorbeeld in de credits van het album ‘We Are Chaos’ van shockrocker Marilyn Manson. Net zo goed leende hij zijn talent aan Liam Finn, de zoon van Neil Finn, van Crowded House.
Op ‘California Son’ profileert Ted Russell Kamp zich als songschrijver en veelzijdig muzikant (gitaar, bas, percussie, dobro, zang, Hammond, …). Hij schreef de meeste lyrics en muziek, maar hij is wel zo eerlijk om de andere muzikanten en collega-zangers in de studio mee te erkennen als co-auteur.
Het album opent met twee songs met hitpotentieel: titeltrack “California Son” en “Hard To Hold” klinken bijzonder catchy en zonnig-vrolijk en hebben een leuk ritme. In de bluesballad “One Word At A Time” komt de stem van Kamp niet mooi tot zijn recht. “Ballad Of The Troubadour” is ook zo’n slepende bluesballad met flink wat melodrama, maar hier valt er minder te klagen over de vocale prestatie. Integendeel, hier horen we een echo van Tom Petty. Dezelfde poëtische kracht horen we op het doorleefde folky kampvuurlied “Firelight”.
Deze countryrocker heeft een talent voor catchy tunes met een steady tempo, zo blijkt nogmaals op “The Upside To The Downside”. “High Desert Fever” doet denken aan de hoogdagen van Dr Hook, al bleef die meestal ver weg van de huilende pedalsteel.
Als hij wat moeite doet, is Ted Russell Kamp een prima songwriter, maar vaak genoeg, zoals op “Miracle Mile”, stapelt hij ook gewoon de clichés op elkaar. Het blijft ten slotte toch country, toch? “Hangin’ On The Blues” had in hetzelfde bedje ziek kunnen zijn, maar hier redt hij zich met een bijzonder leuke baslijn als enige begeleiding, zodat de aandacht niet naar de dertien-in-een-dozijn lyrics gaat. Goede redding, maar het was close. Als hommage aan country-folk-legende Merle Haggard hadden de lyrics van deze song net iets meer vlees aan het been mogen hebben.
Ted maakt die halve misser goed met alweer een catchy en vrolijke rocker: “Roll Until The Sun Comes Up”. Met een ander stem-timbre had dit een prima single kunnen zijn voor een Chris Isaak. Albumafsluiter “Every Little Thing” is wat zwaarder op de hand en gaat windrichting Warren Zevon en Tom Petty. Über-Amerikaans, maar wel heel authentiek en doorleefd, met ook nog een leuke bijrol voor een orgeltje.

‘California Son’ is een heel divers en heel vaak een zonnig album. Genres ontmoeten elkaar en één man verbindt alles met zijn talent als zanger, songschrijver en gitarist. Heerlijk album.
Ted Russell Kamp staat op 14 november in CC Het Gasthuis in Aarschot.

Coutry/Roots
https://www.youtube.com/watch?v=VfmIWxP8Isk

Emiliano Sampaio

We have a dream

Geschreven door

Emiliano Sampaio behaalde een muziekdiploma in Brazilië en verhuisde later naar Oostenrijk om een doctoraat in compositie af te ronden. Sindsdien werkt hij als componist, dirigent en arrangeur.
Hij heeft elf eerdere releases uitgebracht met een muzikale verscheidenheid, van kleine groepen tot big bands. Sinds zijn tienerjaren heeft Sampaio er echter altijd van gedroomd muziek te schrijven voor een jazzsymfonieorkest; met ‘We Have a Dream’ slaagt hij daarin. Het album bevat een orkest compleet met koperblazers, houtblazers, strijkers en percussie. Wat zorgt voor een oneindige speelsheid en improvisatie.
Het zou oneerlijk zijn om deze compositie eenvoudig te omschrijven als een huwelijk tussen jazz en klassieke muziek. Er is zoveel aan de hand op deze plaat. In elk geval houdt dit collectief van muzikanten ervan een breed klanken palet aan te bieden, waarbij ze hun virtuositeit de vrije loop kunnen laten. Die vrijheid om te improviseren zorgt er niet alleen voor dat elke muzikant zijn ding kan doen, de versmelting zorgt voor een epische totaalbeleving, spannend, intiem en verrassend. De stukken gaan naadloos over in elkaar als bewegingen in een symfonisch werk.
Op ‘We have a dream' maakt Emiliano Sampaio al zijn dromen waar . de avontuurlijke jazz/klassiek liefhebber kan tevreden zijn. Muzikaal een sterk kunstwerk.

Tracklist: 1. New Old Paths 2. Touching 3. Between Dances 4. War 5. Dry Soil 6. Always Go Back (to the Blues) 7. Popping, Chopping and More 8. Dreamscapes 9. Revolution 10. Black 11. Old new Paths

We have a dream
Emiliano Sampaio & Heinrich Von Kalnein
Alessa Records Jazz & Art

Vampire Weekend

Vampire Weekend - Strak en oerdegelijk

Geschreven door

In 2008 liet het piepjonge collectief Vampire Weekend een frisse wind uit New York overwaaien, en België (alsook de rest van de aardkluit) was meteen wild van hun vrolijke gitaardeuntjes en clevere teksten. Verschillende keren trad de band in onze contreien op, maar ondertussen was het toch al weer een dikke zes jaar geleden. Het publiek snakte dus naar een sterke liveshow.

Onder een gigantische wereldbol - de hoes van hun nieuwste plaat ‘Father of the Bride‘ - gingen de heren van start met hun recentste single “This Life”, gevolgd door “Unbelievers”. Het valt op dat de sound nog niet echt goed zit, het lijkt eerder een lo-fi concert in een kroezelig café. Bij “Sympathy” wordt dit hersteld, en enkele nieuwe nummers passeren de revue. Hun laatste worp werd door de gespecialiseerde pers met ietwat gemengde reacties onthaald, maar hier bewijst de groep dat de liedjes live best goed overeind blijven.
Bij “Finger Back” wordt geknipoogd naar het refrein van wereldhit “Harmony Hall”, maar “I don’t wanna live like this” mag pas later volop meegezongen worden. Samplen doen ze blijkbaar graag, want “This feels so unnatural, Peter Gabriel too” komt voor in “Cape Cod Kwassa Kwassa”, en later tijdens de bisnummers ook nog eens in “Ottoman”. De band én het publiek komen helemaal onder stoom tijdens de gouwe ouwe nummers vanop het self-titled ‘Vampire Weekend en Contra’.
Wat volgt is een unieke versie van “Step”, een minutenlange, harde gitaarjam tijdens “Sunflower”, en een uiterst subtiele maar zeer verzorgde overgang naar “White Sky”. VW bewijst hier dat ze één voor één topmuziekanten zijn. Zanger Ezra Koenig, gitarist Chris Baio en de twee percussionisten, ze laten complexe muziek toch zo kinderlijk eenvoudig lijken. “Cousins” en “A Punk” doen iedereen dansen, terwijl het maatschappijkritische “2021” de zaal volledig stil krijgt.
De strakke set wordt afgesloten met “Jokerman”, een Bob Dylan cover, en een David Goffin lookalike naast ons geraakt bijna in trance. Hier valt het pas echt op dat de groep de mosterd voor deze mengeling van pop met Afrikaanse invloeden haalde bij ‘Graceland’. Paul Simon als inspiratiebron, New York als gemeenschappelijke thuishaven. Bij de eerste noten van de encore “Big Blue” vallen vier vlaggen naar beneden, elk staan ze symbool voor de vier singles die de band ter voorbereiding van hun nieuwe cd maandelijks de wijde wereld instuurde.
Als slotakkoord worden nog een paar verzoeknummers gespeeld, en met “M79”, “Diplomat’s Son” en “Mansard Roof” worden enkele klassiekers aangevraagd en maar al te graag te berde gebracht. Singles als “Oxford Comma” en “Holiday” zijn zelfs niet nodig om ons te overtuigen.

Traditiegetrouw sluit “Walcott” de gig af, en zo klokt Vampire Weekend af op zevenentwintig (!) nummers, netjes verspreid over hun vier albums, stuk voor stuk pareltjes, elk op hun eigen manier, en live vormt dit alles een erg knap, oerdegelijk geheel.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/vampire-weekend-18-11-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/liss-18-11-2019.html

Organisatie: Live Nation

Pamplemousse

High Strung

Geschreven door

Pamplemousse is, zoals we lezen op hun facebook pagina, een powertrio. Een soort noise-bluesgroep, ergens tussen RL Burnside, Unsane en George Michael . De Franse band bracht in 2017 zijn debuut op de markt. Dat titelloze album bevatte negen aanstekelijke songs die vanaf begin tot einde aan de ribben blijven kleven. Bovendien vermengt Pamplemousse elementen van noiserock met een potje blues, tot post-hardcore maar ook garagerock. Op hen een label kleven is dus bijna onmogelijk. Hoe het met de band ondertussen is vergaan? Pamplemousse is gewoon verder aan zijn eigenzinnige weg aan het timmeren. Medio april kwam een nieuwe schijf uit, 'High Strung', waarop de band grenzen blijft aftasten met oog voor experimenteren met stijlen en geluiden.
Dat laatste is al te merken bij opener “High Strung”. Geen song voor luisteraars die graag binnen de lijntjes kleuren, maar voer voor muziekliefhebbers die eerder houden van bands die graag op avontuur gaan door muziekland. Zowel vocaal als instrumentaal gaat het dan ook letterlijk alle kanten uit, ontstaat een gestructureerde chaos en is absurditeit tot het oneindige eveneens een fijne rode draad doorheen het geheel. Soms flirt de band wel met toegankelijke muziek zoals te merken is op songs als “Losing Control” en “Porcelain”, maar eens de registers - vocaal en instrumentaal - worden opengetrokken gaat Pamplemousse liever over tot lekker eigenzinnig experimenteren en nog maar eens improviseren. Je kunt er kop nog staart aan krijgen en daar houden we wel van, moeten we toegeven.
Nog een opvallend punt is dat de band enorm veel tempowisselingen invoert in zijn songs. Zo horen we eerder ingetogen soundscapes passeren bij “Back In LA”, en worden die prompt de nek omgedraaid door pompende riffs en drumwerk en een schreeuwerige stem die dreigend je de kop indrukt, wisselingen in emoties, veel experimenteren en improviseren.
Is er iets negatief aan deze schijf? Nu, als je houdt van enige structuur in het leven kan dit potje chaotische mengelmoes wat confronterend zijn, dat geven we ruiterlijk toe. Als je echter houdt van het avontuur opzoeken, binnen een brede muzikale omlijsting, dan is deze knappe schijf een plaat die je zonder verpinken in huis kan en moet halen.

Tracklist: High Strung 02:40; Dragon's Breath 02:29; Losing Control 03:35; Porcelain 03:56; Space Out 04:03; Heebie Jeebies 04:12; Back In LA 03:46; Ventoline 02:05; Top Of The Bill 03:33; Hot Fudge Monday 02:36

Hippo Campus

Hippo Campus - Tieners met muzikale potentie

Geschreven door

Hippo Campus - Tieners met muzikale potentie
Hippo Campus
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2017-10-06
Wim Guillemyn

Een opvallend jong en grotendeels vrouwelijk publiek was gekomen om deze indierock bands (denk aan Vampire Weekend en aanverwanten) aan het werk te zien. Marsicans (uit Leeds) waren fris, jong en kleurig. De zanger had qua looks de nodige credibility terwijl de gitarist eerder uit een boysband leek ontsnapt te zijn. Hij was zich ook een beetje te goed bewust van zijn mooie looks. Voor de rest een degelijk en aangenaam optreden.

Hippo Campus uit Minnesota zijn sinds 2013 actief en hebben 3 EP’s en een album op hun conto staan. Het waren nog tieners die even jong als hun publiek waren. Een vat vol hormonen maar muzikaal zat het wel snor. Opener “ Way It Goes” uit hun recente ‘Landmark’ album was meteen raak en veroorzaakte her en der wat gegil bij bepaalde moves van de zanger. “Sophie So” was een goede song en goed gebracht. “Simple Season” was welbekend bij het publiek. “South” kende ook veel bijval. Van dan af zat de sfeer bij het publiek goed in.
Opvallend toch de muzikaliteit van elk van de muzikanten. Deze band draait niet alleen op de looks en de hormonen maar heeft muzikaal zeker zijn waarde: aanstekelijke en catchy songs met hier en daar een muzikale meerwaarde in de vorm van een solo, lick of bridge.

Het was dan ook een geslaagd, entertainend optreden waar ze hun set eindigden met “Buttercup” en terecht terug mochten komen voor een bisronde.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Sampha

Process

Geschreven door

Eén van de opkomende talenten binnen de soul/r&b en hiphop is ongetwijfeld Sampha Sissay. Hij werkte de afgelopen jaren al samen met Drake , Kanye West , Frank Ocean, Solange  en Jessie Ware . Die ervaring stopt hij in zijn debuut .
Een sfeervolle plaat is het , die harp en piano  (zijn geliefkoosde instrumenten) onderdeel zijn van aanzwellende hiphopbeats, elektronica en sampling, gedragen door z’n melancholieke , indringende stem . Trippop , postdubstep , soul/r&b vinden elkaar op emotievolle wijze.
Zijn inspiratie haalt hij van James Blake en SBTRKT. Songs als “Plastic 100°C”, “Blood on me” en “Kora sings” dompelen ons meteen onder in die solide sound . “No one knows me like the piano” grijpt aan , klinkt vrij direct en is uiterst persoonlijk .
Sampha zorgt ervoor dat dit meer dan doorsnee soul/r&b is . Hij heeft een evenwichtig sterk debuut uit.

Amplifier

Trippin with Dr. Faustus

Geschreven door

Het Britse Amplifier is met ‘Trippin With Dr Faustus’   aan zijn zesde album toe. Ze zijn niet zo gemakkelijk in één hokje te plaatsen daar ze elementen uit de spacerock, stoner, alternatieve rock, grunge etc gebruiken in hun muziek. Het is een album geworden dat alle kanten opgaat maar desondanks toch een eigen geluid en stijl heeft meegekregen. Sommige songs hebben wat onverwachte twist and turns zoals “The Commotion (Big Time Party Maker)” en neigen soms naar wat progrock. De lengte van de songs variëren van vier tot acht minuten. “Freakzone” is één van de sterkere tracks op dit album dat nogal spacy begint om dan over te gaan naar steviger rock momenten. “Anubis” is een akoestische song die eerder doet denken aan seventies band zoals Kansas, Boston of The Band. Het album sluit af met “Old Blue Eyes” en drijft op een dikke, vette bas. De stem doet mij, net als in sommige andere songs, wat aan Steven Wilson denken. Het nummer werkt naar het einde toe naar een noisy climax. Andermaal een fijn nummer.
Het zesde album van Amplifier is een geslaagd en eigenzinnig album. Ze gaan resoluut hun eigen weg en brengen songs die soms heel verschillende kanten opgaan zonder geforceerd te klinken. Wie houdt van muziek, dat een mengeling van eerder genoemde stijlen bevat, moet dit beslist eens checken.

Sampha

Sampha - Bescheiden Brits talent op het grote podium

Geschreven door

De Britse zanger/producer Sampha Sissay (28) leende zijn warme stem al uit aan Drake, Solange, Kanye West en Jessie Ware. In februari kwam het Young Turks label-broertje van The XX na lang wachten met een eigen debuutalbum waar hij op wondermooie wijze over engeltjes en hogere sferen zingt. Deels als eerbetoon aan zijn moeder die niet zo lang geleden de strijd tegen kanker verloor. Zondagavond stond het bescheiden zang- en pianotalent op het grote podium van de Ancienne Belgique. In een majestueus decor stelde de “(No One Knows Me) Like The Piano”-zanger zijn debuut ‘Process’ voor, ondersteund door een band en warm onthaald door een uitverkochte zaal fans.

Na een niet al te toonvast maar inventief voorprogramma verzorgd door PAULi, de drummer van Sampha’s liveband, werd het podium opengetrokken voor de hoofdact. Het decor is simpel en toch geniaal. Een gigantisch wit doek waartegen een halve cirkel opgesteld staat. Het zou een ondergaande zon of halve maan kunnen zijn. Wanneer vier donkere figuren het podium opwandelen, herkennen we Sampha’s silhouet meteen dankzij de eigenwijze pluk kroeshaar. Het podium is groot en daarom kiezen de bandleden ervoor om Sampha ruimte te geven. Uiterst rechts een percussionist, links een extra toetsenist. Achteraan de vrolijke PAULi, dit keer gelukkig zonder microfoon, wel met drums en een hoop elektronica. Ook Sampha’s werktuig voor vanavond lijkt op een ruimteschip. Zijn keyboard is geüpgraded met allerlei apparatuur, hij is immers naast zanger en getalenteerd pianist ook een uitstekende DJ.

Buitenaards warme stem
Starten doet de Brit met albumtrack “Plastic 100°C”. Onder een blauwe schijn is zijn gezicht moeilijk te onderscheiden. De warme stem botst met de kilte van het grote podium en de buitenaardse teksten “You touched down in the base of my fears. Houston, can you hear me now?” Na de sferische opener bedankt de nederige Londenaar ons al meteen voor de komst. “We’re really looking forward to playing for you tonight. We’ve got a couple more tunes to play so I’m just going to get on with it.” zo gezegd, zo gedaan. De Brit doet iedereen meewiegen op “Timmy’s Prayer.” Het orgeltje op de achtergrond geeft het soul-lied een verrassende omkadering. Meneer Sissay heeft nog meer verrassingen klaar staan. Bij “Happens” showt de Brit voor het eerst op de avond zijn meesterpianospel. De extra toetsenist voegt hier en daar een bodempje orgel toe en de twee percussionisten amuseren zich door zachtjes op een en dezelfde trommel te slaan. Ook ballads “Too Much”, dat Drake hergebruikte, en “Take Me Inside” ontroeren door het solo pianospel, hier en daar aangevuld door minimale electronica.
De unieke stem van Sampha klinkt niet alleen zo knus en warm als een versgewassen donsdeken, hij kan ook nog eens uitpakken met mooie franjes hier en daar. De extra echo op de microfoon doet zijn stem tot in de kleinste hoekjes van de zaal weerkaatsen. Sampha is overal. Zelfs de vele geluidseffectjes die op debuutalbum ‘Process’ te horen zijn, nam de Brit mee naar de AB: gebroken glas, vogeltjes, regen en onweer. In het midden van de set kleurt de halve cirkel op het podium plots zo geel als een ondergaande zon, de hemel daarboven paars. Sampha is in zijn element achter de piano-commandopost. Er hangt ook een koebel in zijn cockpit waar hij op tekeer gaat tijdens een indrukwekkende jamsessie na “Kora Sings.” Toch neemt de zanger ook de tijd om zijn publiek van dichterbij te bekijken. “Reverse Faults”, een nummer dat perfect op een album van Drake zou kunnen belanden, is de gelegenheid om een uitstapje te maken naar de rand van het podium. Sampha doet zijn eerste rijen bouncen als een echte rapper.

No One Knows The Piano Like Sampha Does
Terug achter zijn piano, onder een rode gloed, maakt Sampha zich klaar om “Blood On Me” te zingen, de single waarmee hij doorbrak bij het grote publiek. Er blijkt iets mis te zijn met drummer PAULi’s apparatuur. “I love you” onderbreekt een fan de stilte. “Oh thank you, I do too. How are you guys feeling? Having a good time?” Na een minuut rumoer besluit PAULi zijn technicus wandelen te sturen. Misschien is het daardoor dat de drums bij de start van het nummer wat mager klinken. Gelukkig is de piano extra aangedikt en haalt de tweede toetsenist wat extra trompet uit zijn keyboard. De Brit boezemt het publiek angst in met zijn jagende teksten. Zelfs voor een uitverkochte AB weet Sampha zo te zingen alsof hij achterna gezeten wordt. Hij doet voor de laatste keer een uitstapje naar het publiek dat gewillig meebrult.
Hoewel Sampha misschien geen perfect lichaam heeft, danst hij iedereen op 1, 2, 3 naar huis. De band perst er nog een grandioos einde uit en vertrekt dan. De zanger, nu helemaal alleen op het podium, vraagt onze waardering voor ‘de band, die ondertussen al verdwenen is’. Hij gaat zijn nieuwste single in zijn eentje brengen. “Het is niet volledig hetzelfde als de albumversie maar ik hoop dat jullie het leuk vinden.” Waarom we plots een andere versie krijgen, geen idee. Wellicht weet het wünderkind zijn creativiteitskraan niet dicht te draaien. De alternatieve versie van “(No One Knows Me) Like The Piano” klinkt iets minder opgetogen dan diegene waarvan Studio Brussel een Hotshot maakte. De piano krijgt minder de hoofdrol en wordt meer in toom gehouden. Toch klinkt deze versie niet minder mooi. Wie enkel voor het origineel kwam, moest het wel doen met een minder kleurrijke maar even ontroerende variant.
Sampha zou Sampha niet zijn, moest hij niet een extraatje voor ons in petto hebben. Na een oorverdovend applaus verlaat de jongeheer het podium en worden vier drums geïnstalleerd. Sampha komt terug het podium op en neemt plaats achter de microfoon tussenin de drums. De band vervoegt hem en elk lid neemt een trommel voor zijn rekening. Het bisnummer “Without” begint met een krachtige drumsessie. Het lied uit Sampha’s debuut-EP kan met deze vrolijke intro nog steeds rekenen op een warm onthaal.

Dankbaar en bescheiden neemt Sampha Sisay uit Londen afscheid van zijn publiek. Hij wist zondagavond de uitverkochte AB in te pakken met zijn unieke stem, innemende persoonlijkheid en meesterlijk pianospel.

Setlist: Plastic 100°C/Timmy’s Prayer/Under/Happens/Reverse Faults/Too Much/Take Me Inside/Incomplete Kisses/Kora Sings/Blood On Me/(No One Knows Me) Like The Piano/Without

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Champs

Down like gold

Geschreven door

Champs draait rond de broers Michael en David Champion, die zich profileren binnen de sing/songwriting en indiefolkscene . Ze brengen op het debuut een reeks beheerst , verzorgde dromerige melancholiedjes. Het akoestische gitaarspel , de toevoeging van keys , strijkers en de meerstemmige galmende zangmelodieën dragen natuurlijk bij in de sound van de tien songs, waarvan “Too bright to shine”, “Savannah”, “My spirit is broken” en “St Peter’s” in het oog springen . Ook het intieme “I C Sky” op piano is meer dan de moeite . Gedroomde pop verwerkt in een neofolky stijl die ergens Simon & Garfunkel ademt.

Vampire Weekend

Modern vampires of the city

Geschreven door

Het NYse Vampire Weekend valt op door schone popliedjes te brengen, die rijkelijk geschakeerd zijn door Afrikaanse popritmes en exotische tunes  . Aangenaam luistervoer , gezien het materiaal sfeervol, fris, sprankelend, leuk en toegankelijk is. Een zomerse positive vibe dus.
Ze integreerden de speelsheid en ritmiek van afropop in hun Westers geluid op de eerste twee platen ‘Vampire weekend’ en ‘Contra’. Op de derde klinkt het kwartet breder , sfeervoller, en naast de aanstekelijke “Unbelievers”, “Diane young”, “Finger back”, “Worship you” en “Ya hey” is er meer dan ruimte voor weemoedig , donkerder werk , die kaler is als “Step”, “Hannah hunt” en “Hudson”.  Deze songs nodigen minder uit tot een heupwieg of een danspas , maar ze behouden alvast de warme sfeer.
Vampire weekend zijn niet meer het onschuldige bandje van vroeger , maar het zijn volwassen en ervaren gasten geworden, een veelzijdige band die hun songs mooi hebben uitgewerkt.

Vampillia

Nadja – Vampillia Indrukwekkend intens

Geschreven door

Nadja – Vampillia   Indrukwekkend intens
Nadja – Vampillia
Magasin 4
Brussel

De komst van het ambient drone duo Nadja (Can) trok ons over de streep om heden avond opnieuw naar Brussel te trekken, hun enige optreden in België.
Nadja is Aidan Baker en Leah Buckareff uit Canada. Nadja begon als een soloproject in 2003 met de ambitie de noisescène binnen het experimentele ambient gitaargenre te verkennen. In 2005 kwam Buckareff in het verhaal om dit project meer body te geven en live optredens mogelijk te maken. Ze zijn momenteel aan een Europese tour begonnen samen met Vampillia. In 2012 kwam ‘The primitive world’ uit, een gezamenlijk project van Nadja en Vampillia.
De visuals die Nadja projecteert bezitten een rijkdom aan kleuren die doet denken aan de Franse impressionistische schilder Monet maar evenzeer lijkt het een onderwaterspiegeling van kleuren die je terugvindt in authentieke kerkramen.  De visuals accentueren de desolate sfeer die Nadja oproept via het repetitieve in hun muziek die sterk aanleunt bij genres als drone, ambient doom, noise in een experimenteel kader.
Voor 45 minuten lang word je meegenomen in een soort transcendentaal psychedelisch verhaal waar de opbouw minimaal wordt gehouden. Er is geen sprake van uitbarstingen, maar laag na laag wordt er door de inzet van sounds en samples kleur gegeven aan het geheel. Wanneer je je focust op de verschillende geluiden bewonder je de fijngevoeligheid waarmee Nadja een nummer creëert. Het inzetten van dergelijk gamma aan diversiteit van klanken en niet vervallen in chaos, eerder de eenheid via  verschillende geluiden laten samenvallen is kunstwerk. De bas slaat diep in je buik en de zwaarte van de drum maakt dit een innerlijke, intense beleving. Als een spiegelbeeld staan beide naast elkaar en brengen de meest zuivere experimentele noise die door hart en ziel droned.
Vanavond bracht Nadja ons een nieuw nummer uit het album die in de herfst zal uitkomen. We zijn diep onder de indruk van dit duo die een meer dan terechte plaats verdient op de lijst van beste optredens van 2013. Wie wil proeven van Nadja kan terecht op hun bandcamppagina http://nadja.bandcamp.com/
Aidan Bakers nieuw project Adoran debuteert onder het Belgische platenlabel Consouling Sounds. Beluisteren doe je hier: http://brokenspineprods.bandcamp.com/album/s-t-3

Vampillia (Jap) bestaat uit vocals, gitaar, viool, bas, noise en multiple drum sounds die samen een fascinerende chaos vormen. Een mini album ‘Sppears’ werd gereleased in 2009 gevolgd door ‘Alchemic Heart’ . De producer van Animal Collective noemt hun wereld klasse artiesten en het publiek is het hier duidelijk mee eens. We aanschouwen een fascinerend schouwspel waar hard en zacht voortdurend door elkaar lopen. Een soort vreemde operette wordt doorbroken door hard core zang en afgewisseld met zeemzoeterige solo’s van viool en piano. Een morbide mengeling die tot verstomming slaat. Het contrast tussen brutaliteit en intimiteit is voor ons iets te scherp aanwezig en het lijkt of het publiek in twee wordt opgesplitst. Zij die de ambient drone favoriseren, en zij die de experimentele black metal scène aanhangen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/vampillia-15-05-2013/

Organisa
tie: Magasin 4, Brussel

Example

Playing in the shadows

Geschreven door

Nu dat dubstep meer wordt vermengd met electro, house en hiphop komt Example nu ook aandraven in het rijtje van Nero, Chase & Status, Calvin Harris , DJ Fresh en ons eigen Netsky .
De Britse artiest Example aka MC/vocalist Elliott Gleave is al toe aan de derde cd en heeft een paar commerciële hits op zak als “Stay awake” en “Changed the way you kiss me”. “Natural disaster” met de Nederlandse DJ Laidback Luke kan de derde in rij worden in het Example concept van vermakelijke, aanstekelijke dancepop.
Wat direct opvalt aan ‘Playing in the shadows’ is de indrukwekkende lijst aan producers die  meegewerkt hebben. Jawel Laidback Luke, Chase & Status, naast  Micheal Woods en Dirty South. Ook Rollo & Sister Bliss van het ter ziele gegane Faithless zijn aanwezig.
De muzikale formule is niet moeilijk. Bloedcommercieel geproduceerd, wat het schoentje net doet wringen bij een handvol slappe, gezapige songs.
Een beetje veel van hetzelfde, hoewel  een song als “Microphone”, sfeervolle pop, de titelsong de dubstep hard laat doorklinken  en de in hiphopsferen gedrenkte “Anything “ een verademing betekenen .

Los Campesinos!

Hello Sadness

Geschreven door

In het geheugen staan de eerste platen ‘Hold on Youngster’ , ‘We are beautiful, we are doomed’ en een paar EP’s van het septet uit Wales, Cardiff gegrift . Een fris sprankelende, energieke, zwierige, euforische ‘tong-op-de-schoenen’ indiepop, vol verrassende en onverwachtse wendingen .
‘Romance is Boring’ had al deels de huidige evolutie losgelaten, de voorspelbaarheid werd opgevangen door de songs meer diepgang te geven  en ze gelaagder te laten klinken . Ook de nieuwe cd ligt in het verlengde en wisselt af tussen uptempo nummers “By your hand”, “Songs about your girlfriend”, “The black bird, the dark slope” en de titelsong, als meer meeslepend materiaal “Life is a long time” en “Every defeat a divorce (3 lions)” . “Hate for the island” en “To tundra” zijn gematigd en sfeervoller. Onbevangen en gepassioneerd … een goede geïnspireerde plaat dus, die jeugdig enthousiasme vs rijpheid, volwassenheid, relaties en dagdagelijkse confrontatie aan elkaar rijgt!

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Campbell & Lanegan vermomd als Schotse nachtegaal en Amerikaanse brombeer

Geschreven door

Mooie liedjes horen niet lang te duren, maar ook op deze regel zijn gelukkig een aantal uitzonderingen. Neem nu het geval van Isobel Campbell & Mark Lanegan, het onwaarschijnlijke muzikale koppel dat in 2006 met ‘Ballad Of The Broken Seas’ een parel van een album op wereld zette. Omdat zowel Campbell als Lanegan er bovendien ook een niet onaardige solocarrière op nahouden leek het er echter sterk op dat deze samenwerking de muziekgeschiedenis zou ingaan als een éénmalig wapenfeit. We kregen gelukkig ongelijk, want nu vier jaar verder zijn we inmiddels toe aan het derde album van het Schots-Amerikaanse duo. Het indringende ‘Hawk’ blijkt met voorsprong hun meest veelzijdige album totnogtoe, waarop naast de gekende country noir en pastorale folk ingrediënten ook een flinke portie rhythmn & blues wordt geserveerd. Volgens Campbell zou ‘Hawk’ wel eens de laatste duoplaat met Lanegan kunnen zijn, dus vooraleer het echt over en uit is voor hun mooie liedjes repte ondergetekende zich naar de uitverkochte Gentse Vooruit om het laatste luik van de ‘Hawk’ tour mee te pikken.

 Ruim na half elf slopen Campbell en Lanegan vergezeld van vier muzikanten het podium op en werd het breekbare “We Die And See Beauty Reign” ingezet. Een eenzame folkgitaar en een spaarzame dubbele bas begeleidden de akelig perfecte synchroonzang van het duo die het publiek aanvankelijk monddood maakte. Naarmate het optreden vorderde kwam daar echter verandering in. Een kakafonie aan geroezemoes, rinkelende iPhones en krakende drankbekertjes gooiden tijdens de verstilde momenten meer dan eens roet in het eten, en even stelden we ons zelfs de vraag of de Gentse rocktempel vanavond niet beter was ingeruild voor één of andere schouwburg. Gelukkig staken hier en daar ook wat meer uitbundige nummers in de set die het achtergrondlawaai konden overstemmen, al blijft uitbundigheid in het geval van de statische brombeer Lanegan uiteraard een heel relatief gegeven. Zo kleurde een ongepolijst bluesgitaartje het nieuwe “You Won’t Let Me Down Again”, of weerklonk een fraaie slidegitaar in de broeierige folkversie van Townes Van Zandt’s “Snake Song”.

Op enkele covers na zijn alle nummers van het duo ontsproten in de fantasiewereld van de immer lieflijke Campbell. Maar echt tot leven komen doen ze pas op het podium, temidden het spanningsveld tussen de frèle Schotse schone met de engelachtige stem en de rijzige apatische Amerikaan met de schorre bariton. Tot vervelends toe krijgt het duo hierdoor vergelijkingen met The Beauty and The Beast naar het hoofd geslingerd, maar van enige toenadering tussen de twee fysische uitersten is alvast weinig te merken. Beiden gunden elkaar amper een blik, en van enig contact met het publiek is al helemaal geen sprake.

En dat is eigenlijk maar goed ook, want Campbell & Lanegan brengen het soort muziek waar iedere stilte een betekenis heeft en elk woord er één teveel kan zijn. Wat dat laatste betreft viel Lanegan heel even uit zijn rol toen hij een bijna onverstaanbaar “Thank you” gromde na heel fraaie versies van “Ballad Of The Broken Seas” en “The Circus Is Leaving Town”, beiden geplukt uit het duo’s debuutalbum.

Wanneer hij vervolgens de coulissen indook voor een nicotine, whiskey of andere shot, en Campbell er plots alleen voor stond, werd de sfeer meteen wat minder dreigend. Tijdens “To Hell And Back” en “Saturday’s Gone” refereert haar fluweelzachte stem heel sterk naar Hope Sandoval, maar net voor we zowaar dreigden te verdrinken in Campbell’s zeemzoeterig universum kwam Lanegan haar opnieuw vergezellen voor een broeierig “Back Burner” en het vroege kerstliedje “Time Of The Season”.

Tegen het eind van de set ging het tempo toch één keer de hoogte in met de heerlijke barblues “Get Behind Me”, en begon Lanegan warempel enige neiging tot ritmisch bewegen te vertonen.

Tijdens de enige encore ronde ging het duo met “Revolver”, “(Do You Wanna) Come Walk With Me” en het van Hank Williams geleende “Ramblin’ Man” nog eens uitgebreid grasduinen in hun debuut. Tot grote vreugde van het publiek diepte het duo tenslotte ook Lanegan’s eigen “Wedding Dress” uit diens opus magnum ‘Bubblegum’ op.

 Een ongeslepen ruwe diamant als toetje na anderhalf uur schone liedjes: een mooie climax heet zoiets, en wie weet een memorabel slotakkoord, als de joint venture tussen Campbell en Lanegan binnenkort daadwerkelijk zou eindigen. Of misschien moeten we het gewoon houden op een open einde, want het grimmige sprookje over de Schotse nachtegaal en de Amerikaanse brombeer is veel te mooi om nu al uitverteld te raken.

 Organisatie: Democrazy, Gent

Supertramp

Supertramp: een Classic Hit Tour 70 - 10

Voor de nostalg-pieten onder ons was het uitkijken naar het optreden van Supertramp. De band rond de muzikale genieëntandem Rick Davies en Roger Hodgson bracht in de (eind) jaren ‘70 en beginjaren ’80 een resem dromerige, romantische en melancholische (zoetgevooisde) classichits uit als “Give a little bit”, “The logical song”, “Breakfast in America”, “Dreamer” en “It’s raining again”. Maar in ’83 liep het artistieke huwelijk tussen beide sleutelfiguren spaak en ging Hodgson solo. In ’85 vocht Supertramp bikkelhard terug met de plaat ‘Brother where you bound’, met die schitterende bezwerende rocker “Canonball”.

Het gemis van Hodgson is groot, maar tijdens de worldtours wordt het ‘as good as possible’ opgevangen door een Londense zanger/instrumentalist, die de hogere vocale standjes van Hodgson benadert.
Een twee uur durende set speelden Davies en de oorspronkelijke bandleden John Helliwell, Doogie Thomson en Bob Siebenberg, aangevuld met heuse rits klassemuzikanten: een trompettist/backing vocal, 2 extra gitaristen, een keyboardspeler en een backingvocaliste, die de gekende sound meer diepgang en kleur gaven en zorgden voor een bredere invalshoek. Vanavond ging het ‘em muzikaal om een pure orkestrale beleving. Saxofonist Helliwell onderhield de communicatie en pas na een uur en drie kwartier gunden ze zichzelf een korte pauze.
De grootste hits zaten achteraan in de set, maar eerder konden we al genieten van het indrukwekkende oeuvre, waarbij een handvol meesterlijke songs letterlijk werden afgevuurd, die de stoeltjesmensen deden rechtveren; enthousiast werd meegezongen en met de handen geklapt. Kortom, ze konden rekenen op een sterke respons.
Een duidelijk gevarieerde keuze: een sfeervolle opener “You started laughing” , het gemoedelijke “Gone Hollywood” (prima nummer voor een autorit in de stad tijdens een druilerige nacht), het countrynummer “Put on your old Brown shoes”  en “Ain’t nobody but me” warmden het publiek op. Het onmiskenbare talent van Davies werd uitgespeeld op piano en toetsen.
Ook de hits van Hodgson werden en verve opgevolgd, waaronder “Breakfast in America” , die praktisch niet te onderscheiden was van de originele zang. De Londense zanger/multi-instrumentalist zou die vocale huzarenstukjes nog diverse keren met brio overdoen. Trouwens, hij kon schitterend overweg met toetsen, piano, akoestische en elektrische gitaar. Via “Cannonball”, de filmische gangstermovie “Poor Boy” en”From now on” ging het naar een eerste hoogtepunt met … opnieuw die Londense zanger, “Give a little bit” !
Na het solo gebrachte, maar minder bekende, “Downstream” was het 7 minuten intens genieten van “Rudy” (met de toffe treinvideoclip op de achtergrond), sober ingezet, die forser, krachtiger en sneller naar een climax ging. Het was de aanzet naar de hit finalereeks van “It’s raining again”, “Another man’s woman”, “Take the long way home”, “Bloody well right” en de fenomenale meesterwerken “Logical song” en “Goodbye stranger”.
Met nog drie supernummers “School”, “Dreamer”  en “Crime of the Century” besloten ze overtuigend hun optreden.

Zonder te vervallen in bombast, bewezen Davies en C° dat ze er nog steeds staan. Hun ‘Greatest Hits Tour - 70 –10’ bracht een fijn nostalgisch concert in Antwerpen door het brede instrumentarium, een goed op elkaar ingespeelde band en een tweede zanger die terecht in de spotlights mocht staan. Maw een uniek legendarisch concert van een even …legendarische Supertramp!

Organisatie: AJA concerts

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Isobel Campbell & Mark Lanegan op elkaar afgestemd

Geschreven door

De onmogelijk mogelijke samenwerking tussen de beeldschone feeërieke Schotse Isobel Campbell (ex Belle & Sebastian) en Mark Lanegan is al toe aan de derde cd. ’Ballad of the broken seas’ en ‘Sunday at the devil dirt’ gingen ‘Hawk’ vooraf. Ze kregen de stempel van ‘the beauty & the beast’ en de ‘60s icoontjes Nancy Sinatra - Lee Hazelwood en Jane Birkin en Serge Gainsbourg. Allemaal toffe benamingen van de muzikale magie tussen beiden. De songs worden geschreven door Campbell, zijn donker, dreigend of dromerig, sfeervol, worden bepaald door Lanegan’s grauwe, krakende zegzang, die z’n stem ontleent aan de nummers, en Campbell’s frêle, hemelse backing vocal en neurie. De druilerige, bezwerende americana heeft iets van een soort ‘film noir’, in countryblues gedrenkt, en tekent voor een soundtrack van Quentin Tarentino, David Lynch of een apocalyptische ‘Once upon a time’.

En net als bij platen van Bonnie ‘Prince’ Billy en Sparklehorse, dringt een luchtige, lichtvoetige noot en Willie Nelson-country door, die dan eenvoudig en irritant kan zijn, maar door de variaties ontspanning en relativering biedt van nét die ‘dark, melancholische side’. Kortom, nighttripsongs, die een ochtendzon toelaten …
En ondanks het feit hun tours geconfronteerd worden met ups & downs, zijn ze uiterst geconcentreerd en elkaars steun en toeverlaat, wat toeliet goed op elkaar afgestemd te zijn; vanavond resulteerde het in een evenwichtige onderhouden set. Tja, eerder hadden we al optredens gezien dat de spanning te snijden was en dat ze elkaar geen blik gunden, wat dan ervoor zorgde dat hun duo optreden een verplicht nummertje werd.
Tweede wapenfeit was dat Campbell haar nervositeit en onwennigheid kon laten vallen in de duetten met support Willy Mason en zelfs het publiek aanporde een danspasje te maken.

Een broeierige spanning van weemoed, verlatingangst, alleen op de wereld door een spaarzame begeleiding en een dosis luchtigheid en carrousel hoorden we door een forsere, krachtige aanpak en swingende countrypop.
De klemtoon kwam eerst op het nieuwe materiaal door “We die & see beauty reign”, “You won’t let me down”, “Come on down” en “Snake song”, doortastend en indringend door Lanegan, die de gevoelige backing vocals van Campbell verdrong. Een eerste herkenning met vroeger was er met het broeierige “Who built the road”, het ingetogen “The ballad of broken seas” en een pakkende “The cicrus is leaving town”; het akoestisch gitaargetokkel en de cellopartij van Campbell gaven kippenvel.
Na deze intense songs hoorden we ergens een “Thank you” van Lanegan. Een klein half uurtje verdween hij in de coulissen en liet ruimte voor de duetten Campbell - Mason. Doorsnee (kampvuur) countrypop sfeertje creëerden ze met “Cool water” en “How to say goodbye”. Campbell nam het voortouw op “To hell & back again” en “Saturday’s gone” … Hier loerde Hope Sandoval om de hoek. Ze bleef misschien ietwat verlegen en gaf haar ongemak aan van het continue touren, de vele citytrips en busstops om in de clubs te geraken.
Maar geen betere en treffende vonken zonder Lanegan. Toen hij terug ten tonele verscheen, waren we er volmondig over eens dat in snedige versies van het duistere, sinistere “Back burner” het lichtvoetige “Time of the season” en het frisse “Honey child, what can I do” hij de final touch geeft op het muzikale recept van de samenwerking. “Come on over, turn me on” had de meest ideale, evenwichtige zangpartij en het countryrockende “Get behind me” met opvallende toetsen, besloot na anderhalf uur de set.

De bis zinderde na, want sterk waren de spaarzame “Revolver” en “Do you wanna come back with me”, een indringende “Ramblin’ man” die niet kan ontbreken tijdens de gigs, en een doorleefde “Wedding dress”, gehaald van Lanegans platen.

We houden nog steeds van die aparte stijl van Campbell – Lanegan. Lanegan is net als Arno een soort dolende nachtburgemeester en abonneert op donkere bruine kroegen. Onderhuids komt een meer luchtige toon naar boven en Campbell probeert het Lanegan statement en - sfeertje breekbare en luchtige speldenprikken toe te dienen, wat de slotsom maakt van een fijn concertje …

Sing/songwriter Willy Mason is mee op tournee met het duo, zingt enkele songs mee en krijgt terecht de ruimte eigen materiaal voor te stellen in een klein half uurtje. Intiem dromerige songs die een broeierige spanning hebben. De man stoeit wat met z’n helder indringende vocals en echo’s, die refereren aan het ouder werk van Bruce Springsteen en Bruce Cockburn. Eventjes dachten we dat hij van op een heuvel zong. Muzikaal niet echt iets nieuws, maar raken kon z’n gevoelig innemend materiaal wel …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Hawk

Geschreven door

Ook al leek het een onmogelijke samenwerking werd ‘Ballad of the broken seas’ één van de mooiste platen van de afgelopen jaren,  krijgen de twee er blijkbaar maar niet genoeg van want ‘Hawk’ is ondertussen de derde in het rijtje geworden ook al lijkt er stilletjesaan routine in het spel geslopen te zijn.
Niet in het minst door Mark, zuiplap eerste klas, die twee nummers liet inzingen door Willy Mason.
De voormalige celliste van Belle & Sebastian mag dan wel verantwoordelijk zijn voor het schrijven van de nummers toch wordt zij vocaal volledig op de achtergrond geduwd.
Ook al is ‘Hawk’ in zijn geheel een meer dan geslaagde cd te noemen blijft het toch een onsamenhangend zooitje want het lijkt er sterk op dat iedere nummer diende als een soort van  try out. “Come undone” mag dan als twee druppels water lijken op Axelle Red (we zweren het op onze onschuldige zieltjes !) toch is dit wellicht hun Gainsbourg/Birkin-moment, terwijl een nummer als “Got behind me” Lanegan al de mogelijkheden heeft om hier als fervent bluesperformer uit de hoek te komen (op deze cd vindt je trouwens ook een cover van “No place to fall” van Townes Van Zandt). Titelttrack “Hawk” is een kakafonische poging om de soulkwaliteiten van Booker T & The MG’s te evenaren, en eigenlijk zouden we wel iets over elk nummer kunnen neerpennen en hierbij steeds refereren naar iets verschillends.
Of het liedje tussen de twee nog lang zal duren is maar de vraag (het zal wel van de rinkelende kassa afhangen) maar tot dusver werpt de samenwerking nog steeds zijn vruchten af ook al blijft de vinger gevaarlijk dicht in de buurt van de alarmbel.

Campus

Oh Comely

Geschreven door

Voor wie de Belgische hardcore-scène op de voet volgt, zal Campus zeker geen onbekende zijn.  Het verhaal van deze band uit Tessenderlo mag dan ook gezien zijn. Na hun debuutalbum ‘We are the Silence’ in 2008 speelde ze in nagenoeg ieder jeugdhuis, deden ze voorprogramma’s van verschillende grote bands en speelden ze bovendien op Groezrock en Pukkelpop. De band werd bij zijn eerste plaat vooral geroemd vanwege zijn originaliteit en  eigen karakter, iets wat niet zo vanzelfsprekend is in het hardcore-genre.
De verwachtingen waren dus hoog gespannen voor dit tweede album. En terecht want Campus heeft met ‘Oh Comely’ een dijk van een plaat afgeleverd! Met hun mix van ietwat logge hardcore en postrock heeft de band duidelijk een eigen geluid. De plaat bevat tien nummers en begint grandioos met “Kings of Yore”, een zeer krachtig nummer met een fantastische melodie. Ook op andere nummers zoals “Anchors of Our Heritage”, “Whiteout” en “Inside All This Hope” horen we strakke riffs in combinatie met verfijnde en aanstekelijke geluiden. Een extra troef van de band is de strot van zanger Rik die het ene moment de ziel uit zijn lijf brult om op andere momenten voor cleane zanglijnen opteert. Een rustpunt op de plaat is “Swindler I” dat we aanraden aan ieder rechtgeaarde postrocker. Campus heeft met deze plaat de hoofdvogel afgeschoten en is absoluut klaar om door te stoten naar een groter (en buitenlands) publiek.

Lightspeed Champion

Lightspeed Champion mist focus

Geschreven door

In 2008 bracht Devonté Hynes met ‘Falling on the Lavender Bridge’ zijn debuut uit onder de naam Lightspeed Champion. Terwijl hij in het verleden elektropunk en metalfunk op de mensheid losliet als gitarist van de band met de onvergetelijke naam Test Icicles, vindt men op dit solo-werk grotendeels naar country en neofolk neigende indiepop die soms nogal theatraal aandoet. In de Botanique werd er vooral geput uit opvolger ‘Life is Sweet! Nice te meet you’, een meer gevarieerde plaat waarop de 24-jarige artiest een vrolijker toon aanslaat. Terwijl het nog afwachten is of zijn eerste twee platen al dan niet in de plooien van de tijd zullen verdwijnen, kunnen we na woensdagavond met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat we vrezen dat zijn laatste passage in ons land dit wel zal doen. Niet dat we getuige waren van een slecht optreden, de hoogtepunten waren echter te schaars opdat het zich in ons geheugen vast zou griffen.

We zijn niet vies van een tempowisseling hier en daar, maar bij het beluisteren van Lightspeed Champion wordt er soms zo vaak van de hak op de tak gesprongen dat men weinig vaste opbouw in het geheel kan herkennen. Het valt dus nogal moeilijk om te beweren dat zijn muziek er staat als een huis. Als toeschouwer was het woensdag vaak zoeken naar aanknopingspunten in dat amorfe geheel. Het is niet zo dat we ijveren voor het feit dat een concert een simpele opeenvolging van duidelijk te onderscheiden liedjes moet zijn, wel is het zo dat we geen vlakke brij gepresenteerd willen krijgen wanneer artiesten zo ambitieus zijn om persé te bewijzen dat ze vlot meerdere stijlen en ritmes kunnen combineren. We hebben ons tijdens de vrij korte set dus niet echt verveeld maar evenmin is onze bek tijdens dat uurtje ook maar één keer opengevallen.
Laat ons echter niet al te streng zijn want Lightspeed Champion is ontegensprekelijk meer dan gemiddeld getalenteerd en we hoorden dus wel degelijk mooie dingen. Opener “Marlene” toonde bijvoorbeeld aan dat hij vurig van start kan gaan. Terwijl de uit zijn debuut geplukte songs (“Midnight Surprise”, “Galaxy of the Lost” en "Tell me what it’s worth”) soms ietwat routineus gebracht werden, merkten we meer gedrevenheid tijdens de zeven nummers uit ‘Life is Sweet! Nice te meet you’. Ook de begeleidingsband kon zich meer profileren tijdens dat nieuwere werk, vooral in “Faculty of Fears” trad de gitarist af en toe op de voorgrond met een snerpende solo.
Ook “Madame Van Damme” is het vermelden waard, deze muzikaal (maar allesbehalve tekstueel!) naar The Magic Numbers neigende single werd in de Rotonde massaal begeleid door ritmisch handgeklap. Vermits Lightspeed Champion geen blijf weet met zijn productiviteit, liet hij met “Straight” en “Heavy Purple” twee nummers horen die niet op praat prijken maar gratis ter beschikking gesteld worden aan de downloadende massa.
Afsluiter “Sweetheart” (waarvan de intro enorm appelleert aan Daans “Icon”) bleef gespaard van de vele tempowissels die we de ganse avond al te verteren kregen en schitterde aldus door eenvoud.
Ook de bisronde verliep voorspoedig met het solo gebrachte “There’s nothing Underwater” en een stevige versie van de Beatles-cover “It won’t be long”. Dit laatste nummer vindt men terug op een LP uit de brave beginperiode van de Fab Four (‘With the Beatles’) maar werd door Lightspeed Champion gebracht met de overrompelende kracht die zij pas enkele jaren later in de vorm van het ongemeen sterke “Helter Skelter” op hun witte album lieten persen.

Dankzij dit mooi slotakkoord verlieten we de Botanique dus uiteindelijk wel met een vrij goed gevoel (en het cathy “It won’t be long’ dat nog very long in ons hoofd bleef ronddolen).
Desalniettemin denken we dat Lightspeed Champion meer in zijn mars heeft dan hij woensdagavond liet horen, hopelijk slaagt hij er ooit in om dit vermoeden op plaat en op podium te bevestigen. We blijven bereid om hem nog minstens één nieuwe kans te bieden.

Eerder op de avond maakten Kurran and the Wolfnotes een wat makke indruk. Mildheid is geboden aangezien hun lead-gitarist verstek moest laten gaan, maar toch zijn we er vrij zeker van dat dit vijftal weinig sporen zal nalaten in de muziekgeschiedenis. Na het downtempo “Pouding Down” besloten ze hun set met hun eerste (en tot op heden enige) single getiteld “What a bitch”. Ondanks de vervaarlijk klinkende titel is dit een erg poppy nummer dat woensdagavond voor het eerst (maar niet voor het laatst, zie zupra) aan The Magic Numbers deed denken. We hebben niks tegen dergelijke muziek maar verkiezen wel dat het plaatje past. Dit laatste is niet echt het geval als er zomerse popmuziek gebracht wordt terwijl de zanger op zijn ontblote voorarmen pronkt met ontelbare tatoeages.
Wat ze live brachten kon ons niet motiveren om voor 5 euro hun 5 songs tellende debuut-EP aan te schaffen.
Wat ons het meest bijblijft van dit voorprogramma is het feit dat we tussen het publiek een lookalike van Lightspeed Champion meenden te ontwaren. Nadat we dezelfde opvallende verschijning vervolgens op het terras van de Botanique tegen het lijf liepen, bleek het zowaar om de man zelf te gaan. Met zijn nerd-bril en onbeholpen houding lijkt hij gigantisch op Steve Urkle, net als die über-nerd weet Lightspeed Champion in het dagelijks leven blijkbaar geen blijf met zijn lijf. Op dat moment schreven we dat nog toe aan de stress voorafgaand aan zijn show, na afloop van die show denken we te moeten concluderen dat de jongeman nog veel werk heeft om zijn energie te leren kanaliseren. Zonder focus zal Lightspeed Champion immers nog vaak uit de bocht blijven vliegen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 1 van 2