logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (20 Items)

Beach Moonsters

Black Lagoon

Geschreven door

Beach Moonsters is een Franse instrumentale surfrockband. Ze hebben een leuke, zelfverzonnen bio: na het overlijden van surfrocklegende Dick Dale werd diens lichaam aan de zee toevertrouwd. Drie zeemonsters hebben aan dat lichaam gepeuzeld en kregen zo een voorliefde voor reverb en tremolo. Bij elke volle maan komen de drie aan land om met hun muziek nieuwe slachtoffers te zoeken. Vanwege de verwijzing naar ‘moon’ zitten de dubbele ‘o’ in Moonsters. Deze Fransen hebben met ‘Black Lagoon’ een opvolger klaar voor ‘Walk Like A Moonster’ uit 2023.

Wat deze Fransen op het nieuwe album doen ligt opnieuw in het verlengde van wat we kennen van Fifty Foot Combo, Speedball Jr, The Irradiates, Terreur Twist, Hawaii Samurai, SurfMaster en Thee Andrews Surfers en – uiteraard - Dick Dale. Ze brengen hun surfrock heel degelijk. Prima beheersing van de instrumenten. Goeie songs. Maar misschien toch een beetje te weinig eigen gezicht en iets te klassiek en inwisselbaar in dit genre. Als je hierin nog een beetje wil opvallen, mag je je echt wel niet braaf houden aan alle regeltjes van het genre. De enige bokkesprong is – net als op het vorige album – een surfend walsje: “Waltz in Dr Frankenstein’s Ballroom”. En er is ook nog de integratie van wat retro-space (denk aan Les Robots) op “Surfers From Planet Z”. “Hi Zombierella”, “Dirty Witch” en “Bad Moonsterfucker” zijn heel goede tracks.

Beach Moonsters zijn een leuke ontdekking in het genre. Niet super-origineel, maar daar zit misschien ook niet iedereen op te wachten. Begin maart staan ze in de Kinky Star in Gent.

https://beachmoonsters.bandcamp.com/album/black-lagoon-night-surfin

Beach Fossils

Beach Fossils - Een inslaande golf van shoegaze, dreampop en joligheid

Geschreven door

Beach Fossils - Een inslaande golf van shoegaze, dreampop en joligheid

Ook al betekent het New Yorkse Beach Fossils veel voor de herleving van shoegaze rond 2010, toch zijn ze geen regelmatige bezoekers van de Belgische podia. Na zeven jaar en een niet-zo-nieuwe plaat ‘Bunny’, intussen de vijfde al, komen ze nog eens langs in de Botanique om de schare fans te plezieren. Een volledig uitverkochte zaal beloofde dus ook een fijn terugzien.

Eerst draafde Winter op voor het voorprogramma. Met haar zweverige en toch scherpe vocals (zie: Japanese Breakfast), gesteund door gitarist en drummer, deed Samira Winter denken aan de 90s grunge zoals Bikini Kill of shoegaze à la Slow Crush. Met een gloed van blauw en rood waren de drie muzikanten vaker in het duister dan in het licht. Maar daar ging het dan ook om. Met ontelbaar veel effecten en geregelde feedback, klonken ze bij momenten zwelgend en dreigend. Toch was er soms wat luchtige speelsheid en traagheid met onder andere het nummer “Crimson Enclosure”. Of nog met de meezinger “All night long”. Met vlagen kon de band ons bij momenten wel bekoren.
De zaal, voor de gelegenheid in het gezellige knusse Museum was goed gevuld en het publiek keek en genoot ervan.

Dat diverse publiek van jong en oud was wel klaar voor meer shoegaze en dreampop. Met een audio intro konden de vier van Beach Fossils subtiel het podium betreden. Als opener kon “Don’t Fade Away” alvast tellen. Deze telg uit hun laatste was meteen een knaller waar de vier muzikanten al van los kwamen. Verder werden we meegesleept door de diepere duik in hun repertoire met nummers als "Sugar" en het tweeluik "Moments / What a Pleasure". Een welgekomen uitnodiging om al een eerste keer goed los te gaan. En al zeker tijdens het uptempo tijdens "Shallow", die in de verte iets mee had van Dinosaur Jr.
Het eerste kwartier vloog zo voorbij en dit gaf ook de band wat ruimte om al een eerste keer te bonden met de concertgangers. De zwaarwichtigheid van de lyrics en de donkere gedempte atmosfeer op het podium, stond vaak in schril contrast tot hoe toegankelijk het viertal wel was. Naast de joligheid van voornamelijk gitarist en bassist Tommy Davidson, leidde Dustin Payseur met een oprechte getuigenis over depressie tijdens het toeren “Sleeping On My Own” in. Tijdens het straffe “Sleep Apnea” gingen alle lichten in om vervolgens de zaal magisch te vullen met smartphone lampjes. Een beetje geforceerd maar wel zeer doeltreffend voor de sfeer. Ook opvallend hoe scherp de geluidsmix wel was. Elke noot van gitaar, bas of drum klonk kraakhelder en het geheel met de lichten zorgde voor een ware shoegaze sfeer.
Het viertal dat toen al wat het best gaf tijdens “Seconds” of “Social Jetlag” drukte de gaspedaal verder in om “Numb” en het geweldige “May 1st” gezwind en met veel gevoel te brengen.
Gelukkig was het vat nog niet af en kwamen ze terug voor het bekende “Down the Line” met die catchy melodie, “Crashed out” en “Daydream”. Met als resultaat een inslaande golf van shoegaze, dreampop en joligheid!

Beach Fossils Setlist
Don’t Fade Away - Sugar - Moments / What a Pleasure - Shallow - This Year - Sleeping on My Own - Adversity - Dare Me - Sleep Apnea - Seconds - Social Jetlag - Tough Love - Numb - May 1st — Down the Line - Crashed Out – Daydream

Organisatie: Botanique, Brussel

Beach Moonsters

Walk Like A Moonster

Geschreven door

Beach Moonsters is een Franse instrumentale surfrockband. Ze hebben een leuke, zelfverzonnen bio: na het overlijden van surfrocklegende Dick Dale werd diens lichaam aan de zee toevertrouwd. Drie zeemonsters hebben aan dat lichaam gepeuzeld en kregen zo een voorliefde voor reverb en tremolo. Bij elke volle maan komen de drie aan land om met hun muziek nieuwe slachtoffers te zoeken. Vandaar de dubbele ‘o’ in Moonsters.
Wat deze Fransen doen op ‘Walk Like A Moonster’ ligt in het verlengde van wat we kennen van Fifty Foot Combo, Speedball Jr, The Irradiates, Terreur Twist, Hawaii Samurai, SurfMaster en Thee Andrews Surfers en – uiteraard - Dick Dale. Ze brengen hun surfrock heel degelijk. Prima beheersing van de instrumenten. Goeie songs. Maar misschien toch een beetje te weinig eigen gezicht en iets te klassiek en inwisselbaar in dit genre. Als je hierin nog een beetje wil opvallen, mag je je echt wel niet braaf houden aan alle regeltjes van het genre.
“Before The Death Of A Gringo” en “Creature Of The Guanabara” zijn heel goede tracks. “Panic At Omaha Beach” is een snelle, wilde rit. “Sirtasurf Stomp” is een intrigerende track met in het eerste bedrijf een trage, dronken wals over een verlaten strand bij zonsopgang, tussen de lege bierflesjes en  achtergelaten kledingstukken, en in het tweede bedrijf een motor die plots heel hoog in de toeren gaat.

Beach Moonsters zijn een leuke ontdekking in het genre. Niet super-origineel, maar daar zit misschien ook niet iedereen op te wachten.

https://productionsimpossiblerecords.bandcamp.com/album/walk-like-a-moonsters

Beach House

Beach House - Zweverige trip met fonkelnieuwe glitters

Geschreven door

Beach House - Zweverige trip met fonkelnieuwe glitters

Met acht langspelers op de teller blijft Beach House nog steeds de referentie voor alles wat duistere dreampop is. Voor de laatste langspeler ‘One Twice Melody’ (2022) - opgedeeld in vier hoofdstukken - behielden Victoria Legrand en Alex Scally dezelfde ingrediënten. Markant verschil is dat ze deze voor het eerst volledig zelf geproduceerd hebben. Voor de reeds vijfde passage in de Ancienne Belgique, waren de verwachtingen niet minder hooggespannen.

Het jonge Britse duo van White Flowers was aangesteld om de eerste concertgangers te vermaken. Hun  eigengemaakte dreampop leunde heel hard aan bij dat van Beach House maar ze wisten het publiek duidelijk te bekoren. Het geheel klonk nog zweverig en bij momenten ook poppy zang waardoor White Flowers geen één-op-één-kopie was van de hoofdact. Afsluiten deden ze met het sterke “Night Drive” waar dat een alarmerende gitaar enig overladen werd door de zachte zuivere zang. Aan hun korte set van net geen half uur kwam tegen onze zin helaas een abrupt einde.

In een in duisternis gedompeld podium ving Beach House de set aan met het nieuwe “Once Twice Melody”. Wat op plaat een rustige opener is, klonk live grootser en des te interessanter. Net die nieuwe nummers waren door de vernieuwde muzikale keuzes bij momenten zeer verrassend. “Through me” sloot bijvoorbeeld af met een trap outro die vloeiend overging in een kinderlijk pianoriedeltje. “Modern Love Stories” deed ons denken aan Twin Peaks waar een alarmerende sound afgewisseld werd door David Bowie-achtige akoestische passage en uitdoofde met een verrassend slot. “New Romance” klonk betrekkelijk opgewekt en kreeg net dat extraatje door Legrands opzwepende performance.
Toch waren er zeldzame momenten waar Legrand en Scally die in glitters gekleed waren, ons niet volledig konden inpakken zoals tijdens “Pink Funeral” of “Wildflower”. Toch klonk het nieuwe “Superstar” groots door de diepe kickdrum, de geprojecteerde sterrenhemel en de spacey outro die ons volledig meetrok. Net daar ligt Beach House’ sterkte: aanvankelijk vatten ze een song rustig aan om naar het einde toe volledig de ruimte in te vliegen. Het gekende zalige “Lazuli”, het flitsende “Dark Spring” of nog “PPP” kenden allemaal dezelfde zweverige opbouw. Uitschieter “Lemon Glow” was van begin tot eind een geweldige psychedelische dromerige trip. Het slot was in een trek met het geweldige “Space Song”, “Myth” en het bisnummer “Over and Over” met slim gebruik van visuals, rook en klank, een overrompeling die nog lang nazinderde.

De bewuste afwisseling tussen nieuw en oud zorgde voor een overtuigend en boeiend geheel. Waar bij vorige concerten van Beach House ons interesse even kon afgeleid worden, was dit vanavond allerminst het geval. Beach House vond zich opnieuw uit en bevestigde live nog maar eens.

Setlist
Once Twice Melody - Lazuli - Through Me - Dark Spring - Silver Soul - Pink Funeral - PPP - Superstar - Drunk in LA - Take Care - New Romance - Wildflower - Lemon Glow - Modern Love Stories - Space Song - Myth - Encore: Over and Over

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beachdog

Crawl In Pieces -single-

Geschreven door

Beachdog is de nieuwe band van David Achter de Molen, de zanger van het vroegere John Coffey. Met die punk/hardcoreband stond hij wereldwijd op festivalpodia, maar dat is verleden tijd. Op de eerste single van Beachdog horen we vooral grunge. En goede grunge zelfs. Volgens het boekje en met meer emotie dan de meeste neo-grungers. De zang doet mij in de intro van “Crawl In Pieces” zelfs meteen denken aan Eddie Vedder op ‘Ten’.  Het refrein mist wat meezingbaarheid en je blijft wat zoeken waar deze track nou precies over gaat, maar wel een sterke single.
Het B-kantje van deze 7” is andere koek. “Milk” ruikt nog hard naar de militante hardcore van John Coffey, met halfweg misschien een subtiele Soundgarden-toets en – meer naar het einde toe – de intense noise van pakweg It It Anita.

https://snowstar.bandcamp.com/album/crawl-in-pieces-7

 

Beach House

Teen Dream

Geschreven door

Binnen de ganse rits indiepoprockende bands kunnen we momenteel niet omheen het NY-se duo Beach House. Inderdaad, Victoria Legrand (keyboards/backing vocals) en zanger/multi-instrumentalist Alex Scally staan er met de derde cd ‘Teen Dream’. Verdiend loon naar werk!, want de cd bevat dromerige, broeierige, toegankelijke indie.
Het is heerlijk vertoeven in de muzikale leefwereld van het duo die hun songs laten meedrijven op het pakkende, emotievolle gitaarspel, de bezwerende piano, toetsen en synths en zalvende drums, gedragen door de dromerig, soms hoog uithalende vocals. Ze zorgen voor een intens bedwelmende trip op de plaat, waarbij we praktisch geen zwak nummer terugvinden: van “Zebra”, “Silver soul”, “Norway”, “Walk in the park”, “Used to be” tot “10 Miles Stereo”, “Real love” en Take care” vinden we een ongelofelijke finessse en subtiliteit terug, die zich meester maakt van je gevoelswereld.
Het duo mag terecht gelinkt worden met de droompop van Mercury Rev , Grizzly Bear en My Morning Jacket en refereert aan oudjes Galaxie 500, Yo La Tengo en Mazzy Star door de heerlijke deels melancholische sound. Schitterend puik plaatje alvast!

Beach House

Beach House – Hypnotiserende dreampop met een extravert tintje

Geschreven door

Al sinds de oprichting van Beach House in 2005 betoveren Alex Scally en Vitoria Legrand ons met hun hypnotiserende dreampop . Opnieuw kwamen we terecht in een bedwelmend, meeslepende sfeertje van atmosferische en dromerige klanktapijten , gedrenkt in melancholie. Anderhalf uur hoorden we in een uitverkocht AB een carrière overzicht van traag slepend en (licht) pulserend materiaal, vertederend en extravert .

De doomy indiepoppers staan al voor de vierde maal . “We’re getting old” stamelde Victoria van achter haar keys . Haar verschijning, haar zang en de lang wapperende haren doen ergens Nico van de V.U. opborrelen . In al die jaren horen we die fragiele , breekbare , timide , donkere , grimmige en hartige, openbloeiende sound . De zweverige klanken worden door solide drums sterker ondersteund .
In het voorjaar verscheen ‘7’ , een kleine drie jaar na ‘Depression cherry’ en ‘Thank your lucky stars’ . De productie was in handen van Sonic Boom-er Pete Kember , die de stijl van z’n Spacemen 3 en andere space/psychedelica pop bands toevoegt.
We worden opnieuw meegevoerd in hun geluidskunst ; het kleurenpalet op het grote scherm doet z’n werk en spreekt tot de verbeelding en mooi zijn de schaduwen van de drie , die schakeren op het podium.
“Levitation” zet meteen de toon . De zacht fluwelen en (diep)grauwe vocals zijn verstrengeld in het kenmerkende, voortkabbelende Beach House geluid. “PPP” is forser, krachtiger van aard en op het gekende “lLzuli” twinkelt , fonkelt; de keys en drums nemen het voortouw.
Daarna zitten we in de zweverige , etherische spiraal van stemmige , sfeervolle , dromerige nummers als “Space song” , “Black car” en de nieuwe “Drunk in LA”, “Girl of the year” en “l’Inconnue” . Een soundtrackgevoel ervaren we van weidse landschappen en Air heeft hier een patent .
Het tempo wordt opgedreven , de trage, slepende , repeterende ritmiek is geïnjecteerd van tempoversnellingen en wordt feller, verbetener door de grooves . In de aanzwellende opbouw gaan we in de invloedssferen van hun producer , en postrock krijgt een duw voorwaarts door die verontrustende , donkere onderlaag . De sound davert en stroboscoops doen hun werk op “Dive” , de perfecter afsluiter in dit genre .

Door de jaren wordt het drietal nog steeds sterk onthaald . Beheerst weet Beach House om te gaan met hun dromerige , genietbare , onderkoelde, frisse geluidskunst . We worden meegevoerd in hun bezwerende , grillige dreampop . Die verschillende kenmerken zorgen nog steeds voor een uniek sfeertje . Mooi dus wat het trio verwezenlijkt . Beach House is helemaal terug!

Organisatie: Toutpartout ism Ancienne Belgique, Brussel

Beach Fossils

Beach Fossils – Fun en energie!

Geschreven door

Beach Fossils – Fun en energie!
Beach Fossils + Annabel Lee
Botanique (Rotonde)
Brussel
2017-09-18
Didier Becu

De eerste concertweken van de Botanique waren er om in te kaderen. Op het programma maandag:
Beach Fossils, een mens zou voor minder watertanden en op de koop toe nog eens als support act één van de te volgen Belgische bands van dit moment: Annabel Lee.

Om klokslag acht vuurde de Brusselse samen met haar band die gedeeltelijk uit Animal Youth-leden bestaat zijn indiesongs op het publiek af. Juist, het was voor de band een beetje een thuismatch (zo wisten ze dat er zich drie jarigen in de Rotonde bevonden), maar een voordeel dat werd gecombineerd met kwaliteit.
De spilfiguur van dit viertal is ongetwijfeld zangeres Audrey Marot. Onschuldig, ontwapenend, maar iemand die weet wat ze wil. De band stak meteen van wal met het uptempo-getinte “Stuck In The Mud” en bracht ons in een halfuur tijd naar het beste van de jaren 90. Van de verbetenheid van de Throwing Muses tot het speelse van Bis, het zal allemaal in de krachtige set verweven. Grote kunst is het niet, maar het maakt je gelukkig, en dat is ook één van de taken van muziek, toch?
Met een ‘10’ op zak die is uitgebracht op Luik Records heeft Audrey en haar band alle troeven in handen om het te maken. Popsongs kan ze schrijven, de nodige charisma is er ook, en ze weten maar al te goed waarmee ze bezig is. A star is born, en wat ons betreft mag die nog lang fonkelen.

Een ideale opwarmer voor wat komen moest. Wat schrijven we?
Beach Fossils zou zeer goed uit de hoek moeten komen om dit te kunnen evenaren. Een voordeel is dat de band uit Brooklyn de reputatie heeft dat hun optredens sterker zijn dan wat ze op plaat doen, een stelling die in Brussel nog maar eens werd bewezen. Niet dat ‘Somersault’ slecht is, want dat is het niet, wel eentje waarin je merkt dat ze maar al te graag Tame Impala achterna willen gaan. Een sound waarin je tevens de Beatles of zelfs wat shoegaze hoort. Niets nieuws dus, maar live tonen ze vooral energie. Een factor die niet onbelangrijk is, en telkens als geen ander blijkt te werken.
Het duurde een tijdje vooraleer zanger en oprichter Dustin Payseur zich ontpopte tot een niet te stoppen waterval (de essentie van Lord Of The Rings in een minuut vertellen, je moet het toch maar kunnen), maar de sfeer zat er vanaf het begin meteen goed in.
Vanaf “Shallow”, en daarna met “This Year” (ingeleid door een bossanova-interlude) wisten we eigenlijk al lang dat dit een geslaagde avond zou worden. “Down The Line” werd het tweede bezoek aan de nieuwe release, de song ging er net als op de plaat in de Botanique zoetjes in, en de rol van de synthesizer werd alsmaar groter. Bij “Saint Ivy” kwam er zelfs een trompet aan te pas. De song kon niet alleen een Beatles-titel zijn, het klonk ook zo!
De beste track van de set werd ook de knapste song van de avond, “Sugar”, waarin één of ander bizar pluchen beest dienst deed als tamboerijn. Nog meer shoegaze in “Be Nothing”, en “Sleep Apnea” dat aangekondigd werd als een perfecte plaat voor een maandag, en werd ingeleid met de eerste tonen van “Step On” van de Happy Mondays. Of het jonge publiek die hint begrepen had weten we niet, het zorgde in ieder geval voor wat glimlachende gezichten (vooral op die van de oudere bezoekers).
De eerste rijen van het publiek werd ook nog eens lekker beetgenomen. Nou ja, ten minste zij die zich blind staarden op de setlist. Want wat uiterst kort leek, werd gewoon opgelost door het blaadje om te draaien, want daar stond het tweede deel vermeld…en grappig aangekondigd als de tweede acte van de set.
“Calyer” was west coast-muziek uit de bovenste schuif, maar we werden vooral ontroerd door “Closer Everywhere” dat (sorry) wel heel Tame Impala klonk.
De ‘tweede acte’ was wat kort, want een kleine tien minuten erna verdwenen de Amerikanen van het toneel.
De sloebers kwamen natuurlijk nog eens terug en nadat Payseur voor een minuutje de standupcomedian had uitgehangen, gaf Beach Fossils nog een laatste eresaluut met “Crashed Out” en “Daydream”.

Twee goede optredens op iets meer dan twee uur, een bezoekje aan hellhole meer dan waard!

Met dank aan Luminousdash.com http://www.luminousdash.com

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Beach Slang

A loud bash of teenage feelings

Geschreven door

Beach slang draait rond een veertiger die z’n jeugdigheid nog niet heeft verloren en klinkt als een  jonge wolf. De uit Philadelphia afkomstige formatie rond James Alex Snyder mag dan al een hobbelig parcours achter de rug hebben in personeelsbezetting , de muziek zit goed elkaar en is situeren binnen de indiegrungepunk. Tien songs in een dertigtal minuten. Ergens waait hier de wind van ‘good oldies’ Husker Du (Bob Mould) , Wipers (Greg Sage), Replacements (Paul Westerberg ) en Built to Spil (Doug Martsch).
Hij weet die invloeden te integreren in een reeks meeslepende , uptempo nummers, met die kenmerkende gruizige ondertoon . Ze komen ook terecht in de buurt van Blood Red Shoes in die aanpak. “Art damage” , “Punks in a disco bar”, “Wasted daze of youth” en “Young hearts” zijn pareltjes die een broeierige opbouw en emo-intensiteit hebben . Af en toe zet hij er met z’n band vaart achter ; het korte , snedige “Atom bomb” geeft letterlijk een krater gevoel.
Beach Slang heeft een fascinerende, spetterende plaat uit!

Beach House

Thank your lucky stars

Geschreven door

Beach House , Victoria Legrand (keyboards/backing vocals) en zanger/multi-instrumentalist Alex Scally , vallen op door hun geluidskunst, van sfeervolle , onderkoelde synthlagen en gitaar , in gedoseerde galm en de rokerige, doorleefde  stem van Legrand. Een bedwelmende trip van broeierige, toegankelijke droompop, ondergedompeld in shoegaze, met een verontrustende, donkere onderlaag , die het sprookjesdecor durft te doorkruisen . De eerste platen waarmee ze definitief doorbraken, ‘Teen dream’ en ‘Bloom’ tapten uit dit vaatje . Een handvol singles raakten en staan dus net garant voor bezwerende dreampop in een donkerzwoel sfeertje .
Het Amerikaanse duo  bracht nu twee platen uit op een goede twee maand tijd . De vorige ‘Depression cherry’ is eerder een conceptalbum , die een minimalistische aanpak heeft , slepend materiaal , broos als grillig, met een  trage, repeterende drumbeat. Een ietwat andere invalshoek.
Zonder enige promocampagne is er nu ‘Thank your lucky stars’ , die nauw gelinkt kan worden aan de vroegere cd’s en beheerst met hun geluidskunst omgaat . Algemeen hebben we hier lichtvoetig, uiterst genietbaar  materiaal waarvan de openers “Majorette” en “She’s so lovely” de barometer vormen en ons meedrijven , - voeren naar ontspanningsoorden. “All your yeahs” is er eentje die opvalt door het frisse, tintelende gitaarspel en “Common girl” creëert net dat kenmerkend sprookjesdecor . Mooi wat het duo opnieuw verwezenlijkt!

Beach House

Depression cherry

Geschreven door

Beach House van Victoria Legrand (keyboards/backing vocals) en zanger/multi-instrumentalist Alex Scally viel op door hun geluidskunst van sfeervolle , onderkoelde synthlagen en gitaar , in gedoseerde galm en die rokerige, doorleefde  stem van Legrand. Een bedwelmende trip van broeierige, toegankelijke droompop, ondergedompeld in shoegaze, met een verontrustende, donkere onderlaag , die het sprookjesdecor durft te doorkruisen .
Op die nieuwe cd houdt het duo het op een minimalistische aanpak , waarbij de bombast geweerd wordt . We worden meegevoerd in hun slepend materiaal die een trage , repeterende of lichte groove hebben , en dus voortkabbelen op die keys , gitaarloops en een beperkte drumbeat, die een dromerige, broze soms grillige inhoud hebben . “Levitation” , “Sparks” en “Space song” zijn al meteen drie overtuigende nummers; op het tweede deel gaat het duo sfeervoller , lichtvoetiger te werk. Op de vorige cd’s staken enkele singles uit, hier geldt het albumconcept .

The Beach Boys

The Beach Boys – een avond vol fun, fun, fun

Geschreven door

Het was meer dan 40 jaar geleden dat The Beach Boys voor het laatst in een Belgische zaal te zien waren. Na hun uiterst succesvolle doortocht op de Lokerse Feesten vorig jaar, gaven The Boys present in het Kursaal van Oostende, een van de mooiste concertzalen van het land en heel toepasselijk aan het zeetje.

Het Kursaal zat echter niet vol. Mede dankzij de intieme setting en de tamelijk hoge ticketprijs, was dit concert er eentje voor de échte fans. De afwezigen en de twijfelaars hadden echter ongelijk, want The Beach Boys leverden een indrukwekkende set af en het Kursaal ging bij momenten helemaal uit zijn dak.
In 2012 hielden The Beach Boys hun ‘50th anniversary tour’. Van de bezetting op die reünieconcerten waren deze keer Mike Love en Bruce Johnston present. Al Jardine, Brian Wilson en David Marks waren er niet bij.
Opmerkelijk hoe de heren vocaal nog bij de les zijn. Hoewel de stem van Mike Love er nog steeds mag wezen, liet hij de moeilijkere zangpartijen hoofdzakelijk over aan de andere bandleden, wat zorgde voor een aangename dynamiek. Drummer John Cowsill bleek verrassend goed bij stem en het was opmerkelijk hoe hoog de basgitarist Randell Kirsch zong.
De set was een komen en gaan van hits, hits en nog meer hits. Openers “Do It Again”, “Little Honda” en “Catch a Wave” waren mooie opwarmers. Op “Hawaii” illustreerde Randell Kirsch voor het eerst hoe hoog hij geraakte. “Surf City” was best aardig, maar op “Surfin’ Safari” sprongen de eerste dames in de zaal recht.
Aan diezelfde dames droegen ze“Surfer Girl” op. Samen met “Wendy” en “Getcha Back” vormde dit trio een aardige brok nostalgie voor de gebroken harten van de aanwezige heren in hawaiihemden. Luchtiger werd het toen de drummer John Cowsill, die zich tot dan als Animal uit The Muppet Show had gedragen, “Darlin” zong met verbazend veel kracht en panache.
De nummers bleven mekaar snel opvolgen en na “Little Douce Coupe” en “409” beiden ‘lovesongs about cars’, was het tijd voor de monsterhit “I Get Around”. Plots veerde heel het Kursaal recht en werd er gedanst dat het een lieve lust was.
The Beach Boys leken er zelf van te schrikken en haalden de vaart wat uit de set. Zo kregen we het ietwat kleffe “Disney Girls” voorgeschoteld door Bruce Johnston (the guy won a Grammy!). Verder waren er opvallend veel verwijzingen naar de uiterst genietbare liveplaat van ‘The 50th Anniversary Tour’.  Een eervolle vermelding is er ook voor “Their Hearts Were Full Of Spring”. The Boys zongen dat laatste nummer a capella en toonden het publiek hiermee dat ze het nog steeds kunnen.

De krop van de set zat evenwel in het tweede deel. Toen “God Only Knows” opgedragen werd aan Paul Wilson en zo hun beste nummer weerklonk, werden heel wat mensen weemoedig. Meteen daarna speelden The Beach Boys heel verrassend en met ontzettend veel overtuiging “California Dreamin’” van The Mamas & The Papas. Het Kursaal stond andermaal recht en deze keer voorgoed.
Want we kregen enkel nog hits, hits en hits. Het publiek zette zelfs de polonaise in bij “California Girls” en al wie toen bij het podium stond ging daar niet meer weg. Love grapte “Wish they could be Belgian girls” en hield het strakke tempo van de set aan. Een vinnig “Good Vibrations”, een enthousiast meegezongen “Kokomo”, het aanstekelijke “Barbara Ann”, en de eerste afsluiter “Fun, Fun, Fun”, het publiek smulde en kreeg er geen genoeg van.

De bis begon met “Summertime Blues” met een solo op gitaar van Scott Trotten, de leadgitaar en de musical director, die niets miste qua snedigheid maar wel een overdosis aan show had. Toen uiteindelijk “Surfin’ U.S.A.” ingezet werd, besefte het publiek dat die hit wel eens de laatste zou kunnen zijn en dat bleek te kloppen. Love en Johnston bleven nog even hangen op het podium om handjes te schudden en handtekeningen uit te delen, maar de lichten waren aan, er speelde wat muzak en het was tijd om naar huis te gaan.

The Beach Boys leverden in Het Kursaal een concert af waar niemand iets op kon tegen hebben. Er waren hits, er was inzet en er was een publiek dat er wel pap van lustte. Toch speelden The Boys bij momenten iets te veel op routine en leken de mopjes en de bindteksten te vaak ingestudeerd. De glorie van weleer was er een beetje af, al leek niemand daar achteraf om te malen. Een avond vol fun, fun en fun.

Setlist
1.      Do it again
2.      Little Honda
3.      Catch a Wave
4.      Hawaii
5.      Surf City (Jan & Dean cover)
6.      Surfin’ Safari
7.      Surfer Girl
8.      Wendy
9.      Getcha Back
10.  Darlin’
11.  Why Do Fools Fall In Love (Frankie Lymon & The Teenagers cover)
12.  When I Grow Up (to be a man)
13.  In My Room
14.  Don’t Worry Baby
15.  Little Deuce Coupe
16.  409
17.  Shut Down
18.  I Get Around
19.  Ballad of Ole’ Betsy
20.  Disney Girls
21.  I Can Hear Music
22.  Isn’t It Time
23.  Cotton Fields
24.  Bluebirds Over The Mountain
25.  Their Hearts Were Full of Spring (The Four Freshmen cover)
26.  God Only Knows
27.  California Dreamin’ (The Mamas & The Papas cover)
28.  Sloop John B
29.  Wouldn’t It Be Nice
30.  Dance, Dance, Dance
31.  California Girls
32.  Good Vibrations
33.  Kokomo
34.  Help Me, Rhonda
35.  Do You Wanna Dance? (Bobby Freeman cover)
36.  Barbara Ann (The Regents cover)
37.  Wild Honey
38.  Fun, Fun, Fun.
Bis:
39.  Summertime Blues
40.  Goin’ To The Beach
41.  Surfin’ U.S.A.

Organisatie: Icanhearmusic events

Beach Fossils

Clash the truth

Geschreven door

Het Amerikaanse Beach Fossils uit New York heeft Dustin Payseur als centrale spil . Eerder maakte Zachary Cole Smith , nu DIIV, nog deel uit van de band , en ook de bassist begon iets anders .
Beach Fossils brengt korte puntige ‘60s rock’n’roll dreamsurfpop door die rinkelende gitaarlijntjes en reverbpedalen . Af en toe klinkt het (mes)scherp , snedig en rauw zoals op de titelsong , met een knipoog naar “Holidays in the sun” (Sex Pistols ) , “Careless”  en “Caustic cross” , maar overwegend hangt het kwartet ergens tussen Real Estate en The Drums en zijn oude indie bands als The Chills en The Feelies invloedrijk .
Energieke , bruisende , levendige dromerige en relaxte songs wisselen elkaar af . 14 songs in vijfendertig minuten , dan weet je het wel zeker …

Beach House

Beach House – voortkabbelende schoonheid

Geschreven door

Het NY-se Beach House rond Victoria Legrand (keyboards/backing vocals) en zanger/multi-instrumentalist Alex Scally is groots geworden . Waren ze tot vóór het recente ‘Bloom’ eerder te zien  in zaaltjes van goed vijfhonderd man, dan was nu in een mum van tijd de AB uitverkocht . Toegegeven , daar zal wel hun afwezigheid op de zomerfestivals voor iets hebben tussen gezeten, maar soit , de dromerige, onderkoelde toegankelijke indietronica collage van Beach House zit duidelijk  in de lift.  

Ze braken definitief door, met de in 2010 verschenen ‘Teen dream’. Een handvol songs van deze plaat ,“Zebra”, “Silver soul”, “Norway”, “Walk in the park”, “10 Miles Stereo”, “Real love” en Take care” waren nu net toevallig live grootse momenten , door de wisselende mistige patronen , de opbouwende  en forsere beats en de gitaarmotiefjes … Hun ‘Bloom’ plaat is minder ‘Boom’ en indrukwekkend en biedt een reeks ‘een beetje teveel van hetzelfde goedje’ van trage meeslepende, voortkabbelende songs ; “Myth”, “Lazuli” “Other peole” en “On the sea” intrigeerden en sprongen hier ook uit door de opbouw … ook net niet toevallig de sterkste die de liveset mee bepaalden , met de eerder vernoemde nummers … Als golven die tegen de Engelse klippen sloegen … Op dit materiaal viel het grootste enthousiasme te noteren.
Juist, we bleven vanavond wat op onze honger zitten, gezien de eenvormigheid de bovenhand kreeg en dezelfde tunes de aandacht verslapten. Schoon en aantrekkelijk is het allemaal wel, maar minder bezwerend en bedwelmend . De muzikale weerhaken waren in de minne. Ze raakten minder  dan  voorheen, en daar zat ook wel een ‘grote’ zaal voor iets tussen.
Een vlekkeloze set , speelden ze , zeker weten , aangevuld met drumcomputer en de drums van Daniel Franz.
Legrand, de haren voor de ogen, heeft een aparte rokerige, indringende stem en laat ergens een Nico, Patti Smith, Chrissie Hynde en Hope Sandoval versmelten. 
Ook het decor van drie houten kooien , waarin een propeller draaide en de ‘streepjescode’ lichteffects boden een meerwaarde en zorgden ervoor dat het heerlijk vertoeven was in die unieke geluidswereld …
Maar halfweg de set werden we te diep in die droompop ondergestopt , die nog wat werd getriggerd door de afstandelijke houding van het trio. Tot slot van de anderhalf uur durende set een overtuigend “Irene”, door de aanzwellende , krachtige en variërende ritmes.

Best is dat ‘het huisje’ en ‘het zaaltje’ van Beach House wat kleiner en gezelliger wordt ingericht, om optimaal te kunnen genieten van die elegante schoonheid en finesse van hun klankencollage (remember hun optreden in de Kreun, Kortrijk bij het verschijnen van de nieuwe plaat!)…

Holy Other, opener van de avond , stelde de avondklok al in , met repetitieve melodramatische dobberende soundscapes , die ergens waait richting How to dress well en James Blake

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/beach-house-18-11-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/holy-other-18-11-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beach House

Bloom

Geschreven door

Binnen de ganse rits indiepoprockende bands kunnen we momenteel niet omheen het NY-se duo Beach House. Inderdaad, Victoria Legrand (keyboards/backing vocals) en zanger/multi-instrumentalist Alex Scally braken definitief door  naar het grote publiek met de derde cd ‘Teen Dream’. Verdiend loon naar werk … Broeierige, toegankelijke droompop, ondergedompeld in shoegaze, met een verontrustende onderlaag .
De opvolger biedt niet echt iets nieuws , maar de unieke geluidswereld van sfeervolle,  onderkoelde synthlagen en gitaar , in gedoseerde galm en die rokerige, doorleefde  stem van Legrand intrigeren .
‘Bloom’ is dus minder indrukwekkend dan de voorgaande cd , maar bevat een handvol pareltjes als “Myth”, “Lazuli”, “Other people”, “The hours” en “On the sea”. Verder hebben we lichtvoetig , rustig voortkabbelende songs, heerlijk vertoeven in hun muzikale leefwereld.
Bedwelmende trip, maar minder verrassend …

Beach House

Beach House - Aardig toeven in een sfeervol strandhuis

Geschreven door

 

Terwijl iedereen zijn strandhuis opzocht aan de Belgische kust, wrongen wij ons op drukke banen om het onze in Kortrijk te vinden.  Geen zon of strand in De Kreun, maar wel droompop van de bovenste plank alsook twee (gelukkig voldoende bemande) togen. Opgetogenheid alom dus.

Porcelain Raft fungeerde als opwarmer. Erg moeilijk kan je die taak in deze tropische tijden niet noemen. Tot onze frustratie verkeren we niet in de mogelijkheid om over het bewuste voorprogramma iets meer te vertellen want door die vermaledijde Pinksterweekendfiles waren we te laat op post om ons eigen oordeel te kunnen vellen. Waarvoor onze excuses.

Gelukkig waren we wel present toen Beach House op het podium verscheen.  De avond stond in het teken van ‘Bloom’, hun vierde plaat en opvolger van het door velen eind 2010 in hun eindejaarslijstje geslingerde “Teen Dream”.
Het concert opent met “Wild” en daarmee wordt het publiek meteen ondergedompeld in de zalig ijle sfeer die Victoria Legrand en Alex Scally (aangevuld met drummer Daniel Franz) moeiteloos weten te creëren. Heel even worstelt de geluidsman nog wat met de juiste mix maar tegen “Walk in the Park” is dit euvel al lang hersteld en demonstreert de lichtman dat ook hij zijn steentje weet bij te dragen aan het totaalplaatje, iets wat hij tijdens “Norway” nog eens dik in de verf zet.
We zijn nog geen tien minuten ver maar zien letterlijk en figuurlijk al sterretjes. Wanneer “Other People”, “Lazuli”, “Gila” en “Equal Mind” (de b-kant van de blauwkleurige Record Store Day-single “Lazuli”) ietwat makke versies krijgen, beginnen we echter te vrezen dat de warmte het geheel op een lome bedoening zal doen uitdraaien.
Vanaf “The Hours” blijkt Beach House echter voldoende geacclimatiseerd om niet meer te hervallen in het gewoon afhaspelen van hun materiaal. Gedurende “Silver Soul” wanen we ons opnieuw in hemelse sferen, het ligt dan voor alle duidelijkheid echt niet meer alleen aan die kerel van de belichting dat we sterretjes zien.
Nadat Legrand vroeg wie er in 2007 bij was toen Beach House (samen met o.a. Bony King of Nowhere) concerteerde in de vroegere zaal van De Kreun, trakteert ze de deze keer bevoorrechte getuigen (want de zaal was lang op voorhand hopeloos uitverkocht)  op een zinderend “Zebra”. Ook het nieuwe “Wishes” is puur genieten, vooral als na een tweetal minuten Scally een heerlijke gitaarlick uit zijn mouwen schudt.
Niet enkel een deel van het publiek maar ook de groep zelf had waarschijnlijk te kampen met verkeersproblemen, dat leiden we althans af uit Legrands “I hope that all the people made it through the traffic”. Haar bezorgdheid benadrukt ze vervolgens met het mooie “Take Care”, één van de zes parels uit ‘Teen Dream’ die in De Kreun heropgevist worden. Daar waar “Myth” als opener op de nieuwe plaat prijkt, krijgt het live zijn rol als afsluiter van de reguliere set. Tot onze tevredenheid kreeg de gitaar van Alex Scally in de geluidsmix nu wel een meer prominente plaats toebedeeld, voor het overige wordt bij Beach House live vooral de synthesizer door de boxen gejaagd.
De obligate bisronde trapt af met “Turtle Island” (net als het eerder gebrachte “Gila” afkomstig van “Devotion”). Tijdens “10 Mile Stereo” dachten we opnieuw dat het geheel beter zou klinken als de gitaar in de mix wat meer naar voren zou komen, maar dat is misschien een puur persoonlijke voorkeur want rondom ons zagen we alleen maar gelukzalig glimlachende gezichten. Nadat Victoria Legrand de volledig tot de kook gebrachte zaal bedankte “for sweating with us tonight”, trok men in afsluiter “Irene” nog eens alle registers open om aldus een waardig punt te zetten achter een geslaagd optreden.  

Het blijkt dat Beach House door de jaren heen geëvolueerd is van een gammele constructie (herinner jullie bijvoorbeeld de krakkemikkige indruk die ze vier jaar terug gaven als voorprogramma van Fleet Foxes) naar een groep die er stilaan staat als een huis. Het is nog veel te vroeg om van een monument te spreken, maar het potentieel is er - getuige ‘Teen Dream’ en het prachtig gearrangeerde ‘Bloom’ - op plaat alleszins wel.
Als Alex Scally nu nog op tafel durft te kloppen met de eis om zijn heerlijke gitaarspel live niet te veel te bedelven onder de keyboards van Victoria Legrand, dan zien hen ook nog op het podium tot een absolute topper uitgroeien.
In De Kreun zagen we - alles in het acht genomen - geen verpletterend optreden. Het was echter wel aardig toeven in het strandhuis dat we aan de vooravond van de Sinxen-driedaagse geboekt hadden. Zeker goed genoeg alleszins om Beach House een volgende keer opnieuw een (hopelijk dan wel minder letterlijk) warm onthaal te gunnen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/beach-house-05-05-2012/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Dirty Beaches

Dirty Beaches - Neurotische dwangbuisrock

Geschreven door

Dirty Beaches is het project van de naar Canada geëmigreerde Taiwanees Alex Zhang Hungtai. Zijn debuutplaat ‘Badlands’ van 2011 is geen hapklare brok, het is een zeer lo-fi geproduceerde plaat met zeer grillige naar Suicide refererende songs en soundscapes.

Op het podium laat hij zich vergezellen door een saxofonist die niet bepaald de meest voor de hand liggende deuntjes uit zijn saxofoon haalt, maar wel een soort free jazz die zich als aangename stoorzender opdringt bij de overigens tamelijk neurotische muziek. Daarnaast is er ook nog een drummer, nou ja drummer, laat ons zeggen een kerel die met een drumstokje op een soort laptop annex drumcomputer fel tekeer gaat. £
Daarbovenop huilt, schreeuwt en declameert Hungtai zijn vocals als een bezeten Alan Vega, met nogal wat echo en reverb door de versterkers. Hungtai haalt sporadisch een gitaar boven, maar het zijn hoegenaamd geen gelikte solo’s die er uit komen, maar een soort geschifte en opgejaagde distortion. Onderhuids zit er in de songs een pak rock’n’roll verscholen, maar die wordt soms vakkundig verkracht en door een industrial vleesmachine gedraaid. Versta ons niet verkeerd, het is behoorlijk indrukwekkend en ook tamelijk bevreemdend, wij halen ons spontaan een nog niet gemaakte David Lynch film voor de geest.

Een klein uurtje bedwelmt Dirty beaches ons met hun dwangbuisrock, en ook al kunnen ze vooralsnog de spanning niet de ganse tijd aanhouden, we zijn ferm onder de indruk. Toch kunnen we er niet van uit dat het ganse uur lang voortdurend één naam door ons hoofd holt : Suicide. En dat is zowel een compliment als een waarschuwing. Wie op een podium dezelfde spanningsboog als Suicide in hun beste dagen kan creëren is goed bezig, maar er moet nog wat aan een eigen smoelwerk gebouwd worden.

Het voorprogramma Yuko speelt een onderhoudende, soms verstilde, maar volgens ons wat te brave set. Het is een soort Bon Iver meets postrock die best wel perspectieven opent, maar waar gerust nog wat meer angels mogen in gestoken worden.

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Dirty Beaches

Badlands

Geschreven door

Dirty Beaches is het alter ego van Alex Zhang Hungtai, een Taiwanese Canadees die houdt van ‘on the road’ soundtracks. Beelden van eeuwig op drift zijn en talloze nachtelijke autoritten verschijnen op de donkere,  broeierige sound; een in elkaar geknutseld geluid van ‘80s elektronica, punk, rockabilly en garagerock  Suicide, David Lynch en The Cramps zijn invloedrijk bij deze do-it-all.
In een lofi attitude horen we acht songs die door knip- en plakwerk, onrustige, paranoïde synths,  holle experimentele gitaarklanken, cassettegeruis , sobere pianoriedels aan elkaar verweven zijn en gedragen worden door een declamerende , verhalende zegzang op z’n Alan Vega’s (Suicide!) en Dave Eugene Edwards (Woven Hand) .
De songs hebben een mysterieus, begeesterend triphoptintje door de klanken en de repetitief spannende opbouw.
‘Badlands’ is een overtuigende doorbraak. Het mengen van titels ‘Dirty’ en ‘Bad’ in de groeps- en titelcd en songtrips als “Speedway king”, “A hundred highways”, “Horses” en “Hotel” wakkeren dit aanvoelen enkel maar aan .

Beach Fossils

Beach Fossils - Een stijlvolle duik in de muzikale ondergrond

Geschreven door

De mensen van Democrazy omschreven het zelf als hun eigen dolle week en het was inderdaad zo dat je de afgelopen week iedere dag op één of meerdere concerten in de Gentse binnenstad kon rekenen. Soms met grote kanonnen zoals afgelopen zondag met Tindersticks maar vandaag was het tijd voor wat nieuw talent die we als vanouds in de Charlatan mochten verwelkomen.

Meteen talent om je vingers bij af te likken want wie de Antwerpse Blackie & The Oohoos eerder aan het werk zag, wist meteen dat deze twee zwartharige zusjes geen afgeroomd radiovoer leveren ook al ligt het woord pop nooit ver buiten hun handbereik. Hun debuutalbum deed al het beste vermoeden en dat werd gisteren in een aardig volgelopen Charlatan bewezen.
Van podiumvrees hebben de zusjes Maieu al lang geen last meer en hun zeemzoete stemmen vormen de ideale basis voor muziek die het midden houdt tussen 60’s kitsch, western, shoegaze en het betere chanson. Omwille van de ontelbare muzikale attributen durft een mensen wel eens een groep als Nouvelle Vague of Broadcast mijmeren en na een uurtje wisten we wat reeds een lange tijd in ons achterhoofd hangt: met Blackie & The Oohoos heeft de Vlaamse alternatieve muziekscene er meer dan een pareltje bijgekregen.

Misschien tijd voor een pareltje uit New York Beach Fossils … In het indiewereldje zijn deze jonge snaken al een tijdje de nieuwe Benjamins en daar zal hun prachtig debuut op het Captured Tracks-label wel voor veel tussen zitten. Waren we met onze Belgische zusjes in de jaren ’60 gekatapulteerd, dan gingen we met Dustin Payseur terug de jaren ’80 in maar dan wel met het Flying Nun-geluid van groepen als The Chills of gewoon die andere legende: The Feelies.
Hun zonovergoten indiepop deed je al de huidige drama’s uit deze wereld vergeten en voor je het wist stond je te swingen dat het geen naam had en dat deed ook het publiek die het deze jongelingen vergaf dat zij door hun enthousiasme heen wel eens de bal verkeerd sloegen.

Twee ontdekkingen voor een klein prijsje kunnen we alleen maar samenvatten met deze woorden: een dikke proficiat aan de Demo-bende en hopen dat ze deze mooie weg nog lang mogen volgen.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beach House

Beach House: onthaasten tussen behaarde paddestoelen

Geschreven door

Aan Beach House houden we live niet zo een goede herinneringen over. Toen ze enkele jaren geleden in de Botanique nog in het voorprogramma van Fleet Foxes speelden, overviel ons tijdens ieder nummer de onweerstaanbare drang om een verse pint te gaan bestellen. We herinneren ons nog goed dat het bewust ietwat vals afgestelde orgeltje aanvankelijk nog spookachtig klonk, maar na verloop van tijd steeds meer op de zenuwen ging werken. En dat de set zich tergend traag naar het einde toe sleepte. Nog een geluk dat Fleet Foxes ons achteraf met een memorabel optreden alsnog een zeer geslaagde concertavond bezorgde.

Nadien is het echter snel gegaan voor het hippe duo uit Baltimore. Het begin dit jaar uitgebracht album ‘Teen Dream’ wordt in de muziekpers overladen met superlatieven, en voor wie deze plaat nog steeds niet aangeschaft heeft: deze zijn volledig terecht! Een uitverkocht optreden in de Balzaal in de Vooruit was het logische gevolg, deze keer voorafgegaan door een eigen voorprogramma. En wat voor één! Lawrence Arabia, een jong vijftal uit Nieuw-Zeeland had het allemaal: strakke geruite hemdjes, trendy baardjes en vooral een aaneenschakeling van uitstekende nummers die live ook nog eens en met veel deskundigheid en enthousiasme gebracht werden. Vraag ons niet hoe het komt, maar de wereldwijde wederopstanding van de muzikale erfenis van de Beach Boys bleek die avond zelfs tot aan de andere kant van de planeet niet te stuiten,  al kreeg de harmonieuze samenzang tijdens nummers als “Apple Pie Bed” en  “I’Ve Smoked Too Much” aardig wat concurrentie te verduren van The Beatles. Tijdens nummers als “The Beautiful Young Crew” en “Auckland CBD Part Two” voegde Lawrence Arabiahier nog een flinke scheut psychedelische folk à la Devendra Banhart aan toe. Geen wonderdus dat achteraf een lange rij stond aan te schuiven om een exemplaar van hun nieuwe album “ChantDarling” op kop te tikken.

Nog voor Beach House één noot gespeeld had, stampte multi-instrumentalist Alex Scally, die in zijn strakke, met zilverknopen bezette jasje zelfs het Vooruit café niet ongemerkt zou binnen stappen, al zijn schoenen uit. Bleek om tijdens het dromerige openingsnummer “Walk In The Park” de orgel te bespelen met de voeten. Even voordien werden al vreemde decorstukken het podium opgesleept die zich nog het best laten omschrijven als met wol behaarde paddestoelen op struisvogelpoten, die tijdens het optreden ook nog eens af en toe gevaarlijk begonnen op te lichten. Een ‘normale’ groep zal Beach House dus wellicht nooit worden, al waren ze met hun nieuwe, meest toegankelijke plaat tot nu toe onder de arm wel ‘the right band on the right place’ die avond in de Vooruit, meer nog dan Florence&The Machines die tezelfdertijd in de concertzaal speelde. “Lover Of Mine” klonk live als het beste 80’s nummer ooit dat niet in de ‘80’s gemaakt werd en tijdens “Used To Be” klonk de mysterieuze zangeres Victoria Legrand zowaar opgewekt van achter haar keyboards. Waaruit je nu ook weer niet moet concluderen dat dit optreden de muzikale lente inzette. Het refrein “It’s happening again” of “Silver Soul” klonk bepaald niet alsof Victoria aan een echt vrolijke gebeurtenis terugdacht. Ook “Zebra” en “Gila” waren live vintage Beach House: trage, melancholische maar bedwelmend mooie nummers, waarin ergens de geest van Mazzy Star leek rond te waren.
Ronduit fantastisch zelfs was bisnummer “10 Mile Stereo”, een nummer dat qua muzikale opbouw  en refrein wereldgroepen als Coldplay naar de kroon stak en uitmondde in een zinderende postrock apotheose.

Perfect was de set zeker niet. Daarvoor gingen nummers als “Norway” en “Take Care” net iets te veel de mist in.Zelfs “Master Of None”, de single uit het titelloze debuut, leek zo veel jaar later nog weinig toe te voegen aan het geheel.
Maar dat Beach House dankzij ‘Teen Spirit’, waaruit behalve “Real Love” alle nummers live gebracht bracht werden, enkele reuzensprongen vooruit gezet heeft, stond die avond bij iedereen buiten kijf.

Organisatie: Democrazy ism Vooruit, Gent