logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (3 Items)

Deer Tick

Divine Providence

Geschreven door

Deer Tick is  de band van multi-instrumentalist en songschrijver John McCauley . Hij heeft met Deer Tick al een paar platen uit en steeds opnieuw zijn we geboeid door de afwisselende aanpak . Zijn  materiaal situeert ergens tussen americana, southern rock en rauwe lofi klinkende rock met een punky attitude. Wilco , Two Gallants, The Replacements en Jonathan Richman horen we terug in de muziek .
Hij kan met z’n band stevig rocken , “Let’s all go to the bar”, “Something to brag about, maar intrigeert ook met een handvol broeierige , meeslepende songs als “The bump”, “Funny world” en “Main street”. En er is ruimte voor een ballad tussenin als “Clowinaround” en “Electric”, op het eind.
Het tweede deel van de cd is eenvormiger en nestelt zich volledig in de americana sound. Bijzonder knap dus wat hij allemaal uitvoert  . Fijn plaatje opnieuw !

Deer Tick

Deer Tick - Schuurpapieren neocountry-pracht

Geschreven door

’Deer Tick, a band.’John Macauley legt op zijn - van alle franjes gestripte - website kort de essentie van zijn band bloot. “We consider ourselves a rock n roll band” en ook “If you don't want to get covered in beer or confetti at one of our shows, I'd suggest not standing up in the front.” Spijtig dat zowat iedereen in de Rotonde-zaal van de Botanique deze raad ter harte nam. Het werd dus een oerdegelijk rock’n’roll concert, maar wel één voor een braaf zittend publiek.

Dat publiek was al reeds zacht in een dromerige rust gewiegd door de onschuldige countrypop van Caitlin Rose. Liedjes met een suikerzoete angel gecombineerd met wat vrolijke bindteksten. Maar, met daar nog twee goed gekozen covers van Dillard & Clark (“He Darked the Sun”) en Randy Newman (“Marie”) bovenop werd het toch een aangename opener.

Deer Tick doorprikt die dromerigheid onmiddellijk met een bluesy “Choir Of Angels”. Met veel schwung trekken ze nummer na nummer alle registers open. Het aan Tom Petty schatplichtige “Hope Is Big”, de écht aanstekelijke rock’n’roll van “Something To Brag About” en het live prachtig ingetogen gehouden “Ashamed” waarin de toetsenist Rob Crowell zich ook een begenadigd saxofoon-speler toont.
De rode draad doorheen de hele set (en bij uitbreiding natuurlijk ook de hele geschiedenis van de band) is zonder twijfel de spilfiguur met de schuurpapieren nasale stem, John Macauley. Hij tilt zijn band moeiteloos boven de country-middelmaat uit en schaart zich daarbij bij andere uitstekende neocountry folkies als bijvoorbeeld The Tallest Man On Earth, Bright Eyes of Those Darlins.
Naast de nieuwe te promoten plaat (‘The Black Dirt Sessions’) komt er ook genoeg oud materiaal voorbij maar de groep bouwt toch naar een ongelofelijk psychedelisch en zwaar rockend orgelpunt toe met het uit het nieuwe album geplukte “Mange”. Wat begint als een degelijke rocksong groeit gestaag uit tot een ‘aardverschroeier’ van jewelste, opgezweept door drummer Dennis Ryan die op het einde echt de razernij uit zijn vege lijf lijkt te meppen op alles wat in zijn buurt komt.

En het publiek, dat zat erbij en genoot toch zichtbaar. In de bissen volgden nog een cover van ZZ Top’s “Cheap Sunglasses”, opnieuw met sax, en als échte ongeplande toegift “These Old shoes”. Romantiek op zijn Deer Tick’s als afsluiting van een goed concert dat nog meer in zijn mars had.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Deer Tick

The Black Dirt Sessions

Geschreven door

Een meeslepende plaat die voorzichtig zijn talenten prijsgeeft, dat is deze ‘The black dirt sessions’. Deer Tick is vooral de speeltuin van multi-instrumentalist en songschrijver John McCauley die hier alle tracks op zijn naam heeft staan. De man schudt een handvol intieme en schitterende songs uit zijn mouw waarmee hij gerust naast Jeff Tweedy (Wilco), Adam Stephens (Two Gallants) en Peter Case mag gaan staan. McCauley’s stem snijdt scherp doorheen de songs die variëren van americana tot ingehouden southern rock.
Het begint heel ingetogen met een vijftal ballads waarvan de pianoballad “Goodbye dear friend” en het prachtige akoestische “Piece by piece and frame by frame” de mooiste zijn. Vanaf “Mange”, een pareltje die zich ontpopt in de richting van The Stones hun “Sympathy for the devil”, mag het gaspedaal iets worden ingedrukt en worden de elektrische gitaren van stal gehaald, al gaan die nooit te hard van stapel lopen. Er mag al eens sporadisch gerockt worden, maar het zijn toch vooral fijne, intieme en soms breekbare songs die we terugvinden op dit heerlijke werkje. Het epische en zweverige “Blood moon” is daar een bijzonder knap staaltje van, een prachtsong als je ’t ons vraagt.
Mooie plaat die alsmaar beter wordt.