logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (13 Items)

Grant Lee Philips

Grant Lee Philips - Eerste klasoptreden

Geschreven door

Grant Lee Philips - Eerste klasoptreden

Honderden recensenten wereldwijd beschouwen Grant Lee Philips als een van de beste performers in zijn genre die op deze aardkloot rondlopen. En dat doet hij ook met verbazend gemak op zijn dooie eentje in de Schakel, Waregem. We hadden het genoegen om zijn eerste concert in een nieuwe soloconcertreeks te beleven. Just me and my guitar. Hij spreekt met in spontaniteit groeiende oneliners het kennerspubliek aan, gespeend van de prachtige zelfrelativerende humor. Zo gaat hij er prat op dat een van zijn songs een tijdje dé soundtrack was in Beavis and Buthead.

GLP brengt nieuw werk en grasduint door ouder werk. Met de glimlach en met zijn akoestische gitaar. Wat kan die man spelen! Met een immense cataloog in zijn rugzak begint GLP gelijklopend en naar het einde toe gevarieerder  aan een set  die al je aandacht opslorpt waarbij je liefst de deurbel uitschakelt en je telefoon afzet. Zo geniet je van een hele reeks tekstuele en muzikale subtiliteiten. Het is precies alsof je naar een overzichtstentoonstelling van je favoriete schilder gaat en her en der een onverwacht werkje ziet hangen dat er zowaar nog beter uitspringt.
In Sudden Place” uit het nieuwe ‘All You Can Dream’ beschrijft hij de brand in de Notre Dame zoals dingen die er altijd zijn geweest. (Shit happens all the time). Kippenvel troef bij een weergaloze versie van “Mona Lisa” uit ‘Virginia Creeper’.
Met zijn gekende nonchalance kondigt Onze Sympathiekheid zijn “Fuzzy” aan en stilt zo de zaal tot je een speld kan horen vallen.
Grote zelfreflectie verpakt in intieme momenten die hij met volle overgave deelt met het enthousiaste publiek. Jammer dat we maar één luisterbeurt kregen.

Organisatie: CC De Schakel, Waregem

John Grant

John Grant - Verwennerij van expressieve en gevoelige verhalenverteller

Geschreven door

John Grant - Verwennerij van expressieve en gevoelige verhalenverteller

Volgroeid tot een ware chroniqueur brengt John Grant steevast politiek geladen en persoonlijke introspectieve songs. Diezelfde eigenheid blijft hij behouden in de door –Cate Le Bon-geproduceerde Boy From Michigan (2021). Het was lang uitkijken naar zijn (uitgestelde) terugkomst maar eindelijk konden we die zesde langspeler live
beleven.

Kaktus Einarsson mocht het - voor de gelegenheid - zittend Brugse publiek alvast warm maken voor een boeiende concertavond. Deze IJslander brengt met zijn kompaan aan de piano en synth, een kruising tussen experimentele klassieke muziek en zachte melancholische pop. Einarsson zelf is gezegend met een baritonstem die zijn gitaargetokkel goed aanvult. Het sferisch "My Driver" legde dat evenwicht tussen experimentele en pop bloot. Nog donkerder was "Ocean's Heart" waar extra trillende pianosnaren ons een bevreemdend gevoel bezorgden. Hoe zwaarmoedig doch interessant “Space Soul” en afsluiter “45rpm” waren, de twee Einarsson had voldoende sympathie om het publiek aangenaam te plezieren.

Onder een gespannen sfeer was het even wachten tot John Grant - met badslippers - en zijn twee begeleidende muzikanten het podium opkwamen. De donkere new wave electro pop was in opener “Just So You Know” al meteen opmerkelijk terwijl Grant aan de vleugelpiano al eens op Elton John leek. In “Boy From Michigan”, dat de titeltrack is van zijn laatste plaat, waren de toetsen van producer Cate Le Bon duidelijk hoorbaar. Hier en daar een saxofoonriff die de spacey synthmelodieën doorkruisten. Tel daarbij een klok van een stem en het geheel was al vroeg in de set al boeiend genoeg. Heel even leek de theatrale crooner een marionet te spelen in “Rhetorical Figure” waar hij met kinderlijke eenvoud zijn stem van hoog naar laag en terug liet gaan.
“Marz” met een Giorgio Moroder-achtige synth klonk als een new wave-sprookje met licht komische lyrics maar dat werd enorm gesmaakt door het enthousiast publiek. Vanaf dan leek Grant helemaal op zijn gemak te zijn want geregeld gaf hij een inkijk in wat komen zou. “The Cruise Room” was een ode aan een bar in Denver maar evengoed aan Julee Cruise en Twin peaks. “Touch and Go” ging dan over de moedige Chelsea Manning die in haar leven al meermaals de hel heeft gezien. Met een priemende geweldige zang bezong hij in “Glacier” de vrijheid die je moet ervaren zonder oordeel van anderen.
Het slot van de reguliere speeltijd ontplofte helemaal met “Sensitive New Age Guy” waarbij een ijzersterke noisy gitaarsolo van de backing gitarist Grant begeleidde in zijn expressieve bewegingen. Het publiek kon er maar moeilijk bij zitten en zong dan ook met alle plezier de laatste woorden in “Queen of Denmark”.
John Grant was nog lang niet uitgepraat en verwende ons met een bisronde waar opnieuw veel aan bod kwam. In het duistere 80s-pop van “Tempest” ging hij helemaal los op zijn sampler terwijl “Caramel” dan een aangrijpende pianoballad was. “Drug”, over zijn eigen drugsverslaving en geschreven voor zijn vorige band “The Czar”, was wellicht het meest aangrijpende van de hele avond. Enkel met zijn stem en de vleugelpiano wist hij alles en iedereen stil te krijgen. Een verrassing speciaal voor het Brugse publiek was “TC and Honeybear” en ten slotte het overrompelende “GMF” dat toegewijd was aan elke aanwezige motherfucker in de zaal.

Zonder te beseffen vlogen de onnoemelijke hoogtepunten zo voorbij waar wij intens van hebben genoten. Met het nieuwe materiaal heeft John Grant zowel op plaat als live opnieuw heel wat kijk- en luisterparels gemaakt. Een ware verwennerij die zowel onze gevoelige snaar wist te raken als ons zin gaf om te dansen.

Setlist
Just So You Know -  Boy from Michigan - The Rusty Bull - Black Belt - Rhetorical Figure - Grey Tickles, Black Pressure - Marz - The Cruise Room - Touch and Go -
Glacier - Pale Green Ghosts - Sensitive New Age Guy - Queen of Denmark - - - Encore: Tempest - Caramel - Drug (The Czars song) - TC and Honeybear – GMF

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Grant

Real

Geschreven door

Grant is het singer-songwriter project rond vier muzikanten en vrienden uit de regio Brugge-Gent.  De band begon in 2000 rond de vroegere nummers van de frontman Dominiek De Groote. Oorspronkelijk ging de band als trio verder met drummer Tony Somers en de Gentse bassist Rutger Moelaert. Het resulteerde in 2006 in het debuut 'Real' gevolgd door ''Untill Dawn' in 2013. Circa tien jaar geleden werd ook Tom Kristiaan (piano) toegevoegd aan de line-up. Recent werd het debuut 'Real' heruitgebracht, met als extra de piano van Tom op de titelsong. We legden ons oor en hart te luisteren.
Aanstekelijke opener “Grant 7.3” laat een band horen die toegankelijk klinkt en muziek brengt die rock en weemoedigheid verbinden tot een mooi geheel. Elke song wordt gedragen door het mooiste instrument dat er bestaat, ‘de stem’. De vocals zijn warm en krachtig. Elke song wordt trouwens bepaald door een gitaarriedel. “Real” is een nummer dat dus in de nieuwe versie een piano meekrijgt, wat de melancholie alleen maar ten goede komt.
Grant blijft op de volledige schijf hetzelfde pad bewandelen. “Love U” is een pakkende song, die catchy genoeg klinkt om over de dansvloer te zweven. “Beats of Your Heart” en “Did i scare you” beamen dit verder.
Grant brengt aanstekelijke muziek die je wegvoert naar een gezellige zomeravond rond het kampvuur, of als eentje in de winter, gezellig rond het haardvuur. Gezelligheid en gezapigheid gaan hand in hand samen , en voelen aan als een zacht dekentje om de zorgen even opzij te plaatsen.
Ga het echter niet te ver zoeken bij Grant. Het is net die eenvoudige aanpak die ervoor zorgt dat dit collectief een bijzondere parel heeft (her)uitgebracht , binnen de sing/songwriting.
De pianotoets op 'Real' laat horen dat Grant na al die jaren nog steeds wil evolueren. We hopen dat, naast deze mooie heruitgave, hier iets nieuws kan uit groeien. Op 'Real' bewees Grant reeds een kwalitatieve band te zijn.. In 2020 zijn de warme songs, zeker in deze tijd, even relevant.

Tracklist: Grant 7.3 02:50 I Circle around your Orbit 03:07 Reasons and Sorries 03:19 Real 05:12 Nightcloud 03:39 Love U 03:21 Beats of Your heart 04:53 Did I Scare You 04:28

Willard Grant Conspiracy

Untethered

Geschreven door

‘Untethered’ is het album met de laatste opnames die Robert Fisher met zijn band Willard Grant Conspiracy maakte vóór zijn voortijdige dood op 12 februari 2017. Fisher was het enige constante lid van de Conspiracy, die uitblonk in funeral rock, donkere americana en country noir. Vrolijk werd het nooit bij Fisher en zijn Conspiracy en dat verbeterde uiteraard niet toen de kanker hem op de hielen zat.
Het hele album werd nog net afgemaakt vóór zijn dood, maar de tapes zijn pas dit jaar weer opgedoken en tot leven gebracht door zijn compadre David Michael Curry die de jongste jaren zowat het tweede vaste bandlid was. ‘Untethered’ heeft onmiskenbaar iets van een testament, een beetje als de laatste albums van Leonard Cohen en David Bowie toen die hun einde voelden naderen. Of zoals Johnny Cash de dood nog recht in de ogen keek op zijn American Recordings.
Het postume album opent met het atypische, op een elektro-ritme drijvende (I am a) “Hideous Beast”. Wou Fisher zijn fans voor zijn mochten die hem als een heilige willen afschilderen? Het zou zomaar kunnen.
Daarna is het vintage Willard Grant Conspiracy met “Do No Harm” (when I sleep) en “All We Have Left”, twee typische afscheidsliedjes met de Conspiracy-sound als een grote stempel over die melancholische, breekbare en toch zware stem van Fisher. Americana en country zijn ver weg, maar deze funeral blues raakt je tot op het bot. Cello en violen blenden mooi met de warme gitaarsound.
Op “26 Turns” klinkt Fisher alsof hij naast je in de zetel zit. Het is een klein en nietig niemendalletje van een song, maar uit Fisher’s strot en met wat drama van de violen treft ook dit meteen doel. Zo traag zingend heeft Fisher’s stem iets van die van (de oudere) Lou Reed, wat je ook hoort op “Chasing Rabbits”.
Daarna neemt Fisher afscheid van geliefden op het fluisterend gezongen “Let The Storm Be Your Pilot” en het ambigue liefdeslied “Love You Apart”. Herinneringen ophalen doet de Conspiracy-zanger in het instrumentale “Margaret On The Porch” dat eerst knispert als een haardvuur en dan uitdooft en op “Saturday With Jane”.
Sommige tracks lijken maar vage schetsen, zowel in teksten als in de muziek. Vluchtig opgenomen en niet in de diepte uitgewerkt zoals het oudere materiaal van de Willard Grant Conspiracy. Met arrangementen die er later –met veel liefde en respect - opgekleefd zijn. Het instrumentale walsje “Two Step” is er zo eentje. Andere tracks op ‘Untethered’, zoals het slepend van funeral blues naar funeral gospel hinkelende “I Could Not”, spookten duidelijk al langer door het hoofd van Fisher.
“Share The Load” klinkt meer als een uitnodiging dan als een volwaardige song, maar is tegelijk zo oprecht dat je kippenvel krijgt. Op “Unthetered” (ongebonden) kijkt Fisher een laatste keer achterom of er geen losse eindjes meer moeten aan elkaar geknoopt worden, om dan het laatste eind alleen te gaan op “Trail’s End”.
Willard Grant Conspiracy ademde altijd al verdoemenis, verdriet en melancholie, maar nooit was afscheid zo tastbaar en oprecht als op ‘Unthetered’.

John Grant

Grey Tickles, Black Pressure

Geschreven door

John Grant heeft z’n derde solo album klaar en hij mag dan al afgerekend hebben met heel wat demonen in zijn hoofd , het is een onmiskenbaar talent als sing/songrwiter die naar het koele Noorden is verhuisd. Hij klinkt scherp , kritisch, eerlijk maar is ook geestig tegenover zichzelf en de wereld om zich heen . De elektronica voert hier de boventoon , maar hij graaft graag in softe ’70s psychepop . De vocals worden wel eens vervormd en hij geeft een aparte toon aan zijn sound . “You & Him” is de samenwerking met Amanda Palmer en ook Tracy Thorn (EBTG) is van de partij op “Disappointing” .
In wat we te horen krijgen op songs als  “Down here” , “Black blizzard” , “No more tangles”, “Voodoo doll” en de titelsong toont de diversiteit van zijn songwriterschap aan die net dat bijtend sarcasme, ontroering en zaligheid samenbrengt .

Howe Gelb and Grant Lee Phillips

Howe Gelb & Grant Lee Phillips - Unieke Belevenis

Geschreven door

De prettig gestoorde en licht legendarische voorman van wijlen Giant Sand, Howe Gelb, en de minzame en niet minder legendarische voorman van Grant Lee Buffalo, Grant Lee Phillips, zijn beste vrienden en gaan al een poos samen de hort op. De combinatie van deze twee breinen resulteert dus in een heus avontuur voor de fans van twisted Americana. En zo geschiedde in de fantastisch mooie zaal Harmonie te Oudenaarde. Een schare uitgelezen fans kon met volle teugen genieten van de peetvader en crooner van alt country Gelb en singer songwriter Grant. Kippenvel wanneer ze elk alleen spelen, vonken wanneer de partners in crime samen op het podium staan.

Howe Gelb schuwt de humor niet en slaat de toetsen aan met een welgemeende ‘Leave your face on’ (geen nummer). Zijn warme stem brengt schwung afgewisseld met stiltes en vooral rakende teksten met allerlei knipogen naar andere nummers. Zo sluipt stiekem “House of the rising sun”  binnen in een eigenzinnige interpretatie van “Summertime”. Gevolgd door een sarcastische visie op “What a wonderfull world”. Op het zesde nummer neemt hij de zessnaar ter hand, pulkt Ravi Shankargewijs enkele noten uit om te groeien naar een heerlijke warme stampende blues. Welcome in ‘his’ world. Zelf relativerende humor troef en een fantastische communicatie met het publiek.

Na een klein uur wordt Grant aangekondigd voor wat zij een mash up noemen, en wat ik ongetwijfeld een climax betitel.  Na een absoluut kipversie van Lou’s  “Pale blue eyes”  begint Grant er dus alleen aan. Pure akoestiek met zijn wereldhitje “Fuzzy” en nog een resem sterke songs slaan het publiek met verstomming. Grant Lee teert op zijn voormalig Buffalo-succes en Gelb teert op zijn extraverte eigenzinnigheid.

Een gezamenlijke bisronde is er ‘to penetrate your dreams’ en Howe’s diepe croonerstem brengt onder  andere “King of the road”. De absolute eer wordt aan Grant gelaten met een heuse honkey tonk. Neen, niet Stones, maar Elvis. Ei zo na moesten ze Gelb het podium afsleuren, figuurlijk dan. Ze vonden achteraf ook heel snel de weg naar de toog. Puike heren, die legendes.

Pics homepag Pieter Verhaeghe (Motherlovemusic)

Organisatie: Harmonie, Oudenaarde

Grant Hart

Grant Hart - Underground icoon Grant Hart en de deugd der zelfrelativering

Geschreven door

In de reeks “Hoe zou het nog zijn met…30 jaar later” werden de spotlights afgelopen donderdag gericht op Grant Hart. Als mede-oprichter van het invloedrijke 80ies undergroundtrio Hüsker Dü en met een reputatie van voormalig junkie heeft deze innemende Amerikaan alles in huis om zich een cult figuur pur sang te noemen. Na zijn gedwongen ontslag uit Hüsker Dü ruilde Hart de drumkit in voor een elektrische gitaar en stortte zich in een aanvankelijk niet onaardig solo avontuur. Op zijn debuut ‘Intolerance’ (‘89) verrijkte hij de muziekgeschiedenis en passant met het tijdloze “All Of My Senses”, en daaropvolgend blikte hij met het nieuwe powertrio Nova Mob begin jaren ’90 twee fraaie albums vol doorleefde gitaarrock in.

Het jongste decennium leidde Grant een schijnbaar wat teruggetrokken bestaan en liet hij zich maar sporadisch opmerken, o.a. tijdens een eenmalig benefietoptreden met zijn oude Hüsker Dü ‘maatje’ Bob Mould, of als gastvocalist op het derde Arsenal album ‘Lotuk’. Toen na tien jaar radiostilte met ‘Hot Wax’ (‘09) dan toch weer een nieuw album verscheen leek niemand daar echt wakker van te liggen. Met de release van de puike rarities collectie ‘Oeuvrevue’ en een aantal reissues kwam Hart eind vorig jaar plots terug wat aan de oppervlakte. De hernieuwde aandacht leverde hem een ticket op richting Europa waar hij momenteel in zijn dooie eentje een clubtour afwerkt. De immer sympathieke patron van de 4AB club Patrick Smagghe moest dan ook geen twee keer nadenken toen de iconische Amerikaan op zoek ging naar een Westvlaams podium om de versheidsdatum van zijn back catalogue te testen.

Met Grant’s muzikale staat van dienst laat een beetje fan zich al vlug verleiden tot al te hoge verwachtingen, maar met cultfiguren weet je maar nooit. Zouden we een overjaarse troubadour op akoestische gitaar te zien krijgen, of dan toch een glimp kunnen opvangen van het strijdvaardige alt.rock icoon van weleer? Het bleek gelukkig het laatste. Met een zelden geziene rauwheid gooide Hart zich in een mistig strijdtoneel, nonchalant heen en weer strompelend tussen de microfoon en zijn gitaar amp waaruit hij voor elk nummer de juiste distortiongolf wist te knijpen. Een hoogbegaafd gitarist is ex-drummer Hart echter niet, een begenadigd zanger des te meer. Na een ronduit verschroeiende start kwam zijn doorleefde stem pas echt goed tot zijn recht tijdens het psychedelisch getinte “You're The Reflection Of The Moon On The Water”.
Hart had in het eerste concertkwartier nog maar weinig woorden gewisseld met het publiek, maar daar kwam geleidelijk aan verandering in. Los van alle sagen en legenden rond zijn muzikaal verleden is de Amerikaan immers de eerste om de iconische beelden rond zijn persoon te doorprikken. Tussen de nummers door ontpopte hij zich gaandeweg tot een alerte meestercynicus die dolde met de eerste rijen van het publiek en grapjes over zijn typische vibrato stem demonstratief in het rond strooide. De sfeer in de dun bevolkte doch intieme 4AD werd hierdoor heel relaxed en spontaan, zo spontaan zelfs dat we er wat aan twijfelen of Hart zich aan een vooraf ingestudeerde setlist hield.
In ieder geval kreeg het publiek de vooraf aangekondigde bloemlezing uit ’s mans beste werk. Maar zoals de recente ‘Oeuvrevue’ verzamelaar duidelijk aangeeft dateren de echt klassieke Hart songs toch wel van twee decennia terug. Het hemelse gitaarpopjuweeltje “2541” uit zijn solodebuut en de Nova Mob classics “Admiral Of The Sea” en “Little Miss Information” horen daar wat ons betreft zeker bij.
Hart zette het publiek heel even op het verkeerde been door op een bepaald moment zijn gitaar te stemmen op de tonen van een Hüsker Dü intro, maar even later werd het 4AD publiek dan toch naar de 80ies gecatapulteerd met de underground evergreen “Don’t Want To Know If You Are Lonely” en een doorleefd “Sorry Somehow”; beide Hart composities zijn afkomstig van het iconische ‘Candy Apple Grey’ album waarmee Hüsker Dü in ’86 de deur wagenwijd openzette voor Dinosaur Jr., The Pixies, The Lemonheads, Buffalo Tom en ander melodieus gitaargeweld die de 90ies zouden kleuren.

Geheel in de traditie van een singer-songwriter optreden nam een nu volledig ontspannen Hart op het einde van de set enkele verzoekjes aan. Ondergetekende viel hier in de prijzen en werd prompt op zijn wenken bediend met een rauwe versie van Hart’s figuurlijke ode aan de Duitse ruimtevaartpionier “Wernher Von Braun”. Met een ander geschiedkundig epos, “The Last Days of Pompeii”, nam de Amerikaan een beetje abrupt afscheid, maar even later zouden we de man onverwacht nog eens tegen het lijf lopen. Aan de gevel van de 4AD bewees Hart met verve dat mannen wel degelijk kunnen multitasken: anekdotes vertellen over ‘the life on the road’ en het gemiddelde IQ van Slayer fans, een versleten Hüsker Dü plaat signeren, gewillig poseren met fans, en tussendoor ook wat CDs aan de man brengen. Dit zijn het soort details die een optreden in een kleine club groots maken, dus Patrick, als er morgen een mailtje van Bob Mould binnen komt dan weet je wat er te doen staat!

Voorafgaand aan Grant Hart konden we nog een handvol nummers meepikken uit de set van publieksopwarmer Pauwel De Meyer. Op het eerste zicht een onbekende figuur in ons muzikaal geheugen, maar na wat speurwerk bleken we deze jongeman uit de regio Sint-Niklaas toch reeds eerder te hebben ontmoet. We herinneren ons immers nog levendig het optreden van Devendra Banhart op Pukkelpop 2007, waar plots een jong kereltje het podium op mocht om samen met Banhart een eigen nummer te brengen; wel, dat bleek bij nader inzien de toen amper 17-jarige De Meyer te zijn. Op de planken van de 4AD deed de ontwapenende jongeman ons eerder denken aan de begindagen van oppermelancholicus Tom McRae. Een talent is De Meyer zeker, want maar weinigen komen weg met “Not Yet” van The Veils zonder het schaamrood op de wangen.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

John Grant

John Grant: Gouden stem in hete AB Club

Geschreven door

Zaterdagnamiddag, drie uur, buiten is het vierentwintig graden, en de terrasjes rond de Beurs zitten bomvol met mensen die van de eerste echte lentedag genieten. Wij zijn echter opweg naar de donkere clubzaal van de Ancienne Belgique: net zoals onlangs by Kyuss, was de belangstelling voor het concert van John Grant zo groot, dat er een matinee-concert ingelast werd, dat ook op één, twee, drie uitverkocht was.

Tien jaar geleden, zou John Grant, toen leider van het indie-rock zestal The Czars, wellicht vol ongeloof gereageerd hebben moesten ze hem verteld hebben dat hij in 2011 voor volle zalen zou spelen.  Hoewel The Czars goeie kritieken kregen, hielden ze het in 2004 voor bekeken bij gebrek aan succes.

In 2010 was John Grant’s solo-debuut ‘Queen of Denmark’, opgenomen met de leden van Midlake, een van de sterkste platen van het voorjaar. Vorige zomer zagen we John Grant in de Handelsbeurs, tijdens het Boomtown festival. Toen viel de set wat tegen, door het overwicht van de drums, waardoor de stem van John Grant niet kon schitteren. We waren dus benieuwd naar de bezetting en de uitvoering in de AB-club.
Geen uitgebreide band deze keer, een vleugelpiano en een tweede keyboard speler konden al doen vermoeden dat het een intiem concert zou worden.

John Grant had er zin in, hij begon met zich te verontschuldigen bij het publiek omdat ze bij zo een lekker zomerweertje in een donkere, zwetigere club naar hem moesten komen luisteren, en zou tijdens het hele, anderhalf uur durende concert, voortdurend over zijn ervaringen vertellen.
Het eerste nummer, “You don’t have to”, was meteen al een staalkaart van hoe heerlijk John Grant’s teksten vloeken met de melodie: het nummer begint heel romantisch, maar bevat wel zinnetjes zoals: “Remember how we used to fuck all night long, neither do I because I always passed out”. Niet meteen een typische romantische heteroseksuele ballade dus, hoewel het nummer perfect op Radio Eén na de zondagsmis kan gedraaid worden, als je even niet op de teksten let. John Grant houdt er duidelijk van om de donkere, fucked up kant van zichzelf en anderen op te roepen, maar altijd met een sarcastisch gevoel voor humor, waarbij het duidelijk wordt dat hij zichzelf eigenlijk niet zo serieus neemt. Dat bleek nog meer toen hij een meisje op de voorste rij aanmaandde om even ziek en fucked up te zijn als hijzelf.
Grant groeide op in Michigan, en verhuisde op zijn elfde naar Denver, Colorado, waar hij door op de highschool altijd als een buitenstaander behandeld werd. Heimwee naar de vroege onschuld van de kindertijd in Michigan, en gevoelens van verwarring en vervreemding, ook door zijn homoseksualiteit, zijn dan ook de grote thema’s van John Grant’s nummers.
Van namiddag werden we heen en weer gevoerd tussen die twee uitersten:  onschuld en nostalgie in “Marz” , over de snoepwinkel uit zijn jeugd, “Fireflies “ , over vuurvliegjes en het lokale kerkhof, en “Little pink house” , een nummer van The Czars, over het huis van zijn grootmoeder, en vervreemding, angst en woede in “Sigourney Weaver”, (de Aliens die je ieder moment op de nek kunnen springen), “Drug” en “Silver plate club”.
Midden in de set werden de songs wat luchtiger qua melodie, met honky-tonk en ragtime elementen, in nummers zoals “ Chicken bones” en “ Jesus hates faggots”. Dit middenste deel van het concert bleef het minst aan de ribben plakken, deze nummers waren beter gediend met een volledige live bezetting met drums en gitaren. De eenvoudige piano arrangementen in deze nummers deden ons hier iets te veel aan de spreekwoordelijke pianist in de hotellobby denken.
Gelukkig schakelde John Grant voor het laatste deel van zijn anderhalf uur durende set terug over naar de fucked up lovesongs en melancholische ballads waar zijn gouden bariton het best tot zijn recht komt.

John Grant bleef meesterlijk controle houden, net als je dacht dat het toch iets te melig werd, zette hij je op het verkeerde been met een tekst als ‘I wanted to change the world, but i could not even change my underwear, and when the shit got really, really out of hand, i had it all the way up to my hairline”. Je tegelijkertijd ontroeren en sardonisch doen lachen, er zijn weinigen die het kunnen, maar John Grant doet het, en kreeg dan ook een staande ovatie van het oververhitte publiek.
Halfzes ’s namiddags, en de overgang van een zinderend concert naar een zonovergoten Anspachlaan was redelijk brutaal, maar we hadden geen spijt dat we de zaterdagnamiddag niet op een terrasje doorgebracht hadden.

Setlist You don’t have to , Sigourney Weaver, Where dreams go, Marz, Outer space, Chicken bones, Silver platter club, It’s easier, Jesus hates faggots, TC and honey bear, L.O.S., Drug, Queen of Denmark, Fireflies, Caramel, Little pink house

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

John Grant

Queen of Denmark

Geschreven door

De eindejaarslijstjes zitten er aan te komen en bij het Britse blad Mojo zijn ze wel heel voorbarig geweest. Hun januarinummer verschijnt al op 1 december en daarin staat natuurlijk de obligate album top 50 van het afgelopen jaar, kwestie van de anderen toch maar voor te zijn. Dat ze daarmee de platen die in december nog zullen verschijnen over het hoofd zien, is hoegenaamd geen bezwaar. Op nummer één van hun geforceerd lijstje zien we ene John Grant met ‘Queen of Denmark’. Weinig of nooit gehoord van deze songwriter, maar we zouden het niet op ons geweten willen hebben dat we een nieuw supertalent mislopen zijn, dus toch maar even met de nodige aandacht beluisteren, denken wij dan.
Hebben we gedaan, echt waar, maar we vinden er geen zak aan. Wij kunnen alleen maar vaststellen dat ze het bij Mojo niet allemaal meer op een rijtje hebben. Vreemd, want het is nochtans ons favoriete blad, laten we deze flater dus maar als een éénmalige dwaling beschouwen. Wat zij zo briljant vinden aan dit album ervaren wij als stoffige seventies soft pop zoals die terug te vinden is op mindere platen van pakweg Elton John of Neil Diamond. Met de beste moeite van de wereld hebben wij geen enkele song teruggevonden die ook maar een beetje blijft hangen.
John Grant, in een vorig leven frontman van het ook al weinig beduidend groepje The Czars, laat zich op ‘Queen of Denmark’ begeleiden door Midlake. Neem gerust van ons aan, als u Midlake in betere doen wil horen, wend u dan tot hun laatste werkstukje ‘The courage of others’ en vooral tot diens nog mooiere voorganger ‘The trials of Van Occupanther’. Wat de groep hier staat aan te modderen als begeleidingsbandje van dit halve songschrijverstalent is ons ook een raadsel.
En wat die gasten van Mojo bezielde om dit stuk verveling op nummer één te zetten, daar hebben we nog meer het gissen naar.

Grant-Lee Phillips

Grant Lee Philipps - Gouden stem wordt beter met de jaren

Geschreven door

 

Een goed gevulde MaZ (= Cactus Club) had zin in nostalgie, als je de reacties van het publiek zag op de jaren-90-icoon Grant Lee Philipps die in die jaren met zijn band Grant Lee Buffalo een grote schare fans wist te veroveren met zijn melodieuze gitaarpop, waarbij zijn stem als een klok een van de grootste wapens van de band was. Het publiek bestond dan ook vooral uit dertigers en ouder, wat op een rockconcert onderhand standaard is.

Er is op zich weinig veranderd aan wat Philipps doet, alleen staat Grant Lee nu alleen met zijn gitaar en stem op het podium, maar hij brengt nog altijd hetzelfde soort songs. Het is een aanpak waar je sterk voor in je schoenen moet staan, maar Phillips wist gewoon heel natuurlijk de zaal in te pakken. De intimiteit van een verkleinde Magdalenazaal hielp daarbij zeker. Zijn soloplaten borduren ook verder op hetgeen hij met Grant Lee Buffalo deed, zonder echter nog de hoogtes te halen van de eerste platen. We hoorden een sterk concert met veel interactie met een nostalgisch publiek, dat op haar wenken bediend werd met vrij veel nummers uit de vroege platen ‘Fuzzy’ en ‘Mighty Joe Moon’. Hoogtepunten waren wat mij betreft een mooie versie van “Happiness” en een al heel lang niet meer gehoorde “Jupiter Teardrops”. Zelfs voor Grant Lee Philipps zelf leek het een trip ‘down memory lane’.

Hij had er duidelijk schik in. Hij wist ons zelfs te vertellen dat er een reünie toer van de band aan zit te komen. Voldoende in ieder geval om ons met een voldaan gevoel huiswaarts te laten keren.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Grant Moff Tarkin

Long lost son

Geschreven door

Grant Moff Tarkin is dromerige Americana straight from our country. ‘Long lost son’ is reeds hun tweede album en baadt in een sfeer van desolate landschappen en verlaten moerassen. Fijne akoestische gitaren gaan over in soms venijnige elektrische stuiptrekkingen en de vocals van zangeres Julax geven alles een zweverig karakter. Voortdurend komen de Cowboy Junkies ons voor de geest, er zijn slechtere dingen om mee vergeleken te worden.
De groep durft ook al eens uit te freaken in langere stukken als het bezwerende “Sabah”, beetje Black Mountain zelfs, en dat is een compliment.
Dit album is voorzien van knappe country, folk, rock en blues en gaat nergens de melige kant op. Hier zit muziek in.

Check op www.grantmofftarkin.be of www.myspace.com/grantmofftarkin

Grant Hart

Na 20 jaar staat hij er nog steeds, Grant Hart

Geschreven door

Eind jaren ’80, in het West-Vlaamse hol W.: een bleke puber sloft elke maand de plaatselijke bibliotheek binnen om er weer buiten te wandelen met een aantal LP’s onder de arm. Tot dan toe waren dit meestal foute hardrockplaten van geföhnde testosteronbommen als Whitesnake, Van Halen of Judas Priest, het leven kon hard zijn in West-Vlaamse holen in de jaren ’80…
Tot op een memorabele dag de bleke puber een plaat meenam met een wat vreemde hoes van een groepje met een heel vreemde naam (blijkbaar waren de foute hardrockplaten die dag allemaal uitgeleend): ‘Candy Apple Grey’ van Hüsker Dü. De puber kwam thuis, legde de plaat op de platenspeler; draaide de volumeknop open in afwachting van een eindeloze gitaarsolo…en werd vervolgens uit zijn sloefen geblazen. Een mijlpaal in het leven van de bleke puber en op muzikaal gebied was niets nog hetzelfde, een nieuwe standaard werd gezet. Eeuwige dank aan de verantwoordelijke voor de platenafdeling van de bibliotheek in W. is hier op zijn plaats.
Om maar te zeggen dat ik een hoge dunk op heb van Grant Hart die samen met de heren Mould, Hart en Norton, het trio Hüsker Dü vormde van 1979 tot 1987.

Maar Grant Hart was weer in het land (hij speelde ook op ‘De Nachten’ in Antwerpen). De verwachtingen waren hooggespannen, maar tegelijk ook wat gematigd, want met ‘oude gloriën’ is het oppassen geblazen. Menig rockheld tourt nog rond enkel en alleen om de alimentatie/verslaving/grote villa te kunnen blijven betalen of wil hardnekkig tonen dat hij/zij nog vernieuwend is en speelt dan geforceerde nieuwe songs waar niemand een boodschap aan heeft. Grant Hart heeft na het Hüsker Dü - tijdperk weliswaar nog een paar soloplaten gemaakt en een tijdje met Nova Mob het mooie weer gemaakt, maar de laatste jaren was er toch weinig nieuws van de man (tot Arsenal met hem een nummer opnam voor hun laatste plaat).
Wij dus naar de Handelsbeurs, een zaal met klasse en standing, waar het publiek werd uitgenodigd om plaats te nemen aan ronde tafeltjes, met een kaarsje op en een streekbiertje naar keuze, very NOT punkrock, maar hey, de punkrockers van weleer zijn ook niet meer hetzelfde.

Als support-act stond ene Pete Molinari geprogrammeerd, een beleefde jonge Britse troubadour die blijkbaar al twee cd’s uit heeft maar waar ik nog nooit van gehoord had. De zoetgevooisden bleek een kruising tussen Bob Dylan en Roy Orbinson. Een gitaar, een mondharmonica (het Bob Dylan-gen) en een klok van een stem (van papa Roy O.) waarmee hij een aantal trage tot mid-tempo songs bracht die zo uit de jaren zestig bleken te komen. Mooi, goed gespeeld en gezongen maar of Pete veel potten zal breken valt te betwijfelen, daarvoor zijn de songs misschien iets te braaf en te gepolijst, net als de jongeman zelve. Nadat hij vriendelijk had gevraagd of hij nog een laatste nummertje mocht spelen ‘for the ladies’, en het eveneens beleefde publiek dit welwillend had toegestaan, was het halfuurtje Pete Molinari gepasseerd.

Pete weg van het podium en daar kwam Grant Hart, hij zag er minder rock ’n roll uit dan degene die na afloop van het concert de zaal moest vegen. Na nog eens goed zijn broek te hebben opgetrokken nam hij de gitaar ter hand, blikte de zaal in en begon Please don’t ask” te zingen. Voorwaar een sterke opener. Grant had er blijkbaar zin in want het publiek werd uitgenodigd om de nummers te kiezen.  Het maakte hem blijkbaar ook niet uit of er dan wel Hüsker Dü-, Nova Mob of solonummers, gelukkig was iedereen genoeg bij de pinken om geen nummer van Bob Mould te vragen, want de mythe wil dat het tussen die niet echt goed botert.
Blijkbaar speelt Grant Hart zijn eigen nummers nog heel vaak want bij elk verzoek moest hij maar twee seconden nadenken en hij was vertrokken, een human jukebox.”Letter from Anne-Mari” en “Admiral of the sea” passeerden, sterk gezongen en een verrassend afwisselend gitaarspel (Grant was destijds de drummer van Hüsker Dü). Er volgde een mij onbekend nummer (“Barbara”?, Iets nieuw?) en toen keek Grant op zijn playlist en was er een moment van verwarring. Blijkbaar had hij iets onleesbaar genoteerd maar na wat denkwerk bleek het “Keep hangin’ on” te zijn.
Er zat vaart in, er passeerden een aantal Hüsker Dü nummers die toch ook al 2 decennia oud zijn maar nog altijd fris van de lever klonken. Tijdens “Where Are You Gonna Land Next Time You Fall Off Your Mountain” brak een snaar en dat was de aanleiding voor een korte pauze. In de ware punkrock-filosofie herstelde de artiest zélf zijn gitaar (en zo wordt een roadie uitgespaard natuurlijk) en waren we dus een 10-tal minuten getuige van een relaxte Hart die het technisch mankement niet aan zijn hart liet komen.
Hij hernam de set met zichtbaar plezier om er nog een achttal nummers door te jagen. De man had echt niet veel nodig om terug te komen voor een bisronde, hij deed wat passen achteruit, deed alsof hij ging stoppen maar na vijf seconden stond hij al terug aan de micro. “Old Empire” en het machtige “Don’t wanna know if you are lonely” werden vol overtuiging ten beste gegeven.
En na 22 nummers kon hij nog eens terugkomen om ons, na wat gespeeld tegenstribbelen, “All of my senses” te schenken, 18 jaar geleden een bescheiden radiohit die eigenlijk een wereldhit had moeten zijn.
Om daarna af te sluiten met kippevel: “Diane’, de rauwe moordballade waar Therapy? sterk mee scoorde in de hitparade, maar dus geschreven door Grant Hart.

Grant Hart zal geen nieuwe fans gewonnen hebben in de Handelsbeurs, de zaal was matig gevuld met reeds overtuigde aanhangers maar die hebben hun oude held goed bezig gezien, niets vernieuwend maar zeker niet versleten, en het belangrijkste, de songs staan er nog altijd en dat na 20 jaar, Respect!

Playlist:
”Please don’t ask”; “Letter from Anne-Marie”; “Admiral of the sea” ;”Barbara(?)”; (?); “Keep hangin’ on” ; “2541”; “Girl who lives on heaven hill”; (?) ; “Never talking to you again”; “The main”; “Where Are You Gonna Land Next Time You Fall Off Your Mountain”; “No substance”; “Books about UFO’s”; “Evergreen memorial drive”; “She floated away”; “Green eyes”; “Pink turns to blue”; “Flexible flyer” ; “Last days of Pompeii”; “Old empire” ; “Don’t wanna know if you are lonely”; “All of my senses”; “Diane”.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Natalie Grant

Relentless

Geschreven door

Dat ik een voorliefde heb voor het ‘Contemporary Christian Music’ genre (zeg maar radiovriendelijke pop/rock met een Christelijke boodschap) is voor de lezers van mijn albumrecensies geen geheim meer. Het blijft moeilijk om je te ‘outen’ als liefhebber van dit genre, zeker als je evenzeer genres zoals Metal en Progrock hoog in het vaandel draagt. Deze Natalie Grant is voor mij een ontdekking. Deze uit Seattle afkomstige schoonheid is inmiddels 36 jaar en bracht met ‘Relentless’ haar zevende plaat uit.
Reeds drie jaar op rij werd Grant verkozen als beste vrouwelijke artieste op de GMA Dove Awards (dé Grammy Awards van de Christelijke pop/rock) en dat wil toch wat zeggen.
Het album ‘Relentless’ bevat een puike verzameling power-ballades en up-tempo poprocksongs. “I Will Not Be Moved”, opent de plaat in de beste Kelly Clarkson stijl. Meteen daarna krijgen we met “In Better Hands” de mooiste ballade die ik de laatste jaren hoorde. Zowaar krijg je bij het horen van zoveel geïnspireerde emotie een echt warm gevoel! Ook bijzonder mooi is het up-tempo “Let Go” dat zo van Shania Twain had kunnen zijn. Maar het sterkst is La Grant in de ballades die ze zo bijzonder mooi neerzet. Steeds is er de Goddelijke aanwezigheid in de songs maar dat mag geen obstakel zijn om te genieten van “Our Hope Endures”, “Make A Way” en “In Christ Alone”.
Warm aanbevolen voor liefhebbers van mainstream pop/rock met het hart op de juiste plaats.