logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (8 Items)

Pere Ubu

Pere Ubu - Rariteitenkabinet aan de voet van de Ijzertoren

Geschreven door

Al 43 jaar lang hebben musicologen de grootste moeite om Pere Ubu in een welafgelijnd hokje te proppen. Omdat regelmatig terugkerende termen als ‘postpunk’ en ‘artrock’ de lading amper dekken heeft het Amerikaanse gezelschap rond de -in alle opzichten- imposante frontman David Thomas dan maar zelf een muzikale stempel bedacht: avant garage. In die garage staan afgedankte grasmaaiers, ingedeukte jerrycans en roestige mestvorken broederlijk zijn aan zij als metaforen voor de  avantgardistische spielerei die elke goeie Pere Ubu song boven de conventionele middelmaat doet uitstijgen.

Om haar voorjaarsoffensief met een orgelpunt af te sluiten liet de 4AD club Pere Ubu tijdens hun ‘MonkeyNet’ tour halt houden in Diksmuide. Thomas hoort zijn weg redelijk goed te kennen naar de Ijzertoren: ook in 2011 strompelde hij al een keer het podium van de 4AD op met Pere Ubu’s ‘The Annotated Modern Dance’, en in 2015 deed hij zelfs een geslaagde poging om de nihilistische protopunk van de pre-Ubu band Rocket From The Tombs uit het graf te doen herrijzen.  Na die reunie bleef de punkspirit nog flink nazinderen bij Thomas, wat vorig jaar resulteerde in het meest gitaargeoriënteerde album uit de Pere Ubu geschiedenis, ‘20 Years in a Montana Missile Silo’.

Die laatste worp, waarvoor de band de overstap maakte naar het legendarische Engelse indielabel Cherry Red Records, maakte vanavond het hoofdmenu uit.  Nooit gedacht dat we Pere Ubu nog zo pissig uit de hoek zouden horen komen als tijdens de lichtontvlambare garagepunk van “Monkey Bizness” en “Toe To Toe”, een koppel  rechttoe rechtaan uppercuts die wel weggelopen leken uit de comeback plaat van Rocket From The Tombs. Ook tijdens de funky cross-over van “Funk 49”, de naar PJ Harvey knipogende murder ballad “Howl” en de vintage Ubu weirdness van “Prison Of The Senses” voerde de gitaar de boventoon.

Het lijf van Thomas is in volle aftakeling, maar de radde tong, de cynische bindteksten en de nasale kopstem doen het wel nog steeds. De 64-jarige bompapunk moet al jaren het publiek noodgedwongen entertainen vanop een stoel, steevast vergezeld van een bundel tekstbladen en een fles rood, toch is en blijft hij de onbetwiste leider van het rariteitenkabinet genaamd Pere Ubu.

Want toegegeven, bij geen enkele andere band bestaat de loonlijst uit een gitarist in maatpak die overgeconcentreerd naar zijn partituren staart (Gary Siperko), een bassiste die een paar koppen kleiner leek dan haar instrument (Michele Temple), een sjofele veeboer met baseball pet die de theremin keer op keer laat ontsporen (Robert Wheeler), een langharige drummer die zo leek weggelopen uit de Foo Fighters (Steve Mehlman) en een klarinetspeler (Darryl Boone) die Thomas een paar geleden oppikte in een Engelse jazz club. Check!

Met een back catalogue die intussen reeds vijf decennia overspant hebben Thomas & co een echt luxeprobleem bij de oldies selectie, maar verrassend genoeg speelt de groep tijdens deze tour op veilig door vooral te gaan grasduinen in hun Fontana Years trilogie ‘The Tenement Year’ (’88), ‘Cloudland’ (’89) en ‘Worlds In Collision’ (’91). Dit mogen dan wel met voorsprong de meeste melodieuze jaren in de Pere Ubu geschiedenis zijn, in Diksmuide bleek nog maar eens dat ze met o.a. “Breath”, “Worlds In Collision” en “We Have The Technology” een paar tijdloze popsongs hebben opgeleverd.

In het eerste anderhalf uur onderstreepte Pere Ubu met verve haar bestaansreden anno 2018, zij het tegen een gezapig tempo en met voldoende ruimte voor gevatte oneliners en persoonlijke anekdotes van David Thomas.

Het contrast kon amper groter zijn met de band die na een rookpauze terug uit de kleedkamers tevoorschijn kwam. In een dolle rit met de teletijdsmachine krijste Thomas ineens alles uit zijn vege lijf tijdens withete versies van de punkevergreens “Kick Out The Jams”, “Sonic Reducer” en “Final Solution” (met een cynische knipoog naar Nirvana’s “Smells Like...”).

 

De boodschap is alleszins loud and clear aangekomen: Pere Ubu verloochent haar eigen roemruchte verleden niet maar staat toch vooral met twee benen (en een wandelstok) in het heden.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

 

Pere Ubu

Pere Ubu - Eeuwig dwars

Geschreven door


Pere Ubu is de eeuwige undergroundband, een cultgroep die met een dwarse, experimentele, freaky en avantgardistische stijl steeds in de kantlijn van de rock- en wavemuziek is blijven vertoeven. De band is in de jaren 70 ontstaan uit de restanten van de proto punkers Rocket From The Tombs en heeft in 40 jaar een hele resem bandleden zien komen en gaan.
De constante in de band is natuurlijk de inmiddels 62 jarige David Thomas, een zonderling en iconisch figuur die tussen alle Pere Ubu platen door ook een tiental solo platen heeft gemaakt die al even bizar klonken als het werk van zijn buitenissige groep.
David Thomas is een artiest van het kaliber Captain Beefheart, Michael Gira (Swans) en Mark E Smith (The Fall), een ondoordringbare en eigenzinnige kunstenaar die de wereld een hoop averechtse songs en levenslessen heeft bijgebracht. Om gezondheidsredenen moet de man tegenwoordig al zittend zijn concerten doorbrengen, maar het maakt er zijn verschijning daarom niet minder indrukwekkend om.

Ook in Eeklo was Pere Ubu, en dan vooral David Thomas, weer volledig zijn ongeëvenaarde zelf, onvoorspelbaar, markant, bijzonder, tegendraads, afwijkend en ongeremd. De band speelde zijn eigen voorprogramma via een half uurtje improvisatie gevuld met flarden van songs die binnenstebuiten werden gekeerd en met elkaar verweven tot een soort soundtrack van een zonderlinge en wereldvreemde road movie.
Daarna volgde een ‘reguliere’ set, voor zover je dat woord eigenlijk nog in de mond kan nemen bij een Pere Ubu concert. De songs waren inderdaad wat korter en hadden elk min of meer een kop en een staart, maar ze gingen nog altijd diverse richtingen uit en zoals steeds bracht Pere Ubu ze in flink verkapte versies, elke Pere Ubu song leidt immers iedere avond een leven op zich en klinkt nooit twee keer hetzelfde.
Pere Ubu had hier een nieuw album ‘Carnival Of Souls’ te promoten met onder meer een heerlijk stuiterend “Bus Sation”, een sluipend “Road To Utah” en een in weed gedompeld “Carnival”.
Met zijn aparte en intrigerende stem wist David Thomas de nodige ziel te leggen in zijn excentrieke songs, ondertussen bleef zijn band lekker dwars doch vakkundig musiceren, ver weg van de geijkte paden.
Een hoofdrol was weggelegd voor de eigengereide klarinettist Darryl Boon en ook de weerbarstige gitaar van Keith Moliné ging geregeld scherp uit de bocht. De voltallige band creëerde alweer die typische ongeëvenaarde chaos waarbij ze telkenmale na een stel vreemdsoortige kronkelingen terug op hun poten terechtkwamen.

Pere Ubu is een unieke band die met niets of niemand te vergelijken valt en David Thomas is een legendarisch cultfiguur die de dingen maar al te graag op zijn kop zet. Wij zijn bijzonder content dat we dit overhoekse anderhalf uurtje in de N9 mochten ondergaan.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pere-ubu-30-01-2015/
Organisatie: N9, Eeklo

 

Pere Ubu

Carnival Of Souls

Geschreven door

Pere Ubu zou Pere Ubu niet zijn mochten zij geen zonderling, obscuur en afwijkend album gemaakt hebben. Dit is een band die al jaren in een eigen bevreemdend universum platen fabriceert, ver weg van de mainstream. Maar eenmaal een mens in dit buitenissige universum is binnengedrongen zijn er steeds opmerkelijke ontdekkingen te doen, het vergt alleen wat tijd.
Dit is eigenlijk een soort conceptplaat gebaseerd op de horrorprent ‘Carnival Of Souls’, een lowbudget movie uit 1962, doch het klinkt vooral als een typische Pere Ubu plaat, grillig, dwars, onconventioneel en bizar, maar dan met een grimmig filmisch karakter.
Passages als “Dr Faustus” en “Carnival” lijken zich af te spelen in donker steegje waar het gevaar onophoudelijk van achter de muren gluurt.
Pere Ubu weet de ganse plaat die beklemmende sfeer aan te houden, de ene keer ingetogen en sluimerend (“Irene”), de andere keer schril en briesend (“Golden Surf Pt 2”).
Rare snuiter David Thomas grijpt zijn volgelingen bij het nekvel met zijn doordringende stem en intrigerende vertelstijl in “Visions Of The Moon” en vooral in het kille en naargeestige “Brother Ray”, een desolaat en griezelig epos van 12 minuten die de plaat in een benauwende sfeer afsluit en een spoor van onbehagen achterlaat.
‘Carnival Of Souls’ is wederom een excentriek hoofdstuk in het ondoorgrondelijke oeuvre van Pere Ubu.

Pere Ubu

Lady from Shangai

Geschreven door

Pere Ubu draait rond de excentrieke sing/songwriter David Thomas .  Hij is lijfelijk niet meer de kolos van vroeger , maar z’n muziek is en blijft iets aparts . Avantgardepop! Poprock, psychedelica en jazz zijn de steeds weerkerende  ingrediënten. Ze zijn al een paar jaar terug als Pere Ubu bezig, onder een steeds wisselende bezetting . Maar met Keith Moliné heeft hij een vaste spil achter zich . Pere Ubu  blijft op de nieuwe cd garant staan voor een niet-alledaags geluid,  een unieke sound, soms niet van deze wereld, die origineel klinkt en getuigt van avontuur en experimenteerdrift.
De songs, geënt op een repetitieve basis, hebben een bezwerende  speelse ritmiek en opbouw, ondergaan diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen. Kleur krijgen ze door de unieke neuzelende, soms hoge neurotische klaagstem. De eerste nummers zijn duidelijk te doen , met “Mandy” als een eerste hoogtepunt . Daarna worden we overmand door meer experimentjes in de sound . In die gewaagde muzikale onderneming zijn we opnieuw onder de indruk van de drie , “The road trip of Bipasha Ahmed”, “Lampshade man” en “414 seconds”. Pere Ubu slaagt er na al die jaren in , nog steeds respect af te dwingen . Opnieuw goed dus!

Pere Ubu

Pere Ubu – Cultband is na meer dan 30 jaar nog steeds springlevend

Geschreven door

Pere Ubu is een belangrijke naam in de muziekgeschiedenis. De band is nochtans niet zo bekend, maar wanneer Pere Ubu over de tongen gaat, wordt vaak vermeld wat voor invloed deze groep heeft gehad op andere muzikanten. David Thomas en de zijnen maken experimentele new wave en postpunk muziek, met een gezonde dosis humor. De bezetting van de band is in de loop der jaren enkele keren gewijzigd, maar Thomas blijft nu al meer dan dertig jaar het stuur stevig in handen houden.
Onlangs nog bracht Pere Ubu na zeven jaar windstilte het studioalbum ‘Lady from Shangai’ uit. De bandleden speelden tijdens de opnames daarvan hun partijen in zonder die van hun collega’s te horen, waardoor elk lid naar hartelust kon improviseren. Tijdens hun huidige tour spelen ze dan ook voornamelijk nummers van dat album aangevuld met materiaal van ouder werk.

Ondanks de lovende kritieken van muziekkenners, die Pere Ubu vaak in één adem noemen met groepen zoals Talking Heads en XTC, was de opkomst in de Balzaal van de Vooruit beperkt. Slechts een honderdvijftigtal mensen was komen opdagen, waardoor de band voor een halflege zaal moest spelen. Die lieten het zich echter niet aan hun hart komen en met het catchy “Love Love Love” werd de set geopend. Opmerkelijk was dat David Thomas een mapje had meegenomen waarin alle teksten zaten. Zelfs bij een klassieker als “Modern Dance” – de titeltrack van het debuut – greep hij terug naar zijn schrijfsels. Omdat hij ook nog eens neerzat gaf de groep een statische indruk op het podium. Gelukkig maakte Thomas met zijn gevoel voor humor en droge observaties veel goed. Hij stak onder meer de draak met het vrouwelijk volk en met Bon Jovi, maar ook met zichzelf. Ook opmerkelijk was de theremin, het elektronisch instrument dat één van de bandleden bediende. Zonder het aan te raken, creëerde hij door het bewegen van zijn vingers een unieke sound, die deed denken aan een krijsende viool.
Origineel is Pere Ubu zeker en vast. Ook met de songstructuren ging de band creatief aan de slag. Vaak leek er geen lijn in de songs te zitten, maar gelukkig was daar dan steeds weer Thomas die met zijn stem de puzzelstukjes aan elkaar lijmde.

Wat we cadeau kregen van deze legendarische band, was een goed optreden dat we even moesten laten bezinken achteraf. En ga nu allemaal stante pede dat debuut ‘The Modern Dance’ gaan luisteren!

Organisatie: Democrazy, Gent

Pere Ubu

Pere Ubu -perform The Annotated Modern Dance - Miskend meesterwerk klinkt na 33 jaar beter dan ooit

Geschreven door

Pere Ubu is een vrij legendarische groep uit Cleveland, Ohio die haar naam vond in het absurdistische toneelstuk 'Ubu Roy' van de Franse Schrijver Alfred Jarry. Dit wisselende gezelschap rond David Thomas heeft een indrukwekkende reeks platen gemaakt die, enkele miskleunen niet te na gesproken, mag gehoord worden.
Tegenwoordig zit Pere Ubu creatief wat op een dood spoor. "Dan maar de baan op met werk uit betere tijden", moet Thomas gedacht hebben. Nooit wisten we vooraf zo goed wat we konden verwachten.
‘The annotated Modern Dance’: alle tracks van die plaat, voorzien van commentaar, in exact dezelfde volgorde en toch was dit zoveel meer dan een geschiedenisles of een nostalgische trip. 'The Modern dance', die uitkwam in volle punkperiode, is een taaie plaat waarop garagerock en avant-garde elkaar de hand reiken en die een gelijkaardige sfeer uitademt als 'Trout mask replica' van Captain Beefheart, een ander weerbarstig meesterwerk dat 10 jaar eerder het levenslicht zag.
Na het concert kan ik niet anders dan concluderen dat deze muziek na 33 jaar nog steeds blijft intrigeren en op geen enkel moment gedateerd overkomt.

Het was toch even schrikken toen David Thomas, ooit de Oliver Hardy van de rock genoemd, op het podium verscheen. Hij was op zijn minst twintig, misschien wel dertig kilogram vermagerd. En met dat overtollige gewicht was blijkbaar ook zijn norse humeur verdwenen. Ooit omschreef ik hem na een optreden als een arrogant varken, dit keer was hij de minzaamheid zelve. Echt een onvoorstelbare metamorfose. Eerst werden er een vijftal nummers, die nog dateerden van voor 'The Modern Dance', gespeeld, waarvan opener “30 seconds over Tokyo” nog steeds een moker van een song bleek en meteen de toon zette voor wat nog volgde.
Vanaf “Nonalignment pact” hoorden we dan de hele plaat. Dat klinkt misschien wat vervelend maar door de nooit ophoudende zinderende intensiteit op het podium, maakte enige voorspelbaarheid geen kans. David Thomas had zich omringd door vier uitstekende muzikanten, een originele bezetting moet je bij Pere Ubu niet zoeken want het was er altijd een komen en gaan van groepsleden. Opvallendst waren Robert Wheeler op minimale elektronica en theremin en de goed meezingende drummer Steve Mehlman, wat trouwens niets afdoet van de verdiensten van bassiste Michele Temple en gitarist Keith Moliné.
Maar absolute spil blijft uiteraard David Thomas zelf wiens specifieke, hoge stem nog steeds onaangetast bleek. Fysiek had hij het wat lastig en hij moest regelmatig even gaan zitten, wat hem niet belette om bijzonder spitse en humoristische commentaren bij zijn songs te leveren. Wat een tegenstelling met vroeger toen hij regelmatig alles en iedereen de huid vol schold. Kwam dat misschien door zijn zakflacon waar hij geregeld een slokje van nam tussen de pintjes door?
Toen we al bijna uitgeteld tegen de vlakte lagen, volgde nog een bisronde met 4 prijsnummers uit hun tweede lp ‘Dub Housing’.

Bijzonder straf concert van een fenomenaal artiest en voor mijn part mag David Thomas gerust nog een andere plaat uit zijn indrukwekkende oeuvre integraal komen uitvoeren. ‘Variations on a theme’ bijvoorbeeld dat hij opnam met The Pedestrians en Richard Thompson.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Pere Ubu

Bring me The Head of Ubu Roi - Pere Ubu onthoofd!

Geschreven door

Terwijl we ons na de laatste passage van Pere Ubu wat beklaagden over het feit dat er niet veel nieuws te rapen viel aangezien de set grotendeels overeenkwam met die van de voorlaatste passage, brachten David Thomas en zijn vijfkoppige band deze keer in de Orangerie een volledig nieuwe show. Het zittende publiek werd vergast op ‘Bring me The Head of Ubu Roi’, een soort muziektheater-versie van ‘Ubu Roi’, het uit 1896 daterende toneelstuk van Alfred Jardy. De muziek van deze productie ligt sedert enkele weken in de winkels onder de titel ‘Long live Père Ubu’. Op die studioplaat (alsook tijdens vroegere opvoeringen van de bewuste productie) vertolkt Sarah Jane Morris, in een vorig leven werkzaam bij The Communards, de rol van Mère Ubu. In de Botanique probeerde drummer Steve Mehlman als volwaardige travestiet hetzelfde te doen.

Als theaterliefhebber en bescheiden bewonderaar van Pere Ubu hadden we dus onze zinnen gezet op een boeiende avond. Bij deze kunnen we echter al vertellen dat we na afloop met een gevoel van teleurstelling huiswaarts keerden.
Om acht uur stipt was het showtime, een bij reguliere rockconcerten vrij ongebruikelijke stiptheid maar zoals gezegd werd ons een speciale avond beloofd en conform het theaterconcept viel dus wel te verwachten dat laatkomers ongelijk zouden hebben. Op de tonen van “Ubu Overture” betraden de muzikanten dansend het podium. Tijdens “Song of The Grocery Police” kwam David Thomas het gezelschap vervoegen, zich bedienend van theatrale gestes en vocaal wisselend tussen lieflijke kinderstemmetjes en raspend geschreeuw. Op de achtergrond verzorgden The Brothers Quay allerhande visuals. Zij boden de toeschouwers tevens de ganse avond lang enig overzicht door elke nieuwe act en scène aan te kondigen. Een dergelijk overzicht was best welkom want Pere Ubu zelf raakte al vrij vroeg de draad kwijt.
Het publiek bleef - zoals het een welopgevoed theaterpubliek betaamt - beleefd en lachte de missers weg. Uiteindelijk kunnen deze pioniers van hetgeen ze zelf gekscherend als ‘avant garage’ bestempelen immers rekenen op kilo’s krediet van de kenners die beseffen dat wat wanorde simpelweg thuishoort in een optreden van Pere Ubu. Zelf zagen we er het eerste halfuur dan ook geen graten in en lachten we mee met het vaak komische gestuntel van de alweder in een dichtgeknoopte regenjas getooide David Thomas. Niemand die gadeslaat wat deze man van 56 op twee uur tijd door zijn keelgat giet, is verbaasd over de blunders die hij hoe later (lees: hoe zatter), hoe meer begaat.
Na verloop begonnen we echter wel onze bedenkingen te krijgen bij dat voortdurende gestuntel. We wisten dat men ons allesbehalve traditioneel werk zou presenteren maar als het geheel uiteindelijk een aaneenschakeling van onderbrekingen en ter plekke aangepaste gedeelten betreft, kan men zich de vraag stellen of de hele opvoering überhaupt wel de moeite loont. Thomas merkte - ter verantwoording of ter relativering? - op dat de tekst elke avond herschreven wordt en dat de vele fouten te wijten zijn aan het voortdurend evolueren - of zeggen we misschien beter “devalueren”? - van de voorstelling maar uiteindelijk ziet een blinde dat zijn alcoholconsumptie - die eigenlijk even theatraal aandoet als de rest van het stuk - hem echt wel parten speelt.
Misschien past men deze show effectief voortdurend aan om zelf wat aan het keurslijf van een vaste structuur te kunnen ontsnappen maar indien dit het geval zou zijn, zou men zich beter bezinnen over de vraag of het artistiek wel verantwoord is om maandenlang met deze productie rond te touren. Het almaar knulliger aandoende amateurisme kan misschien wel grappig zijn maar de eerlijkheid gebiedt ons om te besluiten dat de toeschouwer geen waar voor zijn geld kreeg. Pere Ubu strompelde zich immers letterlijk en figuurlijk naar het einde van de avond. Pas nadat “The End” geprojecteerd werd en de groep in de bissen eindelijk de kans kreeg om vrijuit zijn gang te gaan, werd het toch nog een beetje van een feestje. Enkele enthousiastelingen verlieten hun zitje en kwamen vlak voor het podium de armen en beentjes losschudden. Heel erg talrijk werd die bende die-hards echter niet want de vier korte bisnummers waren niet voldoende om de ganse zaal te doen rechtveren. Had men het toneelstuk gelaten voor wat het was en onmiddellijk geput uit het ontegensprekelijk indrukwekkende oeuvre, dan was het hoogstwaarschijnlijk een heel leuke avond geworden en ware een staande ovatie op zijn plaats geweest. Quod non…

Ons respect voor de verdiensten van Pere Ubu zal eeuwig blijven bestaan maar het doet ons pijn aan het hart dat dit respect weinig wederzijds blijkt. David Thomas liet in de bisronde zijn kwaadheid de vrije loop door zich te beklagen over de Europese instellingen en het feit dat die instituten teren op de vele taksen en belastingen die ze zijns inziens onterecht innen. E.U.-bashing die een deel van de immer ietwat anarchistische aanhang als muziek in de oren klonk en waaraan hij zich ook van ons mag bezondigen zoveel als hij wil…..als hij zelf ook maar wat moeite zou doen voor de mensen die geld neertellen voor een avondje Pere Ubu. We hebben niks tegen een portie experiment en anarchisme en zeker niet in het toneel of de muziek, integendeel! We hopen dan wel dat het ofwel beklijft, ofwel beperkt is tot een kort komisch intermezzo.
Honderd minuten slordig alterneren tussen halfslachtig theater en halfslachtige muziek is echter te veel van het goede. Volgende keer beter (lees: wat minder of wat beter theater enerzijds en wat meer muziek anderzijds) of we zullen ons tot onze spijt een andere vaderfiguur moeten zoeken.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pere Ubu

Een generale repetitie van Pere Ubu

Geschreven door

Pere Ubu is al 30 jaar de band rond de imposante singer/songwriter David Thomas uit Cleveland, Ohio. Avantgarde/psychedelicapop, waarbij de songs een broeierige spanning hebben, onverwachtse wendingen ondergaan en een portie avontuur en experiment bevatten. Het zijn vaudeville songs op z’n Tom Waits, die zeggingskracht krijgen door de neuzelende, neurotische klaag/praatzang van Thomas en mans afdwalende blik. Memorabele platen in het oeuvre waren het debuut ‘The modern dance’ en ‘The song of the bailing man’. Thomas nam pas in 2006 de draad terug op met Pere Ubu, want hij had tussenin de handen vol met het muzikaal project van The Two Pale Boys, met vaste rechterhand/gitarist Keith Moliné.
Pere Ubu concerteerde anderhalf jaar om hun laatste cd ‘Why I hate women’ voor te stellen. Een nieuwe cd blijft voorlopig uit en zo te horen van Thomas gaan ze pas in het najaar opnieuw de studio in.

Spijtig genoeg zagen en hoorden we weinig nieuws (de klemtoon kwam op de laatste twee cd’s ‘Why I hate women’ en ‘St. Arkansas’); natuurlijk is het altijd wel leuk Thomas aan het werk te zien: regenjas aan, hoed op, de ogen halfopen - verzonken in z’n dwarrelende leefwereld -, een glimp naar z’n tekstboek en naar het publiek, een flesje wijn bij de hand, de paar pinten op het podium en z’n stoel, waarop hij af en toe eens uitrustte toen de anderen soleerden.
Meteen begon Thomas met een niet voor de hand liggende song “Texas Overture, een lang nummer, afsluiter van de laatste plaat, bepaald door een onheilspellend, dreigende opbouw en mans praatzang. De soundtrack voor een David Lynch film.  “Babylonian warehouses” had een repetitief karakter en liet Thomas horen door een telefoonmodule . Directer en meer rechttoe –rechtaan klonk “Caroleen”. Vervolgens grossierde hij in z’n oeuvre met “Stolen cadillac”, “Folly of youth”, “Perfume”, “Phone home Jonah”, “Sad txt” (trouwens één van z’n favorieten, een trieste liefdesverklaring maar tevens ook afwijzing!) en “The modern dance” die de set al na een uur besloot. In de bis hoorden we dezelfde songs als anderhalf jaar terug: “Dark”, “Final solution”, “Street waves” en  “We have the technology”, sommige mooi uitgesponnen, waarbij Thomas z’n muzikanten de vrije loop liet; vooral de experimenteerdrift van leden Moliné (op gitaar) en Wheeler (vervormde geluidjes en bleeps op synths en resonantie) maakte van Pere Ubu een te onderscheiden band.
Af en toe verliet Thomas zelfs de set, of bewoog rusteloos op het podium, of plofte zich neer op z’n stoel, nippend aan de fles wijn of een pint bier.
Hij was minder van zeg dan vorige keer. De interacties waren koeler, maar na het optreden herkenden we die vriendelijke weirdo man van warme contacten.

Ondanks de origineel unieke sound, gaf Pere Ubu in de Ha eerder een opwarmertje van een generale repetitie.

Support was Kawada uit Merchtem, die begin maart hun debuut (op Keremos label) zullen uithebben en al wat fraais lieten horen op hun anderhalf jaar geleden verschenen EP. De band brengt avontuurlijke, sfeervolle poprock, met blazers, toetsen en viool. Spil is zanger/componist /pianist Joeri Cnapelinckx, die vocaal leunt aan Bent Van Looy. Trouwens, de invloeden van Das Pop en Absynthe Minded waren te horen bij deze beloftevolle band, die broeierig en gevarieerd songmateriaal voorstelde.
Het wordt uitkijken naar deze band, die zich al eens in de kijker speelde op één van de vroegere préselecties van Humo’s Rock Rally.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent