logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (12 Items)

Peter Murphy

Silver Shade

Geschreven door

De naam Peter Murphy blijft voor de meesten onlosmakelijk verbonden met Bauhaus. Die leverden op korte tijd enkele baanbrekende postpunk platen af die nog steeds relevant klinken. Solo heeft de man echter ook al een tiental albums op zijn conto staan. De één al wat beter onthaald dan de andere.
Zijn laatste album ‘Lion’ dateert al van 2014. Het was dus lang wachten voor de fans.

Bon, wat heeft ‘Silver Shade’ ons te bieden?  Eerst en vooral de heerlijke en markante stem van Murphy himself. Muzikaal zijn er geen grote veranderingen ten opzichte van vroeger: Het bevat elementen van postpunk, gothic en electro. Op gezette tijden krijgen we een flinke pathos en grandeur over ons heen gegoten. De iets donkerder tracks zijn o.a. “Swoon” waar o.a. bassist Justin Chancellor (Tool) op meespeelt, “The Meaning of My Life” of “Xavier New Boy”. “Cochita is Lame” drijft op een heerlijk rammelende bas en een fijne vibe. Verder staan er ook een paar songs tussen die meer naar electropop/wave neigen zoals “Hot Roy” en “The Artroom Wonder”. Die laatste is wel een heel sterke song. Daarnaast dan tracks die weer meer naar postpunk neigen zoals “Soothsayer”. Een song die live wel gensters zou kunnen slaan. Het titelnummer “Silver Shade” is ook een sterke song. Het album bevat twaalf songs en wordt afgesloten met “Let The Flowers Grow” (Ft. Boy George). Geen slechte song maar Boy George zijn stem past, naar mijn mening, niet heel goed bij deze muziek.
‘Silver Shade’ bevat zeker sterke momenten. Het is bij momenten genieten van Murphy zijn vocale uithalen. Het is allemaal vrij toegankelijk en degelijk luistermateriaal. Het art-work is ook mooi gedaan trouwens. Liefhebbers van New Wave, Postpunk, muziek van de jaren 80 met een weerhaakje aan; zullen hieraan hun hart kunnen ophalen. De plaat werd mede geproduceerd door Youth (Killing Joke).

Postpunk/New Wave
Silver Shade
Peter Murphy

Peter Murphy

The Artroom Wonder –single-

Geschreven door

Peter Murphy (Bauhaus) liet eind 2024 de single “Let The Flowers Grow” en begin februari de single “Swoon” los op de wereld. Die eerste was verrassend genoeg een duet met Boy George. Nu is er een volgende single die de nieuwe plaat ‘Silver Shade’ vooraf gaat. Het nieuwe album komt trouwens uit in mei.
“The Artroom Wonder” gaat volgens Murphy over een tijd in het vierde middelbaar waar hij en Daniel Ash luisterden naar de mysterieuze zesdejaars die zich hadden verzameld in de kunstkamer. Ze waren zeer geïntrigeerd en ontdekten dat ze “The Bewlay Brothers” van David Bowie speelden.
Het nummer klinkt sfeerrijk en de synths zijn nadrukkelijk aanwezig. Het baswerk werd ingespeeld door Tool-lid Justin Chancellor. Het nummer begint vrij eenvoudig en wordt daarna grootser door o.a. de opkomende strijkers en doet dan qua sfeer wat aan sommige nummers van The Mission denken. Alles wordt goed opgebouwd en klinkt ook goed. Het nummer klinkt vrij toegankelijk en een stuk minder donker dan “Swoon”. Het klinkt iets minder bombastisch dan “Let The Flowers Grow” , de minste van de drie singles. Deze single is toch wel heel fijn luistermateriaal.
The Artroom Wonder
Wave/gothic/postpunk

Peter Gabriel

Peter Gabriel - i/o Tour - Nog steeds creatief, eigenzinnig en absoluut i.o.

Geschreven door

Peter Gabriel - i/o Tour - Nog steeds creatief, eigenzinnig en absoluut i.o.

Aan een flinke dosis creativiteit heeft de bij pers en publiek gewaardeerde Britse artiest Peter Gabriel,  nooit een gebrek gehad. Evenmin aan durf en diversiteit. Terwijl hij zich als ex-frontman van de progformatie Genesis van de andere bands binnen het genre onderscheidde door heel wat theatrale elementen (zoals make-up, maskers en kostuums) aan de concerten toe te voegen, paste hij dit na zijn plotse vertrek, ook op zijn solowerk toe en nam het eclecticisme qua geluid en stijlen almaar toe. Via het album ‘So’ (1986) dat miljoenen keer over de toonbank ging, werd hij zelfs een echte wereldster mede gegangmaakt door innovatieve en vooruitstrevende videoclips (zie o.a. “Sledgehammer”) die het tijdens het toenmalige MTV-tijdperk uiterst goed deden. Ook componeerde hij enkele soundtracks en was hij één van de eerste Europese pop- en rockartiesten waarbij wereldmuziek steeds nadrukkelijker een symbiotische relatie met zijn eigen westerse werkstukken aanging.  

Maar even hoog als het inventieve, karakteriseert Gabriel zich ook als een bijzonder eigenzinnig artiest. Hij liet al meermaals optekenen dat hij zelf wil beslissen wat, hoe en wanneer hij iets wenst te doen zonder daarbij enige compromissen te hoeven sluiten. Via de oprichting van ‘Real World’, een eigen platenlabel waarbij hij wereldmuzikanten zoals bv. Nusrat Fateh Ali Khan, Geoffrey Oryema of Papa Wemba een platform tot grote(re) naambekendheid aanbood en het inrichten van een bijhorende studio, kon hij zich deze vorm van vrijheid nog meer als voorheen toe-eigenen. Het heeft hem qua carrière heel ver gebracht maar zijn attitude leverde ook maar al te vaak bepaalde frustraties en onbegrip op. Niet enkel bij collega’s en medemuzikanten, maar ook bij de fans.
Zo is het ruim negen jaar geleden dat hij nog in een België een concert gaf. Van september 2003 om precies te zijn toen hij in Vorst Nationaal optrad. En het laatste officiële album dat Gabriel uitbracht, ‘Up’, dateert ook reeds van 2002. Hierna volgden ‘louter’ een compilatiealbum (‘Hit’), enkele live-registraties,  liet hij nummers door anderen coveren (‘Scratch My Back’) en bracht hij bestaand werk in orkestrale versies uit (‘New Blood’).  
Eind dit jaar zou er eindelijk wel een nieuw album, ‘i/o’ (als de werktitel ook de eindtitel wordt tenminste, met Gabriel weet men nooit), het levenslicht zien. In aanloop hier naartoe brengt hij momenteel elke maand bij volle maan een nieuw nummer uit, telkens voorzien van een Bright-Side mix en een Dark-Side mix. Ook vond Gabriel tot grote tevredenheid van zijn fans, daarbij het moment passend om er alsnog een gelijknamige tour aan te verbinden. Deze bracht Gabriel afgelopen dinsdag ook naar het Antwerpse Sportpaleis.

Op de huidige ‘i/o-tour’ laat Gabriel zich opnieuw omringen door ‘oude’ getrouwen Tony Levin (bas), David Rhodes (gitaar) en Manu Katché (drums), alsook met enkele nieuwe leden zoals Josh Shpak (blaasinstrumenten), Don E (keyboards) en Ayanna Witter-Johnson (zang en cello). Deze fungeerden ook in Antwerpen (nog) steeds als een omkadering vol precisie en regelmaat. Maar ook de intussen 73-jarige Gabriel gaf blijk nog niks van de pluimen die hem als artiest steeds deden schitteren, verloren te hebben. Zijn afwezige haardos even buiten beschouwing gelaten.
Ook zijn voormelde inventiviteit en creativiteit waren meegereisd. Net als zijn eigengereidheid. Zo zou de helft van de set bestaan uit nummers uit het nog te verschijnen album. Een album dat zelfs nog niet vooraf besteld kan worden en waarvan slechts 6 nummers tot dusver bekend zijn. Als beproeving van het publiek kan dit tellen natuurlijk. Ook is het zo dat waar het gros van de artiesten in het Sportpaleis hun set zouden starten met een knaller van formaat om van bij aanvang de adrenaline doorheen de muzikale aderen van het publiek te laten stromen, Gabriel omhuld in nagenoeg complete duisternis, rustig het podium kwam opgestapt om verpakt in droge humor en enige zelfspot, verhalend uit te weiden over het ontstaan van de Aarde, de opkomst van dinosauriërs (om in één link en kwinkslag aandacht te vragen voor zijn jarige compagnon de route, Tony Levin) en het aanwenden van avatars in de muziekwereld. Al even sober zette hij samen met Levin, als rond een nachtelijk kampvuur onder spaarzaam licht en de afbeelding van een volle maan (opnieuw die verwijzing) gezeten, “Washing of the Water” (‘Us’) in waarna de overige bandleden hen kwamen vergezellen. Op dezelfde akoestische leest was “Growing Up” (‘Up’) geschoeid.
Daarna was het tijd om enkele nieuwe nummers op het publiek los te laten, steeds ingeleid door wat achtergrondinfo of toelichting bij de bron van ideeën. Zoals de AI technologie bij de eerste single van het nieuwe album, “Panopticom”. Door de wisselwerking tussen de gitaar van Rhodes en de bas van Levin neigde dit heel erg naar progrock. Het donkere, dreigende “Four Kinds Of Horses” mede door elektronica en strijkers, kronkelde als een slang behoedzaam maar gericht richting onze oren. Ook via de toevoeging van trompet bespeeld door Shpak, toonde Gabriel aan om na vier decennia nog steeds een meester te zijn in het verbinden van moderne en klassieke klanken. Dit was ook zo bij het meezingbare “i/o” (input/output), alwaar de trompet sfeerbepalend was.
Bij “Digging In The Dirt” (‘US’) mochten de registers de eerste keer opengetrokken worden. Door (opnieuw) een overstuurde trompet en enkele stevige gitaar- en baspartijen, neigde dit op bepaalde ogenblikken zelfs naar free jazz.   
Het melancholische “Playing For Time” met Levin op de Chapman Stick, stond tien jaar geleden bij de vorige Belgische passage reeds op de setlist maar bereikte pas nu door een tekstuele invulling, een definitieve status en zal aldus ook op het nieuwe album verschijnen. Al even nieuw waren “Olive Tree” (goed maar niet beklijvend)  en “This Is Home” met een mooie bluesy ondertoon.
Het eerste luik  van de set bereikte haar apotheose met een puntige versie van de crowdpleaser “Sledgehammer”, het eerste van vijf vertolkte songs uit ‘So’. Daarbij maakten de gesynchroniseerde bewegingen van Gabriel het geheel des te meer aanstekelijker en kon er opnieuw genoten worden van de bijzonder fraaie baspartij van Levin.
Na een ruime pauze bleken er enkele reusachtige panelen als een scherm tussen de band en het publiek opgesteld te zijn. Daarvan maakte Gabriel gebruik om tijdens “Darkness” (‘Up’) een schaduwspel op te voeren en tijdens het nieuwe, innemende “Love Can Heal” hierop met een soort spuitbus rode kleuren aan te brengen. Eveneens terug te vinden op het nog te verschijnen album ‘i/o’, kwam vervolgens het funky “Road To Joy” (gebaseerd op het locked-in-syndroom) aan bod dat door de inbreng van de gitaarsynthesizer van Don E, heel sterk aanleunde bij de jaren ’80.
Tevens uit de jaren ’80 was de instant klassieker “Don’t Give Up” die vanaf de eerste basaanslagen van Levin, meteen op heel wat herkenning en applaus mocht rekenen. En terecht, want hoewel de studioversie van dit duet met de onnavolgbare stem van Kate Bush uitgevoerd wordt, kweet Ayanna Wither-Johnson zich uitstekend van haar taak als vervanger van dienst. Daarbij gaf zij het nummer een extra soulinjectie die in deze helemaal niet misstond. Ook niet toen er als extraatje een uptempo slot aan toegevoegd werd.   

Wat in de tweede set volgde, was een afwisseling tussen nogmaals nummers uit het nieuwe, nog te verschijnen album en enkele classics. Tot de eerste categorie behoorden “The Court”, het bijna filmische “And Still” (ter nagedachtenis van Gabriel’s overleden moeder en waarbij integriteit centraal stond mede door inbreng van klassieke elementen zoals hoorn, cello en piano) en “Live And Let Live” dat gedragen door subtiele elektronica, uitmondde in een gospelsong. Reden om rechtop te veren was er dan weer bij nummers als “Red Rain” (‘So’) (dat door een erg strakke uitvoering toch wel wat subtiliteit van het origineel wegkaapte); het funky en dansbare “Big Time” (‘So’) en het onvermijdelijke “Solsbury Hill” (‘Peter Gabriel / 1’) dat door zowat de hele zaal luidkeels meegezongen werd.
“Solsbury Hill” verhief zich opnieuw als een van de absolute hoogtepunten van de avond maar werd naar onze mening nog net overtroffen door de eerste toegift, het ruim tien minuten durende “In Your Eyes” (‘So’), een vocale mede-hoofdrol voor Wither-Johnson incluis.
Ook de afsluiter, “Biko” (‘Peter Gabriel / 3’) was opnieuw van uitstekende makelij. Geïnspireerd door het overlijden van de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsactivist Steve Biko, die op 12 september 1977 overleed aan zijn verwondingen nadat politieagenten hem na zijn arrestatie zwaar en herhaaldelijk mishandelden. 43 jaar na releasedatum geldt dit nog steeds als een van de meest imponerende protestsongs en groeide dit uit tot één van de populairste songs van Gabriel, zelf een uitgesproken mensenrechtenactivist. De projectie van een reusachtige foto van Biko in combinatie met de rake drumslagen van Manu Katché die finaal en sologewijs a.h.w. het stoppen van het kloppen van een hart symboliseerden, waren impressionant.  

Tijdens deze i/o-tour kiest Gabriel niet voor de gemakkelijkste weg. Hij hult zich niet in nostalgie en herleidt de show niet tot een greatest hits. Integendeel, Gabriel blijft meer voor- dan achteruit kijken, zowel tekstueel als muzikaal, en etaleert dit door de helft van de setlist in te vullen met nummers die pas enkele maanden of zelfs weken op de wereld losgelaten werden dan wel waarvan de studioversie zelfs nog een goed bewaard geheim uitmaakt. Op die manier bleef het Sportpaleis jammer genoeg verstoken van prachtige liedjes zoals “Shock The Monkey”; "Games Without Frontiers”; “Lay Your Hands On Me”; “Mercy Street” of het opzwepende “Steam”. Niet alle nieuwe werk kon hiermee wedijveren maar daar tegenover staat dat Gabriel afgelopen dinsdag nog steeds goed bij stem was, zijn begeleidingsgroep de hele avond fantastisch en vakkundig musiceerde (en dit beloond zag met een herhaaldelijke en ruime appreciatie en dankbetuiging van Gabriel zelf) en ook de aangewende visuals van o.m. Maarten Baas, Cornelia Parker en Robert Lepage, er telkens toe deden zonder te vervallen in bombast. Door het theatrale met het muzikale te verweven, maakte Gabriel hiermee de cirkel rond.
Wat ons betreft, mag deze i/o (input/output) tour dan ook helemaal i.o. (in orde) genoemd worden.

Setlist
Set 1: Washing Of The Water / Growing Up / Panopticom / Four Kinds Of Horses / i/o / Digging In The Dirt / Playing For Time / Olive Tree / This Is Home / Sledgehammer
Set 2: Darkness / Love Can Heal / Road To Joy / Don't Give Up / The Court / Red Rain / And Still / Big Time / Live And Let Live / Solsbury Hill /
Encore 1: In Your Eyes
Encore 2 : Biko

Organisatie : Live Nation

Peter Doherty

Peter Doherty - Puppy’s en gevoelige snaren

Geschreven door

Peter Doherty - Puppy’s en gevoelige snaren
Stan Vanhecke en Astrid De Maertelaere


Zoals de Handelsbeurs eerder aankondigde: “Het is moeilijk om niet in de ban te geraken van Peter Doherty”. Sinds 20 jaar staat hij op de planken en vult hij onze platenkast met The Libertines en Babyshambles. Als solo-artiest moet hij echter ook niet onderdoen.

Pete heeft zijn leven back on track en bracht in maart een nieuwe plaat ‘The Fantasy Life Of Poetry & Crime’ uit. Dit is zijn vierde soloalbum uitgebracht via zijn eigen Strap Originals label. Hij maakte het album samen met de Franse Frédéric Lo. Elk nummer van het album werd voorgesteld, en werd doorspekt met werk van andere albums, andere bands of covers. Niets dat multitalent Pete Doherty niet kwetsbaar kan laten klinken. Wij zaten alvast met een krop in de keel.

Starten deed de Brit met de titelsong. Het deed denken aan de intro van een oude spionnenfilm, waar alles wel mysterieus is, maar net iets trager gaat dan in de gemiddelde nieuwe Bondfilm. “Invictus” klinkt dan weer frivool en lichter dan de rest van zijn werk. “Yes I Wear A Mask” was dan weer een voorbeeld van een song vol tristesse. Puppy ogen erbij en ons hart smolt opnieuw helemaal voor Pete. Over puppy’s gesproken: de hond die de band vergezelde op het podium genoot mee van de melancholische nummers en de vele aaitjes van de fans op de eerste rij. Het maakte alles zo ongelooflijk huiselijk en gezellig. De sfeer was er één van “we zijn hier onder ons, en dat is genoeg”. Met “All At Sea” bracht Doherty een eerste nummer dat niet op ‘The Fantasy Life’ staat. De song werd ooit gecut van het debuutalbum van The Libertines, maar zag alsnog het levenslicht met Peter Doherty & The Puta Madres. Helemaal geen topsong, maar je voelt dat Doherty het als zijn kindje behandelt, zoveel gevoel legde hij in deze up tempo tearjerker.
Voor de rest genoten wij enorm van “The Glassblower”, omdat het je helemaal meeneemt in een verhaal, waarbij het steeds voller en voller klinkt doorheen de song. “Rock & Roll Alchemy” was dan weer het zachtste rocknummer dat we ooit hoorden. Ongelooflijk schoon hoe Doherty erin slaagt om je mee te vervoeren met zijn unieke stem, ook al klinkt die af en toe wat vals.
Als afsluiter van de prachtige set tokkelde Peter op onze meest gevoelige snaar. Een piano en een stem is het enige dat je nodig hebt om te dromen.
En een droom was het vooral voor Bob en Laura. Bob vroeg haar op het podium ten huwelijk voor bisnummer “For Lovers”. En zij zei ja. Geen betere manier om je verloving mee te starten, dunkt ons! Het nummer zelf is ook best mooi, en we kunnen al raden wat de openingsdans zal zijn. Het hoogtepunt werd opgevolgd door Libertines song “You’re My Waterloo”. En Pete Doherty stuurde ons huiswaarts met een blijven hangend ‘Salomé’.

Setlist: The Fantasy Life of Poetry and Crime - Invictus - The Monster - The Epidimiologist - Yes I Wear A Mask - Ballad Of - Keeping Me On File - All At Sea - The Glassblower - Rock & Roll Alchemy - You Can’t Keep It From Me Forever - Abe Wassenstein - Far From The Madding Crowd - For Lovers - You’re My Waterloo - Arcady - Salomè

Neem gerust een kijkje naar de pics

https://www.musiczine.net/nl/photos/category/1969-peter-doherty-11-05-2022


Organisatie: Democrazy, Gent (ism Handelsbeurs, Gent ikv Everything UK)

Peter Vermeersch & Thomas Noël

Peter Vermeersch & Thomas Noël - 'In C' - Sound of Ghent - Een zinnenprikkelende versmelting van beeld en klank in een sprookjesachtig kader

Geschreven door

Peter Vermeersch & Thomas Noël - 'In C' - Sound of Ghent - livestream - Een zinnenprikkelende versmelting van beeld en klank in een sprookjesachtig kader

We citeren als introductie: ''De Amerikaanse componist Terry Riley schreef zijn iconische werk In C in 1964. Deze compositie geldt als een van de ijkpunten van het minimalisme. Ze bestaat uit 53 deeltjes, soms maar van enkele noten. Uitvoerders krijgen van Riley veel vrijheid bij In C. Er is geen vaste duur en doorheen de jaren is er eindeloos op gevarieerd. De onovertroffen Peter Vermeersch (Flat Earth Society) en Thomas Noël (The City's Song) wagen zich in deze gloednieuwe productie aan een Gentse versie. Veertien muzikanten met evenveel instrumenten als verschillende culturele invloeden geven een weerspiegeling van de rijkdom aan muziek in de stad.''
Dit concert werd via livestream uitgezonden in het kader van ‘Sound Of Ghent’, in een samenwerking met De Centrale en de Handelsbeurs, Gent

Een livestream is pas echt geslaagd als de luisteraar ademloos zit mee te kijken, te luisteren en te genieten van de muzikale kunst van de artiest . Het collectief aan top muzikanten en vocalisten slaagt er hier met brio in. Het is een zinnenprikkelende, gevarieerde versmelting van beeld en klank in een sprookjesachtig kader.
Een verhalen verteller brengt een soort ode aan ‘de aardappel’. Het verhaal raakt door de poëtische invalshoek. De Afrikaanse voodoo klanken zijn in combinatie met een danser die je weet te hypnotiseren. Met de viool erbij wordt er voor een folklore totaalbeleven gezorgd.
Het geheel, de visualisatie en de sound,  is wonderschoon en fantasieprikkelend door het gevarieerd klankentapijt (o.m. door percussie en strijkers) en de kleurrijke illustraties; de bevreemdend aanvoelende vocals drijven je naar onbekende oorden. Schitterend allemaal in die drie kwartier.

Hier valt nogal wat te beleven. Geen moment verveel je je . Terecht trouwens verdient deze compositie van Terry Riley zijn stempel iconisch… Peter Vermeersch & Thomas Noël hebben mensen rond zich verzameld, die de compositie nieuw leven inblazen. Ieder heeft zijn belangvolle inbreng . De puzzelstukjes passen perfect tot één geheel. Het collectief slaagt er dus met brio in je compleet overstag te doen slaan . Het verhaal en de muziek leven. Indrukwekkend, dit totaalspektakel. 

Line up: Peter Vermeersch (basklarinet, elektronica), Thomas Noël (harmonium, xylofoon), Jeroen Baert (viool), Shalan Alhamwy (viool), Mevlüt Akgüngör (ney/rietfluit), Gergana Velikova (zang), Anaïs Moffarts (zang, contrabas), Sadig El Gibril (oed), Osama Abdulrasol (kanun), Tsubasa Hori (taisho goto, Sanba), Ehsan Yadollahi (tar), Farnoosh Khodaded (daf), Moussa Dembele (kora, balafon, djembe), Tister Ikomo (ngoma), Josse De Pauw (tekst), Gerda Dendooven (illustratie)

Organisatie: De Centrale + Handelsbeurs, Gent ism Sound of Ghent

Peter Doherty

Peter Doherty & The Puta Madres - Set ok - Missing link het Doherty-esque

Geschreven door

Peter Doherty & The Puta Madres -  Set ok  - Missing link het Doherty-esque
Peter Doherty
Trix
Antwerpen
2019-05-16
Emile Dekeyser

Geachte heer Doherty,
Beste Peter,

Vooreerst proficiat met je 40 ste verjaardag, zo’n dikke 2 maand geleden. “Pete die de 40 haalt? Wie had dat 15 jaar geleden durven voorspellen?” vroegen velen zich luidop af. Jij counterde dit magistraal met de bedenking dat het niet de Doherty van toen is die het gehaald heeft. Niet Junkie Pete, wel de Muzikant Peter Doherty.

Er is dit jaar nog een andere verjaardag ook, eentje die je wellicht was ontgaan zonder deze brief. Het is namelijk 10 jaar geleden dat ik je voor het eerst zag. 4 augustus 2009, Lokerse Feesten. Het begin van een mooie periode die mij tot in Londen (Hyde Park & Brixton Academy), Parijs (Bataclan), Amsterdam (Paradiso), Margate (Sharabang), en talloze Belgische concertzalen heeft gebracht.
Eentje daarvan is Trix. Het eerste bezoek aan de Antwerpse zaal vond ook plaats in dat bewuste jaar 2009. We moeten eerlijk zijn, je vertoning toen was schabouwelijk. Wat ik me er vooral van herinner is dat je iets te enthousiast in de Duvels vloog en vervolgens het podium onderkotste. Ach geen zorgen, het is ons allemaal wel eens overkomen.
Wel een mooie geste, dat je om dit 10-jarig jubileum te vieren nog eens afzakte naar diezelfde zaal. De details zaten alvast goed: je droeg krak hetzelfde QPR-shirt als die avond in Lokeren, en je opende met “Travelling Tinker”, een eerbetoon aan je overleden boezemvriend Alan Wass, die bij die vorige passage in Trix nog het voorprogramma verzorgde.
Ook muzikaal zat het vrij goed. We weten allebei wel dat The Puta Madres -je begeleidingsband - niet meteen bekend staan om hun strakke sound, maar daar was nu eigenlijk weinig op aan te merken. De verzameling motherfuckers deed het naar behoren, maar vooral als jij je gitaar in je handen had waren er flarden van magie te bespeuren. De sound die jij “effortlessly “ uit je vingers weet te strooien is zo atypisch, al te vaak lijkt het helemaal nergens naartoe te gaan, maar als alles dan op het juiste moment miraculeus samenkomt klinkt dat getjingeltjangel hemels. Doherty-esque gitaarspel dus, bij gebrek aan een betere term.
Je bindteksten, die waren ook vintage Doherty. Nadat je luidop twijfelde of Antwerpen nu een city of een town is, herstelde je de misstap met een uitspraak die bijzonder in de smaak viel in ’t Stad: “you know when you wake up in the morning and you don’t know where you are or who you are… I didn’t get that this morning, I woke up and thought: I’m in Antwerp! Fuck London, Fuck Paris, Antwerp baby!” Een verstandige rechtzetting, want voor je ’t weet krijg je een aantal colaflesjes naar je hoofd geslingerd, vraag het maar aan Michel Preud’homme.
En toch miste ik iets, al kan ik er niet helemaal de vinger opleggen waarom de totaalervaring nu anders dan anders was. Een eerste mogelijke verklaring is dat je op het podium veel minder ongeleid projectiel was, in tegenstelling tot die talloze shows doorheen de jaren. Weet je nog toen je de roadies het publiek ingooide in de AB? Toen je met je vader “What a Waster” zong in Cirque Royal? Toen ze je op Werchter van het podium moesten sleuren omdat je van geen ophouden wist? De kans is klein, maar je zal vast wel begrijpen wat ik bedoel. Toen loerde het gevaar steevast om de hoek, er stond altijd wel iets te gebeuren. Dat zorgde er vooral voor dat je optredens een bijzonder groot entertainmentgehalte hadden, de Grote Peter Doherty Show. Die show had je niet meegenomen naar Antwerpen, de fratsen van het enfant terrible bleven achterwege.
Een tweede is dat de focus van je setlist vooral lag op het onlangs verschenen album. Dat is op zich een te verdedigen keuze: pakweg “Who’s Been Having You Over”, “Shoreleave”, “All at Sea”, en “Narcissistic Teen Makes First XI” zijn stuk voor stuk oerdegelijke nummers die in hun uitgesponnen versies ook  -zoals eerder aangehaald - muzikaal mooi uit de verf kwamen.
Merkte je echter niet dat het publiek net dat tikkeltje meer verwachtte? De manier waarop “Last of the English Roses” en “What a Waster” (het enige Libertinesnummer in de set) werden meegezongen was voor mij de perfecte illustratie hiervan. Ook je bisronde was wat ongewoon. Alsof je door geen “Albion”, “You’re My Waterloo” en “Fuck Forever” te brengen wou duidelijk maken dat dit een volwaardige band is die niet wil teren op successen uit het verleden van z’n frontman. Opnieuw een te verdedigen keuze, maar hoe mooi “The Steam” en “Paradise Is Under Your Nose” ook moge zijn, ze halen als afsluiters toch niet het niveau van een “Fuck Forever”. Godverdomme Pete, geen “Fuck Forever”? Ik bleef een beetje verweesd achter.
Wellicht was het een combinatie van de twee: de tedere, en dus zachtere nummers van de nieuwe plaat laten allicht ook minder makkelijk toe om zo’n opwindend dreigende show waarin gitaren, microstatieven en roadies het publiek invliegen, op poten te zetten. Ik weiger echter wel te geloven dat een mogelijke verklaring zou zijn dat je volwassen geworden bent, dat je je streken verloren bent. Nee, daarvoor krijg ik het beeld van voor de show in de tuin van Trix niet uit mijn hoofd: jij, rondcruisend op een veel te kleine BMX, en dat terwijl je ook nog eens je beide honden aan de leiband vasthad. Misschien was dat wel de frats van de avond.

Ik kan het eigenlijk amper geloven dat ik het je vraag, maar kan je volgende keer terug wat meer rock ’n roll zijn op het podium? Nog eens je tegendraadse zelve bovenhalen? Nog eens lekker ouderwets en Doherty-esque uithalen?
Naar mijn bescheiden mening zou het je show, die wel verdomd goed klinkt, alleen maar ten goede komen.

Hou je goed & tot een volgende, Emile

Organisatie: Trix , Antwerpen

Peter Kernel

The Size of the Night

Geschreven door

Nog niet zo lang geleden stond het Zwitserse duo Peter Kernel (Barbara Lehnhoff en Aris Bassetti) op Eurosonic waar ze met hun DIY-aanpak en hun spitsvondige gevoel voor humor voor het eerst de wereld lieten kennismaken met hun nieuwste album. Geschreven en opgenomen in het donker schrijven ze er zelf bij. Eerste single uit dit album is “Men of the Women”. Een sfeervolle track met een catchy en begeesterend refrein. Doorheen de song krijgen we oosters aandoend gitaarriedeltje te horen. De strofes klinken ergens als dreampop maar de vocals van Barbara in het refrein doorbreken dit. Een fijne song en moeilijk in hokjes te steken. “There’s Nothing Like You” klinkt een beetje als een experimentele versie van The Ting Tings. De stem van Barbara Lehnhoff en haar manier van zingen is daar mede verantwoordelijk voor. Nu en dan zingt Aris even mee maar hij is meer de songschrijver. Die liedjes zijn soms ernstig en serieus terwijl andere dan weer eerder absurd of onwerkelijk aandoen.
Zoals veel acts dezer dagen hoor je hier elementen uit verschillende stijlen: folk, indie, electro, pop… Samen slaagt het duo er wel in om met die bouwstenen nieuwe en boeiende nummers in elkaar te steken. Nu begrijp ik ook waarom ze reeds op Eurosonic stonden. Ze hebben er de potentie voor en klinken vrij origineel. Sterk album.

Peter Murphy

Peter Murphy – de magische wavegothic van Bauhaus herleeft ...

Geschreven door

Bauhaus werd ontdekt in 1982, door de clip in het begin van de cult film ‘The Hunger’. De groep speelde achter een hek "Bela Lugosi's Dead" in een decadente punk party. Opgericht in 1978 Northampton door Peter Murphy, Daniel Ash, David J en Kevin Haskins, lag de band tijdens zijn korte carrière aan de basis van een vernieuwende stijl, wavegothic rock, een mengeling van punk en glam, in combinatie met dramatiek, donkere sounds , die een sfeer ademen van vampier films van de jaren '30. Toen de band in '83 uit elkaar ging, vormde Peter Murphy een kortstondige duo (Dali's Car) met Mick Karn, bassist van Japan, maar richtte zich dan op een solo carrière, die wisselend was . Acht albums volgden, die  door een veel breder scala van stijlen gekenmerkt werden . Onder Bauhaus kwam hij nog twee maal, eerst in 1998, en dan in 2005-2006, onder andere met Nine Inch Nails, met nieuwe composities, ‘Go Away White’.

De laatste optredens van Bauhaus in België dateerden van 2006 : een zeer goed concert in de Ancienne Belgique en een teleurstellende prestatie op de Lokerse Feesten; hier lag onenigheid tussen de bandleden aan de basis. Dus waren we echt benieuwd wat dit concert kon betekenen in het kader van een tribute tour (‘Mr Moonlight Tour’) naar aanleiding van de 35ste verjaardag van Bauhaus.

Als de charismatische zanger het podium opkomt, wordt hij begeleid door Mark G. Thwaite, zijn trouwe gitarist (ex-The Mission), bassist/violist Emilio Chine en drummer Nick Lucero. Hij draagt een fluwelen jas en een lederen broek, inderdaad, een perfect 'dark glam' look. Natuurlijk zie je dat hij al 55 jaar oud is, maar in de vocale prestaties als in z’n houding, is hij nog steeds in topvorm !
De band begon zachtjes met “King volcano”, een quasi-akoestische wals uitgevoerd in het donker. Dan is het "Kingdom's Coming", een compositie die ook door een twaalf-snarige gitaar gedomineerd werd en die verwijst naar een van de belangrijkste referenties van de zanger, David Bowie.
Maar die relatieve rust was van korte duur want dan kwam de stormachtige "Double Dare". Een song gekenmerkt door de intrigerende metal bass riffs, die refereren aan Killing Joke of Black Sabbath. De Ancienne Belgique was niet volledig gevuld maar de temperatuur steeg al heel snel. De bijzonder wilde zangpartijen werden tot in de perfectie door Murphy uitgevoerd. Een geweldig meesterschap , waarbij hij voortdurend instructies gaf aan de sound engineers aan de zijkant van het podium. Karakteristiek zijn mans vocale capriolen en stemvariatie; een diepe bariton stem die je doet bevriezen in de lage tonen en die in de hoge tonen durft te ontploffen.
Later, bij "In de Flat Field", kreeg het publiek de  kans zijn enthousiasme te tonen; hier en daar zagen we de eerste 'mosh pits'. Murphy verdiepte zich in de Bauhaus catalogue , wat juweeltjes opleverde als  "God In An Alcove", "Boys" en vooral het prachtige "Silent Hedges". Na "Too Much 21st Century", het enige nummer van het album "Go Away White', was het tijd voor de tweede grootste hit van de groep : “Kick In The Eye”. De bijna funky/disco bass van Emilio Chine bood een onweerstaanbare groove, gesierd door de elegante bewegingen van  Murphy.
Murphy gaf ons vervolgens zijn eerste solo-compositie, namelijk het prachtige lied "A Strange Kind of Love", die hij ook op akoestische gitaar speelde. De instrumentatie, middenin , werd niet op de trompet uitgevoerd , maar, erg leuke verrassing, door Chine op viool. En aan het einde zong Murphy een fragment uit “Bela Lugosi’s Dead” op de tunes van de ballad. Een logisch stap naar dit meesterwerk van 9 minuten, dat wordt beschouwd als het eerste 'gothic' nummer in de rockgeschiedenis. De muzikale interpretatie was gewoon prachtig.  Als je de ogen sluit, zou je denken dat Bauhaus uit zijn as herboren is. Het hele publiek zong in koor met Murphy: “White on white, translucent black capes, Back on the rack... Bela Lugosi's Dead “. Een mooi moment en een prachtige lichtshow. Bekijk de video hier : https://www.youtube.com/watch?v=Q6aG2SOi7y4
Vanaf dit moment was het een opeenvolging van hits, zoals “The Passion of Lovers", waarin Murphy als een derwisj draaide, en bovenal, de fantastische club killer "She's In Parties", een must in elke naamwaardige 'dark' fuif. Een onweerstaanbaar ritme en tijdens de chorus richtte Murphy de microfoon naar het publiek, dat met verve mee zingt. Op het moment van de break, gaat Murphy naast de drummer staan ​​, was percussief en speelde melodica, schreeuwend 'Rastafari !': 100% dub-reggae! Herbeleef het moment hier : https://www.youtube.com/watch?v=Y438PkfHpAs

Dan werden we tijdens "Stigmata Martyr" aan de grond genageld , terwijl "Dark Entries" direct een pogo triggert. Hier speelde Murphy op elektrische gitaar. Raar genoeg voegde Murphy een cover van Dead Can Dance toe, “Severance”, trouwens het laatste nummer van de set. Een twijfelachtige keuze, want helaas daalde de sfeer een beetje in dit sleutelmoment.
Tijdens de eerste encore speelde Murphy het prachtige “All We Ever Wanted Was Everything'”, waar Emilio Chine de viool als een bas gebruikte, en zijn tweede solosong,  “Subway”, een atypische song, nogal trippy, gedomineerd door synth-waves . Ten slotte kwam een laatste explosie met “Ziggy Stardust”, song van Bowie , die Bauhaus een tweede leven toebedeelde .
De tweede encore wordt geïnitieerd door een a capella versie van "Cool Cool Breeze", de verborgen titel uit de EP ‘Recall’ van Peter Murphy (1998) gevolgd door een beklijvende “Hollow Hills”, een goddelijke verrassing en één van mijn favoriete nummers. In bijna volledige duisternis hoorde  je het sombere, dreigende geluid van de bas. Murphy speelde een spel van licht en schaduw door een draagbare neon die hij in zijn hand hield. Opnieuw een  magisch moment. Bekijk de video hier https://www.youtube.com/watch?v=4dyXBk7U7rg . Als allerlaatste nummer speelde Peter Murphy een uitstekende "Spirit", uit het album ‘The Sky's Gone Out ... ‘ van Bauhaus.

Na het concert, hoorden we niets dan lof. 'Geweldig concert!' of 'Murphy is undead!'  En het was duidelijk dat de fascinerende zanger volledig geslaagd was in zijn missie. Muzikaal was het perfect, meer nog : de 'godfather of goth' toonde aan dat hij vol energie en motivatie was om de zieltogende Bauhaus zo prachtig te doen herleven! Geen twijfel, Peter Murphy is nog steeds ‘de prins der duisternis’ ...

In het eerste deel gaf Kiss The Anus Of A Black Cat, de Belgische band onder leiding van Stef Heeren, een prachtig concert. Zijn folk / darkwave muziek met tribale accenten doet denken aan 16Horsepower door de stem à la David Eugene Edwards en aan Sisters of Mercy door de geweldige gitaarpartijen. De groep, waarvan de naam is afgeleid van een heksenritueel, wil ik graag volledig zien bij een volgend concert !
Ik hoop dat ze dan hun podiumprésence kunnen verbeteren, o.m. door projecties bijvoorbeeld! In ieder geval, een zeer, zeer leuke ontdekking. Bekijk het nummer "Take My Word As Gospel" hier : http://youtu.be/f7z08x8T4Ps

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/peter-murphy-03-06-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/kiss-the-anus-of-a-black-cat-03-06-2013/

Philippe Blackmarquis Vertaling Philippe Blackmarquis – Johan Meurisse

Organisatie : Ancienne Belgique , Brussel

Neem ook een kijkje naar de pics , een paar dagen later op 6 juni in de Effenaar Eindhoven van beide artiesten

http://www.musiczine.net/nl/fotos/peter-murphy-06-06-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/kiss-the-anus-of-a-black-cat-06-06-2013/

Organisatie : Effenaar, Eindhoven

Peter Murphy

Ninth

Geschreven door

 

Op een paar kleine hits na hebben de soloplaten van the gothfather nooit echt goed geboerd in Europa en daar zal het Amerikaans karakter van diens platen wel iets met te maken hebben.
Trouwens, op de bekende grafstem na, kan je ook moeilijk gaan beweren dat Murphy’s solowerk ook maar iets met gothic te maken heeft.
Nu goed, ‘Ninth’ is dus zoals de titel doet vermoeden Murphy’s negende solowerk en ook al dachten we bij opener “Velocity Bird” eventjes dat we per abuis een Iggy Pop-schijf in onze cdlader hadden gegooid is ‘Ninth’ een meer dan behoorlijke plaat geworden.
Zoals te verwachten viel is het ook een plaat met de nodige missers en treffers maar toch mogen nummers als “Seesaw Sway” of “I spit roses” tot het beste Murphy-materiaal sinds jaren gerekend worden.
Meer zelfs we zouden durven beweren dat ‘Ninth’ het sterkste is wat Murphy solo ooit gebracht heeft, ook al lijkt ‘Ninth’ bij wijlen meer op een betere David Bowie-plaat dan iets anders.
Fans van Murphy zullen blij zijn, maar de rest van de bevolking zal er (net als van die andere acht) er niet bepaald van wakker liggen.

Gilles Peterson

Gilles Peterson - Wereldmuziekgoeroe pakt Leuven in

Geschreven door

Een van de leuke dingen aan Het Depot zijn de zalige filmzaalstoelen waar je in achterover kan leunen en alles zo’n beetje op je af kan laten komen. Dat is dan ook wat we gedaan hebben op deze Labelnight van Brownswood, DJ Gilles Peterson eigen label waarop een aantal acts staan die vanavond zo maar eventjes aanwezig waren. Vorig jaar nog was er een grote tevredenheid van het publiek en blijkbaar ook van de teruggekeerde Gilles Peterson. Hij is zo'n beetje de god van de wereldmuziek in de UK, met zijn programma ‘Worldwide’, trouwens ook op StuBru te horen. Reden genoeg om nog eens naar Leuven af te zakken. …

Opener Ghost Poet gaf een soort dubreggae ten beste. De man deed hard zijn best om het publiek mee te krijgen en gezien het vrij vroege uur lukte dat nog aardig ook. Geen pakkende dingen gehoord, maar het vloeide erg aangenaam met een biertje in de zoals gezegd zalige stoeltjes.

Baloji is van Kongolese afkomst, een bonenstaak van een vent, die, ja, veronderstel ik World – Kongo Pop muziek brengt, hoewel ik niet veel meer ken dan “Konono nr. 1”. Maar goed, de typische lichte percussie, de zweverige vocalen en de ritmes deden sterk aan Nigeria of Kameroen denken. En hier was sprake van een goede interactie met het publiek.

Erna was het de beurt aan de meester zelf, Gilles Peterson, om een DJ-set te geven. Bij Peterson weet je altijd waar je aan kan verwachten en net weer niet, eclecticisme van alles wat dansbaar is, blijft zijn devies. Dus hoor je hip-hop en dubreggae door elkaar, naast Cubaanse en Braziliaanse ritmes of pure percussietracks, … en is het allemaal te obscuur om aan namedropping te doen, het publiek wist het zeer te smaken. Een volle dansvloer met hier en daar een rare vogel, met een raar hoedje of een Mondriaan-T-shirt. De afsluiter tegen een uur of twee van zijn set was Bill Withers’ “Lovely Day” en dat geeft toch nog altijd kippenvel.

Erna nam Lefto het over met een vergelijkbare mix tot in de vroege uurtjes die we uiteindelijk niet meer meegemaakt hebben.

Organisatie: Depot, Leuven

Peter Case

Wig!

Geschreven door

Peter Case is eind jaren tachtig, na het ontbinden van zijn garage pop groepje The Plimsouls (hun live show van ’81 in ‘The Whisky A Go Go’ in L.A. is begin dit jaar op cd verschenen, een aanrader), als solo artiest heel eventjes een klein beetje hot geweest waardoor hij wat bescheiden media aandacht kreeg, maar lang heeft het niet geduurd en nadien is de singer-songwriter zowat in de vergetelheid geraakt. En dat lag heus niet aan de kwaliteit van zijn platen, want die waren nooit ondermaats, maar zijn liedjes waren nooit trendy of blits genoeg om nog in de mainstream enige rol van betekenis te spelen. Case trok zich niks aan van de trends en is gestaag verder plaatjes blijven maken. Op zijn gemakjes weliswaar, want deze ‘Wig !’ is pas zijn elfde werkje in 25 jaar.
Dat zo iemand vroeg of laat zijn toevlucht zoekt in de blues is helemaal niet verwonderlijk. Op zijn voorlaatste plaat ‘Let us now praise Sleepy John’, een eerbetoon aan folk blues artiest Sleepy John Estes, deed hij dat via naakte akoestische blues- en folkballads die schitterden in al hun eenvoud. Op ‘Wig’ trekt hij de kaart van de ongepolijste rammelblues met krakende en piepende gitaren, een halfgestemde piano en een gemene smoelschuiver. De plaat is niet toevallig uitgebracht op Yep Roc Records, een label die net als Fat Possum niet al te veel geld wil uitgeven aan dure producers of vernuftige technische apparatuur, maar die graag de muziek in zijn ruwste vorm op band zet.
‘Wig’ is een plaat die zich in de richting begeeft van wat Paul Westerberg deed via zijn alter ego Grandpaboy op het ruwe pareltje ‘Dead man shake’ uit 2003 (verschenen op, jawel, Fat Possum).
Peter Case vertolkt zijn blues vuil en gruizig, maar tevens gemeend en gedreven zoals Jeffrey Lee Pierce het ook kon op ‘Lucky Jim’, het laatste wapenfeit van The Gun Club dat eveneens zwaar in de blues gedrenkt was.
Case zijn begeesterende stem zit de songs als gegoten. Als het nu gaat om een vuile tempo rocker (“Aint got no dough”, “House rent jump”, “Look out !”), een tergend traag slepende bluesworm (“My kind of trouble”) of een op de Byrds georiënteerde sixties song (“The words in red”), hij pakt het aan met een authenticiteit die tegelijkertijd oprecht en duivels is. Hij raapt ook nog eens “Old blue car” op die hij in 1986 op zijn debuutplaat zette. Hij sleurt de song eerst door de modder, vervolgens doorheen een vettige garage en maakt er zo een onweerstaanbaar bronstige rocksong van. Van de openingssong “Banks to the river” gaat een zekere onheilsdreiging uit. We weten niet juist wat, maar broeit iets in die song.
Snedige plaat, straight to the bone !

Gilles Peterson

Kulturama 2009: WorldWide-radioshow van Gilles Peterson feat. Nicola Conte en Jazzanova

Geschreven door

Het Depot in Leuven was gastheer voor de WorldWide-radioshow van Gilles Peterson, die met zijn hoogst persoonlijke eclectische mix van wereldmuziek, soul en funk en verder van zo’n beetje alles wat dansbaar is op de BBC Radio 1 tot een monument is uitgegroeid. Hij DJ-de zelf zijn gasten muzikaal-gewijs aan elkaar en deed dat met veel Braziliaanse ritmes die naarmate de avond vorderde steeds steviger en aanstekelijker werden.
Het Depot was uitverkocht, maar die indruk gaf het niet echt. Vooraan stonden de dansers, maar veel mensen hielden het bij een lounge-sessie in de stoeltjes of bleven aan de bar plakken, wat soms zelfs wat stoorde. Als eerst gast had Peterson de Pugliezen Nicola Conte en band naar Leuven gehaald. Zij speelden erg aanstekelijk een soort new-jazz. Enthousiasme was er genoeg, maar veel songs waren er niet te bespeuren. Het was meer een soort uitgerekte jazz-jam-sessie, en nou ja, dat wordt soms een beetje eenvormig. Leuk was wel de Hongaarse zangeres met haar verhaal over de bloedende maan, zodat een ‘encore’ er nog wel bij mocht. Maar ondertussen had iedereen wel zin om wat te dansen, wat de heer Conti dan weer niet zo leek te appreciëren.
Voor zijn tweede DJ-set haalde Peterson batucada-ritmes boven en de handjes mochten de lucht in toen hij het verder overliet aan Jazzanova met Nuyorican Souls Black Gold of the Sun. Leuke set maar te kort om de zaal naar een hoogtepunt te sturen en bij Peterson gaat het altijd om de eclectische platenkeuze. Hij had deze keer eigenlijk niet voldoende tijd om een verhaal te vertellen, hoewel de platenkeuze op zich onberispelijk was
Daarna was het de beurt aan de carioca-Duitsers van Jazzanova om een DJ-set te draaien. Bij Jazzanova verwacht je Braziliaans getinte lounge, maar deze keer was de vrees dat een DJ-set wat al te kabbelend zijn gangetje zou gaan ongegrond. Hij draaide voornamelijk stevige vocale house met een erg gevarieerde platen- en stijlkeuze, tot en met een Eurodisco-klassieker als de “Glow of Love”. Kort gooide hij het over een soort neo-disco-not-disco die James Murphy jaloers zou maken. Het was genoeg om het publiek aan het dansen te krijgen. Verder hoorden we een hele mooie “Nervous Track” en dus nog eens de “Masters at Work”. Voor ons was de afsluiter “Chics I Want Your Love” die al heel mooi was geïntroduceerd door Moodymanns “I Can’t Kick This Feeling When It Hits”. Kwestie van even te tonen dat je je klassiekers kent. Erg mooi. Tegen dan was het uitverkochte Depot al flink leeggelopen…

Organisatie: Depot Leuven ikv Kulturama 2009