logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (18 Items)

Girls In Synthesis

Girls In Synthesis - Ziedende postpunk met veel stoorzenders

Geschreven door

Girls In Synthesis - Ziedende postpunk met veel stoorzenders

Postpunk bands, je kan er tegenwoordig de straten mee plaveien. De overgrote meerderheid van al die groepen kan me echter niet meer dan een vermoeide geeuw ontlokken. Ik vertrok dan ook niet zonder enige scepsis naar Café De Zwerver om er nog maar eens twee postpunk exponenten te gaan aanschouwen.

Het was uiteindelijk de eerste band, het Brusselse Warm Exit, die me over de streep getrokken had. Die hadden me immers bijzonder aangenaam verrast op de laatste editie van Rock Zerkegem en ook hier, in een uitverkocht café, stelden ze niet teleur. Integendeel, het drietal klonk hier nog een stuk hechter dan vorige zomer. Waar bassist Max Poelmann (Easy Ego, Magic Max, Abstract Sense) in Zerkegem alle aandacht naar zich toe zoog door als een losgeslagen gek over het podium te stuiteren bleef hij er dit keer opvallend rustig bij (waarschijnlijk noodgedwongen door het krappe podium) zodat de focus automatisch meer op de songs kwam te liggen. En die mochten er, op een schaarse uitzondering na, best wel zijn. Hoekig en tegelijkertijd melodieus zoals ook Wire dat kon. Ze reden zich ook niet vast in het doodlopende straatje dat postpunk wel eens kan zijn en zo kwamen ze soms aardig in de buurt van iets dat ik eerder als rammelrock zou omschrijven.
De voorspelbaarheid werd af en toe handig omzeild door een onverwachte tempowisseling of die heerlijk lage brom van Max Poelmann als tweede stem. Zanger Valentino Sacchi (Bayacomputer, Easy Ego) ontpopte zich zonder grootse gebaren als een charismatische frontman die bovendien erg fijne klanken uit zijn gitaar kneep ondanks een tegensputterende effectpedaal. Die gitaar mocht bij momenten heerlijk aan de ketting rammelen zoals tijdens "Ultra violence", de nieuwe en knappe single.
Derde hoeksteen van dit gezelschap was de solide drummer, Martin Dubessay, die tevens verantwoordelijk was voor de bevreemdende geluiden.
Warm Exit moet één van de betere Belgische groepen zijn die ik de laatste tijd aan het werk zag.

Girls In Synthesis uit Londen wordt gezien als één van de meest opwindende bands van het moment in het Verenigd Koninkrijk. Een belofte die meteen werd ingelost door een groep die zich duidelijk enkele haltes verder bevond dan Warm Exit wat podiumervaring betreft.
In een ietwat vreemde podiumopstelling met twee microfoonstandaards pal tegenover elkaar zodat beide zangers elkaar recht in de ogen keken laat Girls In Synthesis met "Watch with mother" meteen één van de beste nummers van hun laatste plaat ‘The Rest is Distraction’ op ons los.
De groep hakte er meteen furieus in en veel tijd om op adem te komen werd ons niet gegund. De twee frontmannen legden elkaar voortdurend het vuur aan de schenen. Links joeg gitarist Jim Cubitt, die een beetje het voorkomen had van een jonge Pete Townshend (alleen het molenwieken ontbrak), aan een energiek tempo de ene snerpende riff na de andere het café in terwijl zijn stemgeluid af en toe raakpunten vertoonde met dat van Jello Biafra ten tijde van "Fresh food for rotting vegetables".
Rechts hadden we dan John Linger, met zijn geblokte lijf niet meteen moeders mooiste maar wel imponerend op een erg aanwezige, donkere bas. Achteraan deed drumster Nicole Pinto er met een verbeten trek om de lippen alles aan om de twee heethoofden voor haar te volgen. Het resultaat was een gierende mix van militante noise en ziedende anarcho punk. Een paar keer bediende Cubitt ook een klein keyboard maar dat was eigenlijk niet meer dan een stoorzender terwijl beide zangers achteraan ook nog enkele knoppen hadden waarmee ze de boel konden saboteren.

Stoorzenders genoeg dus, misschien zelfs net iets te veel. Die zeeën van feedback en distortion zorgden wel voor de nodige opwinding maar waren niet altijd even noodzakelijk. Het hoorde natuurlijk bij deze adrenaline opwekkende pot herrie vol gecontroleerde chaos.
Na de reguliere set was er nog tijd voor een uitgebreide bisronde, iets wat je eigenlijk niet verwacht bij dit soort groepen, met twee nummers uit 2018 : "We might not make tomorrow" en het lang uitgerokken "Sentient".

Organisatie: VZW de Zwerver - Leffingeleuren, Lefinge

The Dream Syndicate

The Dream Syndicate - Debuutplaat heeft na 40 jaar nog niets aan frisheid ingeboet

Geschreven door

The Dream Syndicate - Debuutplaat heeft na 40 jaar nog niets aan frisheid ingeboet

Steve Wynn blijft een graag geziene gast in onze contreien. Nadat hij eerder dit jaar in De Zwerver solo te bewonderen was mocht hij dit keer met The Dream Syndicate opdraven. Dat is de band waarmee hij in de jaren '80 deel uitmaakte van de Paisley Underground, een muziekstroming, ontstaan in Californië, die klassieke gitaarrock combineerde met de energie van prille garagerock of punk.
Dankzij enkele uitstekende platen werd The Dream Syndicate al snel één van de boegbeelden maar net zoals de meeste andere bands van die beweging was de groep geen lang leven beschoren. In 1989 was het sprookje voorbij maar na talloze andere projecten floot Steve Wynn in 2012 The Dream Syndicate opnieuw bijeen en intussen zijn ze nu reeds langer samen dan in de originele bezetting.

The Dream Syndicate had twee uitstekende redenen voor deze tour: een nieuwe plaat, ‘Ultraviolet battle hymns and true confessions’ en de veertigste verjaardag van hun debuut ‘The days of wine and roses’.
Ze verschenen met zijn vieren (Steve Wynn, gitarist Jason Victor, bassist Mark Walton en drummer van het eerste uur Dennis Duck) op het podium, nieuwste lid en toetsenist Chris Cacavas (Green On Red) was er niet bij.
Het werd verre van een blitzstart, openingsnummer "Bullet holes" klonk eerder als een sof. Maar meteen daarna werd met "Out of my head" het een en ander rechtgezet en klonk The Dream Syndicate zoals ze hoort te klinken dankzij een stevige song, strak gebracht en voorzien van een eerste, explosieve gitaareruptie van Jason Victor.
Dit leek de echte start te worden van een stomend concertje maar helaas diende er ook een nieuwe plaat voorgesteld te worden wat de vaart in de set aanzienlijk belemmerde.
De Zwerver mag dan al ter promotie een mandje vol lovende recensies bij elkaar gesprokkeld hebben, ‘Ultraviolet battle hymns and true confessions’ kan ik bezwaarlijk een goeie plaat noemen. Een stap in de goede richting na het onverteerbare ‘The universe inside’, dat wel. Er werd opnieuw gekozen voor compactere songs maar die bleken helaas op een enkele uitzondering na nog steeds mijlenver verwijderd van hun werk in de jaren tachtig. Het eerste nummer dat ze hieruit presenteerden, "Damian",  kon ik eigenlijk best wel smaken maar dat kwam vooral door het gitaarloopje dat geleend leek bij "Satisfied fool", een wonderlijke song van Nathaniel Mayer die maar blijft roteren in mijn denkbeeldige jukebox. Ook "Trying to get over", vintage Dream Syndicate voorzien van een venijnige gitaar stond terecht op de setlist maar dat kon minder makkelijk gezegd worden van het slaapverwekkende "Hard to say goodbye" of het suikeren "Every time you came around".
Het waren enkele moeilijke momenten maar eenmaal hier doorheen geworsteld werden we beloond met een ronduit magistrale versie van "How did I find myself here?", titeltrack van de eerste plaat na de reünie en ook de enige ‘nieuwe’ die naast het oudere werk niet verbleekt. Het werd een uitgesponnen en zinderend gitaarepos waarin Wynn en Victor jongensachtig, dicht bij elkaar duelleerden wat onvermijdelijk deed denken aan Crazy Horse. "Glide" van diezelfde plaat uit 2017 werd de afsluiter van de eerste set waarin de songkeuze niet altijd even gelukkig was. Zo werd het garagerockachtige "Straight lines", één van de betere nummers op hun laatste schromelijk over het hoofd gezien.

Na de pauze volgde een tijdreis (dixit Steve Wynn) waarin ‘The days of wine and roses’ integraal en in exact dezelfde volgorde als op plaat vertolkt werd. Het contrast met het eerste deel van de avond was groot. Hier geen slappe momenten, dit bleef vanaf de eerste noten van "Tell me when it's over" tot de laatste van de titeltrack even opwindend.
De plaat bleek na veertig jaar niets aan frisheid te hebben ingeboet. Het leek wel, wanneer we de ogen even sloten uiteraard, alsof er een stel jonge honden op het podium stond die nog alles te bewijzen had. Wat klonk dit snedig en energiek! Aan wervelende gitaren geen gebrek terwijl de songs zonder moeite pal overeind bleven.
Meer nog dan op vinyl hoorde je in die subliem rammelende sound invloeden van The Velvet Underground. Het New Yorkse kwartet was zeker niet alleen een bron van inspiratie voor hun naam (een pre Velvet Underground project van John Cale met La Monte Young) waardoor ze eigenlijk atypisch klonken voor de Paisley Underground waarvan de meeste groepen hun inspiratie vonden bij de Westcoast psychedelica.
‘The days of wine and roses’ is zo'n plaat die een groep maar één keer kan maken en in de meeste gevallen gaat het dan om het debuut, net als hier dus als we even die eerste EP buiten beschouwing laten. Iets van dit kaliber komt er uiteraard nooit meer maar ik prijs me gelukkig dat ik deze buitenkans om dit live mee te maken niet heb laten liggen.
Alsof dit alles niet genoeg was trakteerde de band ons nog op een toetje dat bestond uit twee heerlijke Dream Syndicate klassiekers: "Still holding on to you" en "Boston".

Na een ietwat teleurstellende passage enkele jaren geleden in de 4AD lijkt het vuur van weleer teruggevonden.

Pics homepag @Chris Sikich

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

Absynthe Minded

Absynthe Minded - De eeuwige jeugd van Absynthe Minded

Geschreven door

Absynthe Minded - De eeuwige jeugd van Absynthe Minded
Stan Vanhecke en Astrid De Maertelaere

Absynthe Minded is ondertussen niet meer weg te denken in de Belgische muziekscene. Al sinds 1999 spelen Bert Ostyn en de zijnen zalen plat en maken ze songs die zomers beheersen. Of er ook zo’n nummer op ‘nieuwste’ plaat “Riddle Of The Sphinx” staat, durven we wel te betwijfelen.

Aarzelend en delicaat. Zo zou je de start van het optreden van Absynthe Minded kunnen omschrijven. “Easy” werd akoestisch ingezet. Het publiek merkte het bijna niet op. De band speelde, de mensen babbelden. Gelukkig kwam de rest van de groep er snel bij om voor wat volume te zorgen. “Pretty Horny Flow” is een heel jazzy nummer met een lekkere baslijn. Stilletjesaan pakte Ostyn het publiek in, al moeten we eerlijk zijn. Van de bindteksten was er moeilijk een jota aan te ontwarren. Voor de romantici werd “Moodswing Baby” gespeeld. Luchtige en flirterige tonen versnelden de song bij het refrein.
Absynthe Minded kwam ondertussen op stoom. Ze toonden hun passie voor het melodische bij “Riddle Of The Sphinx”, al hoorden we af en toe een gek onderwatergeluidje. Tegelijkertijd vertelt de groep steeds een verhaal met hun song. “Space” is prachtig opgebouwd en neemt je mee. Toch lieten ze de gitaren ook eens knallen. In “End Of Line” speelden ze een wedstrijdje om ter snelst de riff spelen, eindigend in een hevige apotheose. En zo ging het telkens van opzwepend (“Surrender”), gevoelig (“Cherrypicking”) naar jazzy (“People Of The Pavement”) en zelfs een keer roadtrip americano (“Substitute”). We hoeven niet meer te zeggen dat Absynthe Minded echt van alle markten thuis is. Soms met improvisatie, dan weer met alle lijnen perfect op elkaar ingespeeld zoals in “Papillon”.
Maar de beste nummers worden ingezet door wat random getokkel. Je denkt even dat er nog wat getest moet worden, en dan grijpt “My Heroics, part one” plots om zich heen. Voor een eerste keer zong het publiek woord voor woord mee, bij een set dat stilaan een triomf kon worden genoemd.
En wanneer ze met eerste bisnummer “Echo Chamber” opnieuw met enkel een akoestische en elektrische gitaar een ingetogen song brachten, hoorde je geen gebabbel meer. En naar het einde van het nummer verbaasden we ons over hoe je met twee instrumenten zoveel muziek kan maken. Dat “Envoi” daar nog eens overheen ging als laatste song, maakte de set helemaal af.

Absynthe Minded speelt nog steeds alsof het zich moet bewijzen. Als jonkies die iedereen moest overtuigen van hun kunnen. Ze zien er ook nog eens piepjong uit, maar wie zijn ogen dicht deed hoorde een volwassen reeks ijzersterke nummers die voor altijd bij zullen blijven.

Setlist: Easy, Pretty Horny Flow, Heaven Knows, Moodswing Baby, Riddle Of The Sphinx
Space, Saved Along The Way, End Of The Line, People Of The Pavement, Surrender, Cherry Picking, Papillon, My Heroics, Part One, Beam, Kingpin, Mixing The Medicine, Echo Chamber, Envoi, Substitute

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/1981-absynthe-minded-13-05-2022

Organisatie: Democrazy, Gent (ism Vooruit, Gent)

Absynthe Minded

The Birdsong Sessions EP

Geschreven door

Tijdens de lockdown trokken Bert Ostyn en Toon Vlerick van Absynthe Minded zich enkele dagen terug in een hut in het midden van de natuur om er de EP ‘The Birdsong Sessions’ op te nemen.  De locatie van de opnames sprak zodanig tot de verbeelding dat ze nu de hoes van de EP siert.
‘The Birdsong Sessions’ is een mooie mix van twee klassiekers (“Envoi” uit 2009, “My Heroics Pt 1” uit 2005), een minder bekend ‘oud’ nummer (“Echo Chamber” uit 2017) en drie nieuwe nummers uit het eerder dit jaar uitgebrachte album ‘Riddle Of The Sphinx’ (“Mixing The Medicine”, “Easy” en de titeltrack).
Alle tracks zijn uitgekleed tot Ostyn’s stem, Vlerick’s akoestische gitaar en heel zuinig wat percussie. Het is mooi hoe deze songs ook zonder hun jasje van loungy, jazzy elaborated pop helemaal overeind blijven. Ostyn en Vlerick moeten eens vaker afspreken in hun vogelhuisje. En dan zeker wat opname-apparatuur meenemen.
Het enige jammere is dit slechts een EP is. Met nog één of twee extra nummer(s), een welgemikte cover had gekund, was dit meteen een full album.

The Dream Syndicate

The Dream Syndicate - The Dream Syndicate v2.0 zonder bewaarmiddelen of kleurstoffen

Geschreven door



Driemaal is scheepsrecht. De Amerikaanse indie legende Steve Wynn is er ongetwijfeld steeds sterker beginnen in te geloven sinds hij in 2012 met The Dream Syndicate één van de prominentste vaandeldragers van de zogenaamde Paisley Underground scene vanonder het stof haalde. Zoals vele reunies zou ook deze aanvankelijk louter teren op de muzikale erfenis die de invloedrijke gitaarband tijdens de ontstuimige jaren ’80 bijeen heeft gespeeld, maar gaandeweg sloeg bij Wynn en zijn oude maatjes toch de vonk over om aan nagelnieuw materiaal te timmeren.

De knappe comeback schijf ‘How Did I Find Myself Here?’ uit 2017 sloot naadloos aan bij dat 80ies verleden, maar liet via het atypische en vooral erg lijvige titelnummer ook uitschijnen dat The Dream Syndicate v2.0. niet vies is van freeform psychedelica. Die laatste kaart wordt nu resoluut getrokken op het recent verschenen vervolgalbum ‘These Times’ die alweer indringend doch iets minder coherent is dan zijn voorganger. Er is echter amper reden tot klagen, want in het spoor van deze tweede post-reunie plaat vertrokken Wynn & co op een nieuwe Europese clubtour die afgelopen weekend halt hield in zowel Brussel als Diksmuide.
In de dicht opeen gepakte 4AD club maakten de Amerikaanse indieveteranen meteen duidelijk dat ze weinig gemeen hebben met de talloze nostalgie acts die dankzij wat bewaarmiddelen en kleurstoffen doch zonder muzikale doorgroeimogelijkheden het revival circuit afschuimen.
Het eerste half uur was immers enkel gereserveerd voor nummers van The Dream Syndicate v2.0, te beginnen met de psychedelische gitaarpop van “The Way In” en het door een krautrock beat opgejutte “Put Some Miles On” waarop het inmiddels vijfde officiële groepslid Chris Cacavas zich een eerste keer mocht uitleven vanachter zijn keyboards. De logica zelve hoor ik een aantal ouwe knarren denken, want Cacavas en Wynn hebben een gezamenlijk verleden o.a. als leden van het olijke drinkebroers gezelschap Danny & Dusty met ex-Green On Red frontman Dan Stuart. Met hun hernieuwde samenwerking nemen de twee veteranen trouwens een gedurfde afslag richting funky psychedelica en moody soundscapes die The Dream Syndicate v2.0 een geheel nieuw elan geven op ‘These Times’.
Truth be told
, de 4AD werd pas echt wakker toen een trits nummers werden opgediept uit het vorige album ‘How Did I Find Myself Here?’ die meer de typische fingerprint van de vintage Paisley Underground scene dragen. Zeker toen het ouderwets krakende en piepende “Out Of My Head” voorbij kwam razen werd de kloof met de 80ies nagenoeg volledig gedicht.
Eerlijk = eerlijk, een set van The Dream Syndicate begint pas écht op het moment dat stergitarist Jason Victor voor het eerst oog in oog komt te staan met Wynn voor een wulpse feedback dialoog.
De fans van het eerste uur waren meteen opgewarmd voor het daaropvolgende rondje crowdpleasers, te beginnen met twee evergreens uit het zogenaamde moeilijke tweede album ‘The Medicine Show’ (’84). Tijdens de gruizige alt.country van “Armed With An Empty Gun” en het titelnummer waren Neil Young & Crazy Horse nooit ver weg, maar evenzeer was dit een muzikale eresaluut aan genre- en tijdsgenoten The Gun Club. En warempel, het kan geen toeval zijn dat de muziekhistoricus in Wynn ineens trots verwees naar die historische zondag in de herfst van ’84 toen hij samen met ongeleid projectiel Jeffrey Lee Pierce op de affiche stond te blinken van het Deinse Futurama festival.
Andere oude krakers zoals het uit een feedback wolk aangezogen “When You Smile” en het withete (maar 11 dagen te vroeg geserveerde) “Halloween” sloten wonderwel aan bij vers materiaal als “Bullet Holes” en “Recovery Mode”. Toegegeven, laatstgenoemden zijn met voorsprong de meest conventionele nummers uit ‘These Times’ die Steve Wynn even goed op één van zijn solo platen had kunnen droppen. Het meer experimentele spul op dat recentste album zoals “The Whole World’s Watching” en “Treading Water Underneath The Stars” bleef echter op stal want is nu eenmaal lastig te integreren in de set... dachten we.

Die laatste woorden waren amper koud of de groep kwam als eerste bis aandraven met het ruim 10 minuten durende freeform opus magnum “How Did I Find Myself Here”; het bleek hét uitgelezen moment waarop de rotervaren ritmetandem Mark Walton (bas) en Dennis Duck (drums) de rest van de band baantjes liet draaien in een broeierige Madchester groove. Deze psychedelische mindblow katapulteerde de 4AD in één ruk naar 1967, maar voor de afsluiter trapte de band nog dieper op het gaspedaal van de teletijdsmachine om te landen bij de bluesstandaard “See That My Grave Is Kept Clean”.
Blind Lemon Jefferson knikte goedkeurend mee vanop de eeuwige katoenvelden en stelde samen met ons vast dat The Dream Syndicate v2.0 in alle opzichten de verbeterde versie is van zichzelf.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Absynthe Minded

Absynthe Minded – Tweede adem gevonden

Geschreven door


Absynthe Minded is back … De indierockband uit Gent werkt serieus en hard aan een come-back. Bert Ostyn is de spil en richtte de band op in 99. Ze werden tweede in Humo’s Rock Rally 2004 na The Van Jets. In de volgende jaren werden ze één van de betere Belgische groepen met een rits aanstekelijke, gevoelige  en aangrijpende nummers als “ My heroics, Part one ; “Envoi” (ode aan Hugo Claus) en “Papillon”.
Helaas kwam er sleet op de groep en Bert ontbond de groep. Een kleine twee jaar terug kwam Ostyn terug onder zijn naam, wat maar matig onthaald werd .
Het bloed kruipt echter waar het niet verder kan. En kijk, vijf jaar na ‘As it ever was’ was er een reünie en hebben ze tevens een nieuw zesde album uit ‘Jungle Eyes’. De groep kreeg in de bezetting een grondige beurt. Het zijn enkel nog Bert zelf en bassist Sergej van Bouwel die de originele leden zijn.
Absynthe Minded  is momenteel ‘on the road’ om het recente werk te promoten en vanavond had je een uitverkocht Casino in Sint-Niklaas, trouwens één van de tofste zalen in ons landje.

Een stuk krachtiger, furieuzer dan vroeger klonken ze. De nummers volgden mekaar in sneltempo op. Het gitaarwerk van nieuwkomer Toon Vlerick was pertinenter aanwezig dan vroeger. Het meeslepende, melancholische bijna melige werd op de achtergrond geduwd. Er waren amper rustpunten. Zelfs “Envoi” zat in een toepasselijk up-tempo jasje.  Enkel “My heroics” bracht rust, beroering, kippenvel, stilte teweeg. De nieuwe singels “The execution” en “Beam” deden het uitstekend en hielden het tempo strak.
Naarmate de set vorderde was er zelfs heel even ruimte voor wat chaos en distortion. Absynthe Minded is rockminded en durft de pedaaleffects in te drukken …
Na amper 5 kwartier was het helaas afgelopen. Het publiek bleef wat op zijn honger zitten, gezien ze klassenummers als“Papillon” en “Moodswing baby”  niet speelden, wat ons als trouwe fan ontgoochelde ... Jammer.

Duidelijk is dat ze hun tweede adem gevonden hebben en met nieuwe energie er tegenaan kunnen gaan

Reena Riot , aka Naomi Symons, dochter van wijlen Scabs gitarist Fons Symons, was alleen op het podium; enkel gewapend met een elektrische gitaar, ging ze hier bluesy zingend ten onder. Na één nummer was de aandacht van het publiek al
weg en begon het geroezemoes in de zaal. Ook het onhandig en schuchter aankondigen van haar nummers deed haar de das om. Het laatste nummer kondigde ze aan als een harde, maar zelfs dat kwam amper boven het vele gepraat in de zaal. Reena droop dan ook al na 25 minuten af. Een korte set bijgevolg eive geen hoogvlieger …

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

The Dream Syndicate

The Dream Syndicate - Wynn for Life!

Geschreven door

The Dream Syndicate - Wynn for Life!
The Dream Syndicate
Depot
Leuven
2017-11-03
Geert Huys

De achteruitkijkspiegel van de popgeschiedenis is onverbiddellijk. De meeste bands die na een paar decennia radiostilte nog eens een album ophoesten storten zich doorgaans in een risicovolle onderneming die gedoemd is om op een artistieke sisser uit te draaien. Met ‘How Did I Find Myself Here?’ heeft het Amerikaanse indie instituut The Dream Syndicate zonet voor dé uitzondering op die ongeschreven regel gezorgd.

Wat in 2013 nog leek op een éénmalige reünie bleek achteraf de eerste steenlegging van een vijfde volwaardig studio album, 29 jaar na de redelijk onderschatte zwanenzang ‘Ghost Stories’. Met de onvolprezen frontman Steve Wynn als quality manager van dienst werd het ‘oude wijn in nieuwe zakken’ syndroom feilloos omzeild. Wie afgelopen vrijdag de weg vond naar Het Depot in Leuven kan het beamen: ‘How Did I Find Myself Here?’ klinkt vertrouwd maar toch vernieuwend, beheerst maar toch gretig, hors categorie en dus toch maar weer voer voor de eindejaarslijstjes.
De zware wallen onder de ogen van een opvallend tengere Steve Wynn verraden dat de herenigde veteranen op het eind van een intense Europese tour zitten. Tijdens zijn solo optredens (met of zonder The Miracle 3) ontpopt Wynn zich doorgaans al snel tot een goedlachse entertainer, maar The Dream Syndicate is andere koek. Het eerste halfuur in Leuven staat stijf van spanning en dreiging, en contact met het publiek is er amper. De groep begint wat onzeker, maar wint met elk volgend nummer zienderogen aan scherpte en impact. Tussen de onheilspellende opener “Halloween” en de ontstuimige nieuwelingen “The Circle” en “80 West” gaapt een kloof van 35 jaar, maar toch vormen ze een perfect match. Het lijkt meteen ook de conclusie voor de rest van de avond: krakers uit de legendarische Paisley Underground periode en nieuwe nummers wisselen elkaar in ijl tempo af en gaan nagenoeg naadloos in elkaar over.
Na een halfuurtje herinnert Wynn zich plots dat hij en zijn makkers in 2013 op ditzelfde podium één van hun eerste Europese reünieshows hebben gespeeld, en vanaf dan lijkt de ban wonderwel gebroken. De hitsige gitaarduels tussen Wynn en het veel jongere snarenwonder Jason Victor (tevens diens trouwe sidekick in The Miracle 3) geruggesteund door de ervaren ritmetandem Mark Walton (bas) en Dennis Duck (drums) waren toen de sterkhouders van The Dream Syndicate v2.0, en die mayonaise pakt nu nog steeds. Oudjes “Burn” en “Armed With An Empty Gun” lieten er geen twijfel over bestaan: de muzikale progenitors heten nog steeds The Velvet Underground en Neil Young & Crazy Horse. Was dit dan dezelfde strakke show als vier jaar geleden? Neen, want Wynn haat nu eenmaal herhalingsoefeningen en haalde daarom zijn Paisley maatje en keyboards maestro Chris Cacavas (ex-Green On Red en co-producer van de nieuwe plaat) als vijfde man aan boord om wat extra shades of grey toe te voegen. Het met fraaie pianoriedeltjes versierde rustpuntje “Just Like Mary” won hierdoor aan subtiliteit, een bijna onherkenbaar “Medicine Show” schakelde twee versnellingen hoger en kreeg een dosis Suicide madness toegediend, en tijdens het ruim tien minuten durende titelnummer van het nieuwe album waagde de groep zich aan een freaky psychrock workout met Cacavas in de rol van Doors icoon Ray Manzarek.
De namedropping werkte even goed in de omgekeerde richting. Neem nu het kale baslijntje dat “That’s What You Always Say” op gang trok, daar hebben Pixies ooit een halve carrière op gebouwd. Of de opgefokte countrypunk van “The Days Of Wine And Roses” met Wynn in de wat atypische rol van manische predikant: dichter bij generatiegenoten The Gun Club is The Dream Syndicate nooit meer geraakt. Deze signature song is sinds jaar en dag de traditionele afsluiter van het hoofdmenu, maar elke doorgewinterde fan weet dat Wynn altijd een bisronde of twee in petto heeft.
Tijdens dat fameuze laatste halfuur volgden hoogtepunten én verrassingen elkaar in ijl tempo op. Het beste nummer vanop de nieuwe schijf, “Glide”, kreeg een shoegaze anorak aangemeten door feedback wizard Jason Victor en haalt de donkerste observaties van Wynn naar boven: “At this place where I’m hanging now.
Corruptible, destructible. Capable of breaking, being broken. I may not be ready for what you’ve got to give”. En wat dan te denken van het door Wynn solo aangesneden “When The Curtain Falls”, het afsluitende nummer van ‘Ghost Stories’ (’88) waarna The Dream Syndicate zichzelf ruim een kwarteeuw lang het zwijgen zou opleggen. In cult classic “Boston” zat een flard van Tom Petty’s “Refugee” verwerkt, een woordenloze knipoog én een kippenvel tribute aan één van Wynn’s muzikale helden.

De indie veteranen besloten de avond daar waar het allemaal begon. Het onheilszwangere “When You Smile” en de garagepunk uppercut “Definitely Clean”, beiden uit de onvolprezen debuutschijf ‘The Days Of Wine And Roses’ (’82), maakten de twee uur grasduinen from past to present netjes vol. In Leuven werd alles wat we vooraf hoopten zonder dralen bevestigd: de levensvatbaarheid van The Dream Syndicate v2.0 is geen fake news maar een onvervalste Wynn for life.

Organisatie: Depot, Leuven

Synopsys

Le Temps Du Rêve

Geschreven door

Ik heb het altijd al spannend gevonden om een album in handen te krijgen waarvan ik niet weet wat voor muziek ze maken, wie ze zijn en wat ze voor staan. De hoes bekijken, de muziek opleggen en ontdekken welke klankkleur en stijl er op je afkomt. Het heeft iets van een ontdekkingsreis. Soms hou ik bewust alle info achterwege tot ik alles eens goed beluisterd heb. Zo ook met deze release.
Als ik zo de hoes bekijk (er lijkt een of andere planeet op te staan) en de titel (‘Le Temps Du Rêve’) dan vermoed ik dat we waarschijnlijk atmosferische post rock zullen horen. Mijn intuïtie bedriegt mij niet. Opener “Morning In The Wilderness” is een langzaam opgebouwde atmosferische post-rock song. Lange instrumentale stukken, spaarzame vocals met hier en daar een kleine muzikale uitbarsting. Ze maken muziek zoals we die ook kennen van bands zoals Explosions In The Sky, Isis, Slint etc… De openingstrack kan mij in elk geval bekoren. De volgende track “Reverie Of Rising Star” bevat meer vocals en begint iets heavier dan de opener. “Impulse” is een korte, instrumentale track dat als basis een diepe cello heeft, aangevuld met wat percussie en een dubbele bass. “Into The Abyss” breekt met sommige meer lieflijk klinkende songs op dit album en is een donkere en desperaat klinkende song. Zo glijden we van de ene song in de andere.
Synopsys, een Frans ensemble dat sedert 2009 actief is, heeft met ‘Le Temps Du Rêve’ een kwalitatief en gevarieerd atmosferisch stukje post-rock afgeleverd. Een aanrader voor wie van dit genre houdt. Verkrijgbaar op vinyl, cd en mp3 via hun website of bandcamp.

Absynthe Minded

Boomtown 2017 – van 17 t/m 22 juli 2017 - Absynthe Minded - Nog niet volledig op dreef!

Boomtown 2017 – van 17 t/m 22 juli 2017 - Absynthe Minded – Nog niet volledig op dreef!
Boomtown 2017 – Absynthe Minded
Handelsbeurs
Gent
2017-07-17
Stan Vanhecke en Astrid De Maertelaere

Absynthe Minded – Boomtown afgetrapt!

Absynthe Minded mocht maandagavond het startschot geven voor de nieuwe editie van Boomtown op de Gentse feesten. Veel nieuwsgierigen zakten af naar de Handelsbeurs om Absynthe Minded te zien en een paar van de nummers van hun nieuwe langspeler, ‘Jungle Eyes’, te ontdekken. Dat album komt uit in oktober dit najaar.

Openen deed Bert Ostyn en de zijnen met “Mr. Boom”. Niet onmiddellijk het meest catchy nummer om hun set mee te beginnen, maar de band bewees wel dat ze in de nieuwe samenstelling al prima samen kunnen spelen. Daarna kregen we “Who’s on First”, waarin we Absynthe Minded heviger hoorden dan sommigen misschien hadden verwacht. Maar in “Space” kregen we dan uiteindelijk toch die breekbaarheid die we in de eerste nummers wat misten. De fijne keyboardtonen en Bert Ostyn klonken voorzichtiger, maar de song was daardoor beter opgebouwd, zachter en simpelweg mooier. We kregen gelukkig ook de nieuwste nummers van album ‘Jungle Eyes’ te horen. Maar met “Beam” overtuigde de groep echter niet. Het is een heel gewoon nummer, zo eentje die je ook op een talentenshow op school hoort. Beetje rock, beetje poppy, beetje gitaartjes, beetje inhoud.
Gelukkig kon het publiek hun hart ophalen tijdens de echte hits. De trage intro bij “My heroics”, de fladderende tonen bij “End of the Line” en het fantastisch herhalende in “Envoi”. Het waren de prachtige ‘ups’ in een optreden met te veel ‘downs’. “Mary” was een oud, hevig en rommelig nummer dat werd opgevist, maar beter in de vijver was blijven liggen. “The Pearl” was nieuw en in dezelfde stijl van de andere nieuwe nummers, dertien in een dozijn.
Wat sprong er dan toch uit van het nieuwere werk? Titeltrack “Jungle Eyes” heeft wel dat poëtische waar we zo van hielden bij het vroegere Absynthe Minded. En “The Execution” is zeker en vast een song met ballen, die we nog zullen horen verschijnen op onze radio. Voor de rest konden we er niet omheen.

Vooraf dachten we met zekerheid een prima optreden te zullen zien, achteraf zijn we niet meer zo zeker. Maar voor een definitief oordeel moeten we misschien wat geduld oefenen tot de release van de nieuwe plaat.

Setlist: Mr. Doom – Who’s on First – Space – Beam – My Heroics – Mary – The Pearl – End of the Line – Jungle Eyes – A Bright Hour – At First Sight – Envoi – The Execution -  Kingpin – The Surrender

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/absynthe-minded-17-072017/
Organisatie: Boomtown, Gent  

Syndrome

Forever And A Day

Geschreven door

Driewerf hoera! Opnieuw een plaatje van Church Of Ra, het collectief rond het iconische Amenra. Dit keer gaat het om Syndrome, het solo-project van Amenra-gitarist Mathieu Vandekerckhove. ‘Forever And A Day’ is al zijn tweede werkstuk na debuut ‘Now And Forever’. Verwacht geen mokerslagen zoals dat bij Amenra het geval is maar wel meditatieve drones en subtiele melodieën die ergens het midden houden tussen ambient en postrock. Dit album telt trouwens ook maar 1 nummer maar dat klokt wel af op iets meer dan dertig minuten. “Forever And A Day” is een melancholische, filmische track  die laagje per laagje wordt opgebouwd en die je als  luisteraar meeneemt op een bijzondere trip. 
Zelf beluisteren we ‘FAAD’ het liefst met een koptelefoon, het geeft nog iets meer cachet aan deze plaat van Mathieu Vandekerckhove. Prachtplaat!

The Dream Syndicate

The Dream Syndicate - Those were The Days Of Wine And Roses

Geschreven door

We stalken de Amerikaanse indierock veteraan en singer-songwriter Steve Wynn nu inmiddels zo’n twee decennia langs clubs, festivals, parochiale centra, cafés, platenwinkels, huiskamers en ja, zelfs tot in kapellen en kerken toe. Waar en met met wie de man ook opduikt, telkens kan hij rekenen op een loyale fanbase die hij te danken heeft aan zijn verleden als bezieler van de legendarische LA band The Dream Syndicate. Met deze prominente exponent van de zogenaamde Paisley Underground scene blikte Wynn in ’82 het debuutalbum ‘The Days Of Wine And Roses’ in, een mijlpaal in het alternatieve gitaarlandschap wiens invloed achteraf nog lang bleef nagalmen in menig repetitiehok, inclusief dat van pakweg R.E.M. en Nirvana.
In september van vorig jaar zou de 30ste verjaardag van de plaat aanvankelijk met slechts één reünie concert in Spanje worden herdacht. Deze one-night stand smaakte echter meteen naar meer, met als resultaat dat Wynn en zijn oude makkers de komende weken opnieuw in een trits Europese steden worden gesignaleerd.
De opgefriste Leuvense concerttempel Het Depot kreeg afgelopen donderdag de eer om met The Dream Syndicate meteen een legendarische naam op de lichtkrant boven de ingang te projecteren.

Anno 2012 heeft de herenigde Dream Syndicate naast Steve Wynn voorts ook nog de vertrouwde ritmetandem Dennis Duck (drums) en Mark Walton (bas) in de rangen, verder aangevuld met snarenwonder Jason Victor uit Wynn’s vaste begeleidingsband The Miracle 3. De manier waarop dit gezelschap hun set had opgevat leek opvallend veel weg te hebben van een rijkelijk gevuld viersterren-menu.
In het eerste deel kreeg het overwegend 40+ publiek een uitgebreid buffet aan aperitiefhapjes voorgeschoteld uit de laatste drie Dream Syndicate platen: ‘The Medicine Show’ (‘84), ‘Out Of The Grey’ (‘86) en ‘Ghost Stories’ (‘88), waarna met de integrale versie van ‘The Days Of Wine And Roses’ de hoofdschotel werd opgediend.
De groep stak van wal met het van Blind Lemon Jefferson geleende “See That My Grave Is Kept Clean”, de countryrockabilly van “Daddy’s Girl” en het strakke FM rock anthem “Forest For The Trees”. Het zijn stuk voor stuk nummers waarvan de meeste doorgewinterde Dream Syndicate fans voor het eerst in 25 jaar nog eens live konden proeven, en hier gelukkig werden ontdaan van het overbodige laagje productionele vernis dat de oorspronkelijke studioversies wel eens durfden te ontsieren. Vooral Jason Victor, de junior in het gezelschap, kreeg van Wynn geregeld carte blanche om naar Neil Young & Crazy Horse lonkende rockers zoals “Bullet With My Name On It” en “Now I Ride Alone” te injecteren met vurig snarengeweld. Gitaargenot van de bovenste plank dus, dat culmineerde in een lang uitgesponnen versie van publiekslieveling “Boston”.
Niet dat we tijdens de eerste concerthelft niet hebben genoten van Wynn & co’s trip down memory lane, toch diende het eerste echte kippenvelmoment zich pas aan toen de groep zich na goed drie kwartier uiteindelijk op de integrale versie van ‘The Days Of Wine And Roses’ stortte. De inleiding was op zich reeds bepaald beklijvend te noemen. De ritmesectie hield zich even koest terwijl Wynn en Victor dicht tegen elkaar gingen aanleunen voor een snelcursus tegendraadse notenleer. Prompt hing er onheilszwangere atmosfeer in de zaal, en heel eventjes waanden we ons zelfs de stille getuigen van een onuitgegeven demo die Lou Reed en Sterling Morrison in het repetitiehok van The Velvet Underground  in elkaar hadden geflanst. De spanningsboog mondde uit in de beginnoten van openingsnummer “Tell Me When It’s Over”, een muzikale kruisbestuiving tussen de jingle-jangle gitaarpop van The Byrds en het rauwe nihilisme van (alweer) The Velvet Underground.
De hoogtepunten volgden elkaar daarna in ijl tempo op, kon ook moeilijk anders wanneer één van de meest bepalende schijven uit de USA gitaar underground scene van voor naar achter én zonder veel blabla worden opgediend. De storyteller en grapjas in Wynn had vanavond immers duidelijk plaats geruimd voor zijn gitaarheld alter ego.
Tijdens “That’s What You Always Say” en persoonlijke favoriet “Halloween” kon de veteraan lekker loos gaan, en ook zijn oude makkers Duck en Walton klonken net dat ietsje hechter en puntiger dan tijdens de eerste concerthelft. Bovendien hadden de heren bepaalde songs van een extra scherp randje voorzien en zo de 30 jaar oude studioversies extra nieuw leven ingeblazen.
Zo kreeg “When You Smile” een dissonante feedback intro mee van Jason Victor, en kwam The Dream Syndicate nooit eerder zo dicht in de buurt van punkrock als tijdens het ontregelde “Then She Remembers”. Wynn informeerde voor alle zekerheid of er Black Flag T-shirts in de zaal aanwezig waren, maar dat bleek al bij al nog mee te vallen. In afsluiter “The Days Of Wine And Roses”, een cowpunk anthem avant la lettre, werd dan weer een flard van de evergreen “Who Do You Love” verwerkt.
En nog was de koek niet op. Het eerste bismoment werd volledig opgehangen aan het stomende “John Coltrane Stereo Blues” dat afklokte op een slordige 10 minuten. Het gitaargefriemel duel tussen Wynn en Victor laveerde hierbij tussen pakweg Television en Sonic Youth, om maar ergens aan te geven dat beide heren in dit nummer niet vies waren van enige avantgardistische spielerei. Na al dat snarengeweld overheersten bezinning en weemoed de tweede encore ronde. “When The Curtain Falls” klonk dermate donker en bevreemdend dat dit onmogelijk de afsluiter van een geweldige avond kon zijn. Die eer bleek weggelegd voor “Merrittville”, een van melancholie doortrokken brok americana waar alweer Neil Young om de hoek kwam kijken.

Als grappenmaker in Danny & Dusty, Gutterball of The Baseball Project, samen met The Miracle 3 of gewoon in zijn dooie eentje: in welke gedaante Wynn ook opduikt, steeds staat de man garant voor zinneprikkelende sets. In het gezelschap van The Dream Syndicate willen we daar na vanavond ook de term ‘memorabel’ aan toevoegen, met de ‘M’ van Magistraal, Meeslepend en Majestueus.

Steve Wynn had eerder op de avond een paar van zijn Vlaamse vrienden opgetrommeld om het publiek alvast wat te entertainen. Piv Huvluv kreeg de eer om de boel aan elkaar te praten, terwijl Derek en Bruno Deneckere als voorprogramma een intieme akoestische set hadden voorzien. Hun close harmony folkrock riedeltjes luisterden lekker weg, en op het eind was het duo zelfs bepaald indrukwekkend te noemen toen bleek dat ze erg goed overweg konden met Dylan’s “You Ain’t Goin’ Nowhere”.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dream-syndicate-23-05-2013/
Organisatie: Depot, Leuven

 

Absynthe Minded

As it ever was

Geschreven door

Absynthe Minded heeft opnieuw een boeiend album uit, de vijfde al … De cd moet echt niet onderdoen tegenover hun vroegere werk . Integendeel , opnieuw hebben we reeks warme, sfeervolle, broeierige en fris speelse popsongs, gedragen door Bert Ostyn’s emotievolle melancholische stem.
Het combo koos de kaart van de toegankelijkheid , waarin streepjes jazz, folk, gypsy, Balkan en  Oosterse sounds doorsijpelen . De songs “Space” en  “24:7” zijn alvast het uitgangsbord; sfeermakers zijn en blijven de viool, de piano en de toetsen . de creativiteit zit ‘em in de beheerst, pakkende en zwierige kant , en minder in de stijlvarianten. Het is luchtig, dromerig en gevoelig materiaal . Ze weten een breed publiek aan te spreken en de songs hebben een broeierige intensiteit .
Hun muzikaal talent wordt nogmaals aangetoond in een , vijfde ,  overtuigende plaat!

Syndrome

Now & Forever

Geschreven door

‘Now & Forever’ is één lange compositie, een donkere soundscape op de plaat van Syndrome, het project van gitarist Mathieu Vandekerckhove van Amenra .
Een spannende dreiging binnen de ‘drone’ slowcore, met repetitieve, (licht) grommende , duistere ambient soundscapes en tunes, een snijdend, slepend gitaarspel en een sober, ingehouden zang. Syndrome exploreert in de diepte van ons gemoed en nodigt je uit te stappen in hun filmisch, huiverende trip …

http://www.consouling.be 

 

Absynthe Minded

Absynthe Minded: flamberen graag !

Geschreven door

Een dubbel en uitverkocht concert in hun thuishaven Gent… het was feest voor Absynthe Minded die laatste twee stormdagen van februari 2010. Maar echte party animals waren er niet. U en ik, het publiek, waren beleefd aanwezig en heupwiegden even of murmelden wat mee. Lag het aan Absynthe of aan ons? Of aan de twee?

Ze zijn zo ‘in’ momenteel, vooral bij het jonge volkje. Ze wonnen net voor hun dubbele thuisparty nog enkele awards (Cutting Edge, MIA (Music Industry Awards), dus iedereen wou/wil ze zien. Wij zagen ze jaren geleden  - toen ontdekkend en experimenterend op de Nachten - al aan het werk. Onderaan een trap nota bene ! Het stond hen. Ons ook, letterlijk dan. Intussen zijn er al veel noten weggevloeid en nog meer poppy trucjes bijgekomen. Ballades ontloken, de jazzy sound bleef wel wat hangen, de rocklucht snuif je nog op, maar vooral het hitgevoel is er bijgekomen. Hun vierde elpee ‘Absynthe Minded’ (na ‘Acquired Taste’ (2004), ‘New Day’ (2005) en ‘There Is Nothing’ (2007) ) klikt en klit, maar hun concerten in Gent dobberden. Van rustige vastheid (ja, ’t wordt een cliché) naar stevige gitaargolven. Voor ons hadden ze nog wat mogen doorfeesten die avond, maar hun opwarmfase mocht er gerust uit.
Afgelijnd en gecontroleerd, dat etiketteerde dat openingshalfuur en misschien is dat ook wel Absynthe Minded tout court. Niet verwonderlijk dat het feestje dan ook geen extases kende. De meer dan degelijk geperformde nummers gleden over de koppen in de zaal, maar daalden niet neer. Lief en licht. Het waaide over.
We hadden al acht nummers gehad toen het grootste deel van de zaal kreeg waar het voor gekomen was: “My Heroics Part I”, bekroond tot het beste Belgische nummer van de laatste tien jaar. De temperatuur steeg meteen en bleef aangroeien. Met “Moodswing Baby” (hun nieuwe single) volgde meteen een tweede hoogtepunt en “Multiple Choice” stoomde verder om dan in “Envoi” te oreren. “Dead on my feet” en “Plane song” bleven doorgaan en bewezen dat de gevatte – al bleek dat niet uit de bindteksten - singersongwriter Bert Ostyn met Renaud Ghilbert (viool, trompet), Jan Duthoy (piano, hammond), Sergei Van Bouwel (contrabas, basgitaar) en gangmaker Jakob Nachtergaele (drums) oerdegelijke muzikanten rond zich posteert. 
Twee bisnummers en dan nog een ‘tris’ besloten de avond, maar nog altijd met het idee dat het feest nog echt moest losbarsten.

We hadden eerder het gevoel dat we op de stormdag een warm deken rond ons geslagen hadden. Lekker en warm en dat is ok. Maar toch… met zo’n naam. Om absint te drinken wordt in een moderne variant van het ritueel een suikerklontje geflambeerd. Dat misten we.

Play list 1. Mercury 2. Weekend in Bombay 3. Fortune 4. I am a fan 5. Heaven knows 6. Papillon 7. Pretty horney flow 8. People of the pavement 9. My heroics part I 10. Moodswing baby 11. Multiple Choice 12. Envoi 13.Dead on my feet 14. Plane song
Bis 1. There is nothing 2. I like it when you are sad 3.Stuck in reverse

Organisatie: Democrazy, Gent

Absynthe Minded

Absynthe Minded: een warme, aangename, onderhouden avond

Geschreven door

Om een druilerige herfstavond door te spoelen repte ondergetekende zich naar Kortrijk waar 2 vliegen in één klap te vangen waren met de cd voorstelling van Absynthe Minded en de 'nieuwe' locatie van de kreun.
De nieuwe zaal oogde fris en trendy en deed denken aan een mini AB, daar het Gentse vijftal op zich liet wachten werd het nieuwe gebouw van kop tot teen gekeurd en goed bevonden.
Iets voor 21u kwam de band onder leiding van Bert Ostyn bijna geruisloos het podium op en nam plaats achter hun respectievelijke instrument.
Er werd afgetrapt met de opener van hun nieuwe album “If you don't go, I don’t go”, meteen was de toon gezet voor het eerste halfuur waarbij we ahw op een trein zaten met een constante 'lage' snelheid maar waarop het aardig toeven was.
”Multiple choice”, “Heaven knows “( wordt zeker een single) en “Paramount” werden volgens het vaste ingetogen recept gebracht en goed bevonden maar gaven ook weinig duiding van vernieuwing in hun oeuvre.
Na het openingshalfuur met 6 nieuwe tracks was het uptempo “Plane song” een verademing in de set waarin duidelijk was geworden dat de rocky gitaren volledig verdwenen waren en alles nog meer jazzy klonk en de balkan invloeden nooit veraf waren.
Het knappe “Weekend in Bombay” leidde ons naar de Hugo Claus vertolking “Envoi” wat voor het éérste hoogtepunt uit hun set zorgde, kort daarna gevolgd door het onvermijdelijke “My heroics” en het speelse nieuwe “Fortress Europe”.
Lag het aan het makke publiek of de lauwe reacties van de band feit was dat er de hele avond een behouden 'sit and relax' sfeertje hing in Kortrijk.
Eindelijk werd er een versnelling hoger geschakeld en met “Stuck in reverse” en “There is nothing” beiden uit hun vorige langspeler kwam er meer animo en schwung in hun set, we klokten na een kleine 90 minuten reeds af op 17 tracks.

In de bisronde volgden de klassiekers “I like you when you're sad”, “I'm a fan” en “Twisted” wat voor de spreekwoordelijke apotheose zorgde, we zagen een goed geoliede band zonder veel verrassingen volgend het aloude Absynthe Minded recept, een warme, aangename, onderhouden avond.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Absynthe Minded

Absynthe Minded

Geschreven door

Al bij de vorige twee cd’s There is nothing’ en New day’ hadden we het erover dat het Gentse Absynthe Minded een volwassen indruk naliet. Hun broeierige diversiteit van pop, jazz, psychedelica, swing en balkan is mooi uitgewerkt in warme, sfeervolle en fris speelse popsongs, gedragen door Bert Ostyn’s emotievolle melancholische stem. Het smaakvol allegaartje zorgt opnieuw voor een uiterst gevarieerd boeiend album, dat duidelijk in het verlengde ligt van vorig werk. De jazzy Balkanesque aanpak van hun debuut ‘Acquired taste’ is tot een minimum herleid, maar toont de wortels van de bandleden nog aan, wat we horen op “Fortress Europe” en opener “If you don’t go, I don’t go”. Ze weten een breed publiek aan te spreken met de singles “Heaven knows” en “Envoi”; “Dead on my feet” en “Mercury” hebben een broeierige intensiteit. De piano/toetsen klinken duidelijk door op deze nummers, net als bij het intieme “Papillon”. Maar we vergeten de sfeermakers viool, contrabas en bezwerende drums niet, die net het totaalgeluid bepalen van Absynthe Minded. Het zorgt ervoor dat we hier kunnen spreken van een grootse band. Gewaagder gaat de band te werk op “Paramount” en “Multiple choice”.
Absynthe Minded kreeg al een verdiende erkenning met hun vroeger werk; de titelloze vierde onderstreept dit moeiteloos …

Absynthe Minded

Verdiend loon naar werk

Geschreven door
Absynthe Minded, het vijftal onder zanger/componist Bert Ostyn, verbaasde een paar jaar terug met een fris originele sound van grillige pop, jazz, psychedelica, swing en Oost-Europese muziek, bepaald door een breed instrumentarium, en gedragen door de warm, melancholische zang van Ostyn. `Acquired Taste' was dan ook een sterk debuut van deze beloftevolle band.

Ze zijn nu toe aan de derde cd, na `New Day' in 2005, `There is nothing', om te zeggen dat de band veel in z'n mars heeft. Ze zijn gegroeid en hebben een subtiel uitgewerkt en verfijnd geluid, dynamisch, broeierig, sfeervol, dromerig en ingetogen, zonder écht afbreuk te doen van hun muzikale stijldiversiteit. Tja, een beetje zoals Zita Swoon muzikaal is geëvolueerd. Een band die onder elkaar op dezelfde golflengte zit?

Live lichtten ze vorig jaar al een tipje van de sluier, met een paar nieuwe songs (zie live review februari 2006, Zaal Racing, Gavere)

Ze brachten op gretige wijze een gevarieerde, afwisselende set. Ze startten met twee songs uit de vorige cd: het snedige, stevige ?Mary's Hotel? met een fors klinkende vioolpartij, gevolgd door het broeierig, intens bedreven ?New Day?, titelsong van de vorige cd. ?Ask me anything? had een `70's dwarrelend orgeltje en ?I wanna forget? klonk directer. Een krachtig begin! Gas werd teruggenomen op enkele ingetogen songs als ?I like you when you're sad? (kleur door mondharmonica en trompet!) en ?I'll be allright?.

Een terugblik naar hun debuut was er met het jazzy bebop getinte ?People of the pavement?. Een sterke indruk liet de band na, toen ze de akoestische gitaren bovenhaalden op het intieme ?It's all around you?.

De band trok een grilliger luik: Oost-Europese muziek, jazz en swing met songs als ?Pretty horny flow? , ?A great height? en ?I am a fan?. De groep werkte naar een hoogtepunt met de singles ?My heroics, part one? (de ?Mia? song van Gorki!) het dromerig, sfeervolle ?Plane song? en ?Stuck in reverse?, die een sterke opbouw had en mooi werd uitgesponnen. Een klassieker-in-wording en deapotheose, na een klein anderhalf uur.

De groep kon rekenen op een sterke respons en kwam terug voor een drietal songs: ?Silent song?, bepaald door gitaargetokkel en Ostyns emotievolle stem, het sfeervolle ?Your backdoor? en ?Let's be radical?, die het tempo omhoog krikte en avontuurlijk de afwisselende gig van deze grootse band-in-spé besloot. Verdiend loon naar werk!

I Do I Do, een viertal uit het Tieltse, heeft één van de leden van het oude Karate kunnen strikken. De groep bracht een fijne combinatie melodieuze poprock, americana en een vleugje postrock; de groep behield alvast de aandacht met hun broeierige gitaarpoprock.

Organisatie: De Zwerver, Leffinge, Leffingeleuren

Absynthe Minded

There Is Nothing

Geschreven door
Absynthe Minded gunde zichzelf wat meer tijd voor deze derde cd, gezien de voorgangers `Acquired Taste' en `New Day' elkaar snel opvolgden. Het vijftal, onder zanger/componist Bert Ostyn én ooit `onverdiend' tweede in de HRR, verbaasde met een frisse originele sound van (grillige) pop, jazz, psychedelica, swing en Oost-Europese muziek, bepaald door een breed instrumentarium, en gedragen door de warme, melancholische stem van Ostyn.

Absynthe Minded klinkt op `There Is Nothing' compact en éénduidiger. Ze trekken de kaart van de poprock, spannend, broeierig, dynamisch en intiem, ingetogen; ze klinken een ietsje minder gewaagd en gedurfd, doch ze verloochenen hun muzikale variëteit en ideeënrijkdom niet; het is een logische stap, die er mag wezen!

?Plane song?, ?Ask me anything? en ?I wanna forget? hebben de meeste hitpotentie. ?Stuck in reverse? is lang uitgesponnen en is fijn, subtiel uitgewerkt; een hoogtepunt.

Avontuur en swing is er op ?Nowhere to go?, ?A great height? (wat een meezingbaar gehalte!) en op de titelsong; ?Let's be radical? is de meest originele song. ?It's all around you?, Your backdoor? en ?Attitude gratitude? zijn intiem, pakkend en bepaald door akoestische gitaar en Ostyns stem.

`There Is Nothing' bevat opnieuw knap werk van een vijftal, die al driemaal niet ontgoochelt. Ze krijgen terecht het etiket gekleefd van `mag beloond worden'?een grootse band `nog-steeds-in-wording'?!