logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (4 Items)

The Darkness

The Darkness - A Trip Down Memory Lane

Geschreven door

The Darkness - A Trip Down Memory Lane

Twintig jaar geleden braken de broertjes Justin en Dan Hawkins uit Lowestoft (een zielloos kustdorpje in het Noordoosten van het Verenigd Koninkrijk) tot hun eigen verbazing door in Europa en ver daarbuiten. The Darkness was plots hot. Monsterhit “I Believe In A Thing Called Love” weerklonk meermaals per dag in ieder radiostation, en de band won maar liefst drie Brit Awards, waaronder die voor beste album – ook de 4x Platinum voor deze cd mogen we niet vergeten. Het ging snel en hard, maar na het commerciële succes van debuutplaat ‘Permission To Land’ en de verdienstelijke opvolger ‘One Way Ticket to Hell... And Back’, volgde het verval.

Na een korte break-up kwam Justin er echter terug bij, en dat zullen we ook in België geweten hebben. De huidige toer speelt de nostalgische kaart volledig uit, en met Frankie Poullain (in een prachtig kleurrijk pak) op bas en Rufus Tiger Taylor op drums, stond de originele bezetting klaar om een spetterende show af te leveren. Glitter & glammer troef. Onder ABBA’s “Arrival” huppelen de heren het podium van de Ancienne Belgique op, en met “Black Shuck” wordt de toon meteen gezet. De opener heeft werkelijk alles: een zalige gitaarriff, een catchy refrein, en meerdere momenten waarop het publiek luidkeels kan meezingen.
Dit smaakt naar meer. Justin kondigt aan dat ze alle nummers vanop hun doorbraakalbum zullen spelen (inclusief bonustracks!). Teveel van hetzelfde? Ach, tijdens “Get Your Hands Off My Woman” en “Growing on Me” stoort niemand zich hieraan. Er is weliswaar iets meer geroezemoes tijdens de onbekendere nummers als “The Best of Me” en “Makin' Out”. Ook ik vraag me plots af of The Darkness het oprecht meent met hun vaak over-the-top lyrics, of ze een gewoon volledig opgaan in het eighties glam-rock imago dat voor zichzelf creëerden.
Ik vermoed het tweede. Tijdens “Givin' Up” en “Love Is Only a Feeling” wordt nadrukkelijk interactie met de zaal gezocht… en gevonden! Justins bindteksten zijn vaak grappig en soms lichtjes ongepast in dit post-metoo tijdperk, maar op de één of andere manier komt hij ermee weg. Op “Curse of the Tollund Man” wordt het publiek opnieuw bespeeld (“In Italië waren ze enthousiaster, hell, zelfs in Zwitserland waren ze luider”) en wordt er ook in eigen inborst gekeken (“Dit zou onze Bohemian Rhapsody moeten geweest zijn, valt dat even tegen zeg”).
Kan het Freddie Mercury-gehalte van den Justin nog hoger, vraag ik me af? Jawel hoor, tijdens “Stuck in a Rut” haalt hij alles uit de kast: een handenstand, en een nog hogere gil dan de kreten die we van hem gewoon zijn! Wat verder volgt het enige lied van de set-list dat niet op ‘Permission to Land’ staat: een metal-cover van Radiohead’s Street Spirit (Fade Out), met in één ruk een overgang naar “Holding My Own”. Gedurfd, maar geslaagd.
Al dansend en springend gaan ronden we af met “Friday Night” en “I Believe in a Thing Called Love”. Vliegensvlug scheren de heren weg, om enkele minuten later allen in badjes terug te keren! Als toetje krijgen we nog “I Love You 5 Times” (met enkele voorzichtige woordjes in het Frans) en de klassieke afsluiter “Love on the Rocks With No Ice”.

Hard en goed eindigen, zo is de cirkel helemaal rond. De gitaar in de nek of onder het linkerbeen, met ondertussen louter nog een onderbroek aan, Justin is helemaal in zijn element. Met een vette Led Zeppelin-riff middenin de 5-minuten lange gitaarsolo doet Justin doet de AB nog een laatste maal ontploffen. Ik keek omhoog en zag dat het dak er nog net opstond, maar het scheelde niet veel.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Romain Ballez
The Darkness
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/5629-the-darkness-22-11-2023.html

Desiree Mishoe
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/5628-desiree-mishoe-22-11-2023.html

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Darkness

Pinewood Smile

Geschreven door

Op hun debuutalbum uit 2013 presenteerde The Darkness zich als een stelletje in spandex gehulde glamrockers die karikaturale spreidstand-hard-rock speelden. De genrecliché’s werden tot in het oneindige uitvergroot en hun outfit was zo over the top dat zelfs Freddie Mercury er zou van teruggeschrokken zijn. Spinal Tap was nooit veraf, de ganse gimmick weekte bij velen een glimlach los en The Darkness werd met de nodige ironie gretig onthaald bij de Britse pers. De trein was vertrokken, de band was zowaar heel eventjes cool. Tot de lol er af was, natuurlijk.
Dergelijke grapjes hebben immers een beperkte houdbaarheidsdatum, maar dat was buiten The Darkness gerekend. Terwijl de hele wereld toch een beetje smalend deed omtrent dit potsierlijke groepje bleken de heren zichzelf wel serieus te nemen en gingen ze onverminderd door met het maken van hun groteske farinelli-metal.
‘Pinewood Smile’ is nu al hun vijfde album en The Darkness doet gewoon verder alsof er niets aan de hand is. Een gebrek aan vastberadenheid kan je de poedelrockers niet verwijten. De spandex wordt nog wat strakker aangetrokken, de hoge stemmetjes gillen weer iets harder en de riffs wentelen zich alweer royaal in de cliché’s. We horen Kiss, Queen, Judas Priest, Cheap Trick en AC/DC, allemaal soms dik in de stroop gedrenkt.
En toch kunnen we tussen de kitsch en pathos hier en daar een stel degelijke songs bespeuren. “All The Pretty Girls” is dikke fun, het snelle en opwindende “Southern Trains” dendert er lekker in, “Solid Gold” is AC/DC uit de oude doos en “Japanese Prisoner Of Love” is Muse met humor.
Voor de rest vinden we hier natuurlijk ook een paar tenenkrullende ballads, een koppel lauwe popsongs en zelfs een mislukte Beatles pastiche (“Stampede Of Love” is een niet goed te praten verkrachting van het Mc Cartney pareltje “Blackbird”). Maar goed, ‘t is allemaal maar om te lachen.

The Darkness

Last of our kind

Geschreven door

Met ‘Last of our kind’ gaat The Darkness van de broers Dan en Justin Hawkins verder op het pad van voorganger ‘Hot Cakes’: stevige, harde rock met weinig verrassingen. Zeggen dat ze nog steeds lijken op een Queen-cover-band die enkel de afleggertjes en vullertjes van Freddie Mercury brengt, is er misschien wat over. De band werkt duidelijk aan een eigen geluid en een eigen gezicht, maar voor deze ‘Last of our kind’ had de strenge hand van een externe producer misschien wonderen kunnen doen.
De eerste helft van het album is nog best spannend. De openers “Barbarian” en “Open Fire” schieten tegen een hoog tempo uit de startblokken en laten zo het beste verwachten, maar met die twee songs is het meeste buskruit al verschoten. Het derde nummer, titeltrack “Last our kind” kan al veel minder boeien.  Daarna komt nog de knappe intro van “Roaring Waters”, maar de rest van het nummer heeft maar weinig vlees aan het been. De rest van de CD is meer van hetzelfde, maar dan met minder inspiratie, zowel muzikaal als tekstueel.
Mochten we nog in de vorige eeuw leven, dan had de ballad “Sarah O’ Sarah” een mooie single geweest voor de StuBru’s en Radio Donna’s van die tijd en zeker voer geweest voor een Knuffelrock-CD, maar in 2016 lijkt het er eerder op dat de band een ballad zocht als rustpunt voor tijdens de live shows. Op het afsluitende “Conquerors” mag bassist Frankie Poullain als zanger fungeren, maar dat maakt dan weer eigenlijk enkel duidelijk dat de sterkte van The Darkness ligt bij zanger Justin Hawkins.
The Darkness krijgt met ‘Last of our kind’ punten voor volharding en goede bedoelingen, maar veel nieuwe fans zullen ze er niet mee winnen.

The Darkness

Hot cakes

Geschreven door

Dit is het soort platen die je met nodige korreltje zout moet nemen. The Darkness had deze foute metal grap al eens voorgedaan met ‘Permission to land’ in 2003 en dan nog eens met een flauw afkooksel ‘One way ticket to hell…and back’ in 2005. Van ‘Permission to land’ zagen wij snel de humor in, en omdat de plaat bij momenten echt wel rockte lieten wij ons daar gewillig in meegaan. Met diens opvolger hadden we echter al wat meer problemen, wij waren dan ook niet rouwig toen de band daarna in de vergetelheid geraakte en langs de achterdeur verdween.
Na een jarenlange periode van meningsverschillen en ontwenningskuren begon het bij de farinelli’s van de hardrock echter opnieuw te jeuken. Toch maar een derde keer proberen, meenden ze. Superjeanetten als Mika en Scissor Sisters blijven toch ook successen boeken met hun hoge en vaak irritante (toch zeker bij Mika) falsetto stemmetjes, waarom zou Justin Hawkins dat dan niet mogen ? Mika en Scissor Sisters doen het gewoon met kitscherige disco en opgeblazen pop, The Darkness doet het met over the top hard rock, dat is het verschil.
Tussen de cliche’s zitten echter een handvol sterke riffs en potige songs verscholen. De humor en de gitaren van “Every inch of you” halen ons over de schreef ,“Nothin’s gonna stop us” is gewoon een lekkere rocksong en “With a woman” is AC/DC met een gezonde scheut Queen. Radiohead adepten zullen spontane braakneigingen krijgen bij “Street Spirit” die hier een Judas Priest kleedje werd aangemeten, wij vinden die cover vooral grappig.
Elders is het drakengehalte dan weer tergend hoog, “Living each day blind”, “Forbidden love” en “Love is not the answer” zijn ongelooflijke slijmballen die een nefaste invloed kunnen hebben op uw sluitspier. Maar goed, een groep als The Darkness verwijten dat ze foute muziek maken, dat is zo iets als klagen bij de beenhouwer omdat die vlees verkoopt.
Natuurlijk is het er ver over, maar bij Muse is dat ook zo, en die zijn wereldtop. The Darkness is best wel te pruimen, doch liefst in beperkte dosissen.