logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 09 maart 2017 01:00

Nightmare Logic

Power Trip, het beestige hardcore-trash-metal combo uit Texas, pakt op ‘Nightmare Logic’ uit met hondsbrutale metal die recht op doel afgaat. Het allesverwoestende album beukt met volle geweld de deuren in en slaat ondertussen alle ramen aan diggelen. Het staat bol van moordriffs, extreem vette trash-gitaren, bloeddorstige vocals en een pompende ritmesectie die de boel onverbiddelijk aan flarden rijt.
Acht barbaarse songs worden er in een dik half uur met een rotvaart doorgejaagd en ze richten flink wat averij aan. Geen tijd voor franjes of rustpuntjes, laat staan ballads. Er is maar één richting en dat is rechtdoor, alles wat men onderweg tegenkomt wordt meedogenloos verpletterd.
Dit is van de meest furieuze en directe metal die er dezer dagen te vinden is. Hiermee vergeleken is Metallica een loungegroepje en Slayer een balorkest.

dinsdag 14 maart 2017 01:00

Grails - Sfeervolle post-rock noir

Hoewel het al hun vijfde plaat was, kreeg Grails pas onze volle aandacht in 2008 bij de release van het geweldige ‘Doomsdayer’s Holiday’, een album waarop de band een soort filmische heavy post-rock serveerde die ons fel intrigeerde.
Met ‘Deep Politics’ uit 2011 evolueerde het geluid naar een meer psychedelische en zwevende sound met hier en daar wat dubinvloeden. De zware rock werd wat naar de achtergrond geschoven, maar het unieke geluid van Grails bleef ongeschonden. De nieuwe ‘Chalice Hymnal’ lijkt daar het logische gevolg op, een verdere uitdieping van een prachtige eigen stijl die zich perfect zou kunnen nestelen in een cinema-noir omgeving. De songs worden niet zelden ingekleed met strijkers en spreken tot de verbeelding dankzij sterke arrangementen, oosterse invloeden en gevatte tempowisselingen.

De strijkers waren live niet van de partij, en dat zorgde ervoor dat de instrumentale muziek van Grails op het podium toch wat meer teruggreep naar de geestdriftige, vaak hevig rockende sound van de eerste platen. Het had de intensiteit van de stevigste Mogwai of Russian Circles, de avontuurlijkheid van Goat, de psychedelica van vroege Pink Floyd, de finesse van Explosions In the Sky en de flow van All Them Witches.
Grails was echter niet zomaar de zoveelste post-rock band, want geregeld werden andere oorden opgezocht en bij momenten werden de brokken uit de muur gerockt. Hierin speelde spilfiguur Emil Amos trouwens een cruciale rol. Hij manifesteerde zich als een fenomenale drummer, maar voor een kwart van de set liet hij zijn drumstel over aan een ander en bleek hij ook een uitmuntende leadgitarist te zijn. Het was net op die momenten dat Grails leek te transformeren in een heuse hard-rock band waarbij drie gitaren wild tegen elkaar aan schuurden en zo een ferme gelaagde wall of sound verspreidden. Die hard-rock neigde soms stevig naar een inspirerende doom-metal sound, ook niet zo verwonderlijk als je weet dat Emil Amos een tweede onderdak heeft in het doom-metal collectief Om.
Door die wisselingen van instrumenten en van sfeerschepping zat er heel wat variatie en ademruimte in de set. Het ging van hard naar zacht en van subtiel naar onstuimig. Het klonk filmisch, sfeervol en psychedelisch.
Het ganse concert was een uitermate boeiende trip die zowel band als publiek in hogere sferen bracht. Een sympathiek clubzaaltje als Het Bos leende zich bovendien perfect voor dit donkere sfeertje. Missie geslaagd, zeggen wij dan.

Het drumstel fungeerde vanavond wel in een vooraanstaande rol. Niet alleen Emil Amos had zich met zijn fameus slagwerk in de kijker gewerkt, ook support act Anthony Paterra deed dat onder zijn alter ego Majeure. De man creëert zijn albums in zijn dooie eentje en ook op het podium hoeft hij geen gezelschap. De op keyboards en synths gebouwde groovy krautrock had ie op voorhand in de machine gepompt, live hoefde hij maar op de startknop te drukken en hele boeltje te ondersteunen met, het moet gezegd, een portie indrukwekkend drumwerk. In Het Bos kwam hij gedurende een dikke 20 minuten zijn nieuwste werkje ‘Apex’, een drie songs tellende EP, voorstellen. Hij deed dat met verve en had toch wel een flink stuk van de het publiek in zijn greep met dat bezwerend spacy geluid. Vooral de drummers onder de aanwezigen gingen na zoveel geniaal drumwerk vanavond naar huis met een knoert van een minderwaardigheidscomplex.

Als wij even naar de verdere programmatie kijken van Het Bos, dan zie wij nog veel fraais, onder andere Ex-Cult, True Widow, Part Chimp, Briqueville en het legendarische Psychic TV !
Check toch maar even de website van deze fijne club. http://www.hetbos.be

Organisatie: Het Bos, Antwerpen

donderdag 02 maart 2017 01:00

Firefang


Les één voor nieuwe bandjes die een eerste  plaatje uitbrengen : Val met de deur in huis en zorg dat uw eerste song al meteen het kot afbreekt. Dat hebben ze bij het Gentse Firefang goed begrepen, “Crazy” is namelijk een binnenkomer van formaat, een razende brok ontvlambare garage-rock die ons meteen bij de keel grijpt. De manier waarop frontman Steven De Poorter in die helse opener de boel aan flarden schreeuwt, geflankeerd door een muur van ontbolsterd gitaargeweld, is echt wel fameus. Verder verkent Firefang met verve alle uithoeken van de garage-rock en daarbuiten. Bij momenten doen ze dat wild en onstuimig, elders dan weer slepend en emotievol.
De Poorter zijn gitaar is gedoopt in een substantie vervaardigd uit Crazy Horse water aangelengd met een geut Cobain-lotion, een bijtend goedje dat nog eens werd overgoten met een Gun Club buskruitmengsel.
Zelf hebben ze het over garage-grunge. What’s in a name? maar het is nog zo gek niet. We horen flarden Nirvana in “Nothing” en “One Day”, en we herkennen het zwaar onderschatte Come in sluipende songs als “I Sing I Sing” en “In A Home”. Als we het bij hedendaagse groepjes gaan zoeken, dan komen we steevast bij The Wytches terecht, ook zo een bandje die overtuigend uitpakt met een lekker smerige rock’n’roll sound en een hoop kwieke songs.
De garage-rock in Vlaanderen is op vandaag nog maar een eng wereldje, maar we mogen er met Firefang een verdomd sterk bandje bij verwelkomen.


Je mag Helmet gerust een legendarische band noemen, pioniers wat ons betreft. Een band die zichzelf met het onsterfelijke en extreem rauwe ‘Meantime’ in 1992 definitief op de wereldkaart zette. De band creëerde op die mijlpaal een alternatieve en kurkdroge metalsound  die tot ver buiten de grenzen van het genre reikte en hen zeer geliefd maakte bij een steeds groter wordend kransje alternatieve muziekliefhebbers. Nadien heeft Helmet het geweldige ‘Meantime’ nooit meer kunnen evenaren, laat staan overtreffen, maar platen als ‘Betty’ (dat vanavond uitgebreid aan bod kwam) en ‘Monochrome’ (dat dan weer compleet genegeerd werd) kwamen toch aardig in de buurt.

Ondertussen heeft Page Hamilton, bezieler van de band en de enige overgebleven oude krijger, met een stel jonge wolven toch weer een oerdegelijk nieuw album in mekaar gebokst. Op “Dead To The World” duikt de primitieve power van weleer af en toe terug op en wordt die bij momenten een gepast grunge jasje aangemeten.
Hamilton zette de avond in met een jazzy gitaarintro om dan via “Beautiful Love” en “I Know” meteen los te barsten in een spervuur van kolkende riffs, pompende bassen en loeiende gitaren. Nieuwelingen als “Life Or Death”, “Bad News”, “Red Scare” en vooral een gloeiend heet “I love My Guru” kwamen de test heel goed door en nestelden zich als flink uit de kluiten gewassen uitdagers tussen het onverbloemde geweld van de oudere songs.
De Helmet-wall of sound vertoonde geen tekenen van verbrokkeling en Hamilton doorkliefde de moordsongs met zijn overstuurde gitaarsolo’s, waarin het leek alsof vlijmscherpe scheermesjes dwars doorheen de snaren sneden.
Helmet stond er weer, dat was een feit. Een solide band met een volle en harde sound, straight in your face. Hier zat hoegenaamd nog geen sleet op. Het werd naarmate de set vorderde ook alsmaar snediger, beter en heftiger, want Helmet spaarde de gevaarlijkste splinterbommen tot op het laatst. “Turned Out”, “I Know” en vooral de regelrechte klassieker “Milquetoast” kwamen lelijk huishouden in de Kreun. Als klap op de vuurpijl mocht de ultieme Helmet-bom, een verschroeiend “In The Meantime”, de genadeslag toedienen. Voor eeuwig zal dit de song blijven waarmee Helmet in menig geheugen gegrift zal staan, een moordzuchtige krachtstoot van amper drie minuutjes die overal een spoor van vernieling aanricht. Geen betere song om zo een splijtende set te eindigen.

Dit was Helmet zoals we ze het liefst lusten. Rauw, retestrak, loeiend hard en kurkdroog. Alleen een grotere greep uit ‘Meantime’ had ons nog gunstiger kunnen stemmen, maar de uitgebreide en vurige sessie in bed met ‘Betty’ was natuurlijk ook lekker meegenomen.

We hebben toch nog een niet mis te verstane tip voor Hamilton : ‘Meantime’ viert dit jaar zijn 25e verjaardag. Kom godverdomme als de bliksem terug en speel die motherfucker van een plaat integraal met de volumeknop ver over de rooie !
Op Graspop dan maar ?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/helmet-08-03-2017/

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/local-h-08-03-2017/


Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

donderdag 02 februari 2017 01:00

Melodium Rag

‘Melodium Rag’ is de blues in zijnen puren. Het is al de vierde worp van Tiny Legs Tim en de plaat is nog naakter dan diens voorgangers, de stekker gaat er deze keer niet in. Tim De Graeve doet het met enkel een akoestische gitaar, een goudeerlijke bluesstem en de less is more-ondersteuning van de subtiele mondharmonica van Steven Troch. Het heeft letterlijk dus niet veel om het lijf maar des te meer in de onderbuik. Wat hier in zit is een ziel, een rootshart en een stokoude koffer gevuld met het talent van een bescheiden fingerpicking-bluesgod die de genen lijkt te hebben geërfd van Son House, Lightnin’ Hopkins en Woody Guthrie.
Je zou het hoegenaamd niet zeggen, maar dit is Belgisch. België bevindt zich ergens in een afgelegen hutje in het diepe moerassige zuiden van Amerika.
Geef ons een lazy chair en een ferme whisky en we gaan met ‘Melodium Rag’ lekker onderuit zakken.

donderdag 02 februari 2017 01:00

Hypopotomonstrosesquipedaliophobia

Het is ons een raadsel waarom men deze band steevast als noise-band catalogeert. Dit is immers geen hels lawaai maar een weloverwogen cocktail van geflipte hip-hop, eigenzinnige postpunk, binnenstebuiten gekeerde industrial, tegendraadse pop, verhakkelde funk en door de vleesmolen gedraaide triphop. Met hun boeiende en geïnspireerde sound is Hypochristmutreefuzz gewoon niet in één hokje te plaatsen, en dat is nu net de sterkte van deze plaat.
Bij de eerste tonen van “Finger” moeten wij al aan de geniale gekte van Les Claypool denken, terwijl de song dan iets verder middels een aanstekelijk aftands orgeltje richting Gruppo Sportivo afwijkt (voor wie zich deze geschifte Hollanders nog herinnert). Rapmuziek kan ons doorgaans aan onze witte reet roesten, maar hier geraken wij verdomd opgewonden van de dwarse hiphop van “Gums Smile Blood” en “Clammy Hands”, dit is Death Grips in een minder manisch periode, of Show Me The Body met pili pili in hun hol. In het ophitsende “Hypochondria” schuift Nine Inch Nails aan tafel met de jonge Red Hot Chilli Peppers, toen die tenminste nog dynamiet in hun testikels hadden, al dan niet in een sok verhuld. Ook de manier waarop het heftig groovende “One Trick Pony” tot ontploffing wordt gebracht is een hectisch opstootje die onze kop in vervoering brengt.
Wat een heerlijk driftig plaatje. Het kraakt, het botst, het klutst, het spettert, het bruist, het kriebelt en het jeukt, en vooral… het swingt als een extatische goudvis in een glas gin tonic !
Een springlevend album dat bol staat van verrassingen. Spastisch en hyperkinetisch, zeer zeker, maar dat is natuurlijk de bedoeling.

U mocht het ons op voorhand niet kwalijk nemen dat wij een beetje onze twijfels hadden. De nieuwe plaat ‘Oczy Mlody’ ging er nog niet echt goed in, te veel elektronica, te weinig geniale ingevingen. Eerlijkheidshalve dienen we er aan toe te voegen dat we ons huiswerk nog niet goed gemaakt hadden en er gewoon nog de tijd niet hadden voor genomen.
Laat ons stellen dat Flaming Lips op ‘Oczy Mlody’ hun onverzadigbare drang naar vernieuwing en herbronning deze keer wat dieper in de elektronica zijn gaan zoeken en iets minder richting het planetaire universum. Voor ons toch even wennen.

Toch wel eigenaardig, hoezeer Flaming Lips op hun platen steeds andere oorden opzoeken, live houden ze des te meer vast aan dezelfde formule. Maar dit hoeft uiteraard geen slecht nieuws te zijn, aan een succesformule hoef je niet te veel te sleutelen, hoogstens wat nuances aanbrengen.
Al sinds jaar en dag beginnen ze hun set met het geweldige “Race For The Prize” dat naar goede gewoonte ook nu weer het festijn mocht inzetten, kwestie van er meteen de vaart in te brengen. Ballonnen en confetti vlogen  gelijk de lucht in, een felle kleurenorgie maakte zich meester van het podium en psychedelische lichtprojecties pleegden een aanval op onze oogkassen. De geweldige Wayne Coyne kwam ons nog maar eens bestoken met diezelfde trukendoos, maar ook nu weer gingen we probleemloos overstag.
Want wat volgde was een feestje zoals alleen die van Flaming Lips dat kunnen bouwen, knotsgek, fleurig, geschift en alles door een roze bril bekeken nadat men hier en daar zwaar aan de paddenstoelen heeft gezeten. Er stonden trouwens twee van die reuzenpaddenstoelen midden in de zaal, je zal het bij Metallica niet snel zien gebeuren.
Pracht, praal, fonkeling en een flinke dosis kitsch waren nooit veraf vanavond, maar bij Flaming Lips wordt dit altijd met een gezonde dosis humor en zelfrelativering ingekleed. In het nieuwe en prachtige “There Should Be Unicorns” liet Wayne Coyne zich op een levensgrote eenhoorn door de zaal voeren, één van die doldwaze capriolen die je alleen maar bij deze bende kan meemaken. Wayne Coyne had er wel het publiek mee aan zijn lippen hangen en de song zelf klonk fantastisch. Coyne kroonde zich nog maar eens tot God vanavond, maar dan wel een God van de buitenbeentjes, één die ze aanbidden op Mars en Pluto, oorden waar men onbegrensd aan de spacecake kan zitten.
De gong werd uitgerukt voor een pompend en stomend “Pompeii Am Götterdalmmerüng”, een song die herinnerde aan Pink Floyd van toen die nog zwaar aan de hallucinogenen zaten. “The Observer” was een juweeltje, onder een opblaasbare regenboog zorgde Wayne Coyne voor kippenvel op de gitaar, een subtiel en geniaal moment. Wat hierop volgde was zowaar nog adembenemender, het nieuwe “How??” was oogverblindend en grandioos, een fluwelen parel die in combinatie met de schitterende lichtprojecties uitmondde in één van de hoogtepunten van de avond.  
Ook de opgeblazen bol waarin Coyne zich al sinds jaar en dag over de hoofden van het publiek laat rollen werd nog eens bovengehaald, en dit op de tonen van David Bowie’s “Space Oddity”, een song die geboren leek om in deze interplanetaire set binnen te sluipen, een betere coverkeuze hadden we ons gewoon niet kunnen indenken.
Zowat bijna de ganse avond trok Coyne het laken naar zich toe, we zouden haast vergeten er nog een stelletje andere schitterende Flaming Lips op het podium stonden. Een band die onder al die felle lichten eerder onopvallend grossierde in geschifte psychedelica, gestoorde spacerock en bombast met een hoek af. Wat te denken van de werkelijk fenomenale gitaarsolo in “Feeling Yourself Disintegrate” ? Het was één van de maar liefst zes verrukkelijke songs uit ‘The Soft Bulletin’, het album dat The Flaming Lips in 1999 terug op de kaart zette. Voor de rest putte de groep naast drie nieuwe songs enkel nog uit ‘Yoshimi Battles The Pink Robot’ en ‘At War With The Mystics’. Een beetje jammer vonden wij het dat The Lips briljante albums als ‘Embryonic’ en ‘The Terror’ volledig links lieten liggen. Maar goed, sublieme vertolkingen van “The W.A.N.D.” en “A Spoonful Weighs A Ton” legden ons gewoon het zwijgen op. Het feest was zo ook al compleet.

Flaming Lips waren vanavond volledig hun eigen zelve, prettig gestoord, een gezonde janboel, een fel gekleurd totaalspektakel en vooral een geestverruimende verademing in deze barre Trump tijden.
Mocht de wereld er in het echt uitzien zoals The Flaming Lips die voorstellen in hun act, we zouden met zijn allen vrolijk huppelend door het leven dartelen. En ondertussen zwaar aan de bollen zitten, natuurlijk.
De Efteling voor volwassenen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-flaming-lips-03-02-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/georgia-3-2-2017/

Organisatie: De Roma, Antwerpen

donderdag 19 januari 2017 01:00

Spank EP

Opmerkelijke rockgroepen uit Zwitserland kan je makkelijk op één hand tellen, je mag zelfs een paar vingers mankeren. De enige band die wij ons zo direct voor de geest kunnen halen is The Young Gods, maar het is ook alweer jaren geleden dat die nog een teken van leven hebben gegeven, eerlijk gezegd vrezen wij zelfs dat ze morsdood zijn.
Er is echter beterschap op komst. Er komt nu bijvoorbeeld toch al een tijdje het puike bandje Peter Kernel van achter de bergen piepen, een duo die afgelopen december nog in de Brussels Botanique stond met hun landgenoten van Viruuunga als support Act.
Het is van het duo Viruuunga (neen, er scheelt niets aan ons toetsenbord, het wordt gewoon zo geschreven) dat er hier nu per postduif een EP’tje op onze desk is beland, en het dingetje is uw aandacht meer dan waard.
Twee heren en een ijverige drummachine houden ons klaarwakker met vijf avontuurlijke lappen gedreven rockmuziek. Viruuunga begeeft zich in 25 minuutjes op verschillende terreinen maar bewaart toch een boeiende eigen sound. Wij durven gerust beweren dat opener “Harry” een staaltje geslaagde hedendaagse krautrock is, dat “Catastrophe” een zinderende track is die zich kan meten met het betere werk van All them Witches, dat “Dissonant” sterk knipoogt naar Sonic Youth zonder daarbij op zijn bek te gaan en dat afsluiter “Going North” zich vrijblijvend bedient van eighties gitaartjes die bij Killing Joke zijn gaan solliciteren.
Het kan ook langzamer als het moet, het lange “Broken Glasses” sluipt tergend traag naar zijn prooi, maar doet dit met een constant aangehouden spanning dat we er draaierig van worden.
Zo zorgen vijf voltreffers voor een verduiveld sterk EP’ tje.
In hun concertplanning lezen wij dat de heren op 15/02 in Café Central te Brussel staan. Ze zijn maar met twee, dus je kan er nog wel bij.

vrijdag 16 december 2016 01:00

Clutch – Boenk er op!

Opwarmers van de avond : Valient Thorr. Leuk voor eventjes. Een band die we een beetje mogen beschouwen als een grap in de trend van Steel Panther, The Darkness of Airbourne, maar dan iets rauwer. Een handvol clichés op een hoopje gesmeten, langharig tuig, piepende gitaarsolo’s, wijdbeense rock’n’roll poses en een zanger gehuld in boksbotjes en bloot bovenlijf. De kerel, die ons een beetje deed denken aan Blaine Cartwright van Nashville Pussy, zong constant uit de maat maar zijn enthousiasme werkte enorm aanstekelijk.
Valient Thorr nam zichzelf niet al te serieus en was daarom best wel te pruimen.


Mocht u van Clutch nog nooit gehoord hebben, dan is dat nog zo abnormaal niet, wel des te jammer. De stevige Amerikaans band is al een dikke twintig jaar actief en heeft in die periode al een deftige hap krachtige rockplaten uit de grond gestampt, maar door de Europese media werden die allemaal straal genegeerd. Clutch bouwde hier toch gestaag een trouwe aanhang op, en dat is volledig te wijten aan hun formidabele live reputatie. Wie Clutch voor de eerste keer live heeft gezien schreeuwt het gewoon van de daken en brengt de volgende gegarandeerd keer een stel nieuwe gegadigden mee.
Clutch plukte vanavond royaal uit hun laatste twee voortreffelijke platen ‘Earth Rocker’ (2013) en ‘Psychic Warfare’ (2015). De band stak furieus van wal met daaruit een kwartet extreem potige hardrock-songs als “Cyborg Bette”, “Decapitation Blues”, “Crucial Velocity” en “Firebirds”. Songs die live stuk voor stuk nog heftiger, heter en kordater klonken dan de albumversies. Een moordende inloopronde was het, met de deur in huis vallen noemen ze dat.
Dat Clutch ook met glans uit een andere vaatje kon tappen ondervonden we toen zanger Neil Fallon een gitaar omgorde en daarmee de geweldige gortige blues ‘Gravel Road’ uit zijn mouw schudde. Ietwat verder zette Clutch dan de meest vette funk neer in “Struck Down” waarmee ze groovy as hell klonken. In “10001110101” kwamen ze met een heuse portie kwieke southern rock opzetten, inclusief een lekker seventies orgeltje. Al die songs ontpopten zich tot heuse publiekslievelingen, hier stond duidelijk een bende trouwe aanhangers in de zaal. Fans die ook nog eens volledig uit de bol gingen op de gloeiende rock van “The Mob Goes Wild”, “Earth Rocker”, “X Ray Vision” en “A Quick Death In Texas” dat bruiste als het vetste van Monster Magnet.

Anderhalf uur raasde Clutch lustig door, ze gunden ons maar weinig tijd om te ademen, laat staan om te gaan pissen. Hun meest bronstige bluespaard hadden ze bewaard tot op het laatste. In de ultieme kraker “Electric Worry/ One Eye Dollar” zette Clutch nog eens alle deuren en versterkers wagenwijd open en ging de zaal compleet overstag. “De beste bluessong die je ooit op een podium kan meemaken”, hadden we ons door een ingewijde laten vertellen, en wie zijn wij om dat te ontkennen?


Clutch ! Machtige band.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 01 december 2016 01:00

Dead To The World

Zo rauw als de gortdroge metal van het ongenaakbare ‘Meantime’ zal het nooit meer worden, maar dit is geen reden om de nieuwe Helmet links te laten liggen. De sound mag dan al een stuk cleaner en melodieuzer zijn, dit blijft een herkenbaar Helmet geluid met urgente gitaren en stevige songs. Page Hamilton schopt misschien niet meer zo wild om zich heen en hij klinkt bijlange niet zo kwaad als op ‘Meantime’, maar hij houdt de vinger aan de pols met straight forward vocalen en dito riffs.
Helmet is geëvolueerd naar een wat gevarieerder geluid met oog voor melodie, maar hun roots met felle alt-metal komen nog geregeld aan de oppervlakte piepen, getuige de forse openers “Life Or Death” en “I Love My Guru”. De nineties hangen nog serieus rond in dit album, songs als “Red Scare” en “Drunk In The Afternoon” doen met hun slepende en zware gitaren denken aan de betere grunge-klanken van Alice In Chains en Soundgarden.
Heel even doet Helmet ons schrikken, “Expect The World “ zet in als iets van Foo Fighters tot een logge gitaar komt binnenvallen en de song alsnog doet overhellen naar de goeie kant van de balans. “Look Alive” lijkt ons dan misschien wel iets te soft voor een band van hun kaliber, maar het gaat nu ook niet echt de dieperik in.
Eén keer maar slaan de heren de bal volledig mis, met name in de Elvis Costello cover “Green Shirt”, geen idee wat hiervan de bedoeling was, het is in ieder geval een merkwaardige en onbegrijpelijke  ommezwaai op een voor het overige behoorlijk sterke Helmet plaat.
‘Dead To The World’ is zeker geen ‘Meantime’, wel eentje die mag mee spurten voor de titel van beste tweede.
Helmet is dus duidelijk terug, en als u deze legendarische alt-metal iconen nog eens aan het werk wil zien krijgt u volgend jaar uitgebreid de kans. Ze doen ze maar liefst drie keer ons land aan, op 09/02 in De Casino (St Niklaas), op 07/03 in het Depot (Leuven) en op 08/03 in De Kreun (Kortrijk).

Pagina 32 van 113