logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 18 oktober 2012 02:00

Jake Bugg

De wereld heeft nood aan een nieuwe Dylan, zeker nu de ouwe met het bedenkelijke ‘Tempest’ een laatste weinig hoopgevende stuiptrekking heeft gelost.
Er staat er hier eentje aan de deur te kloppen. De piepjonge Britse singer/songwriter Jake Bugg heeft met zijn veelbelovende titelloze debuutplaat een sterk visitekaartje afgeleverd. In eigen land heeft hij een duwtje in de rug gekregen van NME en van Noel Gallagher, wat hem uiteraard geen windeieren heeft gelegd. Hij was er zonder die omhooggevallen referenties ook wel gekomen, want er schuilt een berg talent in deze jonge snaak.
Het is haast niet te geloven dat zo een snotneus kan teruggraven naar een akoestisch en primitief geluid via poedelnaakte songs die op een ambachtelijke manier zijn gesmeed.
De uiterste fris klinkende uptempo songs (“Lightning bolt”, “Two Fingers” en “Taste It”) zitten vooraan en verraden een gezonde liefde voor Britpop, Jake Bugg zijn vocale prestaties neigen soms naar Alex Turner (Arctic Monkeys) en dat zit die nummers als gegoten.
Het is pas na een vijftal songs dat de Dylan in Bugg naar boven komt, en die doet dat heel overtuigend. Het bloedmooie “Broken” is om stil van te worden, het is een wonder dat zo een parel uit de mouw van een achttienjarige wordt geschud. In de folkblues van “Trouble town” en het krakende “Fire” (waarin de geest van Robert Johnson rondhangt) graaft hij nog dieper in het verleden, naar de tijd dat zelfs zijn grootvader nog in korte broek rondliep. Melancholische en uiterst knappe ballads als “Ballad of Mr Jones” en “Slide”, waarin Bugg’s stem hemels klinkt, doen ons denken aan het uiterst prachtige en helaas ook zwaar onderschatte I Am Kloot, ook zo een groepje die niet hoog oploopt met de nieuwste trends en het begrip song hoog in het vaandel draagt.
Enkele uitschuivers niet te na gelaten (een matig “Seen it all” en een melig “Simple as this”)  is dit een waarlijk knap debuut waarin Jake Bugg zichzelf in één ruk promoveert tot één van de meest beloftevolle singer/songwriters van zijn generatie.
U kan er getuige van zijn tijdens een intiem concertje op 3 maart in de Botanique. Maar eerst het plaatje aanschaffen (en laat die laatste van Dylan maar in de bakken zitten, hij is uw zuurverdiende centen niet waard).

donderdag 11 oktober 2012 02:00

The Seer

 

Al jaren maken Swans zwartgallige, tegendraadse, zwaarmoedige, onheilspellende en apocalyptische muziek, dit al vanaf begin jaren tachtig. De kans is zeer klein, zoniet onbestaande, dat u deze groep al eens op de radio gehoord heeft, laat staan dat ze een hit zouden gemaakt hebben. De band, die het geesteskind is van songwriter Michael Gira, grossierde steeds in donkere genres als no wave, industrial, noise, pikzwarte ambient en al wat daar nog onder ligt.

Met het in 2010 uitgebrachte ‘My father will guide me up a rope to the sky’ kwamen ze terug na een stilte van meer dan 10 jaar en meteen bleek dat ze nog niets van hun duistere krachten hadden ingeboet.
Met ‘The Seer’ hebben ze ook nu weer een hoogst indrukwekkend epos gesmeed, het is een weinig hapklare brok geworden die maar liefst 120 minuten uw brein teistert. Neem er uw tijd voor, dit is niet bepaald easy listening. Als u gewoon bent om naar plaatjes van Coldplay, Kings Of Leon of Linkin Park te luisteren, haak dan maar meteen af.
Zo draaft de titeltrack maar liefst 32 angstaanjagende minuten door en blijven de onweerswolken de ganse tijd als gieren boven de song hangen. Of wat te denken van ‘A piece of the sky’ dat begint met twee minuten regengekletter gevolgd door nog eens een tergend lange aanhoudende dreiging van bloedende instrumenten die elke vorm van ritme schuwen om pas na 10 minuten om te schakelen naar wat we voorzichtigheidshalve een song zouden durven noemen.
 “93 Ave. B Blues” is niets minder dan een wandeling door een spookhuis en “Avatar” is een bezwerende brok onheil. Om toch nog eens wat beter te kunnen ademhalen wordt bij wijze van verpozing een iets rustiger weiland betreden met de mijmeringen “The daughter brings the water” en “Song for a warrior” (met een prachtige Karen O als vertolker van de zwanenzang).
Wie de 120 minuten van ‘The Seer’ in één ruk kan uitzitten zal er verward, begeesterd en verweesd uitkomen, doch alweer een ervaring rijker, één die nergens thuis te brengen is.

Onze tip : Ga ergens in een godvergeten gat, kilometers weg van de bewoonde wereld, een ouwe vervallen Middeleeuwse burcht opzoeken, begeef u naar de diepste kerkers van het lugubere gebouw, ga daar in je eentje op de kille grond zitten en jaag ‘The Seer’ loeihard door uw koptelefoon. De tijd van uw leven. En als je daar Michael Gira tegenkomt, doe hem de groeten.
Huiveringwekkende plaat.

donderdag 11 oktober 2012 02:00

Circles

Moon Duo is het groepje van keyboardspeler Sanae Yamada  en songwriter/gitarist Ripley Johnson, tevens frontman van Wooden Shjips. Derde groepslid is een drumcomputer die, gezien het repetitieve karakter van de songs, regelmatig in de repeat stand mag staan.
De muziek van Moon Duo ligt ook niet echt mijlen ver weg van Wooden Shjips, iets meer krautrock misschien en iets minder psychedelica. Voor ons heeft het quasi dezelfde verslavende werking, en dat dankzij de immer voortdrijvende ritmische onderbouw van orgel en synths met daarbovenop die borrelende gitaren en de ingehouden vocals van Johnson.
Praktisch elke song drijft verder op twee of drie akkoorden, maar het stoort niet, dit is nu eenmaal het soort bezwerende muziek die Moon Duo produceert. Alan Vega en Suicide hangen wederom constant in de lucht maar ook het zwaar onderschatte en inmiddels al lang vergeten Wipers, die fantastische band van Greg Sage, dwarrelt in deze plaat rond.
‘Circles’ van Moon Duo is het bewijs dat repetitieve muziek immer boeiend kan zijn. Dat heeft The Velvet Underground destijds aan de wereld geleerd. De volgelingen zijn ontelbaar.

donderdag 11 oktober 2012 02:00

The Sheepdogs

Toen wij de Canadese band The Sheepdogs in de AB aan het werk zagen als support act van Band Of Skulls, hadden wij al door dat het hier een bandje met aardig wat potentieel betrof. Doorgaans weten voorprogramma’s niet bepaald onze aandacht vast te houden, maar dit hier was een welgekomen uitzondering.
The Sheepdogs zweren op deze titelloze plaat (toch ook al hun vierde werkje) bij de flow van de seventies en bij de southern rock van bands als Lynyrd Skynyrd, maar anderzijds weten ze hun songs kort en bondig te houden, wat hen dan ook weer positief onderscheidt van de dinosaurussen uit de seventies. Op vinnige tracks als “The Way it is” en “Feeling Good” neigt de barometer sterk naar The Black Keys, maar elders zit het geluid van the Sheepdogs diep geworteld in de Amerikaanse voornamelijk zuiderse grond, denk aan Allman Brothers, Little Feat en North Mississippi Allstars.
De songs zijn fris en hebben een fijn roots gevoel met respect voor de grote voorbeelden zonder hierbij als lauwe kopieën te klinken. The Sheepdogs weten hier een eigenheid uit te bouwen die hen wel eens op de wereldkaart zou kunnen zetten. Laat ons hopen.

De koerswijziging die Richard Hawley heeft doorgevoerd op zijn schitterende nieuwe plaat ‘Standing At the Sky’s Edge’, waarin de gitaar en prominente hoofdrol in beslag neemt, heeft duidelijk zijn weerslag op diens live set. De man bewees in de AB meer dan ooit een begenadigd gitarist te zijn en bouwde bij momenten een stevige geluidsmuur op. De sterkte van zijn huidige live act is echter dat hij de perfecte harmonie wist te vinden tussen de hartverwarmende schoonheid van zijn vorige werk en de stevige psychedelische gitaarinslag van de nieuwe plaat. Gevolg, op het podium spetterde het en mochten we spreken van een 18 karaats optreden.  

Hawley is een volbloed entertainer. Strak in de leren jekker gestoken en de vetkuif proper in de lijn gelegd zorgde hij voor het nodige rock’n’roll gehalte. Met zijn droge humor en gevatte tussenkomsten kreeg hij het publiek aan het lachen en met die warme stem en een pak te koesteren intieme momenten creëerde hij een adembenemende stilte in de zaal. Faut le faire.
De intieme pracht van “Soldier On” was een eerste kippenvelmoment maar zeker niet het enige. Zelden de AB zo stil geweten. Ook het wondermooie “Open up your door” kroop diep onder de huid en het in krachtige gitaaruithalen openbarstende “Before” was een pareltje. Qua gitaarlessen konden we nog wat leren van het waarlijk schitterende “Remorse Code” waarin Hawley een uiterst fenomenale ingetogen solo uit zijn mouw toverde. En die gitaar van hem mocht al wat onstuimiger tewerk gaan in een furieus “Time wil bring you winter” gevolgd door een splijtend en krachtig “Down in the woods” waarin wij de rif van “1969” van The Stooges meenden te herkennen (check toch maar even uit).
Richard Hawley eindigde ook vanavond weer met het briljante en bloedmooie “The Ocean”, een betere afsluiter konden we ons echt niet voorstellen.

Er zijn zo van die prachtconcerten waarvoor een mens maar niet genoeg superlatieven uit de kast kan halen, dit was er zo eentje.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/smoke-fairies-12-10-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/richard-hawley-12-10-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Live Nation)

donderdag 04 oktober 2012 02:00

The Bloom and the Blight

Het duo Adam Stephens (vocals en gitaar) en Tyson Vogel (drums) hebben 5 jaar na hun titelloze derde plaat een opvallend rauwe en wilde opvolger gemaakt. Beklijvende en doordringende ballads in de aard van ongeslepen pareltjes als “Fly low carrion crow”, “Linger On”, “Waves of grain” en “Some slender rest” zijn er deze keer niet bij. Een beetje jammer misschien, maar in de plaats daarvan is er een volle en krachtige sound gekomen die de ruwheid en de scherpe kantjes van weleer ook nog steeds in pacht heeft.
Two Gallants neigen hier een beetje naar de potentie van grote broers The Black Keys, en dit vooral op vettige catchy rocksongs als “My love won’t wait”, “Ride away” en “Winter’s youth”. Dankzij de schuurpapieren stem van Stephens snijden de songs alweer tot op het bot, maar eigenaardig genoeg is dat niet het geval met de ruspuntjes “Broken eyes” en “Sunday souvenirs”, twee doordeweekse country songs die ons niet echt koeioneren maar die ook niet blijven hangen.
Two Gallants hebben op ‘The bloom and the blight’ een handvol vitale, gevarieerde en snedige rocksongs uit hun mouw geschud, maar voor de intieme en bloedende ballads die we van hen verwachten moeten we u helaas naar hun vorige plaatjes verwijzen.
Op 27/11 in de Botanique. Je vindt ons op de eerste rij.

Revenge of the rock’n’roll monsters met Peter Pan Speedrock, Karma To Burn en Honky
Revenge of the rock’n’roll monsters 2012

Revenge of the rock’n’ roll Monsters is, en dit al voor de vierde keer, een initiatief van het Nederlandse Peter Pan Speedrock. De heren nemen zo steeds een paar van favoriete bands op sleeptouw om samen als een pletwals over de lage landen te scheuren. Dat ze een fijne neus hebben voor de betere bronstige rock, bleek uit hun keuze voor dit jaar met de Amerikaanse boogierockers Honky en de instrumentale woestijnrockers Karma To Burn.

Dat de heren van Honky een ferme boon hebben voor ZZ Top steken ze niet onder stoelen of banken, check de baarden, de Texas hoeden en de zompige boogie sound. Hun nieuwe album ‘421’, het eerste in zes jaren, werd hier inde Vk* voorgesteld, wat waarschijnlijk hun allereerste ontmoeting was met een Belgisch podium. Stevige testosteron boogie rock met vlijmscherpe solo’s, misschien geen al te origineel geluid, maar wel een dijk van een optreden.

En dan was het tijd voor een legende. Hoe graag lieten wij ons alweer onderdompelen in de verzwelgende stonerrock van het almachtige Karma To Burn (zie pics), pioniers die niet te evenaren zijn in de wereld van de hardere instrumentale rock. Het trio moest op het nippertje nog voor een andere drummer zorgen wegens familiale omstandigheden, maar de interimdrummer was perfect op dreef om de bronstige groove-rock van Karma To Burn te ondersteunen. Het trio hakte genadeloos door en zoog ons mee in een uiterst potige set van een uur. Wij waren alweer sterk onder de indruk van die modervette sound en de gortige riffs. Deze band is uniek in wat ze doen. Daar waar andere groepen al snel zouden gaan vervelen met een set vol instrumentale tracks, gaat Karma To Burn bij iedere gitaaraanslag nog meer tot de verbeelding spreken. Geweldig.

Headliners waren dus uiteraard de Nederlandse rammelrockers van Peter Pan Speedrock, een band die al jaren garant staat voor wilde en onstuimige hardrock ergens tussen Motorhead, Nashville Pussy en The Hellacopters in. Niet zo vet als Honky en niet zo indrukwekkend als Karma To Burn, maar wel een luide en vuile rock’n’roll set met evenveel tempo als spelplezier. Na al die jaren toeren staan die gasten van Peter Pan Speedrock nog altijd als een bende jonge wolven het beste van zichzelf te geven. Subtilitiet is niet aan hen besteed, passie voor wilde rock’n’roll des te meer.

De doortocht in de Vk* was meteen het sluitstuk van de Revenge tournee, we durven er een bak Duvel op verwedden dat dit zootje ongeregeld er een bruisend afscheidsfeestje zal op gebouwd hebben ergens in de bruinste kroegen van Brussel.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/karma-to-burn-07-10-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/peter-pan-speedrock-07-10-2012/

Organisatie: Vk* Sint-Jans Molenbeek

donderdag 27 september 2012 02:00

Tempest

‘Tempest’ wordt zowat overal op lovende recensies onthaald, maar wij vinden toch dat den ouwe hier een beetje te veel aan het zagen slaat. De plaat bestaat uit overwegend lange songs die weinig van richting veranderen en zo soms echt te lang voortkabbelen, zeker in het geval van de stroperige titelsong (13 minuten lang, het zijn er zeker 10 te veel). Zet daarop die typisch nasale stem van de bejaarde knorpot en het wordt soms een beetje te veel van het goede. Bovendien zit Bob zodanig met de krop in de keel dat je eerder zou denken dat hij meer door de anus dan door de neus zingt.
Dylan doet zoals steeds wel zijn goesting, hij houdt het bij rootsmuziek en bedrijft folk, blues en country op zijn gemak zonder daarbij één enkele keer uit de bocht te vliegen. Op “Narrow way” mag er al eens gerockt worden, maar de song drijft meer dan zeven minuten door op één simpele riff dat het op den duur op de zenuwen begint te werken. Als een song dan eens wat korter is, dan is het slijmbalgehalte weer te hoog (“Long and wasted years” en alleszins “Tempest”). En een man van dat kaliber zou met de blues toch meer moeten aanvangen dan de zoveelste kopie van de eeuwige Muddy Waters ‘Hoochie Coochie’ riff op “Early roman kings”.
Pas op de mooie ballad “Tin Angel” weet Dylan ons echt te raken zoals hij dat vroeger kon, een song die we, en dat is straf, een plaatsje zouden durven geven naast “The man in the long black coat”.
Als opvolger van de laatste vier voortreffelijke studio platen ‘Time out of mind’, ‘Love and theft’, ‘Modern Times’ en ‘Together trough life’ (het kerstmisgedrocht ‘Christmas in the heart’ even buiten beschouwing gelaten) is dit een ware ontgoocheling.
Nooit gedacht dat we dit ooit zouden durven schrijven, maar Bob Dylan anno 2012 klinkt een beetje saai.

donderdag 27 september 2012 02:00

La Futura

De extreem vuile gitaar waarmee Billy Gibbons op de uiterst potente rocker “I gotsta get paid” de nieuwe ZZ Top inzet verraadt meteen een bende oudjes in bloedvorm. Het moet van ‘Eliminator’ geleden zijn dat we de band nog zo hecht en stevig aan het werk gehoord hebben. Een deel van de pluimen mag op de hoed gestoken worden van producer Rick Rubin die er in geslaagd is om ZZ Top volledig zichzelf te laten zijn en hen terug te brengen naar de spirit en de groove van hun beste dagen. De grom van Billy Gibbons heeft in tijden niet meer zo gevaarlijk uitgepakt en zijn Gibson klinkt roestiger dan ooit.
Amper 10 lellen van rocksongs staan erop, geen vulling dus, en met zijn allen zijn ze uiterst potent en moordend efficiënt. Ze klinken dus allemaal zéér ZZ Top, maar dan de beste ZZ Top in jaren. Dat de riff van een track als “Chartreuse” zeer dicht aanleunt bij hun seventies hit “Tush”, bedekken we met de mantel der liefde. Alles is immers zeer herkenbaar, maar juist daarom ook beresterk, alsof ZZ Top alle balast overboord heeft gegooid en enkel de essentie van de zaak, zijnde simpele en harde blues en rock’n’roll, heeft behouden.
De baarden hebben in eeuwen niet zo fris geklonken.‘La Futura’ krijgt in onze platencollectie een ereplaatsje tussen ‘Tres Hombres’ en ‘Eliminator’.

donderdag 27 september 2012 02:00

Hot cakes

Dit is het soort platen die je met nodige korreltje zout moet nemen. The Darkness had deze foute metal grap al eens voorgedaan met ‘Permission to land’ in 2003 en dan nog eens met een flauw afkooksel ‘One way ticket to hell…and back’ in 2005. Van ‘Permission to land’ zagen wij snel de humor in, en omdat de plaat bij momenten echt wel rockte lieten wij ons daar gewillig in meegaan. Met diens opvolger hadden we echter al wat meer problemen, wij waren dan ook niet rouwig toen de band daarna in de vergetelheid geraakte en langs de achterdeur verdween.
Na een jarenlange periode van meningsverschillen en ontwenningskuren begon het bij de farinelli’s van de hardrock echter opnieuw te jeuken. Toch maar een derde keer proberen, meenden ze. Superjeanetten als Mika en Scissor Sisters blijven toch ook successen boeken met hun hoge en vaak irritante (toch zeker bij Mika) falsetto stemmetjes, waarom zou Justin Hawkins dat dan niet mogen ? Mika en Scissor Sisters doen het gewoon met kitscherige disco en opgeblazen pop, The Darkness doet het met over the top hard rock, dat is het verschil.
Tussen de cliche’s zitten echter een handvol sterke riffs en potige songs verscholen. De humor en de gitaren van “Every inch of you” halen ons over de schreef ,“Nothin’s gonna stop us” is gewoon een lekkere rocksong en “With a woman” is AC/DC met een gezonde scheut Queen. Radiohead adepten zullen spontane braakneigingen krijgen bij “Street Spirit” die hier een Judas Priest kleedje werd aangemeten, wij vinden die cover vooral grappig.
Elders is het drakengehalte dan weer tergend hoog, “Living each day blind”, “Forbidden love” en “Love is not the answer” zijn ongelooflijke slijmballen die een nefaste invloed kunnen hebben op uw sluitspier. Maar goed, een groep als The Darkness verwijten dat ze foute muziek maken, dat is zo iets als klagen bij de beenhouwer omdat die vlees verkoopt.
Natuurlijk is het er ver over, maar bij Muse is dat ook zo, en die zijn wereldtop. The Darkness is best wel te pruimen, doch liefst in beperkte dosissen.

Pagina 71 van 113