logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Suikerrock 2011: DAG 02: Iggy & The Stooges – Deep Purple - Triggerfinger
De kwisvraag van de zomer luidt: noem een festival waar Triggerfinger niet op de affiche staat ? Geen mens die het antwoord weet. Bij een band die zoveel speelt kan het dan ook bijna niet anders dat er eens een minder moment zich voordoet.
In Suikerrock zat het Triggerfinger ook niet echt mee. Ruben Block vroeg zich meermaals terecht af waarvoor de lege ruimte voor het podium moest dienen. In Suikerrock noemt men dit ‘The Golden Circle’ en het dient alleen maar om extra geld (15 EUR bovenop de normale ticketprijs !) uit de zakken van de echte fans te halen (en dan voornamelijk de Iggy fans, omdat die weten dat ze daar moesten zijn wilden ze bij the godfather of punk op het podium geraken).  Zo kweekte men een hoop ergernis bij de modale festivalganger en dus ook bij de artiesten zelf. Ruben Block had overschot van gelijk.
Om toch nog even op de set van Triggerfinger terug te komen. Ja, het was alweer strak en hard, maar hun memorabele passage op Rock Werchter stond nog te scherp in ons geheugen gegrift waardoor alles hier een beetje vluchtig aan ons voorbij ging.
Leuke quote: Ruben Block liet Ian Gillan een poepje ruiken door “First Taste”  aan hem op te dragen, wetende dat de veteraan nergens de vocale hoogtes van Block kon evenaren. Even hoopten wij dat Deep Purple later op de avond Ruben Block zou inhuren om terloops even “Child in time”  te komen zingen. Helaas.

Op naar de levende legende dan maar, Iggy and The Stooges.
Iggy had de pech dat alweer een originele Stooge, met name drummer Scott Asheton, omwille van gezondheidsredenen verstek moest laten gaan. Gelukkig was daar qua intensiteit niets van te merken. The Stooges gaven nog maar eens flink van jetje (wij hadden ook niet anders verwacht) en quasi het volledige ‘Raw Power’ album werd er met de nodige branie en de vereiste slordigheid doorgejaagd. Ook wij betreuren het heengaan van oorspronkelijke Stooges gitarist Ron Asheton (nu ook al twee jaar geleden) maar wat James Willamson presteerde was al even smerig, vet en luid.
De rauwe lappen punkrock als “Shake appeal”, “I got a right” en “Search and destroy”  die Iggy Pop en Williamson destijds inblikten klonken nog maar eens genadeloos en brutaal en met de  onvermijdelijke tandem “I wanna be your dog” en “No fun” werd een gevat eerbetoon aan Ron Asheton gebracht. Het viel ons op dat Iggy and The Stooges met hun ‘recht voor de raapse’ oerpunk vooral de jongeren in het publiek wisten te overtuigen terwijl de oudere Deep Purple fans er naar stonden te kijken alsof ze net een stel marsmannetjes uit een vliegende paddenstoel hadden zien rollen. Of hoe de meest rauwe muziek na al die jaren nog steeds verbijsterend en schockerend kan zijn. Het tamme publiek in Tienen bleek nog niet klaar voor Iggy, te veel suiker in hun alcohol ?
Wij hebben i
nmiddels al ontelbare keren The Stooges meegemaakt, het blijft uniek. Nergens zijn de woorden ‘Raw Power’ meer op hun plaats dan bij Iggy and The Stooges.

Van een contrast gesproken. Hierna kwamen de oudjes van Deep Purple. Eigenlijk generatiegenoten van Iggy Pop, maar qua gekte, bezetenheid en muzikale oerinstincten mijlenver van elkaar verwijderd. En we hadden redenen om schrik te hebben, Purple zou aantreden met een symfonisch orkest. Wij hadden al op voorhand ons dafalgannetje  genomen.
Doch, het viel reuze mee. De power van songs als “Highway Star” , “Lazy”, “Strange kind of woman”, “My woman from Tokyo” en “Space Truckin” bleef behouden, het orkest zat de songs nergens in de weg. Bij “Perfect Strangers” bleek de inbreng van de maatpakmuzikanten zelfs een mooie meerwaarde, de song vroeg er als het ware om.
Voor het publiek was Purple zelfs het hoogtepunt, maar dat hadden we al door toen we in het begin van de avond even rondom ons keken. Wij durven hier niet te vermelden wat de gemiddelde leeftijd van dat publiek was vanavond, maar we willen u er bij vermelden dat we ons piepjong voelden. We zijn 45.

Neem gerust een kijkje naar de pics van Iggy & The Stooges, Deep Purple (dag 02) en Moby (dag 03)
 
Organisatie: Suikerrock, Tienen

vrijdag 22 juli 2011 02:00

Midnight to 666

Lords Of Altamont uit California staan met hun vierde plaat nog altijd garant voor vettige garage rock naar de goede geest van bands als MC 5 (de hoes liegt er niet om), The Stooges, The Nomads, The Hellacopters en The Mooney Suzuki. Er wordt meestal rechtdoor gebeukt met fuzzy gitaren, vuile orgelpartijen en roffelende drums, en dat met in motorolie gemarineerde songs als “I’m alive, “Get in the car”, “Ain’t it fun” en “Synanon kids”. Ook een aangename motherfucker van een song is het in de sixties gedrenkte psychedelische “Save me from myself”, sluimerende bass gevolgd door een vuile riff en dan die frontman Jake Cavaliere die herhaaldelijk “I’m comin’ back for more” er overheen schreeuwt. Yeah !
 “Gettin high (on my mystery plane)” is misschien een beetje een te opvallende rip off van “TV Eye” van The Stooges, maar we vergeven het hen graag want dit is het soort vunzige straight forward rock die dezer dagen te weinig gemaakt wordt.
Lekker smerig, zo lusten wij onze garage rock het best.

vrijdag 22 juli 2011 02:00

No name no color

The White Stripes ! Jane’s Addiction ! Fugazi ! At The Drive In!
Zo, een beetje namedropping, gewoon om uw aandacht vast te krijgen. Weet u meteen in welke richting u het moet zoeken bij Middle Class Rut. Er zijn ergere dingen om mee vergeleken te worden, denkt u ook niet ?
Middle Class Rut is een duo uit Sacramento, Zack Lopez op gitaar en Stean Stockham op drums. Op hun debuut ‘No name no color’ gaan ze gretig aan de slag met de hierboven vermelde invloeden om tot een set uiterst energieke en soms extreem vurige songs te komen. Lopez zijn gitaar heeft zo te horen meerdere malen geflirt met het exemplaar van Jack White en zijn stem ligt bij vlagen akelig dicht bij die van Perry Farrell, er is dus wel nog wat werk aan de winkel om de grote voorbeelden iets meer op afstand te houden. Het duo slaagt er wel in om een vol en krachtig geluid te serveren. Er zijn volgens ons in de studio nogal wat keyboards en extra gitaren aan toegevoegd, benieuwd dus hoe ze hier live zullen mee wegkomen.

In ieder geval, de twee wildebrassen hebben op ‘No name no color’ een handvol verdomd snedige songs neergepoot zoals “Busy bein’ born”, “Sad to know” en een superheet “USA”.
Met onze ogen dicht dachten we nog een beetje te veel dat we naar de nieuwe Jane’s Addiction zaten te luisteren (is trouwens gepland voor september) maar er zitten tonnen potentieel in dit bandje. Dat eigen smoelwerk komt er dus nog wel, geloof ons.

donderdag 21 juli 2011 02:00

Yes but no

De Westvlaamse Kentucky Dare Devils hebben hun rock’n’roll graag rauw en ongeschoren.
Op hun EP ‘Yes but no’ tappen ze uit een vaatje van harde en ongecompliceerde rock en hier en daar wat stonerrock. De prijs der originaliteit zullen ze er niet mee winnen, maar het geheel klinkt wel fris en spontaan. Qua straight edge rock doen ze ons wel eens denken aan die heerlijke Sore Losers (die wel nog een klasse hoger spelen), vooral de titelsong heeft diezelfde drive meegekregen. Ook “Hard to please” rolt lekker door en heeft een lichte Queens of the Stone Age toets, net als afsluiter “Shrew to tame”.
Best wel een aardig rockplaatje, dus. Gedreven, potig en rechtdoor. Nu nog wat meer aan een eigen smoel werken en het boeltje nog iets vettiger doen klinken en ze komen er wel.

Info http://www.kentuckydaredevils.com

donderdag 23 juni 2011 02:00

Primus - Meer virtuositeit dan fun

Nogal wat mensen bleken ontgoocheld te zijn dat Primus niet gekozen had voor een jukebox formule met een aaneenschakeling van een resem klassiekers. Wij daarentegen houden er van wanneer een band toch voor een creatievere nieuwe oplossing kiest en okselfris nieuw werk (te verschijnen op het nieuwe album in september, het eerste in 13 jaar nota bene) voor een nokvolle AB met klasse uitprobeert tussenin een paar oudere en onverslijtbare songs.

Uiterst knappe nieuwe songs als “The last salmon man”, “The eyes of the squirrel”, “Jilly’s On smack”  en “The green ranger” kregen nogal uitvoerige en virtuoze behandelingen mee, maar klonken ons toch vooral fris in de oren. Zo te horen wordt het nieuwe album meer iets voor fijnproevers dan voor fuifbeesten.
Dat was net de grote vaststelling van deze avond. De drie heren van Primus zijn stuk voor stuk virtuoze muzikanten die graag hun kunde op een podium etaleren. Dit mag dan misschien een beetje ten koste zijn van het overhitte fungehalte van hun jonge dagen (kolkende songs als “Tommy The cat”, “Too many puppies”, “To defy the laws of traditon” en “Mr knowitall” werden vanavond volledig over het hoofd gezien), het toonde ons wel een Primus die op een grandioze manier het grootste deel van het publiek inpalmde (op een paar morrende fans met ‘Frizzle fry’ oogkleppen op na) met uiterst knappe songs en muzikale hoogstandjes.
Les Claypool blijft met straten voorsprong nog steeds de beste bassist die we ooit gezien hebben, gitarist Larry La Londe kronkelde de meest spitse riffs uit zijn instrument en drummer Tim Alexander speelde op eenzame hoogtes waar zelfs die van Battles moeilijk bij geraken.
Dus ja, we geven het toe, soms gingen de heren, en dan vooral Claypool, misschien iets te ver met hun “kijk eens mama zonder handen” -escapades, maar wij hadden er eigenlijk geen problemen mee (vorige maand nog Rush gezien, dus we zijn wel wat gewoon op dat gebied. A propos, die van Primus zullen de eerste zijn om toe te geven dat hun geluid wel degelijk door Rush beïnvloed is).
Helemaal zot waren ze nu ook weer niet, dus beantwoordden ze de hongerige fans tussendoor wel met splijtende versies van ‘all time’ klassiekers als “Here come the bastards”, “American life”,  “My name is Mud” en “Jerry was a race car driver”.
Als bisnummer hadden ze een absoluut wervelend en ophitsend “Pudding time” op hun kookpotje gezet. Met deze enige ‘Frizzle Fry’ song van de avond kregen de morrende fans toch nog het wilde feestje waarvoor ze gekomen waren.

Qua setlist dus niet wat velen hadden verwacht of gehoopt, maar wat ons betreft een schitterend concert. Zeer benieuwd naar dat nieuwe album.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Zo een dikke 25 jaar geleden is het dat wij Jason And The Scorchers een geweldig heet concert zagen geven in de Gentse Vooruit. De band profiteerde toen mee van de aandacht voor een hele reeks opwindende gitaargroepjes die uit Amerika kwamen overgewaaid (The Dream Syndicate, The Replacements, Green On Red, The Gun Club, The Long Ryders,…) en kon zonder problemen een uitverkochte Vooruit inpalmen met een stomend concert die in ons geheugen voor eeuwig de term ‘legendarisch’ heeft meegekregen.

Met een voortreffelijke nieuwe plaat ‘Halcyon Times’, die in zijn beste momenten de geest van destijds en dan vooral van de geweldige schijfjes ‘Fervor’ en ‘Lost and found’ nastreeft, kwamen de cowboys naar de Trix te Antwerpen overgevlogen. De publieke belangstelling is niet meer wat het geweest is, wij schatten de aanwezigen op zo een slordige 150 man, maar de intensiteit van de band is intact gebleven. Het mengelpapje van country, rock’n’roll en punkrock is nog steeds het handelsmerk van deze cowpunkers. Een springlevende Jason Ringenberg en zijn band lieten de ietwat mager opkomst niet aan hun hart komen en rolden als een op hol geslagen buffel door hun set.
Er werd al pittig van wal gestoken met de funrock van het nieuwe “Mona Lee” gevolgd door het denderende “Absolutely Sweet Marie”, die wervelende Dylan cover waarmee Jason & The Scorchers zichzelf destijds voorgoed op de wereldkaart hebben gezet.
De punkspirit van de hoogdagen en van de Gentse Vooruit heeft misschien een (klein) beetje aan intensiteit moeten inboeten (is ook niet meer dan normaal voor deze heren op respectabele leeftijd) maar de gretigheid, vinnigheid en levendigheid zaten nog steeds aardig vervat in onverslijtbare klassiekers als “Last time around”, “Harvest Moon”, “Broken whiskey glass”, ”Shop it around” en vooral in de kolkende cowpunkrocker “I can’t help myself”. Ook de typerende onbeschaamde en onvervalste country krakers als “Still tied” en “Pray for me mama, I’m a gypsy now” waren even aangrijpend als weleer.

Met prima songs als “Land of the free”, “Better than this” en “Twang town blues” was het nieuwe ‘Halcyon times’ flink vertegenwoordigd, en de absolute klepper hieruit werd tot op het eind bewaard, een spetterend “Moonshine Guy” (cowpunk in volle glorie) bracht de zaal tot ver boven de kooktemperatuur.
Een aangename verrassing ook in de bisnummers. De gitarist zijn moeder was zomaar eventjes komen overvliegen uit Nashville, de 70 jarige madame mocht van zoonlief een bisnummertje meezingen, en prompt zong de dame op een geweldige manier de Rufus Thomas kraker “Walking the dog”.  Wie zich met haar inbreng aan een melig country nummertje had verwacht, kwam er bekocht van af, want de dame rockte als een vat ongedistilleerde Jack Daniels. Zo zorgde ze zowaar voor een hoogtepunt van de avond, tot grote vreugde en tonnen respect van het publiek en de band. Jason Ringenberg, die zichzelf ook al heel de avond als een uitmuntend entertainer had geuit, was nog geen klein beetje onder de indruk. Het vervolg die Jason en de zijnen op het oudje haar glansprestatie klaar hadden, was ook niet van de poes. De band vloog er nog een laatste keer in met de withete rocker “White Lies” en beëindigde zo een absoluut knallend concertje.

Wij hadden graag nog “I really don’t want to know”, “Blanket of sorrow” en “Lost Highway” gekregen als toetje, maar een mens kan niet alles willen, we waren al lang tevreden.

Hun passage in de Vooruit zal altijd nog wel iets hoger ingeschat worden in het concertarchief dat in onze bovenkamer geprent zit, maar dit hier kon absoluut gelden als een bijzonder prettig weerzien met deze sympathieke gasten.
Met de cowboyhoed fier op onze kop naar huis gereden

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

donderdag 09 juni 2011 02:00

Love Shot

Wat bezielt een bende jonge rockers om het roer volledig om te gooien en van potige garage rock met een sixties touch om te schakelen naar een soort verwerpelijke bombastische rock ? Lonkt de hitparade ? Zijn er vreemde hersenkronkels aan voorafgegaan ? Slecht spul gesnoven ?
Wij snappen er eerlijk gezegd niets van, maar wij menen ons The Blue Van te herinneren als stevige Deense rockers met een gezonde voorliefde voor The Who, The Kinks en The Nomads. Zo zagen wij hen in 2005 ergens op een zijpodium van Pukkelpop serieus van jetje geven, staat in ons rock’n’roll geheugen nog geboekstaafd als een stomend concertje. Maar de tijden veranderen blijkbaar.
‘Love Shot’ is reeds hun vierde album en ’t is een ongelooflijke stinker. De plaat staat vol met flauwe en melige FM rock, hersenloze glam-rock en werkelijk tenenkrullende slijmerige ballads die kunnen concurreren met het slechtste van Aerosmith en Journey.
Volgens de groep zelf is het een bewuste koerswijziging, volgens ons is het een ernstige dwaling waar ze hopelijk veel spijt zullen van krijgen.
Welgeteld één song (“Hole in the ground”) hebben wij ontdekt die de moeite waard is, doet ons trouwens sterk denken aan The Sore Losers. Die song hebben we op onze i-pod geslingerd, het plaatje zelf hebben we meteen de vuilbak ingekieperd en daarna grondig onze handen ontsmet.
Wat een draak van een plaat. Dit is erger dan nucleair afval. Laat ons hopen dat ze tot inkeer komen en terug richting vuile rock trekken, want dit is echt niet te harden.

donderdag 09 juni 2011 02:00

American Primitive

LONG is het nieuwe groepje van Rubert Huber (Tosca) en Chris Eckman (The Walkabouts).  Beide bands worden gekenmerkt door een atmosferisch geluid. Tosca heeft het meer voor een zomerse lounge cocktail met lichte dance invloeden terwijl The Walkabouts altijd garant hebben gestaan voor sfeervolle Americana.
Fijn om te horen dat de combinatie op zich wel degelijk werkt. Het is niet zo dat een Tosca achtige song afgewisseld wordt met een Walkabouts track, hier is echt een nieuwe groep uit ontsproten met een eigen sound, en dat is een knappe prestatie. Sfeer is het codewoord en de elektronica vloeit mooi samen met de epische gitaren en piano’s. Vooral de instrumentale nummers “Stockerau” en “Longitude Zero” zijn fijne sfeerscheppers.
Verzachte en vaak zwoele vocals van Chris Eckman en de dames Anda Eckman en Chantal Acda stralen een gloed van warmte uit in subtiele songs als “Dust” en het adembenemend mooie “Night Fisherman”.
Zo bezorgt dit hele album ons een lekker humeurtje zonder uitspattingen, het klinkt met name steeds zomers zonder in een echte fiësta uit te barsten.
Het duo heeft tot slot nog een dromerige zonsondergang in petto met een ijl en wegdeemsterend “Run of days”, een knap einde van een mijmerend plaatje.

Dat het sympathieke kleine mannetje in een snel veranderende muziek- en dancewereld op vandaag niet meer ‘hot’ is, is een understatement. Sedert ‘Play’ uit 1999 heeft hij geen deftige plaat meer uitgebracht (opvolger ‘18’ was nog een commercieel succes, maar het was niet meer dan een lauw doorslagje van ‘Play’ en de platen die er op volgden waren zowaar nog zwakker, met als absolute dieptepunt het vehikel ‘Hotel’).
In de Botanique kwam Moby zijn nieuwste album ‘Destroyed’ voorstellen, een plaat die laat ons zeggen wel zijn momenten heeft, maar die alweer mijlenver staat van de klasseplaatjes als ‘Everything is wrong’ en ‘Play’.

Wetende dat de ukkepuk ondertussen een mega status verworven heeft -gewoonlijk speelt hij in immense zalen of op grote festivals voor duizenden toeschouwers- leek het ons toch wel bijzonder om hem te gaan bekijken in de gezellige Orangerie van de Botanique voor amper zeshonderd trouwe fans.
Een paar zaken werden ons meteen duidelijk : vernieuwend is de muziek van Moby al lang niet meer en de nieuwe songs zullen het niet tot klassiekers brengen. We troffen wel een uiterst enthousiaste Moby aan die genoot van elke minuut die hij op dat podium van die kleine zaal mocht staan. Speciaal voor het Belgisch volkje speelde hij de rocker “That’s when I reach for my revolver” die niet in de reguliere setlist was opgenomen en die voor ons meteen als één van de hoogtepunten van de avond kon doorgaan. Ook had hij er geen erg in om één song (“Natural blues”) in verschillende toonaarden twee keer na elkaar te spelen, en dit vooral om zijn zangeres een plezier te doen. En dit bracht ons meteen naar het volgende probleempje. De donkere dame was gezegend met een prachtstem, wat zowel haar sterkte als haar zwakte bleek te zijn. Ze overdreef nog geen klein beetje met het etaleren van haar vocale bereik, en dat was soms een zegen maar elders stond het dan weer de songs serieus in de weg. Moby zou het mens een beetje meer moeten intomen.
Voor het overige was de haarloze lilliputter zelf verduiveld goed op dreef en bleek hij ook een verbluffend gitarist te zijn die naast een paar hete funky riffs ook knappe solo’s uit zijn instrument toverde (heel even dachten we aan Prince). Ergens schuilt er een hevige rocker onder dat kale kopje, wat we nog meer moesten beamen nadat hij zich waagde aan een splijtende versie van “Whole lotta love”.
Moby had vanavond nogal wat het geduld van het publiek op de proef gesteld, hij was met aardig wat zwier aan zijn set begonnen, met ondermeer een hitsig “Go”, maar schakelde dan een versnelling terug waardoor het danslustige publiek een beetje op zijn honger bleef zitten. Maar het verhoopte dansfeestje kwam er op het einde dan toch met opzwepende dance tracks als “Disco lies”, “The stars” en als finale eindspurt het uitbundige feestje “Feeling so real”.

Eén en ander deed ons na dat bescheiden fuifje van twee uurtjes concluderen dat Moby ergens tussen dance, elektronica en rock zweeft (wij zijn benieuwd naar de dag dat hij eens een echte rockplaat zal maken), dat hij bijzonder sterke songs op zijn kerfstok heeft (“Why does my heart”, “Porcelain”, “In this world”, “Honey”, “Bodyrock” waren om van te snoepen) maar helaas ook enkele hele zwakke (“Lift me up” en “We are all made of stars” waren ook vanavond niet te pruimen) en dat hij op alle gebied en in elk genre zijn (kleine) mannetje kan staan. Chapeau !

Organisatie: Botanique, Brussel

Les Nuits Botanique 2011 –Grant Lee Buffalo - Heerlijke nineties nostalgie
Een aangenaam weerzien met dit fijne trio. Hoewel niet heel de wereld zat te wachten op een reünie van Grant Lee Buffalo vonden wij dat we dit hoegenaamd niet mochten missen. De band werd in de nineties de hemel in geprezen door de critici, maar de echte erkenning bleef uit. Vier prachtplaten hebben ze tussen ’93 en ’96 in elkaar gebokst. In die tijd stond de band zelfs twee keer op Torhout Werchter (’94 en ’96) maar echt rijk zijn ze er nooit van geworden en kort daarna was het liedje al uit. Frontman Grant Lee Philips ging de solotour op en heeft ondertussen al zes bescheiden juweeltjes gemaakt die weliswaar ook zonder veel poeha aan de wereld zijn voorbijgegaan.

Nineties nostalgie was vanavond de essentie. Philips liet zijn solowerk volledig achterwege en concentreerde zich volledig op vooral de eerste twee GLB platen ‘Fuzzy’ uit ’93 en ‘Mighty Joe Moon’ uit 94’.
Een horde trouwe fans waren afgezakt naar het Koninklijk Circus en die mochten met zijn allen netjes gaan zitten. Hadden we niet echt verwacht bij deze band, maar goed, zo konden we ons volkomen op de muziek concentreren. En die was meteen een schot in de roos. Kleppers als “The shining Hour” en het machtige “Jupiter and teardrop” zaten al heel vroeg in de set, waarmee het vuur er al goed in zat. Het trio had er duidelijk zin in en genoot van ieder moment. Dit was geen fake, het speelplezier was echt en gemeend
Philips, die nog steeds met een prachtige stem gezegend is, ging bij vlagen nogal tekeer op zijn gitaar, maar haalde er evengoed subtiele klanken uit op juweeltjes als “Mockingbirds”, “Demon called deception” en “Honey don’t think”. Als vreemde eend in de bijt zat het ingetogen opbouwende “Betlehem Steel” (samen met “Homespun” het enige nummer uit ‘Copperopolis’) mooi in het midden.
De bedrijvige bassist en multi instrumentalist Paul Kimble ging hiervoor even achter de toetsen zitten en bracht zo wat extra dramatiek in de set. Ook drummer Joey Peters genoot van elk moment en haalde om de haverklap zijn fototoestel boven om het enthousiaste publiek en de fijne locatie te vereeuwigen voor zijn fotocollectie, altijd leuk voor de kleinkinderen.
Vooral de overgang van rustig naar fel zat vanavond op de juiste plaats. Zo scheurde een verbeten “America snoring” de boel volledig open na een reeks ingehouden prachtsongs als “Sing along”, “Drag” en “It’s the life”. Die energiestoot werd meteen gevolgd door een werkelijk fenomenaal “Fuzzy”, een song waarvan we al lang wisten dat het een 18 karaats pareltje was, maar zo mooi als vanavond hadden we hem nog nooit ervaren.
Daarna was de bisronde ook om van te smullen met bronstige gitaren in een furieus en almachtig “Grace” gevolgd door een gedreven “Homespun”. Daarna werd er nog even subliem gas teruggenomen met het wondermooie “The hook” en het ultieme kippenvelmoment “You just have to be crazy”. Met de finale genadestoot “Lone star song” werd de elektriciteit weer volop ingeplugd, een geweldig en scheurend einde van een werkelijk schitterend optreden.

Minpuntje ? Wij vonden het gewoon doodjammer dat “Dixie drugstore” nergens te bespeuren was, de enige song trouwens van ’Fuzzy’ die de avond niet heeft gehaald. Ook de voortreffelijke vierde plaat ‘Jubilee’ werd straal genegeerd, maar dat zal wel te maken hebben met het feit dat Paul Kimble destijds voor de opnames van die plaat al het hazenpad had gekozen.

Setlist : The shining hour – Wish you well – Jupiter and teardrop – Demon called deception – Lady Godiva and me – Soft wolf tread – Stars n’ stripes – Betlehem steel – Honey don’t think – Mockingbirds – Happiness – Sing along – Drag – It’s the life – America snoring – Fuzzy
Bis : Grace – Homespun – The hook – You just have to be crazy – Lone star song

Organisatie: Botanique, Brussel, (ikv Les Nuits Bota)

Pagina 82 van 113