logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 12 mei 2011 02:00

In The Woods

Indie pop uit Oostenrijk, ‘t is eens iets anders … Francis International Airport is met deze ‘In the woods’ al aan zijn tweede album toe. Het eerste is aan ons -en ongetwijfeld ook aan u- volledig voorbijgegaan, doch dat ligt gewoon aan het feit dat het plaatje nooit tot aan onze geoefende oortjes is geraakt.
Op ‘In the woods’ haalt de band uit met vernuftige indie pop aanleunend tegen een aanvaardbare vorm van bombast. Fijne gitaartjes, prettige samenzang, luchtige strijkers en een frisse sound. U mag het raar vinden, maar wij denken zowel aan Pinback als aan Genesis (met Gabriel, geen Collins).
Hoewel de songs lekker in elkaar steken en voor aardige zijstapjes en omwentelingen zorgen, blijven ze toch niet echt hangen. Het is allemaal (te) netjes in laagjes op elkaar gestapeld, maar ergens ontbreekt de furie. Arcade Fire en Elbow zijn de grote voorbeelden die vooralsnog onbereikbaar zijn, Francis International Airport mankeert de passie die deze bands wel hebben.
Na beluistering hebben we niet het gevoel dat we onze tijd verspeeld hebben maar hebben we ook niet meteen de neiging om het plaatje onmiddellijk opnieuw op te zetten, met uitzondering misschien dan van een fijne song als “Solaris”.
Geen slecht ding dus, dit schijfje, maar iets meer uitspattingen waren wenselijk geweest. Om hiermee als Oostenrijkers internationaal door te breken is een nogal heel optimistische gedachte. Een mens weet maar nooit.

Zo een twee jaar geleden zagen we Luka Bloom in de Brusselse AB zowaar met een begeleidingsband aan het werk. Leuk, maar Luka Bloom heeft geen band nodig, dat was de belangrijkste les die we uit dat optreden trokken.

In Leffinge trad hij dan ook naar goede gewoonte helemaal in zijn eentje aan, en dat hij ons niet ging ontgoochelen daar waren we ook al zeker van.
Het decor en de akoestiek van De Zwerver leken trouwens op maat gemaakt voor de intieme pracht van Luka Bloom zijn liedjes. Parels als “Exploring the blue”, “Cold comfort”, “Monsoon”, “Lord Franklin” en “See you soon” kwamen volledig tot hun recht in de intimiteit van de helaas niet volgelopen zaal.
Een hele resem klassiekers die zowat altijd de revue passeren mochten ook nu niet ontbreken, alom herkenningsapplaus dus voor “Gone to Pablo”, “The Acoustic Motorbike”, “You couldn’t have come at a better time” en natuurlijk “Sunny Sailor boy”, een song waarin de publieke bijdrage met de jaren belangrijker is geworden en die zo een eigen leven is gaan leiden.
Wie Luka Bloom een beetje volgt weet dat hij sommige prachtsongs nogal eens achterwege laat, maar vanavond verraste hij ons toch op een haarfijn “Rescue Mission”, de song waarmee het voor hem destijds allemaal begon maar die hij om onbegrijpelijke redenen sinds jaren steeds links liet liggen.
Waar wij echter helemaal stil van werden is de Dylan song “Make you feel my love” die hij zich op een fantastische wijze heeft toegeëigend. Nog zo een opmerkelijke cover was “Bad”, een juweeltje van U2 die hier ook al een even fluwelen versie meekreeg.
Alsof wij na al dat moois nog niet genoeg overtuigd zouden zijn, bleek Bloom nog een wondermooie afsluiter in zijn achterzak te hebben, het werkelijk adembenemende “Be Well” was misschien wel de beste song van de avond.

Alweer een heerlijke avond met de immer sympathieke Luka Bloom, moge hij nog lang met zijn gitaar naar onze contreien komen. En geloof ons, dat zal hij ook doen, geen plaats waar hij meer met open armen ontvangen wordt dan ons Belgenlandje.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Popallure 2011 – Ontpopt! met Belgisch Talent en Toekomstige Heroes
Een beetje een pijnlijke kwestie voor de organisatie van Popallure 2011 om de wel heel magere publieke opkomst te moeten aanschouwen. Hier in Vlaanderen mag men nog zo zijn best doen om een voortreffelijke affiche in mekaar te boksen, het is altijd afwachten of er wel genoeg volk zal komen opdagen. Niet dus, en dat is jammer, want hier stonden toch een paar aardige bands op het podium.

Zoals Drums Are For Parades bijvoorbeeld, die met hun rauwe mix van prille grunge (denk hier meer aan The Melvins dan aan Nirvana) en brutale stonerrock (zoek het vooral bij Karma To Burn) de zaal trachtten op te zwepen. Het trio bracht met een uiterst energieke en luide set met agressieve gitaren en dito zang het publiek toch wat in vervoering. Op hun hitsige debuutplaat ‘Master’ krijgen de songs nog soms wat verzachtende keyboards, sax of zelfs violen mee, maar live gooiden ze die in hun rauwste versie te grabbel. Hard, fel en furieus. Zo rauw lustten wij het wel.

Hoogtepunt van de avond waren The Sore Losers, die men ergens in de verte ook wel eens de Belgische Black Crowes durft te noemen. Doch wij zouden het veeleer houden bij The Raconteurs of The White Stripes. The Sore Losers klonken vooral zeer vinnig en levendig, hun songs stonden bijzonder sterk op hun poten en de elektriciteit droop er van af. Wij meenden hier het ontluikende enthousiasme van The Who in hun jongere tijden in te herkennen.
Quasi gans die uitmuntende debuutplaat werd er met een volle dosis power doorgejaagd en de zaal ging gewillig mee in dit rock’n’roll feestje. Bijzonder sterk, wat ons betreft mag dit een van de meest getalenteerde Belgische bands van het moment genoemd worden.

Wie te veel zijweggetjes inslaat, kan al eens de hoofdweg kwijt geraken, en dat is nu precies het probleem bij Tim Vanhaemel. Als wij hier al zijn nevenprojectjes en bandjes zouden gaan opsommen, dan komen we aan drie bladzijden, dus gaan we dat maar zo laten. Met zijn vriendje Pascal Deweze amuseert hij zich misschien te pletter in zijn nieuwste speeltje Broken Glass Heroes, maar van ons mag hij dringend zijn maatjes van Millionaire terug halen, want Broken Glass Heroes is niet veel meer dan een half geslaagde (dus ook half mislukte) sixties pastiche. Net als veel bandjes vinden die van Broken Glass Heroes het cool om te dwepen met The Beach Boys, The Beatles en The Byrds, maar vanavond bleek duidelijk dat het jonge publiek daar geen boodschap aan had, de sixties waren voor hen veel te ver af, iets voor ouwe mensen zeg maar. Gevolg, terwijl Vanhaemel en co zich naarstig verder amuseerden op het podium, droop het meeste volk af en stond de groep voor een nagenoeg lege zaal te spelen. Wij bleven wel tot het einde en zagen dat het slot toch nog de moeite waard was. De groep sloeg in het laatste nummer aan het jammen en dit resulteerde in een bezwerende psychedelische sound waar de Velvet Underground met vroege Pink Floyd (Syd Barrett periode) in zee ging. Helaas te laat.

Organisatie: Popallure, Nazareth-Eke

donderdag 07 april 2011 02:00

Black Lightning

Geen verrassingen op de nieuwe Bellrays. Alweer wordt kolkende garage-rock afgewisseld met onvervalste soul, steeds is het die ongelooflijke strot van Lisa Kekaula die voor de stomende kracht zorgt, de hete riffs van gitarist Tony Fate doen de rest.
“Black Lightning” en “On top” zijn opgehitste hete hangijzers van songs, “Sun comes down” is een klomp pure soul die zo uit de sixties lijkt weggelopen, “Anymore” is een schaamteloze rock ballad en harde rockers als “Living a lie” en “Power to burn” zijn dingen waarbij Guns’n’Roses groen worden van jaloezie.
‘Black Lightning’ barst van de power. Niks nieuws onder de zon, maar het beukt en swingt dat het geen naam heeft.

woensdag 13 april 2011 02:00

Battles - Interessant nieuw materiaal

Je moet het maar durven, welgeteld al één plaat hebben uitgebracht, het schitterende ‘Mirrored’ uit 2007, en daar dan geen noot van spelen.
Battles is zo een bandje die alle wetten met de voeten treedt, hun volledig instrumentale set is helemaal opgebouwd uit songs van de nog te verschijnen nieuwe plaat. Geen herkenningspunten dus, we moeten het doen met nagelnieuw materiaal.
Uiteraard zijn ook de nieuwe songs binnen het gekende geluidsconcept van Battles vervaardigd. Een hoop elektronica, iets meer dan vroeger misschien, vermengd met frisse gitaren en natuurlijk een opzwepende en pompende drum, nog steeds overduidelijk het handelsmerk van Battles.

Het trio heeft zo te merken de nodige tijd in de songs gestoken, en deze moeten ook nog wat groeien. Een Battles song zit namelijk vol met verborgen verleiders, het duurt een tijdje vooraleer we die allemaal ontdekken. In ieder geval speelt de band met volle overgave en laten ze hun nieuwe songs ruim open bloeien. Het trance gevoel die ze wel eens kunnen veroorzaken is niet verloren gegaan, zeker wanner hun songs een eigen weg mogen gaan naar een gloeiende climax toe, met de indrukwekkende afsluiter “Sundome” daarin als treffend bewijs.
Het wordt afwachten of de nieuwe plaat dezelfde begeestering zal teweegbrengen dan ‘Mirrored’, de tijd zal het uitwijzen. De live uitvoering bewijst in alle geval dat er weer een pak potentie en creativiteit in de songs vervat zit.
Battles is en blijft iets apart, en zeker op een podium.

Valse noot van de avond is het Amerikaanse voorprogramma Mi Ami, een elektro duo die we ons als één van de ergste verschrikkingen van het jaar zullen herinneren. Het duo prutst klungelig aan wat knoppen met de bedoeling een dansbare sound te bekomen, helaas komt er een hels irritant gebral uit. En als één van de twee begint te zingen is het helemaal naar de duvel, de man krijst als een Chinees dwergkonijn dat brutaal in de kont wordt genomen door een hitsige baviaan die met zijn op hol geslagen hormonen geen blijf meer weet. Het is echt niet om aan te horen en het publiek druipt dan ook massaal af. Ook de niet rokers gaan met plezier een half uurtje in de kille wind staan om verlost te zijn van dit ellendige gejengel.

Organisatie: Aéronef, Lille

dinsdag 12 april 2011 02:00

Deerhunter - Verrassend en intrigerend

Als indie band is Deerhunter al sedert 2004 gestaag bezig wat naambekendheid te verwerven maar de grote doorbraak is er nog niet van gekomen, hoewel hun vierde langspeler ‘Halcyon Digest’ geregeld opdook in de eindejaarslijstjes van 2010. In ieder geval heeft die fijne plaat ons warm gemaakt om de groep live te gaan bewonderen. Het bleek niet helemaal te zijn wat we verwachtten, wat hoegenaamd niet wil zeggen dat we ontgoocheld waren.

Live tapt Deerhunter namelijk uit een ander vaatje dan op het gevarieerde ‘Halcyon Digest’. Wie gekomen is voor de subtiliteit van die plaat is er een beetje aan voor de moeite, maar krijgt er wel een interessant alternatief voor in de plaats. De band kiest resoluut voor een vol elektrische sound gekenmerkt door soms lange nummers met bezwerende en scherpe gitaren. Niet eens een slechte keuze blijkt, de set komst alsmaar beter op dreef en mondt uit in een verslavende trip die doet denken aan Yo La Tengo, The Black Angels of The Velvet Underground. Frontman Bradford Cox drapeert zijn vocals koeltjes bovenop de songs en geeft die een eighties naklank mee die samengaat met een vorm van sixties psychedelica. Hoe dieper in de set, hoe meer ze ons overtuigen en hoe meer we worden meegesleept in die intrigerende sound. Op het eind kunnen we dus best terugkijken op een meer dan geslaagd en vooral verrassend concert.

Deerhunter is duidelijk een band met twee gezichten. Op plaat klinken ze eigenzinnig, subtiel en houden ze het bij korte originele songs. Op een podium zweren ze bij aanzwellende rock gedrenkt in een waas van elektrische gitaren die bij momenten gretig en uitgebreid aan het scheuren gaan. Dit kan zowel zorgen voor ontgoochelde als voor aangenaam verraste fans. Reken onszelf maar bij die laatste categorie.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Cool Soul Festival 2011 - Een avondje rock’n’roll heet van de naald
Cool Soul Festival 2011 – The Bellrays, The Jim Jones Revue, The Legendary Tiger Man

Aangename kennismaking met de Portugese The Legendary Tiger Man, de one man band van Paulo Furtado, een zeer bedrijvige muzikant die de fijnste bluesakkoorden uit zijn gitaar haalt terwijl hij met zijn voeten het drumstel bedient. Zijn songs zijn gedrenkt in de blues en in de boogie en hebben steeds een aardige drive in zich. De covers die hij speelt zoals “These boots are made oro walking” of “Fever”, waarin hij bijgetreden wordt door de bevallige Portugese chanteuse Rita Redshoes, weet hij op een originele manier naar zijn hand te zetten. In het soulvolle “The saddest thing to say” krijgt hij dan nog eens vocale steun van Lisa Kekaula die eens te meer bewijst dat zij niet alleen hevig kan rocken, maar dat de soul haar ook met het bloed werd meegegeven.

Op naar het kleine podium, waar de twee half geschifte Texanen van Restavrant luide rammelblues uit hun gammele instrumenten halen. Het drumstel (nou ja…, drumstel) is samengesteld uit een olieton, een metalen plaat, een houten kist en twee Amerikaanse nummerplaten. De gitaren hangen met pleisters aaneen en hebben zo te zien al een paar orkanen doorstaan, maar er komt vettige en smerige bluesrock uit. Meer garage dan dit kan het echt niet zijn.

Terug in de grote zaal zorgen The Bellrays voor een ware orkaan. Luid, hard, wild en snel volgen de korte songs elkaar. De ongelooflijke strot van forse frontvrouw Lisa Kekaula jaagt de songs naar uitzinnige hoogtes. Die volle stem barst van de soul, dit wordt nog eens benadrukt in een middenstuk waar heel even wat gas wordt teruggenomen en waar Kekaula een knappe hoofdrol opeist. Nadien wordt de gas weer volop opengedraaid en barsten nieuwe songs als “Black Lightning” (ook de naam van die heerlijke nieuwe cd) , “Hell on earth” en “On top” volledig uit hun voegen. Wervelende show, superhete straight in your face rock.

In de club komt daarna Scott H. Biram in zijn eentje opdraven met een portie onversneden rauwe blues in de trant van T Model Ford. De man, die eruit ziet alsof hij rechtstreeks met zijn tractor naar de set is gekomen, gaat tamelijk fel tekeer op zijn gitaar en mag hierbij op redelijk wat appreciatie van het publiek rekenen. Origineel is het allemaal niet, spontaan des te meer.

Als spetterende finale krijgen we de meest vuile, gortige, smerige, luide en opgejaagde rock’n’roll die u dezer dagen op een podium kan aanschouwen, de geweldige razernij van The Jim Jones Revue.
Jim Jones is met het rock’n’roll virus geboren. Het is een hyperkinetisch rockbeest die raast, vlamt en roept en ondertussen met pure Jon Spencer attitude het publiek entertaint.
De bandleden zijn al even geschift en gedreven, vooral de pianist molesteert met ware vernielingsdrift zijn instrument. The Jim Jones Revue razen als een rock’n’roll sneltrein doorheen loeiende mokerslagen van songs als “Cement mixer”, “High horse”, “Elemental” en “Rock ‘n’ roll psychosis” (een song die volledig de lading dekt).
Een werkelijk gloeiende afsluiter van een geslaagd festivalletje met de nadruk op pure rock’n’roll, heet van de naald.


Enkel een eerder magere opkomst kan de pret wat drukken. Aan de bands zal het zeer zeker niet liggen.

Organisatie: Aéronef, Lille

vrijdag 01 april 2011 02:00

The Tao of The Dead

Liefhebbbers en critici die nogal graag artiesten en bands in hokjes onderbrengen, weten nooit goed wat aanvangen met … And you will know us by the trail of dead. Men noemde het al eens emo-rock, of zelfs de nog lelijker term prog-rock, maar dan wist men geen blijf met de indie elementen en vooral de Sonic Youth trekjes die in hun muziek omvat zitten. Moeilijk te plaatsen dus.
Onze eerste kennismaking met deze band was de prachtplaat ‘Madonna’ uit 1991 waar inderdaad de Sonic Youth invloeden van af dropen. Wij waren meteen verkocht. Met de platen die daarop volgden, en die waren bijna allemaal even schitterend, heeft de band stilaan een geheel eigen geluid gecreëerd waarin ze het bombast en de epische kenmerken niet schuwden maar waar ze ook nooit over de schreef gingen en waarbij de hoge graad van elektriciteit altijd behouden bleef.
Het nieuwe album ‘Tao of the dead’ is dan ook de logische voortzetting van die evolutie. Het is een prima plaat geworden waarin alle typisch ingrediënten in de nodige dosissen verstrekt worden. Fel en gedreven, maar met de nodige nuances.
Nog een zeldzame keer kunnen we Sonic Youth vermelden, maar daarnaast komen zowel The Who als Muse ons voor de geest. Om maar te zeggen dat de diversiteit van dit plaatje alweer niet te onderschatten is.
‘Tao of the dead’ kunnen we opsplitsen in twee delen. Een eerste deel waar potente songs met gezonde punk-energie zorgen voor splijtende rock afgewisseld met melodieuze passages, emotievolle momenten en een teug psychedelica. Zo mogen we de furieuze rocker “Pure radio Cosplay” nu al als een klassieker beschouwen. De songs vloeien ongekunsteld in elkaar, wat de hechtheid van deze plaat wat meer in de verf zet. Dit werkje zal je dus maar best in één ruk uitzitten.
Tweede deel is welgeteld één song “Strange news from another planet” die weliswaar is onderverdeeld in verschillende episodes. Is de term progrock hier op zijn plaats ? Misschien wel, u mag evengoed de term rock-opera over de lippen laten lopen (The Who, weet u wel ?). Wat ons betreft is dit gewoon een ferme en geweldige brok gezond lawaai van over de zestien minuten die al het goede van deze band in zich draagt.
Het is misschien niet meer van deze tijd, maar daar hebben wij lak aan, want “Strange news from another planet” blijft immers over de volle zestien minuten spannend, de song slaat een hoop zijwegen in en gaat verschillende richtingen uit maar komt altijd terug op zijn poten terecht. Het gaat hem om de intensiteit die blijft behouden. En dat is over de ganse plaat zo trouwens. Een voltreffer, dus.

vrijdag 01 april 2011 02:00

Live on ten legs

Pearl Jam heeft inmiddels al meer live platen uitgebracht dan dat er klinkers op uw en onze oprit samen liggen (en zelfs al heeft u een oprit in kiezelsteentjes, dan nog zullen het er minder zijn). De laatste jaren hebben ze quasi al hun optredens op cd gekwakt. Pearl Jam is de nachtmerrie van alle bootleggers, u moet al een ezel zijn wil u van deze band een illegaal live schijfje kopen.
Pearl Jam is dan ook een schitterende live groep en dat willen ze blijkbaar nogal dikwijls vastleggen. Niks mis mee, maar als fan koopt u toch best niet alles, anders gaat uw jaarloon er aan.
Van al die live registraties hebben wij ondermeer al de prachtige 7 cd box ‘Live at The Gorge’ in huis, alsook ons eigenste exemplaar van hun legendarische doortocht in het Sportpaleis van Antwerpen. En ons eerste live documentje was inderdaad ‘Live on two legs’ waar deze nieuwe ‘Live on ten legs’ dertien jaar later het zogenaamde vervolg op is. Een vervolg omdat Pearl Jam er wijselijk voor gekozen heeft om geen enkele van de songs van die eerste op de nieuwe te zetten. Zo kan u de twee netjes naast elkaar in uw cd rek neerpoten.
De kracht, energie en intensiteit van een Pearl Jam optreden is trouwens op beide cd’s goed neergezet, op dit nieuwe exemplaar trouwens via 18 loeiers van songs die als een spetterend vuurtje door uw speakers knallen. Allemaal Pearl Jam klassiekers met ergens halverwege als enige cover een zeer potente versie van PIL hun “Public Image”, een knaller waarmee Vedder en kompanen vorig jaar nog hun uiterst explosieve set op Rock Werchter openden.
Als u nog geen live plaat van Pearl Jam in huis had (shame on you) dan mag u het zeker hier mee doen.

vrijdag 01 april 2011 02:00

Collapse into now

Wij hadden R.E.M. na de fameuze dip ‘Around The Sun’ misschien nog niet helemaal afgeschreven, maar onze verwachtingen waren toch al serieus lager ingesteld. Tot we met het vinnige ‘Accelerate ‘ terug wakker werden geschud. De wedergeboorte was een feit,  R.E.M. kon nog rocken.
‘Collapse into now’ trekt de positieve lijn door. Er wordt terug op hoog niveau gespeeld. De songs klinken zo R.E.M. als het maar zijn kan, maar dat geeft niet, we vergelijken de band hier met zichzelf in hun beste dagen.
De opener “Discoverer” kan al meteen als een klassieker door het leven gaan en punters als “Alligator Aviator Autopilot Antimatter”, “That someone is you”, “Mine smell like honey” en “All the best” kunnen zich als potige gitaarrockers perfect nestelen tussen pakweg “Don’t go back to Rockville”, “Begin the begin” of “Finest worksong”.
Ook de meer ballad georiënteerde nummers vallen perfect binnen de hoge R.E.M. normen. “Oh my heart” en “Walk it back” zouden op ‘Automatic for the people’ hun plaatsje wel verdienen. Het minst R.E.M.-achtige nummer is de mooie afsluiter “Blue” waar Patti Smith een mondje mag komen meezingen, haar ijle stem sluit perfect aan bij de vreemde verhaalkronkels van Stipe.

Van bij de eerste noot hoort u op ‘Collapse into now’ welke groep hier aan het werk is, er worden nergens nieuwe paden betreden. Maar wat is er mis met een band die zichzelf blijft herhalen als de songs zo sterk zijn ?

Pagina 83 van 113