logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

zaterdag 02 april 2011 02:00

Selah Sue - Supertalent

Het moet geleden zijn van Eddy Merckx dat ze in België nog zo een talent hebben gehad. Selah Sue is er eentje om te koesteren. Het is sowieso al een mooie verschijning met die prachtig fonkelende ogen, maar als ze aan het zingen slaat wordt het pas echt hemels. Wat een stem, wat een présence, en ook wat een unieke sound.
Want Selah Sue is niet zomaar een antwoord op buitenlandse dames als Amy Winehouse of Duffy. Zij is veel meer dan dat, haar songs zijn nergens een afkooksel van het werk van deze dames. Selah sue overtuigt op alle gebied, ze flirt op een heel frisse manier met reggae, ze rapt overtuigend en mijdt daarbij probleemloos de clichés van het genre, ze heeft een ongelooflijk mooie stem en schrijft adembenemend mooie songs. Bovendien wordt ze daarin bijgetreden door een werkelijk schitterende band.

Ook het Franse publiek in een uitverkochte Grand Mix komt tot die vaststelling, ze dragen Selah Sue en haar voortreffelijke groep op handen. De Fransen zijn kennelijk goed vertrouwd met de schitterende songs als “Raggamuffin” en “Crazy Vibes”, nummers die ook hier op een enthousiast herkenningsapplaus onthaald worden. Maar al de rest is even heerlijk, vinnig en levendig. Het concertje bruist van begin tot eind. En dat hebben we vooral te danken aan uiteraard de dame zelf, aan de variatie in de songs en aan de fraai musicerende groep.

Selah Sue is een goudhaantje, als dit geen internationaal fenomeen wordt, dan is de wereld onrechtvaardig (helaas is ie dat ook, dus het wordt toch afwachten).
Afspraak op Rock Werchter in die magische Marque, waar zij de pannen van het dak zal spelen.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Noem het gewaagd of eigenzinnig, feit is dat …And You Will Know Us By The Trail Of Dead hun set begonnen met “Strange news from another planet”, het zestien minuten durende sluitstuk van hun fantastische nieuwe plaat. Wij vonden het alvast een even gedurfde als geslaagde binnenkomer, de song mocht dan al lang duren en daarbij verschillende keren van richting veranderen, het deed ons denken aan The Who in hun beste periode. Er werd gewoon even duidelijk gemaakt dat een lange song niet langdradig hoeft te zijn. Nog zo een knallers van dat album waren de uiterst stevige songs “Pure radio Cosplay” en “Summer of dead souls”, beiden klassiekers in wording.

Polyvalente kerels zijn het, drummer en gitarist verwisselden halverwege gewoon van instrument, het kwam de intensiteit van deze bende alleen maar ten goede. Er werd immers verduiveld goed gemusiceerd, maar de term progrock (die je bij beluistering van hun platen voorzichtig even mag bovenhalen) zal je maar best achterwege laten bij een concert van The Trail Of Dead. Soms kregen we het heftige en bijtende punk, elders gecontroleerde chaos, hard was het alleszins.
De keyboards die op ondermeer de nieuwe plaat alomtegenwoordig zijn, hebben ze thuisgelaten, vandaar dat de band live een stuk forser en ruiger klinkt. Eén van de sterktes is dat de groep nogal eens het gaspedaal voorzichtig kan lossen om er dan later een genadeloze patat op te geven. Zo werd het prachtige “Will you smile again ?” hard en furieus ingezet, als een volbakken punksong zeg maar, om er dan na een ingehouden en melodieus middenstuk terug met de hakbijl in te vliegen. Ook de voltreffers “Another morning stoner” en “It was there that I saw” uit die geweldige plaat ‘Source Tags and codes’ werden er meedogenloos en stevig doorgeramd. En het noise- en ook wel punkgehalte ging nog wat de hoogte in met “Fake fake eyes”, een donderslag uit hun debuut (1997) waarin zoals in de goeie ouwe tijd Sonic Youth niet zo gek ver af was. Ook die memorabele plaat ‘Madonna’ uit 1999 werd niet vergeten, daaruit haalden ze met forse kracht de spetter “A perfect teenhood” en helemaal op het eind de noise eruptie “Totaly natural” tevoorschijn.

Wij waren enorm onder de indruk van de tornado die … And You Will Know Us By The Trail Of Dead veroorzaakte. Strak zittende rock, loeihard maar nooit richtingloos, met oog voor melodie en een potige punk spirit, gegoten in een reeks wervelende songs die op een podium nog meer imponeren dan op de albums. Uitermate fantastisch.

Voorheen hadden we al een portie fijne nostalgie gekregen met Rival Schools, de band van ex Quicksand frontman Walter Schreifels, die nu 10 jaar na hun debuutalbum ‘United by fate’ (een bescheiden klassieker) met ‘Pedals’ een nagelnieuw plaatje hebben gemaakt. Schreifels stem was vanavond niet altijd even goed bij de les maar de energetische kracht van zijn bandje is gelukkig intact gebleven. Een paar oude krakers als “Used for glue” en “het instrumentale “Hooligans for life” wekten nogal wat beroering los in de voorste gelederen en de klassieker “Undercovers on” deed ons nog altijd denken aan het betere werk van Buffalo Tom. Ook de nieuwe songs waren veelbelovend, net als op ‘United by fate’ klonken die heftig en recht door zee.

Een fijn concertje dus met enkele vocale misstapjes maar met een lekkere primitieve stuwkracht. Doch een half uurtje later zou blijken dat de verdienstelijke poging van Rival Schools in het niets verging vergeleken met de pletwals die er zou op volgen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 24 maart 2011 01:00

Dancing backwards in high heels

Voor old school NYD fans is deze ‘Dancing backward in high heels’ wel even slikken, en dit omdat The Dolls (of wat er van over blijft, met enkel nog Sylvain Sylvain en David Johansen als originele leden in de rangen) nu helemaal zijn afgestapt van het oorspronkelijke geluid. Enkel de fijne hoes roept nog herinneringen op aan het woelige verleden.
Het zat er al aan te komen met de vorige plaat ‘Cause I sez so’ waarop ze ook al gretig dweepten met sixties en doowop geluiden. Toch waren er op die plaat nog duidelijke raakpunten met de oorspronkelijke proto punk van begin jaren zeventig. Die zijn nu helemaal verdwenen.
Eén en ander kan ook te maken hebben met het vertrek van Steve Conte, een gitarist die steeds trachtte om de geest van Johnny Thunders bij The Dolls in leven te houden.
Met de exit van Conte zijn de gitaren naar de achtergrond geschoven ten gunste van een opzwepende sax en een zinderend orgeltje, wat resulteert in een handvol aanstekelijke songs waarmee we ons in het hartje van de sixties wanen. Dingen als “Round & round” en “I sold my heart to the junkman” konden volgens ons meer dan veertig dertig jaar geleden makkelijk in de hitparade belanden ergens tussen Smokey Robinson, The Beach Boys en The Supremes.
Het fungehalte is alweer belangrijker geworden en de stempel van David Johansen is nog nadrukkelijker aanwezig.
‘Dancing backwards in high heels’ ligt dichter bij diens alter ego Buster Poindexter dan bij de originele Dolls. Johansen, wiens zangcapaciteiten onaangetast blijven, herneemt hier trouwens “Funky but chic” uit zijn eigen solo carrière, zij het daarom niet echt beter.
De plaat is onmiskenbaar meer soul dan rock, laat staan punkrock. We kunnen de Dolls dus niet verwijten dat ze krampachtig blijven vasthouden aan de sound die ze zelf gecreëerd hebben begin jaren zeventig. Misschien is dit ook wel verstandig, want wat ze toen voor mekaar gekregen hebben zouden ze op vandaag toch niet meer kunnen evenaren. Eigenlijk grijpen ze nu zelfs terug naar dezelfde prille sixties invloeden en voorbeelden, er komen alleen heel andere dingen uit.
‘Dancing backwards in high heels’ is dus een gedurfde onderneming waarmee The Dolls hoegenaamd niet op hun bek gaan, maar wij zullen als fan van het eerste uur toch eerder teruggrijpen naar onze exemplaren van ‘ New York Dolls’ (1973) en ‘Too much too soon’ (1974).
Dit hier is gewoon een andere groep.

donderdag 24 maart 2011 01:00

WWII

Als u vindt dat The Thermals een pak van hun pluimen verloren zijn en veel te braaf zijn geworden, dan moet u beslist eens dit plaatje proberen.
De simpele maar zeer doeltreffende rechttoe rechtaan rock van White Wires is volledig bereid volgens het ongeschreven recept van de eerste twee Thermals platen. Garage rock met een flinke scheut punk, een rauw geluid zonder veel franjes, een lo-fi productie, gure riffs en korte sprankelende catchy songs voorzien van de nodige dosis vuur en woede. Het plaatje duurt amper 27 minuutjes en bevat 12 killers van songs die met zijn allen richting onderbuik razen. Hoe heerlijk simpel rockmuziek kan zijn.

donderdag 24 maart 2011 01:00

Sports

Geen idee waarom het genre nu terug zo hot is en waar al die nieuwe shoegaze bandjes blijven vandaan komen, maar deze Weekend nemen we er graag bij. Qua nieuwe bands in het genre komt Weekend dicht in de buurt van het zinderende A Place To Bury Strangers, en dat wil wat zeggen.
Nogal opmerkelijk, dit trio komt uit het zonnige San Francisco, maar zomerse deuntjes zijn niet echt aan hen besteed. Wij zouden eerder spontaan geneigd zijn hen in een donkere Britse steeg te situeren, ergens waar My Bloody Valentine en Joy Division door de speakers loeien. De noise gitaren snijden en scheuren, de zang komt half van achter de coulissen en de pompende ritmesectie zorgt voor een gure geluidsmuur.
Het onheilsspellende geluid van “Landscape” lijkt zelfs rechtstreeks vanuit een onrustwekkende kelder te komen. “Coma summer” en “Age class” klinken als de Velvet Underground na een elektrocutie, “Youth Haunts” is een wilde jacht op het vel van Sonic Youth en “End times” is Joy Division die het met Husker Dü aan de stokken krijgt.
Er worden dus geen nieuw paden betreden bij Weekend maar ze maken het soort lawaai waar wij van houden.

maandag 28 maart 2011 02:00

Mogwai - Buitenaardse klasse

Met ‘Hardcore will never die, but you will’ heeft Mogwai alweer een prachtige nieuwe plaat uit. Hoewel het geheel op en top als Mogwai klinkt is het toch geen herhalingoefening geworden en worden er weer met succes andere horizonten verkend.

Dat er gretig uit dit nieuwe album geput werd was niet verwonderlijk. Het nieuwe materiaal vond trouwens perfect zijn plaats tussen oudere parels. Wat ons doet vaststellen dat quasi alles wat Mogwai aanraakt goud is. Een song als “Death Rays” bijvoorbeeld klonk hemels ondermeer door een adembenemend vioolintermezzo waar de hele zaal stil van werd en “You’re Lionel Ritchie” en “How to be a werewolf” brachten ons evengoed in hogere sferen. Zo perfect en schitterend klonken de nieuwe songs.
Ongeacht van de opeenvolging van een pak tot de verbeelding sprekende songs ervoeren wij dit Mogwai concert toch weer vooral als een ware atmosferische totaalbeleving. Mogwai bouwde de spanning op en hield die moeiteloos aan tot het eind, ook al werd er, met uitzondering van wat vocalen die door een stemvervormer gejaagd werden, geen noot gezongen. Die vertrouwde sound van ingetogen naar uitbarstend en dan weer terug is uiteraard hun handelsmerk waar zij als geen ander op een glansrijke manier weten mee om te springen (of ja, ’t is ook nog waar, begin dit jaar Godspeed You Black Emperor gezien, qua intensiteit moesten die gasten niet onderdoen).
De ultieme Mogwai song “Mogwai Fear Satan” was zoals steeds geniaal en het overweldigende naar post metal neigende “Batcat” sloot als een bom het eerste deel af. Wij waren toen al helemaal in vervoering gebracht en kregen als toemaat een apocalyptische bisronde met onvolprezen klassiekers als “Auto rock” en “Hunted by a freak”. Het nieuwe ophitsende “Mexican Grand Prix” zorgde voor een knoert van een slot, de song eindigde in een ware geluidseruptie waar onze oren pijn gingen van doen, maar voor zo een klasbakken namen wij dat er graag bij.

Mogwai was van buitenaardse klasse. Gelieve uw ticket voor het Cactusfestival in Brugge (op zondag! Of voor het ganse weekend) al te bestellen.

Setlist : White Noise – Rano Pano – Death Rays – Christmas Steps – How to be a werewolf – San Pedro – George Square Thatcher Death Party – Mogwai Fear Satan – You’re Lional Ritchie – New Paths to Helicon, Pt 1 – 2 richts make 1 wrong – Batcat – Auto Rock – Hunted by a freak – Mexican Grand Prix

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Met de voortreffelijke nieuwe plaat ‘Content’, die aardig in de buurt komt van het niveau van de klassiekers ‘Entertainment’ en ‘Solid Gold’, heeft het legendarische Gang Of Four alle redenen om zich terug op de podia te storten. Dankzij bands als The Rapture, !!!, LCD Soundsystem, Franz Ferdinand en Bloc Party is het oorspronkelijke Gang Of Four geluid terug ‘hot’ geworden en is het volledig terecht dat de groep terug op tournee gaat.

In de Botanique was het maar al te duidelijk dat het hier geen fossielen betreft en dat de band moeiteloos de spanning en intensiteit van hun beste werk in een puntige en zweterige live set weet om te zetten. Wij durven ons zelfs luidop afvragen of de hier voormelde volgelingen op een podium even sterk voor de dag zouden komen als deze huidige versie van Gang Of Four (de laatste keer dat we The Rapture aan het werk zagen voelden we niet half zoveel energie als vanavond, trouwens, waar zitten die gasten eigenlijk op vandaag ?).

Voor we hier met alle superlatieven voor de dag gaan komen, willen we u -muggenzifters als we zijn- eerst wijzen op de minpuntjes van de avond: Gang Of Four heeft een uiterst knappe en vitale nieuwe plaat uit met amper een paar uitschuivers. Toch hadden ze er voor gekozen om althans één van die uitschuivers, het experimentele niemendalletje “It was never gonna turn out too good”, in de set op te nemen. Ook het matige “A fruitly in the beehive” was om onbegrijpelijke redenen in de setlist verzeild geraakt. Een pak goeie songs van die plaat werd achterwege gelaten, een betere keuze was dus welkom geweest. En wat we een beetje gevreesd hadden, ze vonden het ook nodig om het blijkbaar onvermijdelijke maar voor ons overbodige “I love a man in a uniform” te spelen, een song die de ware Gang Of Four fans eigenlijk kunnen missen als kiespijn wegens niet relevant voor zo een schitterend groepje. Als dit voor u het enige Gang Of Four nummer is dat je kent, gelieve dan nu te stoppen met lezen en u met het schaamrood op de wangen terug te begeven naar uw Simple Minds collectie.
Tot zover het mierenneuken, voor de rest : Amai !! Wat een spetterend concertje.
Ze drukten op de startknop met de venijnige punkfunk kopstoot “You’ll never pay form the farm” uit ‘Content’ en begonnen dan met volle overgave aan een reeks weergaloze klassiekers als “Not great man”, “Ether”, “Paralysed” en “Anthrax”. Het ronduit schitterende “What we all want” sneed ons de adem af en van dan af ging het crescendo. De intensiteit die uitging van uppercut “To hell with poverty”, met voorsprong het hoogtepunt van de avond, was buitenaards. Tussen al die geweldige klassiekers door bleef het nieuwe “Do as I say” mooi overeind, de song kreeg de zelfde springerigheid en stootkracht mee van zijn grote broertjes. Kleppers als “At home he’s a tourist” en “Naturals not in it” zetten de eindspurt in om er tenslotte een definitieve lap op te geven met een genadeloos “Damaged goods”.
De twee oudgedienden zanger Jon King, nog steeds prettig gestoord, en vooral gitarist Andy Gil vormen de hoekstenen van het Gang Of Four geluid. Gil bleek gewoon een wervelende gitarist te zijn met een flitsende, scherpe en spitse eigen staccato stijl, wat ons betreft het handelsmerk van die fantastische Gang Of Four live sound. Als aanvulling kon de fenomenaal pompende bas van Thomas Mc Neice wel tellen. Zo was de totaalsound fel, opwindend en uitermate bruisend. De energie die uit dit viertal ontsproot was een stuk indrukwekkender dan hetgeen we soms bij veel jongere bandjes mogen aanschouwen.

Geen seconde moesten we denken dat hier eigenlijk een stel gezette vijftigers aan het werk waren, als een bende jonge wolven raasden ze doorheen hun ophitsende songs.
Het was ons een waar genoegen.

Setlist : You’ll never pay for the farm – Not great men – Ether – I parade myself – Paralysed – A fruitly in the beehive – Anthrax – I was never gonna turn out too good – What we all want – It’s her factory – Return the gift – We live as we dream, alone – To hell with poverty – Do as I say – At home he’s a tourist – He’d send in the army – I love a man in a uniform – Naturals not in it - Damaged goods

Organisatie: Botanique, Brussel

Met hun derde album ‘Our love to admire’ lonkte Interpol heel eventjes naar de stadions, maar met de sobere laatste plaat ‘Interpol’ zijn ze terug met beide voetjes op de grond beland. Het album heeft ook niet zoveel commotie losgeweekt en geeft maar mondjesmaat zijn pareltjes vrij (zoals “Lights” bvb, een song die alsmaar beter wordt). De Lotto Arena in Antwerpen was dan ook niet uitverkocht maar de trouwe fans mogen absoluut terugdenken aan een fraai optreden.

Net als op de laatste plaat is ook de live sound teruggebracht tot de essentie, ‘back to basics’ zeg maar. Bovendien heeft Interpol voor deze tour gekozen voor een niet zo voor de hand liggende setlist met minder bekende maar weliswaar knappe songs als “C’mere”, “The new”  en “Lenght of love”. Vooral “Not even jail” werd driftig en puntig geserveerd, een song die er op ‘Antics’ niet echt uitspringt maar die vanavond tot één van de hoogtepunten mocht worden gerekend.
Klassiekers als “Evil”, “Slowhands” en “The Heinrich Maneuver” werden dan weer in een hitsige en ietwat snellere versie gespeeld, de songs werden ontdaan van alle franjes en overtuigden in deze primitieve aanpak. Dat Interpol teruggrijpt naar hun eigen roots bleek ook uit de greep songs die uit de debuutplaat werd genomen, zo was “Say hello to the angels” jachtig en gedreven en klonk “Untitled” ronduit fantastisch.

Eén en ander laat ons concluderen dat Interpol -in tegenstelling tot verwante bands als White Lies en Editors die voorzichtig de weidse geluiden en het bombast opzoeken- vasthoudt aan een pure eighties sound zonder al te veel galm en echo’s (vergelijkingen met The Chameleons en The Sound gaan nog altijd op).
Wat ons betreft hebben zij hiermee de juiste keuze gemaakt en blijven zij onze absolute nummer één van het trio Interpol – Editors – White Lies.

Een aangename opener van de avond was Matthew Dear, een netjes in kostuum en haargel gestoken gentleman die ook al teruggrijpt naar een eighties sound, deze keer meer verwant aan Fad Gadget, Gary Numan en een ferme brok Bowie.
Zijn elektronische muziek werd aangenaam opgefleurd door een attent trompetje en de songs kregen een tamelijk ophitsende dansbare vibe mee. In een kleinere club zou dit echt wel een stomend concertje geweest, maar ook in de Lotto Arena bleef het geluid overeind, al zijn Interpol fans natuurlijk geen uitbundige fuifbeesten en bleef de sfeer dan ook beperkt tot wat voorzichtig heupwiegen.
Maar hetgeen wij hier vanavond hoorden was best wel interessant. Matthew Dear heeft serieus wat in zijn mars en wij voorspellen hem een mooie toekomst binnen de wereld van de elektronische muziek. Wij vinden dit trouwens veel beter klinken dan het overschatte gepingel van de sufgehypete James Blake.
Check even Matthew Dear’s puike laatste plaat ‘Black City’ en u zal begrijpen wat we bedoelen.

Organisatie: .Live Nation

woensdag 09 maart 2011 01:00

Electric Wizard – Een heavy trip£

Electric Wizard begeeft zich al jaren in de underground van de metal. In bepaalde kringen worden zij aanzien als the heaviest band on earth en dat komt voornamelijk door hun extreem logge en loodzware doom- en stonermetal. Wij hadden dus uit voorzorg al zeker onze oordoppen op zak. En of we die nodig hadden ! Een prop weed in de oren had trouwens ook gekund met die gedrogeerde psychedelische metal.

Hun typerende ultra zware sound gaat live inderdaad door merg en been en doet de Antwerpse Trix flink op zijn grondvesten daveren. In die zin is een Electric Wizard gig een unieke belevenis. Maar op een podium loert de eentonigheid toch wat om de hoek, en dit vooral omwille van de aanhoudende drone. Wat op plaat een unieke sound is -en dan hebben we het vooral over hun meesterwerk ‘Dopethrone’ uit 2000 en toch ook wel een beetje over de nieuwe ‘Black Masses’- ontbreekt live wat aan variatie en diepgang. De brute kracht en intensiteit blijven wel behouden maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat het geheel soms als een eenzijdige vette brij aandoet waardoor de nummers moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Het vernuft van hun sterke platen gaat voor een stuk verloren in de massieve geluidsmuur, en dat is jammer.
Toch kunnen wij af en toe nog genieten van deze drone metal, het beukt bij momenten heel stevig en veroorzaakt een vorm van slowmotion headbanging onder de aanwezigen.
Met hun lome en extreem heavy aanpak is Electric Wizard een buitenbeentje in de metalscene en zo treffen wij in hun publiek ook nogal wat alternatievelingen aan, mensen die al wel eens een optreden van Earth of Sunn O))) bijwonen, bands die het qua extreme drone sound nog een stuk verder drijven.

Electric Wizard hun op Black Sabbath geïnspireerde volumineuze sound blijft ondanks alles steeds indrukwekkend en meeslepend. Een heavy trip als het ware, maar iets meer nuance zou welkom zijn.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

zondag 06 maart 2011 01:00

Tony Joe White - Back to the swamp

Geheel relaxed en supercool (zonnebril en hoed bleven de ganse set op) ging Tony Joe White achter zijn microfoon zitten om op sublieme wijze op zijn eentje de set te beginnen met twee heerlijk verstilde songs. Zo bleek het nagelnieuwe “Roll train roll” uit de voortreffelijke cd ‘Shine ’een pareltje van het zuiverste water te zijn.
Vervolgens kwam zijn drummer op het appèl en kreeg die typische ‘swamp blues sound’ een stevige power injectie met het potige “Undercover agent of the blues”. Niet dat we hier nu aan een hard rock sessie waren begonnen, maar White liet toch bij momenten zijn gitaar nogal vettig scheuren, soms zelfs een beetje à la Crazy Horse.
Lekkere swamp rockers als “Tunica Motel”, “Roosevelt and Ira Lee” en natuurlijk het schitterende “Polk Salad Annie” hadden de nodige portie vuur in zich. Fijn ook om te zien hoe TJW zijn vingers met passie over zijn instrument liet glijden. Van een plectrum was er geen spoor en qua relaxe ‘laid back’ attitude konden wij maar aan één gelijkgezinde gitarist denken, JJ Cale natuurlijk. Ook de stillere momenten waren subliem, bij het nieuwe emotievolle “Season Man” kon je zowaar een speld horen vallen en de klassieker “Rainy night in Georgia” was ronduit adembenemend.
Tony Joe White spaarde het krachtige en onvermijdelijke “Steamy windows” op tot het einde om er een knoert van een punt achter te zetten.
De immer coole verschijning (67 is hij al) leek zich vanavond opperbest te voelen. Een gitaar, een drummer, een occasionele mondharmonica en last but not least, een prachtige diepe baritonstem, meer had de man niet nodig om de Brugse Magdalenazaal uit zijn hand te laten eten.

Sterk optreden dus, maar minder hadden we dan ook niet verwacht.

Voorprogramma van dienst was de bedenkelijke West-Vlaamse singer/songwriter Bruce Bherman. Tussen de vertolking van zijn futloze songs achtte de man het nodig om, in bekakt Engels, een beetje te pochen met het feit dat hij enkele nummers in Nashville had opgenomen. Beste Bruce, als je nu gaat kakken in Nashville of in Poelkapelle, een drol blijft een drol. Bovendien was wat aanstellerige namedropping hem ook niet vreemd, maar wij vinden dat een respectvol songschrijver als Kurt Wagner veel beter verdient dan in één adem met deze Bherman vernoemd te worden. Nog een geluk dat Bherman met Wowo Spaens een sterke gitarist had meegebracht die nog enigszins een beetje kleur kon geven aan de inspiratieloze songs, zowaar geen makkelijke taak.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Pagina 84 van 113