logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Deadletter-2026...
Concertreviews

Belgian Asociality

Belgian Asociality en Funeral Dress: Belgische punkbands vieren feest

Geschreven door

Er was heel wat volk opgedaagd om de twee oudgediende Belgische punkbands Belgian Asociality en Funeral Dress aan het werk te zien. De ene fan haalde z’n oude punkjasje en streepjesbroek uit de stofferige kleerkast op zolder (waarbij hij hoopte er nog in te kunnen!), de andere was letterlijk met vrienden blijven hangen in de roemrijke beruchte ‘70’s punkjaren. De jongere aanwezige wou wel eens weten waar de huidige hardcore/punkrock/nu-metal bandjes (uit eigen streek) de mosterd vandaan haalden. De basis van een goede keuze met deze twee bands.

Het Antwerpse kwartet Belgian Asocialty bestaat twintig jaar en vierde het met de langverwachte voorstelling van de nieuwe cd, waarvan we naar BA traditie U de titel moeten onthouden. De uitdrukking ‘Eenvoud siert’ werkt doeltreffend als je deze band, onder de ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige punkpop Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas), aan het werk ziet. Ze halen invloeden uit de hardcore, ska, metal en country. Hun prettig gestoord, meezing-/brulbaar rammelende pretpunk (kort, rechttoe-rechtaan, opzwepend) met humoristische en cynische no-nonsens teksten, blijft populair en werkt aanstekelijk op de dansspieren! Onterecht wordt hun ‘gezonde boereleute’ amateurisme en gemakzucht verweten, door het feit dat ze door de jaren misschien altijd (meer) van hetzelfde doen. Het publiek ging in de moshpit bij momenten fel tekeer: sky- en stagediven, duw en getrek en pintjes gooien in de lucht; het was leuk om te zien hoe jong en oud zich verenigde op het oude als ook het nieuwe materiaal.
Meteen zat de vonk erin, met prijsbeesten als “BA”, “Feasty boys”, “Keerbergen” en “Stagediv”. De nieuwe songs als “Twee”, “Die van ons”, “Preekwoorden”, “Treimeloe city” en “Tuinkabouter”, zaten mooi verweven binnen de oude klassiekers. Ondanks dat ze wat ‘meer song’ om zich hadden, was het tempo hoog en strak. Ook de bindteksten van het ‘Sergio entertainbeest’ Vosté waren na al die jaren ferm leuk om te horen. Het feestje was compleet met “Jupiler”, “Boerderie”, “Van mijn erf”, “Belg-Ie” (persiflage van het ons volkslied), “De gefrustreerde automobilist”, “Bompa punk” en “Non non rien ne va changer, tout va continuer”. De punkattitude kreeg nog een staartje in de bis met “De moshpit”, de klassieker “Morregen”, “Anarchie” en “Het is gedaan, ’t is weer goed geweest”. En dat het goe was geweest, merkten we alvast toen thuis onze kleren nog naar sigaretten en het gekegelde bier roken, een beetje als op de vroegere plaatselijke chiro- en scoutsfuif. Soms moet da echt niet meer zijn…

Funeral Dress, op z’n beurt, vierde in het Depot z’n 1000ste concert en stelde meteen ook de nieuwe cd ‘Global warning’ voor. De groep uit Herentals/Heist-op-den-Berg ontstond ook al midden de jaren ’90 en is ondertussen uitgegroeid tot één van de bekendste Belgische rockbands in de USA. Hun springerige en dynamische punkrock met folkinvloeden, brak definitief door in 2002 toen ze hun lijflied “Party On” in de hitparade zagen staan. Zij bundelen de kritische blik op anarchie en de muzikale rijkdom van Dropkick Murphys, Flogging Molly, Green day, Blink 182, en oudjes Exploited, Dead Kennedy’s samen.
Ook zij overtuigden een uur lang met twintig korte snedige en felle punksongs. We hoorden songs met spraakmakende titels als “Death and glory”, “Rebel radio”, “Speed psycho”, “Cops are  no …”, “Belguims burnin” en “Angel suicide”, in combinatie met de party klassiekers “Pogo”, “Oi”,“Beer and woman” en “Party on.
Hun ’All for one, and one for all’ klonk als één brok samenhorigheid, want de fans waren één en al respect voor hun favoriete band …

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

Funeral Dress

Funeral Dress en Belgian Asociality: Belgische punkbands vieren feest

Geschreven door
Er was heel wat volk opgedaagd om de twee oudgediende Belgische punkbands Belgian Asociality en Funeral Dress aan het werk te zien. De ene fan haalde z’n oude punkjasje en streepjesbroek uit de stofferige kleerkast op zolder (waarbij hij hoopte er nog in te kunnen!), de andere was letterlijk met vrienden blijven hangen in de roemrijke beruchte ‘70’s punkjaren. De jongere aanwezige wou wel eens weten waar de huidige hardcore/punkrock/nu-metal bandjes (uit eigen streek) de mosterd vandaan haalden. De basis van een goede keuze met deze twee bands.

Funeral Dress, op z’n beurt, vierde in het Depot z’n 1000ste concert en stelde meteen ook de nieuwe cd ‘Global warning’ voor. De groep uit Herentals/Heist-op-den-Berg ontstond ook al midden de jaren ’90 en is ondertussen uitgegroeid tot één van de bekendste Belgische rockbands in de USA. Hun springerige en dynamische punkrock met folkinvloeden, brak definitief door in 2002 toen ze hun lijflied “Party On” in de hitparade zagen staan. Zij bundelen de kritische blik op anarchie en de muzikale rijkdom van Dropkick Murphys, Flogging Molly, Green day, Blink 182, en oudjes Exploited, Dead Kennedy’s samen.
Ook zij overtuigden een uur lang met twintig korte snedige en felle punksongs. We hoorden songs met spraakmakende titels als “Death and glory”, “Rebel radio”, “Speed psycho”, “Cops are  no …”, “Belguims burnin” en “Angel suicide”, in combinatie met de party klassiekers “Pogo”, “Oi”,“Beer and woman” en “Party on.
Hun ’All for one, and one for all’ klonk als één brok samenhorigheid, want de fans waren één en al respect voor hun favoriete band …

Het Antwerpse kwartet Belgian Asocialty bestaat twintig jaar en vierde het met de langverwachte voorstelling van de nieuwe cd, waarvan we naar BA traditie U de titel moeten onthouden. De uitdrukking ‘Eenvoud siert’ werkt doeltreffend als je deze band, onder de ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige punkpop Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas), aan het werk ziet. Ze halen invloeden uit de hardcore, ska, metal en country. Hun prettig gestoord, meezing-/brulbaar rammelende pretpunk (kort, rechttoe-rechtaan, opzwepend) met humoristische en cynische no-nonsens teksten, blijft populair en werkt aanstekelijk op de dansspieren! Onterecht wordt hun ‘gezonde boereleute’ amateurisme en gemakzucht verweten, door het feit dat ze door de jaren misschien altijd (meer) van hetzelfde doen. Het publiek ging in de moshpit bij momenten fel tekeer: sky- en stagediven, duw en getrek en pintjes gooien in de lucht; het was leuk om te zien hoe jong en oud zich verenigde op het oude als ook het nieuwe materiaal.
Meteen zat de vonk erin, met prijsbeesten als “BA”, “Feasty boys”, “Keerbergen” en “Stagediv”. De nieuwe songs als “Twee”, “Die van ons”, “Preekwoorden”, “Treimeloe city” en “Tuinkabouter”, zaten mooi verweven binnen de oude klassiekers. Ondanks dat ze wat ‘meer song’ om zich hadden, was het tempo hoog en strak. Ook de bindteksten van het ‘Sergio entertainbeest’ Vosté waren na al die jaren ferm leuk om te horen. Het feestje was compleet met “Jupiler”, “Boerderie”, “Van mijn erf”, “Belg-Ie” (persiflage van het ons volkslied), “De gefrustreerde automobilist”, “Bompa punk” en “Non non rien ne va changer, tout va continuer”. De punkattitude kreeg nog een staartje in de bis met “De moshpit”, de klassieker “Morregen”, “Anarchie” en “Het is gedaan, ’t is weer goed geweest”. En dat het goe was geweest, merkten we alvast toen thuis onze kleren nog naar sigaretten en het gekegelde bier roken, een beetje als op de vroegere plaatselijke chiro- en scoutsfuif. Soms moet da echt niet meer zijn…

Organisatie: Depot, Leuven


Beoordeling

Agoria

De house- en technoworld van Butch en Agoria

Geschreven door

De Petrolclub is back … met een toffe voorjaarsprogrammatie. Tijd om ons eens te oriënteren in één van Belgisch meest befaamde clubs …U raadt het al: … na een herbronning hebben de verantwoordelijken van ‘5 voor 12’ terug een aantrekkelijke affiche klaargestoomd. Als je weet dat zij ook instaan voor de organisatie van ‘10 Days Off’ tijdens de Gentse Feesten is het niet zo gek moeilijk dat er ook in hun club aandacht wordt besteed aan de huidige trends in de elektronische muziek. Eén van de namen die meteen in het oog sprong was die van Agoria. De Franse dj uit Lyon, mag na twee albums ‘Blossom’ (2003) en ‘The Green Armchair’ (2006) gerekend worden bij de top van de hedendaagse Franse house- en technoscene.
Sébastien Devaud zorgde in Antwerpen zoals verwacht voor een feilloze DJset van donkere techno waarbij hij een unieke groove ontwikkelde. Hij is een DJ waar Frankrijk fier mag op zijn en bewees dat hij thuishoort in de internationale clubwereld waar hij al aan de zijde
stond van Jeff Mills, Carl Cox, Ritchie Hawtie,...Met de huidige single “Dust “ als hoogtepunt!

DJ
Butch op z’n beurt is lang niet zo bekend en heeft een veel kleiner palmares dan Agoria.
Amper twee jaar na zijn debuutalbum ‘Pappillon’ heeft deze Duitser toch ook al zijn plek gevonden in de hedendaagse housewereld. Hij heeft al een aantal nominaties gekregen voor zijn betere remixwerk en zijn prestaties als jonge technodj. Hij scoorde hoge ogen in de Ultratop met de single "Amelie", die meteen die avond een knaller was. Een getalenteerde dj die rustig op het elan van Agoria doorging en zorgde voor één lange mix van gedreven house- en technomusic.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Beoordeling

Bénabar

Het effect Bénabar

Geschreven door

Fotoverslag Bénabar - verslag vertaling site fr Musiczine.net ...
De’ Dhr Inféquentable’ van de Franse pop en chanson, Bénabar, heeft nieuw werk uit en brengt een reeks frisse en levendige shows. In ons landje is hij erg populair bij onze Franstalige vrienden, want de twee concerten in Brussel waren in een mum van tijd uitverkocht.

Support was de beloftevolle, jonge blonde dame Charlotte Marin,
die humor met het intimistische Franse lied combineerde en teksten schreef van onredelijke wijsheden en gekte: “Et en plus, je cuisine“, “Jamais revoir ses ex”, “Demain j’arrête”, “Crazy du Shopping”, en “Croqueuse d’homme”, …

Bénabar is samen met Cali één van de publiekslievelingen. In Vlaanderen een nobele onbekende, maar in het Franstalig gedeelte slaagt de songschrijver erin met het eenvoudige Franse chanson (jonge) meisjesharten sneller te doen slaan. Hij overschouwde met een brede, stralende glimlach, als een prins de nokvolle AB. Luidkeels werd hij verwelkomd. Hij overtuigde met een puik overzicht van z’n oeuvre.

Neem gerust een kijkje naar de fotosessie op Musiczine.net

Organisatie: Ubu concerts


Beoordeling

The Bony King Of Nowhere

CD presentatie van het beloftevolle The Bony King Of Nowhere

Geschreven door

Het Gentse The Bony King Of Nowhere won een paar jaar terug het lokale Beloften concours om zich dan in de schijnwerpers te plaatsen als supports, Folkdranouter 2007 en 25 jaar Vooruit. Een verstilde, ingetogen en sobere aanpak van emotievol semi-akoestisch gitaargetokkel, kleurrijke keyboards en een ingehouden percussie. De groep, bepaald door zanger/componist Bram Vanparys, heeft nu z’n debuut uit, ‘Alas my love’, werd en wordt lovend onthaald en staat voor de immense uitdaging hun muziek van innemende, broeierige en melancholisch romantische pop en de opgedane podiumervaring verder ‘en verve’ uit te werken. Sinds de band werkte aan het debuut kwam er nog een contrabassist en een tweede gitarist bij, die de songs wat meer diepgang geven en wat meer doorleefd laten klinken. Ook de dromerige, indringende, licht overwaaiende vocals van de zanger passen in dit muzikaal plaatje. De groep doet denken aan Bonnie ‘Prince’ Billy, Iron & Wine, Bon Iver, Low en Cowboy Junkies en in de zang aan Girls In Hawaii en Absynthe Minded.

Ondanks de onwennigheid en licht onzekere houding op het podium hoorden we een dosis sfeervolle songs binnen een ‘Duyster’ concept, “The sunset”, “Everything I like” en “There I am”, die door de huidige instrumentatie wonnen aan zeggingskracht. Ontdaan van enige franjes en bepaald door lieflijk gitaargepingel en een verloren gewaande diepe contrabassnaar waren “Taxidream”, “My favorite” en de titelsong, die door handclapping een extra toets kreeg. Perfect gedoseerd binnen de ‘Bony’ context speelden ze een tweetal krachtige songs, “The darkness” en in de bis “Eleonore” (beiden niet op het debuut), die het meeste vaart gaven en zeker iets zijn om in de toekomst mee rekening te houden van een gevarieerde setlist. Een aan Radiohead/Sigur Ros refererend klanktapijt hoorden we door toetsen en soundscapes op “Maria”, “Losing gravity” en “Visitor”. Het intiem pakkende “My invasions” op piano besloot de cd voorstelling. Op het eind kregen de songs zelfs meer impact door Bram’s fluisterzang.

Een klein uur zagen we een talentrijk muzikant en een goed ingespeelde band. Broeierig spannende groeisongs, die door hun intimiteit een pracht zonder praal waren; kortom, klassewerk en een doorbraak die niet mag ontbreken. Vanparys en de zijnen profileerden zich als een de Bony ‘Prince’ Of Nowhere en droegen de naam van een ‘King’ waardig!

Ook de mensen van Keremos hadden iets in petto. Hun tweede ‘The Next Big Thing’ stelden volgende beloftevolle bands voor in de Minnemeers, The Galacticos, Roadburg, Team William, Arquettes en Steak Number Eight.
Na het optreden van The Bony King Of Nowhere konden we nog de springerige, aanstekelijke poprock van The Galacticos meepikken en zagen we Team William (derde plaats op Humo’s Rock Rally vorig jaar!) aan het werk, die overtuigden met hun gevarieerde, snedige en speelse indierock. Het was me duidelijk dat hier bands stonden, die dit jaar een airplay moeten verdienen van hun EP/cd …

Organisatie: Democrazy, Gent (ism Vooruit Gent)

Beoordeling

Seasick Steve

It’s all good met Seasick Steve

Geschreven door

Seasick Steve, een laatbloeier en bluesman in hart en nieren, geniet nu met volle teugen van het succes dat hem te beurt valt na zijn legendarische passage bij Jools Holland, zo’n kleine twee jaar geleden. De man maakt handig gebruik van de aloude idee dat de blues moet verkondigd worden door lui die met niks op zak het hele land hebben doorgereisd en daarbij een hoop ellende hebben meegemaakt. In Steve zijn geval is dat ook geen beetje overdreven, hij verliet het ouderlijke huis toen hij veertien was, trok de wilde wereld in en verdiende de kost met allerhande vuile jobs en met gitaar spelen. De titel van zijn laatste plaat luidt niet voor niks ‘Started out with nothing and still got most of it left’. Maar het geluk is aan zijn kant komen staan op zijn ouwe dag. Vroeger speelde hij voor twee man en een paardenkop, nu voor uitverkochte concertzalen. Het kan verkeren. Nochtans is zijn sound geen moer veranderd en speelt hij nog steeds op tot op de draad versleten gitaren. Gewoon geluk gehad. We gunnen het hem.

Naar de AB was ook nog een drummer mee afgezakt die de doorleefde blues en boogie van Steve voorzag van een stevige onderbouw. Seasick Steve begon al direct met vuurwerk in “Thunderbird”, prijsbeest van de laatste plaat, en zette zo de toon voor anderhalf uur potige blues, tot hij eindigde in een climax met de absolute kraker “Dog house boogie”, de motherfucker van een song waarmee de hele hype rond zijn persoon in gang werd gestoken. Wat daar tussenin zat was een aaneenschakeling van venijnige en primitieve roots- en bluessongs met een ziel en met de nodige brokken emotie. Seasick Steve ontpopte zich op het podium tot een ware entertainer die zijn publiek wist te vermaken met tragi-komische verhalen over zijn hond en zijn asshole van een vader.
De man is tevens voorzien van een doorleefde bluesstem en zijn sound leunt nog het dichtst aan bij John Lee Hooker, maar dan iets feller en meer verbeten. Steve’s gitaren (de ene was het inmiddels gekende vehikel met amper drie snaren, de ander een omgebouwde sigarenkist) mochten net iets meer huilen en janken. Met een prachtige lovesong “Walking man” wist Seasick Steve tevens de gevoelige snaar te beroeren, een bevallige jonge dame mocht zelfs even het podium op om vlak naast Steve te komen genieten van deze mooie song.

Anderhalf uur was het publiek, dat lang niet alleen uit bluesliefhebbers bestond, in de ban van deze rasperformer. Of hoe simpele, eerlijke en primitieve rootsmuziek zo een kracht kan uitstralen. Thank you, Steve.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

O’Death

O’Death: overtuigende kroegentocht in de Rotonde!

Geschreven door

Het NY se sympathieke kwintet O’Death overrompelde vorig jaar al op hun éénmalig optreden in de MaZ te Brugge, toen ze de doorbraakcd ‘Head Home’ voorstelden. Een crossover van rauw rammelende rock, country, folk, bluegrass en punk. Ze hadden in hun liveset iets mee van de dynamiek van The Pogues, Kaizers Orchestra, Arcade Fire, The Pixies,The Levellers en Cold War Kids.

Hun songs ondergaan verrassende wendingen, hebben een krachtig gitaargetokkel door banjo/fiddle, zwierige vioolpartijen, een diepe bas en een opzwepende, strakke drums in combinatie met de zalvende werking van een akoestische gitaar. Het lijken wel zeemansliederen in de prairie, die beheerst en heerlijk klinken binnen de vooropgestelde songstructuur, en geleid worden door ‘kapitein van dienst’/zanger/gitarist Greg Jamie (vocaal refererend aan Fleet Foxes/My Mornig Jacket of Band Of Horses), die eerst de zang inzet, de anderen vocaal laat inhaken om dan luidkeels te zingen en te schreeuwen.
Het weirdo vijftal mag misschien over een overdosis energie beschikken door als een bende gekken in ontbloot bovenlijf te headbangen en heen en weer springen. Je slaat de bal mis als je denkt dat we het hier hebben over een stelletje ongeregeld …want da’s nu net hun formule die op het podium aanstekelijk werkt en het geheel opwindend en feestelijk maakt.
We hoorden 17 songs in een goed uur. Een opbouwende start met “Home” , “On an aching sea” en “Adelita” om beetje in de juiste  stemming te komen. Eénmaal ze op dreef waren, gingen ze als een stoomtrein tekeer op het podium, geselden hun instrumenten en zongen en  schreeuwden de longen uit hun lijf met het weirde walsende “Mountain shift”, “Legs to begin” en “That light does not dim”. De drummer liet zich niet onbetuigd: hij porde het publiek aan en zorgde voor een rauwer en meer opzwepend geluid door de mokerslagen op z’n drums en het ranselen van een ketting op de drums, een ton en cimbalen.
O’Death hield het tempo hoog en strak en liet maar eventjes de teugels los op broeierige songs als “Down to rest”, “Lowtide” en “Angeline”. “Allie Mae Reynolds” en “Nathaniel” in de bis breidden er nog een zwierig eind aan hun rondedans en overtuigende kroegentocht in de Rotonde. Doe het hen maar na in dit razendsnelle tempo.

Ze amuseerden zich alvast te pletter en werden succesvol onthaald in de goed halfgevulde Rotonde. Dit smaakte naar meer … een welverdiende wildcard mag weggelegd worden in een nokvolle biertent op Folkdranouter …

Organisatie: Botanique Brussel

Beoordeling

Woodpigeon

Woodpigeon: Zachtjes kirren aan introductieprijs

Geschreven door

Eind vorig jaar lanceerden de organisatoren van de Botanique een nieuw initiatief onder de noemer ‘New Talents, Cool Prices’. Het doel daarbij was van meet af aan artiesten die aan het begin van hun carrière staan, de kans te geven om in een  professionele omkadering het beste van zichzelf te geven en zich in de kijker te spelen van een nieuwsgierig publiek, mede geruggensteund door het feit dat de toegangsprijs tot een minimum wordt herleid opdat dit geen obstakel mag zijn om de eventuele sterren van morgen aan het werk te zien.

En dat het concept werkt, getuigt de toch wel aardige opkomst voor het concert van het Canadese Woodpigeon afgelopen zondag in de Rotonde van de Botanique. Het  uit Calgary opererende achtkoppige collectief onder leiding van zanger-liedjesschrijver Mark Hamilton, past dan ook perfect in dit plaatje. Hun melodieuze, vaak integere mix van folk en pop nestelt zich namelijk erg goed in een zaal als de Rotonde en behalve enkele EP’s hebben ze tot nu toe twee volwaardige platen, ‘Songbook’ (2006) en ‘Treasury Library Canada’ (2008), op hun actief staan die pas nu hun verspreiding in Europa kennen zodat de groep op het Europese vasteland nog aan een veroveringstocht moet beginnen.

Dit laatste voor ogen houdende, zou je verwachten dat de groep dan ook bij hun concert in Brussel de setlist in de eerste plaats zou samenstellen op basis van deze twee te promoten platen maar dat is dan buiten de eigengereidheid van Woodpigeon gerekend. Ja, via songs als “Songbook / The Sound Of Us Playing Together” en het afsluitende, akoestisch en solo door Mark Hamilton gespeelde “Feedbags” werd geplukt uit ‘Songbook’ en met “Emma Et Hampus”, “I Live A Lot Of Places” en de  tijdens de eerste bisronde gebrachte “Bad News Brown” en “Knock Knock” werd inderdaad een inzage geboden in het zopas gelegde ei ‘Treasury Library Canada’.
Maar voor het overige was het een en al verrassing. Niet alleen ving het concert meteen heel sober aan toen louter de violiste en celliste op het podium verschenen en een versie van “Salut D’Amour”, een klassieke instrumentale compositie van Edward Elgar, brachten, maar onderweg kregen we ook uitstekende versies van nog twee andere – niet voor de hand liggende - covers te horen, namelijk “Joga” (Björk) en “Lay All Your Love On Me” (Abba).
Dit alles werd afgewisseld met het
bijzonder sterke “Oberkampf” uit de EP ‘Houndstooth Europa’ en met nieuw, nog niet op plaat uitgebracht werk als “The Saddest Music In The World”, “As Read In The Pine Bluff Commercial”, “Edinburgh / L’Appelle D’Vide” en “The Pesky Druthers (Parts 1 & 2)”. En dat het daadwerkelijk om nieuw werk ging, liet de groep duidelijk verstaan via de bindteksten of door erg regelmatig naar de partituren te staren.
Door deze stap in het onbekende kreeg het publiek zijn duifje dus niet op een schoteltje aangeboden en genoot het op een rustige manier. Dit kwam vooral tot uiting toen zanger Mark Hamilton polste naar het volkslied van België. Weinig of geen respons kwam uit de zaal en meteen werd ook Canada met de neus op de hier heersende communautaire, politieke verwarring gedrukt. Gelukkig bleef de humor zowel op als voor het podium onaangetast.


Op plaat maakt Woodpigeon vaak gebruik van een uitgebreid arsenaal aan  instrumenten en wordt daarmee in de pers meermaals vergeleken met gelijkgestemden als Sufjan Stevens, Belle And Sebastian of Camera Obscura om er een paar te noemen. Hun passage in Brussel verliep heel wat soberder. Zo was de bezetting herleid tot zes muzikanten en ondanks gebruik van akoestische (slide)gitaar, glockenspiel, piano/synth, viool en cello bleven een aantal instrumenten in hun thuisland staan, met niet in het minst de blaasinstrumenten (op basis waarvan ze vorig jaar nog een tournee met onder meer Calexico konden versieren) en de drums. Dit werd gecompenseerd met veelvuldig ritmisch handgeklap en de prachtige, bij momenten pakkende harmonische samenzang, maar toch had wat meer omkadering de songs en de zachte stem van Mark Hamilton extra kracht en impact kunnen geven. Nu bleef bij sommige nummers de voor Woodpigeon typerende opbouw tot een muzikale climax enigszins uit.
Het concert dat bol stond van de melodie, was lief en hartverwarmend en vormde dan ook een aangenaam avondje uit om een koude, regenachtige zondag te doen vergeten. Dit smaakt naar veel meer en kan tellen als ‘een introductie tot …’ (ondanks twee bisrondes duurde de set net iets meer dan een uurtje).

Omdat de meeste groepsleden ook nog deel uitmaken van andere formaties luidt de vraag hoe de toekomst van Woodpigeon er verder zal uitzien maar gelet op het aantal nieuwe nummers die in de Botanique gebracht werden, lijkt het einde verre van in zicht. Gelukkig maar, want Woodpigeon vraagt zeker uw aandacht om gespot te worden. U hoeft daarvoor geen gepassioneerd ornitholoog te zijn. De groepsnaam heeft namelijk niet zozeer iets te maken met de gelijknamige vogelsoort.  ‘Woodpigeon’ is gewoon een favoriet woord van Mark Hamilton omdat het schuin geschreven, lijkt op een achtbaan.
Dit verduidelijkt zijnde, houdt ondergetekende voor hun album ‘Treasury Library Canada’ nu alvast een plaatsje vrij in het eindejaarslijstje.

Organisatie: Botanique, Brussel.

Beoordeling

Pagina 358 van 389