logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Deadletter-2026...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

The Temperance Movement + Paceshifters
Kreun
Kortrijk
2016-02-04
Sam De Rijcke

Nooit eerder van gehoord, maar wel zeer aangenaam verrast door de Nederlandse jonkies van Paceshifters. Een pittige zanger/gitarist die met allure naar de titel van Nederlands Kurt Cobain solliciteert, een frisse grungy sound die gaten in het beton scheurt, een gitaar die neigt naar The Smashing Pumpkins van toen die nog buskruit in de ballen hadden, een drummer die met volle overgave een stomende versie van de Who-klassieker “Baba O’ Reilly” inzingt en een stel splijtende songs die ons perplex doen staan. Het moet geleden zijn van de gloriedagen van Marco Van Basten dat we nog eens zo versteld stonden van onze Noorderburen.

The Temperance Movement is wel degelijk een Britse band, hoewel je hen op basis van hun sound ergens in het diepe Amerikaans zuiden zou willen situeren. Spilfiguur is zanger Phil Campbell, een tengere slangenmens die zich op het podium in alle bochten wringt (hij is waarschijnlijk De Kreun langs het sleutelgat binnengedrongen) en ondertussen een indrukwekkende rauwe bek opentrekt. Die indringende strot spoort in de richting van de jonge Rod Stewart of Chris Robinson, de zingende joint van The Black Crowes. Zo weet je meteen ook waar je de invloeden van The Temperance Movement moet gaan zoeken, het is authentieke rock die volle lepels mosterd is gaan halen bij The Faces en the Black Crowes en zich daarmee nestelt naast generatiegenoten als Rival Sons en Delta Saints. Geen super originele sound dus, maar wel een pot soulvolle rock die geserveerd wordt met veel bezieling.
The Temperance Movement komt in Kortrijk het nieuwste en tweede album ‘White Bear’ voorstellen en doet dat met een pak meer grinta en power dan er op de plaat te bespeuren is. Wij waren een beetje  bevreesd omwille van de soms iets te gladde sound van de plaat, maar dit euvel wordt live verholpen door de songs een flinke scheut rauwe power te injecteren. De melige momentjes zijn tot een minimum herleid en als een song dan al een beetje slijmerig begint (“Pride” en helemaal op het eind “Lovers & Fighters”) , dan groeit ie middels een paar fikse gitaarpartijen toch uit tot een kloek rockbeest.
The Temperance Movement heeft in hun korte bestaan ook al een paar heuse classics bij mekaar geschreven, songs die de gensters uit de muren van de concertzaal doen spatten. Check “Get Yourself Free”, “Take It Back” en vooral publiekslieveling “Only Friend”, een absolute kraker die De Kreun op zijn kop zet en meteen ook het hoogtepunt van de avond is.

Een dik uur pure rock met een emotievol kantje, strak, soulvol en met passie gebracht. Meer moet dat soms niet zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/paceshifters-04-02-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-temperance-movement-04-02-2016/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

donderdag 14 januari 2016 02:00

Lioness

De Noorse band Madrugada is jammerlijk genoeg in 2007 mee ten onder gegaan toen gitarist Robert Buras overleed. Ze hielden het wel nog een jaartje vol met een vervanger, maar uiteindelijk leek het gemis toch te groot om de groep in leven te houden.
Zanger Sivert Hoyem had zich eerder al aan een solo uitstapje gewaagd, nu leek de weg noodgedwongen vrij om hiermee full time door te gaan. Maar hoewel de volbloedzanger een ontegensprekelijk talent bezit, heeft hij tot op heden met zijn solo werk nog nooit de magie van schitterende Madrugada-platen als ‘The Nightly Disease’ of ‘The Deep End’ kunnen evenaren. Ook deze ‘Lioness’ kunnen we op zijn best als een moedige poging beschouwen maar ook nu weer is de spoeling veel te dun. Natuurlijk is daar nog die warme bariton die het midden houdt tussen Nick Cave, Richard Hawley en Stuart Staples, maar de songs zijn te flets en te glad om er diep mee in het vlees te kunnen snijden. Bij Madragada konden ze dat wel en bovendien kwam daar niet alleen de nachtelijke crooner maar ook de venijnige rocker in Hoyem naar buiten. Deze keer moeten we het enkel met die eerste stellen, en hij staat dan nog half op automatische piloot.
Het songmateriaal is veel te mager en een omzwachteling met overdadige strijkers moet dan maar de meubelen redden, maar zoals zo vaak is dat niet de oplossing. Integendeel, het is pas wanneer de violen aan banden worden gelegd en er een integere akoestische gitaar en een resem fragiele pianotoetsen overblijven dat Hoyem echt kan schitteren. Zo is op “It Belongs To Me” en “The River Of Hades” alle ballast overboord gegooid en laat Hoyem zich van zijn mooiste teergevoelige kant bewonderen, maar het blijken eenzame lichtpuntjes op een plaat die voor de rest verzuipt in ongeïnspireerde oppervlakkigheid.
Het beste wat wij van Sivert Hoyem dezer dagen hebben mogen horen is “Black & Gold”, de fantastische theme song van die al even schitterende Noorse TV serie ‘Occupied’. Helaas is de song op ‘Lioness’ nergens te bespeuren, u zal hem wel moeten van het internet plukken.

donderdag 17 december 2015 02:00

Light And Shade

Blues Karloff is een stel ouwe bluesratten uit Vilvoorde die zichzelf oriënteren richting Britse bluesboom van eind jaren zestig. Daar is veel van aan, ze gaan voluit voor gespierde bluesrock met hete riffs en dito solo’s. Daar gaan ze natuurlijk de prijs voor originaliteit niet mee winnen en we gaan hen ook zeker niet vrijspreken van overmatig cliché gebruik, maar het moet gezegd dat hier guts, power en adrenaline uit stroomt.
Hun voornaamste betrachting is het neerzetten van vinnige en potige bluesmuziek, en daar zijn ze heel bedreven in. Alfie Falckenbach heeft die rauwe bluesstem die het genre vereist en geregeld legt hij een gekscherend tintje in zijn vocals waarmee hij in de buurt komt van de geniale Alex Harvey. De flitsende gitaartandem van Paul ‘Shorty’ Van Camp (in een vroeger leven nog actief bij Belgische metalpioniers Acid) en Thomas Vanhaute zet daar een stel felle gitaarpartijen tegenover. Niet verwonderlijk dus dat die gitaren al eens durven neigen naar Gary Moore (nu die gast al een tijdje onder de zoden ligt moet er toch iemand de draad opnemen) of Pat Travers.
Volgens de aloude gewoontes eigen aan het genre graait Blues Karloff gretig in de grote bluescoverbak, maar ’t is niet altijd prijs. “Take These Chains” is slappe kost en “It’s All Over Now” is al zo veel gecoverd dat niemand daar nog iets zinnigs kan mee aanvangen, Blues Karloff duidelijk ook niet. Ook het akoestische Stones afleggertje “Looking Tired” heeft weinig of niks te bieden. De poweruitvoeringen van de Willie Dixon songs “Superstitious” en “Evil” zijn dan wel zeer te pruimen, vooral die laatste is even sterk als de gloeiende versie die wij kennen van de Amerikaanse oer-hardrockers Cactus.
Een covertje minder had dus wel gemogen, zeker als we merken dat deze groep zelf een span stevige bluessong op poten kan zetten. De eigen composities komen er immers verdomd sterk uit (nu ja, eigen composities, dit is bluesrock, alles is wel ergens gejat). Het is stevig rollebolllen met “Blackout Blues” en “I’m A Bluesman”, en we mogen lekker languit chillen (whiskeytje binnen handbereik) op de bluessleper “Don’t Lie To Me”. De ouwe rotten kennen dus best wel de knepen van het vak.
Natuurlijk staat deze plaat bol van de macho bluesrock en bijna plat gespeelde bluespatronen, maar eigenlijk stoort dat niet want Blues Karloff doet het met grenzeloze schwung, kracht en gedrevenheid. Dit is sowieso een genre waarin je onmogelijk nog origineel voor de dag kan komen, je kan dan meer beter een gortige portie grinta in je bluesrock steken.
Hadden we nu een Harley Davidson staan in onze garage, we waren er al lang opgesprongen om met onverantwoorde snelheid het ganse land te doorkruisen.

donderdag 17 december 2015 02:00

Sway With The Season EP

‘Sway With The Seasons’ van Trailers is het soort plaatje van een groepje die te vroeg en zonder deftige bagage van het repetitiehok naar de studio is getrokken. Ze hebben wel enkele vaardigheden onder de knie maar er hangt weinig of geen vlees aan de songs, die passeren dan ook zonder dat er iets gebeurt. Het is muziek die nergens blijft hangen, tenzij tussen de spinnenwebben in de koele berging.
Als dooddoener klasseren ze hun eigen sound dan ook nog onder de noemer ‘powerpoprock’. En dan zijn ze verwonderd dat critici hen neersabelen, terwijl wij enkel maar hun perfecte voorzet moeten binnenkoppen. Voor zover wij weten kennen we immers geen enkele band die zelf uitpakt met zo een bekakt genre. Powerpoprock begot, het klinkt een beetje als sarma-blues of tupperware-metal.
Bij nader inzien is het eigenlijk nog zo stom niet en vatten ze er ongewild hun plaatje mee samen, dit is immers mossel noch vis, het wil rocken maar mag niet van de schoonmoeder, men wil de bloemetjes buitenzetten maar moet voor het donker thuis zijn.
Als u het echt niet kan laten kan je dit bandje checken op www.trailersband.com of www.facebook.com/trailersband

donderdag 10 december 2015 02:00

Deeper Than Sky

VHOL is een soort metal supergroep met leden van het zware doommetal gezelschap Yob en de punkmetallers Agalloch.
‘Deeper Than Sky’ is een waanzinnige metal-plaat met guts, branie en een onweerstaanbaar tempo. De bloedstollende trash-metal en hardcore punk van openers “The Desolate Damned” en “3AM” laten er geen twijfel over bestaan, dit gaat hard, zeer hard. De heren hebben volle fun en staan hier zeer snedig en scherp te spelen, dit is metal zoals de beste metal moet klinken, fel, meedogenloos en razendsnel, maar nergens hersenloos.
De vernuftige songs barsten van energie, de gitaren gieren en soleren dat het een lust is, de bassen zijn loodzwaar en de drums storten zich dwars door een zwaar gepantserde muur. Hoogtepunt is de twaalf minuten durende titelsong, een brok edelmetaal waarin alle sterktes en vaardigheden van deze onstuimige heren samengebald zijn, het gaat van loeihard naar zalvend en weer terug, en steeds staan de gitaren roodgloeiend. Een buitenbeentje is de instrumental “Paino” (geen tikfout), een geflipt brokje jazz-metal waarin een loden basgitaar en een ontspoorde piano het mooie weer maken. “Red Chaos “ is dan weer geniale herrie die speed-metal koningen Slayer ongenadig naar de kroon steekt. In “Lightless Sun” krijgt de trash-metal een theatraal randje, alsof Bigelf met Overkill in de rollercoaster stapt. Afsluiter “The Tomb” klinkt als Iron Maiden na een verjongingskuur op basis van doortastende electroshocks (wat ze trouwens best kunnen gebruiken na het vermoeiende en langdradige epos ‘Book Of Souls’).
‘Deeper Than Sky’ moet het niet hebben van de lange afstand, het is eerder een kloeke spurt dan een marathon, en het klokt middels zeven meedogenloze happen rumoer al af op 42 minuutjes. Maar wat een manische en dolle metal-trip is me dat !

donderdag 10 december 2015 02:00

Meliora

Wat is dat toch met het Zweedse Ghost ? Er hangt iets mythisch rond deze band, ze hebben om onbegrijpelijke redenen een zekere cultstatus verworven en ze zien er uit als een extreem black-metal combo. Hun sound daarentegen is braaf en clean, haast een soort gladde pop-metal. De songs neigen naar prog-rock, hair-metal, gothic-metal of symfonische rock met een grunge randje en de clichés vliegen genereus in het rond.
Kortom, een geluid die bij veel bands zou toedragen tot een stoffig en lachwekkend voorkomen, maar niet bij Ghost. De leden houden angstvallig hun identiteit geheim en verschijnen steevast overal gemaskerd ten tonele, dat werkt natuurlijk de mysterieuze waas rond deze band in de hand en het levert hen gratis een duister en geheimzinnig imago op. Frontman Papa Emeritus ziet er uit als een soort horror Sinterklaas, maar eigenlijk staat die heel netjes te zingen, alsof hij solliciteert naar een stekje bij Journey, Styx of Kansas.
Is Ghost dan een grap, een beetje zoals The Darkness ? Het kan best zijn, ieder maakt dat best voor zichzelf uit, wij zien er alvast de humor van in, maar soms is het er zwaar over. Het schaamteloos sentimentele “He Is” bijvoorbeeld lijkt wel een inzending voor het songfestival. Nu goed, Lordi kwam ook uit het koude Noorden, ze luster er daar wel pap van in Scandinavië.
Toch getuigt ‘Meliora’ soms van knap songschijverschap, ook al zijn die songs veelal in een dikke laag bombast gewikkeld. “Spirit” had van Big Elf kunnen zijn en “From The Pinnacle To The Pit” knipoogt sterk naar Alice In Chains. Gebeurlijk komt er zelfs wat Dream Theater naar boven (“Cirice”), maar dan met heel wat minder vakmanschap. Ghost grossiert eerder in popmelodieën met een theatraal kantje die ongegeneerd in een metalkleedje worden gehesen. Het is  geen spek voor de bek van zware metalfanaten, maar wel aangenaam vertier door zij die hun metal graag met een korreltje zout nemen en openstaan voor een al dan niet gezonde dosis humor.
Als u zichzelf tot deze categorie fans rekent dan mag u gerust afzakken naar de Gentse Vooruit op 31/01/2016. In het andere geval blijft u beter thuis.

Door Stu Bru worden ons tot vervelens toe populaire Belgische acts als Oscar & The Wolf, Tout Va Bien, The Black Box Revelation en Balthazar door de strot geramd, maar als we de betere binnenlandse muziek van het laatste jaar willen ontdekken moeten we ons ingraven in de underground. Dan komen we uit bij fascinerende platen van The Germans, Raketkanon, Statue, Steak Number Eight en nu ook The Black Heart Rebellion.
Wij zouden durven gewag maken van De Belgische Swans, maar dan doen wij die mannen van The Black Heart Rebellion oneer aan, want dit is een band die wel degelijk een eigen koers vaart en op dit album een aparte en dreigende sound neerzet ver buiten bereik van de mainstream. Waarom dan Swans ? Wel, omdat een bloedende song als “Dorsem” zomaar lijkt te zijn weggelopen uit één van die twee laatste majestueuze Swans platen ‘The Seer’ en ‘To Be Kind’, alsof zanger Pieter Uyttenhove volledig in de huid kruipt van Michael Gira.
Maar elders is deze band zijn eigen unieke zelf. Opener “Body Breakers” is uitheemse krautrock die hier te lande enkel zijn gelijke vindt bij het al even eigenzinnige Creature With The Atom Brain (mogen we wel even kwijt dat we in die song een schim “Bastogne” van Red Zebra ontwarren, u moet begrijpen dat wij met de jaren tachtig opgegroeid zijn).
De vaak terugkomende Oosterse invloeden geven onder meer een beklemmend en bezwerend sfeertje aan “Flower Bone Ornaments”. Het desolate “Om Benza Satto Hung”, meer soundscape dan song, lijkt te zijn geplukt uit een cult-horrormovie en het hevig knarsende “Rust” is een kwalijke hyena die zijn tanden tot bloedens toe tegen de muur aan schuurt. De beklemming wordt tot aan the gaatje aangehouden, zo sluipt de naargeestige afsluiter “Violent Love” onverbiddelijk naar zijn prooi, met gitaren die fungeren als dodelijke giftanden.
Hoe meer we dit album afspelen, hoe dieper we geïntrigeerd geraken. Dit is een werkstuk die een aanhoudende dreiging met zich meedraagt, een draaikolk waarin we genadeloos worden meegezogen.
Samen met de laatste van Steak Number Eight mag deze hier op het hoogst schavotje staan in de categorie beste Belgische plaat van 2015.

vrijdag 18 december 2015 02:00

Judas Priest + UFO - Metal Gods

Hoewel Judas Priest de metal hoegenaamd niet zelf heeft uitgevonden (die eer valt volledig te beurt aan Black Sabbath) moeten ze toch als een niet te onderschatten invloed worden beschouwd in de verdere evolutie van het genre. Op vandaag is de muziek van Judas Priest al lang niet meer extreem, maar destijds (we hebben het hier over einde van de seventies en begin eighties) ging de band zo geweldig tekeer dat ze gerust mogen gezien worden als mede grondleggers van speed- en trashmetal. Bands als Metallica, Megadeth en Slayer zijn meer schatplichtig aan Priest dan ze ooit zullen durven toegeven.

Dat Judas Priest vandaag niet meer zo hip is leek wel duidelijk in een Vorst Nationaal dat omwille van de sobere opkomst tot een heuse clubzaal was ingeperkt, en die was dan nog gevuld met overwegend ‘oudere’ metalheads. Nu goed, die transformatie van Vorst Nationaal kwam de klank en de sfeer alleen maar ten goede. Geen spoor vanavond van de gevreesde Vorst-bunkergalm, wel van een enthousiast publiek bestaande uit hondstrouwe fans die hun helden in vol ornaat konden bewonderen. Die fans werden op hun wenken bediend met een splijtende set grotendeels gevuld met klassiekers en oudjes. Priest had hier weliswaar een nieuw album ‘Redeemer Of Soul’ te promoten maar haalde daar amper drie tracks uit die, met alle respect, toch maar moeilijk de concurrentie konden aangaan met de oude krakers.
Vooral de kaskraker “British Steel” werd hier in de bloemetjes gezet met “Metal Gods”, “The Rage” en natuurlijke de luid meegekeelde hits “Breaking The Law” en “Living After Midnight”.
De Priest machine was nog even geolied als vroeger, de heren stonden op scherp, de sound was heavy as hell, de gitaren duelleerden dat het een lust was, de grondvesten van de metal bleken nog steeds onwrikbaar. Natuurlijk grensde het allemaal een beetje aan het karikaturale, die leather looks, die spreidstand gitaren, die gierende macho-solo’s, die Harley-Davidson waarmee Halford voor “Hell Bent For Leather” het podium kwam opgereden,… we namen het er met de glimlach bij. Priest heeft die cliché’s voor een deel mee uitgevonden, dus zij mogen dat. Frontman Robert Halford, die een standbeeld verdient om zich te outen in deze wereld van zware jongens, maakte er een heuse metal-modeshow van, quasi na elke song verdween hij achter de coulissen om een andere leather- of denim jacket aan te trekken. Doch zijn meer dan geslaagde performance was voor het grootste deel nog altijd te danken aan die superbe vaak angstaanjagende vocals die naar de hemel reikten (of de hel als u wil, dit is tenslotte een metal-groep). Hoedje af voor de manier waarop hij zich doorheen de splinterbom “Screaming For Vengeance” krijste (wat een agressie in die song, zelfs Slayer deinst hiervoor achteruit), of hoe hij op het einde van het nog steeds fantastisch klinkende metal epos “Victim Of Changes” (uit 1976!, en nog steeds stiekem onze Priest favoriet) naar de ijle bergtoppen reek. Nog zo een prachtige ouderling was het wonderlijke “Beyond The Realms Of Death” en als ultieme explosie kon een striemend “Painkiller” ook wel tellen.
Met deze briesende set bewees Judas Priest dat zij op hun oudere dag nog steeds hun mannetje kunnen staan in de metalwereld en dat vele jonge bandjes hier een poepje kunnen aan ruiken.

Na al dat moois zou een mens haast vergeten dat er vanavond met UFO nog zo een legendarische Britse hardrock band op het podium stond. Dat deze groep hier als zogenaamde support act een vol uur mocht aantreden betekende dat dit niet zomaar een opwarmertje was. Ook het publiek was meer dan opgetogen met de set van deze Priest-generatiegenoten. UFO heeft met ‘A Conspiracy Of Stars’ een nieuw album uit maar natuurlijk zat daar geen mens op te wachten, qua songs waren het hier ook de oudjes die voor vuurwerk zorgden. De sound van UFO heeft altijd al meer oog gehad voor melodie en is ook een stuk minder heavy dan Priest, maar ook de zwaarste metalfanaat heeft hun vloeiende sound altijd kunnen smaken. Hun meesterwerk is nog steeds die dubbele live plaat ‘Strangers In The Night’, en dat wisten de heren ook wel, maar liefst zes schitterende songs speelden ze daaruit. Die moesten in niets onderdoen voor de fenomenale ‘Strangers In The Night’ versies, temeer omdat zanger Phil Mogg er nog een aardig eindje mee overweg kon. Er mag dan al geen haar meer op zijn hoofd staan, zijn stem is intact gebleven. De toenmalige gitaarvirtuoos Michael Schenker misten we al evenmin, en dat omdat de al even begaafde Vinnie Moore hier perfect die rol inloste. Vooral het lang uitgesponnen “Rock Bottom” was om duimen en vingers bij af te likken, maar ook bij “Lights Out”, “Only You Can Rock Me” en natuurlijk “Doctor Doctor” ging onze nostalgiemeter aanzienlijk in het rood.

Wij zijn hier naar toe getrokken voor een stuk uit jeugdnostalgie, en we zijn teruggekomen met een ferm en schitterend dubbeloptreden op onze concertteller. We denken er aan om onszelf terug tot hardrocker te bekeren.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/judas-priest-16-12-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/ufo-16-12-2015/

Organisatie: Live Nation

donderdag 03 december 2015 02:00

Highway Cruiser

The Black Box Revelation is een dijk van een live band, maar nog nooit hebben ze de adrenaline en de ongebreidelde spankracht van hun energieke live sets op hun platen kunnen evenaren.
Voor de nieuwe ‘Highway Cruiser’ hadden we stiekem gehoopt op een brok vette garage-rock met onkuise blues in de aderen, maar onze natte dromen worden maar sporadisch ingewilligd.
Met de voorloper “Gloria” hadden we al zo een donker vermoeden, iedereen was vol lof over die single maar wij dachten bij de eerste beluistering dat we The Scabs hoorden. Niks mis met The Scabs trouwens, maar zelfs in het repertoire van die ouwe rockers zou dit één van de mindere songs zijn.
Een vuile bluesrocker als “Riverside” is dan wel weer volledig ons ding, dit is het soort modderbeslag die wij verwachten van BBR maar die op ‘Highway Cruiser’ veel te weinig de kop opsteekt. Met “Walk Another Line” gaat de spanningsmeter terug een beetje de hoogte maar over ’t algemeen moeten we tot onze spijt vaststellen dat de songs te licht uitvallen en dat de vocals van Paternoster op den duur wat zagerig gaan klinken.
Wij hebben hen trouwens betrapt op jatwerk uit onverwachte bron. Beluister de laatste song “I Can’t Find It” en zoek dan eens “Fly To The Rainbow” van The Scorpions op. Nooit gedacht dat Jan Paternoster zijn solo’s ging stelen bij Uli Jon Roth (de gitarist die The Scorpions enig bestaansrecht gaf, pas na diens vertrek zijn het beschamende poedelrockers geworden).
Het siert BBR misschien dat ze niet in herhaling vallen en wat avontuurlijker proberen te klinken, maar door een het gebrek aan echt onvergetelijke songs, komt ‘Highway Cruiser’ een beetje slapjes uit de coulissen. Hun zwakste plaat tot nu toe.

donderdag 03 december 2015 02:00

Perfectamundo

Billy Gibbons lijkt zich bijzonder goed te amuseren op deze solo plaat, de rosse baard heeft er zin in en hij trekt van de bruine kroeg door de urban steegjes naar de dansvloer. Hij doet het met een fijne kruisbestuiving tussen zompige rock en Zuid-Amerikaanse ritmes. Een territorium waar Los Lobos heer en meester zijn, maar Gibbons komt hier wel een dikke neus aan het venster steken.
De piano en een groovy seventies orgel brengen een flinke geut Booker T & The MG’s naar binnen en Gibbons draait daar nog wat drummachines en eighties invloeden van zijn ZZ Top pronkstuk ‘Eliminator’ door.
De bluesmicrobe huist ook nog steeds in die imposante baard (die inmiddels een stuk werelderfgoed is geworden) en er zijn zelfs sporadisch enkele flarden r&b en hip hop te bespeuren. Een beetje een te bont allegaartje zien we u denken, maar al deze invloeden vloeien wonderwel in elkaar en nergens klinkt dit gekunsteld.
Bovendien haalt  Gibbons geregeld zijn schitterende gitaarcapriolen naar boven zodat ook de doorwinterde ZZ Top fans niet ontgoocheld zullen zijn. Het plaatje is dus ook geschikt voor noeste bikers, maar die mogen voor de gelegenheid eens een Hawaii hemdje aantrekken in plaats van hun leather jacket.
Billy Gibbons heeft nog nooit zo funky geklonken. De laatste ZZ TOP ‘La Futura’ was ook al een heel fijn weerzien, en met deze swingende soloplaat kunnen we niet anders dan besluiten dat deze ouwe kraker weer helemaal hot is.

Pagina 35 van 111