logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
The Wolf Banes ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 27 oktober 2011 02:00

The Joy Formidable - snedig en scherp

Die fameuze debuutplaat ‘The Big Roar’ heeft nu toch al een jaartje een bevoorrechte positie op onze i-pod, we blijven het ding heropzoeken en kunnen er maar niet genoeg van krijgen. We moesten er dus wel bij zijn in de Bota. In maart overtuigde The Joy Formidable nog in de Rotonde zaal (een recensie van JM, onze man ter plaatse en de opper-guru van de alternatieve muziek, vindt u terug op deze site). Nu mochten ze aantreden in de Orangerie en alweer overweldigden ze ons met een ronduit indrukwekkend concert.

De snoezige en immer lieflijke jongedame Ritzy Bryan mag dan al een uiterst knuffelbaar exemplaar lijken, éénmaal ze haar gitaar omgordt komt er een kwade dame tevoorschijn die al haar energie en woede er uitspuwt. De indrukwekkende sound van The Joy Formidable neigt naar een soort van opwindende shoegaze (Raveonettes en My Bloody Valentine zijn altijd in de buurt) waarbij de melodie en noise perfect met elkaar in evenwicht blijven. En dat zorgde meteen voor gensters in “A heavy abacus” en in de vlammende uppercut “The magnifying glass’. En we moesten echt niet lang wachten op het geniale “Austere”, die heerlijke eerste single die hier voorzien werd van een heel ingetogen middenstuk waarbij de zaal muisstil werd, om dan terug volop te ontploffen. Ook een stomend “Buoy” en een fraai “The greatest light is the greatest shade” hielden de zaal flink in hun greep.
De ultieme Joy Formidable song tot op heden en een onvermijdelijke klassieker, is het ongelooflijke “Whirring”. Die moordsong pakte de Bota bij het nekvel en mondde uit in een regelrechte apotheose waar die van Sonic Youth stikjaloers mogen op zijn. Hiermee was The Joy Formidable al aan het eind van de reguliere set toe, maar de bisnummers zouden nog een smakelijk toetje brengen. Op verzoek van de meest bedrijvige fan in de zaal speelde de band het fijne “I don’t want to see you like this”, waarop de jongeman spontaan het podium op klauterde om er onmiddellijk terug met het nodige risico af te diven. Een eerder onzachte landing belette hem niet om de rest van het concert uitbundig verder te staan springen, de kus van een attente Ritzy Bryan helemaal op het eind van het concert had hij dan ook meer dan verdiend.
Afsluiter “The everchanging spectrum of a lie” (de titel is misschien een beetje arty-farty, de song is een meeslepende killer) was er ook eentje om in te lijsten, de prachtsong (die nota bene dat sterke album ‘The Big Roar’ opent) evolueerde naar een explosieve uitspatting van overstuurde gitaren en een muur van distortion. Meteen het decibelrijke einde van een geweldig concertje.

Ritzy Bryan kondigde tussendoor aan dat de band aan een nieuw album bezig is. Een ernstige uitdaging is het om daarmee het torenhoge niveau van ‘The Big Roar’ te evenaren. Na hetgeen we vanavond mochten meemaken, hebben we er alle vertrouwen in.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

vrijdag 21 oktober 2011 02:00

Band Of Skulls - Strak, bluesy en vettig

Het nieuwe album van Band Of Skulls zit er aan te komen en voortgaande op hun meer dan geslaagde doortocht in de Botanique belooft het een voltreffer te worden.
Hun huidige reeks concertjes dienen we immers als een soort ‘try-out’ te zien voor het nieuwe materiaal dat zal uitgebracht worden begin volgend jaar, met daaropvolgend een nieuwe tournee ondermeer in het voorprogramma van The Black Keys. En we mogen in ons handjes wrijven, want ze zouden ons landje niet links laten liggen.

Band Of Skulls openen hun set al meteen met enkele nieuwe kleppers als “Sweet sour” en “Got it going on” en we merken dat de spirit van hun debuutplaat onaangeroerd is gebleven, rauwe indie bluesy rock met snedig en spetterend gitaarwerk verpakt in zweterige rocksongs. Ook de moddervette nieuwe single “The devil takes care of his own” kan als rake adrenalinestoot wel tellen.
Het is ons meteen duidelijk dat de nieuwe plaat gaat vlammen. Het trio weet hun invloeden (Black Keys, White Stripes, Blood Red Shoes, Led Zeppelin) goed te verwerken, Russel Marsden laat zijn gitaar flink schreeuwen, kraken en barsten, doch hij gaat nooit over de rooie. Hij soleert bij momenten bedrijvig door, maar minutenlange instrumentale intermezzo’s zijn niet aan Band Of Skulls besteed, de sound is steeds hitsig en altijd ‘to the point’ en de songs staan fier op hun poten.
Natuurlijk komen er ook een handvol geweldige songs uit ‘Baby Darling Doll Face Honey’ de boel opvrolijken, want laten we niet vergeten dat het debuutalbum, dat inmiddels alweer dateert van 2009, een ferme kopstoot van een plaat was.
“Light of the morning”, “Patterns” en “Death by diamons and pearls” razen over de Botanique en publiekslieveling “I know what I am” is uiteraard een hoogtepunt.
In de bissen gaat het er nog een stuk steviger aan toe, “Hollywood bowl” ontpopt zich als een ijzersterke song en vooral “Impossible” bezorgt ons het nodige kippenvel.
Russell Marsden mag dan al de belangrijkste pion zijn in deze groep, zijn kompane Emma Richardson op bass, en geregeld ook op vocals, is een bijzondere meerwaarde voor het geluid van de band. Het geheel doet dankzij haar inbreng een beetje denken aan Blood Red Shoes, The Kills en The White Stripes, allemaal bands waar de combinatie man/vrouw resulteert in een buitengewone chemische reactie. Het strakke drumwerk van Matt Hayward doet de rest en zorgt voor een hechte en compacte totaalsound.
Vooral een lekker vettige sound, zeg maar, beetje retro, maar toch steeds met beide voeten in het heden.

Beetje voorbarig misschien, maar mogen wij nu al een warme oproep doen naar de concertorganisatoren voor de volgende festivalzomer. Zet dit opwindend bandje op de affiche, het zal u niet beklagen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 13 oktober 2011 02:00

Punk & poetry

De derde plaat al van deze knapen die wel eens kwaad kunnen worden, getuige de pisnijdige punksong “We are fucking angry”, een agressieve sneer naar het Britse establishment.
The King Blues hun muziek komt voort uit een welgesmaakte mélange van The Clash, Public Enemy, The Specials, Jamie T. en The Streets. De betere punk vermengd met snedige ska en kwade hiphop, een geslaagde cocktail zo blijkt. Laat u dus niet in de war brengen door de groepsnaam want de blues is één van de weinige stijlen die we hier niet op terug vinden.

Frontman Jonny ‘Itch’ Fox heeft een boodschap voor de wereld en spuwt of rapt die eruit, zijn lyrics zijn nogal politiek en kritisch getint en de vertelstijl (beetje à la Jamie T. of Mike Skinner van The Streets) strookt goed met de agressiviteit en spontaniteit van de songs.
“The future’s not what it used tot be” is een heerlijk nummer die aanzet met een luchtige marriachi trompet op een reggae beat, maar die iets verder een fel stuk venijn wordt. Het spitse rockertje “I want you” doet wat aan Bloc Party denken en “Headbutt” is gewoon een ongelooflijke catchy motherfucker van een song, een hit als u het aan ons vraagt, helaas vraagt niemand het aan ons. “Does anybody care about us” en “Everything happens for a reason” zijn eerder radiovriendelijk, meer pop dan punk als je wil, maar nergens banaal.

Ook al is niet alles even scherp en pittig, er zijn geen misstapjes te vinden op ‘Punk & poetry’ en de albumtitel lijkt ons geheel gerechtvaardigd. Waarmee we maar willen zeggen, fijn plaatje.

Geen enkele van de drie Subways albums zal de prijs der originaliteit winnen. Maar daar is het er bij dit energieke trio ook niet om te doen. Hun fijne catchy punkpop songs zijn gemaakt om vooral op het podium te spetteren. En of dit het geval is !

De bijzonder sympathieke frontman Billy Lunn is een podiumbeest die in het aangename concertzaaltje Grand Mix zijn publiek danig wist op te jutten dat er in de frontzone voor het podium nogal wild werd gesprongen, gemoshed en geskydived (zelfs een gebroken poot en een stel krukken konden een zwaar uit de bol gaande fan er niet van weerhouden zich in de gevarenzone te begeven). De songs, en vooral de energie waarmee deze gebracht werden, waren dan ook zo aanstekelijk dat stilstaan hoegenaamd niet mogelijk was.
Lunn, zijn bevallige bassiste Charlotte Cooper en drummer Josh Morgan maakten er met hun simpele maar krachtige en puntige songs een geweldig feestje van. Lunn nodigde tijdens het punkertje “Turnaround” de zaal uit tot een massale circle pit, wat zowaar nog meer vuurwerk teweegbracht bij het al uitfreakende Franse publiek, maar tot de verhoopte circle pit kwam het niet echt. De Fransen hadden enkel het woord circle begrepen en maakten er dan maar een soort kusjesdans van. Maar goed, de extreem goedgeluimde zanger kon er wel om lachen en bedankte zijn fans vooral voor het ongebreidelde enthousiasme.
Uiteraard was hun anthem “Rock & Roll Queen” één van de kleppers van de avond, maar een nieuwe song als “We don’t need money to have a good time” was al even sterk en zal volgens ons tot een bescheiden klassiekertje uitgroeien die niet moet onderdoen voor “Rock n roll queen”. Nog twee nieuwe songs heet van de naald waren “Celebrity” en de stampende afsluiter “It’s a party”, heerlijke fuifsongs zeg maar.
Verder rolden The Subways met het tempo van een dolgedraaide metro doorheen een handvol felle rockertjes als “Oh yeah”, “Shake shake shake” en “With you”, allemaal even gedreven en barstend van de adrenaline.

The Subways speelden simpele, maar goudeerlijke en bijzonder potige punkpop samengebald in iets meer dan een uur. Uiterst dynamisch en energiek, meer moest dat niet zijn.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 29 september 2011 02:00

Brilliant ! Tragic !

Vanuit de UK waaien er nogal wat groepjes over, en het zijn dikwijls de minst getalenteerde die als hype gelanceerd worden (vooral dan door NME), niet zozeer omwille van hun capaciteiten maar eerder omdat ze er behoorlijk cool uitzien of zich naar aloude Britse gewoonte tamelijk arrogant gedragen. Hier op het vasteland lopen we echter niet zo hard van stapel en gaan we er telkens even rustig voor zitten vooraleer we bij dergelijke bandjes met overdreven superlatieven naar buiten komen.
Een band waar niet zo veel commotie rond gemaakt wordt, is Art Brut die met ‘Brillant ! Tragic !’ toch al aan hun vierde werkstukje toe zijn. Art Brut is een goed bewaard geheim, zo blijkt. Het is ons een raadsel waarom de Britse pers dit niet de hemel heeft in geprezen, want dit bandje heeft zowat alles waar de Britten op geilen; springerige en venijnige gitaartjes, puntige en hakkende catchy songs, punky vocals en een typisch Britse sound (hoewel geen brave Britpop).
Misschien een beetje te moeilijk of te arty, zou het dat zijn ? Wij zijn er in ieder geval weg van want dit album brengt bij ons de nodige opwinding teweeg. En dat is te wijten aan compromisloze hoekige songs als “Bad Comedian” (waar The Fall nooit ver af is) en “Lost weekend” en vooral aan de venijnige gitaren die om de haverklap zowat elke song kommen opjutten. Eén van onze favorieten is “Is dog eared”, een aanstekelijke brok indie rock die het beste van Wire, Pixies en Franz Ferdinand in één song weet samen te vatten. Maar dit plaatje heeft nog veel meer moois in petto, het strakke “Martin Kemp Welch Five-a-side Football rules” is een to the point volbloed punkertje van amper 2 minuutjes en “Axl Rose” bijt en briest dat de vonken in het rond vliegen. “I am the psychic”, weer zo een heerlijke punky kopstoot, doet denken aan vroege Godfathers die in gezelschap van Billy Childish wild om zich heen schoppen.
Pas op het eind gaat het er wat rustiger aan toe met een razend knap “Ice Hockey” die akoestisch inzet en daarna via hoekige gitaartjes lekker verder dobbert.
Een geweldig plaatje dus van deze Britten die kilo’s meer talent hebben dan de twee omhooggevallen broertjes Gallagher die elkaar op vandaag menen te moeten bekampen met elk een wel heel miserabel laatste plaatje. En wie prijzen ze bij de Britse pers terug de hemel in, denkt u ? Yep, ze gaan het nooit leren.

Hedendaagse artiesten die een voorliefde hebben voor authentieke soul van eind jaren zestig en begin jaren zeventig, die kunnen daar twee richtingen mee uit. Er zijn er die het boeltje zodanig opkuisen en met een soort designers soul afkomen waar alle passie en vuur uit verdwenen is, zoals Bruno Mars en Aloe Blacc. Maar dan heb je gelukkig nog diegenen die nog eens extra het vuur aan de lont steken en de soul in zijn heetste vorm te grabbel gooien. Black Joe Lewis behoort tot die laatste soort. Na diens ophitsend nieuwe plaatje ‘Scandalous’ waren wij uiterst benieuwd naar wat dit op een podium zou teweegbrengen. Wat blijkt : live is het allemaal nog een stuk rauwer en opwindender dan op het album.

Black Joe Lewis heeft als kleurling de soul en funk in de aderen zitten. The Honeybears daarentegen zijn, op de saxofonist na, zo blank als een ton Dash Ultra White, maar ze swingen wel de pan uit. Het is rauwe soul die gespeeld wordt met luide en knarsende gitaren (garage-soul als u wil) die voortdurend de confrontatie aangaan met superhete blazers. Het bruist dat het geen naam heeft en is bij momenten zo funky dat wij onze kont uit de naad schudden. De ganse set is op het scherp van de snee, Black Joe Lewis zingt fel en snedig als een jonge James Brown en hij jaagt heftig zijn gitaar doorheen bijtende riffs en solo’s. Een song als “She’s so scandalous” is gemene funk gebouwd op een uitermate sexy riff en “You been lyin’” is superhete en keiharde power-soul.
Naarmate de set vordert schakelen BJL en zijn band nog een tandje hoger, de hele zaal raakt oververhit en de pure soul evolueert naar een soort punksoul. In de bisronde vliegt de bende er in met messcherpe versies van “Surfin’ bird” (de allereerste punksong ?), “Louie Louie” en -driewerf hoera- “I got a right” van Iggy and The Stooges.
Als zowel Black Joe Lewis als zijn bassist zich met de nodige risico’s tussen het uitfreakende volk begeven merken we dat ze er zelf ook met volle teugen van genieten en dat ze hun passage in de Club Aeronef niet snel zullen vergeten.

We mogen hier gerust van een legendarisch optreden spreken, wild en onbezonnen. Zo gemeen en recht voor de raap hebben wij onze soul in jaren niet gehad.

Organisatie: Aéronef, Lille

donderdag 22 september 2011 02:00

Klang

Deze Antwerpenaren houden het niet te proper op hun debuutplaat en gaan voor een soort vuile en gruizige rock die het midden houdt tussen Kyuss, Melvins, The Jesus Lizard en Black Sabbath. Grunge meets metal meets stoner.
Een modderige song als “Heavy rain” had op de vroege platen van Soundgarden kunnen staan, hoewel de zang nogal wat afwijkt van de hoge uithalen van Chris Cornell, en verder halen we er uit als uitschieter “Dead wings”, een loden sleper met smerige gitaren.
De rest van al dat ander zwaar materiaal is best wel OK, maar toch is het vergeefs zoeken naar een song die echt blijft hangen.
De band is er met name in geslaagd om op ‘Klang’ een uiterst potige en vette sound neer te zetten maar er mag wat meer vlees aan de songs hangen van ons.
Het album balanceert de ganse tijd op de grens van grunge en metal (sommigen durven het woord blues laten vallen, doch die is volgens ons ver te zoeken).
Klang is zo een plaat waar de heavyness het haalt van het tempo, niet zo extreem als bijvoorbeeld bij Electric Wizard, maar toch.

Maar goed, er zit iets in, en ’t zijn niet alleen decibels.

Een dikke drie jaar geleden stond Avril Lavigne al eens in Vorst, toen was de Avril Lavigne gekte nog volop aan de gang en speelde de tienerster voor een uitzinnig en piepjong publiek in een al maanden op voorhand uitverkocht Vorst Nationaal (als u even grasduint in de historiek van deze site vindt u daar nog een alleraardigst concertverslagje van terug). Nu, drie jaar later, is die Lavigne manie sterk geluwd en met een nieuwe plaat, die eigenlijk al snel in de anonimiteit verdween, staat ze voor een amper half gevulde zaal. Hoe het tij kan keren.

Vorige keer werden we nog overweldigd door een totaalspektakel van uitgedokterde choreografieën, flitsende videoprojecties en een indrukwekkende lichtshow. Vandaag is dat wel eens anders, de opzet van haar live set is veel soberder, wat dan weer in de lijn is van die laatste plaat ‘Goodbye Lullabye’ waaruit hier een flinke greep wordt geserveerd. Nu ligt de nadruk meer dan ooit op de muziek en wat ons betreft is dat altijd een gunstige evolutie.
In een sober decor komen Avril en haar band gewoon hun liedjes spelen, zonder veel poespas eromheen. Alsof het nu maar eens duidelijk moet worden dat de muziek op zich sterk genoeg is om het publiek te overtuigen. Een gedurfde zet, zeg maar en het siert Avril Lavigne dat ze op haar 27 ste (gevaarlijke leeftijd, moge haar dat niet op rare gedachten brengen) dergelijke stap neemt.
Die aanpak verraadt dan ook de onvermijdelijke zwaktes, want Lavigne’s songs zijn lang niet altijd even sterk, maar haar vitaliteit en haar stem maken veel goed. Vooral in de rustige en semi akoestische songs blijkt dat die stem een stuk sterker en voller is geworden. In de up tempo nummers legt Avril Lavigne dan weer een aardig enthousiasme aan de dag waarmee zij zonder veel moeite de zaal weet op te zwepen. Qua sound is er, op het podium dan toch, niet zo gek veel veranderd, de songs variëren nog steeds van luchtige feelgood tracks en meezingers tot beschaafde punkpop, en de band speelt bij momenten vrij krachtig en steeds in functie van hun madam die de touwtjes goed in handen houdt. Vermakelijk entertainment, zeg maar, hoewel wij toch nog steeds zouden aandringen op wat meer vuile punkrock, want dat meiske heeft het echt in haar bloed zitten, maar ’t is vooralsnog de portefeuille die de bovenhand haalt.
De bijzonder fraaie verschijning Avril Lavigne (‘t is echt wel een razend knap ding, daarvoor alleen al zou een mens op de eerste rij gaan staan, ware het niet dat zoiets een beetje beschamend zou zijn voor een 45 jarige tussen al dat jong grut) is een stuk volwassener geworden. Samen met haar is ook haar publiek mee uit de luiers gegroeid, wij bespeurden een pak minder snotneuzen in de zaal dan drie jaar geleden en hebben geen enkele K3 t-shirt gespot.
Helaas hadden de leden van de support act Vienna dat niet door en meenden zij het publiek te moeten opwarmen met een Justin Bieber cover. Een blunder van formaat zo bleek, en terecht boegeroep was hun deel. De rest van hun set klonk overigens net als die ene Bieber song : pijnlijk en rampzalig. Wat bezielt een concertpromotor om dergelijk onding als support act van een toch wel bekend artiest te programmeren ? Was er dan echt niks beter te vinden ?

Kunnen we nog iemand een plezier doen met een setlistje ?
Allée vooruit, dan maar
Black star – What the hell – Smile – Sk8er boy – He wasn’t – I always get what I want – Alice – When you’re gone – Wish you were here – Nobody’s home – Unwanted/freak out/losing grip medley instrumental – Girlfriend – Airplanes – My happy ending – Don’t tell me – I’m with you
Bis: I love you – Push – Hot - Complicated

Organisatie: Live Nation

vrijdag 02 september 2011 02:00

Past Life Martyred Saints

Het doet deugd te moeten vaststellen dat er nog eens een dame aan de oppervlakte komt die het niet gemunt heeft op de platte hitparade, maar die kiest voor een grillige en ijle sound die oneindig ver verwijderd is van de Lady Gaga’s, Lilly Allens en Beyonces van deze wereld. Qua geestesgenoten gaat u het best zoeken bij Patti Smith, PJ Harvey, Nico, Portishead, The Breeders, Anna Calvi en de goddelijke Kim Gordon.
Erika M. Andersen is de naam, en u zal die maar best onthouden, want het is een madam die zal blijven, haar muziek hangt aan de ribben.
Er hangt een onheilspellende mist boven deze plaat met daaronder een handvol parels die zich niet zomaar prijsgeven. Een beetje moeite is vereist, maar eens u binnen bent bieden de ruwe diamanten zich spontaan aan. Aan de prachtige akoestische eenvoud van “Anteroom” zal u na een drietal beurten zodanig verknocht zijn dat u er telkens weer als een junk zal naar teruggrijpen. In het oeuvre van PJ Harvey moet je al diep in het verleden graaien om zo een goede song te vinden.
Ook het meer dan 7 minuten durende “The grey ship” komt genadeloos onder je nagels gekropen. De song zet in als een indringende akoestisch folky mijmering en schakelt dan over naar een furieuze en dreigende elektrische stroomstoot met gekraakte violen zoals John Cale die in zijn VU periode durfde afvuren.
De grilligheid die op dit album aan de dag gelegd wordt is niet te onderschatten, venijnige niet alledaagse feedback gitaren rijten “Milkman” helemaal open en “Breakfast” is dromerige folk, maar dan met stekels. Helemaal stil worden we van de wonderlijke afsluiter “Red star” waarin EMA haar onderkoelde stem laat aanscheuren tegen heerlijk snijdende gitaren.
Een indrukwekkend debuut dat dieper gaat dan het gemiddelde boorplatform.

vrijdag 02 september 2011 02:00

You can’t teach an old dog new tricks

Wie valt er nu niet voor een oersympathieke oude zwerver als Seasick Steve. Op festivals verovert hij steevast de harten van piepjonge fans die zijn kleinkinderen konden zijn. En dat met ongekuiste primitieve blues gespeeld op verhakkelde gitaren en omgebouwde sigarendozen. Geef de man een cola blikje, een borstelsteel en de elastiek van uw versleten onderbroek, en hij maakt er wel een gitaar van waaruit hij de meest wonderlijke blues tovert.
Ook op ‘You can’t teach on old dog new tricks’ (met die titel heeft hij zijn eigen plaat in één zin besproken) bewijst hij dat hij een songwriter van het puurste soort is. Country, blues en folk zijn de ingrediënten, prachtsongs zijn het resultaat. De naakte akoestische schoonheid van opener “Treasures” is daar meteen het mooiste bewijs van.
Op zijn vetst klinkt Seasick Steve met de elektrische kopstoten als “You can’t teach an old dog new triks”, “Back in the doghouse”, “Party” en “Days gone”, maar ook als de man de banjo ter hand neemt is hij tot mooie dingen in staat als “Whiskey ballad” en “Underneath a blue and colourness sky”.

Op dit album doet Seasick Steve dus gewoon waar ie goed in is, maar dan ook verduiveld goed. Geen stijlbreuk met zijn vorige platen dus, maar dat zou pas zonde geweest zijn.

Pagina 79 van 111