logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 25 augustus 2011 02:00

Gorilla Rose

Als wij u vertellen dat Kid Congo Powers in een bruin verleden deel uitmaakte van zowel The Gun Club, The Bad Seeds als The Cramps, dan zal u ook begrijpen dat de man altijd al dichter gestaan heeft bij de injectienaald dan bij de hitparade. 
Met zijn band The Pink Monkeybirds blijft hij op ‘Gorilla Rose’ zweren bij een vuile garagerock sound met gruizige gitaartjes in een fuzzkleedje. Wij hadden al een boontje voor de frisse garage jungle van voorganger ‘Dracula Boots’, die lijn wordt tot ons groot genoegen op ‘Gorilla Rose’ op de alleraardigste manier gewoon doorgetrokken. Opener “Bo bo Boogaloo” is qua fungehalte de gedroomde binnenkomer en daarop gaan Congo en zijn aapvogels gezwind verder aan de slag. Aangenaam om in onder andere “Catsuit fruit”, “Hills of pills” en “Our other world” die frisse verteltoon van Kid Congo te horen op een achtergrond van fifties en sixties orgels en rammelende gitaren. Denkt u hier even aan Andre Williams, aub.
Het album wordt ook gesierd door een paar blitse instrumentals als “Lord Bloodbathington” en “Bubble trouble”, rock’n’roll met surfgitaartjes die onbevreesd tussen de haaien zwemmen.
‘Gorilla Rose’ klinkt nog het meest als een soundtrack van een film met een overdaad aan leren jekkers, lapdances, old timer cadillacs, zatte vetkuiven en overvloedig bierverbruik. Iemand moet maar eens het GSM nummer van Kid Congo Powers aan Tarantino geven.
Vet plaatje.

donderdag 18 augustus 2011 02:00

The Future Is Medieval

Omdat Kaiser Chiefs er zelf niet uit kwamen welke van de nieuwe songs ze uiteindelijk op het album zouden zetten hadden zij op voorhand een twintigtal tracks op hun website gepost om zo de fans zelf de kans te geven hun eigen compilatie er uit samen te stellen. Beetje onnozel, als je ’t ons vraagt, want die fans willen natuurlijk alles downloaden en hebben dan ook weinig behoefte aan elimineren van songs van hun favoriete band. Maar wij wel !
Uiteindelijk ligt er nu een nieuw album in de winkels met daarop 13 tracks, maar nog wat meer eliminatie zou niet misstaan hebben. Wij zouden na wat grondig speurwerk geopteerd hebben voor een EP’tje met 6 sterke songs en that’s it.
U zal vergeefs zoeken naar fuifnummers van het kaliber “Ruby”, “Never Miss a beat” of “Oh My God”. Een dingetje als “Long way from celebrating” heeft wel wat hitpotentieel in zich, het is een fijne song maar uitzinnig op en neer wippen ga je hier niet bij doen. Verder krijgt u frisse eighties pop met “Things Change” en gezwinde feelgood pop met het knappe “Starts with nothing”. Het vinnige rockertje “Dead or in serious trouble”spreekt ons nog het meest aan en ook opener “Little shocks” en “Child of the jago” zijn van die typisch lekkere opzwepende Kaiser Chiefs nummertjes.
Tot zover het koren, want verder treffen we helaas nogal wat kaf aan op dit nieuwe album. Het Madness beestje duikt op in “When all is quiet” maar de song valt te licht uit en kan geenszins tippen aan de briesende topsongs dan deze grote voorbeelden. Het synthesizer niemendalletje “Heard it break” staat hier ook maar wat onnozel te wezen en het supermelige “Coming up for air” is zowaar nog slapper, om nog maar te zwijgen over de flauwe afsluiter “If you will have me”.
De songs die het album niet haalden hebben wij ook gehoord en het was ons meteen duidelijk waarom ze in de kast zijn blijven steken. Mogen ze veel stof vergaren.
Voor het bouwen van een vet feestje op hun optredens blijven Kaiser Chiefs dus aangewezen op hun eerdere hits, maar de heren hebben er met deze half geslaagde nieuwe plaat toch een handvol dingetjes bij om hun legendarische live sets nog wat meer kleur te geven. Op naar de AB in november.

donderdag 18 augustus 2011 02:00

Scandalous

Een onbeschaamd retro plaatje waar het zweet met emmers van af druipt. Deze Amerikaanse bende serveert pure soul, hete funk en opzwepende blues met vette kwinkslagen naar James Brown, J. Geils, Black Keys, Dirtbombs en prille Stones. De gitaren zijn heet en dirty en een swingend blazerskwartet hitst de boel nog meer op. De plaat heet ‘Scandalous’ en is inderdaad schandalig goed, ze ademt gewoon een live gevoel en bruist als een goed getrainde aspro in een glas tequila.
Het is gewoon onmogelijk dat u de benen en de rest van uw al dan niet potente ledematen stil houdt op stampers als “Mustang ranch” en “You been lyin’”. De funk en soul hebben de tijd van hun leven in “Livin’ in the jungle”, “Booty city” en in een supergroovy “Scandalous” en de blues klinkt op zijn vetst in “Messin’” en “Jesus took my hand”.
Als er ergens een podium is in de buurt die deze ophitsende bende wil ontvangen, dan vliegen we daar als de bliksem naar toe. En ’t is toch wel van dat, zeker, op 29/09 in zaal l’Aeronef te Lille. We zijn al weg.

donderdag 18 augustus 2011 02:00

Colour of the trap

Nadat zijn bandje The Rascals maar niet van de grond kwam maakte Miles Kane met zijn maatje Alex Turner van Arctic Monkeys onder de naam The Last Shadow Puppets het voortreffelijke plaatje ‘The age of the understatement’ dat prompt naar de hoogste regionen van de hitlijsten stootte.
Nu Turner alweer volop ondergedoken is in zijn Arctic Monkeys vond Kane de tijd rijp om The Rascals maar te laten voor wat ze zijn en bokste hij een eerste soloplaat in elkaar.
Het ding gaat zeer aardig en veelbelovend van start met het felle “Come closer”, maar al snel blijkt dat Kane na die blitse start het tempo en niveau niet kan blijven aanhouden. Het ondermeer door StuBru grijsgedraaide “Rearrange” blijven wij een zaag van een song vinden en na ettelijke beluisteringen houden we hardnekkig vast aan onze eerste indruk: foute singlekeuze. Het wordt nadien zelfs nog meliger met slappe kost als “My Fantasy”, “Counting down the days” en als pijnlijk dieptepunt de stroperige smartlap “Take the night from me”.
Pas op de tweede helft van het plaatje worden de meubelen gered met ondermeer het fleurige Britpop deuntje “Quicksand” en het wel zeer Arctic Monkeys-achtige “Inhaler”. En onze kop eraf als “Kingcrawler” geen afleggertje is van ‘The age of understatement’, maar dan wel één van het betere soort waardoor wij ons luidop zouden durven afvragen waarom zo een knappe song die plaat niet heeft gehaald. Ook “Telepathy” is een okselfrisse popsong met fijne sixties gitaartjes en “Better left invisible” rockt dankzij een ‘Cold Turkey’ riff wel echt lekker door.
Speciaal om ons te kloten sluit Kane zijn album af met “Colour of the trap”, alweer een onuitstaanbare draak van een song.
Van een tweeslachtig plaatje gesproken.

Lokerse Feesten 2011: DAG 05: Triggerfinger – Kyuss Lives! – Airbourne
Old school hardrock met een hoog Spinal Tap gehalte, dat was het Australische Airbourne. De heren hebben duidelijk hun inspiratie gehaald bij de hard rock bands uit de jaren zeventig.  Alle clichés van het genre waren van de partij, gierende gitaarsolo’s, Kim Clijsters benenspreidwerk, Farinelli vocals en de nodige “Are you ready Belgium !” kreten. Alleen de spandex broeken ontbraken nog. Herinnert u zich nog The Darkness ? Yep, zo iets, doch wij hadden de indruk dat die van Airbourne het echt meenden. Qua sound en riffs hebben ze zowat alles van AC/DC gejat, maar qua vermakelijk amusement en enthousiaste rock’n’roll scoorde Airbourne een tien op tien. Kortom, wij hebben ons geweldig geamuseerd met die Australische hardrockers.

Als er één groep was die wij op de Lokerse Feesten echt niet mochten missen, dan was dat natuurlijk Kyuss (Lives!). Wat The Velvet Underground heeft betekend voor de alternatieve gitaarrock, dat heeft Kyuss betekend voor de stonerrock. Onze stoutste verwachtingen werden in Lokeren zelfs nog overtroffen, wij vertoefden zomaar eventjes anderhalf uurtje in een andere wereld.
De heren doen het op vandaag zonder Josh Homme, wegens sedert jaren al bij een groepje waar u misschien al wel van gehoord heeft, Queens Of The Stone Age. Dankzij de geweldige gitarist Bruno Fevery hebben wij Homme voor geen seconde gemist. Ook Nick Oliveiri was er niet bij, maar deze werd al even geniaal vervangen door Scott Reeder, destijds ook al zijn opvolger. En we zullen u er maar meteen bij vertellen: Kyuss was weergaloos, fenomenaal, moordend. Het was een tornado die over Lokeren raasde. Wij werden overladen met bulldozers van songs als “Gardenia”, “Thumb”, “Freedom run”, “El rodeo” (hier werden we al helemaal buitenzinnig) en “Green Machine”. John Garcia mag dan al een beetje kilo’s zijn aangekomen, de man was cool as hell en hij evenaarde de groove van Kyuss in hun beste dagen. Want dat was het, een fantastische groovy trip van anderhalf uur die ons fel in de onderbuikstreek vastgreep. Een mens kwam zowaar in trance.
Na die ongelooflijke wervelwind zullen wij onze exemplaren van klassieke albums  ‘Blues for the red sun’, ‘Welcome to Sky Valley’ en ‘…And the circus leaves town’ nog meer koesteren. Wij hopen voor u dat u ook die essentiële platen in uw kast heeft staan, anders zit u verveeld met een serieus gat in uw (rock)cultuur. Kijk, we  hebben de laatste jaren al veel memorabele concerten beleefd, maar deze hier gaan we inlijsten. Amai !

Wie we daar hebben, Triggerfinger. Het kwam niet op een festivalletje meer of minder. Maar er was een hemelsbreed verschil met bijvoorbeeld hun doortocht enkele dagen geleden op Suikerrock. Vanavond was Triggerfinger headliner, een stek die hun echt wel ligt. Het trio was terug in bloedvorm (de vorm van Rock Werchter) en ze klonken hot as hell, met dank aan de perfecte geluidskwaliteit van de Lokerse Feesten. Wij zouden zelfs durven gewagen van een nog straffere set dan die op Werchter. Hier mochten ze uiteraard ook iets langer de boel doen ontploffen, en dat deden ze geweldig. Ruben Block vond het een hele eer op hetzelfde podium te mogen staan als de helden van Kyuss, vandaar dat hij superscherp stond om de stoomkracht van Kyuss te kunnen bijbenen. Triggerfinger bracht tonnen power voort in Lokeren, qua Belgische act vindt u dezer dagen niets beter. Het wordt tijd dat ze dat in het buitenland ook eens beginnen door te krijgen.

Om het er bij de sukkels die vanavond niet aanwezig waren nog eens goed in te wrijven, hieronder de moordende setlist van Kyuss. Om duimen en vingers bij af te likken.

Gardenia – Hurricane – Thumb – On Inch man – Freedom Run – Asteroid – Supa scoop and mighty scoop – Fatso forgotso – Odyssey – Whitewater – El rodeo – 100 ° - Conan Troutman – Green machine

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Suikerrock 2011: DAG 02: Iggy & The Stooges – Deep Purple - Triggerfinger
De kwisvraag van de zomer luidt: noem een festival waar Triggerfinger niet op de affiche staat ? Geen mens die het antwoord weet. Bij een band die zoveel speelt kan het dan ook bijna niet anders dat er eens een minder moment zich voordoet.
In Suikerrock zat het Triggerfinger ook niet echt mee. Ruben Block vroeg zich meermaals terecht af waarvoor de lege ruimte voor het podium moest dienen. In Suikerrock noemt men dit ‘The Golden Circle’ en het dient alleen maar om extra geld (15 EUR bovenop de normale ticketprijs !) uit de zakken van de echte fans te halen (en dan voornamelijk de Iggy fans, omdat die weten dat ze daar moesten zijn wilden ze bij the godfather of punk op het podium geraken).  Zo kweekte men een hoop ergernis bij de modale festivalganger en dus ook bij de artiesten zelf. Ruben Block had overschot van gelijk.
Om toch nog even op de set van Triggerfinger terug te komen. Ja, het was alweer strak en hard, maar hun memorabele passage op Rock Werchter stond nog te scherp in ons geheugen gegrift waardoor alles hier een beetje vluchtig aan ons voorbij ging.
Leuke quote: Ruben Block liet Ian Gillan een poepje ruiken door “First Taste”  aan hem op te dragen, wetende dat de veteraan nergens de vocale hoogtes van Block kon evenaren. Even hoopten wij dat Deep Purple later op de avond Ruben Block zou inhuren om terloops even “Child in time”  te komen zingen. Helaas.

Op naar de levende legende dan maar, Iggy and The Stooges.
Iggy had de pech dat alweer een originele Stooge, met name drummer Scott Asheton, omwille van gezondheidsredenen verstek moest laten gaan. Gelukkig was daar qua intensiteit niets van te merken. The Stooges gaven nog maar eens flink van jetje (wij hadden ook niet anders verwacht) en quasi het volledige ‘Raw Power’ album werd er met de nodige branie en de vereiste slordigheid doorgejaagd. Ook wij betreuren het heengaan van oorspronkelijke Stooges gitarist Ron Asheton (nu ook al twee jaar geleden) maar wat James Willamson presteerde was al even smerig, vet en luid.
De rauwe lappen punkrock als “Shake appeal”, “I got a right” en “Search and destroy”  die Iggy Pop en Williamson destijds inblikten klonken nog maar eens genadeloos en brutaal en met de  onvermijdelijke tandem “I wanna be your dog” en “No fun” werd een gevat eerbetoon aan Ron Asheton gebracht. Het viel ons op dat Iggy and The Stooges met hun ‘recht voor de raapse’ oerpunk vooral de jongeren in het publiek wisten te overtuigen terwijl de oudere Deep Purple fans er naar stonden te kijken alsof ze net een stel marsmannetjes uit een vliegende paddenstoel hadden zien rollen. Of hoe de meest rauwe muziek na al die jaren nog steeds verbijsterend en schockerend kan zijn. Het tamme publiek in Tienen bleek nog niet klaar voor Iggy, te veel suiker in hun alcohol ?
Wij hebben i
nmiddels al ontelbare keren The Stooges meegemaakt, het blijft uniek. Nergens zijn de woorden ‘Raw Power’ meer op hun plaats dan bij Iggy and The Stooges.

Van een contrast gesproken. Hierna kwamen de oudjes van Deep Purple. Eigenlijk generatiegenoten van Iggy Pop, maar qua gekte, bezetenheid en muzikale oerinstincten mijlenver van elkaar verwijderd. En we hadden redenen om schrik te hebben, Purple zou aantreden met een symfonisch orkest. Wij hadden al op voorhand ons dafalgannetje  genomen.
Doch, het viel reuze mee. De power van songs als “Highway Star” , “Lazy”, “Strange kind of woman”, “My woman from Tokyo” en “Space Truckin” bleef behouden, het orkest zat de songs nergens in de weg. Bij “Perfect Strangers” bleek de inbreng van de maatpakmuzikanten zelfs een mooie meerwaarde, de song vroeg er als het ware om.
Voor het publiek was Purple zelfs het hoogtepunt, maar dat hadden we al door toen we in het begin van de avond even rondom ons keken. Wij durven hier niet te vermelden wat de gemiddelde leeftijd van dat publiek was vanavond, maar we willen u er bij vermelden dat we ons piepjong voelden. We zijn 45.

Neem gerust een kijkje naar de pics van Iggy & The Stooges, Deep Purple (dag 02) en Moby (dag 03)
 
Organisatie: Suikerrock, Tienen

vrijdag 22 juli 2011 02:00

Midnight to 666

Lords Of Altamont uit California staan met hun vierde plaat nog altijd garant voor vettige garage rock naar de goede geest van bands als MC 5 (de hoes liegt er niet om), The Stooges, The Nomads, The Hellacopters en The Mooney Suzuki. Er wordt meestal rechtdoor gebeukt met fuzzy gitaren, vuile orgelpartijen en roffelende drums, en dat met in motorolie gemarineerde songs als “I’m alive, “Get in the car”, “Ain’t it fun” en “Synanon kids”. Ook een aangename motherfucker van een song is het in de sixties gedrenkte psychedelische “Save me from myself”, sluimerende bass gevolgd door een vuile riff en dan die frontman Jake Cavaliere die herhaaldelijk “I’m comin’ back for more” er overheen schreeuwt. Yeah !
 “Gettin high (on my mystery plane)” is misschien een beetje een te opvallende rip off van “TV Eye” van The Stooges, maar we vergeven het hen graag want dit is het soort vunzige straight forward rock die dezer dagen te weinig gemaakt wordt.
Lekker smerig, zo lusten wij onze garage rock het best.

vrijdag 22 juli 2011 02:00

No name no color

The White Stripes ! Jane’s Addiction ! Fugazi ! At The Drive In!
Zo, een beetje namedropping, gewoon om uw aandacht vast te krijgen. Weet u meteen in welke richting u het moet zoeken bij Middle Class Rut. Er zijn ergere dingen om mee vergeleken te worden, denkt u ook niet ?
Middle Class Rut is een duo uit Sacramento, Zack Lopez op gitaar en Stean Stockham op drums. Op hun debuut ‘No name no color’ gaan ze gretig aan de slag met de hierboven vermelde invloeden om tot een set uiterst energieke en soms extreem vurige songs te komen. Lopez zijn gitaar heeft zo te horen meerdere malen geflirt met het exemplaar van Jack White en zijn stem ligt bij vlagen akelig dicht bij die van Perry Farrell, er is dus wel nog wat werk aan de winkel om de grote voorbeelden iets meer op afstand te houden. Het duo slaagt er wel in om een vol en krachtig geluid te serveren. Er zijn volgens ons in de studio nogal wat keyboards en extra gitaren aan toegevoegd, benieuwd dus hoe ze hier live zullen mee wegkomen.

In ieder geval, de twee wildebrassen hebben op ‘No name no color’ een handvol verdomd snedige songs neergepoot zoals “Busy bein’ born”, “Sad to know” en een superheet “USA”.
Met onze ogen dicht dachten we nog een beetje te veel dat we naar de nieuwe Jane’s Addiction zaten te luisteren (is trouwens gepland voor september) maar er zitten tonnen potentieel in dit bandje. Dat eigen smoelwerk komt er dus nog wel, geloof ons.

donderdag 21 juli 2011 02:00

Yes but no

De Westvlaamse Kentucky Dare Devils hebben hun rock’n’roll graag rauw en ongeschoren.
Op hun EP ‘Yes but no’ tappen ze uit een vaatje van harde en ongecompliceerde rock en hier en daar wat stonerrock. De prijs der originaliteit zullen ze er niet mee winnen, maar het geheel klinkt wel fris en spontaan. Qua straight edge rock doen ze ons wel eens denken aan die heerlijke Sore Losers (die wel nog een klasse hoger spelen), vooral de titelsong heeft diezelfde drive meegekregen. Ook “Hard to please” rolt lekker door en heeft een lichte Queens of the Stone Age toets, net als afsluiter “Shrew to tame”.
Best wel een aardig rockplaatje, dus. Gedreven, potig en rechtdoor. Nu nog wat meer aan een eigen smoel werken en het boeltje nog iets vettiger doen klinken en ze komen er wel.

Info http://www.kentuckydaredevils.com

donderdag 23 juni 2011 02:00

Primus - Meer virtuositeit dan fun

Nogal wat mensen bleken ontgoocheld te zijn dat Primus niet gekozen had voor een jukebox formule met een aaneenschakeling van een resem klassiekers. Wij daarentegen houden er van wanneer een band toch voor een creatievere nieuwe oplossing kiest en okselfris nieuw werk (te verschijnen op het nieuwe album in september, het eerste in 13 jaar nota bene) voor een nokvolle AB met klasse uitprobeert tussenin een paar oudere en onverslijtbare songs.

Uiterst knappe nieuwe songs als “The last salmon man”, “The eyes of the squirrel”, “Jilly’s On smack”  en “The green ranger” kregen nogal uitvoerige en virtuoze behandelingen mee, maar klonken ons toch vooral fris in de oren. Zo te horen wordt het nieuwe album meer iets voor fijnproevers dan voor fuifbeesten.
Dat was net de grote vaststelling van deze avond. De drie heren van Primus zijn stuk voor stuk virtuoze muzikanten die graag hun kunde op een podium etaleren. Dit mag dan misschien een beetje ten koste zijn van het overhitte fungehalte van hun jonge dagen (kolkende songs als “Tommy The cat”, “Too many puppies”, “To defy the laws of traditon” en “Mr knowitall” werden vanavond volledig over het hoofd gezien), het toonde ons wel een Primus die op een grandioze manier het grootste deel van het publiek inpalmde (op een paar morrende fans met ‘Frizzle fry’ oogkleppen op na) met uiterst knappe songs en muzikale hoogstandjes.
Les Claypool blijft met straten voorsprong nog steeds de beste bassist die we ooit gezien hebben, gitarist Larry La Londe kronkelde de meest spitse riffs uit zijn instrument en drummer Tim Alexander speelde op eenzame hoogtes waar zelfs die van Battles moeilijk bij geraken.
Dus ja, we geven het toe, soms gingen de heren, en dan vooral Claypool, misschien iets te ver met hun “kijk eens mama zonder handen” -escapades, maar wij hadden er eigenlijk geen problemen mee (vorige maand nog Rush gezien, dus we zijn wel wat gewoon op dat gebied. A propos, die van Primus zullen de eerste zijn om toe te geven dat hun geluid wel degelijk door Rush beïnvloed is).
Helemaal zot waren ze nu ook weer niet, dus beantwoordden ze de hongerige fans tussendoor wel met splijtende versies van ‘all time’ klassiekers als “Here come the bastards”, “American life”,  “My name is Mud” en “Jerry was a race car driver”.
Als bisnummer hadden ze een absoluut wervelend en ophitsend “Pudding time” op hun kookpotje gezet. Met deze enige ‘Frizzle Fry’ song van de avond kregen de morrende fans toch nog het wilde feestje waarvoor ze gekomen waren.

Qua setlist dus niet wat velen hadden verwacht of gehoopt, maar wat ons betreft een schitterend concert. Zeer benieuwd naar dat nieuwe album.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 80 van 111