logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
The Wolf Banes ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Zo een dikke 25 jaar geleden is het dat wij Jason And The Scorchers een geweldig heet concert zagen geven in de Gentse Vooruit. De band profiteerde toen mee van de aandacht voor een hele reeks opwindende gitaargroepjes die uit Amerika kwamen overgewaaid (The Dream Syndicate, The Replacements, Green On Red, The Gun Club, The Long Ryders,…) en kon zonder problemen een uitverkochte Vooruit inpalmen met een stomend concert die in ons geheugen voor eeuwig de term ‘legendarisch’ heeft meegekregen.

Met een voortreffelijke nieuwe plaat ‘Halcyon Times’, die in zijn beste momenten de geest van destijds en dan vooral van de geweldige schijfjes ‘Fervor’ en ‘Lost and found’ nastreeft, kwamen de cowboys naar de Trix te Antwerpen overgevlogen. De publieke belangstelling is niet meer wat het geweest is, wij schatten de aanwezigen op zo een slordige 150 man, maar de intensiteit van de band is intact gebleven. Het mengelpapje van country, rock’n’roll en punkrock is nog steeds het handelsmerk van deze cowpunkers. Een springlevende Jason Ringenberg en zijn band lieten de ietwat mager opkomst niet aan hun hart komen en rolden als een op hol geslagen buffel door hun set.
Er werd al pittig van wal gestoken met de funrock van het nieuwe “Mona Lee” gevolgd door het denderende “Absolutely Sweet Marie”, die wervelende Dylan cover waarmee Jason & The Scorchers zichzelf destijds voorgoed op de wereldkaart hebben gezet.
De punkspirit van de hoogdagen en van de Gentse Vooruit heeft misschien een (klein) beetje aan intensiteit moeten inboeten (is ook niet meer dan normaal voor deze heren op respectabele leeftijd) maar de gretigheid, vinnigheid en levendigheid zaten nog steeds aardig vervat in onverslijtbare klassiekers als “Last time around”, “Harvest Moon”, “Broken whiskey glass”, ”Shop it around” en vooral in de kolkende cowpunkrocker “I can’t help myself”. Ook de typerende onbeschaamde en onvervalste country krakers als “Still tied” en “Pray for me mama, I’m a gypsy now” waren even aangrijpend als weleer.

Met prima songs als “Land of the free”, “Better than this” en “Twang town blues” was het nieuwe ‘Halcyon times’ flink vertegenwoordigd, en de absolute klepper hieruit werd tot op het eind bewaard, een spetterend “Moonshine Guy” (cowpunk in volle glorie) bracht de zaal tot ver boven de kooktemperatuur.
Een aangename verrassing ook in de bisnummers. De gitarist zijn moeder was zomaar eventjes komen overvliegen uit Nashville, de 70 jarige madame mocht van zoonlief een bisnummertje meezingen, en prompt zong de dame op een geweldige manier de Rufus Thomas kraker “Walking the dog”.  Wie zich met haar inbreng aan een melig country nummertje had verwacht, kwam er bekocht van af, want de dame rockte als een vat ongedistilleerde Jack Daniels. Zo zorgde ze zowaar voor een hoogtepunt van de avond, tot grote vreugde en tonnen respect van het publiek en de band. Jason Ringenberg, die zichzelf ook al heel de avond als een uitmuntend entertainer had geuit, was nog geen klein beetje onder de indruk. Het vervolg die Jason en de zijnen op het oudje haar glansprestatie klaar hadden, was ook niet van de poes. De band vloog er nog een laatste keer in met de withete rocker “White Lies” en beëindigde zo een absoluut knallend concertje.

Wij hadden graag nog “I really don’t want to know”, “Blanket of sorrow” en “Lost Highway” gekregen als toetje, maar een mens kan niet alles willen, we waren al lang tevreden.

Hun passage in de Vooruit zal altijd nog wel iets hoger ingeschat worden in het concertarchief dat in onze bovenkamer geprent zit, maar dit hier kon absoluut gelden als een bijzonder prettig weerzien met deze sympathieke gasten.
Met de cowboyhoed fier op onze kop naar huis gereden

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

donderdag 09 juni 2011 02:00

Love Shot

Wat bezielt een bende jonge rockers om het roer volledig om te gooien en van potige garage rock met een sixties touch om te schakelen naar een soort verwerpelijke bombastische rock ? Lonkt de hitparade ? Zijn er vreemde hersenkronkels aan voorafgegaan ? Slecht spul gesnoven ?
Wij snappen er eerlijk gezegd niets van, maar wij menen ons The Blue Van te herinneren als stevige Deense rockers met een gezonde voorliefde voor The Who, The Kinks en The Nomads. Zo zagen wij hen in 2005 ergens op een zijpodium van Pukkelpop serieus van jetje geven, staat in ons rock’n’roll geheugen nog geboekstaafd als een stomend concertje. Maar de tijden veranderen blijkbaar.
‘Love Shot’ is reeds hun vierde album en ’t is een ongelooflijke stinker. De plaat staat vol met flauwe en melige FM rock, hersenloze glam-rock en werkelijk tenenkrullende slijmerige ballads die kunnen concurreren met het slechtste van Aerosmith en Journey.
Volgens de groep zelf is het een bewuste koerswijziging, volgens ons is het een ernstige dwaling waar ze hopelijk veel spijt zullen van krijgen.
Welgeteld één song (“Hole in the ground”) hebben wij ontdekt die de moeite waard is, doet ons trouwens sterk denken aan The Sore Losers. Die song hebben we op onze i-pod geslingerd, het plaatje zelf hebben we meteen de vuilbak ingekieperd en daarna grondig onze handen ontsmet.
Wat een draak van een plaat. Dit is erger dan nucleair afval. Laat ons hopen dat ze tot inkeer komen en terug richting vuile rock trekken, want dit is echt niet te harden.

donderdag 09 juni 2011 02:00

American Primitive

LONG is het nieuwe groepje van Rubert Huber (Tosca) en Chris Eckman (The Walkabouts).  Beide bands worden gekenmerkt door een atmosferisch geluid. Tosca heeft het meer voor een zomerse lounge cocktail met lichte dance invloeden terwijl The Walkabouts altijd garant hebben gestaan voor sfeervolle Americana.
Fijn om te horen dat de combinatie op zich wel degelijk werkt. Het is niet zo dat een Tosca achtige song afgewisseld wordt met een Walkabouts track, hier is echt een nieuwe groep uit ontsproten met een eigen sound, en dat is een knappe prestatie. Sfeer is het codewoord en de elektronica vloeit mooi samen met de epische gitaren en piano’s. Vooral de instrumentale nummers “Stockerau” en “Longitude Zero” zijn fijne sfeerscheppers.
Verzachte en vaak zwoele vocals van Chris Eckman en de dames Anda Eckman en Chantal Acda stralen een gloed van warmte uit in subtiele songs als “Dust” en het adembenemend mooie “Night Fisherman”.
Zo bezorgt dit hele album ons een lekker humeurtje zonder uitspattingen, het klinkt met name steeds zomers zonder in een echte fiësta uit te barsten.
Het duo heeft tot slot nog een dromerige zonsondergang in petto met een ijl en wegdeemsterend “Run of days”, een knap einde van een mijmerend plaatje.

Dat het sympathieke kleine mannetje in een snel veranderende muziek- en dancewereld op vandaag niet meer ‘hot’ is, is een understatement. Sedert ‘Play’ uit 1999 heeft hij geen deftige plaat meer uitgebracht (opvolger ‘18’ was nog een commercieel succes, maar het was niet meer dan een lauw doorslagje van ‘Play’ en de platen die er op volgden waren zowaar nog zwakker, met als absolute dieptepunt het vehikel ‘Hotel’).
In de Botanique kwam Moby zijn nieuwste album ‘Destroyed’ voorstellen, een plaat die laat ons zeggen wel zijn momenten heeft, maar die alweer mijlenver staat van de klasseplaatjes als ‘Everything is wrong’ en ‘Play’.

Wetende dat de ukkepuk ondertussen een mega status verworven heeft -gewoonlijk speelt hij in immense zalen of op grote festivals voor duizenden toeschouwers- leek het ons toch wel bijzonder om hem te gaan bekijken in de gezellige Orangerie van de Botanique voor amper zeshonderd trouwe fans.
Een paar zaken werden ons meteen duidelijk : vernieuwend is de muziek van Moby al lang niet meer en de nieuwe songs zullen het niet tot klassiekers brengen. We troffen wel een uiterst enthousiaste Moby aan die genoot van elke minuut die hij op dat podium van die kleine zaal mocht staan. Speciaal voor het Belgisch volkje speelde hij de rocker “That’s when I reach for my revolver” die niet in de reguliere setlist was opgenomen en die voor ons meteen als één van de hoogtepunten van de avond kon doorgaan. Ook had hij er geen erg in om één song (“Natural blues”) in verschillende toonaarden twee keer na elkaar te spelen, en dit vooral om zijn zangeres een plezier te doen. En dit bracht ons meteen naar het volgende probleempje. De donkere dame was gezegend met een prachtstem, wat zowel haar sterkte als haar zwakte bleek te zijn. Ze overdreef nog geen klein beetje met het etaleren van haar vocale bereik, en dat was soms een zegen maar elders stond het dan weer de songs serieus in de weg. Moby zou het mens een beetje meer moeten intomen.
Voor het overige was de haarloze lilliputter zelf verduiveld goed op dreef en bleek hij ook een verbluffend gitarist te zijn die naast een paar hete funky riffs ook knappe solo’s uit zijn instrument toverde (heel even dachten we aan Prince). Ergens schuilt er een hevige rocker onder dat kale kopje, wat we nog meer moesten beamen nadat hij zich waagde aan een splijtende versie van “Whole lotta love”.
Moby had vanavond nogal wat het geduld van het publiek op de proef gesteld, hij was met aardig wat zwier aan zijn set begonnen, met ondermeer een hitsig “Go”, maar schakelde dan een versnelling terug waardoor het danslustige publiek een beetje op zijn honger bleef zitten. Maar het verhoopte dansfeestje kwam er op het einde dan toch met opzwepende dance tracks als “Disco lies”, “The stars” en als finale eindspurt het uitbundige feestje “Feeling so real”.

Eén en ander deed ons na dat bescheiden fuifje van twee uurtjes concluderen dat Moby ergens tussen dance, elektronica en rock zweeft (wij zijn benieuwd naar de dag dat hij eens een echte rockplaat zal maken), dat hij bijzonder sterke songs op zijn kerfstok heeft (“Why does my heart”, “Porcelain”, “In this world”, “Honey”, “Bodyrock” waren om van te snoepen) maar helaas ook enkele hele zwakke (“Lift me up” en “We are all made of stars” waren ook vanavond niet te pruimen) en dat hij op alle gebied en in elk genre zijn (kleine) mannetje kan staan. Chapeau !

Organisatie: Botanique, Brussel

Les Nuits Botanique 2011 –Grant Lee Buffalo - Heerlijke nineties nostalgie
Een aangenaam weerzien met dit fijne trio. Hoewel niet heel de wereld zat te wachten op een reünie van Grant Lee Buffalo vonden wij dat we dit hoegenaamd niet mochten missen. De band werd in de nineties de hemel in geprezen door de critici, maar de echte erkenning bleef uit. Vier prachtplaten hebben ze tussen ’93 en ’96 in elkaar gebokst. In die tijd stond de band zelfs twee keer op Torhout Werchter (’94 en ’96) maar echt rijk zijn ze er nooit van geworden en kort daarna was het liedje al uit. Frontman Grant Lee Philips ging de solotour op en heeft ondertussen al zes bescheiden juweeltjes gemaakt die weliswaar ook zonder veel poeha aan de wereld zijn voorbijgegaan.

Nineties nostalgie was vanavond de essentie. Philips liet zijn solowerk volledig achterwege en concentreerde zich volledig op vooral de eerste twee GLB platen ‘Fuzzy’ uit ’93 en ‘Mighty Joe Moon’ uit 94’.
Een horde trouwe fans waren afgezakt naar het Koninklijk Circus en die mochten met zijn allen netjes gaan zitten. Hadden we niet echt verwacht bij deze band, maar goed, zo konden we ons volkomen op de muziek concentreren. En die was meteen een schot in de roos. Kleppers als “The shining Hour” en het machtige “Jupiter and teardrop” zaten al heel vroeg in de set, waarmee het vuur er al goed in zat. Het trio had er duidelijk zin in en genoot van ieder moment. Dit was geen fake, het speelplezier was echt en gemeend
Philips, die nog steeds met een prachtige stem gezegend is, ging bij vlagen nogal tekeer op zijn gitaar, maar haalde er evengoed subtiele klanken uit op juweeltjes als “Mockingbirds”, “Demon called deception” en “Honey don’t think”. Als vreemde eend in de bijt zat het ingetogen opbouwende “Betlehem Steel” (samen met “Homespun” het enige nummer uit ‘Copperopolis’) mooi in het midden.
De bedrijvige bassist en multi instrumentalist Paul Kimble ging hiervoor even achter de toetsen zitten en bracht zo wat extra dramatiek in de set. Ook drummer Joey Peters genoot van elk moment en haalde om de haverklap zijn fototoestel boven om het enthousiaste publiek en de fijne locatie te vereeuwigen voor zijn fotocollectie, altijd leuk voor de kleinkinderen.
Vooral de overgang van rustig naar fel zat vanavond op de juiste plaats. Zo scheurde een verbeten “America snoring” de boel volledig open na een reeks ingehouden prachtsongs als “Sing along”, “Drag” en “It’s the life”. Die energiestoot werd meteen gevolgd door een werkelijk fenomenaal “Fuzzy”, een song waarvan we al lang wisten dat het een 18 karaats pareltje was, maar zo mooi als vanavond hadden we hem nog nooit ervaren.
Daarna was de bisronde ook om van te smullen met bronstige gitaren in een furieus en almachtig “Grace” gevolgd door een gedreven “Homespun”. Daarna werd er nog even subliem gas teruggenomen met het wondermooie “The hook” en het ultieme kippenvelmoment “You just have to be crazy”. Met de finale genadestoot “Lone star song” werd de elektriciteit weer volop ingeplugd, een geweldig en scheurend einde van een werkelijk schitterend optreden.

Minpuntje ? Wij vonden het gewoon doodjammer dat “Dixie drugstore” nergens te bespeuren was, de enige song trouwens van ’Fuzzy’ die de avond niet heeft gehaald. Ook de voortreffelijke vierde plaat ‘Jubilee’ werd straal genegeerd, maar dat zal wel te maken hebben met het feit dat Paul Kimble destijds voor de opnames van die plaat al het hazenpad had gekozen.

Setlist : The shining hour – Wish you well – Jupiter and teardrop – Demon called deception – Lady Godiva and me – Soft wolf tread – Stars n’ stripes – Betlehem steel – Honey don’t think – Mockingbirds – Happiness – Sing along – Drag – It’s the life – America snoring – Fuzzy
Bis : Grace – Homespun – The hook – You just have to be crazy – Lone star song

Organisatie: Botanique, Brussel, (ikv Les Nuits Bota)

donderdag 12 mei 2011 02:00

In The Woods

Indie pop uit Oostenrijk, ‘t is eens iets anders … Francis International Airport is met deze ‘In the woods’ al aan zijn tweede album toe. Het eerste is aan ons -en ongetwijfeld ook aan u- volledig voorbijgegaan, doch dat ligt gewoon aan het feit dat het plaatje nooit tot aan onze geoefende oortjes is geraakt.
Op ‘In the woods’ haalt de band uit met vernuftige indie pop aanleunend tegen een aanvaardbare vorm van bombast. Fijne gitaartjes, prettige samenzang, luchtige strijkers en een frisse sound. U mag het raar vinden, maar wij denken zowel aan Pinback als aan Genesis (met Gabriel, geen Collins).
Hoewel de songs lekker in elkaar steken en voor aardige zijstapjes en omwentelingen zorgen, blijven ze toch niet echt hangen. Het is allemaal (te) netjes in laagjes op elkaar gestapeld, maar ergens ontbreekt de furie. Arcade Fire en Elbow zijn de grote voorbeelden die vooralsnog onbereikbaar zijn, Francis International Airport mankeert de passie die deze bands wel hebben.
Na beluistering hebben we niet het gevoel dat we onze tijd verspeeld hebben maar hebben we ook niet meteen de neiging om het plaatje onmiddellijk opnieuw op te zetten, met uitzondering misschien dan van een fijne song als “Solaris”.
Geen slecht ding dus, dit schijfje, maar iets meer uitspattingen waren wenselijk geweest. Om hiermee als Oostenrijkers internationaal door te breken is een nogal heel optimistische gedachte. Een mens weet maar nooit.

Zo een twee jaar geleden zagen we Luka Bloom in de Brusselse AB zowaar met een begeleidingsband aan het werk. Leuk, maar Luka Bloom heeft geen band nodig, dat was de belangrijkste les die we uit dat optreden trokken.

In Leffinge trad hij dan ook naar goede gewoonte helemaal in zijn eentje aan, en dat hij ons niet ging ontgoochelen daar waren we ook al zeker van.
Het decor en de akoestiek van De Zwerver leken trouwens op maat gemaakt voor de intieme pracht van Luka Bloom zijn liedjes. Parels als “Exploring the blue”, “Cold comfort”, “Monsoon”, “Lord Franklin” en “See you soon” kwamen volledig tot hun recht in de intimiteit van de helaas niet volgelopen zaal.
Een hele resem klassiekers die zowat altijd de revue passeren mochten ook nu niet ontbreken, alom herkenningsapplaus dus voor “Gone to Pablo”, “The Acoustic Motorbike”, “You couldn’t have come at a better time” en natuurlijk “Sunny Sailor boy”, een song waarin de publieke bijdrage met de jaren belangrijker is geworden en die zo een eigen leven is gaan leiden.
Wie Luka Bloom een beetje volgt weet dat hij sommige prachtsongs nogal eens achterwege laat, maar vanavond verraste hij ons toch op een haarfijn “Rescue Mission”, de song waarmee het voor hem destijds allemaal begon maar die hij om onbegrijpelijke redenen sinds jaren steeds links liet liggen.
Waar wij echter helemaal stil van werden is de Dylan song “Make you feel my love” die hij zich op een fantastische wijze heeft toegeëigend. Nog zo een opmerkelijke cover was “Bad”, een juweeltje van U2 die hier ook al een even fluwelen versie meekreeg.
Alsof wij na al dat moois nog niet genoeg overtuigd zouden zijn, bleek Bloom nog een wondermooie afsluiter in zijn achterzak te hebben, het werkelijk adembenemende “Be Well” was misschien wel de beste song van de avond.

Alweer een heerlijke avond met de immer sympathieke Luka Bloom, moge hij nog lang met zijn gitaar naar onze contreien komen. En geloof ons, dat zal hij ook doen, geen plaats waar hij meer met open armen ontvangen wordt dan ons Belgenlandje.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Popallure 2011 – Ontpopt! met Belgisch Talent en Toekomstige Heroes
Een beetje een pijnlijke kwestie voor de organisatie van Popallure 2011 om de wel heel magere publieke opkomst te moeten aanschouwen. Hier in Vlaanderen mag men nog zo zijn best doen om een voortreffelijke affiche in mekaar te boksen, het is altijd afwachten of er wel genoeg volk zal komen opdagen. Niet dus, en dat is jammer, want hier stonden toch een paar aardige bands op het podium.

Zoals Drums Are For Parades bijvoorbeeld, die met hun rauwe mix van prille grunge (denk hier meer aan The Melvins dan aan Nirvana) en brutale stonerrock (zoek het vooral bij Karma To Burn) de zaal trachtten op te zwepen. Het trio bracht met een uiterst energieke en luide set met agressieve gitaren en dito zang het publiek toch wat in vervoering. Op hun hitsige debuutplaat ‘Master’ krijgen de songs nog soms wat verzachtende keyboards, sax of zelfs violen mee, maar live gooiden ze die in hun rauwste versie te grabbel. Hard, fel en furieus. Zo rauw lustten wij het wel.

Hoogtepunt van de avond waren The Sore Losers, die men ergens in de verte ook wel eens de Belgische Black Crowes durft te noemen. Doch wij zouden het veeleer houden bij The Raconteurs of The White Stripes. The Sore Losers klonken vooral zeer vinnig en levendig, hun songs stonden bijzonder sterk op hun poten en de elektriciteit droop er van af. Wij meenden hier het ontluikende enthousiasme van The Who in hun jongere tijden in te herkennen.
Quasi gans die uitmuntende debuutplaat werd er met een volle dosis power doorgejaagd en de zaal ging gewillig mee in dit rock’n’roll feestje. Bijzonder sterk, wat ons betreft mag dit een van de meest getalenteerde Belgische bands van het moment genoemd worden.

Wie te veel zijweggetjes inslaat, kan al eens de hoofdweg kwijt geraken, en dat is nu precies het probleem bij Tim Vanhaemel. Als wij hier al zijn nevenprojectjes en bandjes zouden gaan opsommen, dan komen we aan drie bladzijden, dus gaan we dat maar zo laten. Met zijn vriendje Pascal Deweze amuseert hij zich misschien te pletter in zijn nieuwste speeltje Broken Glass Heroes, maar van ons mag hij dringend zijn maatjes van Millionaire terug halen, want Broken Glass Heroes is niet veel meer dan een half geslaagde (dus ook half mislukte) sixties pastiche. Net als veel bandjes vinden die van Broken Glass Heroes het cool om te dwepen met The Beach Boys, The Beatles en The Byrds, maar vanavond bleek duidelijk dat het jonge publiek daar geen boodschap aan had, de sixties waren voor hen veel te ver af, iets voor ouwe mensen zeg maar. Gevolg, terwijl Vanhaemel en co zich naarstig verder amuseerden op het podium, droop het meeste volk af en stond de groep voor een nagenoeg lege zaal te spelen. Wij bleven wel tot het einde en zagen dat het slot toch nog de moeite waard was. De groep sloeg in het laatste nummer aan het jammen en dit resulteerde in een bezwerende psychedelische sound waar de Velvet Underground met vroege Pink Floyd (Syd Barrett periode) in zee ging. Helaas te laat.

Organisatie: Popallure, Nazareth-Eke

donderdag 07 april 2011 02:00

Black Lightning

Geen verrassingen op de nieuwe Bellrays. Alweer wordt kolkende garage-rock afgewisseld met onvervalste soul, steeds is het die ongelooflijke strot van Lisa Kekaula die voor de stomende kracht zorgt, de hete riffs van gitarist Tony Fate doen de rest.
“Black Lightning” en “On top” zijn opgehitste hete hangijzers van songs, “Sun comes down” is een klomp pure soul die zo uit de sixties lijkt weggelopen, “Anymore” is een schaamteloze rock ballad en harde rockers als “Living a lie” en “Power to burn” zijn dingen waarbij Guns’n’Roses groen worden van jaloezie.
‘Black Lightning’ barst van de power. Niks nieuws onder de zon, maar het beukt en swingt dat het geen naam heeft.

woensdag 13 april 2011 02:00

Battles - Interessant nieuw materiaal

Je moet het maar durven, welgeteld al één plaat hebben uitgebracht, het schitterende ‘Mirrored’ uit 2007, en daar dan geen noot van spelen.
Battles is zo een bandje die alle wetten met de voeten treedt, hun volledig instrumentale set is helemaal opgebouwd uit songs van de nog te verschijnen nieuwe plaat. Geen herkenningspunten dus, we moeten het doen met nagelnieuw materiaal.
Uiteraard zijn ook de nieuwe songs binnen het gekende geluidsconcept van Battles vervaardigd. Een hoop elektronica, iets meer dan vroeger misschien, vermengd met frisse gitaren en natuurlijk een opzwepende en pompende drum, nog steeds overduidelijk het handelsmerk van Battles.

Het trio heeft zo te merken de nodige tijd in de songs gestoken, en deze moeten ook nog wat groeien. Een Battles song zit namelijk vol met verborgen verleiders, het duurt een tijdje vooraleer we die allemaal ontdekken. In ieder geval speelt de band met volle overgave en laten ze hun nieuwe songs ruim open bloeien. Het trance gevoel die ze wel eens kunnen veroorzaken is niet verloren gegaan, zeker wanner hun songs een eigen weg mogen gaan naar een gloeiende climax toe, met de indrukwekkende afsluiter “Sundome” daarin als treffend bewijs.
Het wordt afwachten of de nieuwe plaat dezelfde begeestering zal teweegbrengen dan ‘Mirrored’, de tijd zal het uitwijzen. De live uitvoering bewijst in alle geval dat er weer een pak potentie en creativiteit in de songs vervat zit.
Battles is en blijft iets apart, en zeker op een podium.

Valse noot van de avond is het Amerikaanse voorprogramma Mi Ami, een elektro duo die we ons als één van de ergste verschrikkingen van het jaar zullen herinneren. Het duo prutst klungelig aan wat knoppen met de bedoeling een dansbare sound te bekomen, helaas komt er een hels irritant gebral uit. En als één van de twee begint te zingen is het helemaal naar de duvel, de man krijst als een Chinees dwergkonijn dat brutaal in de kont wordt genomen door een hitsige baviaan die met zijn op hol geslagen hormonen geen blijf meer weet. Het is echt niet om aan te horen en het publiek druipt dan ook massaal af. Ook de niet rokers gaan met plezier een half uurtje in de kille wind staan om verlost te zijn van dit ellendige gejengel.

Organisatie: Aéronef, Lille

Pagina 81 van 111