logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Kreator - 25/03...
Concertreviews

Karma To Burn

Karma To Burn - Als een wilde bizon

Geschreven door

Na 9 jaren van stilte volgend op hun magnum opus ‘Almost heathen’ is Karma To Burn terug met een vers album ‘Appalachian Incantation’. Het concept is hetzelfde gebleven, titelloze instrumentale heavy rocksongs ergens tussen Sabbath en Kyuss. Niet bepaald een formule om miljoenen platen mee te slijten, maar toch heeft KTB in al die jaren een trouwe horde fans bijeen verzameld. Ook in België, zo blijkt, want Het Depot is toch voor meer van de helft volgelopen voor deze niet voor de hand liggende metal groep.

Karma To Burn raast als een wilde bizon doorheen Leuven. Hun songs zijn rauwe mokerslagen die met brute power inbeuken op de zaal. Het draait allemaal om dreunende en vette riffs (geen solo’s !) met een cruciale rol voor bassist Richard Mullins, die steeds in ware Kim Clijsters spreidstand, met zijn spitse basslijnen de totaalsound van Karma To Burn een enorme boost geeft. Gitarist William Mecum ramt splijtende heavy en stoner- riffs uit zijn instrument en drummer Rob Oswald heeft blijkbaar ook al een vergevorderd stadium van razernij overschreden. Een geweldig trio dus, met een monstersound als gevolg. Vrij indrukwekkend toch hoe een band zonder ook maar één woord te zingen geen seconde weet te vervelen.

In al die tijd dat KTB op non actief stond heeft Mullins trouwens de band Year Long Disaster in het leven geroepen, een band waarmee hij hier zelf voor het voorprogramma zorgt. Bij YLD wordt er wel gezongen en dit nota bene door zanger gitarist Daniel Davis, zoon van Dave Davies van The Kinks. De man zijn strot, en ook het volledige geluid trouwens, doet ons nog het meest denken aan Wolfmother. Enig minpuntje, de zang komt er maar flauwtjes door, alsof de microfoon van dienst weet dat hij een Karma To Burn avond tegemoet gaat en hij dan ook niet bijster veel zal moeten presteren. Toch weet YLD met een weliswaar te korte set te overtuigen. De groep heeft overigens een puik album uit, het heet ‘Black Magic : All mysteries Revealed’, maar U moet liefhebber zijn van Zep, Sabbath en Purple om te kunnen volgen.

Fijne avond. Wij vragen ons wel af hoeveel man (of misschien liever vrouwen) er nodig zijn om bassist Richard Mullins zijn benen na het optreden terug dicht te krijgen.

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

Fuck Buttons

Fuck Buttons: Beautiful noise

Geschreven door

Ondanks twee alombejubelde albums, kon het Engelse duo Andrew Hung en Benjamin John Power, ook bekend als Fuck Buttons, op weinig belangstelling rekenen. Slechts 150 bezoekers waren getuige van een quasi integrale versie van hun laatste wapenfeit 'Tarot Sport', aangevuld met enkele nummers uit hun knappe en zinderende debuut 'Street horrrsing'.

De heren stonden recht tegenover elkaar met hun apparatuur, klaar voor een confrontatie met het publiek. Hun avontuurlijke en hypnotiserende cocktail van electronica, noise, soundscapes/drones en post-rock nodigde de aanwezigen uit tot een bevreemdende en dromerige trip. Invloeden van Wolf Eyes, Suicide, Liars, Black Dice, Boredoms en  Spacemen 3 waren aanwezig, doch niet storend. Er was wel degelijk sprake van een eigen identiteit. Met het gruizige en krakende openingsnummer “Surf solar” kreeg het publiek de indruk dat ze de ruimte in werden geschoten. Het dansbare, gebalde “Rough steez” en de broeierige en atmosferische track “The Lisbon maru” volgden.
De toeschouwers genoten van de pulserende ritmes, tribal beats en zweverige keyboards.
De subtiele, elegante trance van “Olympians” en “Space mountain” stelden de dansspieren op de proef. Met de vervormde, creepy vocalen en knarsende, piepende dreunen van “Sweet love for planet earth” en “Bright tomorrow” werd nog even teruggeblikt naar 'Street horrrsing'.
Sluitstuk van de avond was het uiterst genietbare en epische “Flight of the feathered serpent”.
Minpunt was het volledig ontbreken van contact met het publiek, noch was er sprake van bisnummers.

De kemphanen creëerden één uitgesponnen track, zoals op hun cd's. Het was aan de luisteraars om de toegevoegde waarde ervan te bepalen. Ondergetekende gaf hen het voordeel van de twijfel. Het was aangenaam, maar weinig verrassend. De toekomst zal uitwijzen of ze met hun kleurrijke, sfeervolle klankentapijt ons kunnen blijven boeien …

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Beoordeling

Band of Horses

Mooie Band Of Horses, maar nét niet magisch

Geschreven door

Net vóór het optreden van onze favoriete Amerikaanse indie band (tegenwoordig opererend vanuit South Carolina) kregen we de kans om een kort interview te houden. Opperhoofd Ben Bridwell werd gereserveerd voor een interview voor Radio 1, terwijl wij de kans kregen om drummer Creighton Barrett en toetsenist Ryan Monroe, enkele vragen te stellen over het nieuwe album ‘Infinite Arms’. Het werd een gemoedelijk, openhartig gesprek waarin beide heren mij afwisselend te woord stonden.
Het nieuwe album kreeg oorspronkelijk de titel ‘Night Rainbows’ mee maar werd al vlug herdoopt in ‘Infinite Arms’. De band is erg trots op deze nieuwe plaat omdat dit het eerste, echte Band Of Horses album is waar de ganse groep aan meewerkte. De songs op de vorige platen werden enkel door Ben Bridwell geschreven, terwijl deze nieuwe schijf een groepssamenwerking is. Iedereen werkte mee aan het songwritergebeuren en bovendien produceerde men de plaat zelf. Wat de groep een zeer bevrijdend gevoel gaf. De songs werden gepend tijdens het vele toeren van de afgelopen jaren, wat de albumsound dan ook weer sterk beïnvloedde. De nieuwe plaat klinkt bij momenten harder als tevoren maar ook de weemoedige, fijne, meerstemmige countryrock composities komen ook nu weer uitvoerig aan bod.
Daarnaast vertelde Creighton heel erg trots te zijn over het feit dat de band straks met Pearl Jam mag gaan touren. Een droom die voor hen in vervulling gaat. Toen ik vroeg wat we die avond konden verwachten zei Creighton me “It’s gonna be a blast!, with classics and many new songs”.

Net zoals twee jaar terug (15/3/2008) was de Botanique in een mum van tijd uitverkocht. De band is op zeer korte tijd onvoorstelbaar groot geworden en daarom is het toch een beetje vreemd dat ze nu opnieuw in de Botanique geprogrammeerd stonden. Ongetwijfeld zou de Ancienne Belgique wel een haalbare kaart geweest zijn. In 2008 durfde ik na het optreden nog stellen dat dit een superband in wording was. Vandaag ben ik voorzichtiger en twijfel ik of Ben Bridwell & co dit Indie wereldje kunnen overstijgen. Algemeen kan ik stellen dat ik te weinig vooruitgang heb gezien en het optreden bijna een kopie leek van twee jaar eerder.

Ook zo voor Ramsey Tyler, vaste gitarist van Band Of Horses, die ons ook deze keer mocht opwarmen.
Had dit akoestische setje van Tyler twee jaar terug nog een duidelijke meerwaarde, deze keer kwamen de songs uit ‘A Long Dream About Swimming Across The Sea’ niet echt tot z’n recht en moeten we dit halfuurtje jammer genoeg klasseren als eerder slaapverwekkend. Het publiek kent natuurlijk ondertussen Tyler als gitarist van Band Of Horses kwam ook al niet veel verder dan een beleefdheidsapplausje.

Even na half tien begon Band Of Horses aan een begeesterende set die ruim 100 minuten duurde. Er werd sterk geopend met “Factory”, dat ook de openingstrack moet worden uit ‘Infinite Arms’. Een zeer melodieuze track waarin de meeslepende gitaarsound bepalend is. Voetenstamper “The Great Salk Lake” botste op herkenning en liet al meteen duidelijk horen dat de band moeiteloos de brug maakt tussen melodie, potige rock en pure melancholie. Tijdens het vrij stevige en korte “The Northwest Appartment” ging de geluidstechnicus even door de bocht en deed deze rocksong onrecht aan door het volume nog wat op te schroeven. Gelukkig zat de geluidsbalans weer op een aanvaardbaar niveau toen “Is There A Ghost?” werd ingezet. Een ingetogen intermezzo volgde met “Infinite Arms”, de Gram Parsons cover “A Song For You” en het superaanstekelijke “Older” (de song komt gelukkig ook op het nieuwe ‘Infinite Arms’!), dat niet door Ben maar wel door toetsenist/gitarist Ryan Monroe werd gezongen. Dat het bijzonder goed klikt tussen Monroe en Bridwell was duidelijk te zien en te horen tijdens de meerstemmige vocale stukken. De twee keken als waren verliefden elkaar in de ogen en vulden elkaar vocaal perfect aan. De onverslijtbare falset stem van Bridwell kwam deze avond toch soms in het gedrang toen hij in de hoogte wou uithalen. De vermoeidheid, het eindeloos toeren zal hier ongetwijfeld de bepalende factor zijn. Toch smeet de band zich tot het einde van de set onverbloemd en genadeloos voor de voeten van het Brusselse publiek. Losgeslagen en toch soms onzeker typeerde de wat slordige podiumprestatie. De mindergeslaagde grapjes (zoals het eindeloos bedanken van Ramsey Tyler om het voorprogramma te spelen) hadden we ook de vorige keer gehoord en verdoezelden enkel dat de band toch nog wat aan speelritme ontbrak. De finale met vooral “Ode To LRC” en de tijdloze Indie klassieker ‘The Funeral’ waren dan weer groots. Het hoogtepunt van de avond was echter “Evening Kitchen”, een akoestische countrypopsong uit het nieuwe ‘Infinite Arms’, dat werd gebracht van op de brug die van de coulissen naar het podium leidde. Een onvergetelijk moment!!

Band Of Horses is een ijzersterke live band. Toch was er twee jaar terug veel meer magie aanwezig en moet ik stellen dat er net iets te weinig vooruitgang is gemaakt richting het grote publiek. De nieuwe songs uit ‘Infinite Arms’ (uit op 17/5 bij Sony/Columbia Rec) doen echter veel goeds verwachten voor de toekomst. De band beloofde ook dit najaar nog terug te komen om dan ongetwijfeld enkele zaken recht te zetten en de nieuwe plaat nog wat uitgebreider te komen voorstellen.

Setlist:
*Factory *The Great Salt Lake *Too Soon *
The Northwest Appartment *Weed Party
*Is There A Ghost? *Infinite Arms *Older *A Song For You *Marry Song *No One’s Gonna Love You
*Blue Beard *Cigarettes, Wedding Bands *Laredo *Ode To LRC *The Funeral *Writers
*Evening Kitchen
*Snow *Sugarcube

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pantha Du Prince

Veellagige soundscapes van Pantha Du Prince

Geschreven door

Pantha Du Prince is het alter-ego van Hendrik Weber, een Duitse producer en DJ, die nu vanuit Berlijn en Parijs opereert, en al een tiental jaar releases op het Hamburgse Dial-label uitbrengt.
Pantha krijgt met zijn derde album, ‘Black Noise’, een ruimere erkenning buiten het danswereldje. De albumtitel verwijst naar de gekleurde ruis, de stilte voor een natuurramp zoals een vulkaanuitbarsting of een aardbeving, die enkel door dieren opgepikt wordt. Een deel van het album werd opgenomen in de Zwitserse Alpen, in een chalet naast het puin van dorpje dat in 1816 onder een aardverschuiving verdween. Op dit veellagige album worden elektronica, akoestische instrumenten en natuurlijke omgevingsgeluiden geïntegreerd, en vind je onder meer gastbijdrages van leden van Animal Collective en LCD Soundsystem. Dit album past dus even goed op de dansvloer als op zondagavond in Duyster, met zijn mix van dromerige soundscapes, psychedelische invloeden, Detroit techno en Duits minimalisme.

Dik verscholen onder het kapje van zijn trainingvest, en met een fles vodka naast zijn laptop, begon Hendrik Weber in Petrol aan een korte set waarin vooral het nieuwe album aan bod zou komen. Met een subtiele waterval van belletjes werd het eerste nummer of gang getrokken, en waren we vertrokken voor een lange dubby trip, met vervreemdende soundscapes waar Boards of Canada of Nathan Fake wel een patent op hebben. Ook de onwereldse psychedelica van Animal Collective had wel enige raakpunten met de composities van Pantha du Prince.
Een clubpubliek kan je natuurlijk niet bij de les houden met drones en bliepjes alleen, zodat de beats na een paar nummers meer op de voorgrond kwamen. Pantha Du Prince wordt soms als minimal techno omschreven, maar dat doet eigenlijk geen recht aan de veellagigheid van de tracks, de beats stuiteren altijd wel op twee of drie niveaus verder, zodat je moeilijk van minimal kan gewagen. Qua filosofie leunen de composities veel dichter aan bij het werk van Autechre of de aanpak van de artiesten op het Warp label, midden jaren negentig, maw altijd op zoek naar nieuwe verrassende geluiden en invalshoeken. Bij momenten doken er ook dubstep invloeden op, zij het in de uitgepuurde Duitse stijl a la Moderat.

Het jonge volkje dat in dit paasvakantieweekend eens goed wou feesten, gooide naar het einde van de set dan ook tevreden de handjes in de lucht.
Als je Pantha Du Prince dit jaar nog eens aan het werk wil zien, kan je deze zomer op Les Ardentes terecht.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Beoordeling

The Sonics

Onverslijtbare Sonics serveren protopunk anno 1965

Geschreven door

Laten we beginnen met het rechtzetten van een geschiedkundige blunder: punk ontstond niet in Londen, New York of Detroit maar in Tacoma, Washington. De meest notoire groep die dit onooglijke havenstadje op een steenworp van Seattle ooit heeft voortgebracht, The Sonics, is immers eigenhandig verantwoordelijk voor de eerste geslaagde poging om schreeuwerige vocals, ongepolijste gitaren en een op hol geslagen ritmesectie in elkaar te draaien tot een nieuw opwindend geluid in de popgeschiedenis. Diezelfde rauwe basisingrediënten werden in de jaren daarop ook gebruikt in de muzikale exploten van pakweg MC5, The Stooges, New York Dolls, Ramones en Sex Pistols, maar dé protopunk statement dateert van november 1964 toen The Sonics hun debuutsingle “The Witch” op de nietsvermoedende wereld loslieten. Twee lichtjes fenomenale albums propvol opwindende garagerock avant-la-lettre volgden, ‘Here Are The Sonics!!!’ (1965) en ‘Boom’ (1966), maar zoals de meeste groepen die hun tijd ver vooruit waren gooiden ook The Sonics de handdoek in de ring bij het uitblijven van commercieel succes. Zonder dat ze het zelf beseften groeide hun cult aanhang echter bij elke nieuwe muzikale generatie, en onvermijdelijk moest dat vroeg of laat eens leiden tot een reunie. Sinds 2007 zijn The Sonics terug sporadisch live te bewonderen, en dit voorjaar wordt zelfs een heuse Europese mini-tour ondernomen. In de Gentse Ha’ gaven drie van de originele Sonics vergezeld van twee ingehuurde generatiegenoten acte de présence om hun protopunk aan de tand des tijds te onderwerpen.

It’s awful quiet in here, but we’ll soon change all that”: vooraleer de eerste noot was gespeeld lieten de overjaarse opa’s er geen twijfel over bestaan dat ze niet naar Gent waren afgezakt voor een gezondheidswandelingetje. Eén van de ronkende openers, Barrett Strong’s “Money”, blijkt zanger/toetsenist
Gerry Roslie immers nog steeds even lekker op het lijf geschreven als 45 jaar geleden. Roslie kreeg toen het etiket van ‘de blanke Little Richard’ opgespeld, maar die eretitel heeft hij sinds kort moeten afstaan aan de ingehuurde bassist Freddie Dennis. Het strot van deze kleine brulaap kan je bij momenten zelfs vergelijken met dat van John Fogerty in overdrive, een vergelijking die vooral opging tijdens “Cinderella”, “Lucille” en “Dirty Robber”. Heel even stak de roodgloeiende Dennis zelfs wijlen AC/DC frontman Bon Scott naar de kroon op het nieuwe “I Like Your Bad Attitude”, benieuwd trouwens of daar een volledige nieuwe plaat aan vast hangt?
Alsof het nog niet genoeg is hebben The Sonics met de originele saxofonist Rob Lind ook nog een derde zanger in de rangen. Op Richard Berry’s “Have Love, Will Travel” kreeg zijn sax een vrijgeleide waardoor de temperatuur in de Ha’ nog wat verder opliep en het publiek klaar leek voor een stomend garagerock feestje. Dat drummer Ricky Johnson al eens uit de maat durfde te meppen en de gitaar van Larry Parypa tijdens “Keep A Knocking” plots alle dienst weigerde leken dan ook niet meer dan details. Het was ons en iedereen vooral te doen om ultieme Sonics originals als “Strychnine”, “Boss Hoss” en “Psycho” te ondergaan alsof het 1965 was. Het blijven absolute rock’n’roll standards die ook in de Ha’ door jong en oud werden geapprecieerd, van trendy retrokids met bakkebaarden en geketende portefeuilles tot grijzende jongeren op leeftijd.
Na een stomende set van een goed uurtje konden er toch nog twee korte bisrondes af. De opzwepende Sonics interpretatie van “Louie Louie” mocht hierbij uiteraard niet ontbreken, net als die ene halve hitsingle “The Witch”. Trots en beleefd als de heren zijn deden ze Little Richard’s “Keep A Knocking”, het originele B-kantje van voorgenoemde single, tenslotte nog eens over en dit keer zonder technische storingen. Hoorden we in de intro van dat nummer trouwens geen echo van de Ramones?

Op een leeftijd waar hun generatiegenoten genieten van een welverdiend pensioentje of inmiddels het tijdelijke voor het eeuwige hebben geruild slagen de overgebleven Sonics er nog steeds in om het heilige rock’n’roll vuur brandend te houden. Malcolm McLaren R.I.P., but long live The Sonics!

Opwarmer van dienst was het Gentse kroeggezelschap The Wrong. Voormalig Soapstone frontman en schuurpapieren strot Tom Derie mag binnen de Gentse muziekscene gerust een legende genoemd worden; in het gezelschap van zingende broer Staf en een bende geroutineerde muzikanten uit o.a. 50ft Combo, Backstabbers en Secret Agent Men grasduint hij nog steeds in 50 jaar soul, blues en garagerock. De thuismatch van The Wrong in de Ha’ leverde zowel op als naast het podium al meteen enkele zwetende lijven op, benieuwd wat dat straks gaat geven op de Gentsche Fieste…

Organisatie: Handelsbeurs, Gent  

Beoordeling

The Sonics

The Sonics: rock’n’roll spirit op pensioengerechtigde leeftijd!

Geschreven door

Openen voor The Sonics, het zal een droom blijven voor menig garagebandje. Die eer viel te beurt aan The Wrong, een soort Gentse supergroep met leden die hun sporen verdienden bij o.a. Soapstone, 50 Ft Combo en Secret Agent Men. Met zijn zessen produceerden ze een perfecte sixtiessound, gedomineerd door het Farfisa-orgeltje van Francis Wildemeersch. Het klonk nogal braaf, zeker in vergelijking met The Sonics later, maar het hoeft niet altijd even wild te zijn. Maar de boel evenwel werd serieus verkloot door de zangers Tom en Stef Derie, die zichzelf oneindig grappig vonden, en door hun geëmmer de vaart er volledig uithaalden. Tijdens de Gentse Feesten zullen deze heren zonder twijfel menig café op stelten weten te zetten, hier bleek het toch een gemiste kans.

Het belang van The Sonics kan moeilijk overschat worden. De groep uit Tacoma, Washington wordt door talloze bands, zoals The Stooges, The Cramps, Nirvana en The White Stripes op handen gedragen en een fuif met een beetje rock-'n’-roll spirit heeft nog steeds "Psycho" op de playlist staan. Toch blijft het verhaal van The Sonics nogal bizar. In hun korte bestaan, tussen '63 en '67, maakten ze twee prachtige LP's, maar het succes bleef uit. De tijd was toen duidelijk nog niet rijp voor dergelijke rauwe garagerock. Daarna volgde de grote stilte, een eenmalige reünie in '72 niet te na gesproken, tot ze in 2007 gevraagd worden op Cavestomp!, een garagerockfestival in New York. Sindsdien is de groep opnieuw bij elkaar met nog drie originele leden : Gerry Roslie (orgel, piano en lead vocals), Larry Parypa (gitaar) en Rob Lind (sax), die intussen allen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Samen met Ricky Johnson (drums) en Freddie Dennis (bas) lukt nu wel wat in de jaren '60 niet kon : optreden in New York en toeren door Europa, wat hen in 2008 al eens naar België (Sjock Gierle) bracht.

Men kan veel aanmerken op het concert van The Sonics in de Handelsbeurs. Zo duurde het een tijdje vooraleer de klank een beetje goed zat, de eerste twee nummers moesten we het zelfs stellen zonder de cruciale sax. Gitarist Larry Parypa bleef op een gegeven moment minuten lang prutsen om zijn gitaar gestemd te krijgen. De paar nieuwe songs waren immense draken en op een fout meer of minder werd niet gekeken (maar dat laatste hoeft niet noodzakelijk een nadeel te zijn in de garagerock).
Ondanks dat alles zagen we toch een spetterende show die weer dagen zal blijven nazinderen. Het blijft verbazen hoe snedig deze gepensioneerden nog klinken. The Sonics scheurden als een bende jonge honden door een rits tijdloze nummers als "Cinderella", "Have love will travel", "Boss Hoss", "Strychnine", "Psycho" of "The Witch" en slaagden er zelfs in om het doodgecoverde "Louie Louie" nieuw leven in te blazen. De nieuwe bassist, die door mijn buurman niet onbegrijpelijk verward werd met Susan Boyle, bleek een echte aanwinst. Met een stem die nog een stuk rauwer leek dan die van Little Richard, huilde hij zich door een handvol pure rock-'n’-roll songs waaronder "Lucille".


Misschien hing er wat minder magie in de lucht dan twee jaar geleden in Gierle, toch kan ik nu al met zekerheid zeggen dat dit één van de hoogtepunten van 2010 zal zijn. En stelt het me enigszins gerust dat het leven na je 65ste niet noodzakelijk hoeft te stoppen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Admiral Freebee

10 Jaar Admiral Freebee - Gretig spelende Admiralen overtuigen!

Geschreven door

Admiraal Tom Van Laere blaast de eerste kaarsen uit, want de vierde cd ‘The honey & the knife’ tekent voor 10 jaar Admiral Freebee. Bij onze vriend staan stadsimpressies centraal en horen we grauwe, doorleefde, poppy, sfeervolle rock/americana/bluesrock.
Ook vanavond hield hij er net als op de laatste plaat tegenstellingen op na, want de sound ging van heerlijk opwindend, strak, stevig naar ingetogenheid, intimiteit, melancholie, en van beroering tot ontroering, onder z’n warme stem en verbeten expressieve zegzang.
We kunnen na de set maar besluiten dat de Admiraal op de huidige toer beschikt over een goed geoliede, puike begeleidingsband, die btw bestaat uit Bjorn Eriksson (was al bij den Admiraal tijdens de vorige tour en ontpopte zich als een belangrijke toegevoegde waarde), Flip Kowlier op bas (ooit was hij basmuzikant) en vrienden van het eerste uur Tim Coene (gitarist/toetsenist) en Jules Lemmens op drums.
Het alterego Admiral Freebee brengt Rolling Stones, The Crazy Horse, The Replacements, Cowboy Junkies, Lambchop, dEUS en Grinderman samen en draagt de songschrijvers Young, Dylan, Bowie, Jagger/Richards, Beck en Cave een warm hart toe.

De nieuwe plaat werd zo goed als helemaal voorgesteld, aangevuld met enkele fijne oudjes, zonder weliswaar over te stappen naar een ‘greatest of’. Ferme AF hits vielen vanavond uit de boot: “Rags’n’run”, “Ever present”, “Einstein brain”, “Oh darkness”, “Recipe for disaster”, “Coming of the knight”en “Perfect town”. Maar er waren nog voldoende van die pittig gekruide songs om te overtuigen.
Als backing vocaliste trok hij deze maal Karolien Van Ransbeeck aan die de fakkel overnam van Nina Babet, Sandrine en Nathalie Delcroix.
De Admiraal bende trok meteen de aandacht met de snedig rauwe retro van “Blues from a hypochondrial”. Het tweede nummer “Last song about you” klonk fel en stevig. In het popgroovende “Always on the run” zat een gevarieerde swing en toonde aan hoe gemotiveerd de heren wel waren door de meerstemmige zang in de refreinen, door het opboksende gitaarspel Van Laere – Eriksson en het opzwepende van de dubbele percussie. Het kwam live de melodie zeker ten goede.
De Admiraal bood ademruimte door enkele sfeervolle ballads: het intimistische “Look at what love has done” op piano en akoestische gitaar en een ingehouden slepende “The longing never stops”. We voelden een sfeer van ‘the city never sleeps’ aan door verdwaalde gitaargetokkel en mondharmonica.
Vanaf dan freewheelde de band graag in het materiaal. “My hippie ain’t hip” klonk anders door de 2 basses – 2 drums, in het mooi uitgesponnen oudje “Admiral for president” kreeg het publiek de ruimte het refrein te scanderen en klonk de stemvervorming van de resonantie door en “Bad year for rock’n’roll” vulde de rustige hymne aan z’n grootvader, “fools like us” aan. Kleurrijke songs werden het van verschillende impressies en belevingen, van stevig – zacht én van traag – slepend - stomend door de heerlijke opbouw, verrassende wendingen en de portie durf en avontuur. De nummers zaten mooi tussen de dromerige, zalvende pianoballad “Carry on” en de luchtige, zwierige en speelse pop van “All thru the night” en “Living in the weekend”. Hiermee onderstreepte Admiral Freebee het afwisselende sfeertimbre!
We hoorden een schitterende ‘closing final’ en een jam in “Get out of town” en “Hymns for demons/Home”, die ruig, smerig, grimmig als broos, breekbaar en gevoelig klonken. Op het eind ontspoorde de sound in een noisy gecontroleerd gefreak. Spijtig genoeg kwamen hier de backing vocals van Karolien onvoldoende door. Het intens meeslepende “The art of walking away” breidde er nog een leuk staartje aan met stomende Young/ Crazy Horse en Lou Reed riffs. Een gevoel creëerden ze van een miezerig, mistig nachtje in hometown Brussels…

En na deze bezwerende finalereeks floepten de lichten aan. Over & Out nu iedereen goed op dreef was gekomen … en dan zit je nét met dat hongergevoel van ‘nog iets meer’ … ‘dat iets meer’ kan er gerust nog komen met de komende clubtour. Duidelijk was dat we een gretig spelende band aan het werk zagen, die je gewoonweg moet gezien hebben!

Tom Van Laere heeft lovende woorden over Few Bits aka Karolien Van Ransbeeck. De frêle jonge dame had een fluwelen stem en speelde enkele dromerige, intieme nummers op akoestische gitaar. Ze moest nog wennen aan de grote zaal, maar bleef voldoende overeind om de aandacht te trekken. Een ruiker bloemen op het laatste nummer zal alvast een hart onder de riem zijn op de komende clubtour met Admiraal Freebee.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Joe Quarterman

Klasse Soulallnightgroove - Joe Quarterman & Speed-o-meter

Geschreven door

De Democrazy organiseert nog altijd een aantal keren per jaar een onvervalste soul-allnighter, waarbij live-concerten samengaan met DJ-sets om in het beste geval een stomend soul-feestje te brouwen.

Als eerste liveconcert hadden we Mograz, wat staat voor een bont gezelschap met voor vanavond begeleidings-DJ en een niet op haar mondje gevallen zangeres die de soul uitasemde en geen gêne had over haar soepjurk. Ze wist erg goed het publiek erbij te betrekken. Mooie stem en soul volgens de regels van de kunst, maar het grote nummer ontbrak een beetje om het heel gedenkwaardig te maken.

Deze keer was de hoofdact Joe Quarterman, die in de in de geesten van de echte aficionado’s nog heel dichtbije seventies een hit had met “I Got So Much Trouble in My Mind”. De man heeft na al die jaren een respectabele leeftijd maar heeft zijn streken als dansvloertijger geenszins verleerd.
Het was erg leuk zoals hij het publiek ongegeneerd wist te bespelen met shouts die gevaarlijk melig kunnen zijn, maar in de Vooruit heel natuurlijk overkwamen. De heer Quarterman hoort natuurlijk bij de generatie die dit spel waarschijnlijk uitgevonden heeft. We mochten getuige zijn van een aantal uitgesponnen versies van erg oude nummers, en we zagen dat het goed was. Dat was uiteindelijk de dingen die misschien nog wel het meest bijbleven en er ook zo’n leuke avond van maakten: enerzijds het enthousiasme van een jonge hond en dan ook het métier waarop deze grote mijnheer blijk van gaf. Bovenop een stem als een klok. Zijn ietwat twijfelachtige outfit en Stevie-Wonder-dreads hoorden er eigenlijk gewoon bij, net als het omkleden à la James Brown tijdens de pauze.

Een grote pluim moet ook naar de Britse meer-dan-begeleidings-funkband Speed-o-meter gaan. Klasse zoals ze foutloos de groove altijd in stand hielden. En dit zonder één enkel zwart bandlid. Bleekscheten kunnen zoals u ongetwijfeld weet wel degelijk hun funky stuff strutten.
Er was minder volk dan anders op dit soort gelegenheden, ondanks de meer dan waardige vervanger die de Democrazy in de Balzaal van de Vooruit had gevonden. Misschien hadden de mensen toch te veel paaseieren gegeten. De afterparty kwam dan ook niet echt op gang, en had een beetje te leiden onder het euvel van te veel DJ-s die altijd binnen dezelfde lijntjes blijven kleuren. Leuke nummers maar het kwam nooit echt van de grond en een echte soulsleper mag gerust ook wel. Wat dat betreft een volgende keer beter.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Pagina 331 van 389