logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
garbage_olt_riv...
Concertreviews

Journey

Clash of the Melodic Rock titans: Journey – Foreigner: 0-2

Geschreven door

Clash of the Melodic Rock titans: Journey – Foreigner: 0-2
Journey & Foreigner
Vele tientallen jaren wachtte ik om mijn lievelingsband Journey live aan het werk te zien. In 2006 werd het lange wachten beloond en zag ik Journey voor het eerst op het Arrow Rock Festival, toen nog met Steve Augeri ‘on vocals’,..….een legendarisch optreden! Sindsdien vliegt Journey bijna elk jaar naar onze contreien voor een Europese tour. Ditmaal bracht Journey die andere grote Amerikaanse Melodic Rock Arena band Foreigner mee voor een dubbele headliner tour. Twee toppers in het genre samen op één podium.

Beide bands vertonen trouwens naast hun voorkeur voor gesofistikeerde rock nog meer gelijkenissen. Ze worstelden doorheen hun groepsgeschiedenis met het verlies van hun originele zangers.
Terwijl Foreigner in 2005 zanger Lou Gramm succesvol verving door ex-Hurricane zanger Kelly Hansen blijft het Journey kamp toch met een impasse zitten rond het vertrek van zanger Steve Perry, die toch al in 1998 definitief de band verliet. Eind 2007 vond men in de Filippino Arnel Pineda een zanger voor de nieuwe Journey generatie maar het vertrek van Steve Perry hebben vele fans tot op vandaag nog niet kunnen verteren.
Na Journey & Foreigner te hebben gezien op het Rock The Nation Festival besloten we om deze fantastische duo-bill nog een tweede keer te gaan bekijken.
Journey begon alvast met een 0-1 achterstand na een geroutineerd, matig optreden op het Duitse tweedaagse festival. De terugmatch werd in Esch/Alzette, Luxemburg gespeeld: een nieuwe Clash der titanen tussen de twee Melodic Rock bands Journey & Foreigner.

Er kwam maar weinig volk opdagen voor deze topaffiche. De grote, moderne en leuke Rockhal werd zo omgevormd tot Rockhal Box. Omwille van organisatorische redenen werd het concert in laatste instantie een dag vroeger gehouden waardoor waarschijnlijk niet iedereen aanwezig kon zijn. De Rockhal op de industriële site van Belval kan zo’n 6500 bezoekers aan, die avond waren er amper een kleine 1000.

De Luxemburgse cultband Chris Birch Band werd nog aan de affiche toegevoegd en bracht een halfuurtje rauwe Bluesrock, in tegenstelling tot de gesofistikeerde arenarock die volgde.

Na de Jean Michel Jarre intro mocht Foreigner de aftrap geven en de band deed dit net zoals in Duitsland met het stuwende “Double Vision”. Met een indrukwekkende heldere sound en een perfect aantal gedoseerde decibels overtuigden deze heren van bij de start. Zanger Kelly Hansen vloog er meteen in als een jonge Steve Tyler (hij heeft ook een beetje de looks van Aerosmith’ frontman) en liet de aanwezige fotografen alle hoeken van het podium zien. “Head Games” en “Cold As Ice” overtuigden ook de sceptici om er een uitbundig feestje van te maken. “Can’t Slow Down” was jammer genoeg het enige nieuwe nummer uit de gelijknamige plaat van 2010. Alsof ze zichzelf tegenspraken volgde hierna de wondermooie ballade “Waiting For A Girl Like You”, volgens mij de beste popsong die de band ooit heeft geschreven. Tijdens “Starrider” en “Urgent” mocht Thom Gimbel zijn kwaliteiten laten zien. De saxofoonsolo tijdens “Urgent” was fenomenaal! Af en toe mocht origineel bandlid Mick Jones bewijzen dat hij nog steeds een weergaloze riff uit z’n gitaar kan toveren. Klasse als je dit nog kan op de leeftijd van 66!
Verder was de set identiek als op Rock The Nation (enkel “That Was Yesterday” werd helaas weggelaten) en dus kwam er ook nu een knallende finale met “Hot Blooded” en “Juke Box Hero”. Foreigner bracht ook nu een wervelende rockshow waarin veel A.O.R. lekkernijen zaten.

Journey mocht de tweede speelhelft voor hun rekening nemen. Na een wat tegenvallende koele show in Duitsland vreesde ik voor het ergste. Ook nu verscheen de band (zonder intro) wat nonchalant op het podium om te openen met publiekslieveling: “Separate Ways”. Van meet af aan was het duidelijk dat de band het deze keer iets hartelijker en minder koel wou aanpakken. De bandleden wisselden van bij de start onderling enkele vriendelijke blikken uit zonder hierin fundamenteel te overdrijven. Licht- en geluidsbalans waren keurig afgeregeld zodat we toch een veel beter optreden kregen.
Journey speelde voor 90 procent net dezelfde set als in Duitsland (Rock The Nation) maar met massa’s meer overtuiging. Enkel “Open Arms” werd geschrapt en vervangen door het mindere “Tantra” uit het nieuwe album.
Met slechts 75 min. speeltijd moet je natuurlijk keuzes maken en hierdoor kun je de vier nieuwe songs uit het net verschenen album ‘Eclipse’ in de set best moedig noemen. Toegevoegd aan de set waren de ‘Guitar Segway’ en ‘Key Segway’ solospots, om nog maar eens duidelijk te maken dat Neal Schon en Jonathan Cain nog steeds de plak zwaaien in deze band. Drummer Deen Castronovo deed ook nu zijn werk schitterend, alleen jammer dat we deze keer niet van zijn lead vocalen mochten proeven.
Die leadvocalen waren allemaal voor mister Pineda die dit vol overgave en overtuiging deed. Alleen klonk z’n stem soms wat hees en duidelijk vermoeid van het lange toeren. Bovendien moet men toch eens wat minder effect op zijn stem loslaten want ook nu bleek deze oversturing van zijn stem af en toe echt irritant waardoor de polemiek en discussie rond Journey’s (nieuwe) zanger opnieuw werd gevoed. De dynamiek in de set zat goed en het publiek genoot van die vele classic rock hits met “Don’t Stop Believin’” terug als hoogtepunt van de avond.
Journey deed wat het moest doen en pakte toch een beetje revanche al werd de band uit San Francisco ook nu weer geklopt op klasse en vooral op speelenthousiasme door hun vrienden uit New York. Maar in deze terugmatch waren de twee Melodic Rock giganten elkaar evenwaardig. We beleefden alvast een schitterende rockavond!

Setlist Foreigner: *Double Vision  *Head Games  *Cold As Ice  *Can't Slow Down  *Waiting For A Girl Like You  *Starrider  *Feels Like The First Time  *Urgent  *I Want To Know What Love Is  *Hot Blooded
*Juke Box Hero

Setlist Journey: *Separate Ways (Worlds Apart)  *Ask The Lonely  *City Of Hope / (Guitar Segway) *Stone In Love  *Edge Of The Moment  *Lights / (Key Segway) *Tantra *Chain Of Love  *Escape  *Wheel In The Sky  *Be Good To Yourself  *Faithfully  *Don't Stop Believin'
*Any Way You Want It

Neem gerust een kijkje naar de pics

Video Youtube Playlist Journey/Foreigner (Part 1 – Part 3): http://www.youtube.com/playlist?list=PL602E1FC7B15F799A

Organisatie: Rockhal, Luxemburg

Beoordeling

Manu Chao

Manu Chao: more more more

Geschreven door

3 minuten … zo veel tijd was er nodig om het concert van Manu Chao in het Rivierenhof uit te verkopen. Hoge verwachtingen dus, en allemaal werden ze ingelost. Na zeer goede kritieken van hun optreden vorige week in Frankrijk (2,5 uur non stop show) was het ook hier van dat …

1 noot duurde het voor iedereen letterlijk op de banken stond, en ze zijn er niet meer afgekomen tot de laatste noot, du jamais vu. Indrukwekkend hoe het ganse publiek simultaan meesprong op de tonen van de drums. Het zeer divers publiek (van jong tot oud, tot nog iets ouder) reageerde op dezelfde manier, er staat duidelijk geen leeftijd op de muziek van Manu Chao.
Hoe uiteenlopend de verschillende bandleden ook zijn, des te beter passen ze bij elkaar en maken hun muziek tot een oase van genot. Niemand die hier op stil kan blijven staan.
Steeds hetzelfde recept, traag om in de sfeer te komen, en dan in overdrive om uit de bol te gaan. Springen, pogoën, crowd surfen, alles was toegelaten. Dit vervangt zeker mijn wekelijks rondje lopen in ’t park, en mag het voor mijn part elke week vervangen.
Anderhalf uur duurde het feest, 4 keer terug komen, maar dan viel jammer genoeg het doek. Te vroeg voor iedereen, ook voor hen leek het. Mochten ze niet meer, wie zal het zeggen, maar jammer was het wel, ze mochten nog zeker nog een uurtje doorgaan, en zelfs langer.

O ja, in het voorprogramma stond de groep Swan, een Antwerps viertal dat probeerde het publiek in vuur en vlam te zetten. Verdienstelijk, maar onfortuinlijk als iedereen zit te wachten op een groep als Manu Chao. Ze hadden mijn aandacht toen ze al stok kloppend op het podium kwamen, ze behielden die toen hun bevallige  zangeres inzette, maar ze verloren ze even snel toen ik plots ‘fuck the strangers’ hoorde. Er zijn er al voor minder geëxecuteerd. Maar wat zou het, want toen was het tijd voor …

Kleine voetnoot toch aan de organisatie, doe iets tegen de verkoop op de zwarte markt. Velen wilden er bij zijn, maar konden niet aan kaarten geraken door enkelingen die het zelfs niet nodig vonden om zich verscholen op te stellen, maar doodleuk voor de ingang van het OLT pakken tickets en geld in hun handen hadden om tegen woekerprijzen te verkopen. Iedereen doet zoveel moeite om de concertprijzen democratisch  te houden, maar dergelijke individuen brengen dit in gevaar. We moeten hier een halt toe roepen!

Desalniettemin heb ik maar 3 woorden voor het optreden van Manu Chao: more more more

Neem gerust en kijkje naar de pics

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Beoordeling

Michael Bolton

De grote Michael Bolton show: popidool voor vrouwen van middelbare leeftijd

Geschreven door

Michael Bolton, geboren als Michael Bolotin was ooit een van de (hard)rock iconen waar ik enorm naar op keek. Zijn eerste albums liggen bij mij nog regelmatig op de draaitafel. Vooral zijn vijfde album ‘The Hunger’ uit 1987 sloeg in het A.O.R. wereldje in als een bom en is tot op heden een klassieker in het genre, niet toevallig een plaat waaraan Journey leden Jonathan Cain & Neal Schon aan meewerkten. Vele rockfans haakten af toen Bolton in 1989 met het album ‘Soul Provider’ een andere koers ging varen en definitief koos voor lichtere werk. Deze slimme en vooral financieel succesvolle carrièrezet, maakte van hem een superster en sekssymbool. Hij werkte samen met alle groten der aarde zoals o.a. Van Morisson, Bob Dylan, Luciano Pavarotti tot jawel… Lady Gaga.
De meeste albums (en ook zijn grootste hits) van Michael Bolton staan boordevol covers net zoals het nieuwe pas verschenen album ‘Gems’. Een collectie duetten van monsterhits zoals o.a.: ”Pride” van U2  tot “Fields Of Gold” van Sting.

Om dit album te promoten plaatste Greenhouse Talent Bolton in de mooie sfeervolle Koningin Elisabethzaal. Een beetje onzeker (-na een weekend stevig rocken op Rock The Nation-) begaf ik me tussen het keurig uitgedoste volkje en maakte ik een wat vreemde show mee waarin Michael Bolton werkelijk alle aspecten en stijlen uit zijn oeuvre naar voren bracht. Niet goed wetende wat ik kon verwachten van de grote Michael Bolton show keerde ik vooral met ‘mixed emotions’ terug huiswaarts.
Geen voorprogramma dat Bolton mocht opwarmen maar wel een keurig op tijd startend spektakel. Met de nodige bombast knalden de eerste tonen van “Go The Distance” als intro uit de boxen. De zevenkoppige begeleidingsband nam deze openingshymne over waarna megaster Bolton ten tonele verscheen.
De Elisabethzaal liep slechts halfvol maar toch zat de sfeer er al goed in toen Bolton opende met het nieuwe “Love Is Everything”, een song die hij samen schreef met het populaire Amerikaanse countrypop trio Rascal Flatts.
“To Love Somebody” en vooral “(Sittin’On) The Dock Of The Bay”, lieten Bolton’s countertenor stem in alle glorie aanhoren. Tijdens “You Don’t Know Me” mocht de Deense saxofonist Michael Lington zich in de kijker spelen en dat deed hij tijdens verschillende solospots doorheen de show meermaals over. Voor “Sweet Home Chicago” deed Michael zijn jasje uit, wat op veel bijval kon rekenen bij de vrouwelijke fans. Michael corrigeerde al even vlug een grapte: “It’s not that kind of show, it’s just for the guitar”; het leverde echter wel een zeer mooie gitaarsolo op! Met “Summertime” en het vooral van Sinatra bekende “That’s Life” werden we ondergedompeld in een jazzy/bigband sfeertje. Professioneel gebracht maar niet mijn favoriet deel van de show.
Tussendoor had Michael even het podium verlaten om in uitgedost maatpak te verschijnen voor het machtige en aan Pavarotti opgedragen “Nessun Dorma”. Die verkleedpartij namen we er graag bij want voor de uitvoering van deze aria uit Puccini’s opera ‘Turandot’ kreeg Bolton een eerste staande ovatie. Hierna verliet Bolton alweer het podium en mocht alweer saxofonist Michael Lington uitpakken met zijn nummer 1 hit “You And I”, een Christopher Cross aanvoelende ‘instrumental’.
Na de verdwijntruc en jawel een nieuwe broekswissel mochten de dames in rij staan om Bolton de hand te drukken en een foto te nemen tijdens “When A Man Loves A Woman”. Hiervoor liet hij zich bewonderen in het midden van de zaal, en toegegeven, zelfs van zo dichtbij ziet deze 58 jarige megaster (een ware Ken (Barbie) op leeftijd!) er best nog sexy uit! Eindelijk nog eens up-tempo met “How Can We Be Lovers” & “Time, Love & Tenderness” om nadien alweer het tempo naar beneden te halen met “Hallelujah” en “How Am I Supposed To Live Without You”. Die eerste gaf ons een wat ongepast kerstgevoel, terwijl de tweede song, dé Michael Bolton smartlap bij uitstek, door de ganse zaal werd meegezongen. Tweemaal kwam Bolton terug. Met een mooie maar niets toevoegende versie van U2’s “Pride” en het samen met Bob Dylan geschreven “Steel Bars”. Nog even wuiven naar de fans van op de brug en weg was hij.

De enorme afwisseling en setlist keuze zorgden voor een vrij onsamenhangend geheel waardoor het ware concertgevoel vaak afwezig was. Daarentegen kregen we een wat afgelikte show met hoog Disney gehalte waarbij Bolton zich liet bewonderen als een statische megaster. Gelukkig bleek Michael’s zeer uniek stemgeluid nog steeds de grootste troef van de avond en daarvoor waren wij uiteindelijk toch gekomen.

Setlist:  *Love Is Everything *To Love Somebody *(Sittin’On) The Dock Of The Bay *Said I Loved You...But I Lied *You Don't Know Me *Sweet Home Chicago *Summertime *That’s Life *Nessun Dorma *(You And I) / Michael  *When A Man Loves A Woman *How Can We Be Lovers *Time, Love & Tenderness *Georgia On My Mind *Hallelujah *How Am I Supposed To Live Without You
*Pride (In The Name Of Love) *Steel Bars

Video Youtube: http://youtu.be/Ht7QRN_E3WA

Organisatie: Greenhouse Talent

Beoordeling

The Godfathers

The Godfathers en De Brassers – En toen was de punk(rock) er weer

Geschreven door

Toen vanaf de tweede helft van de jaren ’70 de punk als muziekstroming en sociaal verschijnsel ook zijn sedimenten achterliet op de Limburgse alluviale vlakten, zagen De  Brassers daarin de geschikte voedingsbodem om er vanuit Hamont muzikaal mee aan de slag te gaan. Ze lieten zich niet enkel beïnvloeden door groepen als de Sex Pistols, The Damned of The Clash maar vonden eveneens inspiratie bij Joy Division, PIL, Cabaret Voltaire en Fad Gadget. Mede hierdoor vermengden ze hun geluid met new- en coldwave, combineerden dit met een grote dosis anarchistische ingesteldheid en dit alles leidde ertoe dat zowel de teksten als de klank even rauw als gitzwart kleurden als de schachten van de in die periode reeds tanende koolmijnen.
Amper drie jaar, van 1979 tot 1982, bestond deze Belgische groep. Onder meer een reeks problemen naar aanleiding van verdovende middelen lagen aan de basis van de split. Niettemin volstond die korte periode om enkele ondergrondse classics op hun naam te schrijven met wellicht als bekendste resultaat “En Toen Was Er Niets Meer” (1980).
Jarenlang vertoonde de groep geen teken van leven meer maar na ruim vijftien jaar waren de Brassers opnieuw her en der op een podium te bespeuren. En hun aanhang is zeker nog even trouw getuige het feit dat de eind vorig jaar op het lovenswaardige platenlabel OnderStroom Records uitgebrachte gelimiteerde vinylcompilatie ‘De Brassers 1979-1982’, reeds helemaal uitverkocht is. De Balzaal van de Vooruit liep afgelopen vrijdag niet vol maar deels had dit natuurlijk ook te maken dat de groep begin deze maand in de AB het voorprogramma mocht vervullen van één van voormelde inspiratiebronnen, namelijk P.I.L., en dat niet iedereen nu nogmaals de verplaatsing richting Gent maakte.
De Brassers lieten het niet aan hun hart komen en speelden als vertrouwd met naar eigen zeggen de ingesteldheid dat ‘de hunker naar de vibe van het spelen groter is dan de hunker naar erkenning’. Oudgedienden Willy Dirkx (gitaar), Marc Haesendonckx (basgitaar) en de nog steeds hyperkinetische zanger Marc Poukens die heden ten dage worden bijgestaan door Erwin Jans (ex-Struggler) op drums, Joachim Cohen (o.m. Infernal Beauty) op keyboards en Willy’s zoon Jules op gitaar, slaagden er op een intense en doordringende wijze in om het publiek via pakweg het reeds vermeldde “En Toen Was Er Niets Meer” en het al even sterke “Kontrole” mee te nemen op een retrotrip zonder gedateerde bijwerkingen.

Al even sterk geënt op de punk als de Brassers zijn de in 1985 opgerichte The Godfathers. Deze Engelse groep met in de rangen de twee broers Peter (zang) en Chris (basgitaar en zang) Coyne ontstond uit de as van het cultgroepje Sid Presley Experience en leverde in de jaren ’80 met ‘Hit By Hit’ (1986) , ‘Birth, School, Work, Death’ (1988) en ‘More Songs About Love And Hate’ (1989) drie uitstekende albums op een rij af. Ook het daaropvolgende ‘Unreal World’ (1991) was van even hoogstaande makelij hoewel sommige puristen de afgelijnde productie laakten.
Van dan af verliep het heel wat moeilijker. Er werden personeelswissels doorgevoerd en ook het succes bleef wat uit. Maar in 2008 maakten The Godfathers evenwel van de gelegenheid gebruik om naar aanleiding van de heruitgave van hun debuut ‘Hit By Hit’ in originele line-up een reeks concerten te geven die hen onder meer ook naar de Gentse Handelsbeurs brachten. Lang duurde de hereniging niet want amper een jaar later verlieten gitaristen Kris Dollimore en Mike Gibson alsook drummer George Mazur opnieuw de groep en hun plaats werd ingenomen door De Bartle (gitaar, zang en ex-lid van de Sid Presley Experience) en nieuwkomer Grant Nicholas (drums, percussie en zang). En in die opstelling traden ze in de Vooruit ook aan.

Vanaf het begin van de set werd duidelijk dat The Godfathers noch hun oorsprong noch hun voorbeelden zouden verloochenen. Zo lieten ze meteen de Sid Presley Experience als een feniks verrijzen via het instrumentale openingsnummer “Public Enemy Number One” (ook “Hup Two Three Four” zou de revue passeren) en tijdens “When Am I Coming Down” werden flarden tekst van onder meer “Strawberry Fields Forever” (The Beatles) en “Lazy Sunday” (Small Faces) binnengesmokkeld. Het tot dusver enkel op de liveplaat ‘Shot Live At The 100 Club’ (2010) terug te vinden “I Can’t Sleep Tonight” vertoonde dan weer niet enkel de kenmerken van maar werd zelfs geheel opgedragen aan de Ramones (wiens “Blitzkrieg Pop” The Godfathers trouwens ook nog eens door de luidsprekers lieten schallen vooraleer aan hun concert te beginnen).
De punk(rock) verpakt in drieminutensongs, primeerde. Ruimte voor lang uitgesponnen nummers werd nauwelijks gecreëerd. “Cause I Said So”, “Just Because You’re Not Paranoid Doesn’t Mean To Say They’re Not Going To Get You!” en “This Damn Nation” waren puntig en bij momenten snediger dan een goed geslepen keukenmes. Maar ook de nummers “Back Into The Future” en “The Outsider” die zullen prijken op een album dat mag verwacht worden in de loop van de maand september, vertoonden dezelfde tekenen van rauwheid.
Toen de groep toch eens een zijstapje waagde naar bijvoorbeeld rockabilly leidde dit meteen tot hoogtepunten, zoals bij de publiekslieveling 3Walking Talking Johnny Cash Blues” (waarbij meteen ook duidelijk is aan wie deze ode gericht is) en bij “Brand New Cadillac” (een cover van Vince Taylor en tevens bekend in de versie van The Clash).
Ook “She Gives Me Love” voorzien van een mooi gitaarrifje, wat tamboerijn en samenzang en “If I Only Had Time” met een combinatie van hardere rock en melodieuze vocalen klonken fraai.
Net voor de toegiften stond het onvermijdelijke en uitmuntende “Birth, School, Work Death” (voorzien van een valse start omdat tot groot jolijt van de groepsleden Chris Coyne een verkeerde noot aansloeg) geprogrammeerd en een in hogere versnelling gespeelde versie van John Lennon’s “Cold Turkey” fungeerde als gebalde afsluiter.
Net zoals vijfentwintig jaar geleden waren de donkere maatpakken – die door de paar kilootjes extra die ze anno 2011 moeten torsen, strakker dan ooit oogden - nog steeds het handelsmerk van de groep waarmee een nadrukkelijk contrast werd beoogd met het ongeborstelde van de muziek.
Ook de nuchterheid bleek nog even intact te zijn gebleven. Zo werd enkele malen “Unreal World” als verzoeknummer aangevraagd waarop Peter Coyne met de woorden “We Don’t Play What You Want But What You Need” kordaat liet verstaan hier niet te willen op ingaan om zich vervolgens toch te verontschuldigen voor de botte houding. Waarmee nog eens onderstreept werd dat punk(rock) spelen bij The Godfathers geen synoniem is om zich aldus ook zo te gedragen.

De eindbalans van het voor België exclusieve concert van The Godfathers is zeker positief te noemen maar het geheel liet niet een even onuitwisbare indruk na als tijdens hun eerste passage in ons land, namelijk op het Futurama festival in Deinze. En dit is alweer van 31 oktober 1987 geleden.

Setlist
Public Enemy Number One, I Want Everything, Cause I Said So, I Can’t Sleep Tonight, Love Is Dead, Just Because You’re Not Paranoid Doesn’t mean To Say They’re Not Going To Get You!, Strange About Today, She Gives Me Love, When Am I Coming Down, This Is War, Lonely Man, Back Into The Future, Walking Talking Johnny Cash Blues, How Low Is Low, Hup Two Three Four, This Damn Nation, Birth, School, Work, Death
The Outsider, If I Only Had Time, Brand New Cadillac, Cold Turkey

Organisatie: Amusez-Vous
(New-Wave-Classix)

Beoordeling

Tindersticks

Tindersticks - Het horen en zien waard! – Brussels Film Festival

Geschreven door

Het Paleis voor Schone Kunsten gooide de deuren open voor een uniek optreden in het kader van het Brussels Film Festival. Het Britse Tindersticks bracht live de muziek die ze de voorbije jaren componeerden voor maar liefst zes films van de Franse regisseuse Claire Denis. De indrukwekkende Henry Le Boeufzaal was verre van uitverkocht hetgeen eigenlijk zonde is want zowel liefhebbers van de betere hedendaagse muziek (die Tindersticks ontegensprekelijk brengt) als liefhebbers van klassiek en cinefielen kwamen er donderdag uitgebreid aan hun trekken.

De acht muzikanten namen plaats voor een gigantisch scherm waarop de ganse avond een knap gemonteerde selectie getoond werd van de  bewuste films. Er was slechts zelden gelegenheid tot applaus – laat staan gejuich - aangezien men tussen de muzikale stukken door beelden met dialogen liet verderlopen.
Pas na een half uurtje mochten de handen voor een eerste keer op elkaar nadat Stuart A. Staples - tot opluchting van ’s mans fans - eindelijk zijn stem had laten horen. Een tweede applaus-pauze werd ingelast na “Trouble every day”, het pareltje dat als titelnummer prijkt op de soundtrack bij de gelijknamige film.
Meteen erna verdween de gelukzalige glimlach op het gezicht van een groot deel van het publiek want het toen getoonde fragment maakte duidelijk dat de huidige Twilight-franchise in de verste verte niet kan tippen aan de standaard die Claire Denis tien jaar geleden stelde voor de hedendaagse vampierenfilms. Koude rillingen liepen over de rug bij het aanschouwen van de huiveringwekkende beelden ondersteund door de trouwens perfect uitgevoerde muziek.
Na een zoveelste bloedmooi klassiek stuk (waarvan we u helaas de titel schuldig moeten blijven want de onlangs in een 5 CD-box gebundelde soundtracks zijn ons totnogtoe te weinig bekend om op alles een naam te kunnen plakken) bedankte Staples het publiek voor de jarenlange steun en inspiratie alvorens het immer aangrijpende “Tiny tears” aan te heffen. Deze Tindersticks-klassieker prijkt op de tracklist van hun tweede titelloze album vlak na “My sister” en het is net dat laatste nummer dat Claire Denis ertoe bracht om de uitmuntende samenwerking aan te vatten. De cirkel was dus rond en na een laatste instrumentaal nummer viel dan ook het doek over een geslaagde avond.
Af en toe verliet een enkeling vroegtijdig de zaal, waarschijnlijk omdat ze zich aan een regulier Tindersticks-concert (en dan vooral het karakteristieke gebrom van hun frontman) verwacht hadden. Quod non! Niet dat deze groep zich normaliter beperkt tot het voor rockgroepen gebruikelijke instrumentarium (gitaar, bas en drum). Zowel op plaat als live lassen ze steeds sfeervolle intermezzo’s in waardoor hun werk altijd al als filmisch omschreven werd.

Meer dan ooit maakten ze donderdagavond echter duidelijk dat ze vooral om hun merites als componisten en muzikanten gewaardeerd willen worden. Vibrafoon, cello, viool, trompet en saxofoon kregen hierbij een erg prominente rol toebedeeld. Samen met de beklijvende beelden leidden ze tot een optreden waar we nog lang van zullen nagenieten…..of toch minstens tot we binnenkort diep in de modder van één of andere festivalweide gezakt zijn. Het moet immers niet alle dagen een statig decor zijn, nietwaar?

Organisatie: Bozar, Brussel (ikv Brussels Film Festival)

Beoordeling

Toto

Toto start Europese tournee in enthousiast Vorst Nationaal

Geschreven door

Toto is een van de bands die ik sinds mijn jeugdjaren vol belangstelling ben blijven volgen. In 2008 besloot gitarist Steve Lukather echter dat Toto definitief tot het verleden behoorde. Een emotionele afscheidsrede in open brief werd al vlug gevolgd door het bericht dat Toto toch opnieuw zou gaan toeren en dit deels ten voordele van bassist Mike Porcaro die gediagnosticeerd werd met de dodelijke neurologische aandoening ALS.
De laatste keer dat ik Toto zag was in 2006, toen nog met o.a. Bobby Kimball in de gelederen. Ditmaal zag de groepssamenstelling er totaal anders uit. Aan het roer vanzelfsprekend nog steeds stergitarist, Steve ‘the man with golden penis’ Lukather en Simon Phillips op drums; alsook de verrassende terugkeer van zowel David Paich en Steve Porcaro op keys en piano en Mister ‘The Seventh One’ Joseph Williams. Verder aangevuld door de getalenteerde bassist Nathan East en de vocale bijstand van Jenny Douglas en Mabvuto Carpenter.

Na een ellenlange reeks Beatles songs als intro doofden de lichten van een goed gevuld Vorst Nationaal en werd er geopend met het bombastische maar nog steeds aanstekelijke “Child’s Anthem. Tijdens “Till The End” mocht Joseph Williams zijn terugkeer inzingen. De tand des tijd heeft duidelijk nog niet veel invloed gehad op Williams’ unieke stem en naderhand moeten we toch stellen dat hij toch de betere Toto zanger is!
Tijdens “Lovers In The Night” mocht David Paich zich in de kijker spelen en zingen. De man ziet er niet echt gezond uit maar zijn pianospel blijft even betoverend en tijdloos. “Somewhere Tonight” ging naadloos over in een wat overbodig “No Woman No Cry”, waarin backgroundvocaliste Jenny Douglas de hoofdrol opeiste. Deze ‘Tina Turner’ maakte met haar buitengewoon stemgeluid enorm veel indruk!
Een vroeg “Rosanna” bracht de nodige herkenning en het Belgische publiek ging een eerste keer uit z’n dak. Het fragiele en dromerige “Lea” haalde jammer genoeg de vaart uit de set waarna “Gift Of Faith” en “Pamela” de band weer op kruissnelheid brachten. Toto is altijd een zeer diverse band geweest die verschillende muziekstijlen weet te combineren. Filmisch en zeer progressieve klanken tijdens het ‘keyboard extravaganza’, een toetsenduel tussen Paich en Porcaro. Pure hitparadepop tijdens ‘wildcardsong’: “Human Nature” van Michael Jackson, een song geschreven door Steve Porcaro en uitstekend gezongen door Williams én funk tijdens het opzwepende “Georgy Porgy” veranderden de klankkleur keer op keer.
Een uitbundig meegezongen: “Stop Loving You” (vooraf gegaan door een indrukwekkende melodieuze solospot van Steve Lukather) en de beste Toto song aller tijden “Home Of The Brave” maakten een einde aan de reguliere speeltijd.
Eenmaal kwam men terug om de eenheid in de linie te behouden en maakte een lang uitgesponnen “Hold The Line” een einde aan een twee uur durende show.

De band mag dan anno 2011 nog enkel op tour zijn omwille van financiële redenen en voor het steunen van hun broeder Mike, toch was dit de beste Toto formatie in lange tijd!
De terugkeer van zanger Joseph Williams was bijzonder sterk. Graag had ik nog meer songs gehoord uit ‘zijn’ periode maar dat had de set nog onsamenhangender gemaakt. Ook de terugkeer van toetsenist Steve Porcaro na 22 jaar zorgde voor een prominente aanwezig van kristalheldere synths, waarbij de sound van jaren ’80 nooit veraf was. Heerlijk!
Dit was ‘The First Night Of The Tour’ van de ‘In The Blink Of An Eye Tour’ dus helemaal zonder fouten werd er niet gespeeld. De ritmesectie ging meermaals uit de bocht en ook vocaal was niet alles altijd even zuiver. Die ene backdrop en de statische, sobere lichtshow kunnen we vlug vergeten.

Geen foutloos parcours, wel een zeer genietbaar en sterk afwisselend rockfeestje! ‘ Toto is dead, long live Toto’!

Setlist: *Child’s Anthem *Till The End *Afraid Of Love *Lovers In The Night *Somewhere Tonight / No Woman No Cry *Rosanna *Lea *Gift Of Faith *Pamela *Keyboard Extravaganza Paich/Porcaro *Africa *Human Nature *Stay Away *Georgy Porgy *Stop Loving You *Home Of The Brave
*Hold The Line

http://www.slide.com/r/Bo3_B8He1z_G5e403Z5cPmTfPBM1Afj6?previous_view=lt_embedded_url

neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Greenhouse Talent

Beoordeling

Primus

Primus - Meer virtuositeit dan fun

Geschreven door

Nogal wat mensen bleken ontgoocheld te zijn dat Primus niet gekozen had voor een jukebox formule met een aaneenschakeling van een resem klassiekers. Wij daarentegen houden er van wanneer een band toch voor een creatievere nieuwe oplossing kiest en okselfris nieuw werk (te verschijnen op het nieuwe album in september, het eerste in 13 jaar nota bene) voor een nokvolle AB met klasse uitprobeert tussenin een paar oudere en onverslijtbare songs.

Uiterst knappe nieuwe songs als “The last salmon man”, “The eyes of the squirrel”, “Jilly’s On smack”  en “The green ranger” kregen nogal uitvoerige en virtuoze behandelingen mee, maar klonken ons toch vooral fris in de oren. Zo te horen wordt het nieuwe album meer iets voor fijnproevers dan voor fuifbeesten.
Dat was net de grote vaststelling van deze avond. De drie heren van Primus zijn stuk voor stuk virtuoze muzikanten die graag hun kunde op een podium etaleren. Dit mag dan misschien een beetje ten koste zijn van het overhitte fungehalte van hun jonge dagen (kolkende songs als “Tommy The cat”, “Too many puppies”, “To defy the laws of traditon” en “Mr knowitall” werden vanavond volledig over het hoofd gezien), het toonde ons wel een Primus die op een grandioze manier het grootste deel van het publiek inpalmde (op een paar morrende fans met ‘Frizzle fry’ oogkleppen op na) met uiterst knappe songs en muzikale hoogstandjes.
Les Claypool blijft met straten voorsprong nog steeds de beste bassist die we ooit gezien hebben, gitarist Larry La Londe kronkelde de meest spitse riffs uit zijn instrument en drummer Tim Alexander speelde op eenzame hoogtes waar zelfs die van Battles moeilijk bij geraken.
Dus ja, we geven het toe, soms gingen de heren, en dan vooral Claypool, misschien iets te ver met hun “kijk eens mama zonder handen” -escapades, maar wij hadden er eigenlijk geen problemen mee (vorige maand nog Rush gezien, dus we zijn wel wat gewoon op dat gebied. A propos, die van Primus zullen de eerste zijn om toe te geven dat hun geluid wel degelijk door Rush beïnvloed is).
Helemaal zot waren ze nu ook weer niet, dus beantwoordden ze de hongerige fans tussendoor wel met splijtende versies van ‘all time’ klassiekers als “Here come the bastards”, “American life”,  “My name is Mud” en “Jerry was a race car driver”.
Als bisnummer hadden ze een absoluut wervelend en ophitsend “Pudding time” op hun kookpotje gezet. Met deze enige ‘Frizzle Fry’ song van de avond kregen de morrende fans toch nog het wilde feestje waarvoor ze gekomen waren.

Qua setlist dus niet wat velen hadden verwacht of gehoopt, maar wat ons betreft een schitterend concert. Zeer benieuwd naar dat nieuwe album.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

William Fitzsimmons

William Fitzsimmons - Imposante baard is zijn geld waard!

Geschreven door

 

In onze bespreking van het vorige optreden dat William Fitzsimmons in de Botanique gaf, maakten we melding van drie studioplaten (‘Until when we are ghosts’, ‘Goodnight’ en ‘The Sparrow and the Crow’). In 2010 liet hij met ‘Derivatives’ een herwerking van een beperkt aantal nummers uit die drieling op de mensheid los alvorens in maart van dit jaar met nieuw werk, getiteld ‘Gold in the shadow’, op de proppen te komen. Wie iets dieper in de buidel tast, kan zich trouwens een deluxe-versie van die laatste cd aanschaffen met daarop - in het verlengde van ‘Derivatives’ - alternatieve versies van verschillende van die nieuwe nummers. Ook live probeert Fitzsimmons zijn muzikaal grootste gebrek, met name het immer sluimerende gevaar van de eentonigheid, te compenseren door qua instrumentatie wat variatie te introduceren. Het grootste gedeelte van het optreden liet hij zich bijstaan door het drietal dat onder de noemer Slow Runner het voorprogramma verzorgd had.

Een voorprogramma dat er trouwens niet in geslaagd was om ons bloed sneller te doen stromen. De groep rond singer-songwriter Michael Flynn putte voornamelijk uit hun twee laatste cd’s (‘Mermaids’ uit 2008 en ‘Damage Points’ uit 2011) waarbij de vaak poppy songs werden afgehaspeld alsof de vooruitziende heren energie wilden sparen voor het werk dat hen later op de avond nog te wachten stond. Zelfs een op zich veelbelovende thematiek als wurgseks werd in het afsluitende nummer zodanig lusteloos behandeld dat de groep ons langzaam aan de keel begon uit te hangen. Geen gemor dus toen bleek dat Slow Runner al vrij snel het hazenpad koos.

Hoewel de algemene verwachting was dat William Fitzsimmons zijn laatste cd kwam promoten, stelden de fans maandagavond tevreden vast dat ook zijn vorige platen uitvoerig heropgerakeld werden. Vooral ‘Goodnight’ (met o.a.  “You broke my heart” en “Everything has changed”, twee expliciet aan zijn vader gerichte songs) en ’The Sparrow and the Crow’ (met o.a. “After Afterall”, “If you would come back home“, “Just not each other” en “I don’t feel it anymore (Song of the Sparrow)”) kwamen ruimschoots aan bod. Vroeg in de set liet hij met “Find it in me” ook de herinnering aan de op zijn debuutplaat geschetste worstelingen met zijn (ondertussen ex-) partner opborrelen.
Qua nieuw werk noteerden we geslaagde versies van “Beautiful girl”, “The tide pulls from the moon”, “Blood and bones” en “Bird of winter prey”. Nog mooier was het beklijvende “Tied to me”, het enige nummer waarin Fitzsimmons zich zonder gitaar (en dus nog naakter dan anders) aan zijn publiek presenteerde.
Voor het overige zullen we ons voornamelijk de eerder geschetste variatie (na bijna elk nummer werd er van instrumenten gewisseld en soms liet hij multi-instrumentalist Josh Kaler zelfs toe om loos te gaan op zijn elektronica) en het goede humeur van de zanger herinneren. Af en toe excuseerde hij zich trouwens voor die opgewekte stemming. Wie de man aan het werk wil zien, gaat er per definitie vanuit zich eens lekker te kunnen onderdompelen in een hoop pure melancholie.
Tijdens de nummers zelf werd die verwachting volledig ingelost maar gedurende de vele lange pauzes ertussen kreeg de grapjas in William Fitzsimmons meer dan eens de bovenhand. Zijn geluk is hem trouwens van harte gegund. Na alle miserie die hij doorstaan heeft, doet het deugd om te zien hoe hij zijn publiek dankbaar en met heel veel humor trakteert op de vruchten van zijn talent. Na 75 minuten werd er met “Goodmorning” een punt gezet achter de show maar niet veel later keerde hij gretig terug om solo “Heartless” van Kanye West te brengen alvorens de volledige groep zich stortte op “Sweet home Alabama” van Lynyrd Skynyrd. Die coverkeuze illustreert nogmaals ‘s mans openheid naar verschillende invloeden.

Na “Fade and then return” liet Fitzsimmons voor het laatst zijn heerlijk warme stem weerklinken tijdens het door de mannen van Slow Runner met een hillbilly-touch opgevrolijkt slotakkoord getiteld “The winter from her leaving”.

Organisatie: Botanique (Brussel)

Beoordeling

Pagina 305 van 395