logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_20
Deadletter-2026...
Concertreviews

Helloween

Helloween, Gamma Ray en Axxis: een avond om vrolijk van te worden

Geschreven door

Op een doordeweekse donderdagavond, in een periode waar heel wat studenten achter de boeken horen te zitten, slaagde deze line-up er nog steeds in om Hof ter Lo uitverkocht te krijgen. Het was even schrikken toen ik de zaal binnenkwam bij aanvang van het optreden van Axxis. Dat de zaal toen al vol zou staan had ik namelijk helemaal niet verwacht.
Toen mijn blik op het podium viel, schrok ik echter nog meer. In eerste instantie niet onmiddellijk van het, nog half verborgen decor van Helloween, maar eerder van de onnozele danspasjes van Axxis-zanger Bernhard Weiss. Het leek namelijk alsof hij als een gek in zijn eigen kruis aan het kloppen was, geen wonder dat de man zo hoog kan zingen. De sympathieke Duitser bleek er zin in te hebben en gaf zich dan ook volledig. Voor één keer bleek het voorprogramma ook nog het geluk te hebben om met het beste geluid van de avond weg te lopen. Helaas betekende dit ook dat Ana van de band Magica ook zeer goed te horen was. Een echt slechte zangeres is het niet, maar op één of andere manier probeert ze zo hoog te zingen dat het niet meer aanhoorbaar is. Ondanks de sterke prestaties van de rest van de groep, overwoog ik toch even of ik mij niet nog even aan de bar zou nestelen. Uiteindelijk ben ik toch gebleven en zag ik hoe Bernie zijn best deed om het publiek al serieus op te zwepen, wat uiteindelijk voor een voorprogramma ook behoorlijk goed lukte. Zijn brief die hij in het Nederlands voorlas kwam wel grappig over, maar haalde wel wat de vaart uit het optreden. De heren van Axxis eindigden hun deel van het verhaal met het vrolijke, waarbij Ana aan de kant bleef. Mooie opwarming voor Gamma Ray en Helloween, maar door Ana bleef het hier ook bij.

Gamma Ray vloog er van bij het begin goed in. Openen met “Gardens of the Sinner” is volgens mij een uitstekende keuze. Onmiddellijk werd het publiek opgezweept en werd er uit volle borst meegezongen. Al snel werd het duidelijk, dat de heren er zin in hadden en dat we heel wat mochten verwachten deze avond. Helaas bleek de man aan de PA daar bij momenten anders over te beslissen. Gamma Ray zette ondanks de geluidsproblemen een feilloze set neer, waarbij heel wat nummers aan bod kwamen, van diverse CD’s uit de periode na Ralf Scheepers (Primal Fear). Van het nieuwe album kregen we “From the Ashes” en “Empress” voorgeschoteld. Beide nummers halen wel een hoog niveau, maar kunnen toch nog altijd niet tippen aan pakweg “Rebellion In Dreamland” van het eerste ‘Land Of The Free’ album. Dit nummer werd dan ook schitterend en vol overgave gebracht door Kai Hansen en de zijnen. Dat de man als entertainer geboren is, staat buiten discussie! Zoals hij het publiek kan opzwepen, kunnen weinig anderen het. Hij hoeft zelfs nog zijn mond niet te openen, door vol overgave zijn gitaar te laten zinderen straalt hij een grote hoeveelheid energie uit. Het publiek reageerde hierop ook uitbundig. Met “Rebellion in Dreamland” was de toon gezet voor de slotfase.
Met krakers als “Heavy Metal Universe”, “Ride the Sky” en “Somewhere out in space” werd de setlist enthousiast afgerond. Na een klein uur verliet Gamma Ray het podium. Tevreden kan je daar als fan echter niet mee zijn, waardoor de band door een groot deel van het publiek luidruchtig teruggeroepen werd. Als toegift kregen we nog “Send me a Sign” van het ‘Power plant’ album. Zowel Gamma Ray als het publiek leken tevreden te zijn over de prestatie, al had ik ze toch al beter aan het werk gezien. De man achter de PA had hierin echter een behoorlijk aandeel.

Na een korte pauze was het de beurt aan Helloween die er de boel mochten afsluiten. De verwachtingen rond het optreden waren bij velen hoog gespannen. Voor het eerst tourde Gamma Ray met Helloween. Redenen genoeg om te kunnen verwachten dat Kai Hansen nog eens met zijn oude band op het podium zou klimmen. Toen het AC/DC luid door de boksen knalde en de lichten stilletjes aan begonnen te doven, ontwaakte het publiek opnieuw. De gezangen van enkele “happy happy Helloween” fans weerklonken in de zaal. Helloween beantwoordde het warme onthaal met een eerste hoogtepunt van de avond. Hoe kan je namelijk beter starten dan met een topper als “Halloween”. Van bij de eerste tonen wapperden heel wat haren door de lucht. De lyrics werden door het uitzinnige publiek uit volle borst meegezongen.
Na een korte verwelkoming werd de set vervolgd met het van de ‘Master of the Rings’ CD afkomstige “Sole Survivor” en “March of Time” van ‘Keeper of the Seven Keys part II’. Dat de nieuwe nummers bij het publiek nog niet volledig doorgedrongen waren, was duidelijk te merken aan de reacties. Het poppy “As Long As I Fall” werd nogal tam onthaald, maar is nu ook niet bepaald een hoogvlieger. Vervolgens kreeg de band ook nog eens te kampen met wat geluidsproblemen waardoor “We burn” en “A Tale that wasn’t Right” nogal mak overkwamen. Het kostte Dani Löble dan ook heel wat moeite om het publiek terug op te zwepen met zijn vermakelijke drumsolo. Na de intro van “King for a 1000 Years” betrad de rest van de band opnieuw het podium, om vervolgens een verkorte versie van het nummer te spelen. Dit had voor mij een tweede hoogtepunt kunnen worden, maar draaide uit tot een dieptepunt in de set. Opnieuw lag de man achter de PA waarschijnlijk half te slapen, want pas bij de gitaarsolo in de helft van het nummer ontdekte hij dat die eigenlijk veel te stil stond terwijl de helft van het publiek al een hele tijd vragend naar elkaar stond te kijken.
Gelukkig werd het dieptepunt al snel afgewisseld met een tweede hoogtepunt, waardoor de balans terug in evenwicht was. Andi Deris bewees met “Eagle Fly Free” hoe goed hij kan zingen. Het publiek werd opnieuw razend enthousiast en zong terug uit volle borst mee. Ikzelf stond echter verbaasd aan de grond genageld te luisteren naar de schitterende vocalen van Andi. Bij deze prestatie klonk het erop, en volgde “The Bells of the Seven Hells” maar mak en had ik alweer even moeite om mij te blijven focussen op het optreden (al zal de vermoeidheid hier ook wel parten hebben gespeeld). Ik werd echter al snel weer wakker geschud, toen “If I Could Fly” door de boksen klonk, gevolgd door het vrolijke “Dr. Stein”. Onder luid applaus verliet Helloween het podium om even later terug te komen in een nieuwe outfit. Hierbij werd ons een Medley geserveerd waarin “I Can”, “Where the Rain Grows”, “Perfect Gentlemen”, “Power” en “Keeper of the Seven Keys” aan bod kwamen. Tijdens deze medley werd ook een interactief deel voorzien, waarop het reeds uitgedunde publiek vrolijk inging.
Na opnieuw een korte pauze kwam het ultieme hoogtepunt van de avond eindelijk aan bod. Zowel Helloween als Gamma Ray vulden het podium om een wervelend slot te breien aan een afwisselende set. “Future World” en “I want Out” werden afwisselend door Kai en Andi gezongen, ondersteund door het volledige publiek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat iedereen na het optreden vrolijk de zaal verliet.

Door de ervaring en het enthousiasme van Helloween en Gamma Ray vergat ik al snel de, bij momenten erbarmelijke, geluidskwaliteit en verliet ook ik de zaal met een goed gevoel. Maar lang zal het optreden mij waarschijnlijk niet bij blijven.

Org: Biebob, Vosselaar

Beoordeling

Robyn

Beloftevolle Zweedse Robyn heeft meer dan een ‘heartbeat’ in haar mars

Geschreven door

1997: Jonge Zweedse blonde deerne van 18 jaar scoort een monsterhit “Show me love”, een freaky danspopdisco nummer. Tien jaar later: vóór 2007 leek Robin Miriam Carllson wel van de aardbodem verdwenen; ze kon maar geen vervolg breien aan haar debuut. Dankzij de keuze in alle vrijheid muziek te willen  maken op haar Konichiwa label, kwam ze opnieuw op het voorplan met haar vierde plaat, simpelweg ‘Robyn’ genaamd en de single “With every heartbeat”.

Er was alvast heel wat belangstelling om deze beloftevolle artieste aan het werk te zien, want de Bota was bijna uitverkocht. Ze trok de kaart van een groovy dansbare, strakke set met haar band (elektronica en drums) , af en toe was een meer sfeervolle noot te horen. De songs kregen elan door haar sympathieke uitstraling, enthousiasme, pose met gekruiste armen in de lenden en haar sensuele ‘saturday night fever’ danspasjes.
Een klein uur konden we genieten van het songmateriaal van de laatste cd, af en toe aangevuld met enkele oudjes. Robyn profileerde zich ergens tussen Madonna, Roisin Murphy en de zangeressen Catherall/Sulley van The Human league . Niet verwonderlijk , want haar sound biedt ‘80’s popdance, waarin electro, soul, funk en hiphop zijn verwerkt.
De dansspieren werden onmiddellijk geprikkeld met het freakende “Cobrastyle”, het electro neigende “Crash & burn girl”, en een aanstekelijke “Who’s that girl”. Ze was onder de indruk van de respons en populariteit. De soulgetinte “Bum like you” en “Handle me” klonken sfeervol. Het tempo werd opnieuw opgekrikt door het elektronicageflirt op “Konichiwa bitches”, het oudje “Keep this fire burning” en “Be mine”. De doorbraak single “With every heartbeat” (bepaald door het typisch Scandinavisch toetsenwerk en haar dromerige stem) mocht de korte, doch puike set besluiten.
Onder luid applaus kwam ze telkens terug. waarbij “Show me love” eigentijds klonk door acapella/gospel. “Dream on” werd omgetoverd tot een ingetogen pianoballad, wat haar stem een tweede maal onder hoogspanning bracht.

Robyn: Popmuziek, popplaat, popartieste die intrigeerde; de dame mogen we in 2008 in het oog houden!

Organisatie: Botanique,Brussel

Beoordeling

Ozark Henry

Ozark Henry: clubtournee als kerstgeleider

Geschreven door

Piet Goddaer is rusteloos. Z’n droom verwezenlijkte hij al door ‘The soft machine’ voor te stellen in Vorst Nationaal en op Pukkelpop. Een uitgebreide clubtournee breide hij in deze ‘donkere’ dagen, die telkens het ticket uitverkocht kreeg. En ons bezig bijtje heeft nav het overzichtsalbum ‘A Decade’ al optredens gepland in de Lotto Arena in april 2008.
Het was een uitgelezen kans met de kerst om de intieme set te beluisteren. Een klein anderhalf uur hoorden we Goddaer in een hoofdrol als zanger/componist, op toetsen en op bas. De klemtoon legde hij met z’n band (opnieuw) op de laatste twee cd’s, waarbij de kaart van een sfeervol, rustige aanpak werd getrokken. Een knus aangename verpozing. Een mooi decor van grote witte bollen en sterretjes zorgde voor de gezelligheid. Intimiteit troef dus, waarbij we enkel nog de openhaard op het podium misten.

Blootsvoets (om contact met de grond en z’n materiaal te hebben) en nederig (zijn we intussen al gewoon van hem) betrad hij het podium. Ozark Henry was een kwartet, waarbij de instrumentatie uiterst sober werd gehouden. Met z’n vaste toetsenist/pianist Didier Deruytter, opende Goddaer heel ingetogen “Sweet instigator”. In de volledige bezetting klonken “Splinter”, “Grace”, “Le temps qui reste” ingehouden. “Vespertine” was adembenemend, enkel bepaald door piano en stem. “To walk again” (soundtrack van de gelijknamige film over de triatleet Mark Herremans) en “Morpheus” speelden ze iets krachtiger. Het al tien jaar oude “Me & my sister” was ontdaan van z’n  trippopconcept en werd gedragen door een begeesterende pianopartij.
Tijd voor bekender werk: “Word up” (refrein werd zachtjes meegezongen!), “These days” en de huidige single “God speed”, werden gekenmerkt door een sterke opbouw, ingetogen, pittig, soms snedig en mooi uitgebalanceerd.
Goddaer en de zijnen speelden na een goed uur nog een drietal nummers in de bis, waaronder “At sea”, “Indian summer” en een uiterst gevoelig “Give yourself a chance with me”. Een vleugje pianovirtuositeit besloot definitief de avond. Intussentijd waren we al vertrouwd met z’n stokwoordje “Merci” tussen enkele nummers door en bij de voorstelling van de band.

Goddaer was de ideale kerstgeleider. Zijn muzikale kerstkalkoen heeft ons gesmaakt.

Organisatie: Vooruit, Gent

Beoordeling

Sunn O)))

Sunn O))): gitzwarte hoogmis

Geschreven door

Het Amerikaanse gezelschap Sunn 0))), onder Stephen O Mailley en Greg Anderson, hebben de muzikale formule klaar van de apocalyps: een unieke sound van een hallucinante, tranceachtige dronetrip van logge, repeterende, donkere en ronkende ritmes van Moog synthi, gitaar- en bas feedbackgeraas, onder een muur van versterkers en pedaaleffects. De recente cd ‘Black One’ bereikte zelfs een ruimer publiek.

De vijf heren in monnikspij speelden anderhalf uur lang een instrumentale ‘wall of sound’, een hypnotiserend, angstinducerend geluid in een mistig rookgordijn. Enkel was er het gemis van een Gregoriaanse zang. Het leek de soundtrack voor horror suspense, de Stephen King films en Friday the 13ths. Muziek die het daglicht niet kan verdragen …
Er was de schitterende start van een diepe, ‘to the bone’ klinkende trombone, waarin de sound aanzwol naar een waaier van noise en fuzz en een verloren gewaaid pianoriedeltje. Het dreigende ‘drone’ karakter trilde door je lichaam. De band liet een sterke indruk na.
Sunn O))) was Halloween en tekende voor een gitzwarte hoogmis. In het rookgordijn zagen we slechts af en toe een schim van de five people in capes en hun instrument. De typisch monniksgebaren en rituelen betekenden alvast een meerwaarde.

Black Heart Rebellion, een jonge Brugse band, was de perfecte warming up. Hun combinatie van hardcore, postrock, soundscapes en screamo kon rekenen op een sterke respons. Ergens tussen Isis, Amen Ra, 65 daysofstatic en Mogwai. Trouwens, de band stond middenin de zaal, een ‘abandinabox’, in een lichtdecor van zwart-witte sneeuw van een twintigtal dooreen gestapelde (oude) tv toestellen, waarvan de distributie was uitgevallen. Een prachtige vondst die hun sound fijn onderstreepte. De zang had geen microversterking nodig en ging door merg en been.

De twee groepen tekenden voor een niet alledaags concertavondje, en waren een beangstigende, huiveringwekkende nachtmerrie.

Organisatie: 4AD Diksmuide

Beoordeling

St. Vincent

St. Vincent: talentrijke singer/songschrijfster Annie Clark heeft het publiek in haar greep

Geschreven door

Annie Clark maakte deel uit van de begeleidingsband van Polyphonic Spree en Sufjan Stevens. Ze nam dan de tijd haar eigen project St.Vincent uit te werken. Een glimp van haar werk hoorden we al toen ze solo optrad in de Vooruit te Gent als support van Stevens.
De frêle jongedame heeft een hemels sferisch debuut uit, ‘Marry me’, dat lieflijk, teder als verbeten, overstuurd klinkt. De dromerige songs hebben soms een vleugje triphop en jazz of kunnen ietwat krachtiger zijn. Kortom, Clark schreef knap in elkaar gestoken eenvoudige, subtiele songs, die een dosis avontuur kunnen bevatten door de onverwachtse wendingen.

Live hoorden we een fijn, relaxt, sfeervol en aangenaam concert, waarbij ze onder de indruk was van de pittoreske Rotonde; ze gaf zelfs de lichtman lovende woorden. Ze had het gevoel als een visje in een aquarium op te treden.
Ze werd begeleid door drie groepsleden, regelrecht onttrokken van een Amerikaans schoolbal. De dromerige songs kregen zeggingskracht door elektronica, toetsen, viool en een bezwerende percussie, waarbij Clark speelde met haar stem en vocoder.
”Jesus saves I spend” was een aardige opener, gevolgd door de titelsong. Ze kregen een zigeunerklank. De single “Now, now” klonk snedig en kon rekenen op een sterke respons. Het was deugddoend voor de band, die na hun tournee in de UK de Belgen een warm en erg vriendelijk publiek vond. St.Vincent speelde een voorbode van de kerst met songs als “All my stars aligned”, “The apocalypse song” en “What me worry?”. Het tempo dreef ze op met triphopbeats op “Landmines” en “Your lips are red”, die een donker, dreigende ondertoon hadden. “Paris is burning” was de finale van de set: van uiterst sfeervol tot een  krachtig eind!
Annie Clark besloot solo terug te keren: “These days” (van Jackson Browne) en een PJ Harvey gerelateerde song, werden bepaald door haar subtiel gitaarspel en heldere stem. Een schitterend eind.

Met haar intieme en bedreven dromerige indie freefolk had St.Vincent ons gaandeweg in haar greep …van een onwennig aanvoelen naar een duidelijke overtuigingskracht, wat dit talent in de voetsporen bracht van Feist, My Brightest Diamond, Joan As Police Woman, Tori Amos en Kate Bush.

’Puddle City Racing Lights’ is de eerste worp van het Britse Windmill onder de weirdo zanger/componist/toesenist Matthew Dillon, die deze maal enkel was begeleid door een drummer. Met z’n hoog neurotisch heliumstemmetje overdonderde hij de intieme, sobere songs à l’improviste met lappen tekst.
Een dosis humor, dagdagelijkse leuke ervaringen en zelfrelativering gaven elan aan de korte set. “Fluorescent lights” en “Tokyo moon” waren de absolute hoogtepunten, die door de psychedelica sterk neigden aan Wayne Coyne’s Flaming Lips. 

Organisatie: Botanique,Brussel

Beoordeling

Black Rebel Motorcycle Club

Black Rebel Motorcycle Club: B.R.M.C. geeft kritikasters lik op stuk

Geschreven door

Na drie door pers en publiek erg gesmaakte albums en een stilte van twee jaar bracht Black Rebel Music Club (aka B.R.M.C.) dit voorjaar ‘Baby 81’ uit. Deze nieuwe worp werd door musicsites als Allmusic en Pitchfork echter prompt de grond ingeboord vanwege te afgelijnd, de nieuwe nummers kregen nauwelijks radio airplay en de groep leek deze zomer wel verbannen naar kleinere festivals zoals Dour. Het Amerikaanse trio blijkt door de jaren heen echter genoeg trouwe fans te hebben verzameld om moeiteloos zalen zoals de Botanique of, zoals afgelopen donderdagavond, Le Grand Mix te vullen.

De steevast in zwart gehulde heren lieten de mindere respons op ‘Baby 81’ alvast niet aan hun hart komen en stopten stomende versies van nieuwe nummers zoals “Took Out a Loan”, “Berlin” en “666 Conducer” helemaal voorin de set. Op dat laatste album grijpt de groep terug naar haar voorliefde voor de noisy Britpop van Jesus & Mary Chain, Oasis en Ride, maar live werd even goed ruimte gelaten voor het americana geluid ten tijde van ‘Howl’; het titelnummer van dit vorig album uit 2005 werd ingeleid door een krakkemikkig monotoon orgeltje; op “Ain’t no Easy Way” en “Faultline” speelden akoestische gitaar en mondharmonica een hoofdrol terwijl “Promise” werd begeleid door de onwaarschijnlijke combinatie van piano en schuiftrompet.
Live werd een mooi evenwicht behouden tussen intimistische folk en bluesy noiserock door nummers uit ‘Howl’ in de set te integreren tussen klassieke nummers uit de eerste twee albums zoals “Stop”, “Love Burns”, “Spread Your Love” en “Red Eyes and Tears”. Hierdoor profileerde B.R.M.C. zich het ene moment als een gitaargroep met respect voor folktradities en het andere moment als een americana band met een gezonde voorliefde voor breed uitwaaierende gitaarnoise. Uniek aan elk B.R.M.C. optreden is de synergie tussen gitarist Peter Hayes en bassist Robert Turner die afwisselend de bezwerende lead vocals voor hun rekening nemen.
Een onbetwist hoogtepunt van deze wisselwerking was het ruim 10 minuten durende “American X”, een neopsychedelische song uit ‘Baby 81’ die de band oprecht opdroeg aan hun roadies en het eerste deel van het bijna twee uur (!) durende optreden afsloot.
Zowel publiek als groep hadden duidelijk zin in een zinderende bisronde die werd ingezet met twee vergeten klassiekers uit ‘Take Them On, On Your Own’ uit 2003, nl. “In Like the Rose” en “Six Barrel Shotgun”. Na een diepgravend “Salvation” kon slechts één nummer nog de kers op de taart van Sinterklaas zetten. “I fell in love with a sweet sensation, I gave my heart to a simple cause, I gave my soul to a new religion, whatever happened to you?”, een chorus dat tot driemaal toe luidkeels werd meegeschreeuwd door ondergetekende op “Whatever Happened to My Rock’n’Roll”, tot nader order nog steeds hét B.R.M.C. anthem bij uitstek!

Alhoewel minder radiovriendelijk en minder hype-gevoelig dan pakweg The Strokes, Interpol en The White Stripes verdient dit sympathieke drietal nu meer dan ooit een plaats in het rijtje van toonaangevende Amerikaanse revival gitaaracts anno de jaren 2000.

Normaal gezien zijn vooroordelen niet besteed aan ondergetekende, maar voor een voorprogramma dat luistert naar de naam Skweeze Me Pleeze Me wil ik wel graag een uitzondering maken. Getooid in oversized sunglasses en zanikend in een soort Frans Engels (ook wel Franglais genoemd) kon je dit lokaal talent moeilijk verdenken van enige podiumpresence. Een goed half uur en anderhalf beklijvend nummer verder bleek de slotconclusie dan ook: ander en beter, goed geprobeerd, close but no cigar ... kortom een zonde van onze kostbare tijd en een hemelsbreed verschil met wat nog komen zou...

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Beoordeling

The Tellers

The Tellers: aanstekelijk charmante eenvoud

Geschreven door

The Tellers waren nog maar pas terug van een succesvolle - en naar eigen zeggen: erg vermoeiende - tournee doorheen België, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Scandinavië. De band zag deze tournee finaal beloond met een tweeluik uitverkochte concerten in de immer gezellige Rotonde van de Botanique en in de AB Club daags nadien. De piepjonge snaken van The Tellers, uit het Waalse Bousval, speelden een verrassend pittige en aanstekelijke set! De talrijk opgekomen jonge bakvissen volgden gedwee in hun kielzog.
Zanger Bailleux-Beynon en gitarist Blistin vormen de kern van het officieel tweekoppige The Tellers maar worden live aangevuld met een (over)enthousiaste bassist en een drummer waar het speelplezier van afdruipt. Deze aanvulling is broodnodig want wanneer drummer en bassist even plaats maakten voor een solomoment van het stichtende duo kon de muziek heel wat minder beklijven. Met zijn vieren rockt het geheel, met extra aanvulling voor akoestische gitaar en de minimale begeleiding, veel meer en krijgen de songs een heel andere en merkbaar sterkere dimensie.

De set schoot met het catchy “If I say” en “More” meteen stevig uit de startblokken. Gedreven op enthousiasme en spontaniteit volgden zowat alle nummers van op hun debuutplaat ‘Hands Full Of Ink’ en hun eerder uitgebrachte EP ‘More’. “Second Category”, ook gebruikt als begeleidende muziek voor een reclamespot van Canon, en “Hugo” konden op heel wat bijval rekenen bij het opgekomen, vooral Franstalige, publiek. Beide songs zijn hits in Wallonië maar ook bij ons op o.a. Studio Brussel - terecht - niet over het hoofd gezien. De herkenbare, bijna banale, riedeltjes waren alvast ook bij ons tussen de oren blijven hangen en typeren het ietwat naïeve, maar daarom niet minder briljante, geluid van The Tellers. Passeerden ook nog de revue: het atypische en tamelijk duistere “Holiness”, het ingetogen “The Darkest Door”, de bescheiden rocksong “Confess”, het heerlijke reggae-aandoende “Prince Charly” en, als één van de hoogtepunten “He gets High” waarbij de overijverige bassist een kwart van de zaal op het podium toeliet (inclusief enkele look-a-likes).

The Tellers zijn dan misschien nog tamelijk groen achter de oren en geven dan nog wel blijk van weinig podiumervaring, toch kan je in alles zien en voelen dat er zich nog behoorlijk veel potentieel in deze band schuilhoudt. Iets zegt ons dat het Welsh accent, dat zorgt voor een wel heel herkenbaar melancholisch stemgeluid, van Bailleux-Beynon er voor kan zorgen dat de band doorbreekt over de taal- en landgrenzen heen. Aangevuld met het muzikale brein van Blistin (tijdens de set kan je perfect aanvoelen dat hij het muzikaal voor het zeggen heeft) doen The Tellers ons enorm denken aan bands als The Kooks en een wel heel brave (en semi-akoestische) versie van The Libertines. Het klinkt allemaal bijzonder veelbelovend en prikkelt zeker niet minder onze nieuwsgierigheid van wat deze band in de toekomst nog voor ons in petto heeft.

Talking To Teapots uit Kristianstad - Zweden, 2 jaar terug al te gast in de Gentse Kinky Star, verzorgde een eigenzinnige support met duidelijke invloeden van Pavement en Captain Beefheart. Sterke, afwisselende nummers die soms ‘Zappaiaans’ aandeden. Debuutalbum van deze Zweden: ‘The Re-Creation Of All Things’.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Black Mountain

Black Mountain: overrompelend

Geschreven door

Het Canadese Miracle Fortress had 2 drummers (staand !) in hun rangen die er enthousiast op los mepten. Het geluid van deze band is niet in een vakje te steken, het varieert van licht psychedelisch naar berekende noise met de zang wat naar achteren gemixt, een beetje zoals bij vergeten bands The Pale Saints of The Rain Parade.
In hun korte set speelde dit vijftal enkele vernuftig in elkaar gestoken songs voor een vrij enthousiast publiek. Voorwaar een aangename kennismaking met een bandje die ons totaal onbekend was.

Een bijzonder uiteenlopend publiek was gekomen voor Black Mountain, variërend van metalfans tot hippe alternatievelingen. Wat ons ook niet verwonderde, want Black Mountain spreekt verschillende muziekliefhebbers aan met hun mix van stonerrock, lo-fi, zweverige pop, psychedelica en krachtige americana. Wij waren vooral naar hier gekomen omdat we begin dit jaar sterk onder de indruk waren van hun fantastische titelloze debuutalbum waaruit hier amper twee songs werden gespeeld, het furieuze “Don’t run our hearts around” en het dreigende “Drugonaut”.
Voor de rest was de set volledig gevuld  met materiaal van het nieuwe album dat in februari moet verschijnen. En, beste mensen, bestel al maar een exemplaar, want het nieuwe werk klonk zo overweldigend dat we er nu nog niet goed van zijn. Die prachtige zweverige stem van Amber Webber ! die lekkere groovy keyboards ! die openbarstende gitaren ! Die bezwerende songs ! Alles was aanwezig.
Black Mountain ontpopte zich de ene keer als een donkere stoner rock groep, de andere keer als een Americana band met tweeledige zang (denk My Morning Jacket,) nog elders als een psychedelische kosmische trip.
Hun slotnummer van zowat 15 minuten bracht ons in hogere sferen. Het was de apocalyps  van een indrukwekkend, stevig en overrompelend concert. Wij waren high zonder dat we aan het stuff hadden moeten zitten.

Verder nog een flinke pluim op de hoed van de plaatselijke dj die tussen de optredens door de meest fantastische stonerrock en de meest weirde sixties muziek met elkaar in het huwelijk deed treden, uiterst groovy.  Een welgemeende thank you.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

Pagina 380 van 389