logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 30 december 2010 01:00

Night Work

Het New Yorkse Scissor Sisters debuteerden in 2004 en onderscheiden zich met een geheel van poprock, ‘70’s glamrock, disco en ‘80’s kitsch. Jake Shears (de nieuwe Travolta, Freddy Mercury of een uit het leven gegrepen broertje Gibb van The Bee Gees) en Ana Matronic (Rosin Murphy van Moloko) zijn de spil.
Ze debuteerden met aanstekelijk, groovy en dansbaar materiaal als “Take your mama”, “Tits on the radio” en Pink Floyds bewerking “Comfortably numb” en plaatsten de band meteen op de kaart. Inderdaad, Bee Gees, Village People, FGTH, Pet Shop Boys en Dead or Alive in een nieuw kleedje gestopt. Homodisco, zonder pejoratief te willen klinken.
De vorige cd ‘Ta-Dah’ had meer pop en rock en was sfeervoller. Hits uit de cd waren “I don’t feel like dancin’” en “She’s my man”.
Na een sabbatical zijn ze er na vier jaar  terug bij. Ze deden beroep op elektronica wizzard Stuart Price van Les Rhythmes Digitales en Zoot Woman. Die invloed is onmiskenbaar op de nieuwe plaat. Scissor Sisters mogen hoedanook catchy en speels zijn, de songs raken minder. “Fire with fire” en “Harder you get” onderscheiden zich. Band op terugweg?!

donderdag 30 december 2010 01:00

Cats & Mice

Kristin Hersh maakte naam als frontvrouw van de Throwing Muses, een alternatieve ‘90s rockband met o.m. Tanya Donelly. Samen met Liz Phair en Polly Harvey zorgde ze ervoor dat vrouwelijke songwriters en - bands een speciale en voorname rol toebedeeld kregen. Een uitzonderlijk schrijftalent dus die na de Throwing Muses en het project 50 Foot Wave een handvol soloplaten uitbracht.
‘Cats & Mice’ is een live registratie van 19 songs, die een puik overzicht vormen van haar oeuvre en een paar Muses songs, aangevuld met een paar traditionals in San Francisco opgenomen. Intens broeierige, rakende songs, zacht, zalvend, scherp en rauw. Heerlijk gewoonweg hoe gevoelig de songs , met oog drama & melancholie klinken. De sober gehouden songs zijn introspektief, venijnig en kunnen van zich afbijtend, gedragen door haar emotievolle, lichthese vocals. In de songs voelen we de geest van vrienden Harry Smith en Vic Chesnutt. Tussenin doet ze haar verhaal wel eens. De laatste songs “You cage”, “Cuckoo”, “Your ghost” en “Teeth” zijn van grootse nostalgische waarde.

donderdag 30 december 2010 01:00

The Dance

Faithless, de Britse band rond rapper Maxi Jazz en elektronicawizzards Sister Bliss en Rollo Armstrong bereikten met het debuut ‘Reverence’ (’95) meteen een groot publiek; instant klassiekers “Insomnia” en “Salva mae” zijn in het geheugen gegrift.
Faithless groeide uit tot een lieflijk, charismatische popdance formatie, die zichzelf oversteeg en zorgde voor een prachtige eeuwwisseling. Faithless, een band, die de mensen een warm hart toebedeelde, waarvan we de refreinen leuk konden neuriën, meezingen en die terecht tot V-vingers in de lucht bewoog. De twee vorige cd’s ‘No roots’ (‘04) en ‘To all new arrivals’ (’07) zijn eerder gematigd goed, en hadden net niet dié bepalende tune en synthtoets van lady Sister Bliss om iedereen in extase te brengen of uit z’n dak te doen gaan.
De nieuwe cd ‘The Dance’ kan zich nestelen naast de succesvolle eerste drie platen ‘Reverence’, ‘Sunday 8PM’ en ‘Outrospective’.
Bezwerende trancepop is de noemer door de opbouw, de zegraps, de doeltreffende, efficiënte mee neuriënde elektronicatoetsen en zalvende beats. Intens spannend, broeierig, dromerig en dansbaar, afhankelijk van de straffere, hardere wordende beats. Die crescendo opbouw werkt aanstekelijk. Op die manier zijn we sterk te vinden voor de opener “Not going home”, “Tweak your nipple”, “Feelin’ good” ( familielid Dido op zang) en “Sun to me”, die kunnen tippen aan de vroegere successen.
Op “Feel me  now”  is er een glansrol weggelegd voor gastzanger Neil Arthur, die vocaal diep & hoog kon uithalen. We kunnen ook niet omheen de sfeervolle lounge en de hemels, breekbare melodieën als “Flying h”, “Love is my condition” ( zang Mia Maestro) en “North star” (Dido). Of er is de dubreggae inslag op “Crazy balheads”.
Al de ingrediënten samen zijn typisch Faithless, van erg geslaagd – geslaagd tot minder geslaagd.
Faithless bracht met ‘The Dance’ een uitermate spannende plaat uit. Als concept voldoende variaties, aanstekelijk, prikkelend en dansbaar, of van een voortkabbelende inhoud en uitglijders, gelukkig in de minderheid …

donderdag 30 december 2010 01:00

Nice is good

Tja, muzikale projecten kunnen mooi zijn. Isbells al groeide tot een wonderschoon project & idem dito mag gezegd worden van Marble Sounds, het project van sing/songwriter Pieter Van Dessel, tweede lid van de elektro Plastic Operator.
Samen met leden van Isbells (Gianni Marzo); Soon en General Mindy horen we pakkende, melancholische, sfeervolle ‘treurwilg’ fluisterpop, spaarzaam begeleid of gekenmerkt door opbouwende melodieën, broeierig, intens en meesterlijk in elkaar gestoken. Een instrumentatie van emotievol tokkelende gitaarlijntjes in een gevatte, gepaste songstructuur, die sober zijn of kunnen aanzwellen, kleurrijk en breder omlijst door strijkers, toetsen en blazers.
Nummers als “The time to sleep”, “Two and still counting”, “Good occasions” en “My friend” vormen een adembenemende trip, droomsongs dus en hartverwarmend door de gelaagde melodie.
De groep plaatst zich ergens Isbells, Amatorski en Yuko, haalt de sing/songwriterpop van Bon Iver, Bonnie ‘Prince’ Billy en Sparklehorse aan, en stoeit met de muzikale kleuren van Broken Social Scene, Notwist, Pinback en Jonsi.

donderdag 30 december 2010 01:00

Sky at night

Het Britse trio I Am Kloot, rond zanger/gitarist John Bramwell, zijn al een kleine tien jaar actief, en waren samen met een Kings Of Convenience en Turin Brakes aan de basis van de new acoustic movement; ze zorgden voor (rockende) popsongs pur sang, ontdaan van enige franjes, bepaald en gedragen door heerlijk semi-akoestisch gitaargetokkel, spaarzame drums en indringende, in whisky gedrenkte of soms hoog uithalende emotievolle vocals. Die benadering horen we vooral op de eerste twee platen ‘Naturally history’ en ‘I Am Kloot’.
De dromerige aanpak en inhoud heeft door de jaren enkele subtiele aanpassingen gekregen, want het trio is al toe aan de vijfde cd. De elementaire prachtliedjes krijgen er een ruimtelijk zwierige strijker bij of krijgt meer diepte door piano, synths en een blazer. Inderdaad, tien songs die allemaal wel gezapig zijn, rustig, ingenomen of worden gekenmerkt door een broeierige opbouw. “Northern skies”, “To the brink”, “It’s just the night” en “I still do” zijn mooie voorbeelden. “Lately”, “Proof” en “Radiation” klinken in dit concept het hardst en zorgen voor de meeste variatie.
John Bramwell en C° uit Manchester hebben met ‘Sky at night’ een treffende plaat uit van ingetogen pracht en netjes verpakt meer uptempo materiaal.
Bevriende leden van Elbow Guy Garvey en Craig Potter stonden in voor de productie!

zondag 19 december 2010 01:00

The Scabs - ‘30 years of rock’n roll’

‘30 years of rock’n roll’ .. The Scabs, één van de iconen van de Belgenrock, startten hun verhaal opnieuw in september 2007 en gaven enkele ‘Rewind’ concerten in de AB en pikten een festivalletje mee, waaronder Werchter Classic, de Lokerse Feesten en Suikerrock!
Hun herfstoffensief gaven ze glans met een boek dat een lijvig en rijk geïllustreerd levensverhaal beschrijft en een compilatie van 30 singles in 30 jaar … nummer 31 “Why”, een nieuwe song, werd afgelopen zomer uitgebracht. Het was de aanzet om de fans nog eens bij elkaar te krijgen voor een toffe reünie, het publiek nog eens lekker dicht te pakken, te voelen en ervan te genieten. Naast dit feestje in de Lotto Arena, zijn er vooralsnog geen plannen. Dus kan het wel de allerlaatste keer zijn. Ze konden dus voor een volle Lotto Arena gaan.
The Scabs zetten de Belgenpop op kaart tussen ’83 en ‘95, met absolute hoogtepunten tussen ’88 en ’93, waarbij iedere pop- en rockliefhebber zijn favoriete artiest in de plaatselijke parochiezaal, CC of festivaltentje kon zien. Inderdaad, de broeierige, intense en opzwepende rockset liet niemand in die tijd onberoerd.

De reünieconcerten waren dan ook pure nostalgie, die z’n orgelpunt besloot op deze barre winteravond. Op het rock’n’roll event waren een resem gastmuzikanten uitgenodigd, zonder veel poeha. De muziek primeerde dus bij Swinnen en C°, die The Clash en Neil Young & The Crazy Horse hoog in het vaandel houden. Naast vaste hand Willy Willy op gitaar, waren verder Jan Hautekiet op toetsen en Frankie Saenen op drums, die z’n strepen al verdiende bij de Kids, van de partij. De Fons, die de ‘early years’ van The Scabs bepaalde op bas, hadden ze er graag bij gehad; ze gaven hem een hart onder de riem. Twee backing vocalistes vulden aan en verwezenlijkten een knappe samenzang.
Twee uur Classic Rock hoorden we. Vuurwerk, want meteen kregen we een paar straffe strakke, broeierige opbouwende songs te horen als “Come on”, “You don’t need a woman”, “Little lady” en “Let’s have a party”. Op nog geen half uur tijd slaagden ze erin de ganse Lotto Arena in te palmen. Die laatste song was een swingende, bruisende klepper, waarbij het publiek luidkeels het refrein kon meezingen en in de handen klappen.
Swinnen staat ook niet in het middelpunt, wat vroeger al te vaak was, maar liet ruimte voor z’n begeleiding en backing vocalistes. Even overtuigend klonken “Crime wave” en “Don’t you know”, die een stukje vaardiger en sneller werd gespeeld. Tjenne Berghmans, die Willy Willy nog verving, sloot aan voor twee songs, “Seven seas” en “She’s jiving”, en kreeg ruimte voor een intense solopartij. Op “Keep on driving” kon Hautekiet dan eens loos gaan op de toetsen. Ontspannend, los, aangenaam en kleurrijk was het wel allemaal wel, hoor. Na de intens spannende rocksongs was er het sfeervol ingetogen “Can’t call me yours”.
Tweede gast was Wimmeke Punk, boezemvriend van de Swinnen, die “Halfway home” meezong en de zaal een tweede keer in lichterlaaie bracht met z’n Wolf Banes klassieker “As the bottle runs dry”. Schitterend gewoonweg hoe de song in het geheugen was gegrift en werd gedragen door een enthousiast publiek.
Drummer Frankie Saenen sloeg na “Crystal eyes” een good time rock’n’rollende “Four aces” en zong een krachtig CCR nummer “Fortunate sun”. Een andere cover hoorden we met Mauro, “Boys keep swimming” van Bowie, die net als op het gedreven gespeelde “Matchbox car” er een stevige draai aan geeft. Mooi alvast! Na “Medicine man” en de huidige single “Why”n die door het publiek nog wat moet gesmaakt worden, was de weg geplaveid naar een finalereeks, “Hard times”, “I need you”, “Time” en “Nothing on my radio”. Songs die geen verdere uitleg meer hoeven, maar pure ‘90s nostalgie uitstralen. Een uitgesponnen slepende “Robbin, the liquor store”, waarin riffjes en refreinen van “The magnificent 7” zaten verweven, besloot de fijne reeks classics.
Het warme onthaal sterkte de band. In de leuke bis hoorden we een snedige “So called friends”, eerste single ooit dertig jaar terug, en een niet te ontbreken “Rockin’ in the free world”, waarbij alle gastmuzikanten op het podium een paar pittige, heerlijke, dravende gitaarpartijen uitsloofden op z’n Crazy Horse. En net als op “Robbin, the liquor store” kon Willy Willy zich eens laten gaan! Terecht, want hij is één van die bepalende figuren, die de Belgische rock kleur en elan gaf. Het was een eerbetoon aan hun Fons en een waardig slot om alle fans te bedanken door al die jaren.

The Scabs speelden een sterke strakke en strijdvaardige set. Jawel, Puur en Onversneden rock’n’roll zonder al te veel blablabah. Ze konden stevig van leer trekken en hadden enkele rustpunten ingeschakeld. Ze beleefden spelplezier en hielden het uitermate boeiend met hun gevarieerde broeierige gitaarrock. In goede doen dus!Dit was een concert dat nazinderde, die menig rockhartje deed versmelten; een bende retrorockers, die hun (wilde?) haren nog niet kwijt zijn …

Support was Intergalactic Lovers, die de laatste twee jaar al meerdere prijzen in de wacht sleepten als beloftevolle band. Ze speelden bij onze aankomst een overwegend intimistische set, rakende nummers die door het publiek al vroeg op de avond op een berenknuffel werden ontvangen!

Organisatie: Live Nation

donderdag 23 december 2010 01:00

Who killed Sgt Pepper?

The Brian Jonestown Massacre is een band apart, die al van 1990 bezig is en een handvol intrigerende werkstukjes uit heeft. De naam verwijst naar de eerste gitarist van The Rolling Stones als naar de collectieve zelfmoord van de sekte Jim Jones in Jonestown.
Spil is Anton Newcombe, die met Europese muzikanten van o.m. Spiritualised en Spacemen 3 een soort eerbetoon maakte aan The Beatles. Eerder al deed hij het al voor My Bloody Valentine, The VU en natuurlijk de Stones. Muzikaal kun je het amper horen. Aan sommige titelsongs hoor je dat de plaat deels in IJsland is opgenomen.
Hij fascineert met opbouwende en repeterende ritmes en duikt in neopsychedelica, shoegaze, wave, krautrock met bangra beats en sampling. Bezwerende en geflipte trips van Joy Division, Suicide en PIL horen we. “Bungur Hnifur”, “This is the first …”; “This is the one …” en “Someplace else unknown” zijn maar een paar voorbeelden.

donderdag 23 december 2010 01:00

The tragic tale of a genius

Er is veel leuks te beleven aan de andere kant van de taalgrens. Girls In Hawaii en Ghinzu hadden al veel Vlaamse zieltjes gewonnen. Of MLCD dat zal kunnen is niet meteen gezegd, maar ze hebben een conceptplaat afgeleverd om >U tegen te zeggen. ‘The tragic tale of a genius’ draait rond de op – en ondergang  van een getalenteerd muzikant, onmiskenbaar verbonden op het leven van Beach Boy legende Brian Wilson.
Zanger/gitarist Redboy en bassist Xa zijn de spil van de band, die een filmisch broeierige plaat uithebben; een soort rockopera tussen droom en werkelijkheid, vertaald in een resem samenhangende songs. De sfeervolle songs zijn subtiel uitgewerkt en zijn rijkelijk ondersteund van orkestraties en strijkersarrangement.
Ze werkten samen met goed en bekend buitenlands volk, waaronder Pal Jenkens (Black Heart Procession) en Jonathan Donahue van Mercury Rev.
‘The tragic tale of a genius’ is een groots, symfonisch en dromerige plaat van de heren, waarvan “He’s not there”, “Shrine on” en “What the devil says” alvast heel sterk en opbouwend zijn.
David Lynch en Alfred Hitchkock behoren tot hun favorieten en ze dromen om wel eens een soundtrack te schrijven. Live integreren ze de muziek met artwork en projecties. Er valt dus wel degelijk iets te beleven over de taalgrens. Zoals Elio DR zou willen zeggen “Bart DW, noteer je”?!

donderdag 23 december 2010 01:00

The night before

Na het tienjarig bestaan van Hooverphonic besloot zangeres Geike Arnaert de tandem Callier – Geerts te verlaten en een eigen wending te geven aan haar muzikale carrière. Hooverphonic besloot toen met ‘The President of the LSD Golfclub’, die het uitgekristalliseerde, fijn  uitgebalanceerde, soms rijkelijk gevulde trippopgeluid eerder een filmisch bevreemdende, dreiging gaf, wat we nog hoorden in het ver verleden van hun debuut.
“… That was then , this is now…” want Hooverphonic is na ruim twee jaar back op de kaart. Een mediacampagne volgde om een nieuwe zangeres te vinden, maar in de laatste selectierondes hield Hooverphonic het stil wie de nieuwe zangeres kon zijn. De jonge Noemie Wolfs is het geworden en ze kan de dochter of de veel jongere zus zijn van de twee andere bandleden; ze is een extraverte dame en heeft een korrelig stemgeluid, minder hemels en breekbaar, maar meer doorleefd en soulfull. Jawel, een muzikaal talent; binnenkort kunnen we de podiumprésence evalueren.
Muzikaal is het een popplaat geworden die de top van ‘The magnificent tree’ en ‘Jackie Cane’ tracht te benaderen. De songs zitten mooi in elkaar gekunsteld, klinken dromerig, krijgen kleur door strijkersarrangementen en kunnen een hoger tempo of opbouwende groove hebben. Sprookjespop en een musicalsfeertje.
Songs als “George’s café”, “Sunday afternoon” en “Danger zone” ademen dan op hun beurt een spaghetti westerns soundtrack of van die Franse Zwart-Wit films van oude Citroens DS. ‘The night before’ is een stijlvolle plaat geworden (wat hadden we anders gedacht van Hooverphonic!) waarvan de titelsong, single van de plaat btw, alvast de parameter is voor de rest van de cd …

Het NYse Helmet was één van die bands die beginjaren ’90 hardcore, grunge, alternative rock en metal integreerden. Page Hamilton, zanger/gitarist en spil van de band, en zijn kompanen waren gewone gasten die een potpourri maakten van invloedrijke bands als Stooges, Melvins, Killing Joke, Husker Du, Big Black, Butthole Surfers, Smashing Pumpkins, Sonic Youth, Metallica, Fugazi, Soundgarden, Nirvana, Alice In Chains en Mudhoney. Samen met Therapy?, Quiksand, Prong en Unsane speelden ze posthardcore/metalcore en gecontroleerde intelligente noisepop, een verfrissende wind voor een strakke, cleane en recht-door-zee gitaarsound. Ze brachten een paar opzienbarende platen uit als ‘Strap it on’ (20 jaar geleden btw!), ‘Meantime’ en ‘Betty’.
In 1998 hield Hamilton het voor bekeken. Op het afsluitende optreden in de Bota klonk de band uitermate vermoeid en was maar een schim meer van hun succesperiode; met een zucht van … bereikten ze de eindstreep.
Maar in 2004 kreeg Hamilton er opnieuw zin in, was hij één brok energie en dynamiek en trad hij aan met een jongere begeleidingsband. Sindsdien verschenen drie platen en draait de band op volle toeren, o.m. met de onlangs ‘Seeing eye dog’; ze zijn gerespecteerd door een legertje nineties gitaarfreaks, metalheads en ze krijgen er nu ook een pak jongeren bij. Helmet beleeft een tweede jeugd, wat handig meegenomen is.

Vorig jaar was er al een afspraak in een op voorhand uitverkochte Minnemeers. Opnieuw was de belangstelling groot en speelden ze in Gent een duidelijke thuismatch. Hamilton werd op handen gedragen en we hoorden een verkwikkende, bruisende, gebalde set, die de onderhuidse spanning, dreiging en rauwheid van vroeger behield. De band was goed op elkaar ingespeeld en er was ruimte voor compacte solo partijen, die dan weer verzwolgen geraakten door het krachtige ritme. Toegegeven, het nieuwe materiaal klinkt meer gepolijst en afgemeten en is een tic minder, net als de onderkoelde zang van Hamilton, die met de jaren minder angry klinkt.
Ze warmden het publiek op met de broeierige “Renovation” en “So long”, en prikkelende, verbeten versies van “I know”, “Harmless” en “Birth defect” volgden. Hamilton mag dan nog de spil van de band zijn, hij laat ruimte aan de anderen. Tussen sommige nummers door was Hamilton een verteller en entertainer. Met een grijns en een glimlach gingen de heren te werk, wat hen uiterst sympathiek maakte. Het liep allemaal gesmeerd. Songs als “White city” en “Enemies” waren eenduidiger, toegankelijker en meer afgelijnd.
Ze gaven een tandje bij op een rauw en intens gespeelde “Just another victim”, de bijdrage op ‘Judgement Night’, die de band naar ongekende hoogtes bracht. Het was de aanzet van hun golden classics als “Unsung”, “Wilma’s rainbow”, “In the meantime”, “Fbla II” en “Fbla”. Op deze songs waren de eerste rijen niet te houden en sky- en stagediveden ze als in de oude dagen. Het stuwde het materiaal en gaf elan aan de set. De rockliefhebber boog voor het moordende, scheurende tempo.

Helmet levert niet meer de prachtsongs van vroeger, maar overtuigden als een waanzinnige, charismatische live band. Onverslijtbaar, daar was iedereen het volmondig over eens …

Ook het uit Belfast afkomstige Lafaro kwam uitermate sympathiek over. Het postpunkkwartet speelde een stevige, strakke set, met noisy uitstapjes en maakte een broeierige spanningsboog van ‘70s hardrock, grunge en stoner. Een donker randje had de zang, die daarmee refereerde aan het adres van ex Girls Against Boys frontman Scott McCloud.

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 126 van 180