logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
dEUS - 19/03/20...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

zaterdag 26 december 2009 01:00

Swoon

Het uit LA afkomstige Silversun Pickups debuteerde drie jaar met de cd ‘Carnavas’ en de singles “Lazy eye” en “Common reactor”. Ze fristen het oude Smashing Pumpkins van het memorabele ‘Gish’ op. Een broeierig, spannend geluid door de snedige gitaarrockende partijen vs gevoelige popmelodie, een diepe bas en bezwerende, opzwepende drums. De aanzwellende riffs gaven kracht en dynamiek.
De opvolger ‘Swoon’ ligt in dezelfde lijn, en boeit door de repeterende en opbouwende ritmes en de dromerige melodieën. De pedaaleffects en fuzz klinken af en toe wat door en de strijkers vullen een sfeervolle toets aan het geheel. De aparte, onvaste en melancholische zang van Brian Auberts en de emotievolle backing vocals van Nikki Monniger passen binnen het plaatje van de grauwe pakkende pop.
De eerste songs “There’s no secrets this year”, “The royal we” en “Growing old is getting old” hebben een spannende opbouw, bevatten voldoende tempowisselingen en gaan naar een climax. De single “Panic switch” vormt hierin een hoogtepunt. Ze omzeilen de éénvormig- en éénduidigheid door de sfeervolle toetsen op “Draining” en “Sort of”, wat de sound breder maakt en zorgt voor variatie. “Catch & release” is door de orkestratie de melige song op de plaat. Op het afsluitende “Surronded of spiralling” herpakt de band zich en klinken ze als vanouds.
Het mooie is alvast dat ze binnen die broeierige intensiteit de gevoelige shoegaze van My Bloody Valentine en BRMC laten horen. Ondanks de sterkte van hun tweede plaat, verdienen ze meer belangstelling …

zaterdag 26 december 2009 01:00

Controlling Crowds pt IV

Archive brengt in een jaar tijd twee platen uit. ‘Controlling Crowds’, die begin het jaar verscheen, heeft een vervolg onder ‘Part IV’. Na beluistering van de nieuwe en een herbeluisteren van de vorige cd, blijkt dat de vorige indrukwekkender klinkt en iets meer bij het nekvel grijpt. De muzikale formule van Archive is nagenoeg hetzelfde. De uit Londen afkomstige band, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, hebben een geheel unieke sound van ritmisch, slepende melodieën, huiveringwekkende, sferische soundscapes, trippop, industriële beats, ‘70’s psychedelica en indierock. Een bezwerende trip en een spannen broeierig geluid door de repeterende, opbouwende lagen gitaar, toetsen en percussie onder een rapzang en een aparte zang die soms hemels is en hoog kan uithalen. Archive komt hier het dichtst in de buurt van Massive Attack, Spacemen 3, Sigur Ros en Pink Floyd.
’Part IV’ is een episch avontuurlijk werkstuk van bombast en emotionele uitspattingen. De eerste songs boeien het meest, “Pils”, “The empty bottle” en de ijzig dromerige “Remove” en “Come on get high”, dan zijn er de psychedelische hip/trippende “Lines” en “Thought conditions”. Vanaf “The feeling of losing everything” gaan de vijf songs in elkaar over tot het afsluitende “Lunar bender”. Ze zijn sfeervoller en meliger en doen ietwat de spanning en intensiteit dalen, maar behouden Archive’s unieke subtiliteit. Ondanks dit minpunt houden we van hun doordachte muzikale trips, die over een brede horde fans beschikt; een band die een minimum aan singles uitbrengt en er op nahoudt weinig gedraaid te worden op de radio!

donderdag 17 december 2009 01:00

Pine / Cross Dover

De laatst verschenen plaat van de ‘Godfathers of Stoner’, van de inmiddels 50 jarige Amerikaanse gitarist/songschrijver en producer Chris Goss, dateert al van vijf jaar terug. ‘Give Us Barabas’ was nu niet meteen een sterke plaat gezien het feit dat ze aanmodderde binnen de akoestische folk. Goss slaat met vaste kompaan/drummer John Leamy bikkelhard terug met de nieuwe ‘Pine + Cross Dover’. Inderdaad, we horen hier intrigerende, repetitief opbouwende doeltreffende riffs, bezwerende en opzwepende drums en fijn gearrangeerde zanglijnen, die een trip zijn naar de ‘70’s retro van Cream en Led Zeppelin, vasthouden aan de subtiele melodie van The Beatles en soms stoeien met psychedelica.
De cd is in twee stukken ‘Pine’ en ‘Cross Dover’. “King Richard tlh” en “Absinthe Jim and Me” doen het woestijnstof lekker opwaaien. “Worm in the silk” is de vreemde eend in de bijt en klinkt bevreemdend en onheilspellend in het eerste luik, en toont nogmaals de diversiteit aan van de Masters. “Johnny’s dream” is de psychedelische piano-instrumental (ode aan Johnny McLaughlin) en vormt de overgangssong. Deel twee laat meer ruimte voor de instrumenten. We horen intens broeierige, slepende songs die tot slot uitmonden in een langgerekte instrumentale trip “Alfalfa”. Vooraf aan het nummer kon een samenwerking met Unkle vriend James Lavelle niet uitblijven, “Testify to love”. Compositorisch minder boeiend, maar het onderstreept de dynamiek en puurheid van hun stonerrock!
Kijk, in twintig jaar Masters Of Reality weet Goss als geen ander de sound het best te laten klinken. Bijgevolg, een uitermate sterke zesde plaat dus.

donderdag 17 december 2009 01:00

Threadbare

Een niet te onderschatten band is Port O’Brien uit Bay Area, Californië, gecentraliseerd rond het folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin. Zomers ging hij in Alaska zalm vangen op de vissersboot van z’n pa, zij voorzag de vissers van brood in de koude havenplaats en ’s avonds gingen ze samen liedjes maken. De zeelucht en de visvangst vormen de muzikale inspiratie, die passen binnen de folk/indiepop. Het debuut ‘All we could do was sing’ verscheen eind vorig jaar en bevatte sfeervolle, ingetogen, dromerige en soms krachtige rocksongs.
Nog geen jaar later is er de opvolger klaar. De akoestische gitaar, de banjo en de viool en de meerstemmige zang staan centraal en geven kleur aan het materiaal. We horen invloeden van Bon Iver’s/Bonnie Prince Billy’s americana en de indie van Arcade Fire en hun resem opvolgers. Ze zijn niet vies van een krachtiger worden rocktune, wat hen naar Pavement doet overhellen. Het plotse overlijden van de jongere broer van Cambria Goodwin was de aanzet van enkele broze ,ingehouden lofi composities, “Darkness invisible” en de titelsong van de cd. Ze staan tegenover het rockende “Sour milk/salt water”, “Leep year” en “Love me through”.
Port O’Brien brengt knappe, aanstekelijke bitterzoete songs. Toegankelijke droompop met een rauw randje. Ondanks het puike materiaal klinken ze minder verrassend. Binnen deze invalshoek en stijl mogen ze gerust eens de tijd nemen om nieuwe impulsen te voorzien.

donderdag 17 december 2009 01:00

Get color

Het uit LA afkomstige jonge Health laat diverse lagen pop, noise, shoegaze, psychedelica en hardcore in elkaar vloeien. Hun rockende overwaaiende indiesound bevat onderhuids knappe melodielijnen. Een aparte sound die nog wordt geïnjecteerd door hemelse vocals.
De groep verwijst naar de energie van Naked City, een NYse avant garde band en beweegt zich ergens tussen Fugazi en Liars. De negen songs zijn op het scherpst van de snede klinken en staan tussen melodie en creativiteit. Door de korte tijdsduur lijken sommige nummers eerder brouwsels, die eigenlijk met enkele andere kunnen gebundeld worden, maar net dit vormt de trefkracht binnen hun concept. “Die slow”, “Death +”; “Severin” en “Eat flesh” springen er uit, maar het afsluitende en mooi uitgesponnen “In violet” biedt het gepaste evenwicht van een intense, broeierige opbouw en de zin voor avontuur, die ze op de volgende derde plaat kunnen uitwerken …

donderdag 26 november 2009 01:00

Another profile

Een aanstekelijk en rijkelijk gearrangeerd debuut is afkomstig van de band rondom zanger/pianist Jan Vandecasteele. Hij liet z’n taak van leraar plastische opvoeding even voor wat het was om zich volledig toe te leggen op de uitwerken van deze composities. Samen met de broers Frederik (gitaar)en Simon Segers (drums) en bassist Matthias Debusschere (eerder al Bolchi en Sioen) horen we op ‘Another profile’ broeierige songs die een geheel bevatten van jazzy pop, funk en wave. Het zijn fijne en goed uitgewerkte songs.
Vandecasteele scherpt onmiddellijk de aandacht met “Oh my God”, die a capella start en bepaald wordt door een sober ingehouden pianotoets. Het tweede nummer “Hey hey” ligt in het verlengde, maar klinkt intenser en bedreven. Vocaal doet hij hier denken aan  Antony (van The Johnsons) en Jeff Buckley. Maar in dit nummer durft hij met z’n band al iets voller te klinken, wat op andere songs “Don’t worry” en “Blame” gebeurt met koperblazers en een strijkkwartet. Hij kan in de zang diep gaan (“Hidin’ girl”) en neigt naar Sivert Hoyem van Madrugada of kan hemels en hoog zingen.
Kartasan verrast aangenaam en heeft een sfeervolle, gevarieerde, spannende plaat uit. Als aanzet is dit debuut meer dan hoopgevend voor de toekomst.

Info op http://www.myspace.com/kartasan 

donderdag 10 december 2009 01:00

The airing of grievances

Vernoemd naar een een niet zo gekend stuk van William Shakespeare scherpt deze band uit New Jersey onze aandacht met hun debuut. De band haalt invloeden uit ‘70s Stooges en Clash punk, de stadionrock van Bruce, de lofi pop van Violent Femmes en Guided By Voices en kruidt hun gruizige rock’n’roll punk met een sausje folk. Ze zijn in één adem op te noemen met The Gaslight Anthem en Thursday. De eerste songs, “Fear & loathing” en “My time outside the womb” klinken snedig, broeierig en grauw. “Joset of nazareth’s blues” is lofi punk en hun “Titis Andronicus” song de meest rauwe punksong op de plaat. Het kwintet heft een sterke closing final met de opbouwende en mooi uitgesponnen “No future pt 1 & 2” en “Albert Camus”.
Kijk, Titus Andronicus is een beloftevolle band die overtuigt met hun groezelig en schurend materiaal, onder de krijsende zang van Patrick Stickles. 

donderdag 10 december 2009 01:00

Treasury Library Canada

Het muzikale landschap wordt altijd wel mooi gekleurd als het over Canadese bands gaat. Een leuke ontdekking die naar Europa komt overgewaaid is Woodpigeon, de band rond Mark Hamilton, zanger/liedschrijver van deze collectie houtduiven. De groep heeft na enkele EP’s al twee volwaardige cd’s uit, waaronder ‘Songbook’ en deze ‘Treasure Library Canada’, soms toegevoegd van de EP ‘C/W Houndstooth’.
De band beweegt ergens tussen Arcade Fire, Belle & Sebastian en Sufjan Stevens en draagt de ‘60’s Beatles, Beach Boys en Crosby, Stills & Nash in het hart. Hun hartverwarmende, dromerige songs hebben een melodieus eenvoudige opbouw, klinken soms broos of worden door de bredere orkestratie kleurrijker; naast het intense gitaarspel en de spaarzame percussie dragen instrumenten als viool, cello, piano, toetsen, blazers en de harmonieuze samenzang bij tot de freaky en emotievolle folkpop. Ook refereren ze aan het singer/songwriterschap van Tim Hardin en Buckley.
Geniet van hun veertien aangename songs die als één trip kunnen beluisterd worden, … door “Knock knock”, “Piano pieces for adult beginners” en “In the battle of sun ..” trekken ze de aandacht en is het allemaal mooi toongezet voor de rest; ze deinen uit met de sfeervolle tintelingen van “Emma & Hampus”, “Now you like me how” en “Bad news brown”. De muzikale droomwereld in een bos wordt met het bezwerende “Tic Tac Toe, Woolen endings” overtuigend besloten.

donderdag 10 december 2009 01:00

declaration of dependance

Het Noorse duo Erlend Oye en Eirik Boe, twee belangvolle singer/songwriters, namen hun tijd en lieten elkaar de ruimte om dan terug bij elkaar te komen. Het debuut ‘Quiet is the new loud’ dateert al 2001 en lag samen met het materiaal van Turin Brakes aan de basis van de toen heersende new acoustic movement, een voorliefde van eenvoudig en sober gehouden gevoelige, dromerige akoestische gitaarpop, gedragen door een soort engelenzang. Aan het vervolg ‘Riot on an empty street’, drie jaar later pas, eveneens een ‘60’s getinte akoestische plaat , werden af en toe piano, banjo en een blazer toegevoegd; nu lieten de heren vijf jaar op zich wachten. Ondertussen had Erlend Oye z’n handen vol met The whitest boy alive, het deejayen, dancenummers inzingen, het uitbouwen van een solocarrière enz … Boe werkte intussen z’n studie af.
Kijk als de heren elkaar vinden in het ‘so we meet again’ princiep, dan geeft het vonken. Inderdaad, opnieuw horen we die eenvoudig simpel gehouden akoestische folkpop, die zo pakkend klinkt. Het zijn lieve, dromerig uitgekiende prachtsongs, gedragen door hun samenzang of door de zachte fluisterstem van Oye. “Mrs cold”, “Boat behind“ en “Rule my world” kun je probleemloos meefluiten en neuriën. Het kan nog intiemer en kaler, zoals op “My ship isn’t pretty”, “Renegade”, “Power of not knowing” en de afsluiters “Second to numb” en “Scars on land” die enkel door akoestische gitaargetokkel en stem worden bepaald … een vat vol melancholie … voor bij zonsondergang of bij het haardvuur, op donkere winteravonden met een glas rode wijn … genietend van serene rust of het geeft een helende werking na een stressvolle dag! Beperkte bijdrages van viool en contrabas worden toegevoegd.
Simon & Garfunkel zijn één van de voornaamste referenties. Ergens las ik dat Kings Of Convenience de cocktail zijn voor verliefde stelletjes en oude geliefden die elkaar in de armen vallen …zo zie je maar … drama met een happy end!

maandag 14 december 2009 01:00

Gabriel Rios en Isbells: flikkerlichtjespop!

Noteer het maar: Onze Gentse Puertoricaan Gabriel Rios brengt een nieuwe plaat uit in 2010. Eerder hadden we al succesvolle platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’ en viel de samenwerking van ingetogener werk met jazzpianist Jef De Neve en percussionist Kobe Proesmans in goede aarde. In afwachting van wat 2010 zal te bieden hebben, nam Rios in deze winterperiode de kans zich in te duffelen met enkele intieme soloconcerten. Enkel Kobe Proesmans treedt in het tweede deel van de set bij, met enkele summiere drumroffels.
De fijnzinnige en kleurrijke mix van pop, latino, salsa, soul en hiphop die we kennen van Rios’ songmateriaal zette hij tijdens deze solo optredens uiterst sober om: hij speelde ze ingetogen, puur, naakt en kaal op z’n akoestische gitaar, liet ze aanstekelijker klinken door de vingertics en zweepte ze af en toe ietwat op, gedragen door z’n warme stem.
Er was heel wat vrouwvolk opgedaagd om deze charismatische singer/songwriter aan het werk te zien. In het begin voelde hij zich nog wat onwennig op het podium. We kregen een vol uur belangvolle oudere songs te horen waaronder “Stay”, “Broad daylight”, “Angelhead”, “Natural disaster” en de zuiderse “El raton” en “Tu no me quiros”; hij speelde breekbare versies van “Voodoo chile” (Jimi Hendrickx) en “Baltimore” van Randy Newman en lichtte een tipje van de sluier van de nieuwe plaat, die trouwens volledig Engelstalig zal zijn, waaronder “Gulliver” en een song over het sterrenbeeld “Orion”. In de bis durfde het duo iets krachtiger en steviger te gaan.

We hoorden een overtuigend intieme set van deze publiekslieveling; hij bekoorde het hartje van de dames met z’n geraffineerd materiaal. Opvallend was wel dat hij het Gentse publiek in het Engels toesprak.

Isbells uit het Leuvense hadden zich op een rij naast elkaar neergevleid op stoeltjes; hun stemmige muziek is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes. De single “As long as it takes wordt momenteel gek gedraaid en is de ideale droom-, kerst-, haard- of kampvuursong. Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon, en won één van de selecties van de vi.be on air. Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, steelpedal en toetsen, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre door de meerstemmige hemelse zang en de veelvuldige ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez; het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klinkt uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken: “As long as it takes” trok meteen de aandacht, “Tim’s ticking”, “Reunite” en “I’m coming home” volgden, aangevuld met de broze “My Apologies” en een Frans/Engels gezongen “B.B Chevelle”. Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.

Kortom, eenvoudig, doeltreffend en treffend straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Verdiende doorbraak … Vlaamse band met Grootse toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren!

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 142 van 180