logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
The Wolf Banes ...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 28 januari 2010 01:00

Hysterics

We waren de voorbije zomer sterk onder de indruk van de uit Sheffield afkomstige noise band Rolo Tomassi. De band, onder broer James en zus Eva Spence, brengt een combinatie van noiserock, punkjazz en allerlei –core invloeden. De songs kunnen een opbouwende melodie hebben, gaan van hard naar zacht en zijn uiterst avontuurlijk en opzienbarend door de verrassende wendingen, bizarre kronkels en ontspoorde ritmes. We horen waanzinnige gitaar- en toetsenpartijen en opzwepende en strakke drums. En op de koop toe overstelpt de frontvrouwe ons met haar krijsende, schreeuwende en gillende zang. Maar ook deze frêle dame kan zacht klinken in haar vocals. En net precies al die tegengestelden maken de songs erg boeiend en spannend. “Oh Hello ghost” en “I love turbulence” geven de toon aan voor de rest van de plaat. Een song als “Fofteen abraxas” klinkt grauwer en donkerder en de psychedelica klinkt door op “An apology to the universe” en het afsluitende “Fantasia”. We krijgen momenten van rust aangeboden met enkele soundscape instrumentals. De herriemakers zorgen voor een letterlijke pletwalssound op ‘Hysterics’.

donderdag 21 januari 2010 01:00

Scars

Al van op de vorige cd ‘Crazy Itch Radio’ (2006) grijpt het excentrieke leuke Britse duo Ratcliffe/Buxton terug naar hun eerste platen ‘Remedy’ en ‘Roots’. Intussen brachten ze ook nog een compilatie uit. Het duo biedt op die manier meer ruimte aan de muzikale stijlen in hun trancegerichte latindancepop. Er is minder (tot geen) sprake (meer) van overvloedige cocktailstijlen in één song zoals op de ‘Kish Kash’ cd, wat betekent dat het avontuurlijke en de spitsvondigheid op het achterplan is geraakt. Maar we kunnen dit zien als een normale evolutie van elke band.
Centraal blijft natuurlijk de integratie van pop, dance, Brazil/latin, funk en soul, die warm, feestelijk, dansbaar en bovenal toegankelijk klinkt. We zijn fan van Basement Jaxx, want geen enkele dancegroep kan als hen die heerlijk hoekige en leuke ritmes, melodieën en stijlen diverse tempowisselingen en verrassende wendingen geven.
Niet te vergeten zijn de talrijke guestbijdrages. Op de opener en de titelsong “Scars” is er Kelis, op “Saga F” komt Santigold aandraven, “She’s no good” – Eli ‘Paperboy’ Reed, “Stay close” – Lisa Kekaula en Yoko Ono horen we zelfs, “Day of the sunflowers”. Talrijke artiesten hielpen mee, waaronder Sam Sparro (“Feelings go”) , Yo Majesty! (“Twerk”), Amp Fiddler (“A possibility”) en Lightspeed Champion (“My turn”). En we horen een opperbeste fuifstemming op “Raindrops”.
’Scars’: al veel gehoord, geen directe vernieuwing, en ondanks de lichte muzikale vermoeidheid van de heren, nog steeds fijn, gezellig, ontspannend en dansbaar. Ze blijven zich op hun manier onderscheiden.

donderdag 21 januari 2010 01:00

It’s Blitz

Het NY-se Yeah Yeah Yeahs, onder zangeres Karen O, debuteerde in 2003 met ‘Fever to tell’ Het waren snedige songs met een ‘80’s Siouxie Sioux tint, onder diverse tempowisselingen en Karen O’s krijsende en gillende zang. De band put uit de garage rock’n’ roll van The Cramps, Sleater-Kinney en Boss Hog, de arty ‘80’s Siouxie en Nina Hagen, de shoegaze van My Bloody Valentine/The Raveonettes en de ‘70’s hardrock van Joan Jett. Inderdaad, bepalend waren die schreeuwerige soms zuchtende zang van Karen O, de messcherpe gitaarlicks en de strakke drums.
De opvolger in 2006 ‘Show your bones’, klonk melodieuzer en verfijnder, doch behoudt een spannende, broeierige opbouw. Karen O zingt overtuigender en haar gilzang klinkt nergens overdreven, wat meer finesse gaf. Yeah Yeah Yeahs verwerkten op de tweede cd meer ‘90’s invloeden tav ‘80’s wave invloeden.
En dan is er die derde ‘It’s Blitz’. Synths verdringen de gitaren, maar ze worden niet overboord gehoord. Het is een nieuw element, waarvan het trio gretig gebruik maakte. Het biedt – vooral in het tweede deel van de cd - openheid naar een breder, sfeervoller en meer gepolijst geluid, dat wat meer dromerig en meer bombast kan omvatten, waaronder “Runaway”, “Dragon queen” (met hulp van co-producer Dave Sitek van TV On The Radio), “Hysteric” en “Little shadow”.
Maar de fans van het eerste uur moeten niet treuren: “Zero”, “Skeletons”, “Dull life”, “Shame and fortune” (wat een basstune!) en vooral “Heads will roll” ( in de A-trix remix écht dansbaar geworden!) hebben de typische intens donkere en broeierige spanning, dreiging en groove en zijn opwindende, stuiterende waverockers.
In z’n geheel bekeken is er minder sprake van gekte en scherpe randjes en overtuigt de cd net voldoende. De Yeah Yeah Yeahs konden niet anders dan richting electropop gaan …

donderdag 21 januari 2010 01:00

Black gives way to blue

Alice In Chains was één van de smaakmakers van de Seattle grunge, in één adem genoemd met Nirvana, Stone Temple Pilots, Screaming Trees, Soundgarden en Mudhoney … alleen Alice In Chains klonk donkerder en dreigender binnen deze vernieuwende stijl van eind de jaren ’80. ‘Dirt’ uit ’92 was de ultieme plaat van de heren en met “Would” scoorden ze een tijdloze song. Spil waren gitarist Jerry Cantrell en zanger Layne Staley, maar de roesmiddelen werden Staley teveel en betekenden zeven jaar geleden z’n dood!
De band heeft met de nieuwe zanger William DuVall een prima opvolger. Alice In Chains rockt als vanouds op ‘Black gives way to blue’: intens bedreven, broeierig, stuwend en snedig, met een donker dreigende ondertoon, een catchy melodie, slepende ritmes en zware, vette grooves. De eerste drie songs van de cd, “All secrets known”, “Check my brain” en “Lost of my kind” slaan meteen de brug met vroeger. Ze laten ruimte voor sfeervoller en semi- akoestisch werk op “Your decision”, “When the sun rose again” en de afsluitende titelsong, een ware pianoballad … om dan bikkelhard terug te slaan met hun typisch eigen unieke sound op “Lesson learned”, “Take her out” en “Private hell”. “Acid bubble” komt trager op gang maar heeft een krachtiger tussenstuk.
Op de plaat hoor je ongetwijfeld de retro van Black Sabbath, Led Zeppelin en AC DC en de cd vormt een logisch vervolg op hun verleden dat abrupt stopte midden de nineties …Welcome back!

Eva De Roovere gaf haar solocarrière onverwachts een push toen ze “Fantastig toch (slaap lekker)” herwerkte met de Nederlandse rapper Diggy Dex. Het zorgde ervoor dat haar Nederlandstalige pop ‘hot’ was en ze bereikte een breder publiek.
Ze onderstreepte haar vocaal talent al bij de folkpop van Kadril en verleende haar medewerking in talrijke projecten. Het songschrijven beviel haar wel en ze slaagde in het schrijven en spelen van aantrekkelijke en serieuze emotievolle pop. Ze groeide uit tot een zelfverzekerde zangeres, die enthousiast werd onthaald met haar debuut ‘De jager’ in 2006. In haar sound zaten sensualiteit en nostalgie verborgen, gedragen door haar licht melancholische stem. Ook haar tweede plaat ‘Over & Weer’ gaf het juiste gevoel weer hoe een Nederlandstalige luistersong moest klinken. Een terechte en verdiende erkenning!

In een uitverkochte Handelsbeurs speelde ze met haar standvastige band een afwisselende set van verschillende stemmingen in een warme gloed van ingetogen, sfeervol werk en broeierige poprock. Toetsen en piano gaven kleur. De eerste songs “De koning” en de titelsong van de huidige cd klonken uiterst sober door de minimale begeleiding van piano en toetsen, een gevoelige contrabassnaar en een vervlogen blazertune. “Mis je meer & meer” en “Dertien” waren uiterst genietbaar en riepen sprookjesbeelden op. Een volle instrumentatie hoorden we op “Ingebeelde vriend”, “Anoniem” en “Mijn ogen toe”. “In bruikleen”, die vroeg in de set was geplaatst en “Orpheus”, die op het eind werd gespeeld, klonken krachtiger en kregen een tof neuriënd meezingrefreintje mee. Handclaps en vingerknips ondersteunden de songs. Best leuk waren haar inleidende verhaaltjes. Op die manier betrok ze handig het publiek. De factor emotionaliteit werd hoog gehouden met de sfeervolle “Lisa”, “Zomer in Brussel” en “Als het meezit”. Een ijselijke stilte heerste op het intieme “De Jordaan” en “Dankuwel meneer”. Sinead O’Connors aangrijpende “Black boys on mopeds” doopte ze om tot “Jongens op brommers”; binnen deze gevoelssfeer vormde dit nummer een hoogtepunt. In dezelfde lijn was er het broos gebrachte “Net zoals in dat ene liedje”, die de set besloot. Tussenin hoorden we nog een zwierige versie – vooral door de Hammond - van een zowel in het Nederlands als Frans gezongen “Fantastig toch”.
Twee maal keerde ze terug met haar band; eerst hadden we een sobere versie van “De jager” (met twee!), vervolgens een acapella gehouden “Om mee te slapen ” bepaald door vingerknips en tot slot kon een reprise van “Fantastig toch” niet ontbreken. Iedereen veerde recht en klapte mee om het nummer elan te geven.

Een goed op elkaar afgestemde band en het muzikale talent van Eva droegen de lichtvoetige, fijn gearrangeerde Nederlandstalige pop een warm hart toe. Haar clubtournee zit dus duidelijk in de goede richting…

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

vrijdag 15 januari 2010 01:00

Cosmic Egg

Drie jaar terug waren we sterk onder de indruk van het titelloze debuut van Wolfmother, de band uit Sydney, onder Andrew Stockdale. De groep blies toen de retro/hardrock nieuw leven in en onmiskenbaar waren de invloeden van Led Zeppelin en Black Sabbath; ook klinkt de subtiliteit door van het toetsenwerk van Deep Purple en The Doors. Moordende snedige gitaarriffs, beukende drums en bezwerende toetsen gaven elan aan hun sound.
Maar na dit overweldigende debuut ging de band door een diep dal, ontsloeg Stockdale de andere twee leden en moest een nieuwe band formeren. Vandaar het lange wachten op ‘Cosmic Egg ‘. Maar het was het wachten waard en ze hebben hun “ei” gelegd in twaalf puike gevarieerde retrorockers. De band trekt alle registers open op de stevig, gedreven “California queen”, “New moon rising” en “Sundial”; ze hebben boeiende, broeierig opbouwende songs klaar als “In the morning”, “10.000 feet” en de titelsong. Ze nemen wat gas terug op het sfeervolle “Far away”. Op “Pilgrim” en “Phoenix” klinkt de ‘70’s psychedelica door en tot slot intrigeren ze met “Violence of the sun”.
Net als op hun debuut spelen ze bruisende, energieke en slepende ‘70’s retrorock, laten ze de instrumenten spreken en klinken ze breder, maar minder stampend en ronkend …

donderdag 14 januari 2010 01:00

Animal

Het Londense duo David Cox en Russell Crank hebben een lekker in het gehoor liggende electroplaat uit. Ondanks de afwezigheid van de Prima Scream klassieker “Swastika eyes” hebben we te maken een leuke verzameling stevige dance beats’n’pieces, die de nodige explosies, neurotische trance en wave uitstapjes bevatten met een vocoderzang. Het duo kwam in de belangstelling met opzwepende remixes, ondersteunt de electroclash revival en treedt hierdoor in de voetsporen van groten Digitalism en Simian Mobile Disco.

donderdag 14 januari 2010 01:00

These Four walls

Vier Schotse jongeren komen aandraven met een fris, vitaal en vaardig plaatje, ‘These four walls’. We horen opwindende, energieke postpunk in jachtige, stuwende ritmes, waaronder de gretige aanpak op “It’s thunder & lightning”, “Ships with holes will sink” en “Quiet little voices” … pittig, gedreven materiaal dus!
Meer ruimte laten ze op “Roll up your sleeves”, “Conductor” en “This is my house, this is my home”, die een broeierige spanning hebben en de factor emotionaliteit laten doorklinken. Op deze songs komt de licht zweverige stem incluis het Schotse accent van Thompson ideaal tot z’n recht. “Short bursts” prikkelt door de verrassende en onverwachtse wendingen en de explosies. Tot slot kunnen we lekker genieten van het intens sfeervolle, slepende “Keeping warm”. De invloed van The Wedding Present is onmiskenbaar bij het beloftevolle bandje.
In een dosis gevoeligheid balden zij hun broeierige, spannende, krachtige en dynamisch sprankelende rocksongs samen.

donderdag 14 januari 2010 01:00

The Airborne Toxic Event

The Airborne Toxic Event uit LA kwam al inde schijnwerpers met de single “Sometime around midnight”, een fris sprankelende en aanstekelijke rockende popsong, die samen met een handvol andere nummers “Wishing well”, “Gasoline”, “Does this mean you’re moving on?” en het afsluitende mooi uitgesponnen “Innocence” net de lading dekt van een goede, maar weinig verrassende rockplaat. De band van spil Michel Jollet, voormalig journalist, kunnen op deze nummers, die af en toe aangevuld zijn met strijkers, groots uitpakken, maar in z’n geheel prijkt op de debuutplaat de middelmaat.

zaterdag 16 januari 2010 01:00

Straf spul van het Britse Band Of Skulls

Het Britse Band Of Skulls uit Southampton wordt getipt als één van de beloftevolle ontdekkingen in 2010. We waren dus erg nieuwsgierig naar het trio Russell Marsden (zang/gitaar), bassiste Emma Richardson en drummer Matt Hayward. Hun optreden (btw op het einde kon je eerder spreken van een showcase, want na 45 minuten was het allemaal al ingeblikt en finito zonder bissen!) en de daaraan gekoppelde pas verschenen debuutplaat ‘Baby darling doll face honey’ brengt ons tot Led Zeppelin, The White Stripes, The Black Keys, The Kills, The Raconteurs en Black Mountain. Op plaat zorgen ze voor een stevige scheut alternatieve indierock en stonerblues, rauw, vunzig als toegankelijk en aanstekelijk.
Kracht en finesse gingen samen in deze korte set. De groep ging er fors tegenaan, behield de subtiele melodielijn en verloor zich in geen enkel moment in oeverloze soli binnen deze stijl. Ook zijn er twee straffe vocalisten (wat een schurende emotionaliteit), die de sound explosiever maakte en vonken gaf als ze samen hun snedig doorleefde songs zongen. Ze werden door het publiek erg warm onthaald, wat hen ertoe bracht een tandje bij te steken in de langgerekte songs als “Blood”,“Impossible” en “Dull gold heart”, die gespeeld werden in het tweede deel van de set. In de eerste songs trok het trio de kaart van melodieuzer materiaal, “Light of the morning”, “I know what I am” en “Death by diamonds & pearls”. “Pattern” was het sein om ons volledig onder te dompelen in de slepende stukken van hun intens bezwerende, broeierige trip. Onweerstaanbaar!
Ondanks de korte set, eiste Band Of Skulls zich een plaatsje op binnen de internationale mainstream. Eerlijk, puur en oprecht klonken en waren ze. Om te weten wat ze meer in hun mars zullen hebben, moeten we echter afwachten op die belangvolle tweede plaat …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 140 van 180