logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
The Wolf Banes ...

Autokratz

Animal

Geschreven door

Het Londense duo David Cox en Russell Crank hebben een lekker in het gehoor liggende electroplaat uit. Ondanks de afwezigheid van de Prima Scream klassieker “Swastika eyes” hebben we te maken een leuke verzameling stevige dance beats’n’pieces, die de nodige explosies, neurotische trance en wave uitstapjes bevatten met een vocoderzang. Het duo kwam in de belangstelling met opzwepende remixes, ondersteunt de electroclash revival en treedt hierdoor in de voetsporen van groten Digitalism en Simian Mobile Disco.

Bowerbirds

Upper air

Geschreven door

Het Amerikaanse Bowerbirds uit North Carolina, genoemd naar de gelijknamige Australische vogel, onder de tandem Phil Moore en Beth Tacular, ontdekten we in 2008 als support van Bon Iver. Meteen viel op dat dit een bandje was met potentieel. Hun folky americana ligt ergens tussen de freakfolk van Banhart/Newsom, de lofi van Mountain Goats en de pop van Lavender Diamond, maar had vooral iets mee van de americana/countryrock van Band Of Horses en South San Gabriel. We beluisterden dan hun debuut ‘Hymns for a dark horse’, dromerige herfstige muziek, die met regelmaat krachtiger klonk en kon rocken; de sfeervolle songs op hun beurt straalden gemoedsrust uit.
De tweede plaat ‘Upper air’ draait ‘em specifiek rond de tandem Moore – Tacular en is een uiterst sober gehouden plaat. Ze leunen op het akoestische gitaarspel van Moore, soms voorzien van de ritmische begeleiding van toetsen, viool, spaarzame drums en zwierige accordeon.
De charismatische band houdt het op dromerige folkpop op de tien nummers. Ze intrigeren net voldoende om te spreken van een rustig, gezellig, weemoedig plaatje, waarbij vooral de ‘bredere’ omlijsting van “House of diamonds”, “Teeth”, “Silver clouds” en “Chimes” het sterkst overtuigen, naast de ‘intimiti’ op plaat, die knus zijn, maar minder beklijven dan op hun debuut. Maar ze slagen er nog steeds in een optimaal thuisgevoel te creëren, en da’s het belangrijkste … 

Amadou & Mariam

Welcome to Mali

Geschreven door

De worldpop uit Mali met bands als Ali Farke Touré, Toumani Diabaté, Tinariwen en het zeskoppige gezelschap onder het blinde echtpaar Amadou Bagayoko (zang/gitaar) & Mariam Doumbia (zang) scoort goed en heeft Europa veroverd. Amadou & Mariam braken door in 2005 met de cd ‘Dimanche à Bamako’, die in een productie was van Manu Chao. Meteen viel de hartverwarmende, swingende en groovy dansbare sound op door de dubbele percussie, spacey, trancy synths, de dwingende intrigerende gitaarloops en de aanstekelijke samenzang. De nieuwe cd is in de eerste helft erg fleurig van aard. Een verrassend stuwend geluid horen we in “Ce n’est pas bon”, “Magossa”, “Djama” en de prachtsingle “Sabeli”. Zonder hun authenticiteit te verliezen, klinken de Europese popinvloeden door. Naast die puike start klinkt in het vervolg de ritmiek van de afroworldpop goed door, maar op een song als “Masiteladi” durven ze wel eens stevig te rocken. En op die manier hebben we te maken met een opwindende plaat die alleen maar zieltjes kan winnen.

Jolie Holland

The Living and the Dead

Geschreven door

De 33 jarige Texaanse zangeres Jolie Holland komt in de spotlights met dit solo album ‘The Living and the Dead’. Zij is tevens mede oprichter van The Be Good Tanyas. Ze onderscheidt zich in eenvoudige traditionele sing/songwriterpop, geworteld in blues, country, folk en jazz en wordt gerekend tot de nieuwe lichting vrouwen americana. Ze heeft een kritisch scherpe blik en schrijft over de zelfkant van de maatschappij. We horen in de sfeervolle, dromerige en ingetogen nummers invloeden van Dylan, Waits, V.U., Janis Joplin en Lucinda Williams. “Mexico City”, “Corrido por Buddy” en “Your big hands” zijn de meer krachtige songs van de cd. Ze kreeg hierbij medewerking van Marc Ribot, Matt Ward en Rachel Blumberg. Een handvol ingetogen nummers als “You painted yourself in”, “Sweet loving man” en de gekende traditional “Love Henry” (ook nog door Dylan gespeeld) zijn uiterst sober gehouden en bezorgen ons kippenvel. Met simpele middelen overtuigt ze op de plaat en geeft ze de vrouwelijke songwriterpop een tijdloos karakter.

Sufjan Stevens

Run Rabbit Run

Geschreven door

’Run Rabbit Run’ is een door het Brooklynse strijkwartet Osso uitgevoerde herinterpretatie van Sufjan Stevens ‘Enjoy your rabbit’ uit 2001, met arrangementen van o.m. Michael Atkinson en Nico Muhly. De dames van Osso waren ook al te horen op Stevens’ meesterwerk ‘Illinois’ (2005). In de uitvoering van Osso zijn de songs bijna klassieke composities geworden en ondanks de verbouwing blijven ze duidelijk herkenbaar, die ook de gekte van het origineel behouden.
De kamermuziek klinkt allemaal wel leuk als tussendoortje, maar we kijken halsreikend uit naar nieuw werk van de grootmeester zelf.

De Anale Fase

Uittocht

Geschreven door

Een niet alledaagse groepsnaam is weggelegd voor het duo Anna Vercammen (zang/xylofoon/trompet) en Joeri Cnapelinckx (zang/piano/sampling). De Anale Fase, tja als peuter en kleuter doorspartelen we verschillende fasen om autonomie te ontwikkelen, brengt bijzondere liedjes, gedichten en teksten, die sober gehouden worden ; ze klinken speels, luguber en melancholisch. ze zijn sfeervol en dromerig, sierlijk en sprookjesachtig. De Anale Fase beheerst op ongelofelijke wijze het Nederlandstalige lied. “Madam op de pier” en “Mama onder de grond” trekken al meteen de aandacht. “Waar zijn alle meisjes heen” heeft een intrigerende opbouw en “Afvoerkut” en “Kapotlied” zijn trippende uptempo nummers. Moderne kamermuziek dus, ergens tussen de kinderlijke onschuld van Cocorosie en de niet alledaagse observaties van de Nederlandse Roosbeef …

The Leisure Society

The Sleeper

Geschreven door

The Leisure Society uit Brighton refereert aan sixties pop, americana en freefolk. Hun melodieuze indiepop biedt iets van Elbow, Port O’Brien, Fleet Foxes en door het brede instrumentarium komt Arcade Fire en Beirut gluren. Het zijn herfstige, zalvende droomsongs, die door de orkestraties, belletjes en melodica zeemzoeterig kunnen klinken. Mijmerend materiaal bepaald door het akoestisch gitaargetokkel en samenzang. Ze stralen in de donkere dagen een kerstsfeertje uit. “A fighting chance”, “ Ashort weekend begins with longing”, “ A matter of time” en de titelsong zitten subtiel en verfijnd in elkaar. Ingehouden klinken nummers als “The last of the melting snow”, “We were wasted”, “Are we happy?”, “Come to your senses” en het afsluitende “Love’s enormous wings”. Iets breder binnen die sfeervolle context is het overtuigende “Save it for someone who cares”. Het gezelschap rond Nick Hemming kan soms uitgroeien tot een 13 koppig gezelschap, wat het sierlijke, gracieuze materiaal optimaal ondersteunt.

Prefab Sprout

Let’s change the world with music

Geschreven door

’Let’s change the world with music’ …wat een droomtitel van een plaat. Niet verwonderlijk, de romantische songwriter Paddy McAloon van het Schotse Prefab Sprout zit hier achter. Hij intrigeerde midden de jaren ’80 met een paar puike platen dito singles. We plaatsen het even op een rijtje: doorbraak ‘Steve McQueen’ (’85): “Faron young” – “Appetite” – “When loves breaks down”; ‘From Langley Park to Memphis’: “King of rock’n’roll” – “Cars & girls” – “Hey Manhattan” en tot slot ‘Jordon: the comeback’ in ’90, één van de meest prestigieuze en perfect stilistische popplaten, minutieus uitgewerkte sprookjespop van het songschrijftalent, die zich probleemloos naast een John Lennon kon plaatsen.
Na deze meesterlijke plaat, hoorden we nog sporadisch van McAloon: in ’97 verscheen het bleke ‘Andromedia heights’, en de laatste jaren bracht hij solo nog een tweetal platen uit. Getergd van de muziekbusiness en geplaagd door partiële blind- en doofheid trok hij zich terug.
’Let’s change the world with music’ is een demoversie van een verkapt conceptalbum na ‘Jordon: the comeback’ die, ruim vijftien jaar later, ‘opgekalefaterd’ werd door Calum Malcolm. Ze werd toen na een handvol mislukte opnamesessies weg gekieperd. We horen restanten van hun meeslepende elegante, vakkundige, sfeervolle pop/soul/gospel. De eerste songs “Let there be music” en “Ride” hebben wat meer groove en drive, maar de daaropvolgende songs laten de fijnzinnig- en subtiliteit doorschemeren van heerlijke, ingetogen pop als “Music is a princess”, “Falling in love” en “Angel of love”. Een beetje zoals ‘The spirit of Eden’ van die andere befaamde perfectionistische songwriter, Mark Hollis van Talk Talk.

Pagina 401 van 460