Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Kreator - 25/03...

Beak>

Beak

Geschreven door

Portishead producer en multi instrumentalist Geoff Barrow heeft onder de naam BEAK> een raar, donker, minimalistisch en tamelijk onheilspellend plaatje gemaakt die niks te maken heeft met hetgeen hij doorgaans met zijn reguliere band doet. We merken raakpunten met duistere eighties wave, Suicide, krautrock, een beetje dub en een lap Mogwai. Zelfs de donderwolken van Sunn O))) komen ons voor de verdoemde geest.
De plaat is quasi volledig instrumentaal en zit vol met stoorzenders, laaggestemde gitaren en depressieve synthesizers. Heel zelden hoor je op de achtergrond wat verdwaalde vocals die ook al helemaal niet de bedoeling hebben om het boeltje op te vrolijken. Een grimmig en onderkoeld sfeertje wordt hier verwekt maar de plaat werkt wel verslavend en is nogal bedwelmend voor de geest.
Interessant werkstukje, doch iets voor geoefende oren. Om de donkere winterdagen nog net iets meer te verduisteren.

Living Colour

The chair in the doorway

Geschreven door

Wat ooit een belangrijke band was in de alternatieve scène is nu een quasi vergeten groepje dat moeizaam probeert om terug aan het front te komen met een nieuw album. Helaas zitten daar, ondanks al het moois wat Living Colour in het verleden al gebracht heeft, weinigen op te wachten. Als we er dan bij vertellen dat het vuur, de power en de klasse van ‘Vivid’ (’88) en ‘Time’s up’ (’90) hier maar bij vlagen terug te vinden zijn, dan weet u al hoe laat het is. De levende kleuren zijn wat verbleekt op ‘The chair in the doorway’ en de inspiratie van weleer is voor een groot stuk weggeëbd. Hier en daar komt Living Colour nog wel eens venijnig uit de hoek, maar die momenten zijn te schaars. “Bless those” is zo een kloeke song die volledig onze goedkeuring wegdraagt, ook “Decadence” is een verbeten rocker, maar naar betere songs is het verder toch wel zoeken. Verdienstelijke pogingen als opener “Burned bridges” en het felle “Out of my mind” komen ook nog ergens in de buurt van een geslaagde song, maar dan is het vet van de soep. Alhoewel, met de hidden track “Asshole” mogen ze op het eind toch nog even schitteren : fijne riff, Glover en Reid goed op dreef, lekker rollend nummertje.
De mooie soulvolle stem van Corey Glover is wel immer present en ook het virtuoze gitaarwerk van Vernon Reid komt geregeld de kop opsteken, doch te weinig naar onze goesting. Die dingen zijn ze dus niet verleerd, maar er staan niet echt onvergetelijke dingen op ‘The chair in the doorway’. Wat we horen klinkt allemaal wel onderhoudend en soms wel stevig, maar niets blijft echt hangen, en dat is de zwakte van deze nieuwe plaat. Beetje jammer toch, want ze kunnen het nog, dit hebben we in den lijve ondervonden in de Vk* (eind 2009) en vooral bij hun onvergetelijke vlammend concertje in de Botanique in 2008.

Alice In Chains

Black gives way to blue

Geschreven door

Alice In Chains was één van de smaakmakers van de Seattle grunge, in één adem genoemd met Nirvana, Stone Temple Pilots, Screaming Trees, Soundgarden en Mudhoney … alleen Alice In Chains klonk donkerder en dreigender binnen deze vernieuwende stijl van eind de jaren ’80. ‘Dirt’ uit ’92 was de ultieme plaat van de heren en met “Would” scoorden ze een tijdloze song. Spil waren gitarist Jerry Cantrell en zanger Layne Staley, maar de roesmiddelen werden Staley teveel en betekenden zeven jaar geleden z’n dood!
De band heeft met de nieuwe zanger William DuVall een prima opvolger. Alice In Chains rockt als vanouds op ‘Black gives way to blue’: intens bedreven, broeierig, stuwend en snedig, met een donker dreigende ondertoon, een catchy melodie, slepende ritmes en zware, vette grooves. De eerste drie songs van de cd, “All secrets known”, “Check my brain” en “Lost of my kind” slaan meteen de brug met vroeger. Ze laten ruimte voor sfeervoller en semi- akoestisch werk op “Your decision”, “When the sun rose again” en de afsluitende titelsong, een ware pianoballad … om dan bikkelhard terug te slaan met hun typisch eigen unieke sound op “Lesson learned”, “Take her out” en “Private hell”. “Acid bubble” komt trager op gang maar heeft een krachtiger tussenstuk.
Op de plaat hoor je ongetwijfeld de retro van Black Sabbath, Led Zeppelin en AC DC en de cd vormt een logisch vervolg op hun verleden dat abrupt stopte midden de nineties …Welcome back!

Yeah Yeah Yeahs

It’s Blitz

Geschreven door

Het NY-se Yeah Yeah Yeahs, onder zangeres Karen O, debuteerde in 2003 met ‘Fever to tell’ Het waren snedige songs met een ‘80’s Siouxie Sioux tint, onder diverse tempowisselingen en Karen O’s krijsende en gillende zang. De band put uit de garage rock’n’ roll van The Cramps, Sleater-Kinney en Boss Hog, de arty ‘80’s Siouxie en Nina Hagen, de shoegaze van My Bloody Valentine/The Raveonettes en de ‘70’s hardrock van Joan Jett. Inderdaad, bepalend waren die schreeuwerige soms zuchtende zang van Karen O, de messcherpe gitaarlicks en de strakke drums.
De opvolger in 2006 ‘Show your bones’, klonk melodieuzer en verfijnder, doch behoudt een spannende, broeierige opbouw. Karen O zingt overtuigender en haar gilzang klinkt nergens overdreven, wat meer finesse gaf. Yeah Yeah Yeahs verwerkten op de tweede cd meer ‘90’s invloeden tav ‘80’s wave invloeden.
En dan is er die derde ‘It’s Blitz’. Synths verdringen de gitaren, maar ze worden niet overboord gehoord. Het is een nieuw element, waarvan het trio gretig gebruik maakte. Het biedt – vooral in het tweede deel van de cd - openheid naar een breder, sfeervoller en meer gepolijst geluid, dat wat meer dromerig en meer bombast kan omvatten, waaronder “Runaway”, “Dragon queen” (met hulp van co-producer Dave Sitek van TV On The Radio), “Hysteric” en “Little shadow”.
Maar de fans van het eerste uur moeten niet treuren: “Zero”, “Skeletons”, “Dull life”, “Shame and fortune” (wat een basstune!) en vooral “Heads will roll” ( in de A-trix remix écht dansbaar geworden!) hebben de typische intens donkere en broeierige spanning, dreiging en groove en zijn opwindende, stuiterende waverockers.
In z’n geheel bekeken is er minder sprake van gekte en scherpe randjes en overtuigt de cd net voldoende. De Yeah Yeah Yeahs konden niet anders dan richting electropop gaan …

Basement Jaxx

Scars

Geschreven door

Al van op de vorige cd ‘Crazy Itch Radio’ (2006) grijpt het excentrieke leuke Britse duo Ratcliffe/Buxton terug naar hun eerste platen ‘Remedy’ en ‘Roots’. Intussen brachten ze ook nog een compilatie uit. Het duo biedt op die manier meer ruimte aan de muzikale stijlen in hun trancegerichte latindancepop. Er is minder (tot geen) sprake (meer) van overvloedige cocktailstijlen in één song zoals op de ‘Kish Kash’ cd, wat betekent dat het avontuurlijke en de spitsvondigheid op het achterplan is geraakt. Maar we kunnen dit zien als een normale evolutie van elke band.
Centraal blijft natuurlijk de integratie van pop, dance, Brazil/latin, funk en soul, die warm, feestelijk, dansbaar en bovenal toegankelijk klinkt. We zijn fan van Basement Jaxx, want geen enkele dancegroep kan als hen die heerlijk hoekige en leuke ritmes, melodieën en stijlen diverse tempowisselingen en verrassende wendingen geven.
Niet te vergeten zijn de talrijke guestbijdrages. Op de opener en de titelsong “Scars” is er Kelis, op “Saga F” komt Santigold aandraven, “She’s no good” – Eli ‘Paperboy’ Reed, “Stay close” – Lisa Kekaula en Yoko Ono horen we zelfs, “Day of the sunflowers”. Talrijke artiesten hielpen mee, waaronder Sam Sparro (“Feelings go”) , Yo Majesty! (“Twerk”), Amp Fiddler (“A possibility”) en Lightspeed Champion (“My turn”). En we horen een opperbeste fuifstemming op “Raindrops”.
’Scars’: al veel gehoord, geen directe vernieuwing, en ondanks de lichte muzikale vermoeidheid van de heren, nog steeds fijn, gezellig, ontspannend en dansbaar. Ze blijven zich op hun manier onderscheiden.

Drugstore

Drugstore live at Dingwalls, Camden Town London

Geschreven door

Het Britse Drugstore onder de bevallige zangeres/bassiste Isabel Monteiro, van Braziliaanse origine, maar dag en dauw gehuisvest in Londen, gaf de vrouwenpop midden de jaren ’90 elan, in de voetsporen van bands als 4 Non Blondes, The Breeders, Kristin Hersh’s Throwing Muses, Belly, Echobelly en Hope Sandoval’s The Mazzy Star.
Ze boden melodieus broeierige, ingetogen en kwetsbare gitaarpop, die kleur kreeg door cello, toetsen en haar licht melancholische, overtuigende stem. De tweede cd ‘White magic for lovers’ had een handvol instant hits als “Sober, “Say hello”, “Song for Pessoa”, “The funeral” en het duet met thom yorke “El President”. In 2002 hield de band het voor bekeken, maar kijk, zeven jaar later was er de live reunion gig, waarbij bleek dat Monteiro de smaak zal te pakken hebben om in 2010 met nieuw materiaal op de proppen te komen.
We horen live songs van de drie cd’s en enkele opmerkelijke rarities en covers (waaronder Zeppelins “Communication breakdown”; besluiten doet de cd met enkele sober gespeelde nummers van de dame zelf, waaronder een paar nieuwe intieme songs. Turin Brakes kwam er ook nog bij om het feestje compleet te maken. Het wordt dus halsreikend uitkijken wat Drugstore 2010 zal betekenen …

Japandroids

Post-Nothing

Geschreven door

’Two member’- bands zijn steeds goed bewaarde geheimen. Ook het uit Vancouver afkomstige duo Japandroids, Brian King (gitaar) en David Prowse, die overstelpen met een woeste bak rauw rammelende lofi noiserock, terend op de ‘90’s noisepop en posthardcore. Niet verwonderlijk dat Fugazi, Jesus Lizard, Husker Du en Mudhoney een belangrijke invloedssfeer zijn, ze opkijken naar bands als Sebadoh, Lightning Bolt en Liars, en dat zij samen met Crystal Antlers, Wavves en No Age een nieuwe wind blazen.
Het duo heeft al een tweetal cd’s uit, maar begint in Europa pas nu voet aan de grond te krijgen met de plaat ‘Post-Nothing’. Hun broeierig en snedig materiaal wordt bepaald door heftige drums, een scheurende fuzzgitaar en dromerige mistige vocals. Ze weten het allemaal binnen een toegankelijke, aanstekelijke melodieuze lijn te houden. Nergens verliest het duo zichzelf en bieden ze een frisse, energieke sound op de acht songs. Allen overtuigen ze … we selecteerden alvast “The boys are leaving town”, “Young hearts spark fire”, “Wet hair”, “Crazy/forever”, “Sovereignty” en “I quit girls”, 6 van de 8, en U weet waarom wij zo enthousiast zijn over de band …

Wolfmother

Cosmic Egg

Geschreven door

Drie jaar terug waren we sterk onder de indruk van het titelloze debuut van Wolfmother, de band uit Sydney, onder Andrew Stockdale. De groep blies toen de retro/hardrock nieuw leven in en onmiskenbaar waren de invloeden van Led Zeppelin en Black Sabbath; ook klinkt de subtiliteit door van het toetsenwerk van Deep Purple en The Doors. Moordende snedige gitaarriffs, beukende drums en bezwerende toetsen gaven elan aan hun sound.
Maar na dit overweldigende debuut ging de band door een diep dal, ontsloeg Stockdale de andere twee leden en moest een nieuwe band formeren. Vandaar het lange wachten op ‘Cosmic Egg ‘. Maar het was het wachten waard en ze hebben hun “ei” gelegd in twaalf puike gevarieerde retrorockers. De band trekt alle registers open op de stevig, gedreven “California queen”, “New moon rising” en “Sundial”; ze hebben boeiende, broeierig opbouwende songs klaar als “In the morning”, “10.000 feet” en de titelsong. Ze nemen wat gas terug op het sfeervolle “Far away”. Op “Pilgrim” en “Phoenix” klinkt de ‘70’s psychedelica door en tot slot intrigeren ze met “Violence of the sun”.
Net als op hun debuut spelen ze bruisende, energieke en slepende ‘70’s retrorock, laten ze de instrumenten spreken en klinken ze breder, maar minder stampend en ronkend …

Pagina 400 van 460