logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Cure
Gary Numan

Alela Diane

To be still

Geschreven door

Het gaat de vrouwelijke singer/songschrijfster Alela Diane voor de wind. Op anderhalf jaar tijd weet ze twee innemende, boeiende cd’s uit te brengen, waarvan het materiaal sterk ondersteund wordt door haar fluwelen heldere, emotievolle stem. Ze beschikt binnen deze nieuwe freefolkstijl, nu neofolk genaamd, over een trouwe fanshare. Haar dromerige weemoedige sound lijkt wel kampvuurmuziek, tussen droom en nostalgie, die huiselijkheid, bij het knetterende haardvuur, en een ‘hey ho’ samenhorigheid uitstralen.
De tweede cd ‘To be still’, volgt ‘The pirate’s gospel’ op en klinkt lichtvoetig en kleurrijker dan het sober gehouden debuut. Ze komt door de bredere aanpak zelfs in de buurt van de americana/countryrock van Emmylou Harris, één van de iconen van deze 25 jarige zangeres. Sfeervolle folkpop dus, waarbij het akoestische gitaarspel en haar vocals centraal staan, maar elegant en gepast worden ondersteund door banjo, fiddle en viool. Ook de vrouwelijke backing vocals geven zeggingskracht. Haar pa stond in voor een evenwichtige productie van het gevarieerde songmateriaal, van het broeierige “White as diamond”, “My brambles” en “Tattoed lace” tot het innemende van “Dry grass & shadow”, “Age old blue”, “Take us back” en “The older tree”.
’To be still’ bevat heerlijk gevoelige muziek, misschien minder pakkend dan op het debuut, maar nog altijd van het gehalte van gezelligheid, waar het ‘em tot slot om draait bij deze muziekstijl …

The Prodigy

Invaders must die

Geschreven door

Het Britse The Prodigy had z’n roemrijke periode in the ‘90’s met platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’. “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Een hardcore rave sound van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder die vlijmscherpe schreeuwerige zegraps van Flint.
En dan was de inspiratie zoek en leek het liedje uitgezongen voor Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim en Keith Flint (uitgangsbord van de band); de comeback van ‘Always outnumberd, never outgunned’ was een tegenvaller: weinig beklijvende, opzwepend en dynamisch boeiende songs + stuurloze, chaotische livegigs.
’Invaders must die’ brengt het er voorlopig beter van af en keert deels terug naar hun vroegere avontuurlijke dance sound, met songs als “Omen, “ Warrior’s dance”, “Run with the wolves”, “Worlds on fire” en de titelsong. Het afsluitende “stand up” klinkt mainstream, is het meest toegankelijke nummer en refereert aan het oude werk van Primal Scream en The Shamen. Kortom, ‘Invaders must die’ is een halfgeslaagde missie tot eerherstel van deze Britse raverockers.

The Virgins

The Virgins

Geschreven door

Het Amerikaanse The Virgins uit NY weten op aantrekkelijke wijze postpunk en indie te mengen in catchy poprock. De tien songs op de plaat refereren aan de punky attitude van The Jam, de ‘80’s van Talking Heads, Haircut 100, Prebaf Sprout en Aztec Camera. En trouwens, ze hebben een Strokes lookalike en sound.
Inderdaad, de band maakt een potpourri van deze verschillende invloedssferen tot een overtuigend geheel. “Rich girls”, “Murder” en “Hey hey girl” zijn in te lijsten nummers. Fris, aanstekelijk en groovy, alles zit erin om een verhoopte doorbraak te verzekeren …

Antony & The Johnsons

The crying light

Geschreven door

Antony Hegarty – aparte meneer – aparte zang – apart popgeluid –aparte cd hoes. Darmee is veel gezegd … een formule van gevoelige, klassieke ‘kamer’pop gebaseerd op het intense pianospel van Antony en een sobere begeleiding van viool, flutes, strijkers en een softe percussie in een toepasselijk decor van jaren ’30 geportretteerde figuren, dito klederdracht.
’The crying light’ is de langverwachte opvolger van ‘I am a bird now’. Eind vorig jaar hoorden we nog een tip van de sluier door de EP ‘Another world’, waarvan enkel de titelsong op de full cd is terug te vinden. We horen overwegend een innemende, tedere, breekbare, broze sound van prachtsongs waaronder “Epilepsy is dancing”, “One dove”, “Another world” en “Daylight and the sun”. Op “Aeon” en het afsluitende “Everglade” klinken weelderige arrangementen door, en op “Dust and water” stoeit hij met soundscapes. Z’n zachte, hoge vocals intrigeren en beklijven, en bieden een sterke emotionele waarde aan de songs.

Beirut

March Of The Zapotec/Realholland People

Geschreven door

Toen eind 2007 ‘The Flying Club Cup’ uitkwam werd Beirut op slag beroemd. De single “Nantes” werd grijsgedraaid. Bij ons was ook de tijd van de eerste editie van Music For Life en “Nantes” werd het meest aangevraagde nummer van het evenement. Zach Condon, de singer-songwriter was zo overweldigd door het plotse succes dat hij abrupt zijn wereldtournee afzegde en ging bezinnen in Mexico. De muzikale duizendpoot (of miljoenpoot) kon niet stil blijven zitten en nam daar met de Jimenez Band, een 19-koppige Mexicaanse ‘funeral band’, enkele liedjes op. Toen hij terug thuis kwam, nam hij nog enkele nummers op in zijn eigen studio. Het resultaat: ‘March of the Zapotec and Realholland People’.
’March of the Zapotech’ is de eerste LP met het folkloristische Mexicaanse gedeelte. Het telt vijf nummers (zes als je de intro meetelt) en brengt de muziek die we gewoon zijn van Beirut. “La Llorona”, “My Wife”, “The Akara” en “The Shrew” zijn stuk voor stuk feel-good-nummers om vingers en duimen bij af te likken. Het melodramatische “On a Bayonet” hoort minder goed bij de rest maar is daarom zeker niet minderwaardig.

’Realholland People’ is de verrassende tweede LP. Geen volkse of minder gebruikelijke instrumenten, maar elektronische muziek die aan de jaren ’80 herinnert. “My Night with the Prostitute of Marseille” is het beste liedje van deze LP. “The Concubine” is ook prachtig, maar lijkt ons een vreemde eend in de bijt. Je zou bijna kunnen zeggen dat “The Concubine” op de eerste LP thuishoort. “No Dice” is een onnodige elektronische cover van “A Sunday Smile” die op ‘The Flying Club Cup’ stond. “Venice” en “My Wife, Lost in the Wild” zijn ietsje te duf.

Zach Condon levert hier een vreemde dubbel-LP af die misschien beter in twee delen zou verkocht worden. Het eerste deel zal de fans van het eerste uur zeker aanspreken en tevreden stellen, maar het tweede deel moeten ze er dan wel bijnemen.

Neil Young

Fork in the road

Geschreven door
’Rock’n’roll will never dies’ … woorden gegrift in ons geheugen van de onvermoeibare rockveteraan Neil Young. Hij slaagt er nog steeds in met een tweede generatie Crazy Horse leden en vrouwlief Pegi zorgvuldige en intens broeierige retrorock te bieden. ‘Fork in the road’ is één van z’n betere cd’s van de laatste jaren; een afwisselende plaat van bezielde strakke rock. En deze keer horen we geen uitgesponnen nummers die het begeesterende gitaarspel van deze rockicoon onderstrepen; enkel de titelsong overstijgt de vijf minuten grens. In de tien songs wordt z’n interesse voor antieke auto’s liefdevol bezongen. Z’n countryroots verloochent hij niet in het intieme “Light a candle”, die samen met “Off the road” de sfeervolle songs zijn op de plaat. Voor de rest horen we onderhouden gitaarrock om U tegen te zeggen, waaronder “When worlds collide”, “Johnny magic”, “Cough up the bucks” en de titelsong, onder mans doorleefde zang.

The Pains Of Being Pure at Heart

The Pains Of Being Pure at Heart

Geschreven door

2009 biedt met A place to bury strangers, Crystal Antlers, Glasvegas en Vivian Girls een duidelijke revival naar de ‘90’s shoegaze van Swervedriver, My Bloody Valentine en Ride. ‘Nu-gaze’ luidt het credo! Maar in dit genre zijn we heel sterk onder de indruk van het beloftevolle NY-se kwartet The Pains Of Being Pure at Heart.
Zij weten op hun debuut op gepaste en gevatte wijze de shoegaze te combineren met de fuzz van Jesus & Mary Chain, ‘80’s The Smiths, de ‘90’s dromerige grungepop van Teenage Fanclub en de waverock van Editors. De klemtoon komt op een bedreven en meeslepende emotionele rocksound onder de zweverige zang van Kip Berman (zang/gitaar) en Peggy Wang-East (zang/keyboards). Luister maar eens naar “Come saturday”, “This love is fxx right”, “Everything with you” en het afsluitende “Gentle sons”. De band heeft de kunst goede, opbouwende popsongs te schrijven als opener “Contender”, “Young adult friction”, “Stay alive” en “Hey Paul”. Ook durven zij gas terugnemen , want een verademing binnen hun snedig rockconcept is “Teenager in love”, de ideale lover tienerdroom.
Het kwartet heeft zowaar een schitterende, afwisselende plaat uit, en slaagt erin om diverse invloeden van twintig jaar ver in een eigen unieke, overtuigende rocksound om te buigen!

Dozer

Beyond Colossal

Geschreven door

Het Zweedse Dozer zijn al acht jaar bezig en weten ons nu pas met deze nieuwe plaat ‘Beyond Colossal’ te bereiken. Retrostonerrock, die put uit Black Sabbath traditie, de ‘90’s Kyuss, Soundgarden (‘Badmotorfinger’), de eerste van QOSA en de sound van het nog steeds actief zijnde Fu Manchu.
’Beyond Colossal’ bevat acht daverende songs, een slepende “Two coins for eyes” en een bezwerende ‘70’s psychedelica trip op het afsluitende “Bound for greatness”. Prima nostalgisch plaatje!

Pagina 423 van 468