logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Kreator - 25/03...

Arctic Monkeys

Favourite worst nightmare

Geschreven door
Arctic Monkeys was dé revelatie van het jaar 2006. Met hun vlijmscherpe debuut ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’ overschaduwden ze alle andere nieuwe Britse bandjes die al eens tot de nieuwste hype werden uitgeroepen.
De lat hebben ze voor zichzelf onnoemelijk hoog gelegd, maar kijk, de nieuwste ‘Favourite worst nightmare’ is zowaar nog vinniger en spannender dan het debuut. Dit is meer dan bevestigen, dit is zichzelf overtreffen. Nergens is een zwak momentje te bespeuren, dit is pure energie en klasse van een stel piepjonge lefgozertjes die verduiveld goed met hun instrumenten weten om te springen. De gitaren zijn lekker hard en strak, de songs hebben allen vuurwerk in zich, de tempowisselingen zijn steeds verrassend en de ritmes zijn immer aanstekelijk.
Eerste single “Brainstorm” is een moordende binnenkomer en zet meteen de toon voor een plaat die net nog iets straffer en harder is dan ‘Whatever…’. Het strakke tempo wordt verdergezet met loeiers als “Balaclava” en “Fluorescent adolescent”, misschien wel de beste song van de plaat. Heel even wordt wat gas teruggenomen, “Only ones who know” is een aangenaam rustpunt die het beste van Billy Bragg voor de geest brengt, maar hierna wordt er terug gerockt dat het een lust is. Het fantastische “Do me a favour” begint nog vrij rustig om dan open te barsten tot een stomend en strak potje gitaarherrie, ook “This house is a circus” dendert geweldig door en vloeit over in een stuiterend en prachtig “If you were there, beware”. De plaat eindigt uiteindelijk iets rustiger met het steeds beter wordende “505”.
Een album met niets anders dan hoogtepunten en nu al een serieuze kandidaat voor de eindejaarslijstjes.

Queens of the Stone Age

Era Vulgaris

Geschreven door
Ik begin zowat de indruk te krijgen dat deze klasbakken, ook al is Mark Lanegan er niet bij, niet anders kunnen dan goede muziek maken. Deze schijf zal, zoals de vier vorige trouwens, zelfs de mensen die het zo niet hebben me de hardere muziek niet onberoerd laten. Waarom? Ze borduren nooit voort op hun vroeger werk zodat iedere nieuwe schijf precies hun eerste is, en ten tweede omdat ze nog nooit gehoord hebben van hun broek afsteken of gelijk welk compromis te maken. Tenslotte blijft alles onmisbaar QOTSA klinken.
“Turnin’ on the Srew”, de opener zet meteen de toon: De fantastische gitaar, die satanische beat (eat your hart out, Tool). “I’m a designer” doet me op een of andere manier aan The Who denken, het u bij de strot pakkende “Make it wit Chu” is eerder ingetogen, “Battery Acid” rockt als geen ander, enzovoort. Kortom we krijgen netjes (nou ja) de ene na de andere climax geserveerd. O ja, “Sick sick sick” lijkt me wel een doorslagje van “No one knows”, maar dat is volledig aan mij te wijten en zal ik dus ook maar bij de andere hoogtepunten schuiven.

Ok, de teksten zijn niet fameus, maar we hebben het hier niet over Lou Reed. In deze zijn teksten bijkomstig.

Beste muziekliefhebbers, het is de eerste keer dat een groeiplaat – en dat is ze, zoals alle QTSA-platen – me vanaf de eerste luisterbeurt zo vastpakt. Vergeet alle andere bands op Werchter.

 

Blonde Redhead

23

Geschreven door
Blonde Redhead heeft z’n rauwe, gedreven sound van vroeger volledig vaarwel gezegd. ‘Misery of a butterfly’ uit 2004 plaatste de band van de tweelingbroers Amedeo en Simone Pace binnen een vernieuwde stijl van dromerige en stemmige gitaarpop, ondersteund van ‘70’s psychedelische elektronica.
‘23’ is een logisch vervolgverhaal en bevat tien sfeervolle, aanstekelijke popsongs, die subtiel uitgewerkt zijn; ze klinken warm en melancholisch waarbij een hoofdrol is weggelegd voor Kazu Makino (een Engelse van Aziatische oorsprong). Hun muzikale wereld kun je ontdekken met songs als “The dress”, “Publisher”, “Spring and by summer fall” en de ballads “Heroine”, “Top hanking” en “My impure hair” die de cd op overtuigende manier besluiten.
'23' is een goed album van uitgebalanceerde pop.

Krakow

As the heart is

Geschreven door
Krakow is een Limburgs vijftal die in 2006 debuteerde met de EP ’Home’. Ze spelen slowcore songs in de beste traditie van At the close of everyday, het oude Low en Sophia.
‘As the heart is’ bevat negen sfeervolle songs, subtiel uitgewerkt en mooi uitgesponnen,  onder de  warme en hemelse stem van Niné Cipoletti, soms aangevuld met haar mannelijke collega’s. Het zijn vooral de laatste songs  van de cd “Our love hotel” en “Shadow of a man” die nauw leunen aan Low door het gitaargetokkel en de zachte toetsen.
Een vleugje americana ontbreekt niet (luister maar naar de emotievolle slepers “Roses” en “Once around the sun”)  wat de band gerust naast een Cowboy Junkies en Bonnie ‘Prince’ Billy plaatst. In “Come on home”  doet de sound en de samenzang denken aan Crosby, Still, Nash en Young.
Fijne plaat van een gevoelige band.

 

The Ladder

Sacred

Geschreven door
Midden jaren ’90 kwam er, na het teleurstellende album ‘Dead Man’s Shoes’, een einde aan het sprookje van FM. De band FM was toen één van de weinige A.O.R. giganten. De muzikale koerswijziging die FM richting Bluesrock maakte werd niet bij elke A.O.R. fan goed ontvangen. FM splitte maar zanger Steve Overland ging later nog verder met o.a. zijn werk bij Alan Parsons & met zijn nieuwe band Shadowman. Toch was het wachten op de debuutplaat van The Ladder: ‘Future Miracles’ uit 2004 om opnieuw Steve Overland te horen in een waanzinnig, puur A.O.R. project. Deze opvolger ‘Sacred’ is nog een stuk sterker en daarom een absolute aanrader voor iedereen die van FM hield. In de band zitten trouwens naast Overland ook nog Pete Jupp en Bob Skeat van FM. Vinny Burns (Ten/Dare) die op de debuutplaat nog het mooie weer maakte is er niet meer bij en werd vervangen door Gerard Pichler. ‘Sacred’ is een puur A.O.R. album vol uitstekende songs die natuurlijk de typische Steve Overland stempel dragen. Mister Overland heeft nog steeds een zeer uniek stemgeluid en ik reken hem dan ook nog altijd tot mijn favoriete zangers aller tijden. ‘Sacred’ klinkt gevarieerder dan eerder FM werk omdat er af en toe ook eens stevig wordt uitgehaald. Hoogtepunten zijn het stevige melodieuze titelnummer, de prachtige ballade “Something To Believe In” en de waanzinnige A.O.R. song “Sea Of Love”. ‘Sacred’ is een album dat gerust naast de eerste twee uitgebrachte FM albumklassiekers mag staan. Puur melodieus genot in een moderne, zeer geslaagde productie, waarvoor Overland en Jupp zelf tekenden.

Soulsavers

It's not how far you fall, it's the way you land

Geschreven door
Achter Soulsavers gaat het duo Rich Machin en Ian Glover schuil. Zij maakten al remixes voor Starsailor, Doves en Beastie Boys. De twee heren verbreden hun muzikale kijk met deze tweede plaat, waarbij ze beroep deden op Mark Lanegan. Het resultaat is ronduit verbluffend; de samenwerking is een samenspel van donker dreigende rock, trippop, gospel en soul. Lanegan legt met z’n grauwe, doorleefde stem een voorname stempel op de sound. Muzikale pareltjes zijn te horen: “Ghost of you & me”, “Paper money”, “Spiritual” en “Jesus of nothing”, die een Indiaans tintje meekreeg, er is de koorzang op de opener “Revival, “Kingdoms of rain” zorgt voor koude rillingen, en de filmische instrumentals zijn meegenomen om een volgend muzikaal hoofdstuk aan te vatten.
Dit is een knappe plaat: origineel, spannend, avontuurlijk en pakkend. Mee te nemen voor de eindejaarslijsten!

 

Danny Vaughn

Traveller

Geschreven door
Danny Vaughn kennen we met name van zijn werk bij bands als Waysted, From The Inside, Vaughn en in het bijzonder Tyketto. Hoofdzakelijk van de laatste band waren we grote bewonderaars. Tyketto was immers één van de weinige A.O.R. topbands uit de jaren ‘90. De eerste Tyketto plaat: ‘Don’t Come Easy’ (1991) durf ik nog steeds één van de allerbeste A.O.R. schijven te noemen. Opvolger ‘Strength In Numbers’ (1994) klonk anders maar had ook een verzameling schitterende Melodic Rocksongs aan boord. Vaughn moest Tyketto verlaten om voor zijn zieke vrouw te zorgen. Hij werd vervangen door niemand minder dan Steve Augeri (Journey) maar voor de band was door de opkomst van de Grunge geen verdere toekomst weggelegd. Tussen 2000 en 2002 bracht Danny onder de naam Vaughn 3 albums uit. Nu gaat hij verder onder zijn volledige naam: Danny Vaughn. ‘Traveller’ is een mooie, evenwichtige, gevarieerde Melodic Rockschijf. Qua sfeer doet de plaat een beetje denken aan Tyketto’s ‘Strength In Numbers’ maar toch is de sound op ‘Traveller’ veel ruimer. Danny stem is nog steeds heel herkenbaar, krachtig en glashelder. Maar ook de twee gitaristen (Tony Marshall & Pat Heath) verdienen een pluim want hun gitaargeluid geeft het album een voller geheel, al moet je niet rekenen op een uitgebreid arsenaal aan gitaarsolo’s. De plaat klinkt redelijk elektrisch en is daardoor vrij stevig. Al zijn er ook momenten dat men akoestisch te werk gaat en de singer-songwriter in Danny naar boven komt. Variatie troef dus. Opener “Miracle Days” heeft een meezing refreintje en klinkt een beetje als een Indiaanse hymne. “Restless Blood” is puur Tyketto. “Lifted” is dan weer een echte mooie pianosong. “The Warrior’s Day” is heavy en ruig. “The Measure Of Man” heeft een beetje Country invloeden. “Think Of Me In The Fall” is dan weer een pure popsong. Heel wat diversiteit dus op Vaughn’s nieuwste!  Een album dat groeit na elke beluistering.




Black Rebel Motorcycle Club

Baby 81

Geschreven door

Na de ijzersterke en verrassende rootsplaat ‘Howl’ is BRMC teruggekeerd naar de sound van hun eerste twee albums. Dit betekent opnieuw donkere, meeslepende en bezwerende gitaren en een diep doordringende bas. En ook al klinkt de sound ons bekend in de oren, toch is deze  ‘Baby 81’ een sterk en fris album geworden. Wij zouden zelfs durven spreken van hun beste tot nu toe. BRMC is er met name in geslaagd hun meest toegankelijke album te maken zonder aan kwaliteit en drive te moeten inboeten en dat is vooral te danken aan een hoop kanjers van songs.
De splijtende opener “Took out a loan” is zowat het enige nummer die nog enkele naweeën van ‘Howl’ bevat in de vorm van een moordende bluesriff. “Berlin” en “Weapon of choice” zijn al even heftig en tonen een BRMC in bloedvorm. Andere knallers zijn het dreigende “666 conducer”, een snedig “Need some air” en vooral “American X”, een negen minuten durende prachtsong waarin de gitaren heerlijke kronkels maken. Om niet helemaal te bezwijken misschien toch een beetje detailkritiek : “Windows”  en “Not what you wanted” neigen lichtjes naar de Beatles en helaas ook een beetje naar Oasis. Maar voor de rest géén slecht woord over deze plaat.
U herinnert zich misschien dat deze heren samen met de sufgehypete Strokes hun kopje kwamen opsteken in 2001. Met deze ‘Baby 81’ hebben BRMC al hun vierde schot in de roos in 6 jaar. En The Strokes ? Yep, één klassieker en twee twijfelgevallen. Tussenstand BRMC - The Strokes 4 - 1


Pagina 454 van 462