logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
The Wolf Banes ...

The Scabs

The Scabs - ‘30 years of rock’n roll’

Geschreven door

‘30 years of rock’n roll’ .. The Scabs, één van de iconen van de Belgenrock, startten hun verhaal opnieuw in september 2007 en gaven enkele ‘Rewind’ concerten in de AB en pikten een festivalletje mee, waaronder Werchter Classic, de Lokerse Feesten en Suikerrock!
Hun herfstoffensief gaven ze glans met een boek dat een lijvig en rijk geïllustreerd levensverhaal beschrijft en een compilatie van 30 singles in 30 jaar … nummer 31 “Why”, een nieuwe song, werd afgelopen zomer uitgebracht. Het was de aanzet om de fans nog eens bij elkaar te krijgen voor een toffe reünie, het publiek nog eens lekker dicht te pakken, te voelen en ervan te genieten. Naast dit feestje in de Lotto Arena, zijn er vooralsnog geen plannen. Dus kan het wel de allerlaatste keer zijn. Ze konden dus voor een volle Lotto Arena gaan.
The Scabs zetten de Belgenpop op kaart tussen ’83 en ‘95, met absolute hoogtepunten tussen ’88 en ’93, waarbij iedere pop- en rockliefhebber zijn favoriete artiest in de plaatselijke parochiezaal, CC of festivaltentje kon zien. Inderdaad, de broeierige, intense en opzwepende rockset liet niemand in die tijd onberoerd.

De reünieconcerten waren dan ook pure nostalgie, die z’n orgelpunt besloot op deze barre winteravond. Op het rock’n’roll event waren een resem gastmuzikanten uitgenodigd, zonder veel poeha. De muziek primeerde dus bij Swinnen en C°, die The Clash en Neil Young & The Crazy Horse hoog in het vaandel houden. Naast vaste hand Willy Willy op gitaar, waren verder Jan Hautekiet op toetsen en Frankie Saenen op drums, die z’n strepen al verdiende bij de Kids, van de partij. De Fons, die de ‘early years’ van The Scabs bepaalde op bas, hadden ze er graag bij gehad; ze gaven hem een hart onder de riem. Twee backing vocalistes vulden aan en verwezenlijkten een knappe samenzang.
Twee uur Classic Rock hoorden we. Vuurwerk, want meteen kregen we een paar straffe strakke, broeierige opbouwende songs te horen als “Come on”, “You don’t need a woman”, “Little lady” en “Let’s have a party”. Op nog geen half uur tijd slaagden ze erin de ganse Lotto Arena in te palmen. Die laatste song was een swingende, bruisende klepper, waarbij het publiek luidkeels het refrein kon meezingen en in de handen klappen.
Swinnen staat ook niet in het middelpunt, wat vroeger al te vaak was, maar liet ruimte voor z’n begeleiding en backing vocalistes. Even overtuigend klonken “Crime wave” en “Don’t you know”, die een stukje vaardiger en sneller werd gespeeld. Tjenne Berghmans, die Willy Willy nog verving, sloot aan voor twee songs, “Seven seas” en “She’s jiving”, en kreeg ruimte voor een intense solopartij. Op “Keep on driving” kon Hautekiet dan eens loos gaan op de toetsen. Ontspannend, los, aangenaam en kleurrijk was het wel allemaal wel, hoor. Na de intens spannende rocksongs was er het sfeervol ingetogen “Can’t call me yours”.
Tweede gast was Wimmeke Punk, boezemvriend van de Swinnen, die “Halfway home” meezong en de zaal een tweede keer in lichterlaaie bracht met z’n Wolf Banes klassieker “As the bottle runs dry”. Schitterend gewoonweg hoe de song in het geheugen was gegrift en werd gedragen door een enthousiast publiek.
Drummer Frankie Saenen sloeg na “Crystal eyes” een good time rock’n’rollende “Four aces” en zong een krachtig CCR nummer “Fortunate sun”. Een andere cover hoorden we met Mauro, “Boys keep swimming” van Bowie, die net als op het gedreven gespeelde “Matchbox car” er een stevige draai aan geeft. Mooi alvast! Na “Medicine man” en de huidige single “Why”n die door het publiek nog wat moet gesmaakt worden, was de weg geplaveid naar een finalereeks, “Hard times”, “I need you”, “Time” en “Nothing on my radio”. Songs die geen verdere uitleg meer hoeven, maar pure ‘90s nostalgie uitstralen. Een uitgesponnen slepende “Robbin, the liquor store”, waarin riffjes en refreinen van “The magnificent 7” zaten verweven, besloot de fijne reeks classics.
Het warme onthaal sterkte de band. In de leuke bis hoorden we een snedige “So called friends”, eerste single ooit dertig jaar terug, en een niet te ontbreken “Rockin’ in the free world”, waarbij alle gastmuzikanten op het podium een paar pittige, heerlijke, dravende gitaarpartijen uitsloofden op z’n Crazy Horse. En net als op “Robbin, the liquor store” kon Willy Willy zich eens laten gaan! Terecht, want hij is één van die bepalende figuren, die de Belgische rock kleur en elan gaf. Het was een eerbetoon aan hun Fons en een waardig slot om alle fans te bedanken door al die jaren.

The Scabs speelden een sterke strakke en strijdvaardige set. Jawel, Puur en Onversneden rock’n’roll zonder al te veel blablabah. Ze konden stevig van leer trekken en hadden enkele rustpunten ingeschakeld. Ze beleefden spelplezier en hielden het uitermate boeiend met hun gevarieerde broeierige gitaarrock. In goede doen dus!Dit was een concert dat nazinderde, die menig rockhartje deed versmelten; een bende retrorockers, die hun (wilde?) haren nog niet kwijt zijn …

Support was Intergalactic Lovers, die de laatste twee jaar al meerdere prijzen in de wacht sleepten als beloftevolle band. Ze speelden bij onze aankomst een overwegend intimistische set, rakende nummers die door het publiek al vroeg op de avond op een berenknuffel werden ontvangen!

Organisatie: Live Nation

Ty Segall

Ty Segall - Op de valreep nog één van de concerten van het jaar

Geschreven door

Er werd geopend met een product uit ‘de bunkers’, de eigen repetitieruimtes van de 4AD. Gurt Goatbuck is ontstaan uit de asse van The Abscenes en grossiert in loodzware, op de seventies geïnspireerde rock met hier en daar een grunge-accentje. Die omschrijving klinkt nogal beangstigend maar deze vier jonge gasten uit de Westhoek kwamen ermee weg. Ik hoorde soms verrassend sterke vondsten op gitaar en de meeste aanzetten waren veelbelovend maar een volledig sterke song, kompleet met poten en oren, leek nog net iets te hoog gegrepen voor deze bende. De zanger deed iets te weinig met zijn niet onaardige stem en uitstraling had hij al helemaal niet. Hier is op zijn minst gezegd nog wat werk aan de winkel : "Blijven proberen, jongens!

Het verschil met Boston Tea Party, ook al een band met roots in de 4AD, was groot. Wat heeft dit duo aan zelfvertrouwen gewonnen! Nooit eerder kon hun rammelende noiserock me zo bij de lurven pakken. Zelden loop ik warm voor een Belgische band maar dit zou toch stilaan de nodige erkenning moeten krijgen. Thomas Werbrouck ramde als een bezetene op zijn gitaar terwijl Elise Adam als vanouds stampend op een houten "stompbox" het ritme aangaf, af en toe een tik gevend op een cimbaal of tamboerijn die voor haar neus gemonteerd stond. Ondanks die minimale middelen zorgde dit koppel voor een enorme energieboost. En om het helemaal mooi te maken brachten ze de bis op de begane grond tussen het volk. Ty Segall ging van goeden huize moeten zijn om dit te overtreffen, maar dat was hij!

Ty Segall uit San Francisco lijkt een bijzonder bezige jongen. Naast zijn solowerk (3 platen in 2 jaar) is hij ook nog zanger van de Epsilons, drumt hij bij een paar, nog obscuurdere, groepjes en speelt hij geregeld mee met geestesgenoten Sic Alps. Begonnen als een one-man-band liet hij zich voor deze tour toch omringen door een extra gitarist, Charles Moothart, bassiste Denee Petracek en zwarte raaf Emily Rose Epstein (die men eerder in een gothic band zou situeren) op drums.
Waar hij op plaat eerder klinkt als een soort lo-fi Beatles koos hij op het podium voor een veel stevigere aanpak wat ook rendeerde. We kregen een dampende set licht psychedelische garagerock met een hoofdrol voor de overstuurde gitaar van Segall, waarop hij regelmatig verzengend uithaalde. Het ging er allemaal redelijk nonchalant aan toe en Ty maakte er een sport van om zijn kompanen op het verkeerde been te zetten.
Toen de basgitaar van Deene Petracek even de geest gaf begon hij plotseling te citeren uit het werk van Black Sabbath en Neil Young. Na die spielereien volgde nog een echte cover : een heerlijk stompende versie van "Dropout boogie" van Captain Beefheart die op dat eigenste moment net overleden was, wat toen nog geen mens wist uiteraard. Qua sound kwam Ty Segall dicht in de buurt van Thee Oh Sees, maar waar die laatsten hun songs soms ellenlang laten voortdenderen, hield hij het veel strakker en klokten zijn songs zelden af boven de twee minuten zodat verveling geen kans kreeg. Anderen zien in hem dan weer een opvolger van Jay Reatard maar ik vond alleszins niets van diens klinische punkrock hierin terug.

Het wat mager opgekomen publiek reageerde uitzinnig en tot zijn eigen verbazing werd Ty Segall tweemaal terug op het podium geschreeuwd. Dit was nog eens één van die optredens die dagenlang zal blijven nazinderen. Tot slot nog een pluim voor dj Chiel die tussen de optredens en achteraf bijzonder fijne plaatjes liet horen, wat de avond er nog mooier op maakte.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Clouseau

Clouseau – Overweldigende en Pakkende Laatste Ronde

De elfde  is voorlopig de laatste Sportpaleis concertreeks van Clouseau. De broers Kris en Koen Wauters zullen na deze editie van uitverkochte ‘Laatste Rondes’ een welverdiende adempauze inlassen. Tien jaar lang waren zij in december de vaste waarde op de kalender en zorgden ze ervoor dat de korte winteravonden met de glimlach getroost werden. Tienduizenden liefhebbers van de Nederlandstalige pop gaven al appèl om te genieten van de spectaculaire shows met telkens andere invalshoeken, indrukwekkende podia, catwalks of loopbruggen. Het entertainment en de ambiance maar vooral de goede muziek in dikwijls verrassende bewerkingen en de rits hits die de broers door de jaren hebben geschreven, zitten gegrift in het geheugen.
In’ 87 debuteerden ze en intussen is Clouseau een begrip geworden. Het succesverhaal in het Sportpaleis begon na enkele verrassingsoptredens op de NOTP. En dan is het wel gekend zeker … ‘Vanbinnen’, ‘In ’t lang’, ‘In ‘t dubbel’, ‘20’, ‘10x10’ enz, enz.
In 2010 hebben we nu ‘Het Laatste Rondje’ …, iets wat we als Vlaming evenzeer kennen als begrip …, een traktaat van de allergrootse hits drong zich op; ‘een Best of’ - reeks in een spetterend feestje … Clouseau, klein begonnen, groots uitgegroeid. Een fenomeen voor de BeneLux.

De menigte werd opgejut door de tunes van Q-music , maar een stroompanne gooide eerst roet in het eten. Het Laatste Rondje werd bijna letterlijk afgetroefd … Maar kijk, Clouseau kon van start gaan. '' Hier bij jou'' was de treffende opener van het grootse optreden gevolgd door “Swentibold”; met “Gek op jou” kregen we de kans te beslissen of dit een ware hit was …
Ruim 30 nummers passeerden de revue …, de ideale warming ups van het feestje waren de meezingmedley met Kris aan de piano, de intimiteit van “Afscheid van een vriend”, de aanstekelijke “Dans”  nummers en “Ze zit”, een al ruim 20 jaar oud nummer, in een geweldige a capella uitvoering …
Iedereen was in gang gezet om het feestje compleet te maken, want na de break ging het (nieuwe) dak van het Sportpaleis er volledig van af: “Daar gaat ze”, “Nobelprijs”, “Anne”, “De perfectie”, “Louise”, … “Fiets” klonk wel erg opvallend, door het feit dat ze het in een nieuw kleedje hadden gestopt.
Met het Eilandje dat verschoof van links naar rechts, en de Brug die naar beneden werd gelaten, kon iedereen wel eens uit de bol gaan en was de band met K&K nauw, intens & spannend.
De finalereeks was er eentje om U tegen te zeggen: “Domino”, “Zij aan zij”, “Vanbinnen” en “Vonken & vuur”, songs die geen verdere uitleg meer hoeven …
In de bis kwamen Bart Peeters, Jan Leyers en Natalia ( in paars kleedje, kort gerokt!) de band vervoegen: “Into folk” gaf een explosie en “Like a moutain (met Natalia en Jan Leyers) klonk bruisend en opzwepend. Het fris fonkelende “Geef het op” en het breekbaar gevoelige “Heb ik ooit gezegd” trokken een definitieve streep van de uiterst geslaagde avond …’alles erop en eraan’ heet zoiets!

Clouseau zal na tien jaar Sportpaleis het nu ‘even opgeven’ … een break om alles te laten bezinken en even na te denken, om dan met opgeladen batterijen een nieuwe wending te geven aan hun toekomst … een nieuwe cd? … een volle reeks Sportpaleis concerten? …!
Bedankt Koen en Kris voor de voorbije mooie jaren en tot weerziens.

Organisatie: Sportpaleis Antwerpen

Saint Vitus

Zelfs de weergoden zijn fan van doomlegende Saint Vitus

Geschreven door

De avond viel abrupt op donderdag 16 december. Donkere, sombere wolken kwamen vanuit het noorden binnengewaaid en overschaduwden ons kleine landje. Een verkeersverbod voor het rijden van vrachtwagens tussen Brussel en Luik was sinds de late namiddag van kracht. Sneeuwbuien teisterden het zuiden van het land en dreigen ook Vlaanderen te voorzien van een wit, kil wintertapijt. Een doemscenario drong zich op. En uitgerekend op diezelfde avond stond de Amerikaanse doomlegende Saint Vitus geprogrammeerd in de Brusselse Vk*. Toeval of niet?

Heelhuids en zonder kleerscheuren aangekomen konden we juist op tijd de set van supportact The Graviators meepikken. Het was duidelijk dat het grootste deel van het publiek nog vastzat in de verkeersellende die koning winter veroorzaakte. Niet getreurd echter… na een ietwat trage start, begon er na enkele nummers deining te ontstaan in het klein groepje toeschouwers. Het viertal uit Zweden heeft zich duidelijk laten inspireren door de jaren zeventig. Hoewel het te makkelijk is een grote inspirator te noemen maakt The Graviators het wel heel moeilijk door een nummer “Back To The Sabbath” te noemen. Dit was, samen met het knallende uptempo nummer ‘Saturnus 84’, meteen het hoogtepunt van hun set. Niet slecht.

Ondertussen was de opkomst al iets groter en kwam het publiek druppelsgewijze binnenstromen voor de hoofdact van de avond: het legendarische Saint Vitus (genoemd naar het Black Sabbath nummer “St. Vitus dance”). De peetvaders van de doommetal staan namelijk al van in 1979 op de planken. En dit was er donderdag aan te zien: één voor één perfect op elkaar ingespeelde rasmuzikanten! Enkel gitarist Dave Chandler en bassist Mark Adams zijn de originele leden van de band, die de meerdere bezettingswijzigingen en een split hadden getrotseerd. Henry Vasquez vervangt namelijk al een tijdje de ongeneeslijk zieke en op 25 november laatstleden overleden drummer van het eerste uur Armando Acosta. Wino Weinrich verving in de loop van de jaren al enkele malen vocalist Scott Reagers, die bij de originele bezetting zong.
Dave Chandler nam voor de start van het optreden het woord en richtte zich tot het publiek met de melding dat het volledige concert en de volledige tour werd opgedragen aan de onlangs overleden drummer. Wat volgde was een aaneenschakeling van klassiekers die met de intensiteit van de begindagen het publiek werden ingestuurd! Chandler beet zich letterlijk stuk op zijn gitaar, die met een overload aan distortion, geniale riffs de zaal instuurde. Hij kon het namelijk niet laten om nu en dan zijn (hopelijk originele) tanden te flossen met de snaren van zijn gitaar. Wino leek, aan zijn priemende blik te zien, wel bezeten. Met zijn bezwerende stem wist hij keer voor keer het publiek voor zich te winnen. Teksten werden integraal meegezongen door een publiek dat geen seconde stil kon blijven staan bij al dit doommetalgeweld. Mede omdat de ritmesectietandem Vasquez-Adams dit geheel voortreffelijk ondersteunde. Vasquez drumde alsof hij op een te warme stoel zat en de opzwepende bas van Adams was de drijvende kracht achter deze oerband!
De vier levende legendes stonden als een stel jonge wolven de pannen van het dak te spelen.
Aparte hoogtepunten waren er niet daar het concert over de volledige lijn één hoogtepunt was!
De ene klassieker “Look behind you”, volgde de andere op, bvb. meezinger en lijflied “Saint Vitus” uit hun debuutalbum. Andere pareltjes waren: “I bleed black”, “Living backwards”, “Dying inside” en “Clear window pane”. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan.
Tot tweemaal toe werden ze teruggehaald door een razend enthousiast publiek! Orgelpunt van deze indrukwekkende set was het magistrale “Born too late”, waarbij Chandler zich met zijn gitaar tussen de kolkende eerste rijen waagde om daar zijn gitaarkunsten nog eens tentoon te spreiden. Daarna hield Saint Vitus het voor bekeken en konden we met een warm hart en een verheven ziel terug de kille Brusselse nacht in.

Armando Acosta (May he rest in peace!) mag trots zijn. Zijn bloedbroeders konden hem geen mooier eerbetoon geven dan met dit prachtig concert dat je tot in het diepste van je ziel raakte.
Dat ze nog vele jaren mogen meedraaien in de doomscene en we kunnen niet wachten om ze live terug aan het werk te zien. Please come back soon!

Organisatie: Vk*, Sint-HJans Molenbeek (ism Heartbreaktunes)

Selah Sue

Selah Sue - een erg zelfverzekerde dame geworden

Geschreven door

Terwijl een Gentse Vooruit rustig aan het vollopen is voor Headliner Selah Sue maakte Yuko zich op om de aanwezigen alvast op te warmen. Yuko is een Gentse indietronica-band rond frontman Kristof Deneijs. De Gentenaren brachten in 2008 hun debuutalbum ‘For Times When Ears Are Sore’ uit en lieten deze op de zaal los. Aangezien ze de voorbije maanden in de studio zaten om nieuw materiaal op te nemen voor op hun nieuwe plaat, die verwacht wordt voor het voorjaar van 2011 was er ook tijd om paar nieuwe nummers op het publiek los te laten …

Voor de jonge Leuvense Sanne Putseys aka Selah Sue gaat het tegenwoordig erg hard, op haar 15de begon ze met haar eerste gitaarlessen, om 2 jaar later met die andere Leuvense grootheid Milow op tournee te trekken. Afgelopen zomer stond ze nog op het hoofdpodium van Pukkelpop en is ze te horen op de nieuwe plaat van Cee Lo Green, die we kennen van de hit “Fuck You”. Het haar hoogtepunt tot nu toe korte carrière bereikte ze ongetwijfeld enkele weken geleden toen ze het voorprogramma van Prince mocht verzorgen. De 21-jarige singer-songwriter die tot voor kort altijd moederziel alleen op het podium stond, krijgt tegenwoordig versterking van een volwaardige band met Jasper Hautekiet op de bass, Frederik Vandenberghe op de drums en Joris Caluwaerts op de keyboards.
Selah Sue die ik eerder dit jaar al zag op Novarock en Pukkelpop, heb ik zien groeien van een iets wat schuchter en onzeker meisje tot een vrouw met ballen waarvan de zelfzekerheid er af druipt. Van haar stem (die aan Amy Winehouse en Duffy doet denken) waren we nu ook weer ondersteboven, echt fenomenaal welke toonaarden en –hoogtes die allemaal op jonge leeftijd aankan.
Het optreden dat ze in een uitverkochte concertzaal van de Vooruit voor ons bracht was een greep uit de nummers die verzameld staan op haar debuutalbum die in februari 2011 in de winkels zal liggen. Dat album zal een mengelmoes van soul, pop, jazz en reggae worden. Haar set opende ze met “Summertime” gevolgd door “Mommy” een nummer geschreven voor haar moeder, met wie ze een sterke band mee lijkt te hebben. Verder bracht ze nog een hele sterke cover van Lauryn Hills nummer “Lost Ones”.

Na het brengen van hits als “Raggamuffin” en “Crazy Vibes” sloot ze haar zeer gesmaakte set af met een fenomenale versie van “Crazy Sufferin”. Tijdens de bisronde bezorgde ze een jonge kerel de avond van zijn leven door hem op het podium te roepen, om samen nog eens het wonder mooie “Raggamuffin” te zingen. Het laatste wapenfeit van de avond was een soort van reggae medley, zo kwam er na een dik uur een einde aan een set die meer dan af was!

Setlist: 1. summertime 2. Mommy 3. Just Because I Do 4. Famous 5. Black Part 6. Lauryn Hills One 7. Fyah Fyah 8. Break 9. This World 10. Raggamuffin 11. Peace Of Mind 12. Crazy Vibes 13. Crazy Sufferin

Organisatie: Democrazy, Gent

Deftones

Deftones overtuigen met zweterige set

Geschreven door

Eind 2008 was Chi Cheng, bassist bij Deftones, betrokken in een auto-ongeval, en sindsdien bevindt hij zich een comateuze toestand. Het gevolg was dat ‘Eros’, het album dat de band toen aan het opnemen was, nooit uitgebracht is. Deftones beslisten echter om door te gaan, en vervingen Chi door Sergio Vega, die je misschien nog kent van bij de hard-core band Quicksand. In de zomer van 2009 zagen we Deftones nog aan het werk op Pukkelpop, en dit voorjaar brachten ze hun zesde album uit, ‘Diamond Eyes’, dat wel niet aan ‘White Poney’ of ‘Around the fur’ kan tippen, maar toch zijn goeie momenten heeft, vooral dan in de meer rustige nummers zoals “Beauty School” en “Sextape”. De steviger nummers op deze zesde, klinken allemaal een beetje hetzelfde, zodat het album als een lange uitgesponnen jam klinkt, met hier en daar een rustig intermezzo.

Hoewel we Deftones al een keer of vijf op hun vijftienjarige carriere aan het werk zagen, moet het de eerste keer in zaal geweest zijn, en daar keken we toch naar uit: het straaljagergeluid dat de geluidsmuren op Pukkelpop en Werchter genereren, doet eigenlijk geen recht aan het al bij al subtiele geluid van deze band. Plaats van mijn eerste Deftones zaalconcert, was vanavond in de Splendid, Lille, een ouderwetse cinemazaal die tot concertzaal omgeturnd is. Buiten vroor het dat het kraakte, dus was de verwarming binnen op het maximum gezet, en met een zaal volgepakt met 500 a 600 Noord-Fransen, resulteerde dat in een zweetgeurtje om u tegen te zeggen.
Alhoewel er twee voorprogramma’s waren, stond Deftones al om negen uur op het podium. In het midden was er een soort verhoogje neergezet, waar Chino Moreno veelvuldig op en af zou springen, en daarachter lag een Perzisch tapijt, zodat je de indruk kreeg dat Deftones in je woonkamer stonden te spelen. Links op het podium stond gitarist Stephen Carpenter, gezicht volledig verborgen door zijn lange haardos, daarachter versierde DJ en keyboard speler Frank Delgado de nummers, terwijl rechtsachteraan drummer Abe Cunningham er stevig op lost mepte. Daarnet voor week nieuwe bassist Sergio Vega nauwelijks van zijn vierkante meter, in groot contrast met Chino Moreno, die van links naar rechts over het podium zou schieten tijdens het concert.
Deftones vlogen er met een hard triootje stevig in, met “Rocket skates”, het beste harde nummer van de nieuwe “Diamond Eyes”, “Around the fur” en “My own summer”, waarbij de hele zaal “shove it, shove it, shove it “ meebrulde. Deftones bewezen vanavond dat metal niet altijd op een oerend hardgeluidsniveau gespeeld moet worden, we zouden onze oordopjes niet nodig hebben vandaag, wat eigenlijk toch wel een verademing is, en nog meer het gevoel gaf dat Deftones vanavond gewoon in hun repetitiehok stonden voor een kleine groep diehard-fans.
Moreno schreewde zijn ziel uit zijn lijf bij “Diamond Eyes”, “Royal” en “Prince” omdan wat gas terug te nemen, en zelf de gitaar omte gespen bij “Sextape”, waarbij opviel hoe goed de zangstem van Moreno eigenlijk wel is.
De set groeide naar een hoogtepunt toe met de eerste de gitaarakkoorden van “Minerva”, “Passenger” (het nummer van ‘White Pony’ waarop Maynard James Keenan van Tool zong) en het Noord-Franse publiek werd compleet zot bij “Change (in the house of flies)”en het door hiphop geinspireerde ”Back to school” waarmee de reguliere set afgesloten werd. Gitarist Carpenter nam niet de moeite om voor de bis het podium te verlaten, en zette heel rustig “Birthmark’ in, als opener van de bisronde, waarna het dolenthousiaste publiek nog getracteerd werd op de oudjes “Engine №9” en “7 words”.

Deftones zijn na vijftien jaar nog altijd relevant, en hoewel we ze de laatste jaren niet meer de grote vernieuwing brengen, bewees dit intiem concert dat Deftones nog altijd een van de toppers in de alternatieve metal/hardcore zijn.

Setlist
Rocket skates, Around the fur, My own summer, Lhabia, Fiet, Korea, Digital, Diamond, Royal, Prince, Butcher, Sextape, Risk, Dai, Lotion, Minerva, Passenger, Change (in the house of flies) , Back to school
Birthmark, Root, Engine no-9, 7 words

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Helmet

Een waanzinnige, onverslijtbare en charismatische Helmet

Geschreven door

Het NYse Helmet was één van die bands die beginjaren ’90 hardcore, grunge, alternative rock en metal integreerden. Page Hamilton, zanger/gitarist en spil van de band, en zijn kompanen waren gewone gasten die een potpourri maakten van invloedrijke bands als Stooges, Melvins, Killing Joke, Husker Du, Big Black, Butthole Surfers, Smashing Pumpkins, Sonic Youth, Metallica, Fugazi, Soundgarden, Nirvana, Alice In Chains en Mudhoney. Samen met Therapy?, Quiksand, Prong en Unsane speelden ze posthardcore/metalcore en gecontroleerde intelligente noisepop, een verfrissende wind voor een strakke, cleane en recht-door-zee gitaarsound. Ze brachten een paar opzienbarende platen uit als ‘Strap it on’ (20 jaar geleden btw!), ‘Meantime’ en ‘Betty’.
In 1998 hield Hamilton het voor bekeken. Op het afsluitende optreden in de Bota klonk de band uitermate vermoeid en was maar een schim meer van hun succesperiode; met een zucht van … bereikten ze de eindstreep.
Maar in 2004 kreeg Hamilton er opnieuw zin in, was hij één brok energie en dynamiek en trad hij aan met een jongere begeleidingsband. Sindsdien verschenen drie platen en draait de band op volle toeren, o.m. met de onlangs ‘Seeing eye dog’; ze zijn gerespecteerd door een legertje nineties gitaarfreaks, metalheads en ze krijgen er nu ook een pak jongeren bij. Helmet beleeft een tweede jeugd, wat handig meegenomen is.

Vorig jaar was er al een afspraak in een op voorhand uitverkochte Minnemeers. Opnieuw was de belangstelling groot en speelden ze in Gent een duidelijke thuismatch. Hamilton werd op handen gedragen en we hoorden een verkwikkende, bruisende, gebalde set, die de onderhuidse spanning, dreiging en rauwheid van vroeger behield. De band was goed op elkaar ingespeeld en er was ruimte voor compacte solo partijen, die dan weer verzwolgen geraakten door het krachtige ritme. Toegegeven, het nieuwe materiaal klinkt meer gepolijst en afgemeten en is een tic minder, net als de onderkoelde zang van Hamilton, die met de jaren minder angry klinkt.
Ze warmden het publiek op met de broeierige “Renovation” en “So long”, en prikkelende, verbeten versies van “I know”, “Harmless” en “Birth defect” volgden. Hamilton mag dan nog de spil van de band zijn, hij laat ruimte aan de anderen. Tussen sommige nummers door was Hamilton een verteller en entertainer. Met een grijns en een glimlach gingen de heren te werk, wat hen uiterst sympathiek maakte. Het liep allemaal gesmeerd. Songs als “White city” en “Enemies” waren eenduidiger, toegankelijker en meer afgelijnd.
Ze gaven een tandje bij op een rauw en intens gespeelde “Just another victim”, de bijdrage op ‘Judgement Night’, die de band naar ongekende hoogtes bracht. Het was de aanzet van hun golden classics als “Unsung”, “Wilma’s rainbow”, “In the meantime”, “Fbla II” en “Fbla”. Op deze songs waren de eerste rijen niet te houden en sky- en stagediveden ze als in de oude dagen. Het stuwde het materiaal en gaf elan aan de set. De rockliefhebber boog voor het moordende, scheurende tempo.

Helmet levert niet meer de prachtsongs van vroeger, maar overtuigden als een waanzinnige, charismatische live band. Onverslijtbaar, daar was iedereen het volmondig over eens …

Ook het uit Belfast afkomstige Lafaro kwam uitermate sympathiek over. Het postpunkkwartet speelde een stevige, strakke set, met noisy uitstapjes en maakte een broeierige spanningsboog van ‘70s hardrock, grunge en stoner. Een donker randje had de zang, die daarmee refereerde aan het adres van ex Girls Against Boys frontman Scott McCloud.

Organisatie: Democrazy, Gent

Gonjasufi

Gonjasufi – a sufi & a killer waren termen op z’n plaats!

Geschreven door

Voor de avontuurlijke muziekliefhebber was er vanavond een heel aparte vogel te zien, uit LA, Usa, Gonjasufi aka Sumach Ecks. Uniek in zijn soort, yogaleraar, die de islam bestudeerde, het soefisme (een filosofie over de realiteit van het menselijk bestaan, zelfkennis,  het harmonieus samenleven, wederzijds begrip hebben en vorming bieden)  en andere godsdiensten.

Hij heeft een heel bijzonder debuut afgeleverd ‘A sufi and a killer’. ‘Sufi’ als wijsheid, de spirituele dimensie van de islam, trainen van je  lichaam, je geest als beste vriend hebben en het bewust-zijn als animo, hoe het mag klinken; de ‘killer’, de persoon Gonjasufi, één brok energie die draaft over het podium als een wilde stier; die twee zaken gaan hand in hand. Hij straalt een ‘je m’en fou’ mentaliteit uit, en interesseert zich totaal niet aan politiek en politici die de islam als doelwit kiezen. Hij leerde zijn licht ontvlambare drift te beheersen, maar op het podium is er daar weinig van te zien door het feit dat hij vervalt in een soort hippoppose.
Hij houdt van allerlei geestesverruimende middelen, en verkeert graag in andere, betere en hogere sferen; Ganja, topkwaliteit marihuana, met een pijpje is hem niet vreemd.
De elektronica wizzard goochelt met geluiden en stijlen en maakt er een muzikale potpourri  en ontdekkingstocht van neopsychedelica, ‘70s retro , freejazz, trippop, reggae en funk met Arabische invloeden en elektronica vertier, die inhoudelijk vorm krijgt, maar structuurloos kan klinken. Z’n gruizelige, krakende stem heeft iets van Mark E Smith, David Thomas en John Lydon .
Natuurlijk is de hand van producers The Gaslamp Killer, Mainfraim en Flying Lotus herkenbaar. Hij doet ons terugdenken aan Lee Scratch Perry, George Clinton, Captain Beefheart en de Residents door de repetitieve, neuzelige synths, de samples en de weirde, onverwachtse wendingen. Avantgarde met een grote of kleine a zoals je het zelf wil. Hallucinant en smerig, die elke jonge en overjaarse hippie weet te boeien.
Op de live optredens wordt er zonder norm en dirigent gewerkt, enkel door z’n hiphopachtige armbewegingen verlegt of verhoogt hij het tempo. Deze kleine blok van ne vent, met z’n enorme baard, pikzwarte ogen en samengeklonterde dreadlocks kronkelt, ligt, zweeft over het podium en springt in alle richtingen, spuwt er nodige fucks, bullshits en motchafucks uit en zingt, predikt in twee overgemoduleerde microfoons. De songs hebben een ‘hoe komt het uit’ aanpak en zijn een soort jam van het origineel, een waaier van dreunende, rauw klinkende instrumenten en elektronica effectjes en bleeps.
Konden we het anders verwachten? M.i. niet, want tijdens de festivalzomer maakte hij er ook een potje van , zonder live band maar als DJ/rapper was er sprake van een niet bijster interessant optreden op Pukkelpop en Lowlands.
De roadie maakte het publiek warm door een cassetterecorder aan de micro te hangen; ruis en doodskreten hoorden we. De man ging volledig op in het aparte geluid van zijn meester, fans bogen voor hun profeet, anderen fronsten de wenkbrauwen, schudden het hoofd, hadden een grijns, relativeerden en bekeken de gig wat op afstand.
Een speciale, unieke gig dus, een bezwerende, meeslepende, broeierige psycho trip van verhakkelde songs, nauwelijks herkenbaar; o.m. haalden we “Sheep”, “She gone”, “Kowboyz & indians”, “Duet” en “Ancestors” uit de muzikale mallemolen.
In de bis hoorden we ergens een uitgesponnen “Candylane”. Mooi weliswaar! Op het einde werden de drums omvergegooid en klopte de drummer nog op de grond wat verder op de cymbalen. Toen de lichten al aanfloepten, brachten Gonjasufi, de roadie een soort oefensessie op het omvergegooide drumstel, samen met de bassist; ze konden op heel wat airplay rekenen van de die-hard fans.

Apart zeiden we … apart was het en eindigde het. Gonjasufi, ‘a sufi & a killer’, het zijn de juiste termen …

Organisatie: Botanique, Brussel

 


Pagina 309 van 386