logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Epica - 18/01/2...

Gee Tee

Gee Tee + Clamm - Punk in twee gedaantes

Geschreven door

Gee Tee + Clamm - Punk in twee gedaantes

Een verrassend hoge opkomst voor twee groepen, Gee Tee en Clamm, die toch niet bepaald bekendstaan als grote publiekstrekkers. Nu was deze affiche met twee groepen uit de bloeiende Australische punkscene, waarvan de wegen toevallig in Diksmuide kruisten, een mooie double bill.
Maar anderzijds was het ook gewoon een weekdag, met temperaturen die eerder uitnodigden om de voeten onder tafel te schuiven op een zonnig terrasje. Dat er dan toch zoveel volk de weg vond naar een donkere concertzaal sterkt mijn overtuiging dat er nog altijd behoefte is aan echte, levende muziek.

Telkens ik Clamm, een trio uit Naarm/ Melbourne, zie, hebben ze een andere bassist bij. De eerste keer, op Leffingeleuren in 2022, was Maisie Everett de bassiste, die toen al Luke Scott verving. Toen Everett definitief voor de Belair Lip Bombs koos, werd zij op haar beurt vervangen door Stella Rennex.
Maar toen ik de band in 2023 in De Kreun zag, werd haar plaats ingenomen door Alan Jones. Dit keer was Stella Rennex er wel bij en, toeval of niet, raakte ik, na die eerder teleurstellende passage in De Kreun, opnieuw helemaal in de ban van Clamm. Hoewel ik moet toegeven dat het even zijn tijd nodig had.
Clamm is nu niet meteen de feestband die je vanaf de eerste noten omver blaast maar gaandeweg raakte ik toch steeds meer gebiologeerd door hun intrigerende muziek. De set werd aangesneden met het nagelnieuwe "Swept up", een traag en onheilspellend nummer waarin zanger-gitarist Jack Summers de lyrics monotoon opdreunde. Echt punk kon je het niet noemen en dat gold eigenlijk voor de hele set, die voornamelijk putte uit de laatste plaat, ‘Serious acts’ en het voor oktober aangekondigde ‘And in glue’. Wat was het dan wel? Gemakshalve etiketteer ik het dan maar als postpunk, wat nogal grijs klinkt terwijl Clamm dat allerminst was. De eerlijke nummers werden met de nodige boosheid gebracht en pittig gekruid met een gitaar die niet zelden als stoorzender fungeerde. Vooral die dissonante gitaar bleef fascineren, wat het des te onbegrijpelijker maakte dat ze aanvankelijk zo ver in de mix zat.
Af en toe liet Jack Summers de snaren voor wat ze waren en tikte hij met een mij onbekend plastic voorwerp op de reeds flink gehavende body van zijn instrument. Gelukkig bracht de immer heerlijke bas van Stella Rennex wat melodische verlichting in de chaos. Samen met de voortreffelijk roffelende Miles Harding vormde ze een stevig houvast in de overstuurde herrie.
Het was precies die unieke combinatie van rauwe, onvoorspelbare energie en verfijnde melodische kracht die Clamm opnieuw onweerstaanbaar maakte.

Dat we met Gee Tee, een vijftal uit Sydney, ander vlees in de (punk)kuip hadden, werd meteen duidelijk. Waar bij Clamm de danslustigen pas tijdens de laatste nummers uit hun sloffen schoten, barstte de moshpit hier al tijdens de eerste noten van het openingsnummer, "Man to Ape", los.
Gee Tee wist in 2022 hun album ‘Goodnight Neanderthal’ uit te brengen op het Amerikaanse Goner Records, het label uit Memphis dat nog steeds hoog staat aangeschreven in underground kringen. Dat schept verwachtingen.
Dat hun volgende plaat ‘Prehistoric chrome’, een soort compilatie met nummers uit een bijna vergeten verleden én de verre toekomst, bij het veel bescheidener Nailbiter Records verscheen, kon daar niets aan veranderen.
Die verwachtingen werden vorig jaar al ruimschoots ingelost op Leffingeleuren en ook nu stelde het bonte gezelschap niet teleur. Zanger Kel Mason liep er in zijn wollen vestje en met een over zijn hoofd getrokken skimuts bij als een bultenaar uit een of andere fantasyfilm. Erg genuanceerd klonk zijn snauwende zang niet, maar dat kon de pret niet drukken.
Naast hem ontworstelde Ishka Edmeades, ook gekend als Tee Vee Repairmann, de ene na de andere pretentieloze maar daarom niet minder aanstekelijke lick aan zijn gitaar. De derde spilfiguur in de band is zonder twijfel Michael Barker, die we ook kennen van 1-800 Mickey. Zijn altijd gesmaakte gitaarbijdragen wisselde hij af met het wel erg doordringend geluid van een speelgoedorgeltje. Dat laatste klonk zeker goedkoop net als de nummers zelf trouwens, die nooit boven de twee minuten afklokten.
Nee, ingenieuze composities hebben we niet gehoord, maar sinds de Ramones weten we dat dat eigenlijk niet hoeft.
Gee Tee toonden zich meesters in lofi punk - eggpunk, zo je wil - waarin instinct het altijd haalde van perfectie. Nummers als "Pigs in the pit", "Mutate 2 Survive" of "Grease Rot Chemical" klonken steeds ruw en ongepolijst en vormden zo de perfecte brandstof voor een almaar uitzinniger wordende moshpit.
Meer moest dat eigenlijk niet zijn.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Sandra Kim

Sandra Kim bewijst op de Fonnefeesten veel meer te zijn dan een one-hitwonder

Geschreven door

Sandra Kim bewijst op de Fonnefeesten veel meer te zijn dan een one-hitwonder

Is het scoren van één onvergetelijke hit voor een artiest een vloek of een zegen? Neem nu Sandra Kim (*****). Toen ze in 1986 - tot op heden als enige Belgische artiest - het Eurovisiesongfestival won met “J'aime la vie”, gingen heel wat deuren voor haar open. Maar die enorme doorbraak bleek ergens ook een keerzijde te hebben. Door de jaren heen kregen we vaak de indruk dat Sandra Kim door slimme marketing in een bepaalde richting werd geduwd, waardoor ze zich als artieste misschien niet altijd volledig kon ontplooien. Een indruk uiteraard, want helemaal zeker kunnen we daar niet van zijn.
Wat we wel zeker weten, is dat Sandra Kim veel meer in haar mars heeft dan het grote publiek soms lijkt te beseffen. Dat bewees ze onder meer onlangs nog in 'The Masked Singer', maar vooral ook tijdens haar optreden op de Fonnefeesten.
Persoonlijk beschouwen we haar als een van de weinige Belgische artiesten die over beide landsgrenzen heen een breed publiek wist te bereiken. Met een stem en uitstraling die schakelen tussen chanson, soul en pop, bezit ze een veelzijdigheid die veel meer aandacht verdient dan ze doorheen de jaren vaak heeft gekregen.

Op de Fonnefeesten nam Sandra Kim de plaats in van Isabelle A, die haar tour wegens een borstkankerdiagnose moest annuleren. Geen eenvoudige opdracht, maar Sandra Kim voldeed aan de hooggespannen verwachtingen. Vanaf de eerste noot wist ze haar publiek op een innemende manier te grijpen. Met eigen nummers en enkele knappe covers kreeg ze al snel de handen op elkaar.
De beminnelijke Sandra Kim ontpopte zich bovendien tot een rasechte entertainer die, zonder ook maar één moment diva-allures te tonen, haar publiek met veel warmte, liefde en speelsheid wist te bespelen. Ze sprak vol lof over haar bandleden en liet de aanwezigen lachen, meezingen en dansen. Meermaals zorgde haar krachtige en doorleefde stem voor kippenvel en zelfs een weggepinkte traan, terwijl op andere momenten de dansspieren werden aangesproken.
Ook haar respect voor collega-artiesten viel op. Sandra Kim sprak uitgebreid haar bewondering uit voor Isabelle A en wenste haar een spoedig herstel toe. Die warme steun en dat oprechte respect voor een collega leverden haar van onze kant alvast een extra pluim.
Bij de hoge temperaturen, waarbij een groot deel van het publiek een plekje in de schaduw opzocht, was het niet vanzelfsprekend om iedereen meteen mee te krijgen. Sandra Kim moest het gaspedaal stevig indrukken en had het aanvankelijk wat moeilijk om alle aanwezigen volledig mee te krijgen.
Maar dankzij haar spontane uitstraling en een gevarieerde performance, die zweefde tussen pop, soul en chanson, kreeg ze het plein uiteindelijk helemaal mee. Iedereen was mee met “J’aime la vie”, dat ze met zichtbaar veel liefde en gedrevenheid bracht. Maar net op dat moment werd ook duidelijk dat die wereldhit slechts één hoofdstuk vormt in een veel rijker en veelzijdiger verhaal.
Tijdens een wervelende finale, opnieuw voorzien van een mooie ode aan Isabelle A, liet Sandra Kim het plein dansen in de brandende zon.

Met een optreden dat het leven vierde, bewees Sandra Kim wat we eigenlijk al jaren wisten: ze is veel, veel meer dan de zangeres van “J'aime la vie”. Het is alleen jammer dat een groot deel van het publiek die veelzijdigheid nog altijd te weinig lijkt te zien.
Op de Fonnefeesten toonde Sandra Kim echter met verve dat ze veel meer is dan een 'one-hitwonder'. Wat volgde, was anderhalf uur puur genieten.

Pics homepag @Isabel Van Oosthuyse

Organisatie: Fonnefeesten, Lokeren

Soledad Brothers - Alsof ze nooit zijn weggeweest ...

Geschreven door

Soledad Brothers - Alsof ze nooit zijn weggeweest ...

Soledad Brothers zag in 1998 het levenslicht in Maumee, een stadje vlakbij Toledo in de Amerikaanse staat Ohio. De groepsnaam is ontleend aan de Soledad Brothers: drie veroordeelde leden van de militante Black Panther Party die opgesloten zaten in de Soledad-gevangenis in Californië.
Soledad Brothers bestond uit zanger-gitarist Johnny Walker, drummer Ben Swank (beiden afkomstig uit Henry And June) en saxofonist-gitarist Brian Olive, die eerder deel uitmaakte van The Greenhornes. Hun titelloze debuut uit 2000 werd geproduceerd door Jack White. Ook Meg White, die destijds een relatie had met Brian Olive, werd in de credits vermeld. De samenwerking was wederzijds: Johnny Walker speelde op enkele nummers van het debuutalbum van The White Stripes, terwijl hij Jack White naar verluidt slidegitaar leerde spelen.
Toch bouwden de Soledad Brothers vooral live een stevige reputatie op, waarvan ik talloze keren getuige was. Even leek een doorbraak in de maak. De derde plaat, ‘Voice Of Treason’, verscheen bij majorlabel, Polydor, waarna de band plots mocht aantreden op grote festivals als Cactus, Dour en Pukkelpop. Het sprookje kwam evenwel abrupt ten einde, amper enkele weken na het verschijnen van het vierde album, ‘The Hardest Walk’, in 2006.
Johnny Walker probeerde het nadien nog met Cut In The Hill Gang en All-Seeing Eyes, dat nog steeds actief is, maar geen van beide bands kon tippen aan de Soledad Brothers. Brian Olive bracht in 2009 nog een soloalbum uit, terwijl Ben Swank samen met Jack White en Ben Blackwell, drummer bij The Dirtbombs, Third Man Records oprichtte.

Na een eerdere mislukte poging wist Johnny Walker de Soledad Brothers dit jaar dan toch opnieuw bij elkaar te fluiten. Er volgde een korte tournee door Engeland en Frankrijk met gelukkig ook één Belgisch optreden, dankzij de alerte concertorganisator 4AD.
De Soledad Brothers hadden een loodzware rit achter de rug vanuit het Bretoense Binic, waar ze hadden opgetreden op het befaamde Binic Folks Blues Festival. Maar eenmaal op het podium was van vermoeidheid nauwelijks iets te merken. Een zichtbaar ouder geworden en wat zwaardere Johnny Walker vloog er meteen weer met dezelfde passie als vroeger in. Zijn danspasjes waren misschien wat stroever, maar het vuur was allerminst gedoofd. Ook Brian Olive, op wie de jaren nauwelijks vat leken te hebben gehad, had er duidelijk schik in. Drummer Ben Swank leek van zijn kant soms op de toppen van zijn tenen te moeten lopen en had blijkbaar wat last van die twintig jaar inactiviteit.
Een setlist was er niet maar de meeste nummers herkende ik meteen, hoewel het al vele jaren geleden was dat ik nog een Soledad Brothers-plaat had opgelegd. Het begon meteen straf met "Handle song", een nummer van hun debuutalbum, misschien wel hun beste plaat, die tijdens het optreden ruim aan bod kwam.
Al heel vroeg in de set losten ze "Cage That Tiger", een uiterst catchy nummer dat in een rechtvaardigere wereld altijd een hit zou zijn geworden. De Soledad Brothers slaagden er als geen ander in de blues te laten swingen. Objectief bekeken kun je dit als bluesrock bestempelen. Maar dit stond mijlenver af van wat andere groepen uit dit inmiddels wat beschimmeld genre brengen. Garageblues dekt de lading wellicht beter maar schiet nog altijd tekort om die verbazingwekkende, genre-overstijgende souplesse, die de band altijd heeft gehad, te vatten.
Intussen bleven ze de parels aaneenrijgen: "Teenage heart attack", "Jack on fire", een eerste The Gun Club cover, en lovesong "Rock me slow" waarin Johnny Walker kazoo leek te spelen zonder er een in handen te hebben.
Of wat te denken van de bijzonder aanstekelijke, volledig hertimmerde versie van Big Joe Williams' "Break 'Em On Down", die tegelijk woest en wendbaar klonk.
Voor de laatste drie nummers ruilde Brian Olive zijn gitaar in voor een saxofoon, het startschot voor een zinderende finale die begon met een door furieuze saxstoten opgejaagd "Goin' Back To Memphis". Daarop volgde "Gimmie Back My Wig" van Hound Dog Taylor, een nummer dat ik de laatste tijd opvallend vaak heb gehoord, vooral in de versie van GA-20, die het op elk optreden speelt. Maar deze heerlijke uitvoering, met saxofoon, moest zeker niet onderdoen voor de nijdige gitaarinterpretatie van de band uit Boston.
De Soledad Brothers sloten af met een van hun allereerste nummers: "Gospel according to John" dat ontaardde in een orgie van feedback.
Lang moesten we niet om een bis schreeuwen, want Ben Swank vertikte het om van het podium te stappen en bleef gewoon achter zijn drumstel zitten. Niet getreurd want het toetje bleek weergaloos: een met withete gitaren gelardeerde versie van "Preachin' The Blues (Up Jumped The Devil)" van Robert Johnson, gebracht in de furieuze interpretatie van The Gun Club.
Een spetterend orgelpunt van een magnifieke set waarin de Soledad Brothers bewezen dat ze na een hiatus van twintig jaar niets aan frisheid hadden ingeboet. Ware het niet dat mijn knieën hun beste tijd hebben gehad, ik zou het team van de 4AD ervoor op blote knieën bedanken. 

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Cosmic Psychos

Cosmic Psychos - No-nonsense pubpunkrock

Geschreven door

Cosmic Psychos - No-nonsense pubpunkrock

Het was toch even schrikken toen ik in Kortrijk aankwam want ik kon al van ver de muziek horen bonken. Het festijn was duidelijk al volop aan de gang. Nadat ik me niet zonder enige moeite naar binnen had gewrongen kon ik tot mijn grote opluchting vaststellen dat niet Cosmic Psychos verantwoordelijk was voor de geluidsterreur.
Wat klonk dit ontieglijk luid! Nadat mijn oren zich enigszins aan het volume hadden aangepast, hoorde ik een bijzonder hechte sound met een ongelooflijk strakke drive. Vertwijfeld begon ik me af te vragen wie ik hier eigenlijk voor me had.

Ik had geen weet van een voorprogramma, maar de heren van Cosmic Psychos waren blijkbaar zo galant er zelf eentje mee te brengen. Het bleek te gaan om Lunatic, een kwartet oudere jongeren uit Melbourne met drie platen op het conto.
Centraal vooraan op het podium stond een bijzonder gevaarlijk ogende bassist, iemand die zonder auditie een rol in een horrorfilm zou krijgen. Met zijn staalharde tronie leek hij het lachen al jaren verleerd. Gelukkig zagen de kompanen van Liam Kennealy, - zo bleek de man te heten - er een pak minder angstaanjagend uit. De mannen brachten fuzzgedreven rock met een bulldozergehalte dat niet moest onderdoen voor dat van Cosmic Psychos. Vooral de ineenstrengelende gitaren van zanger Pugs Lyngcoln en Dick Straight sloegen voortdurend gensters waar ik maar geen genoeg van kon krijgen. Dat de zang wat minder uit de verf kwam nam ik er graag bij. Hoewel ze me voldoende murw gebeukt hadden, vond ik het toch jammer dat ik hun entree had gemist.

Hoewel ik Cosmic Psychos eerder dit jaar in een propvolle De Casino in Sint-Niklaas (capaciteit: 650) had gezien, wilde ik ze absoluut nog eens terugzien in The Pit's.
Lees gerust Cosmic Psychos - Compromisloze bulldozerpunk
Als een band met die faam zelf vraagt om nog eens in dat punkhol genaamd The Pit's (capaciteit: 80) te mogen spelen, dan wil ik daar maar al te graag bij zijn. Zevenentwintig jaar geleden stonden ze er voor het eerst op het podium en volgens zanger-bassist Ross Knight was er sindsdien niets veranderd, iets wat hij alleen maar goed vond. Wij ook, trouwens. Sinds drummer Dean Muller na een schouderoperatie de band verliet, is Cosmic Psychos feitelijk een duo. Aanvankelijk nam BC van Dune Rats zijn plaats in maar sinds deze tour wordt die rol vervuld door Dan Peters, een oude vriend van Ross Knight. Peters was heel even drummer bij Nirvana voordat Dave Grohl zijn plaats overnam en drumt al sinds de oprichting bij Mudhoney. Veel verschil in stijl met BC was er niet, al klonk Dan Peters misschien net iets speelser.
Voor de rest bleef alles bij het oude met een setlist die op twee nummers na - "Custom Credit" en "Back In Town" - niet afweek van die in De Casino.
No-nonsense pubpunkrock zonder enige concessies die uiteraard perfect tot zijn recht kwam in The Pit's. Urgent is het misschien niet meer maar het blijft een zorgvuldig te koesteren relikwie. En het blijft altijd even leuk om mee te maken. Hoe gitarist Mad Macka tijdens het traditionele slotnummer "David Lee Roth" zijn Marcelleke uittrekt om zijn indrukwekkende bierpens op en neer te laten deinen, blijft onbetaalbaar.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

ZZ Top

ZZ Top – They still got the blues, maar … het wordt tijd dat de fakkel wordt doorgegeven

Geschreven door

ZZ Top – They still got the blues, maar … het wordt tijd dat de fakkel wordt doorgegeven

Donderdag ll was zo’n dag dat we met toch wat twijfels naar Vorst Nationaal trokken … Dé legendarische rock-blues band uit Houston , ZZ TOP, kwam spelen. Die mannen zijn al 57 jaar bezig en de vraag was toch wel, na de dood van Dusty Hill, of er sleet is op het trio.

Maar eerst even het voorprogramma. Het was er nu wel eens eentje die de moeite was, Laura Cox.
De Frans-Engelse rockgitariste stond met haar kwartet een half uur volle gas te geven op het podium. Potige rock’n’roll die in het begin wat rommelig overkwam, maar naarmate hun set vorderde, bewezen ze hun klasse. Drie prima muzikanten ondersteunden Laura bij de zang en haar krachtige, dynamische gitaarspel. Het publiek kon dit zeker smaken. Op 23 november komt ze als hoofdact naar het Koninklijk Circus. Een must-see!

Om 21u was het dan aan de oudjes van ZZ TOP. We wisten al langer dat Dusty Hill was vervangen door zijn gitaartechnicus Elwood Francis maar dat drummer Frank Beard wegens ziekte ook moest worden vervangen (door Michael Monahan) was voor ons toch wel een domper op de feestvreugde. En dat was te merken aan het toch wel wat makke concert.
De opkomst was nog met veel bombarie, Elwood had een basgitaar mee met wel zeventien snaren, ze zetten in met het spetterende “Got me under pressure” en de zo gekende synchrone moves deden veel moois verwachten.
Helaas is Gibbons niet meer zo goed bij stem. Regelmatig krakend en nauwelijks hoorbaar. Gelukkig is er op zijn gitaarspel nog weinig of geen sleet. Wat wel stoorde was de soms oorverdovende, ongepaste erg zware basstunes van Elwood in de nummers. We zijn zoekende naar de meerwaarde hier.
Het was dan pas bij hun grote hits “Gimme all your loving” , “Legs” waar de zo bekende wol-beklede gitaren werden gebruikt en “Sharped dressed man” dat de matig gevulde arena uit de bol ging.
Na een dik uur wou het trio al afscheid nemen maar er werd toch volop om meer geschreeuwd en dat kregen we o.a. met songs “Brown Sugar” en het helaas ingekorte “La Grange”.
Jammer maar de eindconclusie is toch: ‘de mot’ zit erin bij deze oude giganten, ‘they still got the blues’, het wordt hoog tijd om de eer aan zichzelf te houden en de fakkel over te laten …

Playlist: Got me under pressure;  I thank you;  Waitin’ for the bus;  Jesus just left Chicago;  Gimme all your lovin’;  Pearl Necklace;  I’m bad, I’m nationwide;  I gotsta get paid;  My head’s in Mississippi; Brown paper back;  Cheap Sunglasses;  Just gat paid;  Sharped dressed man; Legs; Brown sugar;  Tube snake boogie;  Thunderbird;  La Grange

Organisatie: Gracia Live

The Schizophonics

The Schizophonics - Waanzinnige rock-'n-roll

Geschreven door

The Schizophonics - Waanzinnige rock-'n-roll

Het festivalseizoen mag dan al begonnen zijn, de 4AD blijft deze zomer stevig verder programmeren. Na het wegvallen van het gratis cultuurfestival Stad Onderstroom kwam er ruimte vrij en die werd gevuld met een reeks concerten waaronder enkele bijzonder interessante namen.
The Schizophonics mochten die reeks op gang trappen. Veel volk wist de groep niet naar de nochtans heerlijk koele zaal te lokken, maar wie erbij was, zal dit optreden nog lang heugen.

Opener van dienst was Yack, een exponent van Trans4muziq, een Europees project van 4AD en Les 4Écluses waarbij beide clubs een band begeleiden via een coachingstraject en wat speelkansen. Volgens de aankondiging brengt het viertal uit Duinkerke atypische progressieve rock. Wat dat dan ook precies mocht betekenen, het stond in ieder geval haaks op dat wat we van The Schizophonics mochten verwachten. Volgens sommige kenners is het enige positieve aan progrock dat het de geboorte van de punk als tegenreactie heeft uitgelokt. Zover zou ik het nu ook weer niet willen drijven. Zelf was ik in mijn prille tienerjaren ook even in de ban van progressieve rock maar al snel besefte ik dat rock-'n-roll veel meer mijn ding was. Toch was ik benieuwd of Yack mooie herinneringen aan die kortstondige liefde voor het genre weer tot leven kon wekken.
Dat viel met "Celui dont l'armée est affligée (aka Achille)" aanvankelijk behoorlijk tegen. Technisch viel er ongetwijfeld weinig op aan te merken maar het klonk toch vooral voorspelbaar. Van het aangekondigde ‘atypische’ was in geen velden of wegen sprake. Zo bleef het verder kabbelen zonder echt onaangenaam te worden, tot het vierde nummer me plots bij mijn nekvel greep.
In een lange compositie slaagde Yack er plots wél in een spanningsveld te creëren. Dit vindingrijke nummer dat minutenlang bleef fascineren deed me zelfs denken aan hedendaagse 'kosmische' groepen als Elkhorn. Na die tour de force kon Yack niet helemaal op dat elan verder borduren maar hun volledig instrumentale rock kreeg vanaf dan wel wat meer weerhaakjes. Het was vooral gitarist Xavier Muller die het laken naar zich toe trok, al klonk ook toetsenist Charles Fuchet bij momenten inventief, zeker wanneer hij zich even niet Keith Emerson waande. Verder bestond het kwartet uit François Morlot op een soms volvet klinkende bas en drummer Jérôme Coppens.
Veel potten zal Yack wellicht niet breken maar het mag op zich al een prestatie heten dat de band de handen van de aanwezige rock-'n-roll-fanaten toch vlot op elkaar kreeg.

Na hun fenomenale optreden in Café De Zwerver prijkten The Schizophonics vorig jaar helemaal bovenaan mijn eindejaarslijstje. Toch was ik er niet helemaal gerust op. Zou dit ook in een zaal werken of was het verrassingseffect na een tweede keer misschien verdwenen? Die twijfels werden meteen van tafel geveegd.
Pat Beers deed ons meteen vergeten dat we ons in een iets te ruim uitgevallen zaal bevonden terwijl zijn podiumpresence me opnieuw de adem benam. Bovendien bleek de setlist, voor zover die er al was, grondig hertekend met heel wat nummers uit de nieuwe plaat die binnen twee maanden zou uitkomen.
Als rock-'n-rollliefhebber kon ik meteen mijn hart ophalen want het trio uit San Diego trapte de set af met een furieuze versie van "Tiger man". Oorspronkelijk een nummer van Rufus Thomas, maar The Schizophonics haalden hun mosterd bij Elvis Presleys legendarische '68 Comeback Special. De song lijkt Pat Beers trouwens op het lijf geschreven: "I'm the king of the jungle, I'm the tiger man..." Al na dertig seconden ging hij door zijn knieën. Nauwelijks enkele tellen later drukte hij zijn gitaar in de handen van iemand uit het publiek waarna hij enkele sierlijke pirouettes draaide. Dit bleek slechts het voorspel van een fysieke uitputtingsslag waarin de spagaten en saltos elkaar meedogenloos opvolgden en Beers als een wervelwind over het podium én door de zaal raasde. Waar een normaal mens dit hooguit één nummer zou volhouden ging Beers er een hele show lang onverstoorbaar mee door. Nog opmerkelijker is dat hij tijdens al die acrobatische capriolen gewoon gitaar blijft spelen. Meestal zelfs met één hand, hoog op de gitaarhals, terwijl hij zijn instrument ook nog eens met diezelfde hand vasthoudt. Ooit zag hij Jimi Hendrix met één hand soleren tijdens "Wild Thing" op het Monterey Pop Festival. Dat moment vond hij zo indrukwekkend dat hij er uiteindelijk zijn handelsmerk van maakte. Intussen is zijn acrobatische speelstijl zodanig geëvolueerd dat hij Jimi Hendrix op dat vlak zelfs naar de kroon steekt.
Ook muzikaal blijft Hendrix een grote invloed, naast de hitsige funk van James Brown en de rauwe protopunk van MC5 en The Stooges. De gitaar klonk venijnig scherp en leek geregeld te verzuipen in feedback, terwijl de zang hijgerig klonk alsof Beers voortdurend op zijn adem trapte. Je zou voor minder, natuurlijk. Met al die fysieke krachttoeren leek het soms een kwestie van tijd voor hij uit de bocht zou gaan, maar zover kwam het uiteindelijk niet. Hij werd dan ook stevig in het gareel gehouden door een bijzonder gretig doordenderende ritmesectie: vrouwlief Lety op drums en de ravissante Sarah Linton (ex Death Valley Girls) op bas, die net de geneugten van een Picon had ontdekt.
Veel songs, op de nieuwe single "Dirt Dog" na, heb ik niet herkend. Vermoedelijk kregen we heel wat nieuw materiaal te horen en dat belooft alvast veel goeds voor de nieuwe plaat. Eindigen deden ze zoals ze begonnen: met een zinderende lap rock-'n-roll, waarin meermaals "shake, shake, shake" weerklonk en die zo uit de koker van Little Richard of Jerry Lee Lewis leek te komen.
Met zo'n slot had ik zonder meer vrede kunnen nemen, maar de batterijen van Pat Beers bleken nog lang niet leeg. Er volgde een geweldige bis waarin nog één keer alles uit de kast werd gehaald. Dit keer kregen we een echte cover van Little Richard: "Bama Lama, Bama Lou" waarin ook flarden James Brown ("Papa's got a brand new bag") en MC5 verweven zaten.
Het werd de ultieme apotheose van een waanzinnige set van één van de hardst werkende rock-'n-roll bands.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Prins S. en De Geit

Prins S. en De Geit - Great Gigs In The Park - Een gek avondje alle remmen los

Geschreven door

Prins S. en De Geit - Great Gigs In The Park - Een gek avondje alle remmen los

De Great Gigs In The Park-reeks zet dit weekend een punt achter een geslaagde editie. Op zondag 5 juli volgt nog een gratis slotfeest met de plaatselijke helden Steppin' Tone, die ongetwijfeld voor een flinke dosis reggae- en dubvibes zullen zorgen.
Voor ons lag de laatste  afspraak echter op zaterdagavond. De affiche beloofde een feest van begin tot einde, met als absolute publiekstrekker Prins S. en De Geit. Het Nederlandse collectief staat bekend om zijn onweerstaanbare cocktail van rauwe dancebeats, pompende elektronica en spitsvondige, licht absurde Nederlandstalige teksten. Een combinatie die al talloze clubs, concertzalen en festivalweides volledig op hun kop zette. Alsof dat nog niet volstond, stond ook het afscheid van Willy Organ op het programma. De Gentse cultfiguur, die de voorbije jaren een haast mythische livefaam opbouwde met zijn compromisloze en heerlijk eigenzinnige optredens, zou nog één keer de toetsen beroeren. Alle ingrediënten voor een memorabele festivalavond waren dus aanwezig.
We zouden dit verslag kort kunnen houden en meteen besluiten: dit was de meest absurde avond van de hele reeks. Die absurditeit bleek immers de rode draad.

Willy Organ, getooid in een jeansvest zonder mouwen vol badges en een opvallende short, mocht de spits afbijten. Helemaal in zijn gekende stijl. Schlagers brengen en die overgieten met een flinke dosis humor en jolijt. Hij kreeg moeiteloos de handen op elkaar. Sommigen waren zelfs speciaal voor deze unieke farewell show afgezakt naar Sint-Niklaas. Nog één keer het dak eraf laten gaan, dat was duidelijk de boodschap. Meermaals bewees deze grappenmaker pur sang bovendien dat hij ook een aardig stukje kan zingen én brullen. Maar vooral: hij weet als geen ander hoe hij zijn publiek moet bespelen. Je haat het of je houdt ervan. Hij haalde grappen en grollen uit, ging zelfs op de grond gaan rollen en op het einde van de set mochten fans mee op het podium.
Dat hij als enige voorprogramma van de volledige Great Gigs In The Park-reeks nog een extra bisronde mocht draaien, zegt eigenlijk alles.
Stoppen vóór je een karikatuur van jezelf dreigt te worden: dat leek de onderliggende boodschap. En daarin is Willy Organ met glans in geslaagd.
Wat een heerlijk feestje, met het verstand volledig op nul. Het ga je goed, Willy. Misschien tot bij een volgend project?

Absurditeit op Hollandse wijze: het is eens iets anders. Bands als Goldband spelen met die ingesteldheid moeiteloos grote zalen plat en prijken hoog op de affiches van de grootste festivals. Prins S. en De Geit  voegen er nog een flinke scheut punkattitude aan toe, en dat kunnen wij alleen maar smaken. Feesten staat centraal; het leven is al ernstig genoeg.
De bijzonder spraakzame frontman neemt zijn publiek vanaf de eerste noot mee in een compleet losgeslagen sfeer. Daarbij worden alle klassieke concertclichés bovengehaald: een sit-down, van links naar rechts bewegen tijdens “Kinderboerderij”, meerdere keren de handen massaal de lucht in ... Maar de band komt er moeiteloos mee weg.
Muzikaal valt Prins S. en De Geit nauwelijks in een hokje te stoppen. Als er dan toch een etiket op moet, dan misschien ‘pretpunk’, al dekt ook dat de lading niet volledig. De groep speelt zijn set alsof ze voor een afgeladen festivalweide staan, en dat siert hen. Opvallend genoeg was er deze avond immers minder volk aanwezig dan je op basis van de affiche zou verwachten. Daar was tijdens het optreden echter niets van te merken. Het aanwezige publiek ging zo enthousiast tekeer, aangestuurd door een band die zelf minstens even speels uit de hoek kwam. Zelfs een moshpit tijdens “Bidden in de Moshpit”, waarbij de frontman doodleuk tussen het publiek ging staan, zorgde voor een extra hoogtepunt.
Prins S. en De Geit zorgden voor een gek avondje alle remmen los, volledig volgens de beste Hollandse traditie. Met humor, kwinkslagen en een dosis absurditeit werd het een feestavond die nog lang zal nazinderen.
Deze muzikale België-Nederland-ontmoeting eindigde op een mooi gelijkspel. Beide acts bleken in hun compleet eigen universum even sterk. Klasse.

Pics homepag @Sven Dullaert

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas (ikv GGITP)

Danny Vera

Danny Vera - Great Gigs In The Park - Tussen een crooner en een rasechte rocker

Geschreven door

Danny Vera - Great Gigs In The Park - Tussen een crooner en een rasechte rocker

De Nederlandse singer-songwriter Danny Vera schrijft al sinds zijn tienerjaren liedjes over het leven, de liefde en de dood. In 2019 scoorde hij met “Roller Coaster” een gigantische hit, waarna heel Nederland hem in het hart sloot. Intussen speelt hij moeiteloos uitverkochte zalen en is hij ook volop bezig Vlaanderen te veroveren. Geen wonder dus dat zijn optreden op Great Gigs in the Park in Sint-Niklaas zo goed als uitverkocht was.
Danny Vera beweegt zich moeiteloos tussen de charme van een crooner en de kracht van een rasechte rocker. Die unieke combinatie maakt hem tot een artiest die zowel kan ontroeren met ingetogen ballads als het publiek kan meeslepen met een stevige portie rock-'n-roll.

Jan Bas  is songwriter, gitarist en rock-'n-rollromanticus, met het hart op de juiste plaats. Met een sound in americana, soul en roots bouwt hij aan een eigen, doorleefde sound, ergens tussen Richard Hawley, Leon Bridges en de jonge Bruce Springsteen in. Zijn debuutalbum verschijnt pas in 2027, maar live bewijst hij nu al zijn kunnen.
Met enkel zijn gitaar en zijn doorleefde stem doet hij zijn uiterste best om het talrijk opgekomen publiek te ontroeren. Dat vergt aanvankelijk wat inspanning, maar gaandeweg krijgt hij het park wonderwel stil. Met eigen nummers, covers van onder meer Chris Isaak en Bruce Springsteen én een eigen song geïnspireerd op Elvis Presley oogst hij moeiteloos applaus.
Toch bewijst Jan Bas vooral over een eigen smoel te beschikken. Hij laveert tussen melancholie en aanstekelijke americanarock, precies de stijl waarvoor het merendeel van het publiek naar Sint-Niklaas was afgezakt.
Op 1 april 2027 stelt hij zijn debuutalbum ‘Sundust’ voor in de AB Club. Dat is allerminst een aprilgrap, maar wel een concert om nu al naar uit te kijken.

De charismatische crooner en hartenbreker Danny Vera zorgt vervolgens voor een zwoele zomeravond vol kippenvelmomenten. Zijn songs raken de gevoelige snaar en zetten aan tot enkele danspasjes bij valavond. “Night of a 1000 Lights”, “Sound of Long Ago” en vooral het prachtige “The Devil's Son” komen sterk binnen.
Terwijl een zachte avondbries over het park waait en de temperaturen eindelijk wat draaglijker zijn na de hittegolf van de voorbije weken, doen Vera en zijn uitstekende begeleidingsband de temperatuur figuurlijk opnieuw richting kookpunt stijgen. Ruim negentig minuten lang - en zelfs iets langer - houdt hij het publiek volledig in zijn greep. Enkele technische problemen met de boxen vooraan zorgen wel voor wat ergernis, maar kunnen de pret nauwelijks drukken. Danny Vera is een ras entertainer die zich niet snel uit zijn lood laat slaan en zijn publiek moeiteloos meeneemt in zijn verhalen. Soms worden zijn bindteksten wat langdradig, maar dankzij zijn ontspannen charisma stoort ook dat nauwelijks.
Met nummers als “Make It a Memory” en de prachtig gebrachte cover van “Zijn het je ogen” doet hij menig hart smelten onder de ondergaande zon. Net als de persoonlijke ode aan een overleden vriend, “Bye Bye Eddie”, laat ook dat nummer niemand onberoerd.
De hele avond blijft Vera balanceren tussen dansbaar en intiem. Hij weet perfect wanneer hij gas moet terugnemen en wanneer hij net een versnelling hoger moet schakelen. Die afwisseling werkt aanstekelijk, waardoor het concert voorbij lijkt te vliegen. Songs als  “Morning Dawns Again”, “Livin' Proof”, “Pressure Makes Diamonds” en “Sugah Rush”  illustreren het perfect.
Er volgt nog een bisronde. Eerst krijgt Danny Vera het park muisstil met een bijzonder persoonlijke song, solo gebracht met enkel gitaar. Daarna trekt hij samen met zijn band nog één keer alle registers open in een meeslepende americanawervelstorm, met onder meer “Roller Coaster”, “If You Want Me To” en “Folsom Prison Blues”.
Als een volleerd entertainer bewandelt hij de lijn tussen een hartveroverende crooner en een pure, rasechte rocker. Een kunst!

Setlist : Night of a 1000 Lights - Sound of Long Ago - The Devil's Son - Plastic Jesus - Morning Dawns Again - Livin' Proof - All Night Long - Zijn het je ogen (Koos Alberts-cover) - Bye Bye Eddie - Switchblade - Make It a Memory - Pressure Makes Diamonds - Road Rhythm Blues - Sugah Rush - Honey South - Roller Coaster - If You Want Me To - Folsom Prison Blues

Pics homepage @Tim Vermoens

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas (ikv GGITP)

Pagina 1 van 392