logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Hooverphonic

Train

Train vol overtuiging in kleine Duitse club

Geschreven door

Ook in de muziekwereld is het crisis. Rechtstreeks gevolg hiervan is dat Amerikaanse bands nu al eens vlugger over de plas vliegen om ook hier in Europa een graantje mee te pikken. Zo maakte de Amerikaanse poprockband Train eindelijk nog eens een uitstapje naar het vaste continent voor een korte Europese tournee die helaas geen halt hield in België. Dan maar even afzakken tot in Keulen. De veel te kleine club Luxor was ‘the place to be’. Bijzonder vreemd om een band als Train in een dergelijke omgeving aan het werk te zien.
Train brak in 2001 door met het album ‘Drops Of Jupiter’. De gelijknamige single werd wereldwijd een grote hit. Velen dachten dat deze band een eendagsvlieg zou blijven tot de single “Hey Soul Sister” recent voor een nieuwe Europese doorbraak zorgde. Na 2001 bracht Train nog drie studioalbums uit, die vooral in eigen land bijzonder succesvol waren. Het recentste, vijfde album ‘Save Me San Francisco’ ligt sinds de zomer van 2009 in de rekken en mede door het enorme succes van “Hey, Soul Sister” (de succesvolste Train single ooit!) wordt de plaat nu opnieuw door vele popfans heropgepikt.

De club Luxor (een veredelde dancing) zat al afgeladen vol toen opwarmact Wayne Jackson een klein half uurtje akoestisch zijn ding mocht doen. Jackson, een sympathieke Brit die in Berlijn leeft, heeft net zijn tweede album ‘Undercover Psycho’ uitgebracht, een vrij aardige popplaat. Een zeer slecht zaalgeluid zorgde echter voor een totaal ongenietbaar optreden. De man probeerde echter wel als een echte ‘stand-up comedian’ contact te leggen met het publiek, iets wat hij met zijn popsongs niet kon verwezenlijken. De slechte klank deed het ergste vrezen voor het optreden van Train.

Het optreden van Train begon na de openingstune: “Lights” van Journey (net als Train afkomstig van San Francisco). Een mooiere start hadden we niet durven hopen. Eenmaal op het podium ging het feestje pas echt van start met een straffe versie van “Parachute”. Wonderbaarlijk hoe de geluidstechnicus van begin af aan er toch in slaagde een deftig geluid neer te zetten. Ondanks de bijzonder kleine setting had de band er duidelijk zin in. Het Train ‘core trio’, Patrick Monahan (vocals), Jimmy Stafford (lead gitarist) & Scott Underwood (drummer), werd live versterkt door een extra bassist en keyboardspeler. Zanger Pat Monahan bleek ook een prima frontman te zijn, die voortdurend het contact hield met het publiek. De setlist bestond uit songs uit 4 van de 5 studioalbums van de band. Helaas niets uit het minst succesvolle album ‘For Me, It’s You’. Uit het debuutalbum kregen we enkel het sublieme “Meet Virginia” te horen.
Tijdens “She’s On Fire” mochten 4 jonge, mooie Duitse meiden Pat flankeren. De ‘Trainettes’ kregen elk een Train T-shirt en mochten nadien enkele malen het refrein meezingen. Een ander, absoluut hoogtepunt was de Led Zeppelin cover “Ramble On”. Pat Monahan, die ooit een Led Zeppelin coverband had, zong als een volleerde Robert Plant de sterren van de hemel. Tijdens “If It’s Love” gingen alle draagbare telefoons in de lucht in voor een foto op Twitter. Even later ging zanger Pat ook nog het publiek in voor een rondje crowdsurfing. Geniaal en een beetje pretentieus om het gevecht aan te gaan met het gevaarlijke lage plafond. De kwaliteit in de set bleef constant hoog. Enkel Train’s grootste hit: “Hey, Soul Sister”, aan het einde, werd iets minder stemvast gebracht.
Met de internationale hit “Drops Of Jupiter” (de song die Pat schreef na het overlijden van zijn moeder en de band twee Grammy Awards opleverde)werd er in stijl afscheid genomen van het publiek.

Train legde een vrijwel vlekkeloos parcours af. De overtuigingskracht, de kleurrijke set vol afwisseling en de waanzinnig sterke interactie met het publiek verraste ook mij. De band beloofde meteen in het najaar naar Europa terug te komen. Laten we hopen dat we dan deze bijzonder overtuigende popband ook in een leuke zaal in België mogen ontmoeten.

Video Live Reports (Youtube)
+Part 1:
http://www.youtube.com/watch?v=105W3p1Mh1E
+Part 2:
http://www.youtube.com/watch?v=-S7PlVtaWWY

Setlist:
*Parachute *Get To Me *Meet Virginia *She’s On Fire *I Got You *When I Look To The Sky *Ramble On *If It’s Love *Calling All Angels *Marry Me *Respect *Save Me San Francisco *Words *It’s About You *Hey, Soul Sister
*You Already Know *Drops Of Jupiter

Flip Kowlier

Flip Kowlier – fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics en live foto’s …
De cd voorstelling van Flip Kowlier was een concert om U tegen te zeggen. De toon was meteen gezet met het nummer “Raar” gevolgd door het reeds alom bekende “Mo Ba Nin”. In de nieuwe cd zitten vooral reggae elementen verwerkt die live aanstekelijk zijn. Kowlier creëerde meteen een aparte sfeer waar het Leuvense publiek wel voor te vinden was.
De band stond vol goesting en zelfvertrouwen op het podium en er was ruimte voor improvisatie waardoor het publiek nog meer meeging in sterke nummers.
Ook door het directe contact dat Kowlier met het publiek had, voelde je je als luisteraar echt betrokken.
Het was een aangenaam concert waar ik met volle teugen van genoten heb.

Organisatie: Depot, Leuven

RJD2

RJD2 mikt meer op het hoofd dan op de benen

Geschreven door

De club van de Aéronef was goed gevuld voor de abstracte hip-hop van de tegenwoordig uit Philadelphia opererende underground hip-hop producer RJD2. In 2002 brak RJD2 door met het album ‘Deadringer’, op het Definite Jux label, dat we ook nog kennen van andere avant-hop artiesten zoals Cannibal Ox. Dat album bevatte filmische, instrumentale hip-hop, en staat misschien net onder Endtroducing van DJ Shadow, maar haalt toch nog wel de toptien van de hiphop albums in de jaren 2000.
In 2005 week het vervolg, ‘Since we last spoke’, verder af van de gebaande hiphop-paden, met nog meer soundtrack invloeden, en zelfs vroege jaren tachtig Metal a la Van Halen, zodat dit album eigenlijk veel Europeser klinkt en niet in de Warp catalogus had misstaan.
Dit jaar zit Ramble John Krohn, want zo heet de man, al aan zijn vierde regulier album,’The colossus’. Op dit in eigen beheer uitgebrachte album, keert Krohn terug naar zijn roots, met veel door soul en funk beïnvloede hiphop, waarop rappers en gastartiesten een voornamere rol innemen.

Het voornamelijk jonge, blanke Franse publiek (allochtone jongeren tonen nooit veel interesse in de moeilijkere alternatieve hiphop, maar verkiezen R&B en populaire rappers a la 50 cent); zag eerst de locale turntablist Dleek de zaal opwarmen. De man had de juiste invloeden op een rijtje, gooide zelf soundscapes en klassieke instrumenten in de strijd, maar kon minder overtuigen dan RJD2, omdat de catchy nummers ontbraken.

Na het verwisselen van de laptops en draaitafels, begon RJD2 aan zijn set, en hij vroeg of het publiek er zin in had. Dat publiek reageerde aanvankelijk niet superenthousiast, dus Krohn zou het met zijn skills moeten overtuigen. In 2010 is hiphop niet meer wat het 30 jaar geleden was, de laptop en digitale decks met digitale scratchers nemen het over van de goeie ouwe draaitafels, maar toch had RJD2 nog een aantal vinylplaten meegebracht. Net daarmee liep het meteen fout, door een kras op de plaat. Vanavond had hij ook geen gastrappers meegebracht, wat het al bij al een vrij statisch optreden maakte: je zag een man plaatjes draaien, op knoppen duwen en dat was het zowat.
De beste nummers van RJD2 blijven natuurlijk schitterend: “Smoke & mirrors” is een classic die Moby of DJ Shadow geschreven kon hebben, en zo zaten er nog verschillende torchsongs in de set. Hier en daar zag je een fan opspringen als zijn favoriet nummer ingezet werd (“Final frontier”, “Ghostwriter”), maar nooit sloeg dat over naar de rest van de zaal.
RJD2 hiphop tracks mikken vooral op het hoofd, en minder op de benen: op zijn best doen ze je hersenen knetteren waardoor je een warm gevoel van drugvrij welbehagen krijgt (geen petards geroken, de zalen in Frankrijk zijn net als de AB rookvrij), maar de beats zijn net iets te complex omdat in danspassen te vertalen: probeer maar eens te shaken op “Chicken bone-circuit”, enkel de beste breakdancers brengen dat er heelhuids vanaf.

Ruim anderhalf uur werden oud en nieuw werk afgewisseld, ik meende zelfs een track van de onlangs overleden Guru te herkennen, en de reguliere set werd met een climax van rockgitaren afgesloten in “Since we last spoke”. 
Het Franse publiek wou meer, en kreeg het ook met “Let the good times roll pt2” als bis.

Organisatie: Aéronef, Lille

Nneka

Nneka lokt gypsies naar de AB

Geschreven door

Een plaat van Nneka opzetten is alsof je de zomer met een simpele druk op de knop de huiskamer laat binnentreden. Ze heeft er inmiddels al twee op haar palmares staan (‘Victim of Truth’ uit 2005 en ‘No Longer At Ease’ uit 2008) waar er ondertussen, hoewel dit natuurlijk geen ‘volwaardige’ plaat is, nog een compilatieplaat bovenop is gekomen. Die plaat, ‘Concrete Jungle’ gedoopt, was dan ook de aanleiding voor haar concertenreeks doorheen Europa.

Nneka
Special! Een Nigeriaanse papa en Duitse mama; opgegroeid in Warri, het oliecentrum van Nigeria; maar als tiener dapper op haar eentje naar Hamburg, waar voor het meisje dat altijd al gezongen had ineens ook een consistente muzikale carrière aanbrak” lezen we op haar concertaankondiging van de AB waardoor het duidelijk mag zijn dat deze jongedame van 28 al een bewogen leven achter de rug heeft. Haar muziek straalt dat dan ook uit: haar muziek is niet direct thuis te brengen onder een bepaalde noemer, er zijn invloeden van reggae, wereldmuziek, pop, hiphop en duizend en één andere stijlen maar om dan toch een treffende omschrijving te proberen geven zou het label ‘met emoties en maatschappijkritische lyrics doordrenkte, zwarte, gypsy soulmuziek’ niet misstaan. Bescheiden Europese hits zoals “Heartbeat” en “Africans” beamen dit maar al te zeer.

Voor Nneka het podium op mocht komen dartelen stond eerst nog het collectief Ghostpoet op het (voor) programma. In tegenstelling tot wat de ambitieuze groepsnaam zegt was hun passage op het AB-podium allesbehalve een memorabele poëtische krachttoer. Het drietal wauwelde maar wat af met een streepje gitaar en drums links en een paar synthesizersamples rechts. De halfafgewerkte klanken zweefden verloren in de zaal en de ‘zanger’ was door het chaotisch gejengel nauwelijks verstaanbaar. Uitzitten en wachten op betere tijden dus!

Die betere tijden braken dan uiteindelijk aan want toen het zaallicht terug uitdoofde na de pauze en het plafond van de Ancienne Belgique veranderde in een uit kleine lichtjes bestaande sterrenhemel verscheen Nneka op het podium. Een betere entree kon ze haar waarschijnlijk niet voorstellen want toen ze in het begin van de set de song “The Uncomfortable Truth” inzette, begon het publiek al luidkeels mee te leven. Voor enkele nummers in haar set, zoals ook deze, vertelde de souldiva overigens wat ze precies wilde zeggen met dat nummer en wat het voor haar betekende. Een geslaagde interactie met het publiek dat soms wel tot een minuut of 10 opliep maar voor geen seconde verveelde en meteen had elke bezoeker iets om over na te mijmeren in de auto op weg naar huis.
Maar terug naar de muziek! Topnummers volgden elkaar in sneltempo op zoals “Africans”, “Walking” en “VIP” (die afkorting betekent trouwens in Nneka’s woordenboek niet ‘Very Important Person’ maar ‘Vagabonds In Power’) waar weer een beroep werd gedaan op het publiek om de centrale kreet van dit lied mee te scanderen wat het dan ook gretig deed. Ja, ze waagde zich zelfs aan een cover van The White Stripes hun “Seven Nation Army”.
Naar het einde toe bereikte de set zijn hoogtepunt met het onvermijdelijke maar bloedmooie en ijzersterke “Heartbeat”, wat toch één van haar betere nummers, zo niet het beste, blijft waarmee ze echt bewijst dat ze barst van het de creativiteit en muzikaal talent. Na het gebruikelijke bisapplaus kwam ze nog een fenomeenabele versie van haar ‘Focus’ neerzetten tot ze voorgoed van Brussel afscheid nam. Of is het een ‘tot weerziens’? Ze staat immers (voor het 2e jaar op rij) ook op Couleur Café. Als het van yours truly afhangt: allen daarheen!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees: een bom - Lightning Dust: ingetogen pracht

Geschreven door

Heartbreaktunes zorgde nog maar eens voor een goedgevulde avond in Trix met drie groepen die wel heel uiteenlopende muziek brachten. Niet iedereen kon alles smaken hoewel ze allen gezien mochten worden. BacheloretteThee Oh SeesLightning Dust

Opener Bachelorette uit Nieuw-Zeeland staat voor Annabel Alpers die op Drag City het behoorlijke ‘My electric family’ uit heeft. Veel valt er nooit te beleven bij dit soort éénvrouwsprojecten. Achter een tafel wat klavieren bedienend, een loop hier en een sample daar (die ze soms zelf inspeelde op gitaar) is het nooit geheel duidelijk of er live wel iets gebeurt. En de bijhorende visualisatie, op een computerscherm vooraan en een groot scherm achteraan, was ook niet van die aard om ons langer dan een paar minuten te boeien. Maar de muziek, en daar gaat het toch om, mocht er bij momenten best wezen.
Zonnige synthpop die verrassend organisch klonk en me deed denken aan de betere seventiespop en vreemd genoeg ook aan kermisorgels (nochtans was ik toen nog bloednuchter). Eén enkele keer kwam zelfs Kraftwerk de kop opsteken maar helaas waren er ook veel flauwe momenten waarin ze gebruik maakte van veel te goedkope effecten die we al lang vergeten waanden.

Het Canadese Lightning Dust is naast o.a. Pink Mountaintops en Blood Meridian een tak van de wel zeer vruchtbare boom Black Mountain. Met ‘Infinite light’ maakten zangeres Amber Webber en toetsenist Joshua Wells (drummer bij Black Mountain) één van de beste platen van 2009. De verwachtingen waren dus hooggespannen en die werden net niet volledig ingelost. Het duo had versterking meegebracht : een man aan de elektronica die ook voor de percussie zorgde en de zus van Amber (tweede stem en sporadisch op bas).
Lightning Dust bracht mooie pastorale songs waarin die zacht vibrerende stem van Amber Webber ons meermalen koude rillingen bezorgde. Daarnaast kwam de elektrische piano soms de hoofdrol opeisen, zij het nooit spectaculair. Hoogtepunt was uiteraard "Never seen", een song buiten categorie, die voorzien is van een flinke snuif progrock. Deze set kende geen inzinkingen en toch was ik niet echt tevreden. Hoofdschuldige was de mix waarin de elektronica veel te luid stond waardoor een deel van de stemmenpracht verdronk.
Toevallig zag ik Lightning Dust de dag nadien nog eens in de 4AD in Diksmuide en daar was het geluid wel perfect zodat hun concert daar meteen een ster meer waard was.

"Zet alles open en dan heb je dat soort problemen niet" moeten Thee Oh Sees gedacht hebben. Thee Oh Sees, van wie ik me afvroeg of al die effecten op hun platen niets moesten verdoezelen. NEEN dus, zoveel was meteen duidelijk. Dit was een bom! Er werd gestart met een alles versplinterende intensiteit die me meermaals naar adem deed happen. Zanger John Dwyer, die met zijn hoekige gezicht iets weg had van David Coulthard, ging bijzonder opgefokt tekeer. Zijn gitaar overal tegen stoten, zijn microfoon in zwelgen, mijn verse pint die ik op het podium gezet had omschoppen : enige lichaamscontrole leek hem vreemd. En de man speelt geen gitaar, neen, hij laat zijn gitaar galmen. Toch had ik een boontje voor de tweede gitarist : Petey Dammit. Van kop tot teen getatoeëerd, stijf als een houten plank, gitaar hoog opgehangen tot tegen de kin, steeds met een psychotische blik in het oneindige turend maar wel met een zelfgemaakt hartje op zijn gitaar gekleefd met daarop de letters ECSR. Een kerel naar mijn hart en wie haalt Eddy Current Supression Ring eens naar België? Naast die twee weggelopen stripfiguren stond het drumstel van Mike Shoun volkomen terecht centraal op het podium opgesteld. Fantastische, explosieve drummer die de boel naadloos bijeen hield. En dan was er nog Brigid Dawson die naast mooi zijn ook nog op keyboards speelde en regelmatig voor de tweede stem zorgde, niet echt een onmisbare schakel.
Met de volumeknop volledig open brachten deze vier individuen totaal overstuurde psychedelische garagerock die live veel opwindender dan op plaat klinkt. Die moordende intensiteit van in het begin konden ze niet blijven aanhouden maar echt verslappen deed het nooit ondanks die enkele momenten dat er teveel gefreakt werd.
De in wezen catchy songs waren goed verborgen onder tonnen reverb en effecten, zelfs de stemmen waren voortdurend vervormd. Thee Oh Sees maakten het op het podium volledig waar, iets wat op plaat voorlopig niet lukt. En voor een goeie pot psychedelica moet je blijkbaar nog steeds in San Francisco zijn.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

Lightning Dust

Lightning Dust : ingetogen pracht - Thee Oh Sees : een bom

Geschreven door

Heartbreaktunes zorgde nog maar eens voor een goedgevulde avond in Trix met drie groepen die wel heel uiteenlopende muziek brachten. Niet iedereen kon alles smaken hoewel ze allen gezien mochten worden. BacheloretteThee Oh SeesLightning Dust

Opener Bachelorette uit Nieuw-Zeeland staat voor Annabel Alpers die op Drag City het behoorlijke ‘My electric family’ uit heeft. Veel valt er nooit te beleven bij dit soort éénvrouwsprojecten. Achter een tafel wat klavieren bedienend, een loop hier en een sample daar (die ze soms zelf inspeelde op gitaar) is het nooit geheel duidelijk of er live wel iets gebeurt. En de bijhorende visualisatie, op een computerscherm vooraan en een groot scherm achteraan, was ook niet van die aard om ons langer dan een paar minuten te boeien. Maar de muziek, en daar gaat het toch om, mocht er bij momenten best wezen.
Zonnige synthpop die verrassend organisch klonk en me deed denken aan de betere seventiespop en vreemd genoeg ook aan kermisorgels (nochtans was ik toen nog bloednuchter). Eén enkele keer kwam zelfs Kraftwerk de kop opsteken maar helaas waren er ook veel flauwe momenten waarin ze gebruik maakte van veel te goedkope effecten die we al lang vergeten waanden.

Het Canadese Lightning Dust is naast o.a. Pink Mountaintops en Blood Meridian een tak van de wel zeer vruchtbare boom Black Mountain. Met ‘Infinite light’ maakten zangeres Amber Webber en toetsenist Joshua Wells (drummer bij Black Mountain) één van de beste platen van 2009. De verwachtingen waren dus hooggespannen en die werden net niet volledig ingelost. Het duo had versterking meegebracht : een man aan de elektronica die ook voor de percussie zorgde en de zus van Amber (tweede stem en sporadisch op bas).
Lightning Dust bracht mooie pastorale songs waarin die zacht vibrerende stem van Amber Webber ons meermalen koude rillingen bezorgde. Daarnaast kwam de elektrische piano soms de hoofdrol opeisen, zij het nooit spectaculair. Hoogtepunt was uiteraard "Never seen", een song buiten categorie, die voorzien is van een flinke snuif progrock. Deze set kende geen inzinkingen en toch was ik niet echt tevreden. Hoofdschuldige was de mix waarin de elektronica veel te luid stond waardoor een deel van de stemmenpracht verdronk.
Toevallig zag ik Lightning Dust de dag nadien nog eens in de 4AD in Diksmuide en daar was het geluid wel perfect zodat hun concert daar meteen een ster meer waard was.

"Zet alles open en dan heb je dat soort problemen niet" moeten Thee Oh Sees gedacht hebben. Thee Oh Sees, van wie ik me afvroeg of al die effecten op hun platen niets moesten verdoezelen. NEEN dus, zoveel was meteen duidelijk. Dit was een bom! Er werd gestart met een alles versplinterende intensiteit die me meermaals naar adem deed happen. Zanger John Dwyer, die met zijn hoekige gezicht iets weg had van David Coulthard, ging bijzonder opgefokt tekeer. Zijn gitaar overal tegen stoten, zijn microfoon in zwelgen, mijn verse pint die ik op het podium gezet had omschoppen : enige lichaamscontrole leek hem vreemd. En de man speelt geen gitaar, neen, hij laat zijn gitaar galmen. Toch had ik een boontje voor de tweede gitarist : Petey Dammit. Van kop tot teen getatoeëerd, stijf als een houten plank, gitaar hoog opgehangen tot tegen de kin, steeds met een psychotische blik in het oneindige turend maar wel met een zelfgemaakt hartje op zijn gitaar gekleefd met daarop de letters ECSR. Een kerel naar mijn hart en wie haalt Eddy Current Supression Ring eens naar België? Naast die twee weggelopen stripfiguren stond het drumstel van Mike Shoun volkomen terecht centraal op het podium opgesteld. Fantastische, explosieve drummer die de boel naadloos bijeen hield. En dan was er nog Brigid Dawson die naast mooi zijn ook nog op keyboards speelde en regelmatig voor de tweede stem zorgde, niet echt een onmisbare schakel.
Met de volumeknop volledig open brachten deze vier individuen totaal overstuurde psychedelische garagerock die live veel opwindender dan op plaat klinkt. Die moordende intensiteit van in het begin konden ze niet blijven aanhouden maar echt verslappen deed het nooit ondanks die enkele momenten dat er teveel gefreakt werd.
De in wezen catchy songs waren goed verborgen onder tonnen reverb en effecten, zelfs de stemmen waren voortdurend vervormd. Thee Oh Sees maakten het op het podium volledig waar, iets wat op plaat voorlopig niet lukt. En voor een goeie pot psychedelica moet je blijkbaar nog steeds in San Francisco zijn.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

Natalie Merchant

Natalie Merchant – Imposant werkstuk – Fascinerende liveset, die emotioneel diep raakte …

Geschreven door

Natalie Merchant maakte in een vroeger leven deel uit van de folkypop van 10000 Maniacs die midden de jaren ’80 opvielen met ‘In my tribe’ en ‘Blind man’s zoo’ (remember de singles “What’s the matter here”, “Like the weather”, “Trouble me, …). Inmiddels gaf de 47 jarige zangeres haar sing/songwriterschap elan met soloplaten als ‘Tigerlily’, ‘Ophelia’, ‘Motherland, en ‘The house carpenter’s daughter’, één voor één sfeervol, emotievol, subtiel in elkaar gestoken materiaal, die grasduinen in de folk, country, soul, reggae en bluegrass. Zeven jaar na die laatste cd komt de getalenteerde en ambitieuze songschrijfster opnieuw in de spotlights met ‘Leave your sleep’, een imposant gedocumenteerd werkstuk en hymne aan talrijke Britse en Amerikaanse dichters. Een cd met 16 songs, en zo was hij bedoeld, een dubbelaar met maar liefst 26 nummers.
De lady vertelde dat het uitgangspunt eerst was wat slaapliedjes voor haar jonge dochter te schrijven en zocht inspiratie over ‘de Kindertijd’. Ze deed opzoekingwerk via het internet, schuimde bibliotheken af, dook de archieven in en geraakte gefascineerd in werken van bekende en onbekende Britse en Amerikaanse dichters en dichteressen van de (Victoriaanse) jaren 1800 tot nu. De bijlagen in de cd spreken voor zich en zijn meer dan de moeite waard eens door te nemen.
Er werkten wel 130 muzikanten mee aan de plaat, van een heus symfonisch orkest tot pure eenvoud en soberheid. Zo hielpen o.a. de gospel zangers The Fairfield Four, de Ierse folkies Lúnasa, het NYse Hazmat Modine, het experimenterende jazzensemble Martin Medeski & Wood, de band van Winston Marsalis en The Klezmatics mee. Een veelheid aan genres, klankkleur en timbres horen we. Een verbluffend luisterwerkstuk die zeker niet aan je neus mag voorbijgaan.

En live … kwam ze het nieuwe materiaal voorstellen met een sobere begeleiding van twee gitaristen (waaronder haar rechterhand Erik Della Penna) en een celliste. Ontdaan van alle franjes viel het me op waar de huidige lichting folky vrouwelijke sing/songwriters de mosterd vandaan haalden.
We kregen na elk nummer een gefundeerde uitleg van de geportretteerde schrijvers met hun dichtbundels en kindercartoons en ze stoffeerde het in slides op een groot scherm. In een uitverkochte AB Flex was iedereen letterlijk aan haar lippen gekluisterd om de levenswandel en de bundels van de schrijvers te horen.
En het was ook negen jaar geleden dat ze nog op een Belgisch podium te zien was. Meer dan ooit was het een happy en aangrijpend weerzien en ze werd dan ook na elke song terecht warm onthaald!
Ruim anderhalf uur grossierde ze in de selectie songs van ‘Leave your sleep’ en stelde ze er enkele voor die de cd nét niet haalden, waaronder de intieme opener “Vain & careless”, die ons terugbracht naar de begindagen van Robert Johnson en Leadbelly, bepaald door akoestisch gitaargetokkel, een verloren gewaande cello en gedragen door haar indringende vocals. Op het dromerige, broze “No one marries me” en de op British geënte folk “The sleepy giant” zette ze enkele tapdanspasjes vooraan het podium. Of ze imponeerde met de jazzyfolkblues van het lieflijk verleidelijke “The janitor’s boy” (van Nathalia Crane).
Boeiend en leuk waren de verhalen van Mother Goose “The man & the wilderness” en Edward Lear’s “Calico pie”. Deze laatste kreeg een zwierige countryswing. Kippenvel bezorgde ze ons van Lydia Huntley Sigourney’s “Indian names”, die door cello werd bepaald en de aanvaarding van de verlieservaring van een kind op het aangrijpende “Spring and fall to a young child” (Gerard Manley Hopkins). Net als Merchant moesten we even diep ademhalen. Ze barstte zelfs in tranen uit! Wat een intens emotioneel moment.
Het sprookjesachtige, feeërieke “The equestrienne” had een helende werking, bood wat luchtigheid en werd uitgeroepen tot single van de cd.
En op die manier wisselde zij de songs mooi af van gevoel, zwaarte en intensiteit. Sommige nummers deden denken aan de muzikale diversiteit die Michelle Shocked aan de dag legde. De kinderparty van “The land of Nod” sloot het stevige pakket af.
Ze speelde nog een uitgebreide bis over haar soloplaten heen. Een pleidooi om Moeder Natuur te vrijwaren van alle ecologische rampen, “Motherland”, “Break your heart” en “Carnival” vulden het muzikaal in; “Cowboy romance” zong ze in duet en op “Tell yourself” gaf ze het publiek de ruimte het refrein zachtjes mee te zingen en te neuriën. Tot slot konden we haar uitwuiven met “Kind & generous” en een acapella versie van Vera Lynn’s klassieker “From the time we say goodbye”.

In deze sobere vorm bleven de songs duidelijk overeind. Met een boek vol kennis ging ze met haar begeleiding ruim twee uur gepassioneerd te werk …Een aandachtig publiek werd moeiteloos ingepalmd … met een lach en een traan. Dit optreden zinderde na …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Faithless

Faithless kwam, zag én … genoot

Geschreven door

Grootse groepen willen nog eens voeling houden met hun fans in kleine zaaltjes …onlangs zagen we nog Editors in een zaaltje van zo’n 800 man (Grand Mix, Tourcoing!). Ondanks de uitgekiende, afgewerkte set zorgde hun coole uitstraling ervoor dat de vonk onvoldoende oversloeg. Andere koek was het met Faithless, de Britse band rond rapper Maxi Jazz en elektronicawonders Sister Bliss en Rollo Armstrong. Tijdens hun set in de AB spatten de vonken er vanaf. Tja, dit was de unieke gelegenheid om zo’n grootse band eens niét in de grote concerttempels aan het werk te zien!
Toen het doorbraakalbum ‘Reverence’ in ’95 verscheen, zagen we de lieflijke, charismatische popdance formatie ook in de AB, maar vanaf dan was het clubcircuit gedaan, want de band oversteeg zichzelf en was enkel nog te zien in de grootste concertzalen en sloot de verschillende festivals af, waaronder hun tweede thuisbasis Rock Werchter. Jawel, Faithless groeide uit tot de festivalband en publiekslieveling van de ‘90’s, die peace, love en unity predikte en voor het ideale samenhorigheidsgevoel zorgde.
De twee vorige cd’s ‘No roots’ (‘04) en ‘To all new arrivals’ (’07) zijn eerder gematigd goed, maar hadden net niet dié bepalende tune en synthtoets van lady Sister Bliss om iedereen in extase te brengen of uit z’n dak te doen gaan.

Afgaande op het unieke zaalconcert van Faithless én de pré-release van het komende album ‘The dance’, hadden we een Faithless als in z’n beste dagen! Wat een return to the front! Moeiteloos plaatste het nieuwe materiaal zich naast de eerste drie platen ‘Reverence’, ‘Sunday 8PM’ en ‘Outrospective’. De grote hits zaten mooi verdeeld binnen de bijna twee uur durende set en werden afgewisseld met de sfeervol zalvende, opbouwende songs en het nieuwe materiaal.
Faithless werd meteen sterk onthaald … een triomftocht op voorhand … “This is for you, Brussels”, prevelde Maxi Jazz en met het nieuwe “Happy”, “Sun to me” en “All races” konden we al genieten van de bezwerende trance en het aanstekelijke Faithless –geluid, wat ons reikhalzend doet uitkijken naar de cd; de dubbele percussie, de elektronica en de zacht aandoende beats werkten in op de dansspieren en brachten de nummers naar een climax. Ze waren inderdaad ‘de warm-up’ naar “God is a DJ”, die de ganse zaal tot ontploffing bracht. Explosies die we verderop nog hoorden in de classiscs “Insomia” en “Salva mae”. Ongelofelijk tot wat die songs in staat waren in de ‘(kleine) AB’ … nét die bezwerende opbouw, de zegraps, de doel-treffende, efficiënte mee neuriënde elektronicatoetsen en de zalvende beats deden iedereen meeklappen en dansen. Momenten die in ons geheugen staan gegrift!
Daarnaast hoorden we nieuw materiaal, dat ons sterk onder de indruk bracht, de bezwerende trancepop van “Feel me now”, met een glansrol voor gastzanger Neil Arthur, die vocaal diep kon gaan en hoog kon uithalen, de opbouwende groove van “Tweak” en de huidige single “Not going home”, die de set besloot en ergens zweefde tussen het origineel op de nakende cd en de remix van Eric Prydz, een lang uitgesponnen versie, opgezweept door de steviger wordende ritmes, beats en percussie. Zelfs een vleugje wave en industrial zat erin verwerkt. Af en toe was er een adempauze, loungemomenten, door het sfeervolle “Everything all right” en “Crazy balheads”. Verder was het genieten van het poprockende “Mass destruction”, het hemelse “Bring my family back” en de lichte grooves van “What about love” en “Bombs”. Intrigerend klonk alvast “Drifting away” door de steeds repeterende gitaarloops.
Door de jaren is Faithless zichzelf gebleven en voelen ze zich allesbehalve ‘God – verheven’ boven alles. In de bis was er de finesse en subtiliteit van “Take the long way home” en het directe “Muhammed Ali”. Tot slot kon iedereen nog eens uit de bol gaan op “We come 1”.

Faithless kwam, zag, én … genoot van het luidkeelse, puike onthaal. Minutenlang lieten een vriendelijke Maxi Jazz en Sister Bliss na het optreden het publiek “We come 1” nog scanderen en mee neuriën. Faithless draagt z’n publiek een warm hart toe, met terechte V-vingers in de lucht … Wat een leuk, ontspannend avondje hebben zij ons bezorgd. Het wordt alvast uitkijken naar de nieuwe plaat, die als een bom moet invallen en ons naar de Werchter weide brengt …

Organisatie: Live Nation

Pagina 323 van 386