logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Suede 12-03-26
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Vorig jaar stond dit Amerikaanse wonderkind nog in de AB Club, vandaag kwam hij in de grote zaal zijn opwachting maken. Geen probleem, na zijn succes in de States en gastoptredens met o.a. Eric Clapton en The Rolling Stones, is Gary Clark Jr. al heel wat grotere zalen gewend.

Wij durven er onze volledige Jimi Hendrix platencollectie op verwedden dat al wie hier vorig jaar bij dat memorabele AB Club optreden van de partij was, ook nu weer als de bliksem naar de AB was gerend. Wederom kwamen wij tot dezelfde conclusie : supertalent, wonderlijk gitarist, verloren zoon van Hendrix, geboren met goud in de vingers, liters soul in het bloed en tonnen blues in de genen.
Doch, er sluipt één klein maar gevaarlijk probleempje om de hoek, er huist ergens ook een kwaadaardig r&b virus in Gary Clark Jr. en dat mag er gerust uit wat ons betreft, maar wij vrezen dat  Amerikaanse platenbonzen en managers er anders over denken. Daarom houden we een beetje angstvallig de adem in voor zijn volgende plaat. Dat virus heeft er immers eigenhandig voor gezorgd dat de debuutplaat ‘Blak and Blue’ net niet de status ‘legendarisch’ heeft gehaald, er staan wat ongepaste gladgestreken r&b songs tussen het fantastische bluesrock-geweld, en dat is des te jammer. Op de cd kan men handig gebruik maken van de skip toets, live gaat dat natuurlijk niet.

Maar goed, Gary Clark Jr. had het werk zelf al voor de helft gedaan bij het uitkiezen van de setlist. Hij trok, net als vorig jaar in de AB Club, resoluut de kaart van de doorleefde blues, opwindende rock’n’roll en stevige Hendrixiaanse loeiende rock.
Voor ons was het likkebaarden wanneer Clark zijn gitaar overvloedig liet spetteren in de vlammende bluesrockers “When My Train Pulls In”, “Numb” en “Bright Lights Big city”.
De liefde voor de blues weerklonk in het spelplezier van deze jongeman (met zijn 30 lentes is hij nog een regelrechte snotneus in blueskringen), het was genieten met de ogen dicht van een koppel lange en bloedmooie delta-bluesballads  waarvoor Clark leentje buur is gaan spelen bij grootheden BB King (“3 O’clock Blues”) en Albert Collins (“If Trouble Was Money”), twee pure kippenvelmomenten die nog naar hogere sferen werden getild door een stel sublieme fijnbesnaarde gitaarsolo’s. Eén ding was wel zeker vanavond, wie het niet zo begrepen heeft op gitaarsolo’s was maar best thuis gebleven. Wie daarentegen verlekkerd is op Stevie Ray Vaughan, Buddy Guy en Jimi Hendrix kon zijn geluk niet op.
Met “Travis County” tapte Clark zijn rock’n’roll uit een oud Chuck Berry vat en met een flink rollend “Don’t owe you a thing” zat ie gretig aan de Bo Diddley fles. Tussendoor kwam hij er ons nog eens fijntjes op wijzen dat hij ook nog gezegend is met een soulvolle stem. Een paar blokken verder in Brussel stond ene Prince een verrassingsoptreden te geven, en wij meenden die kleine grootheid als het ware te horen, te ruiken en te voelen in het sensitieve “Please Come Home” dat met een extreem hoog stemmetje en nog maar eens een briljante gitaarsolo de hoogste Prince normen probleemloos haalde.  Eén keertje maar sloeg Gary Clark Jr. de bal een beetje mis, dit met een vrij overbodig ‘You Saved Me’, zo eentje van die r&b vehikels die nergens naar toe ging. Met ‘Blak and Blu’, dat op plaat overigens ook maar wat slapjes klinkt, pakte hij het dan weer een stuk beter aan, de track was hier omgebouwd tot een soulvolle intieme song die als prachtige intro fungeerde voor de geweldige afsluiter ‘Bright Lights, Big City’.

Een enthousiaste menigte moest het helaas stellen met amper één bisnummer, maar wat voor één. Gary Clark Jr. liet zijn band achter in de coulissen en deed het in zijn wonderlijke eentje, met gitaar en mondharmonica.  De integere, vertederende blues ‘In the Evening (when the sun goes down)’ deed ons de krop in de keel krijgen.

Vanavond kregen we helaas geen nieuw werk voorgeschoteld. Het bleef bij een flinke greep uit ‘Blak and Blue’, een album dat toch al dateert van 2012, aangevuld met een stel covers. Geen idee dus hoe de nieuwe plaat zou kunnen klinken en wanneer die er zit aan te komen, maar als ze in het verlengde ligt van zijn spetterende live set, dan hebben we er het volste vertrouwen in.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

dinsdag 27 mei 2014 01:00

Jagwar Ma - Lekker trippen

Met het meer dan geslaagde debuut ‘Howlin’ werd het Australische Jagwar Ma flink bejubeld in de internationale pers, u vindt het plaatje dan ook in menig eindejaarslijstje van 2013 terug. Niet verwonderlijk dat vooral de Britten dolenthousiast waren, Jagwar Ma heeft echt wel een ‘Brits’ geluid en neigt sterk naar de trippy Manchester rave-sound van de jaren negentig, naar Happy Mondays en Stone Roses.

Veelbelovend op plaat, maar ook op het podium werkt de combinatie van beats, psychedelica, dansbare pop en groovy rock wonderwel.
Met een sound die nogal sterk op elektronica gebouwd is maar niet in een techno brij vervalt, weet Jagwar Ma het publiek gestaag aan het dansen te krijgen. De dansbare elektronica doet ons aan Caribou denken (“Four”), de groovy trips (“Come and save me”, “The throw”) aan Happy Mondays en Primal Scream. De songs bouwen steevast lekker op en ontploffen dan wel eens in zware beats, de vocals zitten sterk onder de echo’s bedolven, de basgitaar fungeert als vette funklijm en de beats zorgen voor een hitsige sound die voortdurend op de dansspieren en nooit op de zenuwen werkt. De sfeer zit er lekker in, en de Grand Mix wordt alsmaar dieper in een bruisende rave-club omgetoverd naarmate de set vordert. De beste trips zitten immers in het tweede deel (“Come and save me”, “Four” en “The Throw”) en het publiek komt zo geleidelijk onder stoom.

Een uurtje weet Jagwar Ma de zwoele temperatuur aan te houden. Het zou ook langer mogen duren, maar de songs zijn op. Dringend repertoire uitbreiden, heren.
Fijne trip !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jagwar-ma-25-05-2014/
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

 

Les Nuits Botanique 2014 - Solids – The Amazing Snakeheads – Royal Blood - Dirty Ass Rock’n’Roll!
Les Nuits Botanique 2014

Wederom keuze genoeg op Les Nuits Bota vanavond, maar zij die hun rock’n’roll het liefst in onversneden vorm opsnoven, moesten in de Orangerie staan. Wij dus.

Uit Montreal, Canada kwam het gitaar/drum duo Solids, wiens gruizige indie-rock met nogal wat decibels door de Orangerie scheurde.  Een sound die meermaals naar de alternatieve nineties teruggreep, naar de driftige en ongekuiste rock van Dinosaur Jr, Superchunk en Sonic Youth. Gitarist Xavier Germain-Poitras had een Parquet Courts t-shirt aangetrokken, wisten we meteen ook welke hedendaagse referentie we konden aanhalen. Hun bedrijvige noise-rock was misschien niet echt gezond voor onze reeds zwaar geteisterde oren, maar met songs als “Haze Away”  en “Cold Hands” mogen ze altijd onze limieten komen aftasten.

De Schotse wildebrassen van The Amazing Snakeheads tapten hun wellustige garage rock rechtsreeks uit een whiskyvat. De begeesterde en bezeten frontman Dale Barclay liet middels een handvol oerkreten zijn demonen de vrije loop en geselde zijn gitaar op een al even geniale als onzachte manier. “I’m a vampire” predikte hij, we geloofden hem volkomen. De bandleden van op de debuutplaat ‘Amphetamine Ballads’ had hij om ongekende redenen al de laan uitgestuurd, maar de smerige klank die zijn verse rekruten teweegbrachten was ronduit geweldig.
De songs kwamen rechtstreeks uit het vagevuur en wij werden compleet omvergeblazen door die brandende en doorleefde sound. Vooral een overenthousiaste bassist wist de duivelse uitspattingen van Barclay met diepe en dreigende bastonen te ondersteunen.  De adrenalinestoot “Here it comes again” kende u misschien al, maar de slangenkoppen wisten de ganse tijd genadeloos in ons nekvel te bijten met sluimerende songs als “Where is my knife”  en “Memories” , op deze laatste zelfs met een geniale saxofoon die naar de Beefheart school is geweest (een school waar de grootste weirdo’s op de eerste rij zitten).
Hun bezielde set leek wel een sollicitatie naar de kandidatuur voor de volgende Tarantino soundtrack, bevlogen en met een vette dosis waanzin. Een revelatie, zonder meer. Amazing !


Voor het duo Royal Blood ging het ook al snel de laatste maanden. De band werd opgepikt door NME  en mocht ook aantreden in het fel gegeerde Later with Jools Holland, een unieke kans die ze volop benutten, het duo liet er een verschroeiende indruk na en de bal ging al gauw aan het rollen.
Nieuwe hype dus, maar terecht, volkomen terecht verdomme. Royal Blood sneed ons volledig de adem af met hun splijtende rock in de beste traditie van Queens Of The Stone Age en Jack White, met moordende riffs en explosieve songs. Het vergde welgeteld vier snaren en een basic drumstelletje om de Orangerie op zijn kop te zetten.
En natuurlijk een stel potige songs, Royal Blood heeft die, met op kop “Come On Over” en “Little Monster”, en ze gaan er nog ver mee komen.
Het doet deugd te mogen vaststellen dat wanneer andere duo’s het laten afweten (The Black Keys met name die op ‘Turn Blue’ in een diepe coma verzonken zijn), er al direct ander gedreven schorremorrie klaar staat om de fakkel over te nemen.
Royal Blood, beste mensen, heeft dat met verve gedaan en wordt door ons een gouden toekomst voorspeld.
Ga dat zien op de laatste dag van Rock Werchter in The Barn, weliswaar in de vroege namiddag, er zal nog flink wat prut in uw ogen zitten en bier in uw kop, maar u zal snel wakker zijn.
De aanwezigen die een uurtje daarvoor in slaap gevallen zijn op de geitenmelkfolk van  Oscar & The Wolf zullen niet weten waar ze ’t hebben.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-amazing-sneakheads-22-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/solids-22-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/royal-blood-22-05-2014/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)

donderdag 15 mei 2014 01:00

To Be Kind

Swans, het geesteskind van donkere ziel Michael Gira, is altijd actief geweest in de lugubere spelonken van de eighties en nineties underground. De band maakte een pak vervaarlijke albums die weinig daglicht konden verdragen maar die langs een kluwen van donkere steegjes hun weg vonden naar een schare trouwe fans, waar ze in de platenkast een bevoorrecht plaatsje kregen naast The Birthday Party, Psychic TV, Foetus, Joy Division, Einsturzende Neubauten en Throbbing Gristle.
Met als laatste wapenfeit ‘Soundtracks for the blind’ leek in 1996 het doek te zijn gevallen over Swans, tot de band na een winsterslaap van maar liefst 14 jaar plots terug uit het niets opdook met het almachtige ‘My father will guide me a rope to the sky’. Twee jaar later volgde een zowaar nog indrukwekkender opus, de huiveringwekkende dubbelaar ‘The Seer’, een monumentale brok onheil waar we nog altijd niet echt van bekomen zijn.
Amper twee jaar na het kolossale ‘The Seer’ heeft Michael Gira alweer een imminent werkstuk gemaakt.  ‘To Be Kind’, opnieuw een forse dubbelaar, is wederom twee uren beproeving, woede, razernij, onrust, hartzeer, claustrofobie, angst, bloed en smart.
Swans doen er lang genoeg over om hun beklemmende , bezwerende en verzwelgende sound volledig tot ontplooiing te laten komen, maar langdradig wordt het nergens. Integendeel, hoe langer het duurt, hoe meer beklijvend het wordt. Het repetitieve karakter, de duistere teneur, de langzaam sluimerende calvarietocht naar een climax, dat zijn de dingen die deze 10 songs zo intrigerend maken. De zwaarste brok “Bring the sun/ Toussaint l’ouverture”  duurt maar liefst 34 minuten en houdt ons gans die tijd in een onverstoorde wurggreep. Dit is geen song meer, dit is een griezelfilm zonder beelden, de apocalyps nabij.
‘To Be Kind’ is geen gemakkelijke of comfortabele plaat, het markante album vergt serieus wat inzet en toewijding van zijn luisteraars. De songs nemen hun tijd om hun slachtoffers langzaam op te slorpen. Die slachtoffers, dat zijn wij, en masochisten als we zijn, we laten ons maar al te graag kopje onder gaan in Michael Gira’s gitzwarte zwanenmeer. Het is geen plezierreisje, wel een unieke ervaring, een ijzingwekkend avontuur, beangstigend maar intens.
Dit imposante werkstuk dient niet bepaald om uw zomerse barbecue feestjes mee op te vrolijken, bij Swans slibt de hemel immers helemaal dicht met inktzwarte onweerswolken, maar het is misschien wel de ultieme soundtrack van het einde van de wereld.
Live kan u dit ondergaan op 25/09 in de AB. Laat uw fleurig hemdje maar in de kast liggen.

donderdag 15 mei 2014 01:00

Turn Blue

Commercieel succes is nooit een vruchtbare voedingsbodem geweest voor creativiteit.  Het verhaal is gekend : Jonge beloftevolle band haalt met enkele puike plaatjes onverhoopt succes, groeit uit tot een mega groep en richt zich vervolgens op het maken van op miljoenenverkoop gerichte platen waaruit alle ziel is verdwenen. Zie U2, Kings Of Leon, Coldplay, Editors en wat ons betreft zelfs ook Arctic Monkeys (al krijgen die nog een even het voordeel van de twijfel). En lap, ’t is weer van dat, bij The Black Keys hebben ze het ook zitten.
Het begint nochtans goed met de classic rock van “Weight of Love”, knappe song, kon van Jonathan Wilson zijn, vloeiend en met heerlijke gitaren, maar het klinkt hoegenaamd niet Black Keys, eerder Pink Floyd. Ook “In Our Prime” is er zo eentje, aangenaam vertier voor in onze hangmat, maar waar zijn The Black Keys godverdomme naar toe ?
De rauwe bluesrock van ‘The Big come up’, ‘Thickfreakness’ en ‘Rubber Factory’ is heel ver te zoeken, zo niet helemaal verdwenen. De scherpe kantjes zijn er volledig afgevijld.
The Black Keys gaan op zoek naar de soul maar stuiten daarbij meermaals op slappe boter. Op ‘Brothers’ vonden ze die soul wel nog, geen idee wat hen nu overkomen is. Het hitje “Fever” mag dan al catchy zijn en aanzet geven tot enkele danspasjes, het is gebouwd op een eerder onnozel deuntje.  Op ‘El Camino’ waren alle elf songs even catchy, maar beter.
Producer Danger Mouse heeft The Black Keys het verkeerde serum ingespoten. Dan Auerbach heeft zanglessen gevolgd (zo helder mogelijk zingen, manneke, en vooral niet buiten de lijntjes kleuren!) en heeft zo te horen ook zijn gitaar in de veiligheidsmodus moeten zetten. Keyboards, synths en strijkers zijn in de plaats gekomen. Wij zijn hier weg.
Onze boodschap aan Auerbach en Carney : Gooi Danger Mouse buiten, ga als de bliksem terug naar Fat Possum, plug die gitaar terug in en kom ons daarna nog eens wakker maken. Ondertussen gaan we nog even ‘Thickfreakness’ opzetten om de kater weg te spoelen.
The Black Keys komen naar Rock Werchter, ’t is de eerste keer dat wij niet uitkijken naar een Black Keys concert.

Les Nuits Botanique 2014 – Traams – Joycut – Hospitality –Uitstekende tripartite ! 
Les Nuits Botanique 2014

Een beetje sneu. Vandaag hadden wij al lang Les Nuits aangestipt in onze agenda omwille van The Julie Ruin, de huidige band van punklegende Kathleen Hanna, ex- liefje van Kurt Cobain, wilde frontdame van nineties culthelden Bikini Kill en full time feministe. De documentaire The Punk Singer schetste een prachtig portret van dit icoon en wij wilden haar maar al te graag aan het werk zien, temeer omdat het vorig jaar verschenen ‘Run Fast’ een lekker en verscheiden plaatje is. Vandaar dat het des te jammer was dat Kathleen Hanna ten gevolge haar strijd met de ziekte van Lyme op strikt doktersverzoek alle huidige concerten moest annuleren.

Om het leed wat te verzachten (of erger te maken, hangt er van af hoe je ’t bekijkt) had Amber Papini, het charmante zangeresje van Hospitality, een tot op de draad versleten Bikini Kill T-Shirt aangetrokken, een sympathiek gebaar als je ’t ons vraagt. Muzikaal zat Hospitality echter mijlen ver weg van de rauwe in-your-face punk van Bikini Kill. De band grossierde eerder in een fijne soort indie pop die, mede dankzij een handvol aardige gitaarsolo’s, best vermakelijk was maar toch iets te weinig scherpe randjes vertoonde. Onze gedachten dwaalden wat af naar Belly, Throwing Muses en The Breeders, hoewel deze laatste er op een podium dikwijls een (al dan niet bruisend) rommelpotje van maakten, wat je Hospitality dan weer niet kon aanwrijven. Een ietwat te nette sound misschien wel, maar wij onthouden een paar okselfrisse indie-songs als “Nightingale” en “I miss your bones” en we kunnen u toch, zonder verplichtingen weliswaar, het aangename album ‘Trouble’ aanbevelen.


De eigenlijke invallers voor The Julie Ruin waren voor ons nobele onbekenden, de Italianen van Joycut. De band bombardeerde zich meteen met hun trippy sound tot de verrassing van de avond. Ze brachten spacy post-rock met zowel seventies als eighties kleurtinten en vaak psychedelische uitstapjes, en zetten daar een groovy, doch niet opdringerige, beat onder. Naast een hoop opborrelende elektronica en een in echo gedrenkte gitaar was een prominente rol weggelegd voor heerlijk opzwepende drums en percussie. Wie referentiepunten zocht kwam uit bij een zweem Battles, een portie fluïde Pink Floyd, een scheut Jagwar Ma en zelfs een graantje Ozric Tentacles. Maar iets anders had ook gekund, want deze band kwam toch vooral met een eigen sound over de brug die ergens in de verre ruimte is ontstaan. Een set kosmische en zweverige videobeelden versterkten nog de sonische effecten van deze trip. Mocht u een flinke joint binnen bereik gehad hebben, u was waarschijnlijk een halt uurtje buiten uzelf zelf getreden. Wij deden het met een pintje.
Een heuse ontdekking, wij hebben prompt ter plaatse hun album ‘Pieces of us were left on the ground’ gekocht voor, ochére, 5 EURO.  Had u ook kunnen doen, maar u was er niet. Doch uw was de enige niet, we hebben de Orangerie zelden zo mager gevuld gezien als vanavond. De meeste aanwezigen op Les Nuits voelden zich aangetrokken door de mietjesfolk van Hercules & The Love Affair in de Chapiteaux, ’t zijn simpele geesten.


En dan was er nog Traams, een band waarvan wij al wisten dat het een pienter en scherp indierock- groepje was, we mochten hen eerder dit jaar al aanschouwen als support act van Madensuyu in de Kreun, we waren ten zeerste overtuigd dat we ginder maar meteen de sterke debuutplaat ‘Grin’ aanschaften (op vinyl dan nog wel, wij doen graag eens ouderwets).  Nu bleek dat dit prompte trio er zelfs nog is op vooruitgegaan, hun set in de Orangerie was nog beter, nog feller, nog gretiger. Twee dagen geleden hadden we hiernaast in de Chapiteaux de geweldige Cloud Nothings al gezien, bij Traams troffen we diezelfde bezieling en gedrevenheid aan. Traams is net als Cloud Nothings en Parquet Courts een groepje die in ware Steve Albini stijl de ramen aan diggelen slaat met scherpe, snedige gitaren en furieuze songs die ons doen herinneren aan Nirvana, Fugazi en Pavement.  Van ons kregen zij ook de prijs van meest energieke band van avond. Die gasten vlogen er in met de goesting van een losgelaten dekstier die in 30 dagen geen lekkere koe meer heeft gezien. Naast quasi de volledige debuutplaat trakteerde het vinnige trio ons ook op een drietal veelbelovende nieuwe songs waarbij de razend knappe afsluiter “Cissa” ons nu al ongeduldig doet hunkeren naar de volgende plaat.

Fantastische avond gehad, ook al baalden wij een beetje op voorhand door het afzeggen van The Julie Ruin. Maar zo kan een mens onverwachte nieuwe ontdekkingen doen, Joycut met name. Onthouden, die naam. En wij die dachten dat ze in Italië alleen maar getatoeëerde voetballers, gedrogeerde coureurs en corrupte politici hadden.

We wensen Kathleen Hanna veel beterschap en beloven dat we er de volgende keer weer zullen staan, nu zij nog.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/traams-20-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/joycut-20-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/hospitality-20-05-2014/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)

donderdag 08 mei 2014 01:00

Refractory Obdurate

Met de vorige plaat ‘The Laughing Stalk’ en de bijbehorende tournee was al duidelijk dat de melancholische folk meer en meer plaats moest ruimen voor vaak snoeiharde rock. Tijdens de optredens bleven zowel barkruk, banjo als trekzak achter de coulissen en stond Dave Eugene Edwards iedere avond wijdbeens een portie withete rock te serveren.

Op het nieuwe album is de lijn gewoon doorgetrokken. Hoewel  Edwards zijn inspiratie nog steeds uit de bijbel haalt klinkt zijn onvermurwbare muziek duivelser dan ooit, op ‘Refractory Obdurate’ laat hij zijn band op de meest furieuze en helse manier losbarsten.  “Good Shepherd”, “Field of Hedon” en “Hiss” zijn striemende lappen rock, zo hard als dit hebben we Wovenhand nog nooit meegemaakt. Toch weet de groep nog altijd dat typische bezwerende en verslavende geluid dat hen nu al jaren kenmerkt te behouden, alleen staan de gitaren nu nog een stuk luider.
De bezieling en intensiteit van “Corsicana”, “Masonic Youth” en “Salome”, de organische woestijnklanken van “Obdurate Obscura” en de indringende onweerswolken boven “El-bow”, het is allemaal fraais die er voor zorgt dat ‘Refractory Obdurate” de heftigste, meest extatische en misschien ook wel gewoonweg de beste plaat is in het indrukwekkende oeuvre van Dave Eugene Edwards (en dat is inclusief de sublieme werkjes van Sixteen Horsepower).
Als bezeten lui als Dave Eugene Edwards (of onze andere favoriete zwartgallige rockpriester Nick Cave) de heilige schrift zo fervent en meedogenloos blijven prediken, dan willen wij elke zondag naar de mis gaan, ook al zijn we atheïst tot in de toppen van onze tenen.

donderdag 08 mei 2014 01:00

Amphetamine Ballads

Dit is bijtende garage rock uit Schotland met een maniakale zanger/gitarist (Dale Barclay) die zijn gevolg doorheen een groezelig garage/blues/punk moerasgebied sleurt. The Amazing Snakeheads prediken de blues zoals ook The Birthday Party, Beasts Of Burden, The Cramps of The Gun Club dat konden, gedreven door primaire oerinstincten en met een constante dreiging en bezetenheid.
De venijnige rocker “Here it comes again” is de snelste en meest frontale song van de plaat, elders klinken The Amazing Snakeheads vooral gloeiend, opborrelend, sluimerend en gebeten. “I’m a Vampire”, “Where is my knife” en “Flatlining” zijn doortrapte gifslangen die heel gericht naar hun prooi toe sluipen. Een verdwaalde sax is de onverwachte gast op een griezelig “Every guy wants to be her baby” , een song-noir die pas op het einde zijn duivels ontbindt.
Er huist een kwaadaardig beest in quasi elke song, de ene keer brult dat al wat vervaarlijker dan de ander maar ten allen tijde is het klaar om toe te slaan. Enkel in de laatste twee songs “Heading for heartbreak” en “Tiger by the tail” lijkt het monster wat in slaap gesust en is de nacht definitief ingetreden.
Giftig plaatje, sterk debuut. Op 22/05 op Les Nuits Botanique.

De compromisloze platen met de meest energieke garage-trash als ‘Extra Width’, ‘Orange’ en ‘Now I got worry’, waarop Jon Spencer de rock’n’roll uitbeende en terug opfokte, zullen altijd een vooraanstaand plaatsje bekleden in onze collectie, maar met ’Meat + Bone’ (12 gore lappen rock’n’roll aan een vleeshaak) waren we anno 2012 ook meer dan opgetogen. Wij zijn maar wat blij dat de heren elkaar na die sabbatperiode van 8 jaar hebben teruggevonden, hoewel Jon Spencer’s uitstapjes met Heavy Trash en Spencer Dickinson ook niet te versmaden waren.

Jon Spencer is en blijft onze favoriete garagist en het doet deugd om na al die jaren te mogen vaststellen dat hij trouw is gebleven aan zijn rauwe, primitieve en uiterst intense garage rock.
Er is even een tijd geweest dat de band wat meer media aandacht kreeg en voor grotere zalen en zelfs op festivalpodia speelde. Maar hoe groot die podia ook waren, de drie primitieve rockers bleven steeds koppig op een ruimte van pakweg 3 vierkante meter de rock’n’roll uit hun tenen spelen. Die attitude is op vandaag ongeschonden gebleven. Fuck lichtshow, fuck videoprojecties, fuck bombast, just play rock’n’roll.
De Kreun is de gedroomde locatie voor dit potje vunzige en energieke herrie. Enige vorm van aankondiging of opgezwollen intromuziek is uit den boze, de heren komen droogweg het sober verlichte podium opgewandeld, pluggen de gitaren in en geven er een lap op.
Vanaf de eerste noot is het vuurwerk. Dit trio heeft immers iets magisch, alle drie zijn ze met het rock’n’roll virus besmet en als ze samen op een podium staan dan spettert en vonkt het langs alle kanten. Er huist nog steeds een vurige showman en entertainer in Jon Spencer, een licht ontvlambare bastaardzoon van Lux Interior, Keith Richards, Iggy Pop en Elvis. Maar hij overdrijft niet meer zo als vroeger, het Vegas gehalte is wat teruggeschroefd en Spencer spitst zich toe op de energieke en vettige muziek.
De schijnbaar argeloos spelende Judah Bauer voegt vette funklagen toe aan de meer trashy gitaarpartijen van Jon Spencer, met zijn tweetjes vormen ze een unieke gitaartandem waar magisch vuur uitspat.
Het lijkt slordig, maar het is subliem, en vooral spontaan, zoals bij Thurston Moore en Lee Ranaldo, ook twee iconen die meer schitteren in chemische reactie dan in technisch gitaarvernuft.
En dan is er nog Russell Simmins, die weergaloze drummer die zijn drumstel misschien wel in den Aldi heeft gekocht, maar er verrukkelijke rock’n’roll uit roffelt. De heren voelen elkaar perfect aan, één knik van Spencer volstaat om de anderen in brand te steken, alsof alles vanzelf gaat.
En dat is ook zo, nog maar zelden hebben wij een trio bezig gezien die zo hecht en onbezonnen de rock’n’roll bedrijft. Rock’n’roll is gewoon seks bij Jon Spencer Blues Explosion.
Een playlist trachten te volgen is onbegonnen werk, een JSBE concert is eigenlijk één lange medley uit hun repertoire, een aaneenschakeling van rudimentaire songs en splijtende riffs.  Terwijl u zich zit af te vragen welke track ze aan ’t spelen zijn , hebben ze al lang weer de smerige riff van een andere ingezet …
…Dat is nu net Jon Spencer Blues Explosion, het gaat supersnel, het knalt, het knettert en het briest, en geen mens die de score kan bijhouden, inclusief de heren zelf. Als je hen achteraf om een setlist zou vragen, dan weten ze ’t wellicht zelf niet. Het doet er ook niet toe, dit is rock’n’roll die recht van uit de onderbuik komt.

Wij zijn absoluut geen leek meer wat betreft concerten van JSBE en hebben ook niet de tel bijgehouden, maar een mens kan hier nooit genoeg van krijgen. Ook al is het verrassingseffect weg, dit bruisende trio blijft ons gewoon verbluffen. Volgende keer weer van de partij ? ’t Zal wel zijn!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jon-spencer-blues-explosion-08-05-2014/
Organisatie: Kreun , Kortrijk

donderdag 01 mei 2014 01:00

Dances in dreams of the known unknown


Skull Defekts is een Zweedse dwarse band die al een viertal platen experimenteert met post-punk, industrial en no-wave. De band resideert in spannende weerbarstige rock met neigingen naar Birthday Party, Nine Inch Nails, Jesus Lizard, Girls Against Boys, Einsturzende Neubauten, Leather Nun en Virgin Prunes.
Geen hapklare brok dus, hoewel dit nieuwe album naar hun doen vrij toegankelijk is. De tegendraadse sound is in ietwat meer gestructureerde vormen gegoten, doch alles klinkt nog altijd begeesterd, donker en hypnotisch. Messcherpe en vaak in stukken gesneden gitaarriffs gaan de strijd aan met een dreigende industrial sound en grimmige jungle drums.
Dit levert een stel verbeten en bezwerende songs op. Opener “Pattern of Thoughts”  en het frontale “The known unknown” dragen een kille en verslavende groove met zich mee, het grillige “The Fable” drijft op knarsende gitaren die een rauwe riff verspreiden en tegelijkertijd stoorzender van dienst zijn en “King of Misinformation” staat stijf van de onderhuidse dreiging. In “Venom” varen de nijdige gitaartjes Beefheart-gewijs lekker tegen de stroom in en “Little Treasure” is Primal Scream die uit het vriesvak tracht te klauteren.
‘Dances in dreams of the known unknown’ is een weerbarstige plaat van een band die op een eigenzinnige en boeiende manier diverse paden verkent.

Pagina 51 van 111