logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Hooverphonic
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 04 december 2008 01:00

Secret Machines

Het Texaanse trio Secret Machines uit Dallas heeft alweer een behoorlijke indruk gemaakt met de nieuwe titelloze cd, die een bezwerende trip bevat van indierock, progrock en ‘70’s psychedelica. De plaat telt acht songs van meeslepende, fijnzinnige en hypnotiserende ritmes, massieve orkestraties en een meer directe, strakkere aanpak. De spannende dreiging, de onverwachtse wendingen en een gevatte dosis avontuur behouden ze. De space trip van “Have I run out” en het afsluitende “The fire is waiting” zinderen na; “The walls are starting to crack” zetten je even op het verkeerde been, want na een ingetogen eerste deel horen we een compleet bizar geschift experimenteel tussenstuk. Of je hoort de aangename bezwerende songs “Atomic heels” en “Last believer, drop dead”. Tenslotte zijn ze niet vies van een luchtiger ”Underneath the concrete”.
Secret Machines is een band die de kaart trekt van Emotie en van een subtiele, verbeten, avontuurlijke en gewaagde sound; elementjes Bowie/Tin Machine/Butthole Surfers worden aangehaald en ze onderscheiden zich van geestesgenoten Aereogramme en Oceansize.

Het Britse Tindersticks stond vijf jaar op non actief. Na de solo uitstap van Staples kwam een nakende reünie met twee leden van het eerste uur Fraser/Boulter. Ze kwamen tot de release van de nieuew plaat ‘The hungry saw’, die directer en minder orkestraal klonk, maar de heerlijke, romantische pop, in smachtende soul en retro gedrenkt, behield, onder die typische ‘crooner’ grauwe baritonzang van Staples. Zalvende melancholie van fijnzinnig en zorgvuldig uitgekiend materiaal.

Ze zijn een graag geziene band in ons landje , want naast les Nuits Bota en Pukkelpop (waar ze af te rekenen hadden met de pletwals van Metallica op de main stage) traden ze nu voor de derde keer aan. Net als bij de vorige concerten was Tindersticks terug een uitgebreid collectief, aangevuld met een blazer en een cellist, naast de traditionele instrumenten van gitaar, bas drums en toetsen.
Het filmische “Introduction” opende en de leden kwamen één voor één het podium op naar hun instrumenten die in een halve cirkel stonden opgesteld. Een warm sfeervol concert van ruim anderhalf uur speelden ze. Tindersticks worstelde zich doorheen de ganse ‘The hungry saw’ (incl de instrumentals!) en raapte een handvol schitterende oudjes op van ‘Tindersticks I & II’ en het in 2003 verschenen ‘Waiting for the moon’. Een set van adembenemende ingetogen pop, waarbij enkele nummers een krachtiger noot meekregen, wat een gepaste afwisseling betekende.
De band was hier duidelijk op z’n plaats in het Concertgebouw om hun schoonheidspop ten volle tot hun recht te laten komen.
Chronologisch stelden ze de eerste songs van de recente plaat voor na de introductie; de ‘one two threes’ en de jaknik van Staples gaven de aanzet. Een intieme set van “Yesterdays tomorrow”, “The flicker of a little girl”, “Come feel the sun” en “Otherside of the world”, aangevuld met de twee andere instrumentals “E-type” en “The organist entertains”. Ze vormden het eerste luik. Na “dying slowly” hadden “16 Summers “en “Say goodbye to the city” een krachtiger opbouw en werden mooi afgewisseld met de beklijvende, weemoedige pracht van “Sleepy why” en “She’s gone”, gedragen door een verloren gewaande pianotoets, cello en/of blazertune, naast het intense gitaarspel, de softe percussie en Staples unieke zang. “The hungry saw” bracht ons terug tot de dagdagelijkse realiteit, klonk snedig en vatte het tweede luik aan: na de ingetogen “Mother dear” en “All the love” volgde “Boobar, come back to me”, die zich in je geheugen nestelde door z’n broeierige opbouw en mindere orkestratie; tenslotte mocht “The turns we took” op overtuigende wijze de warme set besluiten.
Onvoorstelbare pracht, die telkens kon rekenen op een sterk onthaal. Een uitgebreide bis werd eraan gekoppeld door de heren: “My sister” werd een Xmas verhaal door de sobere begeleiding en Staples grauwe praatzang; hij zette een danspas in op het oude “Her” en kon met songs als “My oblivion”, “No man” en een herwerkte “The not knowing” op melodica en cello het gemoedelijke concert definitief beëindigen.

Het was (weer) aangenaam vertoeven in het gezelschap van Tindersticks; ze lieten menig kerstlichtje branden en bleven sterk overeind met de directe aanpak.

Het duo Jakob Bellens/Anders Mathiasen onder Murder verraste ook al met hun integere pop. Gezeten op twee barkrukken, begeleid door een emotievol klinkende akoestische gitaar refereerden ze nauw aan de ‘60’s van Simon & Garfunkel en speelden een dromerige set van een handvol songs, gelinkt aan de new acoustic movement van Turin Brakes en Kings Of Convenience, en gedragen door een heldere zang. De Deense support kon evenzeer rekenen op heel wat belangstelling.

Organisatie: Cactus Club ism Concertgebouw, Brugge

Phoebe Killdeer was één van de twee zangeresjes van het Franse Nouvelle Vague. Haar debuut werd geproduceerd door het meesterbrein van Nouwelle Vague, Marc Collin. De songs zijn een mix van pop, jazz, blues en film noir soundscapes. Ze benadert ergens Waits, Cave, Feist, Joan As Police Woman en Twin Peaks in de sound en in haar stem. Haar begeleidingsband Short Straws gaven de op plaat broeierige, dreigende en donkere songs, een rauwe, directe, snedige en zwierige Jon Spencer’s Heavy Trash rock’n’roll outfit.
Haar performance, waarschijnlijk gegroeid uit een ver balletverleden, -van arm-, hoofd-, voet- en beenbewegingen, en haar indringende blik -, dreef de intense spanning op. In relatie met haar ‘Grooveridende’ gitarist (zoals ze hem omschreef) had haar act wel iets mee van de zangeres Alison Mosshart van The Kills. Vooral de songs “Jack” en “Fast song” kregen een fikse scheut shakende rock’n’roll. Ze zweepte de eerste rijen op die lekker loos gingen op deze nummers. Moeiteloos stapte ze over naar een meer onheilspellende, mysterieuze sound als op “Let me” en “Lilorice skies”, die onverwachtse wendingen ondergingen en pasten voor een nieuwe reeks Twin Peaks/X Files. De spaarzame, maar gepaste synthiloops benadrukten dit nog.
Nog meer moois …de openers “He’s gone” en “Paranoia” klonken verradelijk vrolijk en hadden een cynisch ondertoontje. Een repetitieve drumbeat en haar fluisterstem bepaalden “Light that match”, linkend aan Blixa’s “Silence is sexy”; een aangestoken lucifer werd enkel als licht gebruikt. Een diepe, grauwe saxtune bepaalde onderhuids de sfeer op de groovy aanstekelijke “How far” en “Never tell a lie”.
Phoebe Killdeer had een goede band opgebouwd met haar publiek en zorgde voor een uitgebreide bis; de verleidelijke single “Looking for men”, sfeervol door de gitaarslides, -getokkel en haar indringende stem, een forser klinkende, broeierige “Crawfish” en een evergreen besloten een uiterst aangenaam en verrassend concert van deze Australische dame, die overwegend haar songs een avontuurlijke, soms krachtige wending gaf.
Ze zal alvast een toffe herinnering overhouden aan dit laatste optreden van de tournee en kan zich nu ten volle voorbereiden op het komende moederschap. Haar bede van ‘looking for men’ werd alvast aanhoord.

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 27 november 2008 01:00

Perfect Symmetry

Het Britse Keane beet na een troosteloze periode terug van zich af met de derde cd ‘Perfect Symmetry’. De band begon ooit binnen het plaatje van Coldplay, Travis, Semisonic, Snow Patrol en Starsailor. De melodieuze songs draaiden rond het begeesterende pianospel van Tim Rice –Oxley. Hun debuut ‘Hopes en Fears’ werd een doorbraak van formaat, het tweede ‘Under the iron sea’ zat in dezelfde lijn, maar had alvast iets minder potentieel in hun hartverwarmende, ontroerende en dromerige meeslepende poprock. Na de tweede plaat stond de band bijna op springen, want van de frisse, bezielde gigs en het sympathieke imago bleef plots niet veel meer over door de porto- en cocaïneverslaving van zanger Tom Chaplin.
Maar kijk, op ‘Perfect Symmetry’ horen we een herboren band, ook al zijn niet alle songs even geslaagd. Het trio is uitgegroeid tot een kwartet, bieden een breder concept door een krachtiger rocklijn (“Spiralling” en “The lovers are losing”) , en lieten de synths doorklinken door het geflirt met elektronica, psychedelica en bleeps, o.a. op “Better than this”, “You haven’t told me anything” en “Again & again”. De pianoballads horen we dan op “Prentend that you’re alone” en “Love is the end”, als de sfeervolle pop op “You don’t see me” en de titelsong. Voor hen is het alvast een louterende, zalvende plaat.
’Perfect Symmetry’ is een gevarieerde plaat en een geslaagde comeback; nu nog die perfecte popsongs schrijven op een vierde cd. Bemoedigende terugkeer …

Een divers publiek was aanwezig in een bijna volle Trix om de beloftevolle band The Rascals van Miles Kane aan het werk te zien : heel wat jong volk, Oasis’ lookalikes en de doorwinterde concertgangers.
The Rascals worden meteen gelinkt aan het ander, meer populaire Arctic Monkeys (van Alex Turner). Het Britse trio uit Wirral bij Liverpool heeft nog maar een paar maand z’n debuut uit, ‘Rascalize’, en laveert ergens tussen The Beatles, The Walker Brothers, de ‘90’s Oasis/Blur Britpop en de huidige postpunk, waaronder hun dikke vrienden Arctic Monkeys.

De vergelijkingen met het nevenproject van Kane (en Turner),The Last Shadow Puppets, ligt nog het meest voor de hand en na het optreden werd het me overduidelijk dat Kane de drijvende kracht is van het project, dat ons nog in oktober overrompelde, want in de gevarieerde composities van The Rascals hoorden we onderhuids die ‘60’s rock’n’roll, spaghetti western sounds en ‘007’ soundtracks, gedragen door de warme stem van Kane, met een typisch (niet storend) Brits accentje.
Trouwens, bij Kane was er geen sprake van die Britse ‘coole’ en afstandelijke houding; hij kon entertainen en onderhield een nauwe band met z’n publiek. Wat onwennig misschien, maar uiterst aangenaam! En de sympathieke uitstraling, de overgave en het spelplezier van alle drie, anderhalf uur lang, droop er van af! Z’n spitsbroeder Turner kan er zeker iets van leren.
Na de instrumentale westernopener ging het trio er meteen stevig tegenaan met snedige uptempo’s van “Out of dreams” en “Bond girl”. Kane werd in deze nummers geconfronteerd met elektriciteit aan z’n microfoon. Het leek wel op een grap maar het euvel werd deskundig, professioneel en losjesweg aangepakt en verholpen.
We hoorden vervolgens een sterk op elkaar ingespeelde band van hun melodieus aanstekelijke en avontuurlijke gitaarpop, die subtiel, rauw, energiek en fris was: een broeierig, spannend, scherp en intens gitaarspel, een diep dreunende bas en een harde, opzwepende drums. Het trio stak er vaart in en toonde aan dat ze over klasse songs beschikten: bedreven versies van “People watching”, “I’d be lying to you” en “Better in the shadows”, een aan Last Shadow Puppets refererend “freakbeat phantom”, “Does your husband know that you’re on the run” en “Fear invcted into the perfect stranger”, en er waren de sfeervol opbouwende ballads als “How do I end this” en “Stockings into suit”. Binnen hun Brits popgevoel zorgden The Rascals voor elk wat wils.
De groep eindigde heel sterk met “I’ll give you sympathy” en een uitgesponnen freaky, stevig en noisy “Is it too late”, waarin een Joy Division tune sluimerde. Het trio had het duidelijk naar hun zin, genoot van de respons en gooide er als toegift John Lennon’s “Instant karma” tegenaan, met het meezingbare freefolky refrein “We all shine on”.

Het optreden van The Rascals beklijfde. Ze speelden een uiterst onderhouden set, gaspelden hun songs niet af en klonken op geen enkel moment rommelig; kortom op diverse vlakken onderscheidden ze zich van doorsnee koele Britse mentaliteit …op hun accent na, wat we er maar bijnamen.

Een bizarre combinatie vormden the Rascals met de support act Something Sally. Freakende soulpop die deed denken aan het ‘80’s Nederlandse Time Bandits en Spargo, een opgefokt hyperkinetisch Delavega en het enthousiasme had van een Alphabeat. Wat een ‘positieve vibe’! De zangeres Sally beschikte net als Joss Stone over een helder pakkende soulstem. Vorig jaar zaten ze nog in het voorprogramma van Stone. De gasten speelden een bruisende party, maar zouden het er beter vanaf gebracht hebben met andere artiesten. Ondanks alles, werden ze warm onthaald.

Organisatie: Trix, Antwerpen

donderdag 20 november 2008 01:00

Ladyhawke

De Nieuw –Zeelandse schone Pip Aka Brown week uit naar Londen, houdt van de ‘80’s en hield er een rockbandje op na, Ladyhawke. Ze graaide gretig in de platenbak van The Bangles en Tom Tom Club, ontpopte zich als een jonge Kim Wilde en Cindy Lauper en leek wel het zusje van Avril Lavigne en Katie White van Ting Tings.
Op haar debuut horen we compromisloze catchy poprock met een ‘80’s electro tint; goed verteerbare bubblegumpop, vol meezingbare refreinen, onder de zwoele stem van Brown. In die hapklare pop vinden we overtuigende songs als “Magic”, “Better than sunday”, “Back of the van” en “Paris burning”. Enkel op “Professional suicide” slaat de jonge dame even de bal mis. Voor de rest niks dan lof over dit erg toegankelijk album, waarbij zangeres Brown de kunst heeft om eenvoudige en doeltreffende popsongs te schrijven.

donderdag 13 november 2008 01:00

Vanguard

Ons Belgisch The Sedan Vault nam de tijd te werken aan de opvolger van hun prima avontuurlijke debuut ‘Mardi Gras of The Sisypha’. Het kwartet onder de broers Meeuwis en Johan Buy uit Sterrebeek hebben een verschroeiend tweede plaat uit. Het concept van vier antihelden die samenspannen om een gebouw in Londen op te blazen. Ze spelen een helse infernosound van verschillende gitaarlagen (hard –zacht), avontuurlijke en toegankelijke ‘70’s retrogitaarriffs, distortion, bezwerende drums en dreigende en psychedelische synths. Een sound van talrijke ritmewisselingen en onverwachtse wendingen, bepaald door een aan Bixler leunende heldere, huilende en krijsende zang.
Inderdaad The Sedan Vault kan gelinkt worden aan The Mars Volta , maar haal er ook maar Suicide, Don Caballero en Battles bij; een hectisch hallucinant geluid en een verbluffend staaltje muziek en kunde, tussen melodie en bevreemding, dat donker dreigend is, maar ook mistroostig en dromerig kan zijn door de verfijning en subtiliteit.
’Vanguard’ vormt de soundtrack of een totaalpakket van een (post)apocalyptisch landschap door songs als “Communism by the gallon”, “Autochtonic”, “One thirty through the borough”, “The axis of frazier and formande” en de single “Unidentified flying subjects”. De filmische spoken words, waaronder een Ostends brabbelende Arno in de intro, en de paar innemende rustige songs geven gevoel en emotie en zorgen voor een extra dimensie aan deze venijnig, grillig klinkende bombastische plaat.

donderdag 13 november 2008 01:00

Midnight Boom

The Kills zijn toe aan de derde plaat, ‘Midnight Boom’. De cd laat een ietwat breder geluid horen binnen hun rauwe garagerockabillyblues, want naast de ritmebox sijpelen elektronicabeats door. Ook klinkt het vrouw – man duo, Alison ‘VV’ Mosshart en Jamie ‘Hotel’ Hince toegankelijker en melodieuzer, en is het lofi karakter wat meer op het achterplan gedrukt, maw hun zompig, smerig en rammelende sound klinkt afgelijnder. Maar het blijft genieten van hun gejaagd en broeierig geluid, bepaald door de doorleefde, verbeten en soms krijsende zang van Alison, ondersteund door Jamie’s zegzang. Kernachtige en krachtige songs, waarvan “Last day of magic”, “Hook & line” en “Alphabet pony” meer dan moeite waard zijn. The Kills ondernamen een logische stap, een stap die ze moesten riskeren na hun twee rauwe rudimentaire platen, ‘Keep on your mean side’ en ‘No Wow’. Benieuwd of onze Black Box Revelation ook zo zal evolueren …

zaterdag 15 november 2008 01:00

De zorgeloze pop van Alphabeat

Het Deense bandje Alphabeat teistert al enkele maanden de hitparade met twee aanstekelijke, springerige singles “Fascination” en “10.00 nights”. Dit is ‘feel good, feel happy music’, refererend aan de Scissor Sisters, B 52’s, Wham! en A-Ha…En ook ABBA is te horen, tot in de songtitels toe. Radiovriendelijke, lichtvoetige ‘kitsch’ dans (vrouwen) pop van vijf jongens en een meisje, om lekker weg te dromen en out te freaken. Alphabeat zorgde al voor een massale toeloop in de Château op Pukkelpop en is de popband van het moment, want vele jonge meisjes en jongens vonden de weg naar het Depot, met als gevolg dat het concert al een tijdje uitverkocht was.

Naast de pak elektronica-apparatuur, dubbele percussie, bas en gitaar stond de cd hoes ‘This is Alphabeat’ op een groot doek geplaatst. Elke letter van de titelcd had een ander kleurtje. In het kleurrijke decor huppelden, sprongen en dansten de jongens van het bandje er op los. De bevallige zangeres Stine Bransen had een trendy groen jurkje aan, dartelde sensueel over het podium en zette een paar verleidelijke pasjes op haar hoge hakken. Ze kon vocaal hoog uithalen als een Ana Matronic van The Scissor Sisters of als Madonna in de ‘80’s. Een prominente rol was ook weggelegd voor de hyperkinetische zanger/percussionist Anders SG. Kijk, het zit allemaal mooi verpakt in de formule van dit uitbundig bandje.
Naast de single kleppers tekenden vaardige songs als “Fantastic”, “Go go”, “What’s happening” en “A message” voor vreugdevolle pop, meezingbare refreinen en handjes wuiven. De synthpop van “Hit with a rhythm” en “Touching me, touching you” vormden een lichte variant. En het sfeervolle “Rubber boots” deed ons eeuwig jeugdig tienerhartje sneller bonken.
Hun enthousiasme en positive attitude werd sterk onthaald. Ze vertaalden het in een meer dan overtuigende bis, - “Precination” en “Fascination” -, van pop, dance, disco en beats.

Popmuziek van een bandje die de zorgeloze tienerjaren koesterde. Mag toch? Welverdiende doorbraak

Voor de warming up zorgde Lapaz, een kwintet uit Leuven zelf, met catchy , swingende popsongs. Toegankelijke, hapklare pop met een Elton John, Ben Folds en Cold War Kids pianotune. De heren waren alvast in hun nopjes met hun mooi uitgedoste zwarte kostuums en rode das. Hun melodieuze pop kon net niet voldoende boeien door … iets teveel van hetzelfde! De Beach Boy cover “Get round” namen we er wel graag bij …

Organisatie;:Het Depot, Leuven

woensdag 12 november 2008 01:00

The Ting Tings: Shut up en let ‘em go!

We noteerden een nokvolle Orangerie om het beloftevolle Britse duo Jules de Martino (drums/vocals) en de bevallige Katie White (gitaar/vocals) aan het werk te zien. Het concert kreeg al weken het kaartje ‘sold out’ opgehangen. Hun sprankelende, springerige, frisse en speelse gitaarpop ligt duidelijk in de lift; de strakke popsingles met hun meezingbare refreinen “Great DJ”, “That’s not my name” en ”Shut up, let me go” stonden al in de hitlijsten. Samen met Blood Red Shoes zijn één van de ontdekkingen van 2008.

Terecht vormen zij zo een beetje de jonge B 52’s, die optimisme en levensvreugde uitstralen. Het sympathieke duo zorgde alvast voor opwinding, zweepte het publiek op en wist in geen mum van tijd hen in te palmen. Ze werden warm tot sterk onthaald, maar een feestje zoals bij Blood Red Shoes bleef net uit.
De Martino mepte er naar hartelust op los en Katie dartelde als een jonge Debbie
Harry over het podium. Ze speelden een korte, krachtige set en op nog geen uur tijd hadden ze bijna alle songs van hun aanstekelijke debuut ‘We started nothing’ erdoor gejaagd.
Het goed op elkaar ingespeelde duo stoeide met gitaar, drums en elektronica. “We walk” opende het stomende setje en had een opbouwende groove door een rauwe repeterend klinkende gitaar en beats. Hun doorbraaksingle, het tintelende “Great DJ” volgde. De dubbele bassdrum en de hitsende ritmes op “Fruit machine” en “Keep your head” hielden het tempo hoog. Het duo ontpopte zich als een jonge JohnTravolta en Olivia Newton-John op het aangename en sfeervolle rustpunt “Traffic light”. “We started nothing” klonk broeierig, had een intense spanning en werd mooi uitgesponnen tot de laatste mokerslag. De zang van Katie deed denken aan Polly Harvey. “Shut up & let me go” werd het lijflied van de avond; beiden fokten het op door enkele stiltes, dubbele percussie en trom, wat iedereen aanzette tot dansen, springen, zingen en handclapping. Vijfenveertig minuten jong geweld passeerde aan ons voorbij. Als toegift zorgde De Martino voor wat animatie door pics te nemen van de eerste rijen, hen een happy birthday te laten zingen en z’n eigen DJ kunstjes te tonen. Run DMC, Grandmaster Flesh en Ray Parker Jr leidden het pompende electro funky “Impacilla carpisiung” in , en tenslotte kon iedereen nog eens z’n keelgat openzetten op “That’s not my name”.
Beloftevolle Band met charisma, een positive vibe en … toekomst. Meer moet dat soms niet zijn …

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 157 van 180