logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Hooverphonic
JeromeBertrem

JeromeBertrem

Pinegrove - Stevige en pakkende indie rock met vleugje Americana

Het Amerikaanse Pinegrove uit Montclair, New Jersey, brengt al meer dan een decennium indie rock gekenmerkt door country invloeden en goudeerlijke lyrics. Na vier zelf geproduceerde platen, trok kernlid Evan Stephens Hall met leadgitarist Sam Skinner voor het eerst een studio in om ‘11:11’ (2022) vorm te geven. Met deze nieuwe songs voornamelijk over zowel de afgelopen pandemie als huidige milieukwesties, stond Hall en zijn band nog eens voor een Belgisch publiek.

De ogenschijnlijke piepjonge band Another Michael had de eer om een tot dan beperkt publiek warm te maken. De wollige songs overladen met lollige verrassingen werden met veel charme gebracht. "Shaky Cam" klonk als Electralane die een kwieke verjongingskuur had gekregen. Ook al maakte de frontman het zichzelf moeilijk met de vele zangstijlen, toch klonken ook "Big Pop" (denk aan The Beths) en afsluiter "New Music" (denk aan Soccer Mommy) zeer gezapig en amusant. Deze band liet geen blijvende indruk na maar kon toch wel een brede glimlach op ons gezicht toveren.

De Pinegrove fans, de zogenaamde Pinenuts, vonden uiteindelijk de weg naar de AB Club die ondanks het optreden van Mogwai in de Grote Zaal, toch aardig gevuld was. In zomerse tenues, korte broek en lichte shirts, trapte de band de avond af met het nieuwe “Alaska”. De afwisseling tussen korte luide noisy snippets en harmonische passages waarbij Hall z’n stem goed van kracht was, waren al herkenbare Pinegrove’s muzikale keuzes. Het duurde maar tot “Interped” wanneer het publiek de eerste vreugdekreten uitslaakte. Opnieuw een nieuwtje met “Let” dat door sommige zachtjes werd meegezongen. Een sterk begin met een mix van oud en nieuw die verder aangehouden werd.
De kracht van Pinegrove zat hem trouwens in de oversneden, oprechte emoties zonder klef aan te voelen. Al vroeg was “Orange”, als het ware een waltz over de klimaatcrisis, een eerste voorbeeld daarvan. In “Habitat” had Hall het dan over de onomkeerbare gevolgen van ingrijpende rampen, terwijl “Respirate” een aanmoediging was om moeilijke tijden te doorkomen.
Niet alleen trokken die boeiende songteksten onze aandacht, maar ook de country-elementen die ongeforceerd aan bod kwamen. In “11th Hour” kwam er een banjo voor het eerst aan bod, die vervolgens in “Old Friend” een prominente plaats had. Dat laatste nummer zorgde ook voor een a capella-moment waar de concertgangers enig de zanglijnen aanvulden. In “Rings” kregen we met door de slide guitar instant een Americana-gevoel. Of door de mondharmonica-passage in “Moment” waar ook de drummer eens goed doorsloeg. Die Americana-toetsen bereikte in het indrukwekkende hoogtepunt van “Skyline”.
Al meermaals was er geen gebrek aan enthousiasme bij het publiek. “The Metronome” werd beloond met een luid applaus. Het kwetsbare “Angelina” bleek ook een favoriete voor zo veel fans. Hall en zijn Pinegrove kregen heel wat omstanders los door de imponerende live-versie van “Darkness”. Afsluiter “New Friends” werd ten slotte uitzinnig meegezongen waardoor het plaatje compleet was.

Heel dankbaar was Pinegrove en het publiek des te meer voor de originele instrumentenkeuze’s, de tempowisselingen en uiteraard de pakkende doch meezingbare lyrics.

Setlist
Alaska - Intrepid - Let - Orange - 11th Hour - Rings - The Metronome - Flora - Respirate - Old Friends - Habitat - Iodine - Moment - So What - Angelina - Swimming - Endless - Darkness - Skylight - Cyclone - Size of the Moon - Peeling off the Bark - New Friends

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Les Nuits Botanique 2022 - DIIV + The Waltz - Verschroeiende pieken maar ook kabbelende vlaktes
Les Nuits Botanique 2022
Botanique (Chapiteau)
Brussel
2022-05-15
Jérôme Bertrem

DIIV, een band met heel wat achtergrondverhalen, is eerder spaarzaam met releases. Na ‘Oshin’ (2012) en ‘Is the Is Are’ (2016) zocht voortrekker Zachary Cole Smith actief de samenwerking op met zijn overige bandleden. Dit resulteerde in het eerder innemende ‘Deceiver (2019)’.  Hun nieuwste langspeler mag dus al een tijdje uit zijn, nu kregen ze pas de kans om die aan een Belgische publiek voor te stellen.

Met al wat StuBru-airplay, een selectie voor de Nieuwe Lichting en debuutplaat ‘Looking-Glass Self’ (2022), werkt The Waltz gestaag aan hun doorbraak. In een te korte set van 40-minuten brachten de vier West-Vlamingen ruige stoner die nu eens meer naar grunge aanleunde en dan eens meer naar sludge. Vergelijkingen met Hickey Underworld, Millionaire en Dirk zijn alvast niet vergezocht. Al in "All the Rage" schopte de frontman al schreeuwend de zondagse sloomheid uit ons lijf. Een koud kunstje die hij op afsluiter "Egocide" vlekkeloos overdeed. De gekke basseffecten en bij momenten de dito lyrics bij onder andere “Charlie Cello” en het singlewaardige “Flowers” maakten dit een boeiend opening act. Een band om in de gaten te houden dus!
Setlist The Waltz: All the Rage - Ulterior Motives - Dicktator - Necessary Evil -  Charlie Cello - Flowers - Enter the World - Shadenfreude -  Egocide

Na zelf de soundcheck te hebben gedaan kwamen de vier shoegazers van DIIV rustig het podium op. “(Druun)” tevens ook de opener uit hun debuutplaat ‘Oshin’ (2012) diende als herkenbare opwarmer. Zij die wat versuft waren door de warmte, werden meteen wakker geschud met de daaropvolgende “Past Lives”. Voor het eerst was daar Zachary Cole Smith met zijn dromerige shoegazing zang die doorheen de avond helaas niet even scherp bleek te zijn. Toepasselijk in de broeierige tent was een indrukwekkende “Under The Sun” dat live zeer intens gespeeld werd. Met de opzwepende grunge gingen we al collectief wat uit de bol.
De vermoeide indruk die we initieel hadden werd bevestigd door de Amerikaanse band aangezien deze avond de eerste stop was van hun Europese tournee. Voor de nieuwe rustige nummers bleek die vermoeidheid hen parten te spelen. “Like Before You Were Born” startte als een dromerig wiegeliedje maar de snedige noisy gitaarsolo hield ons wel nog alert. “Skin Game” en “Between Tides” brachten ze daarentegen met een matige intensiteit waardoor hier en daar enkele toeschouwers wat verdwaald rond tuurden.
Op tijd grepen de protagonisten terug naar oud materiaal met “Sometimes”, een verschroeiende “Doused” en “Loose Ends”. Het omvergeblazen publiek had met dit hoogtepunt nog voldoende energie over om enthousiast vreugdekreten uit te slaken.
Daarna zakte het viertal helaas terug wat op de vlakte met “Taker”, “For the Guilty” en “Horsehead” (denk aan My Bloody Valentine) die ondanks de mindere hevigheid, ergens nog wel interessant waren. Heel verrassend en een laatste hoogtepunt van de avond was het nieuwe beukende “Blankenship”. In een onverwachte encore kregen we nog een halfslachtige “Dust” te horen waar Smith helaas even de lyrics kwijt was.

Niet alleen had de band last van die vervelende jetlag, maar ook zochten ze naar een goed evenwicht tussen de intense oorsuizende oude songs en hun nieuw bedeesder materiaal.
Toch kon dit het gros van de muziekfans niet deren en genoten ze dan ook voluit het hele concert door.
Setlist DIIV: (Druun) - Past Lives - Under the Sun - Skin Game - Like Before You Were Born - Between Tides - Sometime - Doused - Loose Ends - Take Your Time - Taker - For the Guilty - Bent (Roi's Song) - Horsehead - Blankenship - (Encore:) Dust

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/1983-diiv-15-05-2022

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique)

Les Nuits Botanique 2022 - Robbing Millions XL + Gut Model - Zalige potpourri van indrukwekkend catchy jazz-ensemble
Les Nuits Botanique 2022
Botanique (Rotonde)
Brussel
2022-05-13
Jérôme Bertrem

Van indie artpop verveld naar psychedelische jazz met catchy hooks. Dat is de evolutie die Robbing Millions onder leiding van Lucien Fraipont de afgelopen jaren heeft ondergaan. Na zijn laatste plaat ‘Holidays Inside’ (2021) heeft hij heel wat nieuws in petto. We mochten ons in de Rotonde dus verwachten aan een mix van oud en nieuw in een XL-kleedje.

Als voorprogramma raasden de lokale jonge helden van Gut Model aan een verschroeiend tempo door hun speeltijd van een half uur. Acht strakke nummers van verschillende pluimage schoten ze zonder op adem te komen zo het publiek in. Terwijl de eerste twee nummers strakke kraut waren met een randje coldwave veranderde dat halfweg naar post-punk of zelfs psychedelic rock. Met die rijke bagage en de vele instrumentenwissels klonk het vijftal nu eens donkere Talking Heads en dan eens uptempo Television of Shame. De geoliede machine had geen frontman of -vrouw nodig, want elk bandlid nam eens de zang voor zijn of haar rekening. De catchy afsluiter was opnieuw van een ander en rustiger genre, maar dit paste perfect op wat nog zou volgen met RM.

De fameuze opstelling van Robbing Millions waarbij drie extra gastmuzikanten net zorgden voor dat XL-gehalte, beloofde heel wat goeds. De introwaardige “Overdry”, gebracht door de kerngroep, was net als hun vorige concert in Brussel – lees hier https://www.musiczine.net/nl/concerts/item/84428-robbing-millions-movulango-eclectische-behendige-en-sympathieke-roversbende ) de binnenkomer, maar nu werd die wat luider, strakker en toch ook speelser gebracht. De mannen van RM hadden er duidelijk zin in.
Side-note: het projectiescherm zorgde ook voor een vrolijke en kinderlijke toets, alhoewel ze duidelijk meer hadden nagedacht dan de doorsnee kleuter over het kleurrijke knip- en plakwerk. De drie extra muzikanten kwamen de bende vervoegen voor “White Sun”. De volle sound van dit nummer, wat begon met een gekke uptempo maat, ging vlot over naar rock, werd tussenin gespekt met een indrukwekkende saxofoonpassage en eindigde met een psychedelische ontrafeling.
In vergelijking met voorgaande (niet-XL) passages, zorgden  de extra bandleden dat  sommige nummers nog beter de opgenomen versie benaderden. Zo zong de tweede gitarist in “Camera” de parlando passages die op plaat net voor dat tikkeltje extra zorgen.
Het was toen duidelijk dat telkens oud en nieuwe materiaal op elkaar volgde. Slimme zet van Fraipont en de zijne om het zo steeds boeiend en toch herkenbaar te houden. “Believe Her” was ondanks het  aanstekelijk riedeltje enorm gelaagd met reggeatoetsen tot zelfs noisy rock elementen. Het publiek was al goed mee met het verhaal en dat was hoorbaar tijdens het strak gebrachte “Family Dinner”, waar niet alleen muziek maar ook veel vreugdekreten hoorbaar waren. Het dromerige doch complexe “Rave Party” dreigde door het moeilijke tempo en asynchrone gitaarspel toch af te steken, maar hier nam de band het publiek goed op sleeptouw.
Veel lof ook voor de overige muzikanten die elkaar blindelings aanvoelden en hun skills met de grootste eenvoud brachten. De strakke bespeelde koebel was in “Mecanique Ondulatoire” de metronoom voor het geheel van het te gek ineengestoken muzikaal lappenstukje. Even doken we in een western met “Docteur”, waar nadien het publiek wat junglegeluiden loste. Op uitnodiging van de frontman mochten we voor de gekke geluidenboel van “Tiny Tino” ons volledig laten gaan. Elk nummer werd oerdegelijk gebracht, maar “Elastic” klonk door de vele solos (nu eens op de keys, dan op de sax en finaal op de gitaar) als een waar experimenteel jazz-nummer.
Nog explosiever was het indrukwekkende “Chine Imperiale” waar de fluitiste vlot wisselde naar haar saxofoon. “One of a Kind” diende als rustpuntje om dan met “Negative Blond” flitsend de reguliere set af te ronden.
Robbing Millions XL trakteerde ons nadien nog met een drieluik waar uiteraard “Have Tea” op veel enthousiasme kon rekenen. De beelden van de surrealistische videoclip, zouden zó kunnen gepast kunnen hebben  op de achtergrond. Als afsluiter toverde het vaardige zevental “Magicians” vlotjes uit hun kokers.    

Robbing Millions toonde vanavond de richting waar de band verder in wil gaan. De potpourri van experimentele op jazz-gebaseerde songs met catchy passages klonk dansbaar, doordacht en goed in balans. De toevoeging van drie extra muzikanten zorgde live voor dat tikkeltje meer. Het maakte ons alvast benieuwd hoe Fraipont en kompanen deze intense live-ervaring verder zal zetten.

Setlist : Overdry - White Sun - Camera - Believe Her - Family Dinner - Rave Party - Mecanique Ondulatoire - Doctor - Tiny Tino - Elastics - Chine Imperiale - One of a Kind - Negative Blond - Mont de Piété - Have Tea – Magicians

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique)

Les Nuits Botanique 2022 - Clap Your Hands Say Yeah - Enthousiaste indie gezelligheid met vlagen nostalgie
Les Nuits Botanique 2022
Botanique (Grand Salon)
Brussel
2022-05-08
Jérôme Bertrem

Uit de boeiende indie rock scene van de jaren 2000 was de selftitled debuutplaat van Clap Your Hands Say Yeah een ware mijlpaal. Na dat succes heeft Alec Ounsworth als CYHSY daarna nog vijf platen uitgebracht waarvan ‘New Fragility’ (2021) zijn meest recente is. Met die nieuwe songs en uiteraard een rugzak vol nostalgie keerde de band nog eens terug naar de Botanique.

Het gezellige Grand Salon dat voor Les Nuits dienst maakt als concertzaal, was aardig gevuld met fans van het eerste uur maar ook met doorsnee muziekliefhebbers. Zo was “Into Your Alien Arms” met het rustig begin en de strakke noisy outro meteen op luid onthaal verwelkomd. Daarop volgde het nieuwe “Innocent Weight” dat gezien de gewaagde keuze en de politiek beladen tekst, toch wel op sympathie en enthousiasme kon rekenen. Ounsworth’s hoekige, onregelmatige zangstem leek dan volledig opgewarmd te zijn.
Al vroeg in de set kwam daar “In This Home on Ice” uit die befaamde debuutplaat. De energie van de band werd moeiteloos overgenomen door de fans die hier en daar luidkeels meezongen, opsprongen en gretig de armen in de lucht opwierpen. Met “As Always” werd even gas teruggenomen om halfweg alsnog voluit te gaan. Het was toen al duidelijk dat CYHSY veel meer is dan die debuutplaat. De praatgrage frontman, die soms wat weg had van een minimalistische country boy, kwam met zijn bindteksten ook bijzonder sympathiek over.
“New Fragility” leek zo uit de 00s te zijn geplukt maar dit nieuw nummertje bleef met die gevoelige lyrics nog lang nazinderen. Eenzelfde gevoel kregen we bij “Same mistake” dat balanceerde tussen opgewekt en mijmerend.
Hier en daar had het viertal intussen al een hoog niveau bereikt, maar het was uiteraard met indie klassieker “The Skin of My Yellow Country Teeth” dat het publiek enorm enthousiast genoot. Tijdens het handgeklap op aangeven van de drummer, wandelde de Ounsworth goedkeurend rond om zijn gitaarsolo te brengen. Nog verrassender was eigenlijk “Some Loud Thunder” met de spacey intro en de kletterende afsluitende drumexplosie.
Het concert was tot dan toe zeer losjes en ontspannend gebracht. Dat hij zich niet moest aantrekken van wat mensen over hem denken, stond centraal in de eerste van de twee sologebrachte pianoballads. “Details of the War” mocht dan al 17 jaar oud zijn, toch klonk deze pianoherwerking akelig relevant. Meteen kwam de rest van de band terug om naadloos “A Chance to Cure” te brengen. Nog een hoogtepunt van de avond was de hedendaagse protestsong “Thousand Oaks”, een nummer geschreven voor iemand’s zoon die stierf door wapengeweld. Het slot was met “Misspent Youth”, “Over and Over Again (Lost and Found)” en “Better Off” een heerlijke moment van pure nostalgie waar toeschouwers duidelijk hun jeugd (of jongere jaren) gedeeltelijk herbeleefden.
Zoals verwacht kwamen ze uiteraard even terug om het innemende en rustige “Where They Perform Miracles” te spelen gevolgd door het opzwepende “Upon This Tidal Wave of Young Blood”.
Wat nog overbleef van energie na een vermoeiend weekend en een geweldig CYHSY-concert, werd door het publiek zonder twijfelen volledig losgelaten. Ounsworth kon uiteraard het enthousiasme niet onbeantwoord laten en daarom keerde hij en de zijne voor een tweede bisronde terug naar het podium. Waarvoor dank!

Setlist
Into Your Alien Arms - Innocent Weight - In This Home on Ice - As Always - New Fragility - Same Mistake - The Skin of My Yellow Country Teeth - Some Loud Thunder - Unfolding Above Celibate Moon (Los Angeles Nursery Rhyme) - Ambulance Chaser - Details of the War - Yankee Go Home - A Chance to Cure - Heavy Metal - Thousand Oaks - Misspent Youth - Over and Over Again (Lost and Found) - Better Off — Where They Perform Miracles - Upon This Tidal Wave of Young Blood —- (?)

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique)

Low - Duister, dieper en intenser dan ooit

Al 29 jaar lang brengt Low het beste van de slowcore indie rock-wereld. Hun laatste plaat ‘Hey What’ (2021) borduurt verder op de fuzzy productie van ‘Double Negative’ (2018) met nog steeds voldoende interessante elementen om origineel te zijn. Om te weten hoe Low die laatste plaat live overbrengt, moesten we ons begeven naar de Trix.

De treingoden waren ons deze avond niet gezind. Hierdoor moesten we een groot deel missen van het supersonische Doom van Divide and Dissolve. Met heel wat versterkers was er geen tekort aan een loeiharde rock. Het beetje dat we konden meepikken was alvast onversneden sludge/doom zoals je die zou verwachten. In het afsluitend nummer ging het van uptempo naar een heel zware en logge brij. Niets onverteerbaar want de manische drums ondersteund met de slide noise waren wel nog meeslepend. Leuk opwarmertje.

Tijdens de verpozelijke pauze werd het podium gestript tot het pure essentiële waarmee Low wel gekend hun live muziek overbrengt. Nieuw en wat later bleek vooral heel effectief, waren de drie lichtzuilen die voor de nodige projects zorgden. Zeer onopvallend kwamen Alan Sparhawk, Mimi Sparks en gelegenheidsbassiste Liz Draper op kousenvoeten hun plaats innemen. Het doel was zeer duidelijk: hun laatste plaat Hey What quasi integraal brengen. “White Horses” zette de toon voor de rest van het nieuwe materiaal. Het stokkend gitaareffect dat naadloos aansloot bij de verknipte synchrone lichtprojecties, was een terugkerende patroon. Al in het tweede nummer “I Can Wait” was daar de typische prachtige samenzang van Sparhawk en Sparks. “All Night” klonk qua zang van Sparks betrekkelijk poppy maar het geheel zorgde - mede door fameuze basmelodie - al voor een eerste indrukwekkend hoogtepunt. “Hey” was dan een persoonlijk hoogtepunt voor Spark waar ze de leiding nam in de zang. “Days Like These” begon aanvankelijk rustig maar even werden we met verstomming geblazen wanneer we halfweg sonisch omvergeblazen waren. De rustige bijna-balad “Don’t Walk” moest alvast ook niet onderdoen.
Die nieuwe plaat klonk dan al enorm overtuigend, nog meer duister en dieper dan wat we gewoon zijn van Low maar dus allesbehalve bevreemdend. Afsluiter van de eerste concerthelft “The Price You Pay (It Must Be Wearing Off)” was een waar genot waarbij het publiek uitbundig wiegde, headbangde of diep genoot (met de ogen) gesloten.

De tweede helft was secuur samengesteld met ware indieparels uit verschillende van hun vorige platen. Contrasterend met het nieuwe duister materiaal was het vlot gespeelde “Congregation”. Vanaf de eerste noten werd daarna het zeemzoete “Sunflower” onder luid gejoel ontvangen. De geprojecteerde neergaande zon versterkte het hartverwarmend effect dat Low naar op zoek was. “Disarray” was ook visueel een streling voor het oog waarna Sparhawk de lichttechnicus zeer terecht bewierookte. Ook het sterrenschouwspel op de schermen tijdens “Plastic Cup” zorgde net voor dat tikkeltje meer. “Monkey”, een ander hoogtepunt, was met die diepe baritonstem van Sparhawk en het beukende gedrum van Sparks, gewoonweg af. Naarmate het concert vorderde werd de frontman spraakzamer en stortte vaak zijn dankbaarheid uit, wat uiteraard wederzijds was. Tijdens “Especially Me”, dat trouwens zo zou passen in de tracklist van het nieuwe Hey What, had het drietal er duidelijk veel plezier en voldoening in om voor zo’n dankbaar publiek te staan. Ze mogen al dan vaak afgesloten hebben “Nothing But Heart” maar ook deze keer baande dit prachtnummer zich vlot naar de diepste delen van ons hart. Een pure verwennerij dat afgesloten werd met “Two-step” en het bedriegelijk rustige “When I Go Deaf”.

Ook al hebben ze er al vele jaren opzitten en hebben ze een indrukwekkende oeuvre samengesteld, toch blijft Low immer relevant en boeiend. Iets wat ze ook deze avond opnieuw hebben bewezen.

Setlist
White Horses - I Can Wait - All Night - Disappearing - Hey - Days Like These - Don't Walk Away - More - The Price You Pay (It Must Be Wearing Off) - Congregation - No Comprende - Sunflower - Disarray - Plastic Cup - Monkey - What Part of Me - Especially Me - Nothing but Heart - (Encore:) Two-Step - When I Go Deaf

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/1902-low-04-05-2022
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/1901-divide-and-dissolve-04-05-2022

Organisatie: Trix, Antwerpen

Les Nuits Botanique 2022 - Novo Amor - Sferische vlakheid waar tikkeltje extra originaliteit ontbreekt
Les Nuits Botanique 2022
Botanique (Orangerie)
Brussel
2022-05-01
Jérôme Bertrem

De Welshe singer-songwriter Ali Lacey ofwel Novo Amor is in zijn korte carrière vervelt van innemende en zachte folk naar meer sferische muziek waar zijn falsetstem goed bij past. Na lang wachten kon hij eindelijk zijn laatste plaat ‘Cannot Be, Whatsoever’ (2022) aan het Belgische publiek voorstellen.

De immer in rustige Westmalse velden verkerende Catbug mocht het voorprogramma verzorgen. Samen met een toetsenist en gitarist mocht ze haar minimalistische en hyperrealistische muziek als lappendekentjes aan het beperkte publiek uitdelen.
Haar mix tussen Engels- en Nederlandstalige nummers werkten met de leuke melodieën aanvankelijk goed maar helaas verslapte onze aandacht al snel. Het was moeilijk om een aanknopingspunt te vinden in wat ze probeerde over te brengen of om een lijn te horen in haar te wispelturige zang. Het publiek verloor ook al snel de aandacht waardoor het ook voor hen geen memorabel moment was.

Het contrast tussen de kleine bezetting van Catbug en de grote productie van Novo Amor kon niet groter zijn. Met twee lichtbalken links en rechts, enkele overheads en wat bladgroen hier en daar beloofde ook voor het oog een interessante concert te worden. Lacey nam plaats achter zijn keyboard terwijl de overige vier muzikanten hun posten innamen om af te trappen met “Opaline”, dat tevens de opener van zijn laatste plaat is. De speelse complexloze pianomelodie werd sterk aangevuld met zijn typische hoge stem. Al snel maakten we de vergelijking met Bon Iver en Sigur Rós, wat we doorheen de set maar moeilijk konden afschudden.
Niet dat het geheel onorigineel was. Zo was “Utican” niet verzonken in de soms overbodige galm en waren de frivole trompetpassages zeer hartelijk. Voor “Decimal” ging Lacey even van achter zijn keyboard om met de gitaar onder de armen de volle klonken op plaat na te bootsen, en met succes. In “Halloween” waren de slide guitar en de drummer die helemaal los ging, de opvallende toetsen in een nummer die rustig begon en ook zo eindigde. Zelfs in “Guestbook” hing iedereen aan hun lippen want een vallende beker doorbrak plots de innemende stilte.
In de tweede helft van de set helde de band echter meer naar een wat te doorzichtige mengeling van pop met 80s toetsen en repetitieve indie rock à la Bastille. Het tweeluikje “13494 / State Line” beschilderde tussenin nog originele sferische natuurlandschappen. Ook waren “Birdcage” en “Anchor” met een duidelijke originaliteit van Lacey opgebouwd. De rest van de set zakte qua inhoud helaas wat in. “Carry You” en “I Feel Better” waren wat te doorzichtig en “Repeat Until Death” bleef echter vaststeken bij een goedbedoelde poging. Ook het sociale ongemak van Lacey, die ongeïnteresseerd bindteksten toewierp, hielp niet om een goede indruk over te houden van de avond. Nog vreemder was echter dat het laatste nummer “Terraform” niet door hemzelf maar door de tweede gitarist werd gezongen. Even leek hij Lacey er dus zelf geen zin meer in te hebben.
Wat Novo Amor bracht was zeker niet slecht, maar het miste wat aan originaliteit, tempo en toegankelijkheid. Ondanks dat gemis was het publiek toch dankbaar dat Novo Amor hen een rustige degelijke avond heeft kunnen bezorgen.

Setlist
Opaline - Utican - Decimal - Halloween - Guestbook - No Plans - Birthplace - 13494 / State Lines - Carry You - Birdcage - Keep Me - Anchor - Repeat Until Death - Oh Round Lake - I Feel Better - Statue of a Woman / If We're Being Honest - Alps - Terraform

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2022 - Mitski - Indie-sensatie zet eigenhandig haar cultstatus kracht bij
Les Nuits Botanique 2022
Botanique (Chapiteau)
Brussel
2022-04-30
Jérôme Bertrem


De Aziatisch-Amerikaanse Mitski heeft in haar afgelopen carrière van reeds 10 jaar al zes platen uitgebracht. Vooral door haar twee laatste langspelers ‘Be The Cowboy’ (2018) en ‘Laurel Hell’ (2022) kreeg ze de aandacht (en online soms iets te veel) die ze verdiende. Haar fanbase is namelijk erg actief online en katapulteert haar als vertegenwoordiger van zovelen waardoor ze een cultstatus heeft verkregen. Het lang uitverkochte concert op Les Nuits beloofde dan ook een bijzondere te worden.

Door de populariteit van Les Nuits en vooral van Mitski was er een lange wachtrij tot ver buiten de tuinen van de Botanique. Hierdoor misten we helaas openingsact Sasami die afgaande op vorige concerten, een sterke live-reputatie heeft. Van op afstand klonk Sasami in de Chapiteau (een extra podium middenin de Botanische tuinen) zeer opzwepend en strak. Bij een volgende gelegenheid willen we haar absoluut niet missen.

Onder enthousiaste kreten probeerden de fans, waaronder veel LGBTQ+’ers, Mitski vroeger dan gepland op het podium te krijgen. Terwijl de lentezon zachtjes onderging, kwamen onder een bezwerende strijkersintro haar vier medemuzikanten tevoorschijn om naast een deur, die centraal op het podium stond, plaats te nemen in een halfrond. Mitski had daardoor genoeg plaats om haar pure rauwe expressionele muziek te brengen. Opener “Love Me More” gold meteen als een visitekaartje waar ze gesticulerend haar verhaal kracht bijzette. In “Should’ve Been Me” kwam de onmogelijke en onbereikbare liefde op zeer oprechte wijze aan bod. De hoge tonen en uiteraard de mimiek van het kloppen op de deur maakten het af. “Francis Forever” was als derde song al ook een derde genre dat de revue passeerde. Met het krachtige en toch rustige “First Love / Late Spring” werd een wervelend openingskwartier enig afgerond. Mitski bedankte toen al uitdrukkelijk de uitzinnige concertgangers.
Wat Mitski zo herkenbaar maakte is de mix van indie, stevige grunge en rock met toetsen van disco en new wave. Zo schuurde ze met “I Don’t Smoke”, “Your Best American Girl” en “A Pearl” dicht bij Pixies en Nirvana aan zonder aan originaliteit in te boeten.
Ook merkten we frivole toetsen van Kate Bush in onder andere “Me and My Husband” en “Drunk Walk Home” of zelfs nog van David Bowie (in zijn Low-periode) in “Happy” en “Geyser”.
Nog belangrijker was hoe origineel en gevat ze de emoties die ze bezong ook met de juiste theatrale expressie wist over te brengen. Zo deed Mitski elke keurig ingestudeerde slag, zwaai, blik, sprong of knieling met een overweldigende overtuiging dat het nooit als gespeeld of te klef aanvoelde.
Het publiek een papieren vliegtuigje toewerpen, zou volgens sommige kinderachtig zijn, maar Mitski deed zonder verpinken en onder luid gejoel tijdens “Goodbye, My Danish Sweetheart”.
Het gehele concert was van begin tot eind adembenemend waardoor er ontelbaar veel hoogtepunten waren. Voor wie echt nieuwsgierig is, waren er absolute uitschieters met “Nobody” waar ze zong over heel frivole pure eenzaamheid, “Working for the Knife” (haar micro leek even een moordwapen) dat een duidelijke sneer was naar de verstikkende muziekindustrie, “The Only Heatbreaker” over haar slechte invloed in relaties en “Washing Machine Heart” over zeer woelig innerlijke water. Na dat laatstgenoemde nummer en “A Pearl” kreeg ze zeer terecht bloemen toegesmeten.
Haar dankbaarheid uitte ze nog in het enorm pakkend bisnummer “Two Slow Dancers” en zeker toen ze enkele bloemen terug het publiek toewierp.
Met die wederzijdse dankbaarheid en haar overweldigende passage zette Mitski die laatste aprilavond in de Botanique haar cultstatus nog meer kracht bij?

Setlist
Love Me More - Should’ve Been Me - Francis Forever - First Love / Late Spring - Me and My Husband - Stay Soft - Townie - I Don't Smoke - Once More to See You - Nobody - I Will - Drunk Walk Home - Happy - Your Best American Girl - I Bet on Losing Dogs - The Only Heartbreaker - Geyser - Working for the Knife - Heat Lightning - Goodbye, My Danish Sweetheart - Washing Machine Heart - A Pearl - Two Slow Dancers

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Botanique)

Grandaddy & The Lost Machine Orchestra - Unieke orkestrale indie beleving

Grandaddy is met The Lost Machine Orchestra op tour om quasi integraal de doorbreekplaat ‘The Sophtware Slump’ te brengen in een unieke interpretatie. Door de cultstatus van de band was De Roma dan ook al snel uitverkocht. Door de herinterpretatie van de spacey indie rock-muziek beloofde het concert dus qua beleving uniek te zijn.

De Noord-Ierse singer-songwriter Malojian die al heeft samengewerkt met Grandaddy was mee als support act. Wat samengeperst tussen Grandaddy’s orkestopstelling bracht hij voorzichtig zijn eigen Ierse folk voor een tot dus dan beperkt publiek. Zijn tweede “Walking Away Singing A Love Song” was al veel interessanter dan zijn opener. Helaas waren zijn bindteksten quasi onverstaanbaar en naarmate zijn set vorderde was hij door het pratend publiek al helemaal niet meer te volgen. “Communion Girls” was een interessante referentie naar de Ierse Troubles maar daar ook verloren veel mensen de aandacht. Met een laatste poging probeerde Malojian op z’n Neil Youngs “Crease of Your Smile” en “Julie Ann” met mondharmonica te brengen, maar het mocht niet baten…

Zo eenvoudig het voorprogramma was, zo groots was dan de hoofdact. De twaalfkoppige band kwam op kousenvoeten de setting op en zette zeer rustig “Sarah 5646766” in. Even later nam ook Jason Lytle onder enthousiast gejoel zijn plaats in om het nummer af te sluiten. Het volle geluid van de blazers, strijkers en de percussie zorgde voor een beklijvende versie van het emotioneel beladen “He's Simple, He's Dumb, He's the Pilot”. Tijdens “Hewlett's Daughter”, een hoogtepunt, kreeg het ensemble ook het publiek mee als koor die gewillig de lyrics meezong.
Het onmisbare opzwepende “The Crystal Lake” kwam al vroeg aan bod en kreeg door de blazers net dat tikkeltje extra mee. Grandaddy slaagt er live moeiteloos in om een thematische symbiose te vormen tussen technologie en landschappen. Zo was het naturalisme in “Underneath the Weeping Willow” en het modernisme in “Broken Household Appliance National Forest” in een quasi perfecte balans. Als een zeer bescheiden dirigent hield Jason Lytle de touwtjes strak in handen waardoor de bedeesde orkestleden hem vaak aankeken.
Halfweg het concert was ‘Jed the humanoid’ in verschillende aaneensluitende poëtische en spacey nummers de ietwat noodlottige hoofdrolspeler. Met onder andere nog het onheilspellende “Miner at the Dial-a-View”, waar Lytle zichtbaar aan het genieten was, en de wrange ballad in “So You'll Aim Toward the Sky” kregen we zowat het meeste te horen van ‘The Sophtware Slump’.
Gelukkig werden we verder verwend met een opborrelende versie van “Lost on Yer Merry Way” en een pakkende “Saddest Vacant Lot in All the World”. “This Is the Part” leidde Lytle in met een persoonlijke anekdote over een echtscheiding en het zichzelf heruitvinden. Helaas miste hij daar net wat vlotheid om het publiek mee te krijgen.
In de uitgebreide encore slot hij en zijn kompanen rustig af met het nieuwe “Happy Little Kid”.
Eerlijk geven we toe dat de beleving van deze Grandaddy & The Lost Machine helemaal niet te vergelijken valt met het opgenomen materiaal. De subtiele elektronische DIY-toetsen werden vervangen door omvangrijke orkestgeluiden. Ook ontbraken enkele favorietjes die we heel graag live hadden gehoord. Toch genoot het publiek intens dat bij momenten ook gretig meezong en enthousiast het ensemble bedankte.

Setlist
Sarah 5646766 - He's Simple, He's Dumb, He's the Pilot - Hewlett's Daughter - The Crystal Lake - Chartsengrafs - Underneath the Weeping Willow - Broken Household Appliance National Forest - Jed the Humanoid / Jed's Other Poem (Beautiful Ground) / Jeddy 3's Poem / Jed the 4th - Miner at the Dial-a-View - So You'll Aim Toward the Sky - E. Knievel Interlude (The Perils of Keeping It Real) - Lost on Yer Merry Way - Saddest Vacant Lot in All the World - This Is the Part -
Encore
The Go in the Go-For-It - The Warming Sun - A Lost Machine - Happy Little Kid

Organisatie: De Roma, Antwerpen

The Beths - Knallende live verwennerij van het verre Nieuw-Zeeland

Helemaal gekomen van de andere kant van de wereld, hielden de vier Nieuw-Zeelanders van The Beths tijdens hun tour even een stop in de AB Club. De indie rock doorspekt met surf- en garagetoetsen klinkt op zowel “Future Me Hates Me” en hun laatste telg “Jump Rope Gazers” zeer origineel. De talrijke toeschouwers hadden er zin in en wij dus ook.

Het Noord-Ierse Cherym mocht opdraven om een al goed gevulde AB Club op te warmen. Hun powerpunk met een duidelijke boodschap van verdraagzaamheid tegenover allerlei minderheden kwam hard en oprecht binnen. "Pretty Boy" was opgedragen aan alle schone en lelijke jongens terwijl "Weird One" er één was tegen de haters en de pestkoppen. Het publiek bleef er niet stil bij en zong naar hartelust mee op "Kisses on My Card" of staken de armen in de lucht tijdens "Guess We are Friends". Deze support act die deed denken aan een kruising tussen Dreamwife en The Germs, was perfect voor wat later die avond ging volgen.

Gekleed in kaptruien met daarop Guitar Tech gedrukt, zorgden de quasi onherkenbaar The Beths voor hun eigen soundcheck. De grappige toon was daarmee al gezet nog voor ze knallend openden met "I'm Not Getting Excited". Het publiek was vervolgens bij "Great No One" helemaal losgekomen. Al vroeg in de setlist was daar al een eerste geweldige hoogtepunt met "Not Running" waar Elizabeth Stokes' stem opvallend goed was.
De mix tussen luid en stil, een handelsmerk van Pixies en Breeders, werd met verve door het viertal origineel uitgespeeld. In bijvoorbeeld "Out of Sight" contrasteerden de droevige lyrics met de knallende muziek. Live klinken The Beth's beduidend sneller, luider en intenser wat enorm gesmaakt werd door de concertgangers. Het rustige “Acrid” was met een opvallende swingende outro even welgekomen om wat op adem te komen na het hevige eerste openingskwartier.
Bij de introductie van de bandleden was daar weer die gortdroge humor van de Nieuw-Zeelanders. Het daaropvolgende “Idea/Intent” werd opgedragen aan zij die naar de kapper zijn gegaan en zij die niet zijn kunnen gaan. “Jump Rope Gazer” was ondanks het hoge soft poprock-gehalte toch een tweede hoogtepunt. “When You Know” en vooral het daaropvolgende “Mars, God of War” waren muzikaal en qua beleving wat minder maar dat werd flink goed gemaakt naar het einde toe.
Na alweer lollige bindteksten, deze keer over hun liefde voor vogels (vandaar het decorstuk dat bestond uit zes opgeblazen siervogels), werden we getrakteerd op een daverende “Whatever”. Doorheen de set viel het al meermaals op, maar tijdens die song hadden we dankzij de achtergrondzang een echte Beach Boys-gevoel. Tussenin schudde de tweede gitarist trouwens ook nog een strakke gitaarsolo los uit zijn korte mouwen. Het cynische “Little Death” klonk nog sterker dan op plaat en uiteraard was dat het geval voor hét hoogtepunt met “Future Me Hates Me”.
In de onmisbare encore ging een toeschouwers zelf aan het stagediven op de rake klappen van “Dying to Believe”.

Droge humor, steengoede songs, sterke livebeleving… The Beths bezorgden zonder enige moeite en met bakken overtuiging ons een onvergetelijke avond.

 Setlist
I'm Not Getting Excited - Great No One - Not Running - A Real Thing - Happy Unhappy - Out of Sight - Acrid - Idea/Intent - Jump Rope Gazers - Uptown Girl - When you Know - Mars, the God of War - Whatever - Little Death - Future Me Hates Me - Dying to Believe

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

 


M. Ward + Pauwel - Overweldigend vakmanschap met charmante eindnoot

Een cultheld voor sommige of een nobele onbekende voor andere, Matthew Stephen Ward houdt zich al meer dan 20 jaar bezig met indie folk. Als je hem niet kent van She & Him (met Zooey Deschanel) of van de folk supergroep Monsters of Folk (met onder andere Jim James en Conor Oberst), dan zijn er vast enkele van zijn songs op één of andere manier jou ter ore gekomen.

Net op tijd konden we het slot van Pauwel meepikken. In een waar kampvuurmomentje speelde hij volledig unplugged een zachte folk ballad waar de zachte tremelo in zijn stem overtuigend binnenging. Één nummer was voldoende om alvast uit te kijken naar een volgende ontmoeting met deze beloftevolle artiest.

De Amerikaanse singer-songwriter koos voor een simpele opstelling met een vleugelpiano, een mondharmonica, een folk- en klassieke gitaar. Simpel, maar doeltreffend want na opwarmer “The Crooked Spine / Duet for Guitars #3”, kreeg hij met “Eyes on the Prize” zowat de hele zaal goedkeurend aan het wiegen. Met “One Hundred Million Years” erbij zorgde hij al voor een sterk begin van het concert.
Uiteraard konden ook de prachtige covers van allerlei artiesten ook vanavond niet ontbreken. Zo was er al vroeg in de set de jazz standard van Billie Holliday “I Get Along Without You Very Well” en het krachtige “Rave on!” van Sonny West. Met een handige bruggetje naar de afgelopen woelige coronaperiode, bracht hij op de piano Daniel Johnston “The Story of an Artist” tussen zijn eigen puike “Poor Boy, Minor Key” en “Vincent O'Brien”.
Als een echte vakman bracht hij zijn pareltjes op een eigen gestripte manier. Het was alsof hij ons door een stukje geschiedenis van de traditionele Amerikaanse folk, blues en country aan het rondleiden was. Het publiek was hem daar dan ook enorm dankbaar voor. Uitschieter “Chinese Translation” was een heerlijk rock'n'rollend nummer met een makkelijk mee te zingen refrein en een geweldige outro. Met “Fuel for Fire” wist hij een gevoelige snaar te raken. Bijna te hard, want naj een snijwonde door z’n snaren, kreeg hij van het publiek doekjes toegesmeten om het bloed te stelpen.
Ondanks de hier en daar vergeten of scheve noten en de technische moeilijkheden, bleef hij ons toch telkens charmeren. Alles wat die man deed, was goud waard. Zo zag het ernaar uit dat ondanks het begeven van zijn gitaarkabel tijdens “Poison Cup” Ward bleef gaan en zo kreeg hij nog extra dankbaarheid terug.
Door de dolenthousiaste menigte kwam M. Ward niet één, maar twee keer terug om zes extra bisnummers te brengen. Op z’n Bob Dylan’s (vertellende stijl) bracht hij diepkomer “Sad, Sad Song”. De volledige onherkenbare cover “Let’s Dance” van David Bowie was ook een pareltje die niet kon ontbreken.
Op een hoogtepunt eindigen, werd bij dit concert letterlijk geïnterpreteerd. Ward zocht voor het allerlaatste nummer meermaals in het publiek een pianist om wat piano te spelen. Uiteindelijk ging de moedige Margot from Bruges het podium op om, na een studieronde, vol enthousiasme en charme de bluesy melody van “Rollercoaster” te spelen.
Dit afsluitend plaatje was perfect, het gehele concert overweldigend, de artiest overtuigend en iedereen keerde dan ook voldaan met zaligheid de nacht in.

Setlist
The Crooked Spine / Duet for Guitars #3 - Eyes on the Prize - One Hundred Million Years - I Get Along Without You Very Well (Billie Holiday cover) - Chinese Translation - Fuel for Fire - Rave On! (Sonny West cover) - Poor Boy, Minor Key - The Story of an Artist (Daniel Johnston cover) - Vincent O'Brien - Unreal City - I'll Be Yr Bird - Lullaby + Exile - Poison Cup
Bis 1: Sad, Sad Song - The Sandman, the Brakeman and Me (Monsters of Folk song) - Outta My Head
Bis 2: Let's Dance (David Bowie cover) - Migration of Souls – Rollercoaste

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 2 van 5