logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
avatar_ab_20

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Perfume Genius en Wild Beasts

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Perfume Genius en Wild Beasts
Perfume Genius aka Mike Hadreas debuteerde vorig jaar met ‘Learning’, een plaat aangrijpende, rakende, kwetsbare songs op piano, live gevat en gepast aangevuld met keys, strijkeraandoende partijen en soundcapes. De fragiele, voorzichtige stempracht van Hadreas werd aangevuld door tweede man Alan Wyffels.

Een uur lang hielden ze de aandacht close en slaagden ze erin de zaal muisstil te krijgen; het muzikale leed en de traumatische verwerkingen zijn gebaad in een donker, melancholisch sfeertje. Vol respect stond men tegenover deze twee die een rits ingehouden songs speelden, vooral nieuw materiaal, die eerder nog onafgewerkte schetsen waren, gezien ze eerder abrupt stopten. Soms kon Hadreas hoog uithalen op z’n Antony’s of op z’n This Mortal Coils. In z’n totaliteit had dit z’n charme!
En toch scheen een sprankeltje hoop door; de verlegen, overgevoelige jonge gast doorprikte dit regelmatig, gezien hij tussenin graag wel eens giechelde, grapte en het publiek bedankte voor het warme onthaal.
De twee pareltjes “Lookout lookout” en de titelong “Learning”, - ergens middenin de set toen beiden aan dezelfde piano plaats namen, en elkaar aanvulden op zang -, zorgden voor variatie, intensiteit en diepgang. Toegegeven, het zijn termen die eigenlijk wel de ganse set op z’n plaats waren door de sterke ontroering. Solo kwam hij terug en overtuigde nog door een ingenomen, intieme “Never did”.

De muzikale worstelingen terzijde gelaten, leverde de jonge beloftevolle sing/songschrijver moeiteloos een sobere set af, een donker wolkendek op deze zomerse avond.

We moesten even aanpassen om ons te concentreren op de tweede gig van de avond, The Wild Beasts. De belangvolle indieband klinkt op de recente derde cd ‘Smother’ subtieler, intenser, sensueler en persoonlijker. De songs zijn met finesse uitgewerkt, hebben verrassende wendingen en stralen een lichte dreiging en mysterie uit zonder hun melodieuze gevoeligheid te verliezen; op die manier worden ze live sterk gebracht.
Fraaie, heerlijke, warme (opbouwende) songs, waarin een grotere rol is weggelegd voor toetsen en elektronica en die bepaald worden door de zangmelodieën van het duo Thorpe – Fleming, dromerig, verleidelijk, eigenzinnig en intelligent.
De fijne set had een ongehoorde finale van minutieus uitgewerkte gitaarmotiefjes en synthmelodieën, die door elkaar kronkelden en door de opvallende stukjes percussie je verder in hun muzikale leefwereld trokken. Jawel, langzaam maar zeker pakten ze je compleet in!

De Wild Beasts klinken als gevaarlijke wolven in schaapskleren. Een niet te missen buitenbeentje met een overtuigende muzikale boodschap!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota) 

Les Nuits Botanique 2011 - alle zalen – Third Eye Foundation Night, Dark-Dark-Dark en Intergalactic Lovers

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - alle zalen – Third Eye Foundation Night, Dark-Dark-Dark en Intergalactic Lovers

Tonight’s the night’ voor de doorwinterde elektronica liefheffer want er was de Third Eye Foundation Night, waarbij de vier artiesten eerst elk hun ding deden om tot slot een schitterende laptop/soundscape/klankenspectrum finale los te laten in de Orangerie. Verder kon je in de Bota terecht voor gitaarrock in de Chapiteau met o.m. Pigeon Detectives en één van de opkomende Belgische talenten, Intergalactic Lovers. Maar het addertje onder het gras, was het beloftevolle Amerikaanse Dark Dark Dark in de Grand Salon …

Goed op elkaar zijn ze ingespeeld, dit niet te onderschatten Amerikaans bandje Dark Dark Dark (GS). Het kwintet, een beetje uit alle uithoeken van de VS, zorgt voor dramatiek en speelsheid in de songs bepaald door de warme stem van de imposante Nona Marie Invie. Met een instrumentarium van piano, accordeon, akoestische en elektrische gitaar, een ingehouden drumpartij en soms mooi aangevuld met hobo, trompet, wordt sober en krachtiger een cabaresk sfeertje gecreëerd van het kwintet, dat neigt naar het vroegere Dresden Dolls. Melancholie en tristesse sijpelen door bij deze Amerikanen …

Een mooie toekomst is ook weggelegd voor het O-Vlaamse Intergalactic Lovers (Chapiteau). Bij ons in Vlaanderen hoeven ze zich niet meer te bewijzen. Het debuut ‘Greetings & Salutations' leverde al twee puike singles op nl “Fade away” en “Delay”… Eerder hadden ze al het O-Vlaams rockconcours en de Beloften op hun naam geschreven.
Onze Franstalige vrienden moeten wel nog wat overtuigd worden , vandaar dat de programmatie tijdens Les Nuits Bota mooi meegenomen was. Het kwartet brengt broeierige, vernuftig in elkaar gestoken poprock, met een toegankelijk en grillig, donker randje, ondersteund van synthloops en een emotievolle zang van Lara Chadraoui (Libanese roots), die live terecht referenties oproept van Feist en Cat Power. “She wolf” en “Howl” onderstreepten de gelaagde gitaarpop, “Drive” een spannende opbouw en “Bruises” was de gedroomde popsong, die elan kreeg door steelpedal en Lisa's zang. De twee singles ontbraken niet. Deze band stond er, kon op aardig wat belangstelling rekenen en werd alvast goed onthaald. De festivalzomer lacht hen toe …

We proefden even de frisse, catchy en luchtige electropop van het jonge beloftevolle Canadese Young Empires (Chapiteau), die opzwepende punkfunk ritmes van een Friendly Fires toevoegt en een zang die refereerde aan Andy McCluskey van OMD.

De postpunk van The Pigeon Detectives (Chapiteau), die na drie jaar terug zijn, trokken fel van leer met hun broeierige, strakke, bruisende rock. Toch niet steeds overtuigend, daarvoor zijn de songs een beetje teveel van hetzelfde, maar ze zijn nog steeds een groep die er live staat en een 70’s Clash attitude uitstraalden …

Een speciale avond was het in de Orangerie om de release van het vijfde album van The Third Eye Foundation te vieren, het project van Matt Elliott, die in ’96 debuteerde na Flyer Saucer Attack en samen met Coldcut aardig wat laptops op de livegigs toevoegt. Na het gekende ‘Little Lost Soul’, tien jaar geleden verschenen, en  vijf jaar na de laatste release  komt Matt Elliott met ‘The Dark’ terug, een plaat waar hij al zijn talenten bij elkaar heeft geschraapt, en wordt bijgestaan door Chris Cole (Manyfingers), Chris Adams (Bracken / Hood) en Chapelier Fou.
Bijna anderhalf uur werden we ondergedompeld in een web van abstracte elektronica, (laptop/soundscape/ambient), klankenspectrum, stoorzendergeluidjes en electro, aangevuld met een dwarrelende gitaar, cello en viool. Het kwartet liet veel aan de verbeelding over, maar klonk door de mistige sounds soms pittig, onheilspellend, dreigend en spooky. Deze elektronicatechneuten gingen op die manier minder zalvend dan een Boards of Canada te werk en klonken minder toegankelijk dan de huidige Mouse On Mars.

Eerder speelde elk bandlid een soloset: Elliott zelf beperkte zich grotendeels tot een akoestische set en wat sounds, Manyfingers aka Chris Cole stoeide met geluiden en bleek achterna meest bezig met experimentjes. Hij haalde allerlei filmorkestraties aan in dit grillig elektronicaweb en bood avontuurlijke wendingen. Gepassioneerd en gedreven was hij bezig en voegde er soms nog een drumpartijtje en een cello aan toe.
Bracken hield van sferische soundscapes in de traditie van de Boards of Canada en Future Sound Of London, maar hij is met z’n tijd mee en voegde er dubstep/drum’n’bass aan toe en met een donker Ed Rush & Optical kantje ...

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Kurt Vile

Kurt Vile & The Violators: lo-fi met high impact

Geschreven door

Op weg naar de fel begeerde status van ‘the next big thing’ in muziekland kan je als m/v met talent tegenwoordig maar beter over de juiste muzikale referenties beschikken. De nieuwe Amerikaanse lo-fi held Kurt Vile heeft wat dat betreft weinig reden tot klagen. Zo maakte niemand minder dan Sonic Youth’s Kim Gordon er ooit geen geheim van dat Vile’s vorige album ‘Childish Prodigy’ tot één van haar grootste ‘guilty pleasures’ van de afgelopen jaren is uitgegroeid. Verder kan de 31-jarige singer-songwriter uit Philadelphia ook rekenen op de goedkeurende blikken van andere respectabele anciens zoals Dinosaur Jr. opperhoofd J. Mascis, die op zijn beurt zijn poulain voorstelde aan huisproducer John Agnello om de opnames van Vile’s jongste opus ‘Smoke Ring For My Halo’ in de juiste banen te leiden. Het gerespecteerde Amerikaanse indielabel Matador heeft er met Kurt Vile dus langzaam maar zeker een artistiek goudhaantje van formaat bij dat ook op de Europese clubpodia potten kan breken.
Na de Botanique een dag eerder deed de Amerikaan afgelopen woensdag ook het Gentse muziekcafé De Charlatan aardig vollopen in kader van Democrazy’s niet te versmaden concertreeks ‘The Big Next’.

Voor wie Vile enkel kent van de ietwat krakkemikkige en soms uiterst breekbare songpareltjes op diens laatste album moest bij aanvang van de set toch onverwacht snel de oordopjes bovenhalen. Een duidelijk goed gemutste Vile en zijn drie muzikale metgezellen, The Violators, gooiden zich met een koppel oude nummers vol overgave in een strijd die qua intensiteit, decibels en grungy podiumact bijna onvermijdelijk refereerde naar Neil Young & Crazy Horse. De feedback en psychedelische effectjes tijdens “Monkey” konden nog ietwat verhullen dat Vile over allesbehalve indrukwekkende stembanden beschikt, maar eens de nieuwere songs werden geserveerd bleek deze beperking eerder een charmante troef. Zo is “Jesus Fever” wat ons betreft één van de songs van het jaar, in de Charlatan werd het nummer heerlijk slordig opgediend. Tijdens “On Tour” en “Ghost Town” klonk Vile dan weer als het nasale neefje van Sonic Youth’s Thurston Moore en Lou Reed: schijnbaar ééntonig en weinig geïnteresseerd om de juiste noten te halen, maar hierdoor juist heel intrigerend.
Net als elke nieuwe belofte wordt ook Vile een grote muzikale toekomst voorspeld. Met de nodige zin voor patriottische overdrijving zien sommige recensenten in de jonge Amerikaan zelfs de Springsteen van zijn generatie. Wat ons betreft een onzinnige vergelijking, maar Vile anticipeert de plotse aandacht op zijn eigen manier door doodleuk nu en dan een cover van The Boss in zijn set op te nemen. Bijna onherkenbaar, maar we vermoeden dat Vile afgelopen woensdag koos voor een heel eigen interpretatie van Springsteen’s “Downbound Train”.  En wie weet wordt Vile binnenkort zelf wel niet vereerd met een cover van één van diens eigen songs; als wij mogen kiezen mag iemand zich wel eens wagen aan “Society Is My Friend”, het absolute prijsbeest uit ‘Smoke Ring For My Halo’ dat in de Charlatan extra kleur kreeg door de spooky begeleiding van The Violators.
Voor het afsluitende “Freak Train” gooide de groep ineens alle remmen los: drummer Mike Zanghi ging in rechtstreeks duel met een strakke ritmebox terwijl de Violators bassist zich net niet vergreep aan een saxofoon. Dit alles resulteerde in een kakafonie van free jazz en krautrock die de temperatuur in de zo al hete Charlatan prompt nog wat verder de hoogte in joeg. The Violators mochten hierna wat verkoeling zoeken in de kleedkamers, maar een nog steeds enthousiaste Vile strompelde op zijn eentje terug het podium op om met een breekbaar “Runner Ups” de set in spreekwoordelijke schoonheid af te ronden.  

Nu reeds lijkt vast te staan dat Kurt Vile zal uitgroeien tot één van de belangrijkste en meest productieve alt.troubadours van zijn generatie, alleen rijst nog de vraag of dit onmiskenbare talent ooit de mainstream wil of zal bereiken. Chokri en Eppo zorgen straks alvast voor een duwtje in de rug, want wie er afgelopen week niet bij was krijgt straks een niet te missen herkansing in een gezellig clubtentje op de weide van Pukkelpop.

En ja, waarom zouden Kurt Vile & The Violators ineens ook niet hun huidig voorprogramma meebrengen naar Kiewit? Het Californische gezelschap Spindrift zou er met haar lang uitgesponnen psychedelica zeker niet misstaan bij valavond. Denk aan Black Mountain op een dieet van Ennio Morricone filmscores en Hawkwind jams, en je komt aardig in de buurt van het kaleidoscopische geluid van dit vijftal.
Chokri & Eppo, are you receiving me?

Organisatie: Democrazy, Gent

Les Nuits Botanique 2011 - Animal Collective - Weerbarstige set

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Animal Collective - Weerbarstige set van Animal Collective

Animal Collective is de overtreffende trap van bands zoals Yeasayer en MGMT: elektronica gemengd met psychedelica, maar in tegenstelling tot die andere bands neemt bij A.C. het experiment het voortouw op de melodie. Weinig kans dat er een remix van Animal Collective op een DeMax verzamelaar terecht komt. Hun laatste album, ‘Merriweather Post Pavillion’, was een langgerekte, vloeibare LSD-trip, en het was wellicht op basis van de reputatie van dat album, dat het Koninklijk Circus vanavond aardig volgelopen was.

Animal Collective houdt er van om in het halfduister te spelen, met op de achtergrond psychedelische projecties, en dit was ook vanavond het geval. Ze hebben ook de reputatie om live vooral nieuwe nummers te spelen, en dit was ook zo in het Koninklijk Circus. Na het psychedelische “Merriweather Post Pavillion”, is de band duidelijk op zoek naar een nieuw geluid: de elektronica was minder prominent vanavond, gitaren, keyboards en drums vormden de basis van de nieuwe nummers, zodat je een geluid kreeg dat dichter bij Battles zat dan bij pakweg MGMT.
Avey Tare, ofte David  Portner nam de meeste zanglijnen voor zijn rekening, maar zijn stem kon mij maar matig charmeren: hij klonk ruw en bijwijlen schreeuwerig. In een aantal nummers nam drummer Josh Dib de zang over, en toen schoot het niveau direct omhoog: hij heeft een ijle stem, die gewoon veel beter bij de muziek past, en het psychedelisch effect nog versterkt.
In een aantal nummers  kon Animal Collective het publiek op een trip meevoeren, maar soms had je ook het gevoel dat je net iets teveel gedronken had: de zaal draaide rond, en het draaien wou niet stoppen en je wou dat het ophield. Het experiment staat duidelijk voorop bij deze band, ze zingen wel in het Engels, maar het klinkt als een exotische taal, en ook in de muziek zitten er af en toe wel wereldmuziek-invloeden, al zal je deze band natuurlijk nooit op Couleur Cafe zien staan.

Heel even kreeg Animal Collective de zaal volledig mee, in het op een Braziliaanse beat gebouwde “Brothersport”, dat heel erg aan Buscemi deed denken, en tegen het einde van de set in “Summertime Clothes”, waarbij de zang aan Vampire Weekend deed denken. De bis was dan weer volledig experimenteel, zodat we toch met een ietwat onbevredigd gevoel naar huis gingen.

Animal Collective is zo een band die een straat vooruit loopt op negentig procent van zijn publiek, en ik vrees dat ik bij die negentig procent zit.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Gypsy Blood

Cold in the guestway

Geschreven door

Ooit was “Gypsy Blood” een prachtig nummer van het ondertussen vergeten Doll by Doll, maar misschien zal het in de toekomst wel geassocieerd worden met een groep uit Chicago die met ‘Cold in the guestway’ een meer dan fijn debuut weet af te leveren.
Een album dat trouwens uitgebracht werd op Sargent House en wie enigzins vertrouwd is met het indiewereldje, zal wel weten dat dit een label is dat garant staat voor kwaliteit.
Twaalf nummers lang word je ondergedompeld in een shoegaze lo-fi sfeer waarbij alles lekker vuil klinkt. De gitaren staan afgesteld naar heerlijke The Jesus & Mary Chain-normen ten tijde van ‘Psychocandy’ terwijl er een broeierig My Bloody Valentie-sfeertje rondom de composities hangt.
Wie hier een kant en klaar indieplaatje verwacht, zal meer dan bedrogen uitkomen want hoe rammeliger het klinkt des te beter, ook al houden deze heren uit Chicago ook wel van een pittige melodie.
Een plaat die waarschijnlijk de wereld niet zal doen veranderen maar in het rijtje van The Soft Moon en andere Rayographs-achtige dingen, zouden we zeggen : u bent wellekome!

The Pattern Theory

The Pattern Theory

Geschreven door

The Pattern Theory ontstonden zo'n dikke 4 jaar geleden in thuishaven Leeds, maar ondertussen is deze groep door het vele toeren (en de nodige personeelswisselingen) getransformeerd tot een Berlijnse groep.
Het bleef wel zeer lang wachten op het debuutalbum wat men mooi wist te omzeilen door te stellen dat de groepsleden nu eenmaal te veel ideeën hadden.  Het is maar hoe je het weet te verpakken maar toch slaagden The Pattern Theory erin om met een mooi evenwichtig post-rockalbum voor de dag te komen.
Al gauw blijkt het geen toeval te zijn dat deze mensen in Duitsland vertoeven want de invloeden van bands als To Rocco Rot of Kreidler haal je er zo uit. Acht instrumentale nummers die beheerst worden door Tortoise-achtige gitaartjes met talrijke xylofoontjes op de achtergrond.  We hebben het inderdaad al eerder gehoord, maar het blijft wel mooi.

Lento

Icon

Geschreven door

Sludge metal, post-metal, instrumentale doom, atmosferische  metal... het is niet zo evident om een naam te plakken op de muziek die we horen op ‘Icon’, de tweede schijf van de Italianen van Lento.
Het is ook niet iedereen gegeven om deze  veertig chaotische minuten zomaar  uit te zitten, een meer dan  geoefend oor is namelijk vereist. 
In tien relatief korte  nummers horen we een dreigende combinatie van loeiharde riffs en rustige, atmosferische passages. De  songs zijn overgoten met veel feedback, verschillende  effecten en een hele hoop  synths en dat zorgt voor een enorm dissonante en complexe lap muziek. Wie doorzet en dit plaatje diverse keren draait, hoort ondanks de vele zware riffs de verschillen en de originaliteit in de tien nummers.
Zo start opener  “Then” nogal somber en ambient waarna de stevige drums de perfecte overgang maken voor volgende nummer “Hymn”.  Die song start met een flinke  portie doommetal  waarna het tempo flink opgetrokken wordt om vervolgens terug in een dreigende, rustige atmosfeer te eindigen.
Andere tracks zijn dan weer directer en meer metalgetint  zoals “Limb” en “Still”.  Dan is er ook nog het opvallend rustige slotnummer “Admission”, een soort outro van zes minuten dat klinkt als één langgerekte droom.
Het is duidelijk dat  Lento hard gesleuteld heeft aan dit plaatje dat trouwens gratis te downloaden is op www.denovali.com/lento/ . 
Wie houdt van bands als Amen Ra, Pelican, Knut, Cult Of Luna of zelfs God Speed You Black Emperor moet zeker es naar ‘Icon’ luisteren en dan vooral volhouden, het loont zeker de moeite.

Duffy

Endlessly

Geschreven door

In 2008 had Duffy, uit Wales afkomstig een millionseller uit, ‘Rockferry’, die met singles als “No mercy”, “Warwick avenue”, “Stepping stone” en de titelsong een handvol aardig in soul gedrenkte popsongs uithad. Haar doorleefd, indringend en licht krakend stemgeluid gaf elan en kleur. Een ‘Waaaw’ gevoel dus en wat waren we toch onder de indruk van deze groovy, sensuele, zwoele soulpop met jazzy loops en orkestraties. De Motown pop en Dusty Springfield werd dichter bij de huidige revelatie ‘revival’ dames gebracht als Adele en Amy Winehouse.
De muzikale schoonheid vinden we eveneens terug op de opvolger, maar het raakt minder .  Opnieuw is er de afwisseling van sfeervolle ballads en ietwat luchtige pop, die van orkestratie kunnen doordrongen zijn. Maar de sound en haar stem zijn minder indringend. Deze keer kwamen The Roots op de proppen als begeleidingsband en stond Albert Hammond (papa van Jr Stroke – die ook al een pak hits op z’n naam heeft als “The air that I breathe”, “When I need you” en “To all the girls I’ve loved before”) in voor de productie.
“My boy”, “Well, well, well” en “Girl” hebben de meeste levendigheid, de andere rits nummers baden in uiterst ‘easy listening music’.
Een geslaagd album, dat wel, maar minder overtuigend dan het debuut.

Women

Public strain

Geschreven door

Het titelloos debuutalbum van deze band is aan ons voorbij gegaan, maar de basis van hun lofinoisepop horen we terug op de opvolger van het kwartet door de gitaarriedels  en de onderhuidse noisy sound.
Psychedelische lofi rammelpoprock, sfeervol en dromerig , maar intrigerend door de repetitieve structuren en een zweverige zang. Het geheel klinkt iets gematigder en toegankelijker. Naar het eind toe op “Venice lockjaw” en “Eyesore”, klinkt de groep voor z’n doen melodieus, integer en emotievol!
In de eerste songs als “Can’t you see”, “Heat distraction” en “Narrow with the hall” klinkt er iets meer shoegaze, “Drag open” op z’n beurt kon zo van de hand van Sonic Youth zijn en  daarna houdt de band het vooral op hun uniek treffende stijl.
‘Public strain’ is alvast een aangename ontdekking van deze bijzonder goed gevonden groepsnaam en we kijken alvast uit wat ze verder in petto zullen hebben, want de volgende kan misschien wel raak zijn voor een groter publiek …

Muzzled

Reborn

Geschreven door

De Stonerrockbands schijnen in Italië de laatste tijd als paddestoelen uit de grond te verrijzen.  Denk maar aan bands als The Small Jackets, OJM, Black Rainbows en The Shoes.  Nu is er ook de groep Muzzled die met ‘Reborn’ een eerste full album op de wereld loslaat.  Op dit plaatje doen deze Italianen hard hun best om zo swingend mogelijk te rocken.  13 nummers (waaronder de Stonescover “Gimme Shelter”) passeren in zo’n 45 minuten.
Muzzled lijkt in de verte wel wat op Monster Magnet maar blijkt jammer genoeg niet meer dan een zoveelste ‘woestijngroepje’ te zijn...
Wij hebben ons een paar keer door dit plaatje geworsteld maar echt veel gedenkwaardige momenten hebben we niet kunnen detecteren...
We vrezen dan ook dat er geen grote carriëre voor deze Italianen is weggelegd...

Pagina 768 van 966