logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_18
avatar_ab_05

Budam

Man

Geschreven door

Wie een klein beetje globetrotter is zal beslist weten dat de Faeröereilanden een archipel is dat zich ergens tussen Schotland en Ijsland bevindt, maar slechts weinig mensen zullen ook maar één noemenswaardige artiest uit deze plaats kunnen opnoemen. Wie weet, brengt deze Budam daar in de toekomst verandering in.
De echte naam van deze mens luidt Bui Dam en deze jazzgitarist besloot op een mooie dag om naar het verre Cuba te trekken om aldaar de bekende Caribische ritmes aan te leren.
Jammer genoeg veranderde deze reis ook zijn leven want bij een verwonding aan diens pols was hij genoodzaakt om zijn instrument op een volledig andere manier te gaan bespelen.
Dit ongeluk veranderde Bui Dam’s levensvisie, zo besloot hij bijvoorbeeld om de wereld te gaan rondtrekken en zo zijn inspiratie op te doen.
Deze levenservaringen transformeerden hem tot een nieuw personage Budam.
Het debuutalbum ‘Stories about angels, demons, lovers and murderers’ werd zowat overal in undergroundkringen bejubeld waarbij sommige hem al snel als de nieuwe Tom Waits gingen beschouwen. Het werd een vergelijking die hem niet lang zinde want Budam moest vooral Budam zijn en met deze tweede cd ‘Man’ gooide hij het muzikaal meteen over een andere boeg.
De thematiek van de plaat werd opgedeeld in vier delen : religie, de natuur, de liefde en de dood. Simpeler kan niet maar het zijn wel meteen de vier elementen die het leven hier op aarde bepalen.
Wie door de lijntjes heen kan lezen heeft al gauw gemerkt dat het hier vooral gaat om luistermuziek.
Budam werkt bijna op minimale wijze waardoor je verplicht bent om naar de teksten te luisteren. Deze Budam kan zich bezwaarlijk een groot dichter noemen daarvoor is het net allemaal iets te simpel, maar geen mens die de levenswaarde ervan kan ontkennen.
Zo haalt hij bij "Elephant" alle cliches naar boven van de bekende tv en de daarbij behorende chips of is " The man who knows everything" de gebruikelijke uithaal naar de brainwashmacht die de media heeft.
Soms slaat Budam de bal wel aardig mis waarbij nummers als "Last song" op een geforceerde vingeroefening lijken maar toch is de eindbalans  eerder positief, ook al blinkt deze cd niet uit als het louter om originaliteit gaat.

Richting Huiswaarts

Tot zover

Geschreven door

Geen mens die het ooit voor mogelijk hield maar in tijden dat alles digitaal lijkt te worden en op piepkleine mp3-spelers opgeslagen wordt, is er ook een muzikale stroming die besloot om terug de cassettes leven in te blazen.
Wie zich in de jaren '80 bezig hield met de underground moeten we wellicht niet overtuigen welke pareltjes destijds via tapelabels werden uitgebracht. Gevoed door nostalgie en de nodige anarchie brengen groepen terug tapes uit en Onderstroom Records is één van de labels die aan deze revival meewerkt.

Richting Huiswaarts is een groep rondom Gerard Herman die wel van een kort leven voorzien was want nog voor deze groep ooit een podium gezien had, waren zij al lang van deze aardbol verdwenen.
Om het nageslacht (en u) echter te dienen bracht Onderstroom een tape uit die gelimiteerd is op 100 exemplaren.
Deze Nederlandse postpunkwave geluiden zal éénieder associëren met het werk van Aroma Di Amore, ook al is er hier wat meer experiment aanwezig.
De teksten mogen dan wel in het Nederlands zijn, toch moet je veel moeite doen om door het post-punkkabaal er ook maar één woord van te verstaan.
Hetgeen we toch verstonden klonk even zwart als wat we in de eighties hoorden, en dat is geen verrassing want zelfs de journaalbeelden lijken ons terug te brengen naar die zwarte jaren ’80.
Tapes hadden steeds een bedenkelijke geluidskwaliteit en dat is hier niets anders maar het geeft je wel tenminste dat gevoel terug alsof je ergens in 1981 aan je tapedeck gekluisterd zit.
Voer voor echte liefhebbers van het spul dus, en tja...wat voor spul! Overheerlijk!

Defeater

Empty Days, Sleepless Nights

Geschreven door

Defeater is een band die niet stilzit.  In 2008 brachten ze hun eerste plaat ‘Travels’ uit, waarna eind 2009  het mini-album  ‘Lost Ground’ volgde.  Was hun eerste full cd een zeer gelaagde en  stevige hardcoreplaat die zijn schoonheid pas na vele luisterbeurten helemaal prijsgaf, dan was ‘Lost Ground’ een stuk melodieuzer en iets toegankelijker.  Het was meteen duidelijk dat de band met ‘Lost Ground’  goud in de handen had en het bracht Defeater dan ook geen windeieren.  Het aantal fans steeg zienderogen en de sfeer  op de eindeloze reeks shows in de States en Europa was overweldigend (check  eens de ontelbare you tube-filmpjes gepost door de fans).
We zijn begin 2011 en daar is Defeater al opnieuw met een tweede full album ‘Empty Days, Sleepless Nights’.  Veel bands zouden ongetwijfeld pogen een doorslagje te maken van ‘Lost Ground’  en een plaat te componeren waarvan  ze denken dat de fans die verwachten .   Dat is echter buiten Defeater gerekend want met dit derde album kiest het vijftal resoluut voor hun eigen koers!
Opvallend is dat de plaat eigenlijk uit twee delen bestaat:  ‘Empty Days’ bevat 10 stevige (en je zou kunnen zeggen typische ) Defeater-songs, ‘Sleepless Nights’   is daarentegen een combinatie van  vier akoestische (!) nummers .
Over het eerste deel van de plaat zijn wij alvast lyrisch!  Opener “Warm Blood Rush” is een van de beste songs die Defeater al gemaakt heeft. Zanger Derek start met de woorden “Dear God, what have you done?” waarna de overstuurde gitaren en de roffelende drums hun verpletterende  intrede maken en de toon zetten voor het eerste, waanzinnige  deel van deze plaat. Daarna volgt “Dear Father”, het nummer dat misschien wel het meest in de stijl van ‘Lost Ground’ ligt. In deze song hoor je de bijzondere wisselwerking tussen enerzijds de emotionele stem van zanger Derek en de al even intense achtergrondvocalen van gitarist Jay! Het derde nummer “Waves Crash, Clouds Roll” houdt er onder aanvoering van topdrummer Andy een hels tempo op na waarna het wondermooie “Empty Glass” volgt.  Cleane gitaren, machtig drumwerk, verschillende tempowisselingen, emotionele  vocalen en indrukwekkende teksten: het is duidelijk dat Defeater een patent heeft op songs met  deze  ingrediënten...
Ook de andere  nummers op het eerste deel van de plaat weten te bekoren: twee absolute uitschieters zijn nog “White Knuckles” (luister naar die gitaren van virtuoos Jay Maas) en het ongelooflijke “White Oak Doors”.  Dit laatste nummer bevat een zeer repetitieve opbouw waarbij zang en stevige drums mekaar aanvankelijk afwisselen tot het moment dat  de gitaren van Jay overnemen en zorgen voor een ongelooflijke finale...
 Na ongeveer zes minuten horen we plots complete stilte en dat is niet toevallig... Net als ‘Lost Ground’ en ‘Travels’  is ook dit tekstueel een conceptalbum en symboliseert de plotse stilte op “White Oak Doors” het moment dat het hoofdpersonage zich voor een razende trein gooit...

Vervolgens is het tijd voor ‘Sleepless Nights’, vier akoestische songs in het verlengde van een band als Bright Eyes.  Het is eigenlijk moeilijk te vatten dat dit allen Defeatersongs zijn die door dezelfde zanger ingezongen werden.  Het was trouwens  Derek Archambault die dit tweede deel van de plaat volledig componeerde! Wij gokken er in ieder geval op dat heel wat van z’n  songs gretig gedownload zullen worden via iTunes.

Onze slotconclusie is dat we in 2011 nog geen beter album hebben gehoord dan  ‘Empty Days, Sleepless Nights’ en het zal wel eens heel moeilijk kunnen worden om er nog eentje te vinden die beter is dan deze...

Panic! at the Disco

Vices & Virtues

Geschreven door

De lente is volop in het land en dat zorgt er voor dat de doorsnee-burger een stuk opgewekter door het leven gaat… Extra fijn is het als je dat lentegevoel kan combineren met de complexloze, lekker rechttoe rechtaan muziek van een band als Panic! At The Disco...  Deze jongens hebben nochtans een verschrikkelijke periode achter de rug want van het oorspronkelijke viertal verlieten Ryan Ross en Jon Walker de band en zo bleven alleen nog zanger Brendon Urie en drummer Spencer Smith over.
Ondanks deze halvering koos men ervoor een nieuw album te maken en daarbij terug te keren naar de succesformule van hun eerste plaat. Dit betekent in concreto snelle gitaarrock met een wat theatrale en dramatische ondertoon. De meeste songs op dit album werden dan nog eens flink aangekleed met diverse instrumenten (xylophonen, piano, synths, strijkers) en met een aantal kinderkoortjes.
Op ‘Vices & Virtues’ horen we in totaal  tien fijne popsongs  met zeer catchy refreinen die in een rotvaart passeren.  De beste nummers zijn wat ons betreft opener en eerste single “The Ballad Of Mona Lisa” en  het meezingbare “Let’s Kill Tonight’ dat een duidelijk   gothic- en industrialrandje heeft.  Of Panic! At The Disco  met ‘Vices & Virtues’ het succes van hun eerste album gaan evenaren is twijfelachtig maar dat betekent niet dat dit geen fijn plaatje is dat perfect past bij de tijd van het jaar!

The Crookes

Chasing after ghosts

Geschreven door

The Crookes - Veelbelovend Brits bandje die melodieus toegankelijke, frisse, sprankelende en dromerige popsongs brengt in de beste Britse traditie, ergens tussen The Smiths, The Housemartins, The LA’s en Aztec Camzera.
We houden er wel van deze onthaastingsmuziek, die uiterst genietbaar, melig, sfeervol is en kan rocken. Ze zijn niet onweerstaanbaar hoor, maar het zijn gitaarliedjes pur sang, met een rinkelfactor. Drie minuten songs met een handvol singles “Godless girl”, “Bright young things”, “I remember moonlight” en “Bloodshot days”, die prima zijn; “Youth” en “City of lights” zijn moedig. Deze songs allemaal moeten de luisteraar over de streep krijgen en ervoor zorgen dat de band een doorbraak kan forceren. Lekker debuut dus!

Adele

21

Geschreven door

De jonge Britse Adele bracht ons twee jaar terug in vervoering met het debuut ‘19’. ’21‘, de opvolger, gaat mee met de leeftijd van het talent en brengt opnieuw een plaat van elf indringende, bezwerende, opzwepende songs en majestueuze ballads, doorleefd en emotioneel geladen, opgebouwd rond de piano. Ze integreert het met soul, blues en gospel. Ze is een zangeres uit de duizenden die met haar vocale klasse (standvastige, welluidende stem), charme en extravertie het materiaal elan geeft. Straffe nummers, groots en meeslepend; ideale onthaastingsmuziek! Dromers en romantici zijn in hun sas op die sound.
Stem, piano en toetsen vormen de rode draad en daarop bouwt ze verder naar een volle, brede sound. “Rolling into deep”, “Rumour has it” en “Set fire to the rain” zijn opbouwende nummers en overtuigen enorm. Ook de ingehouden songs raken en zorgen voor kippenvel, o.m. de elegant sobere gespeelde “Turning tables”, “Take it all” en “Don’t you remember”; het afsluitende “Someone like you” is hartverscheurend. Doorleefde soulpop met een warme intensiteit is te horen op “I’ll be waiting”, “One & only” en “Love song”, de origineel aangepakte cover van The Cure.
Adele brengt veelzijdige treffende en gevoelige pop … songs met een knuffelgehalte en een eeuwigheidswaarde …

tUnE-yArDs

Whokill

Geschreven door

De uit Oakland afkomstige zangeres Merrill Garbus houdt er betreffende haar project tUnE-yArDs een speciale schrijfwijze op na. Ze is toe aan haar tweede album, die het twee jaar geleden ‘BiRd BrAiNs’ opvolgt. Ze stoeit met allerlei geluiden, samples en stijlen waarin we folk, jazzy grooves, dampende funk, r&b, afro, hiphop en aanstekelijke drumloops horen. Het lijkt allemaal een beetje rommelig, een soort bizarre knutselpop met hiphopachtige beats, maar die tot de verbeelding spreekt, kleurrijk en ritmisch is. Ze zijn in een mooi lofi world concept gegoten.
De songs zitten ingenieus in elkaar, zijn intens broeierig, hebben een diepe basstune, ondergaan verrassende en avontuurlijke wendingen en worden gedragen door bedwelmende en variërende zangpartijen en percussie.
Eigenwijs, doordacht en treffend hoe de songs zijn. “Riotriot” en “Bizness”  hebben een voller en breder geluid; de world inslag is dan groter bij “Gangsta”; de andere, waaronder “My country”, “Doorstep” en “Woolywollygong”, moeten in hun sobere en wisselende aanpak in finesse niet onderdoen.
Excentrieke muziek, excentrieke plaat van een talentrijke dame

Yael Naïm

She was a boy

Geschreven door

De sing/songschrijfster Yael Naïm is een laatbloeier. Ze kwam in 2008 in de belangstelling met het nummer “New soul”, die meteen in de hitparades kwam en als track voor een reclamesport werd gebruikt. Het zorgde ervoor dat de beloftevolle songschrijfster niet in de vergetelheid geraakte.
Na haar titelloos debuut zijn we drie jaar later toe aan de opvolger, ‘She was a boy’. Haar rechterhand is multi-instrumentalist David Donatien. Hij helpt mee aan het variërende songmateriaal van de multi –culturele artieste die Naïm wel is .
Haar Frans-Israëlische achtergrond en de afkomst van Sefardisch Joodse ouders horen we steevast in het materiaal, luister maar eens naar “Man of another woman” op de nieuwe plaat. Dertien uiteenlopende (speelse) songs die gedragen worden door haar charmante accent. Sober, ingehouden (op akoestische gitaar/cello/piano) of breder met een grabbelton aan stijlen en instrumentarium als keys/blazers/strijkers; backing vocalistes ondersteunen soms … Souljazzy pop, rock en intieme pracht ... op die manier kan je van de licht huppelende ritmes van “Come home”, “Stupid goal”, naar de sfeervolle, dromerige “My dreams”, “I try hard” en “Puppet”; of van het cabareske “Go to the river” en de titelsong naar een ingetogen “Today” en de afsluitende reeks “If I lost the best thing” en “Game is over”.
Herkenbaar allemaal, melodieus en emotievol. Pop met de grote R van Romantiek !

Domino 2011 - José González - Domino met behulp van Zweedse strijkkunst netjes opgeborgen

Geschreven door

Domino 2011 - José González - Domino met behulp van Zweedse strijkkunst netjes opgeborgen
Domino 2011 - José González & The Göteborg String Theory

In februari van dit jaar bleven onze muziekgevoelige oren noodgedwongen verstoken van een gepland concert van het Zweedse Junip in De Kreun, Kortrijk. Deze groep bestaande uit het trio Tobias Winterkorn (keyboards), Elias Araya (drums) en José González (zang en gitaar) diende namelijk verstek te laten gaan voor haar Europese tour ingevolge oververmoeidheid bij González.

Gelukkig hebben de curatieve maatregelen hun uitwerking niet gemist en de reeks afgelastingen impliceerde geen afstel doch louter uitstel want intussen werd voor ons land Junip aan de affiche van het komende Brugse Cactusfestival toegevoegd en ook de AB liet zich niet onbetuigd want zij besloten om – de présence van de Japanse noisegod Merzbow in de Club eventjes buiten beschouwing gelaten - José González als afsluiter van de 15de en tevens allerlaatste editie van het Domino festival te laten fungeren. Als kers op de taart zou hij daarbij bijgestaan worden door het ensemble The Göteborg String Theory.

Om de avond passend in te leiden, werd het publiek afgelopen dinsdag getrakteerd op de vertoning van ‘The Extraordinary Life Of José González’, een mooie documentaire in een regie van Mikel Cee Karlsson en Frederik Egerstrand die gebruik makend van videodagboeken, animaties en studio-, thuis- en concertopnames een inkijk biedt in het leven, werk en denken van de mens/artiest González. Treffend was te zien hoe groot en confronterend het contrast is tussen de extase en drukte van optredens tegenover het veelal  eenzame bestaan van een muzikant die twijfelend en vol verwondering op zoek blijft gaan naar de nodige creativiteit.

Ook eenzaam en alleen maar dan op de planken van de AB, verscheen daarna Little Scream of het alter ego van de Canadese zangeres en liedjesschrijfster Laurel Sprengelmeyer. Met een zopas uitgebracht eerste album genaamd ‘The Golden Record’ op haar actief en een gitaar onder de arm bracht ze een korte set die slingerde tussen nerveuze en uitbundige rock (“Cannon”) en intieme luisterliedjes (het folkgetinte “The Heron And The Fox”). Daarbij bleek de muziek van Sprengelmeyer thuis te horen in het lijstje vrouwelijke artiesten als daar zijn Lisa Germano, Joan Wasser, Leslie Feist, St. Vincent en PJ Harvey.
Tijdens de opnames van de plaat kon Sprengelmeyer rekenen op de medewerking van leden van onder meer Thee Silver Mount Zion, Stars, Arcade Fire alsook van The National en in de AB misten we vooral tijdens de zachtere nummers deze omkadering. Tevens ging de vaart er geregeld uit doordat er ter plaatse heel wat gegoocheld en geknutseld (en soms ook gestunteld) werd bij het vinden van de juiste akkoorden, het toevoegen van vocale effecten en het in de maat ritmisch voetstampen.
Veel werd dan weer goedgemaakt door het ontwapende die uitging van de attitude van Sprengelmeyer én van het feit dat zij bleek te beschikken over heel wat zelfrelativerende humor. Zo stelde ze haar metgezel Casio SK1, een polyfonische synthesizer die één luttele sample in het geheugen kan opslaan en die in het jargon ook wel eens als de ‘arme man sampler’ door het leven gaat, voor als ‘the smallest band of the World’. Het al talrijk aanwezige publiek dat duidelijk het zachtgevooisde van de muziek van González doortrok in haar respons kon dit alles wel appreciëren en trakteerde (het optreden van) Little Scream op een uitbundig en ondersteunend applaus.

Een omgekeerde beweging qua podiumbezetting maakte José González. De in Zweden geboren zanger met Argentijnse ouders heeft van eenvoud en soberheid zijn handelsmerk gemaakt. Meer dan een akoestische gitaar, zachte vocalen en sporadisch wat geringe percussie heeft hij niet nodig om zijn nummers te laten schitteren. Getuige zijn albums ‘Veneer’ (2003) en ‘In Our Nature’ (2007), de aanwezigheid op talrijke compilaties, alsook het succes dat hij – mede door een Sony reclamefilmpje - boekte met een totaal uitgeklede akoestische versie van “Heartbeats”, oorspronkelijk uitgebracht door zijn landgenoten The Knife.

Momenteel laat González het solowerk even voor wat het is en doet enkele Europese zalen aan waarbij hij zich laat omringen en begeleiden door The Göteborg String Theory. Dit twintigkoppige ensemble wordt hoofdzakelijk gevormd door muzikanten uit de thuisbasis van González maar telt daarnaast ook nog Berlijners in de rangen.
Het concert in de AB ving met “Hints” wél aan zoals we van González gewoon zijn: solo uitgevoerd in zijn typische introverte houding, deels voorovergebogen over zijn akoestische gitaar. Bij “In Our Nature” kwamen er druppelsgewijs enkele groepsleden hem vervoegen om vervolgens vanaf “Far Away” volledig geruggensteund te worden door het voltallige ensemble.
Meteen vielen enkele kenmerken op die de rest van de avond het concert zouden typeren: lange filmische, opbouwende intro’s (wat zeker het zonet vermeldde “Far Away” een extra cachet gaf omdat dit nummer exclusief werd gemaakt voor het in 2010 uitgebrachte en fel bejubelde western videospel ‘Red Dead Redemption’) werden opgevolgd door subtiele instrumentale inkleuringen die allen vakkundig gedirigeerd werden door een enthousiaste Nackt (die ook samen met Ben Lauber and Nils Tegen instond voor de composities en arrangementen). En wat eigenlijk nog het belangrijkste was: bijna nimmer kwam de zang en het gitarenspel van González in de verdrukking maar versmolten deze mooi en passend als één geheel samen met de laagjes instrumentatie die er over gedrapeerd werden.
Hoe verder de set vorderde hoe meer het deels zittend publiek op het puntje van de stoelen ging plaatsnemen en hoe meer de eerste rijen rechtstaande aanwezigen mee opgezogen werden in de fraaie wisselwerkingen.
Bij ieder nummer vielen er diverse instrumenten te bespeuren die detaillistisch bepalend (xylofoon in combinatie met strijkers in “How Low” en dwarsfluit, klarinet en trompet tijdens de aan Jaga Jazzist en Tortoise aanverwante instrumentale intro tot “Broken Arrows”) of richtinggevend (een streepje electronica bij “Crosses”) waren, dan weer – in positieve zin weliswaar – hun weerbarstige aard boven haalden en het geheel een ietwat scherper randje meegaven (trompet bij “Down The Line”).
Hoogtepunten waren wat ons betreft terug te vinden tijdens uitvoeringen van “Abram” (met een fraaie mix van akoestische gitaar, percussie, cello, violen en bleeps) en “Cycling Trivialities” (waar de stemmen van de twee achtergrondzangeressen crescendo meegingen met de snaarinstrumenten).
De Kylie Minogue cover “Hand On Your Heart”  werd dan weer van een Stock, Aitken en Waterman luchtbelletje uit 1989 getransformeerd tot een sprankelend juweeltje, terwijl omgekeerd het bij Massive Attack uitgeleende “Teardrop” nu net door de toegevoegde extra’s aan impact diende in te boeten.
Als toegift kwam het solo uitgevoerde “Fold” aan bod om uiteindelijk af te sluiten met het onvermijdelijke “Heartbeats” waarbij The Göteborg String Theory voltallig maar qua klank spaarzaam González nog eens kwam vervoegen.
Veel bindteksten of interactieve momenten met het publiek vielen er niet aan te treffen maar dat hoefde ook niet. De muziek sprak voor zich en met heel wat symfonie tussen de oren en een euforie op het gelaat trokken de aanwezigen de deur van de AB en deze van het Dominofestival jaargang 15 achter zich dicht.

Jammer dat het meteen ook de allerlaatste editie ooit was. Eén troost: via deze keurig gestreken muzikale vertoning van José González en The Göteborg String Theory kan de formule in schoonheid definitief opgeborgen worden om later dit jaar plaats te maken voor andere projecten die – als we Kurt Overbergh, artistiek directeur van de AB, mogen citeren – “op hun beurt weer zullen uitgroeien tot iets moois en mogelijk even groots”. Musiczine houdt zich nu al klaar.

Setlist: Hints, In Our Nature, Far Away, How Low, Crosses, The Nest, Abram, Hand On Your Heart, Göteborg String Theory Instrumental, Broken Arrows, Cycling Trivialities, Teardrop, Down The Line
Fold, Heartbeats

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011)


Domino 2011 – Battles - Battles kan vertrek charismatische frontman live niet opvangen

Geschreven door

Domino 2011 – Battles - Battles kan vertrek charismatische frontman live niet opvangen
De zesde dag van het Domino festival koos volop voor het experiment en zette vanavond drie totaal verschillende artiesten op hetzelfde podium, waarbij de enige constante was dat alle drie een totaal uniek geluid ontwikkelen, dat met vrijwel geen enkele andere artiest te vergelijken valt.

Oneohtrix Point Never, aka Daniel Lopatin, is een laptop artiest, die naast video projecties, grossierde in drones, eclectische electronica and soundscapes, maar we zagen dit eerlijk gezegd al veel beter uitgevoerd door mannen zoals Pantha Du Prince of Four Tet.

Dan Deacon, een nerd met een veel te grote bril, speelt liever tussen de mensen dan op het podium, dus had hij zijn draaitafel maar op de vloer gezet, net voor het podium, zodat behalve de eerste twintig mensen, niemand meer zag dan de fluogroene schedel met discolampen die boven die tafel uitkwam. Dan Deacon speelde met het publiek, liet het aftellen van tien tot een, en wou dan meteen een feestje opstarten, wat gezien het vroege uur (acht uur ’s avonds), niet evident was. De man heeft een heel eigen soort dansgenre ontwikkeld, wat je nog het best kan omschrijven als volgt: geef Daniel Johnston de opdracht aan de slag te gaan  met “Go” van Moby, en programmeer enkel breakcore beats in de keyboards: we kregen kinderlijke, naieve stemmetjes, Oosterse gamelans en breakcore beats, qua attitude wel te vergelijken met Justice, maar dan zonder één enkel element van de vuile electro sound die we ondertussen meer dan beu gehoord zijn.
Dan Deacon liet de zaal een danswedstrijd houden, en tot onze grote verbazing, werd er rond halfnegen zowaar gecrowdsurfd in de AB Box. Het kwam echter niet tot een volledig dansfeestje, omdat de set er om negen uur al op zat, en we per slot van rekening ook nog maar maandagavond waren.

Nog voor de band op het podium kwam, wist je wie vanavond de hoofdact was: het iconische cymbaal stak zo een anderhalve meter boven het Tamadrumstel uit, en ook de batterij van keyboards en effectpedalen was zo van de hoes van ‘Mirrored’ naar het podium van de AB verplaatst.Toch waren er net een paar keyboards minder te zien: Tyondai Braxton, de zanger met de woeste haardos en de rare voornaam, besloot in 2010 Battles te verlaten om een solo-album uit te brengen.
Blijkbaar zit er een serieus haar in de boter, want Battles zou vanavond geen enkel nummer uit ‘Mirrored’ spelen, maar zijn volledige set opbouwen rond het nog in juni te verschijnen nieuwe album ‘Gloss Drop’.
Het wegvallen van de zanger, heeft Battles op die nog te verschijnen plaat opgevangen door gastzangers uit te nodigen, zoals Kazu Makino van Blonde Redhead, Matias Aguayo, de Chileense minimal artiest, of zelfs new wave veteraan Gary Numan. Die touren niet mee, dus werden die zangers op twee schermen achter de band geprojecteerd. Dit had natuurlijk als beperking dat de band in die nummers in het keurslijf van de videoprojecties moest spelen.
Nu heeft Battles nog meer dan genoeg instrumentale nummers waar het zich vol overtuiging in kan geven, maar dat was net het probleem vanavond: ok, John Stanier mepte er als vanouds op los, maar gitarist Dave Konopka  stond ofwel met zijn rug naar het publiek, of zat op de knieen bij zijn effectpedalen terwijl Ian Williams voortdurend aan knopjes draaide, waardoor je meer de indruk had dat je in een geluidslaboratorium naar drie gasten stond te kijken die rare geluidjes aan het zoeken waren, dan dat je naar een echte liveshow gekomen was.
Ook met de songs was er iets mis, moeilijke ritmes zaten er zeker in, maar je kon niet zeggen dat de nummers openbloeiden of dat ze subtiel evolueerden, op een of andere manier zaten er niet genoeg ideeen in de individuele nummers.
In het tweede deel van de set werd het beter, toen Ian Williams mee ging drummen, en het nummer naar het einde van de set, met Gary Numan op zang, was veruit het beste van de avond. Het applaus van het publiek was al bij al vrij lauw, en ook de bisronde kon niet echt overtuigen.

Misschien dat Battles zijn nieuwe nummers nog moet laten evolueren, maar toch lijkt het of de leemte die Tyondai Braxton liet, door Battles nog niet ingevuld is. Battles heeft blijkbaar besloten op hetzelfde pad verder te gaan zonder hem, maar dit lijkt een doodlopend straatje. Vers bloed en nieuwe ideeen lijken aangewezen: James Blake zou misschien een goeie match zijn …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011)

Pagina 775 van 966